2020-01-01 | BWBR0008365 | Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren
This commit is contained in:
parent
d8f6b1020f
commit
2fc4b473d3
1 changed files with 76 additions and 1 deletions
|
|
@ -3,7 +3,7 @@ titel: Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren
|
|||
bwb_id: BWBR0008365
|
||||
type: wet
|
||||
status: geldend
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2015-01-01'
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2019-04-17'
|
||||
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0008365
|
||||
citeertitel: Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren
|
||||
---
|
||||
|
|
@ -45,6 +45,20 @@ k. ten aanzien van de leden van het College van procureurs-generaal: Onze Minist
|
|||
|
||||
Het in deze wet bepaalde ten aanzien van de leden van het College van procureurs-generaal is niet van toepassing op de procureur-generaal, bedoeld in artikel 130, vierde lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
|
||||
|
||||
### Artikel 1aa
|
||||
|
||||
**1.** De functionele autoriteit maakt geen onderscheid tussen rechterlijke ambtenaren als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, onder 5° tot en met 10°, van de Wet op de rechterlijke organisatie op grond van een verschil in arbeidsduur in de voorwaarden waaronder een aanstelling wordt verleend, verlengd dan wel beëindigd, tenzij een dergelijk onderscheid objectief gerechtvaardigd is.
|
||||
|
||||
**2.** De functionele autoriteit maakt geen onderscheid tussen rechterlijke ambtenaren als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, onderdelen 5° tot en met 10°, van de Wet op de rechterlijke organisatie in de arbeidsvoorwaarden op grond van het al dan niet tijdelijk karakter van de aanstelling, tenzij een dergelijk onderscheid objectief gerechtvaardigd is.
|
||||
|
||||
**3.** De functionele autoriteit beëindigt het dienstverband met een in het eerste en tweede lid bedoelde ambtenaar niet wegens de omstandigheid dat betrokkene in of buiten rechte een beroep heeft gedaan op het eerste of tweede lid of ter zake bijstand heeft verleend.
|
||||
|
||||
**4.** De functionele autoriteit benadeelt een in het eerste en tweede lid bedoelde ambtenaar niet wegens de omstandigheid dat betrokkene in of buiten rechte een beroep heeft gedaan op het bepaalde in het eerste lid of tweede lid of ter zake bijstand heeft verleend.
|
||||
|
||||
**5.** De functionele autoriteit stelt een rechterlijk ambtenaar als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, onderdelen 5° tot en met 10°, van de Wet op de rechterlijke organisatie die is aangesteld in tijdelijke dienst tijdig en duidelijk in kennis van een vacature met een dienstverband voor onbepaalde tijd.
|
||||
|
||||
**6.** Het College, bedoeld in artikel 1 van de Wet College voor de rechten van de mens, kan onderzoeken of een onderscheid is of wordt gemaakt als bedoeld in het eerste of tweede lid. De artikelen 10, 11, 12, 13, 22 en van de Wet College voor de rechten van de mens zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 1A. Benoeming, beëdiging, installatie en ambtskostuum
|
||||
|
||||
### Paragraaf 1A.1. Benoeming
|
||||
|
|
@ -361,6 +375,65 @@ Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld omtrent de doorbetaling
|
|||
|
||||
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen, in aanvulling op het in dit hoofdstuk bepaalde, voor rechterlijke ambtenaren nadere arbeidsvoorwaarden worden vastgesteld.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 3A. Beslag, terugvordering, verrekening en korting
|
||||
|
||||
### Artikel 19c
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan of mede verstaan onder:
|
||||
|
||||
– de rechterlijk ambtenaar: de nagelaten betrekkingen van een rechterlijk ambtenaar die uit hoofde van diens overlijden pensioen genieten;
|
||||
– bezoldiging: de bedragen – onder de benaming pensioen, wachtgeld, uitkering of welke benaming ook – waarop de rechterlijk ambtenaar of gewezen rechterlijk ambtenaar als zodanig uit hoofde van zijn dienstbetrekking of vroegere dienstbetrekking aanspraak heeft of waarop zijn nagelaten betrekkingen uit hoofde van zijn overlijden aanspraak hebben.
|
||||
|
||||
**2.** Beslag omvat in dit hoofdstuk ook de vordering, bedoeld in artikel 19 van de Invorderingswet 1990.
|
||||
|
||||
**3.** Tenzij anders is bepaald, worden de in dit hoofdstuk genoemde bevoegdheden ten aanzien van een rechterlijk ambtenaar uitgeoefend door Onze Minister onderscheidenlijk, indien het een bij een gerechtshof of rechtbank werkzame rechterlijk ambtenaar betreft, het gerechtsbestuur.
|
||||
|
||||
### Artikel 19d
|
||||
|
||||
**1.** Op bezoldiging is, voor zover in dit hoofdstuk niet anders is bepaald, beslag mogelijk overeenkomstig de voorschriften van het gemene recht.
|
||||
|
||||
**2.** Kostenvergoedingen welke verband houden met de dienstverrichting zijn niet vatbaar voor beslag.
|
||||
|
||||
### Artikel 19e
|
||||
|
||||
Aan de rechterlijk ambtenaar onverschuldigd betaalde bezoldiging kan worden teruggevorderd door Onze Minister onderscheidenlijk het gerechtsbestuur.
|
||||
|
||||
### Artikel 19f
|
||||
|
||||
**1.** Met de door Onze Minister onderscheidenlijk het gerechtsbestuur verschuldigde bezoldiging kan worden verrekend hetgeen de rechterlijk ambtenaar als zodanig aan hem zelf verschuldigd is.
|
||||
|
||||
**2.** Verrekening kan plaatshebben ondanks gelegd beslag of toegepaste korting als bedoeld in artikel 19g, eerste lid.
|
||||
|
||||
**3.** Verrekening is slechts in zoverre geldig als een beslag op die bezoldiging geldig zou zijn, met dien verstande dat verrekening van hetgeen wegens genoten huisvesting of voeding is verschuldigd eveneens kan plaatsvinden met dat deel van de bezoldiging dat de beslagvrije voet, bedoeld in artikel 475d van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering vormt.
|
||||
|
||||
### Artikel 19g
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister onderscheidenlijk het gerechtsbestuur kan op de bezoldiging ten behoeve van een schuldeiser van de rechterlijk ambtenaar een korting toepassen, mits de rechterlijk ambtenaar de vordering van de schuldeiser erkent of het bestaan van de vordering blijkt uit een in kracht van gewijsde gegane rechterlijke uitspraak dan wel uit een authentieke akte.
|
||||
|
||||
**2.** Korting is slechts in zoverre geldig als een beslag op die bezoldiging geldig zou zijn.
|
||||
|
||||
**3.** Beslag, faillissement, surséance van betaling en toepassing ten aanzien van de rechterlijk ambtenaar van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen sluiten korting uit.
|
||||
|
||||
### Artikel 19h
|
||||
|
||||
Voor de toepassing van de artikelen 475b, tweede en derde lid, en 475d, derde lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering worden, onverminderd artikel 19f, tweede lid, en artikel 19g, derde lid, verrekening en korting gelijkgesteld met beslag.
|
||||
|
||||
### Artikel 19i
|
||||
|
||||
Indien verscheidene schuldeisers uit hoofde van beslag of korting aanspraak hebben op een deel van de bezoldiging geschiedt de verdeling naar evenredigheid van de inschulden, voor zover niet de ene schuldeiser voorrang heeft boven de anderen.
|
||||
|
||||
### Artikel 19j
|
||||
|
||||
**1.** Overdracht, inpandgeving of elke andere handeling, waardoor de rechterlijk ambtenaar enig recht op zijn bezoldiging aan een derde toekent is slechts geldig voor dat deel van de bezoldiging waarop beslag geldig zou zijn.
|
||||
|
||||
**2.** Een volmacht tot voldoening of invordering van de bezoldiging is slechts geldig indien zij schriftelijk is verleend en is steeds herroepelijk.
|
||||
|
||||
### Artikel 19k
|
||||
|
||||
Betaling of afgifte aan een gemachtigde, nadat een volmacht tot voldoening of invorderingen van bezoldiging is geëindigd, ontlast het bevoegd gezag, indien een gegeven opdracht tot de betaling of afgifte niet meer tijdig kon worden ingetrokken, toen het bevoegd gezag van het eindigen van de volmacht kennis kreeg.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 4. Arbeidsduur, werktijd en werkverdeling
|
||||
|
||||
### Artikel 20
|
||||
|
|
@ -461,6 +534,8 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid, kunnen aan rechterlijke ambtenaren als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, onder 7, van de Wet op de rechterlijke organisatie, voor zover werkzaam bij een arrondissementsparket of bij het parket centrale verwerking openbaar ministerie, werkzaamheden worden opgedragen op zondagen en dagen die bij of krachtens de Algemene termijnenwet zijn aangemerkt als algemeen erkende feestdagen, indien de aard en of organisatie van de arbeid dit onvermijdelijk maakt.
|
||||
|
||||
**3.** Een rechterlijke ambtenaar als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, onderdelen 5° tot en met 10°, van de Wet op de rechterlijke organisatie is niet gehouden tot dienstverrichting op voor hem op grond van zijn godsdienst of levensovertuiging geldende feest- en rustdagen, tenzij het dienstbelang dit onvermijdelijk maakt.
|
||||
|
||||
### Artikel 41
|
||||
|
||||
**1.** Het bestuur van de rechtbank onderscheidenlijk het gerechtshof verdeelt de werkzaamheden van de rechterlijke ambtenaren die werkzaam zijn bij dat gerecht.
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue