2013-12-12 | BWBR0015703 | Wet werk en bijstand
This commit is contained in:
parent
3984a4da2b
commit
30508013a7
1 changed files with 32 additions and 28 deletions
|
|
@ -123,6 +123,10 @@ d. startkwalificatie: een diploma van een opleiding als bedoeld in artikel 7.2.2
|
|||
|
||||
**2.** Voor de toepassing van deze wet wordt niet als algemeen geaccepteerde arbeid beschouwd arbeid op grond van een dienstbetrekking als bedoeld in hoofdstuk 2 of 3 van de Wet sociale werkvoorziening. Voor de toepassing van de artikelen 7, 8 en 10 wordt voor personen die blijkens een indicatiebeschikking of herindicatiebeschikking tot de doelgroep behoren van de Wet sociale werkvoorziening onder een voorziening gericht op arbeidsinschakeling mede verstaan een voorziening gericht op het verkrijgen van arbeid in een dienstbetrekking als bedoeld in de artikelen 2 en 7 van die wet.
|
||||
|
||||
### Artikel 6a
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
|
||||
### Paragraaf 1.2. Opdracht gemeente
|
||||
|
||||
### Artikel 7
|
||||
|
|
@ -428,34 +432,34 @@ b. er geen in aanmerking te nemen vermogen is.
|
|||
|
||||
Voor belanghebbenden jonger dan 21 jaar zonder ten laste komende kinderen is de norm per kalendermaand, indien het betreft:
|
||||
|
||||
a. een alleenstaande van 18, 19 of 20 jaar: € 230,98 per 1 juli 2013: € 228,66;
|
||||
b. gehuwden waarvan beide echtgenoten 18, 19 of 20 jaar zijn: € 461,96 per 1 juli 2013: € 457,32;
|
||||
c. gehuwden waarvan een echtgenoot 18, 19 of 20 jaar is en de andere echtgenoot 21 jaar of ouder: € 899,42 per 1 juli 2013: € 890,43.
|
||||
a. een alleenstaande van 18, 19 of 20 jaar: € 230,98 per 1 januari 2014: € 234,01;
|
||||
b. gehuwden waarvan beide echtgenoten 18, 19 of 20 jaar zijn: € 461,96 per 1 januari 2014: € 468,02;
|
||||
c. gehuwden waarvan een echtgenoot 18, 19 of 20 jaar is en de andere echtgenoot 21 jaar of ouder: € 899,42 per 1 januari 2014: € 911,28.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Voor belanghebbenden jonger dan 21 jaar met een of meer ten laste komende kinderen is de norm per kalendermaand, indien het betreft:
|
||||
|
||||
a. een alleenstaande ouder van 18, 19 of 20 jaar: € 498,35 per 1 juli 2013: € 493,37;
|
||||
b. gehuwden waarvan beide echtgenoten 18, 19 of 20 jaar zijn: € 729,33 per 1 juli 2013: € 722,03;
|
||||
c. gehuwden waarvan een echtgenoot 18, 19 of 20 jaar is en de andere echtgenoot 21 jaar of ouder: € 1 166,79 per 1 juli 2013: € 1.155,14.
|
||||
a. een alleenstaande ouder van 18, 19 of 20 jaar: € 498,35 per 1 januari 2014: € 504,92;
|
||||
b. gehuwden waarvan beide echtgenoten 18, 19 of 20 jaar zijn: € 729,33 per 1 januari 2014: € 738,93;
|
||||
c. gehuwden waarvan een echtgenoot 18, 19 of 20 jaar is en de andere echtgenoot 21 jaar of ouder: € 1 166,79 per 1 januari 2014: € 1.182,19.
|
||||
|
||||
### Artikel 21
|
||||
|
||||
Voor belanghebbenden van 21 jaar of ouder doch jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd is de norm per kalendermaand, indien het betreft:
|
||||
|
||||
a. een alleenstaande: € 668,44 per 1 juli 2013: € 661,77;
|
||||
b. een alleenstaande ouder: € 935,81 per 1 juli 2013: € 926,47;
|
||||
c. gehuwden waarvan beide echtgenoten jonger zijn dan de pensioengerechtigde leeftijd: € 1 336,87 per 1 juli 2013: € 1.323,53.
|
||||
a. een alleenstaande: € 668,44 per 1 januari 2014: € 677,27;
|
||||
b. een alleenstaande ouder: € 935,81 per 1 januari 2014: € 948,18;
|
||||
c. gehuwden waarvan beide echtgenoten jonger zijn dan de pensioengerechtigde leeftijd: € 1 336,87 per 1 januari 2014: € 1.354,54.
|
||||
|
||||
### Artikel 22
|
||||
|
||||
Voor belanghebbenden die de pensioengerechtigde leeftijd hebben bereikt is de norm per kalendermaand, indien het betreft:
|
||||
|
||||
a. een alleenstaande: € 1 026,66 per 1 juli 2013: € 1.016,38;
|
||||
b. een alleenstaande ouder: € 1 291,99 per 1 juli 2013: € 1.279,05;
|
||||
c. gehuwden waarvan beide echtgenoten de pensioengerechtigde leeftijd hebben bereikt: € 1 413,13 per 1 juli 2013: € 1.398,98;
|
||||
d. gehuwden waarvan een echtgenoot de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt en de andere echtgenoot 21 jaar of ouder, doch de pensioengerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt: € 1 413,13 per 1 juli 2013: € 1.398,98.
|
||||
a. een alleenstaande: € 1 026,66 per 1 januari 2014: € 1.040,16;
|
||||
b. een alleenstaande ouder: € 1 291,99 per 1 januari 2014: € 1.308,98;
|
||||
c. gehuwden waarvan beide echtgenoten de pensioengerechtigde leeftijd hebben bereikt: € 1 413,13 per 1 januari 2014: € 1.431,72;
|
||||
d. gehuwden waarvan een echtgenoot de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt en de andere echtgenoot 21 jaar of ouder, doch de pensioengerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt: € 1 413,13 per 1 januari 2014: € 1.431,72.
|
||||
|
||||
### Artikel 23
|
||||
|
||||
|
|
@ -463,15 +467,15 @@ d. gehuwden waarvan een echtgenoot de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt
|
|||
|
||||
Bij een verblijf in een inrichting is de norm per kalendermaand, indien het betreft:
|
||||
|
||||
a. een alleenstaande of een alleenstaande ouder: € 296,35 per 1 juli 2013: € 293,29;
|
||||
b. gehuwden: € 460,93 per 1 juli 2013: € 456,18.
|
||||
a. een alleenstaande of een alleenstaande ouder: € 296,35 per 1 januari 2014: € 300,15;
|
||||
b. gehuwden: € 460,93 per 1 januari 2014: € 466,85.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Het bedrag van de norm, bedoeld in het eerste lid, wordt verhoogd met:
|
||||
|
||||
a. voor een alleenstaande of een alleenstaande ouder € 49,00 per 1 januari 2013: € 35;
|
||||
b. voor gehuwden € 93,00 per 1 januari 2013: € 75.
|
||||
a. voor een alleenstaande of een alleenstaande ouder € 49,00 per 1 januari 2014: € 39,00;
|
||||
b. voor gehuwden € 93,00 per 1 januari 2014: € 84,00.
|
||||
|
||||
**3.** Indien een van de gehuwden in een inrichting verblijft, is de norm de som van de normen die voor ieder van hen als alleenstaande of alleenstaande ouder zouden gelden.
|
||||
|
||||
|
|
@ -485,7 +489,7 @@ Indien een van de gehuwden geen recht op algemene bijstand heeft, is voor de rec
|
|||
|
||||
**1.** Het college verhoogt de norm, bedoeld in artikel 21, onderdelen a en b, met een toeslag voorzover de belanghebbende hogere algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan heeft dan waarin de norm voorziet, als gevolg van het niet of niet geheel kunnen delen van deze kosten met een ander. Deze kosten kunnen in ieder geval niet geheel of gedeeltelijk gedeeld worden met thuisinwonende kinderen van 18 jaar of ouder die een in aanmerking te nemen inkomen hebben van ten hoogste het normbedrag voor de kosten van levensonderhoud voor hoger onderwijs, genoemd in artikel 3.18 van de Wet studiefinanciering 2000.
|
||||
|
||||
**2.** De toeslag bedraagt ten hoogste € 227,11 per 1 juli 2013: € 264,71 per kalendermaand.
|
||||
**2.** De toeslag bedraagt ten hoogste € 227,11 per 1 januari 2014: € 270,91 per kalendermaand.
|
||||
|
||||
### Artikel 26
|
||||
|
||||
|
|
@ -539,15 +543,15 @@ f. vergoedingen en tegemoetkomingen, waaronder begrepen de tegemoetkoming ontvan
|
|||
g. vergoedingen en verstrekkingen als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f en onderdeel g, van de Wet op de loonbelasting 1964, tenzij voor deze vergoedingen en verstrekkingen bijstand wordt verleend;
|
||||
h. inkomsten uit arbeid van de tot zijn last komende kinderen, alsmede door hen ontvangen uitkeringen inzake werkloosheid en arbeidsongeschiktheid, tenzij het de verlening van bijzondere bijstand betreft voor bijzondere noodzakelijke kosten van het bestaan van die kinderen;
|
||||
i. rente ontvangen over op grond van artikel 34, tweede lid, onderdelen b en c, niet in aanmerking genomen vermogen en spaargelden;
|
||||
j. een een- of tweemalige premie van ten hoogste € 1984,00 per 1 juli 2013: € 2.251,00 per kalenderjaar, voor zover dit naar het oordeel van het college bijdraagt aan zijn arbeidsinschakeling;
|
||||
j. een een- of tweemalige premie van ten hoogste € 1984,00 per 1 januari 2014: € 2.305,00 per kalenderjaar, voor zover dit naar het oordeel van het college bijdraagt aan zijn arbeidsinschakeling;
|
||||
k. een kostenvergoeding voor het verrichten van vrijwilligerswerk van ten hoogste een bij ministeriële regeling vast te stellen bedrag;
|
||||
l. bij ministeriële regeling aan te wijzen uitkeringen en vergoedingen voor materiële en immateriële schade;
|
||||
m. giften en andere dan de in onderdeel l bedoelde vergoedingen voor materiële en immateriële schade voorzover deze naar het oordeel van het college uit een oogpunt van bijstandsverlening verantwoord zijn;
|
||||
n. inkomsten uit arbeid tot 25 procent van deze inkomsten, met een maximum van € 183,00 per 1 januari 2013: €188,00 per maand, voor zover hij algemene bijstand ontvangt, waarbij voor een persoon die de pensioengerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt geldt dat die inkomsten gedurende ten hoogste zes aaneengesloten maanden niet tot de middelen worden gerekend en dat dit naar het oordeel van het college moet bijdragen aan zijn arbeidsinschakeling;
|
||||
n. inkomsten uit arbeid tot 25 procent van deze inkomsten, met een maximum van € 183,00 per 1 januari 2014: €193,00 per maand, voor zover hij algemene bijstand ontvangt, waarbij voor een persoon die de pensioengerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt geldt dat die inkomsten gedurende ten hoogste zes aaneengesloten maanden niet tot de middelen worden gerekend en dat dit naar het oordeel van het college moet bijdragen aan zijn arbeidsinschakeling;
|
||||
o. de ten behoeve van een levensloopregeling als bedoeld in artikel 39d van de Wet op de loonbelasting 1964 bij een uitvoerder als bedoeld in artikel 19g, derde lid, van die wet, zoals dit artikellid op 31 december 2011 luidde opgebouwde voorziening;
|
||||
p. een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 29a van de Algemene nabestaandenwet;
|
||||
q. een uitkering als bedoeld in artikel 118a, eerste lid, van de Zorgverzekeringswet of een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2:52 of 3:10 van de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten;
|
||||
r. inkomsten uit arbeid van een alleenstaande ouder tot 12,5 procent van deze inkomsten, met een maximum van € 120,00 per 1 juli 2013: €118,09 per maand, gedurende een aaneengesloten periode van maximaal 30 maanden, voor zover hij algemene bijstand ontvangt, ingeval:
|
||||
r. inkomsten uit arbeid van een alleenstaande ouder tot 12,5 procent van deze inkomsten, met een maximum van € 120,00 per 1 januari 2014: €120,89 per maand, gedurende een aaneengesloten periode van maximaal 30 maanden, voor zover hij algemene bijstand ontvangt, ingeval:
|
||||
|
||||
1°. hij de volledige zorg heeft voor een tot zijn last komend kind tot 12 jaar,
|
||||
2°. de periode van zes aaneengesloten maanden, bedoeld in onderdeel n, is verstreken, en
|
||||
|
|
@ -605,8 +609,8 @@ b. betrekking hebben op een periode waarover beroep op bijstand wordt gedaan.
|
|||
|
||||
Indien de alleenstaande, de alleenstaande ouder of een van de echtgenoten de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt, wordt voor de vaststelling van de hoogte van de algemene bijstand een in de vorm van een periodieke uitkering ontvangen particuliere oudedagsvoorziening buiten beschouwing gelaten tot een bedrag van:
|
||||
|
||||
a. voor een alleenstaande en een alleenstaande ouder: € 18,80 per 1 januari 2013: € 19,20 per kalendermaand;
|
||||
b. voor de gehuwden tezamen: € 37,60 per 1 januari 2013: € 38,40 per kalendermaand.
|
||||
a. voor een alleenstaande en een alleenstaande ouder: € 18,80 per 1 januari 2014: € 19,35 per kalendermaand;
|
||||
b. voor de gehuwden tezamen: € 37,60 per 1 januari 2014: € 38,70 per kalendermaand.
|
||||
|
||||
### Artikel 34
|
||||
|
||||
|
|
@ -624,7 +628,7 @@ Niet als vermogen wordt in aanmerking genomen:
|
|||
a. bezittingen in natura die naar hun aard en waarde algemeen gebruikelijk zijn dan wel, gelet op de omstandigheden van persoon en gezin, noodzakelijk zijn;
|
||||
b. het bij de aanvang van de bijstand aanwezige vermogen voorzover dit minder bedraagt dan de van toepassing zijnde vermogensgrens, genoemd in het derde lid;
|
||||
c. spaargelden opgebouwd tijdens de periode waarin bijstand wordt ontvangen;
|
||||
d. het vermogen gebonden in de woning met bijbehorend erf, bedoeld in artikel 50, eerste lid, voorzover dit minder bedraagt dan € 42 000,00 per 1 januari 2013: € 48.900,00;
|
||||
d. het vermogen gebonden in de woning met bijbehorend erf, bedoeld in artikel 50, eerste lid, voorzover dit minder bedraagt dan € 42 000,00 per 1 januari 2014: € 49.400,00;
|
||||
e. vergoedingen voor immateriële schade als bedoeld in artikel 31, tweede lid, onderdelen l en m;
|
||||
f. de voorziening, bedoeld in artikel 31, tweede lid, onderdeel o.
|
||||
|
||||
|
|
@ -632,9 +636,9 @@ f. de voorziening, bedoeld in artikel 31, tweede lid, onderdeel o.
|
|||
|
||||
De in het tweede lid, onderdeel b, bedoelde vermogensgrens is:
|
||||
|
||||
a. voor een alleenstaande: € 4975,00 per 1 januari 2013: € 5.795,00;
|
||||
b. voor een alleenstaande ouder: € 9950,00 per 1 januari 2013: € 11.590,00;
|
||||
c. voor de gehuwden tezamen: € 9950,00 per 1 januari 2013: € 11.590,00.
|
||||
a. voor een alleenstaande: € 4975,00 per 1 januari 2014: € 5.850,00;
|
||||
b. voor een alleenstaande ouder: € 9950,00 per 1 januari 2014: € 11.700,00;
|
||||
c. voor de gehuwden tezamen: € 9950,00 per 1 januari 2014: € 11.700,00.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -651,7 +655,7 @@ b. tijdens de bijstandsverlening niet in aanmerking is genomen op grond van dit
|
|||
|
||||
**1.** Onverminderd paragraaf 2.2, heeft de alleenstaande of het gezin recht op bijzondere bijstand voorzover de alleenstaande of het gezin niet beschikt over de middelen om te voorzien in de uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten van het bestaan en deze kosten naar het oordeel van het college niet kunnen worden voldaan uit de bijstandsnorm, de langdurigheidstoeslag, het vermogen en het inkomen voorzover dit meer bedraagt dan de bijstandsnorm, waarbij artikel 31, tweede lid, en artikel 34, tweede lid, niet van toepassing zijn. Het college bepaalt het begin en de duur van de periode waarover het vermogen en het inkomen in aanmerking wordt genomen.
|
||||
|
||||
**2.** Het college kan bijzondere bijstand weigeren, indien de in het eerste lid bedoelde kosten binnen twaalf maanden een bedrag van € 107,00 per 1 januari 2013: € 127,00 niet te boven gaan.
|
||||
**2.** Het college kan bijzondere bijstand weigeren, indien de in het eerste lid bedoelde kosten binnen twaalf maanden een bedrag van € 107,00 per 1 januari 2014: € 128,00 niet te boven gaan.
|
||||
|
||||
**3.** In afwijking van het eerste lid kan bijzondere bijstand ook aan een persoon die de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt, behorend tot een bepaalde categorie, worden verleend, zonder dat wordt nagegaan of ten aanzien van die persoon de hierna bedoelde kosten ook daadwerkelijk noodzakelijk zijn of gemaakt zijn, indien ten aanzien van de categorie waartoe hij behoort aannemelijk is dat die zich in bijzondere omstandigheden bevindt die leiden tot bepaalde noodzakelijke kosten van bestaan waarin de algemene bijstand niet voorziet en die de aanwezige draagkracht te boven gaan.
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue