2011-01-01 | BWBR0004045 | Werkloosheidswet
This commit is contained in:
parent
2149d83c4d
commit
3055c92960
1 changed files with 33 additions and 27 deletions
|
|
@ -37,7 +37,8 @@ j. overheidswerknemer:
|
|||
2°. de beroepsmilitair in de zin van de Algemene militaire pensioenwet, jonger dan 65 jaar;
|
||||
3°. degene die door de Koning in dienst is genomen om bij de Koninklijke Hofhouding werkzaam te zijn en die uit dien hoofde onder de Pensioenregeling van de Stichting tot verzorging van de pensioenen van het personeel van de Koninklijke Hofhouding van het Huis van Oranje-Nassau valt, jonger dan 65 jaar;
|
||||
k. Uitvoeringsfonds voor de overheid: het Uitvoeringsfonds voor de overheid, genoemd in artikel 106 van de Wet financiering sociale verzekeringen;
|
||||
l. reïntegratiebedrijf: een natuurlijke persoon dan wel rechtspersoon die in het kader van de uitoefening van beroep of bedrijf de inschakeling van personen in de arbeid bevordert.
|
||||
l. reïntegratiebedrijf: een natuurlijke persoon dan wel rechtspersoon die in het kader van de uitoefening van beroep of bedrijf de inschakeling van personen in de arbeid bevordert;
|
||||
m. vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel: een bij onherroepelijk geworden vonnis opgelegde vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel als bedoeld in het Wetboek van Strafrecht.
|
||||
|
||||
### Artikel 2
|
||||
|
||||
|
|
@ -155,7 +156,7 @@ d. tegen beloning persoonlijk arbeid verricht en wiens arbeidsverhouding niet re
|
|||
|
||||
Als dienstbetrekking wordt niet beschouwd de arbeidsverhouding van een persoon:
|
||||
|
||||
a. die minister, staatssecretaris, commissaris van de Koning, burgemeester, Nationale ombudsman, substituut-ombudsman, lid van gedeputeerde staten of wethouder, waaronder begrepen een lid van het dagelijks bestuur van een deelgemeente, voorzitter van een waterschap, is;
|
||||
a. die minister, staatssecretaris, commissaris van de Koning, burgemeester, Nationale ombudsman, substituut-ombudsman, lid van gedeputeerde staten, wethouder, waaronder begrepen een lid van het dagelijks bestuur van een deelgemeente, voorzitter van een waterschap of de Rijksvertegenwoordiger voor de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, is;
|
||||
b. die als vrijwilliger werkzaamheden verricht als politiebeambte, alsmede van degene die als vrijwilliger al dan niet tegen loon werkzaamheden verricht bij de brandweer;
|
||||
c. die doorgaans op minder dan vier dagen per week uitsluitend of nagenoeg uitsluitend diensten verricht ten behoeve van het huishouden van de natuurlijke persoon tot wie hij in dienstbetrekking staat;
|
||||
d. die directeur-grootaandeelhouder is;
|
||||
|
|
@ -307,7 +308,7 @@ b. waarbij voor bepaalde groepen werknemers een kortere of langere periode voor
|
|||
|
||||
**9.** In afwijking van het eerste lid is tevens werkloos de werknemer die voldoet aan het eerste lid, onderdeel b, doch niet voldoet aan het eerste lid, onderdeel a, uitsluitend vanwege het feit dat hij recht heeft op onverminderde doorbetaling van loon en de werkgever dit loon niet voldoet omdat hij verkeert in een toestand als bedoeld in artikel 61. De eerste zin vindt slechts toepassing gedurende de periode dat de voor de werknemer rechtens geldende opzegtermijn langer duurt dan de opzegtermijn, bedoeld in artikel 64, eerste lid, onderdeel b, en voorzover de werknemer direct voorafgaande aan deze periode recht had op een uitkering op grond van hoofdstuk IV over de opzegtermijn bedoeld in artikel 64, eerste lid, onderdeel b.
|
||||
|
||||
**10.** Indien bij een beoordeling als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de Wet Werk en inkomen naar arbeidsvermogen is vastgesteld dat de werknemer voor een geringer aantal uren belastbaar is dan gezonde personen met soortgelijke opleiding en ervaring als bedoeld in artikel 1 van die wet, doch minder dan 35% arbeidsongeschikt is, wordt onder de in het eerste lid bedoelde arbeidsuren per kalenderweek verstaan: het aantal uren dat die werknemer belastbaar is, tenzij dit leidt tot een hoger aantal uren.
|
||||
**10.** Indien bij een beoordeling als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen is vastgesteld dat de werknemer voor een geringer aantal uren belastbaar is dan gezonde personen met soortgelijke opleiding en ervaring als bedoeld in artikel 1 van die wet, doch minder dan 35% arbeidsongeschikt is, wordt onder de in het eerste lid bedoelde arbeidsuren per kalenderweek verstaan: het aantal uren dat die werknemer belastbaar is, tenzij dit leidt tot een hoger aantal uren.
|
||||
|
||||
**11.** Voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen is de maandag de eerste dag van de kalenderweek.
|
||||
|
||||
|
|
@ -380,11 +381,12 @@ d. een uitkering ontvangt op grond van hoofdstuk III van de Wet arbeidsongeschik
|
|||
e. buiten Nederland woont of verblijf houdt anders dan wegens vakantie;
|
||||
f. niet rechtmatig in Nederland verblijf houdt als bedoeld in artikel 8 van de Vreemdelingenwet 2000;
|
||||
g. rechtens zijn vrijheid is ontnomen;
|
||||
h. de eerste dag van de maand waarin hij 65 jaar wordt heeft bereikt;
|
||||
i. op grond van artikel 64 van de Wet financiering sociale verzekeringen een ontheffing wegens gemoedsbezwaren heeft of wiens werkloosheid binnen 3 maanden na de datum van intrekking van een zodanige ontheffing is aangevangen;
|
||||
j. vakantie geniet;
|
||||
k. werkloos is ten gevolge van werkstaking of uitsluiting, tenzij voor de werknemer een ontheffing is verleend op grond van artikel 8, derde lid, van het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen 1945;
|
||||
l. een uitkering ontvangt op grond van de Wet arbeid en zorg.
|
||||
h. zich onttrekt aan de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel;
|
||||
i. de eerste dag van de maand waarin hij 65 jaar wordt heeft bereikt;
|
||||
j. op grond van artikel 64 van de Wet financiering sociale verzekeringen een ontheffing wegens gemoedsbezwaren heeft of wiens werkloosheid binnen 3 maanden na de datum van intrekking van een zodanige ontheffing is aangevangen;
|
||||
k. vakantie geniet;
|
||||
l. werkloos is ten gevolge van werkstaking of uitsluiting, tenzij voor de werknemer een ontheffing is verleend op grond van artikel 8, derde lid, van het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen 1945;
|
||||
m. een uitkering ontvangt op grond van de Wet arbeid en zorg.
|
||||
|
||||
**2.** Indien een uitkering als bedoeld in het eerste lid, onderdeel *a*, *b*, *c* of *d* niet wordt betaald wegens voor de werknemer geldende wachtdagen of wegens enig handelen of nalaten dat hem redelijkerwijs kan worden verweten, wordt het niet betalen daarvan voor de toepassing van het eerste lid gelijkgesteld met het ontvangen van die uitkering. Onder wachtdagen worden niet verstaan de eerste dertien weken van ongeschiktheid van de werknemer tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte.
|
||||
|
||||
|
|
@ -401,10 +403,10 @@ b. deze dag een nationale of algemeen erkende christelijke feestdag is, dan wel
|
|||
|
||||
Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld:
|
||||
|
||||
a. met betrekking tot het begrip vakantie genieten, bedoeld in het eerste lid, onderdeel j;
|
||||
b. met betrekking tot de vaststelling van de periode gedurende welke de werknemer, in afwijking van het eerste lid, onderdeel j, met behoud van zijn recht op uitkering vakantie kan genieten.
|
||||
a. met betrekking tot het begrip vakantie genieten, bedoeld in het eerste lid, onderdeel k;
|
||||
b. met betrekking tot de vaststelling van de periode gedurende welke de werknemer, in afwijking van het eerste lid, onderdeel k, met behoud van zijn recht op uitkering vakantie kan genieten.
|
||||
|
||||
**6.** Onze Minister is bevoegd voor gevallen waarin toepassing van het eerste lid, onderdeel a tot en met g, tot onbillijkheden zou kunnen leiden, regels te stellen op grond waarvan kan worden afgeweken van het bepaalde in die onderdelen.
|
||||
**6.** Onze Minister is bevoegd voor gevallen waarin toepassing van het eerste lid, onderdeel a tot en met h, tot onbillijkheden zou kunnen leiden, regels te stellen op grond waarvan kan worden afgeweken van het bepaalde in die onderdelen.
|
||||
|
||||
**7.** Het eerste lid, onderdeel g, is niet van toepassing op bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen categorieën personen waarbij tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel plaatsvindt buiten een penitentiaire inrichting, een inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden, of een inrichting als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -477,7 +479,7 @@ b. op de werknemer, die ten minste 52 weken onafgebroken recht op uitkering heef
|
|||
|
||||
**10.** Indien tijdens een recht op uitkering na toepassing van het zesde lid, onderdeel b, een nieuw recht op uitkering ontstaat, geldt voor toepassing van het zesde lid, onderdeel b, ten aanzien van dat nieuwe recht niet langer de voorwaarde dat de werknemer ten minste 52 weken onafgebroken recht op uitkering heeft gehad.
|
||||
|
||||
**11.** Onder de uitkering, bedoeld in het eerste lid, onderdeel f, wordt verstaan de gezamenlijke uitkeringen indien sprake is van meerdere rechten op uitkering of indien sprake is van samenloop van het recht op uitkering met een recht op uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen of de Ziektewet.
|
||||
**11.** Onder de uitkering, bedoeld in het eerste lid, onderdeel f, wordt verstaan de gezamenlijke uitkeringen indien sprake is van meerdere rechten op uitkering of indien sprake is van samenloop van het recht op uitkering met een recht op uitkering of arbeidsondersteuning op grond van de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen of de Ziektewet.
|
||||
|
||||
**12.** Indien de werknemer recht heeft op een uitkering als bedoeld in artikel 19, eerste lid, onderdeel a, en het aantal arbeidsuren in de dienstbetrekking waaruit het recht op die uitkering voortvloeit in de kalenderweek voorafgaande aan de dag van het ontstaan van dat recht, gelet op het arbeidspatroon in die dienstbetrekking in de vier kalenderweken voorafgaand aan die dag, geen juist beeld geeft van dat arbeidspatroon, eindigt het recht op uitkering, in afwijking van het eerste lid, onderdeel d, voor het gemiddeld aantal arbeidsuren per week dat de werknemer in die dienstbetrekking arbeid heeft verricht in die vier kalenderweken.
|
||||
|
||||
|
|
@ -498,12 +500,14 @@ d. artikel 59, derde lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen toepas
|
|||
|
||||
Een recht op uitkering dat geheel of gedeeltelijk is geëindigd:
|
||||
|
||||
a. wegens een omstandigheid als bedoeld in artikel 19, eerste lid, onderdeel e, g of j; of
|
||||
a. wegens een omstandigheid als bedoeld in artikel 19, eerste lid, onderdeel e, g, h of k; of
|
||||
b. op grond van artikel 20, eerste lid, onderdeel b, als gevolg van het niet kunnen voldoen aan de voorwaarde bedoeld in artikel 16, eerste lid, onderdeel b, wegens andere omstandigheden dan ziekte of arbeidsongeschiktheid of het volgen van scholing of opleiding, terzake waarvan de werknemer een uitkering ontvangt als bedoeld in artikel 19, eerste lid, onderdelen a, b, c of d; of
|
||||
c. wegens een combinatie van de hier bedoelde omstandigheden, kan, ook indien deze omstandigheden zich aaneensluitend voordoen, slechts herleven indien de periode tussen de eindiging van het recht en het vervallen van de omstandigheid of omstandigheden als hier bedoeld niet langer is dan zes maanden.
|
||||
|
||||
**4.** Bij ministeriële regeling kan worden geregeld dat het derde lid buiten toepassing blijft voor categorieën van werknemers.
|
||||
|
||||
**5.** Indien het recht op uitkering op grond van artikel 20, eerste lid, onderdeel d, juncto artikel 19, eerste lid, onderdeel a, is geëindigd en vervolgens op grond van het eerste lid herleeft, is artikel 16, tiende lid, van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 2. Het geldend maken van het recht op uitkering
|
||||
|
||||
### Artikel 22
|
||||
|
|
@ -581,7 +585,7 @@ De werknemer is verplicht aan het UWV op zijn verzoek of onverwijld uit eigen be
|
|||
|
||||
De werknemer is verplicht:
|
||||
|
||||
a. uiterlijk de eerste werkdag volgend op de eerste dag van werkloosheid bij het UWV aangifte te doen van zijn werkloosheid;
|
||||
a. vervallen;
|
||||
b. binnen één week na het intreden van zijn werkloosheid bij het UWV een aanvraag om een uitkering in te dienen;
|
||||
c. de voorschriften op te volgen die het UWV ten behoeve van een doelmatige controle stelt;
|
||||
d. zich als werkzoekende bij het UWV te laten registreren en die registratie tijdig te doen verlengen, indien hem daartoe het recht toekomt op grond van artikel 30b, derde lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
|
||||
|
|
@ -609,7 +613,7 @@ m. bij deelname aan een re-integratietraject de reden van het niet naleven van z
|
|||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De artikelen 19, eerste lid, onderdeel j, 26, eerste lid, onderdelen d tot en met g en i tot en met m, zijn niet van toepassing, en artikel 24, eerste lid, onderdeel b, onder 1°, 2° en 4°, is van toepassing alsof het recht op uitkering is geëindigd, op de werknemer:
|
||||
De artikelen 19, eerste lid, onderdeel k, 26, eerste lid, onderdelen d tot en met g en i tot en met m, zijn niet van toepassing, en artikel 24, eerste lid, onderdeel b, onder 1°, 2° en 4°, is van toepassing alsof het recht op uitkering is geëindigd, op de werknemer:
|
||||
|
||||
a. op wie artikel 35aa, eerste lid, onderdeel b, van toepassing is; en
|
||||
b. van wie de werkzaamheden als werknemer een zodanige omvang hebben dat een verlies van minder dan vijf of minder dan de helft van zijn arbeidsuren per kalenderweek zou resteren indien artikel 20, eerste lid, onderdeel b, van toepassing zou zijn geweest.
|
||||
|
|
@ -625,7 +629,7 @@ Indien de werknemer een verplichting, hem op grond van artikel 24, eerste lid, o
|
|||
a. indien de werknemer de betreffende arbeid zou hebben aanvaard of verkregen; of
|
||||
b. indien, in plaats van artikel 35aa, eerste lid, onderdeel b, artikel 20, eerste lid, onderdeel b, van toepassing zou zijn geweest en de werknemer de betreffende arbeid zou hebben aanvaard of verkregen.
|
||||
|
||||
**3.** Het UWV weigert de uitkering tijdelijk of blijvend, geheel of gedeeltelijk ter zake van het niet of niet behoorlijk nakomen door de werknemer van een verplichting als bedoeld in de artikelen 24, eerste lid, onderdeel b, onder 1° of 4°, of vijfde lid, of 26, artikel 55, tweede lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen of artikel 28, tweede lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, dan wel ter zake van het niet binnen de door het UWV, onderscheidenlijk de CWI daarvoor vastgestelde termijn nakomen door de werknemer van een verplichting als bedoeld in artikel 25 of de artikelen 28, tweede lid, en 29, eerste lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen.
|
||||
**3.** Het UWV weigert de uitkering tijdelijk of blijvend, geheel of gedeeltelijk ter zake van het niet of niet behoorlijk nakomen door de werknemer van een verplichting als bedoeld in de artikelen 24, eerste lid, onderdeel b, onder 1° of 4°, of vijfde lid, of 26, artikel 55, tweede lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen of artikel 28, tweede lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, dan wel ter zake van het niet binnen de door het UWV daarvoor vastgestelde termijn nakomen door de werknemer van een verplichting als bedoeld in artikel 25.
|
||||
|
||||
**4.** Het UWV weigert de uitkering tijdelijk of blijvend, geheel of gedeeltelijk indien de verzekerde, bedoeld in de Ziektewet, die gedurende de eerste dertien weken van zijn ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte een uitkering ontvangt op grond van deze wet een verplichting voortvloeiend uit artikel 45, eerste lid, van de Ziektewet niet is nagekomen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -633,7 +637,7 @@ b. indien, in plaats van artikel 35aa, eerste lid, onderdeel b, artikel 20, eers
|
|||
|
||||
**6.** Een maatregel als bedoeld in het derde of vierde lid wordt afgestemd op de ernst van de gedraging en de mate waarin de werknemer de gedraging verweten kan worden. Van het opleggen van een maatregel wordt in elk geval afgezien, indien elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt.
|
||||
|
||||
**7.** Het UWV kan afzien van het opleggen van een maatregel als bedoeld in het derde of vierde lid en volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing ter zake van het niet tijdig nakomen van een verplichting als bedoeld in artikel 25, of de artikelen 28, tweede lid, en 29, eerste lid van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, indien het niet tijdig nakomen van de verplichting, niet heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van uitkering, of ter zake van het zich niet houden aan een voorschrift als bedoeld in artikel 26, eerste lid, onderdelen a, b of d, tenzij het niet tijdig nakomen van de verplichting, of het zich niet houden aan de voorschriften, plaatsvindt binnen een periode van twee jaar te rekenen vanaf de datum waarop eerder aan de werknemer een zodanige waarschuwing is gegeven.
|
||||
**7.** Het UWV kan afzien van het opleggen van een maatregel als bedoeld in het derde of vierde lid en volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing ter zake van het niet tijdig nakomen van een verplichting als bedoeld in artikel 25, indien het niet tijdig nakomen van de verplichting, niet heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van uitkering, of ter zake van het zich niet houden aan een voorschrift als bedoeld in artikel 26, eerste lid, onderdelen a, b of d, tenzij het niet tijdig nakomen van de verplichting, of het zich niet houden aan de voorschriften, plaatsvindt binnen een periode van twee jaar te rekenen vanaf de datum waarop eerder aan de werknemer een zodanige waarschuwing is gegeven.
|
||||
|
||||
**8.** Het UWV kan afzien van het opleggen van een maatregel indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn.
|
||||
|
||||
|
|
@ -643,7 +647,7 @@ b. indien, in plaats van artikel 35aa, eerste lid, onderdeel b, artikel 20, eers
|
|||
|
||||
### Artikel 27a
|
||||
|
||||
**1.** Het UWV legt een bestuurlijke boete op van ten hoogste € 2 269 ter zake van het niet of niet behoorlijk nakomen door de werknemer van een verplichting als bedoeld in artikel 25 van deze wet of artikel 28, tweede lid, of artikel 29, eerste lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen.
|
||||
**1.** Het UWV legt een bestuurlijke boete op van ten hoogste € 2 269 ter zake van het niet of niet behoorlijk nakomen door de werknemer van een verplichting als bedoeld in artikel 25 van deze wet.
|
||||
|
||||
**2.** Het UWV kan afzien van het opleggen van een bestuurlijke boete als bedoeld in het eerste lid en volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing ter zake van het niet of niet behoorlijk nakomen door de werknemer van een verplichting als bedoeld in artikel 25 van deze wet indien dit niet heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van uitkering, tenzij het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting plaatsvindt binnen een periode van twee jaar te rekenen vanaf de datum waarop eerder aan de werknemer een zodanige waarschuwing is gegeven.
|
||||
|
||||
|
|
@ -736,7 +740,7 @@ De uitkering die niet in ontvangst is genomen of is ingevorderd binnen drie maan
|
|||
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid is het UWV bevoegd, op verzoek van de werknemer of uit eigen beweging, de uitkering over een kortere periode te betalen, indien de werknemer over die kortere periode loon ontving.
|
||||
|
||||
**3.** In afwijking van het eerste lid betaalt het UWV aan de werknemer die werkloos is ten gevolge van de eindiging van zijn dienstbetrekking en in wiens dagloon vakantiebijslag is berekend, een gedeelte van de uitkering als vakantiebijslag jaarlijks in de maand mei over de aan die maand voorafgaande 12 maanden, of, indien het recht op uitkering eerder dan in de maand mei geheel eindigt, in de desbetreffende maand. De vakantiebijslag bedraagt 8/108 van de uitkering.
|
||||
**3.** In afwijking van het eerste lid betaalt het UWV aan de werknemer die werkloos is ten gevolge van de eindiging van zijn dienstbetrekking en in wiens dagloon vakantiebijslag is berekend, een gedeelte van de uitkering als vakantiebijslag jaarlijks in de maand mei over de aan die maand voorafgaande maanden, of, indien het recht op uitkering eerder dan in de maand mei geheel eindigt, in de desbetreffende maand. De vakantiebijslag bedraagt 8/108 van de uitkering.
|
||||
|
||||
**4.** Indien het percentage van de vakantiebijslag, bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, wordt gewijzigd, treedt dit gewijzigde percentage in de plaats van de teller en het getal boven het honderd in plaats van de noemer van de in het derde lid genoemde breuk. Het gewijzigde percentage wordt in aanmerking genomen over de uitkering waarop recht bestaat vanaf de dag waarop de wijziging ingaat.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1197,7 +1201,7 @@ b. de werknemer een recht heeft op betaling van loon, vakantiegeld, vakantiebijs
|
|||
|
||||
**3.** De werknemer heeft of de nagelaten betrekkingen hebben geen recht op uitkering indien de aanvraag om een uitkering is ingediend nadat 26 weken zijn verstreken na de dag waarop de werkgever is komen te verkeren in een toestand als bedoeld in artikel 61. Het UWV is bevoegd in bijzondere gevallen af te wijken van de eerste zin.
|
||||
|
||||
**4.** Mede heeft recht op uitkering op grond van dit hoofdstuk de persoon, niet zijnde werknemer, bedoeld in de artikelen 3 of 3a, die gewoonlijk arbeid in Nederland verricht voor de werkgever, bedoeld in artikel 61 of 61a, mits er geen recht op een uitkering bestaat in een andere lidstaat van de Europese Unie.
|
||||
**4.** Mede heeft recht op uitkering op grond van dit hoofdstuk de persoon, niet zijnde werknemer, bedoeld in de artikelen 3 of 3a, die gewoonlijk arbeid in Nederland verricht voor de werkgever, bedoeld in artikel 61 of 61a, mits er geen recht op een uitkering bestaat in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel in een land aangesloten bij de Europese Economische Ruimte.
|
||||
|
||||
**5.** Indien de dienstbetrekking op grond waarvan de werknemer recht heeft op een uitkering is aangevangen in de periode van 26 kalenderweken, bedoeld in artikel 16, tweede lid, wordt bij de overeenkomstige toepassing van artikel 20, eerste lid, onderdelen a en b, het aantal hele kalenderweken in aanmerking genomen dat de dienstbetrekking, bedoeld in artikel 61, in die periode heeft geduurd.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1255,7 +1259,7 @@ c. onder werknemer ook verstaan: de persoon die uitsluitend omdat hij 65 jaar of
|
|||
|
||||
### Artikel 68
|
||||
|
||||
**1.** De artikelen 17, 17a, 17b, 18, 19, eerste lid, onderdelen e tot en met l, derde lid, vijfde lid en zevende tot en met tiende lid, 28, 35, 41, 42, 42a en 47 zijn niet van toepassing op het recht op uitkering, het geldend maken van het recht op uitkering en de betaling van de uitkering op grond van dit hoofdstuk.
|
||||
**1.** De artikelen 17, 17a, 17b, 18, 19, eerste lid, onderdelen e tot en met m, derde lid, vijfde lid en zevende tot en met tiende lid, 28, 35, 41, 42, 42a en 47 zijn niet van toepassing op het recht op uitkering, het geldend maken van het recht op uitkering en de betaling van de uitkering op grond van dit hoofdstuk.
|
||||
|
||||
**2.** Voor zover bij of krachtens dit hoofdstuk niet anders is bepaald zijn de overige artikelen van deze wet en de daarop berustende bepalingen, voor zoveel nodig, van overeenkomstige toepassing op het recht op uitkering, het geldend maken van het recht op uitkering en de betaling van de uitkering op grond van dit hoofdstuk.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1372,7 +1376,7 @@ Het UWV verstrekt de subsidie slechts:
|
|||
a. indien naar het oordeel van het UWV reële behoefte bestaat aan de arbeid die op grond van de dienstbetrekking, bedoeld in het eerste lid, zal worden verricht en die arbeid geen additionele arbeid betreft;
|
||||
b. indien er naar het oordeel van het UWV een reëel uitzicht is op continuering van de dienstbetrekking voor ten minste zes maanden na afloop van de periode waarover de loonkostensubsidie wordt verstrekt, dan wel op een op die dienstbetrekking aansluitende dienstbetrekking van dezelfde of grotere omvang voor ten minste zes maanden;
|
||||
c. indien ten behoeve van de werknemer in de vijf jaar voorafgaand aan de indicatiebeschikking, bedoeld in het derde lid, niet eerder loonkostensubsidie op grond van dit artikel, of artikel 65i van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering of het Tijdelijk besluit brugbanen herbeoordeelden is verstrekt; en
|
||||
d. indien de werknemer in de zes maanden voorafgaand aan de indicatiebeschikking, bedoeld in het derde lid, geen werkzaamheden op een proefplaats als bedoeld in artikel 76a, artikel 65g van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, artikel 67e van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen of artikel 59h van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten heeft verricht.
|
||||
d. indien de werknemer in de zes maanden voorafgaand aan de indicatiebeschikking, bedoeld in het derde lid, geen werkzaamheden op een proefplaats als bedoeld in artikel 76a, artikel 65g van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, artikel 67e van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen of artikel 2:24 of 3:69 van de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten heeft verricht.
|
||||
|
||||
**5.** Onder additionele arbeid als bedoeld in het vierde lid, onderdeel a, wordt verstaan primair op de arbeidsinschakeling gerichte arbeid of het naast of in aanvulling op reguliere arbeid verrichten van werkzaamheden die niet leiden tot verdringing op de arbeidsmarkt.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1656,8 +1660,6 @@ In afwijking van artikel 1:2 van de Algemene wet bestuursrecht is de werkgever g
|
|||
|
||||
**3.** Indien een beschikking niet binnen de termijn van acht weken kan worden gegeven, wordt die termijn met een redelijke termijn verlengd en wordt de aanvrager daarvan schriftelijk in kennis gesteld.
|
||||
|
||||
**4.** Indien in verband met het geven van een beschikking als bedoeld in het eerste lid informatie is gevraagd aan een persoon of instantie buiten Nederland en om die reden de beschikking niet binnen acht weken gegeven kan worden, wordt die termijn verlengd met ten hoogste zes maanden en wordt de aanvrager van deze verlenging schriftelijk in kennis gesteld.
|
||||
|
||||
### Artikel 127a
|
||||
|
||||
**1.** Een aanvraag tot het geven van een beschikking over het verzekerd zijn op grond van deze wet kan door de werknemer uitsluitend bij het UWV worden ingediend. Het UWV geeft de beschikking binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag.
|
||||
|
|
@ -1668,8 +1670,6 @@ In afwijking van artikel 1:2 van de Algemene wet bestuursrecht is de werkgever g
|
|||
|
||||
**4.** Indien een beschikking als bedoeld in het eerste, tweede of derde lid niet binnen de toepasselijke termijn kan worden gegeven, wordt dit schriftelijk aan de aanvrager medegedeeld onder vermelding van een zo kort mogelijke termijn waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien.
|
||||
|
||||
**5.** Indien in verband met het geven van een beschikking als bedoeld in het eerste, tweede of derde lid informatie is gevraagd aan een persoon of instantie buiten Nederland en om die reden de beschikking niet binnen de toepasselijke termijn gegeven kan worden, wordt deze termijn verlengd met ten hoogste zes maanden en wordt de aanvrager van deze verlenging schriftelijk in kennis gesteld.
|
||||
|
||||
### Artikel 127b
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
|
@ -1850,7 +1850,13 @@ Hoofdstuk IV en de daarop berustende bepalingen zoals deze luidden op de dag voo
|
|||
|
||||
### Artikel 130v
|
||||
|
||||
De loonkostensubsidie die voor de dag van inwerkingtreding van de Wet stimulering arbeidsparticipatie, op grond van het Tijdelijk besluit brugbanen herbeoordeelden, is verstrekt aan een werkgever ten behoeve van een persoon die op de dag voor aanvang van die gesubsidieerde dienstbetrekking recht had op een uitkering op grond van deze wet en geen recht had op een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen of de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, wordt aangemerkt als loonkostensubsidie als bedoeld in artikel 78a.
|
||||
De loonkostensubsidie die voor de dag van inwerkingtreding van de Wet stimulering arbeidsparticipatie, op grond van het Tijdelijk besluit brugbanen herbeoordeelden, is verstrekt aan een werkgever ten behoeve van een persoon die op de dag voor aanvang van die gesubsidieerde dienstbetrekking recht had op een uitkering op grond van deze wet en geen recht had op een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen of de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten, wordt aangemerkt als loonkostensubsidie als bedoeld in artikel 78a.
|
||||
|
||||
### Artikel 130w
|
||||
|
||||
**1.** Ten aanzien van de werknemer wiens recht op uitkering voorafgaand aan de dag van inwerkingtreding van artikel VI, onderdeel 1A, van de Verzamelwet SZW 2011 al is ingegaan en die zich op die dag onttrekt aan de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel, wordt voor de toepassing van artikel 19, eerste lid, onderdeel h, als eerste dag waarop hij zich aan de tenuitvoerlegging van die vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel onttrekt, aangemerkt de dag van inwerkingtreding van artikel VI, onderdeel 1A, van de Verzamelwet SZW 2011 en eindigt het recht op uitkering, in afwijking van artikel 19, eerste lid, onderdeel h, vanaf de dag dat het onttrekken aan de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel zes maanden heeft geduurd.
|
||||
|
||||
**2.** Dit artikel vervalt zes maanden na de dag van zijn inwerkingtreding.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk XI. Straf- en slotbepalingen
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue