2017-04-01 | BWBR0002489 | Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965

This commit is contained in:
Coornhert 2017-04-01 12:00:00 +00:00
parent 80471650f8
commit 3063e67cc5

View file

@ -14,7 +14,7 @@ citeertitel: Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965
### Artikel 1
**1.** Dit besluit geeft uitvoering aan de artikelen 4, 5a, 7, 13bis, 18a, 18g, 18h, 19a, 31a, 33, 34, 35, 35f, 35g en 35n van de Wet op de loonbelasting 1964 en aan artikel 10a van de Algemene wet inzake rijksbelastingen.
**1.** Dit besluit geeft uitvoering aan de artikelen 4, 5a, 7, 13bis, 18a, 18g, 19a, 31a, 33, 34, 35, 35f, 35g, 35n en 38n van de Wet op de loonbelasting 1964 en aan artikel 10a van de Algemene wet inzake rijksbelastingen.
**2.**
@ -256,7 +256,7 @@ g. perioden waarin de werknemer een tot zijn huishouden behorend kind heeft verz
| Indien bij een middelloonstelsel bij de toepassing van artikel 18a van de wet een percentage per dienstjaar wordt toegepast van | wordt het in artikel 18a, achtste lid, onderdeel a, eerste volzin, bedoelde bedrag vervangen door 75% van | |
| Indien bij een middelloonstelsel bij de toepassing van artikel 18a van de wet een percentage per dienstjaar wordt toegepast van | wordt het in artikel 18a, zevende lid, onderdeel a, eerste volzin, bedoelde bedrag vervangen door 75% van | |
| --- | --- | --- |
| meer dan | maar niet meer dan | |
| | 1,701% | € 10.479 |
@ -266,7 +266,7 @@ g. perioden waarin de werknemer een tot zijn huishouden behorend kind heeft verz
| Indien bij een eindloonstelsel bij de toepassing van artikel 18a van de wet een percentage per dienstjaar wordt toegepast van | wordt het in artikel 18a, achtste lid, onderdeel a, eerste volzin, bedoelde bedrag vervangen door 66,28% van | |
| Indien bij een eindloonstelsel bij de toepassing van artikel 18a van de wet een percentage per dienstjaar wordt toegepast van | wordt het in artikel 18a, zevende lid, onderdeel a, eerste volzin, bedoelde bedrag vervangen door 66,28% van | |
| --- | --- | --- |
| meer dan | maar niet meer dan | |
| | 1,483% | € 11.858 |
@ -276,7 +276,7 @@ g. perioden waarin de werknemer een tot zijn huishouden behorend kind heeft verz
**4.** De vorige leden zijn van overeenkomstige toepassing met betrekking tot partnerpensioen en wezenpensioen, met dien verstande dat daarbij de in het eerste lid en het tweede lid opgenomen percentages naar evenredigheid worden verlaagd overeenkomstig de verhouding tussen de in artikel 18b, tweede en eerste lid, onderscheidenlijk artikel 18c, tweede en eerste lid, van de wet genoemde percentages per dienstjaar en die in artikel 18a van de wet.
**5.** Bij het begin van het kalenderjaar worden de in het eerste en tweede lid bedoelde bedragen bij ministeriële regeling vervangen door andere. Deze bedragen worden berekend door de te vervangen bedragen te vermenigvuldigen met de verhouding tussen het ingevolge artikel 18a, achtste lid, onderdeel a, eerste volzin, van de wet in het kalenderjaar in aanmerking te nemen bedrag en het ingevolge artikel 18a, achtste lid, onderdeel a, eerste volzin, van de wet in het vorige kalenderjaar in aanmerking te nemen bedrag.
**5.** Bij het begin van het kalenderjaar worden de in het eerste en tweede lid bedoelde bedragen bij ministeriële regeling vervangen door andere. Deze bedragen worden berekend door de te vervangen bedragen te vermenigvuldigen met de verhouding tussen het ingevolge artikel 18a, zevende lid, onderdeel a, eerste volzin, van de wet in het kalenderjaar in aanmerking te nemen bedrag en het ingevolge artikel 18a, zevende lid, onderdeel a, eerste volzin, van de wet in het vorige kalenderjaar in aanmerking te nemen bedrag.
### Artikel 10ab
@ -324,44 +324,17 @@ Voor zover het pensioengevend loon bestaat uit tot het regelmatig genoten loon b
### Artikel 10c
Voor de toepassing van artikel 18h, tweede lid, van de wet is een regeling een pensioenregeling indien zij voldoet aan hoofdstuk IIB of hoofdstuk VIII van de wet, mits:
a. loonbestanddelen in natura niet tot het pensioengevend loon worden gerekend;
b. de bedragen die op de voet van de regeling op het loon van de werknemer worden ingehouden niet meer bedragen dan hetgeen door de inhoudingsplichtige wordt bijgedragen;
c. de in te bouwen uitkeringen ingevolge de Algemene Ouderdomswet per dienstjaar worden gesteld op ten minste de voor dat jaar geldende uitkeringen voor een ongehuwde persoon als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel a, en vijfde lid, onderdeel a, van die wet, vermeerderd met de vakantie-uitkering;
d. indien de werknemer geen mogelijke partner of wees kan aanwijzen als waarop artikel 18b onderscheidenlijk 18c, van de wet betrekking heeft, de regeling geen partnerpensioen onderscheidenlijk wezenpensioen omvat;
e. een overbruggingspensioen voorzover dat dient ter overbrugging van een uitkering ingevolge de Algemene Ouderdomswet is afgestemd op het op grond van artikel 18a, achtste lid, in de pensioenregeling in aanmerking genomen bedrag.
Vervallen
### Artikel 10ca
**1.** Als een lichaam als bedoeld in artikel 19a, eerste lid, onderdeel e, van de wet kan door de inspecteur worden aangewezen een lichaam dat voldoet aan de in artikel 19a, tweede lid, van de wet gestelde voorwaarden en dat is gevestigd in een andere lidstaat van de Europese Unie of in een bij ministeriële regeling aangewezen staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte.
**2.**
Alvorens tot een aanwijzing wordt overgegaan, dient het lichaam:
a. aannemelijk te maken dat de pensioenverplichting wordt gerekend tot het binnenlandse ondernemingsvermogen van de in het eerste lid bedoelde lidstaat onderscheidenlijk staat;
b. aannemelijk te maken dat het is onderworpen aan een belasting naar de winst die resulteert in een naar Nederlandse begrippen reële heffing;
c. zich tegenover de inspecteur, onder door Onze Minister te stellen voorwaarden, te verplichten om met betrekking tot de bij dit lichaam ondergebrachte of nog onder te brengen aanspraken ingevolge een pensioenregeling als bedoeld in artikel 18 van de wet inlichtingen te verstrekken over de uitvoering van de pensioenregeling en de winstbepaling van het lichaam;
d. in een overeenkomst met de ontvanger aansprakelijkheid te aanvaarden voor de belasting die wordt verschuldigd door toepassing van artikel 19b van de wet, ofwel artikel 3.83, eerste of tweede lid, of artikel 3.136, derde, vierde of vijfde lid, of artikel 7.2, achtste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001.
**3.**
De aanwijzing kan door de inspecteur worden ingetrokken wanneer het lichaam:
a. niet meer voldoet aan de in artikel 19a, tweede lid, van de wet gestelde voorwaarden;
b. de pensioenverplichting niet meer rekent tot het binnenlandse ondernemingsvermogen van de in het eerste lid bedoelde lidstaat onderscheidenlijk staat;
c. niet meer is onderworpen aan een belasting naar de winst die resulteert in een naar Nederlandse begrippen reële heffing;
d. niet meer voldoet aan de verplichtingen met betrekking tot het verschaffen van inlichtingen, of
e. niet aan een juiste wijze van uitvoering van de in het tweede lid, onderdeel d, bedoelde overeenkomst inzake aansprakelijkheid meewerkt.
**4.** De aanwijzing wordt geacht te zijn ingetrokken wanneer het lichaam zich in een andere staat vestigt, tenzij de inspecteur op verzoek van het lichaam voor de verplaatsing heeft vastgesteld dat het lichaam ook na de verplaatsing voldoet aan de voorwaarden bedoeld in het tweede lid.
Vervallen
### Artikel 10d
**1.** Als een verzekeraar van een pensioen als bedoeld in artikel 19a, eerste lid, onderdeel f, van de wet kan door Onze Minister worden aangewezen een verzekeraar die op grond van de Wet op het financieel toezicht diensten naar Nederland mag verrichten.
**1.** Als een verzekeraar van een pensioen als bedoeld in artikel 19a, eerste lid, onderdeel d, van de wet kan door Onze Minister worden aangewezen een verzekeraar die op grond van de Wet op het financieel toezicht diensten naar Nederland mag verrichten.
**2.** Als een pensioenfonds als bedoeld in artikel 19a, eerste lid, onderdeel f, van de wet kan door Onze Minister worden aangewezen een lichaam dat naar het recht van de staat van diens zetel bevoegd gelden beheert strekkende tot verzekering van aanspraken ingevolge een pensioenregeling van tenminste 100 werknemers of gewezen werknemers en dat met betrekking tot deze aanspraken vanuit een vestiging buiten Nederland overeenkomsten sluit.
**2.** Als een pensioenfonds als bedoeld in artikel 19a, eerste lid, onderdeel d, van de wet kan door Onze Minister worden aangewezen een lichaam dat naar het recht van de staat van diens zetel bevoegd gelden beheert strekkende tot verzekering van aanspraken ingevolge een pensioenregeling van tenminste 100 werknemers of gewezen werknemers en dat met betrekking tot deze aanspraken vanuit een vestiging buiten Nederland overeenkomsten sluit.
**3.** Alvorens tot een aanwijzing wordt overgegaan, dient de verzekeraar, onderscheidenlijk het pensioenfonds zich tegenover Onze Minister, onder door hem te stellen voorwaarden, te verplichten om met betrekking tot de bij deze verzekeraar of dit fonds verzekerde of nog te verzekeren aanspraken ingevolge een pensioenregeling, bedoeld in artikel 18 van de wet inlichtingen te verstrekken over de uitvoering van de pensioenregelingen en een in Nederland uitwinbare zekerheid jegens de ontvanger te stellen voor de invordering van de belasting die mocht worden verschuldigd door toepassing van artikel 19b van de wet. In afwijking van de eerste volzin behoeft een in een van de lidstaten van de Europese Unie of in een bij ministeriële regeling aangewezen staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte gevestigde verzekeraar of gevestigd pensioenfonds jegens de ontvanger geen in Nederland uitwinbare zekerheid te stellen indien deze verzekeraar of dit pensioenfonds, onder door Onze Minister te stellen voorwaarden, ingevolge een overeenkomst met de ontvanger aansprakelijkheid aanvaardt voor de in die volzin bedoelde belasting.
@ -534,10 +507,10 @@ De loonbelasting wordt mede geheven van natuurlijke personen die de navolgende t
a. de navolgende termijnen van lijfrenten en andere periodieke uitkeringen en verstrekkingen, negatieve uitgaven voor inkomensvoorzieningen en afkoopsommen:
1°. termijnen van lijfrenten verstrekt door een verzekeraar als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht, alsmede termijnen als bedoeld in artikel 3.126a, vierde, vijfde en zesde lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 verstrekt door een bank of beheerder als bedoeld in artikel 3.126a van die wet;
1°. termijnen van lijfrenten verstrekt door een verzekeraar als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht, alsmede termijnen als bedoeld in artikel 3.126a, vierde, vijfde en zesde lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 verstrekt door een bank, beleggingsonderneming of beheerder als bedoeld in artikel 3.126a van die wet;
2°. periodieke uitkeringen en verstrekkingen ter zake van invaliditeit, ziekte of ongeval als bedoeld in artikel 3.100, eerste lid, onderdeel b, van de Wet inkomstenbelasting 2001, verstrekt door een verzekeraar als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht;
3°. negatieve uitgaven voor inkomensvoorzieningen ter zake van een afkoop als bedoeld in artikel 3.133, tweede lid, onderdeel d, van de Wet inkomstenbelasting 2001, indien de afkoopsom is verstrekt door een verzekeraar als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht; daarbij wordt de loonbelasting geheven over de afkoopsom;
4°. uitkeringen die worden verstrekt door een bank of beheerder als bedoeld in artikel 3.126a van de Wet inkomstenbelasting 2001 en die ingevolge artikel 3.133, achtste lid, van die wet worden aangemerkt als negatieve uitgaven voor inkomensvoorzieningen;
4°. uitkeringen die worden verstrekt door een bank, beleggingsonderneming of beheerder als bedoeld in artikel 3.126a van de Wet inkomstenbelasting 2001 en die ingevolge artikel 3.133, achtste lid, van die wet worden aangemerkt als negatieve uitgaven voor inkomensvoorzieningen;
5°. afkoopsommen ter zake van lijfrenten verstrekt door een verzekeraar als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht, voor zover met betrekking tot die afkoopsommen ingevolge hoofdstuk 2, artikel I, onderdeel O, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de Invoeringswet Wet inkomstenbelasting 2001 en artikel 75 van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 de regels die daarvoor golden op 31 december 1991 van toepassing blijven;
6°. periodieke uitkeringen en verstrekkingen en afkoopsommen daarvan verstrekt door een verzekeraar als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht, voor zover met betrekking tot die uitkeringen of verstrekkingen ingevolge hoofdstuk 2, artikel I, onderdeel O, eerste lid, aanhef en onderdeel b of d, van de Invoeringswet Wet inkomstenbelasting 2001 de regels die daarvoor golden op 31 december 2000 op grond van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 van toepassing blijven;
b. uitkeringen ingevolge de Ziektewet en ingevolge de Ongevallenwet 1921, de Land- en Tuinbouwongevallenwet 1922 en de Zeeongevallenwet 1919 in verbinding met de Liquidatiewet ongevallenwetten;
@ -633,15 +606,24 @@ h. het bedrag dat elk lid van het gezelschap als kosten in aanmerking kan nemen
### Artikel 12c
Vervallen
**1.**
### Artikel 12d
Indien een aanspraak ingevolge een pensioenregeling waarvan een lichaam als bedoeld in artikel 19a, eerste lid, onderdelen d of e, van de wet, zoals dat artikel luidde op 31 december 2016, als verzekeraar optreedt, wordt afgekocht of omgezet in een aanspraak ingevolge een oudedagsverplichting als bedoeld in artikel 38n, tweede lid, van de wet, verstrekt de werknemer of gewezen werknemer de volgende informatie:
Vervallen
a. naam, fiscale woonstaat en burgerservicenummer of, bij het ontbreken van het burgerservicenummer, een hiermee vergelijkbaar door de fiscale woonstaat toegekend fiscaal identificatienummer van de werknemer of gewezen werknemer;
b. naam en uniek nummer als bedoeld in de Handelsregisterwet 2007, of bij het ontbreken van een dergelijk nummer en indien dat bestaat, een hiermee vergelijkbaar door de fiscale woonstaat toegekend fiscaal identificatienummer van het lichaam, bedoeld in de aanhef;
c. indien de werknemer of gewezen werknemer een partner of gewezen partner als bedoeld in artikel 38n, vierde lid, van de wet heeft: naam en burgerservicenummer of, bij het ontbreken van het burgerservicenummer, een hiermee vergelijkbaar door de fiscale woonstaat toegekend fiscaal identificatienummer van deze partner of gewezen partner;
d. de door de werknemer of gewezen werknemer gemaakte keuze, bedoeld in artikel 38n, tweede lid, van de wet, tussen afkoop en omzetting in een aanspraak ingevolge een oudedagsverplichting;
e. het tijdstip van de afkoop of omzetting, bedoeld in artikel 38n, tweede lid, van de wet;
f. de fiscale balanswaarde, bedoeld in artikel 38n, derde lid, van de wet, van de tegenover de aanspraak ingevolge een pensioenregeling, bedoeld in de aanhef, staande verplichting, bij het lichaam, bedoeld in de aanhef:
### Artikel 12e
1°. op 1 januari 2015 of, indien het boekjaar afwijkt van het kalenderjaar, op de beginbalans van het boekjaar dat eindigde in 2015;
2°. op 31 december 2015 of, indien het boekjaar afwijkt van het kalenderjaar, op de eindbalans van het boekjaar dat eindigde in 2015;
3°. op 31 december 2016;
4°. op het tijdstip van afkoop of omzetting, bedoeld in de aanhef; en
g. indien de aanspraak ingevolge een pensioenregeling, bedoeld in de aanhef, is omgezet in een aanspraak ingevolge een oudedagsverplichting als bedoeld in artikel 38p van de wet en de werknemer of gewezen werknemer een partner of gewezen partner heeft: of er een afspraak is gemaakt tussen de werknemer of gewezen werknemer en diens partner of gewezen partner over de verdeling van deze aanspraak ingevolge een oudedagsverplichting in geval van beëindiging van het partnerschap.
Vervallen
**2.** De gegevens, bedoeld in het eerste lid, worden aangeleverd binnen een maand na het tijdstip van afkoop of omzetting als bedoeld in het eerste lid door het toesturen van het hiervoor door de Belastingdienst beschikbaar gestelde informatieformulier. Indien de werknemer of gewezen werknemer een partner of gewezen partner als bedoeld in artikel 38n, vierde lid, van de wet heeft, wordt het informatieformulier medeondertekend door deze partner, onderscheidenlijk gewezen partner.
### Artikel 13