2014-04-01 | BWBR0012287 | Vreemdelingencirculaire 2000 (A)

This commit is contained in:
Coornhert 2014-04-01 12:00:00 +00:00
parent ee9c18f83d
commit 307227b5a7

View file

@ -3,7 +3,7 @@ titel: Vreemdelingencirculaire 2000 (A)
bwb_id: BWBR0012287
type: circulaire
status: geldend
datum_inwerkingtreding: '2014-02-18'
datum_inwerkingtreding: '2014-03-18'
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0012287
citeertitel: Vreemdelingencirculaire 2000 (A)
---
@ -245,13 +245,14 @@ De ambtenaren van de KMar zijn belast:
• met de grensbewaking bij alle grensdoorlaatposten in Nederland behalve Rotterdam-Havens, inclusief de grensdoorlaatpost Hoek van Holland/Europoort in de regio Rotterdam;
• met het uitoefenen van grensbewakingstaken in de rest van Nederland.
• De Beneluxlidstaten zijn overeengekomen om het havengebied Gent-Terneuzen, met inbegrip van het kanaal, te beschouwen als buitengrens van het grondgebied van de Benelux voor de personencontrole van opvarenden van zeeschepen in de kanaalzone Gent-Terneuzen. De grensdoorlaatpost in het havengebied Gent-Terneuzen wordt als buitengrens van het Schengengebied beschouwd.
De Beneluxlidstaten zijn overeengekomen om het havengebied Gent-Terneuzen, met inbegrip van het kanaal, te beschouwen als buitengrens van het grondgebied van de Benelux voor de personencontrole van opvarenden van zeeschepen in de kanaalzone Gent-Terneuzen. De grensdoorlaatpost in het havengebied Gent-Terneuzen wordt als buitengrens van het Schengengebied beschouwd.
Tijdelijke grensdoorlaatposten worden ingesteld met het oog op bijzondere omstandigheden en zijn gedurende de tijd dat zij zijn opengesteld te beschouwen als gewone grensdoorlaatposten (artikel 2, achtste lid, SGC). De ambtenaren van de KMar zijn belast met de grensbewaking bij de tijdelijke grensdoorlaatposten.
In Nederland zijn de Korpschef (Vreemdelingenpolitie), de KMar en de ZHP bevoegd om visa, daaronder begrepen een mvv, nietig te verklaren en in te trekken. De Korpschef, de KMar en de ZHP moeten tijdens kantooruren contact opnemen met de IND voordat zij een visum intrekken of nietig verklaren.
In Nederland zijn de ambtenaren van politie de KMar en de ZHP bevoegd om visa, daaronder begrepen een mvv, nietig te verklaren en in te trekken. De ambtenaren van politie, de KMar en de ZHP moeten tijdens kantooruren contact opnemen met de IND voordat zij een visum intrekken of nietig verklaren.
De Korpschef, de KMar en de ZHP maken de beslissing tot nietigverklaring of intrekking van een visum, anders dan een mvv, en de gronden waarop deze beslissing is gebaseerd aan de vreemdeling kenbaar door middel van een standaardformulier (bijlage VI Visumcode).
De ambtenaren van politie, de KMar en de ZHP maken de beslissing tot nietigverklaring of intrekking van een visum, anders dan een mvv, en de gronden waarop deze beslissing is gebaseerd aan de vreemdeling kenbaar door middel van een standaardformulier (bijlage VI Visumcode). De ambtenaren van politie, de KMar en de ZHP maken de beslissing tot annulering (nietigverklaring) of intrekking van een mvv bekend door middel van Model M8.
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen is bevoegd de bepalingen van de Vw toe te passen op vreemdelingen die niet tot een van de hieronder genoemde categorieën behoren:
@ -1525,11 +1526,7 @@ Als de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde, de openbare veilighei
Als gevaar voor de openbare orde wordt hier aangemerkt iedere verdenking of veroordeling ter zake van een misdrijf. Ook het aanvaarden van een transactie ter zake van een misdrijf wordt aangemerkt als een gevaar voor de openbare orde. De Korpschef moet een verdenking van een misdrijf gepleegd door een vreemdeling bevestigen.
Een risico dat de vreemdeling zich aan het toezicht zal onttrekken wordt aangenomen als tenminste twee van de feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 5.1b Vb op de vreemdeling van toepassing zijn.
Als de IND, KMar of politie besluit om de vertrektermijn aan de vreemdeling te onthouden moet altijd in het besluit worden toegelicht waaruit blijkt dat aannemelijk is dat het risico op onttrekken aan het toezicht zich voordoet. De feiten of omstandigheden zoals genoemd onder artikel 5.1b, eerste lid, onder a, c, d, f, g, h, m Vb brengen naar hun aard direct een risico op onttrekken aan toezicht met zich mee. Ook dan geldt dat zich twee gronden moeten voordoen.
Een risico dat de vreemdeling zich aan het toezicht zal onttrekken wordt in beginsel niet aangenomen bij de eerste aanvraag van de vreemdeling voor het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
Een risico dat de vreemdeling zich aan het toezicht zal onttrekken wordt in beginsel niet tegengeworpen bij de eerste aanvraag van de vreemdeling voor het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
In alle volgende situaties wordt een risico dat de vreemdeling zich aan het toezicht zal onttrekken bij de eerste aanvraag van de vreemdeling voor het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wel tegengeworpen:
@ -1538,7 +1535,11 @@ In alle volgende situaties wordt een risico dat de vreemdeling zich aan het toez
• als de vreemdeling zich niet direct heeft gemeld voor het indienen van een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd;
• als tegen de vreemdeling eerder een terugkeerbesluit is uitgevaardigd.
Bij de uitleg van voldoende middelen van bestaan als bedoeld in artikel 5.1b, lid 1 onder j, Vb wordt aangesloten bij de bestaande invulling van dit begrip in artikel 3.74 Vb en paragraaf B1/4.3.3 Vc.
De IND, KMar en politie hoeven zware gronden als bedoeld in artikel 5.1b, lid 3, Vb niet nader toe te lichten om een risico op onttrekken aan toezicht aan te nemen.
De IND, KMar en politie moeten lichte gronden als bedoeld in artikel 5.1b, lid 4, Vb nader toelichten om een risico op onttrekken aan toezicht aan te nemen.
Bij de uitleg van voldoende middelen van bestaan als bedoeld in artikel 5.1b, lid 4 onder d, Vb wordt aangesloten bij de bestaande invulling van dit begrip in artikel 3.74 Vb en paragraaf B1/4.3.3 Vc.
Het is niet mogelijk de vreemdeling de vertrektermijn te onthouden wegens kennelijke ongegrondheid van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning.
@ -1888,44 +1889,69 @@ Voor de wijze waarop de familierechtelijke relatie en het feitelijke behoren tot
Het achterwege blijven van uitzetting op grond van artikel 64 Vw doet zich niet eerder voor dan vanaf het moment waarop de rechtsplicht ontstaat Nederland te verlaten. Uitzondering hierop is de ambtshalve toets die de IND uit kan voeren in de parallelle procedure (zie paragraaf A3/7.3.1 Vc).
#### 7.1. Aanvraag op grond van
#### 7.1. Schriftelijke kennisgeving
Een vreemdeling die bekend is bij de IND, moet een aanvraag op grond van artikel 64 Vw schriftelijk indienen bij de IND.
De vreemdeling die een aanvraag om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw wil indienen, stelt de IND daarvan eerst schriftelijk in kennis met het formulier Kennisgeving aanvraag uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw (hierna: schriftelijke kennisgeving) en voegt de relevante medische gegevens en bewijsmiddelen als hieronder vermeld toe.
Een vreemdeling die niet bekend is bij de IND, of die eerder met onbekende bestemming is vertrokken, moet telefonisch contact opnemen met de IND over de te volgen werkwijze. Deze vreemdeling wordt in de gelegenheid gesteld om de aanvraag op grond van artikel 64 Vw in persoon aan het IND-loket in te dienen. Het in persoon indienen van de aanvraag is nodig opdat de IND de aanwezigheid van de vreemdeling in Nederland kan vaststellen en zo nodig nadere vragen kan stellen omtrent de actuele verblijfplaats.
De IND stelt de schriftelijke kennisgeving en bijlagen beschikbaar:
De IND stelt de verblijfplaats vast door een afschrift uit het GBA of een ander bewijsmiddel waaruit de verblijfplaats van de vreemdeling blijkt. Het niet in persoon aan het IND-loket verschijnen is grond voor afwijzing.
• via de website www.ind.nl; en
• bij de IND-loketten.
Als de vreemdeling die de aanvraag op grond van artikel 64 Vw wil indienen:
De vreemdeling legt bij de schriftelijke kennisgeving als hiervoor bedoeld in ieder geval de volgende bewijsmiddelen over:
• een uitgeprocedeerde asielzoeker is, of
• een asielzoeker is en zich in de hoger beroepsfase van de asielprocedure bevindt; en
• in afwachting van de behandeling van de aanvraag op grond van artikel 64 Vw in aanmerking wil komen voor opvang op grond van de Rva,
1. een ingevulde en ondertekende toestemmingsverklaring, niet ouder dan zes maanden, met vermelding van behandelaar(s) bij wie de vreemdeling momenteel onder behandeling staat;
2. een gedagtekend en ondertekend schriftelijk bewijs van de medische behandelaar(s), niet ouder dan zes weken op het moment waarop het bewijs overgelegd wordt, waaruit blijkt:
moet hij telefonisch contact opnemen met de IND over de te volgen werkwijze (zie paragraaf A3/7.2 Vc).
• de naam, het adres en het registratienummer van het register van Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg of het Nederlands Instituut van Psychologen van de behandelaar(s);
• welke medische klachten de vreemdeling heeft, waarvoor hij door de behandelaar(s) wordt behandeld;
• de datum van de start van de behandeling en als dit bekend is de verwachte einddatum van de behandeling.
3. relevante medische gegevens, dat wil zeggen meer gedetailleerde informatie over:
Als de vreemdeling de aanvraag op grond van artikel 64 Vw indient bij de DT&V, de vreemdelingenpolitie, ZHP, KMar of het COA, wordt de aanvraag doorgezonden aan de IND.
• de actuele klachten en diagnose die de behandelaar heeft geconstateerd;
• de medische voorgeschiedenis;
• de aard van de ingezette of in te zetten behandeling;
• de voorgeschreven medicatie (indien van toepassing);
• het beloop van de behandeling en de te verwachten duur ervan.
4. een kopie van een geldig document voor grensoverschrijding en/of identiteitsdocument of andere bewijsmiddelen waarmee de vreemdeling inzicht in zijn identiteit en nationaliteit geeft.
De vreemdeling onderbouwt de aanvraag op grond van artikel 64 Vw in ieder geval met de volgende bewijsmiddelen:
De relevante medische gegevens moeten aan alle volgende voorwaarden voldoen:
1. een ingevulde en ondertekende toestemmingsverklaring, niet ouder dan zes maanden met vermelding van de behandelaars, bij wie de vreemdeling momenteel onder behandeling staat.
2. een gedagtekend, ondertekend schriftelijk bewijs van de medische behandelaar(s), niet ouder dan zes weken op het moment waarop het overgelegd wordt, waaruit blijkt:
a. de naam, het adres en het registratienummer van het register van Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg of het Nederlands Instituut van Psychologen van de behandelaar(s);
b. welke medische klachten de vreemdeling heeft, waarvoor hij door de behandelaar wordt behandeld;
c. de datum van de start van de behandeling en indien dit bekend is de verwachte einddatum van de behandeling.
3. een kopie van een geldig document voor grensoverschrijding en/ of identiteitsdocument of andere bewijsmiddelen waarmee de vreemdeling inzicht in zijn identiteit en nationaliteit geeft.
De IND stelt de bijlagen toestemmingsverklaring en bewijs omtrent medische situatie vreemdeling beschikbaar via zijn website. Ook zijn deze bijlagen bij de IND-loketten verkrijgbaar.
• afkomstig zijn van de behandelaar(s) van de vreemdeling;
• een antwoord bevatten op alle vragen die het Bureau Medische Advisering (BMA) heeft gesteld in haar brief aan de behandelaar(s). Deze brief maakt onderdeel uit van de bijlage toelichting en bewijsmiddelen medische omstandigheden;
• geen antwoorden bevatten op andere vragen dan die gesteld door het BMA.
Als de vreemdeling niet beschikt over een geldig document voor grensoverschrijding beschouwt de IND de volgende documenten als een bewijsmiddel van identiteit en nationaliteit:
• een schriftelijke verklaring van de autoriteiten van het land waarvan de vreemdeling onderdaan is, waarin de autoriteiten van dat land motiveren waarom de vreemdeling niet in het bezit wordt gesteld van een geldig document voor grensoverschrijding; en
• aanvullende gegevens en bescheiden met betrekking tot zijn identiteit en nationaliteit zoals een identiteitskaart, een geboorteakte of een nationaliteitsverklaring.
• aanvullende gegevens en bewijsmiddelen met betrekking tot zijn identiteit en nationaliteit zoals een identiteitskaart, een geboorteakte of een nationaliteitsverklaring.
De IND beoordeelt of de hierboven genoemde bewijsmiddelen compleet zijn. Als deze ontbreken of incompleet zijn, stelt de IND de vreemdeling in de gelegenheid binnen twee weken de aanvraag aan te vullen en dit verzuim te herstellen. Als de vreemdeling hieraan niet voldoet, wijst de IND de aanvraag af. De redelijke termijn van twee weken kan korter zijn als de uitzetting van de vreemdeling gepland is.
De IND start na ontvangst van de schriftelijke kennisgeving en de verstrekte informatie en bewijsmiddelen de voorbereiding van het onderzoek naar de inwilligbaarheid van de nog in te dienen aanvraag.
De beslistermijn op de aanvraag op grond van artikel 64 Vw mag eenmalig worden verlengd met dertien weken. De verlenging van de beslistermijn is in ieder geval redelijk als BMA onderzoek moet doen naar de medische problematiek van de vreemdeling. De IND maakt aan de vreemdeling schriftelijk bekend binnen welke termijn een besluit op de aanvraag op grond van artikel 64 Vw kan worden verwacht.
De IND beoordeelt of de schriftelijke kennisgeving en de bewijsmiddelen compleet zijn. Het BMA beoordeelt de relevante medische als hiervoor genoemd onder punt 3. De IND stelt de vreemdeling in de gelegenheid om ongeveer twee weken later de aanvraag om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw in persoon in te dienen bij de IND. Het BMA start het adviestraject en brengt, indien mogelijk binnen de periode van twee weken, een medisch advies uit.
De IND vraagt de vreemdeling of zijn gemachtigde in ieder geval om aanvullende informatie of bewijsmiddelen als:
• de schriftelijke kennisgeving niet volledig is ingevuld;
• de door de vreemdeling verstrekte informatie niet duidelijk is;
• de relevante medische gegevens of overige bewijsmiddelen niet volledig zijn of in het geheel ontbreken.
De IND geeft schriftelijk aan de vreemdeling door welke gegevens ontbreken. De reeds ontvangen medische stukken hoeft de vreemdeling niet opnieuw naar de IND te sturen, tenzij deze ouder zijn geworden dan drie maanden.
Op het moment dat de vreemdeling de ontbrekende gegevens aanlevert, stelt de IND de vreemdeling in de gelegenheid om de aanvraag op grond van artikel 64 Vw in persoon in te dienen bij de IND.
##### 7.1.1. Aanvraag op grond van
De aanvraag om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw moet worden voorafgegaan door een schriftelijke kennisgeving als beschreven in paragraaf A3/7.1 Vc. Na de schriftelijke kennisgeving maakt de IND met de vreemdeling een afspraak om de aanvraag in persoon in te dienen. De vreemdeling moet de aanvraag indienen met het formulier aanvraag uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw. Dit formulier is verkrijgbaar:
• via de website www.ind.nl; en
• bij de IND-loketten.
De IND wijst de aanvraag in ieder geval af als de vreemdeling, nadat de IND hem daartoe in de gelegenheid heeft gesteld, de incomplete of ontbrekende bewijsmiddelen als genoemd in paragraaf A3/7.1 Vc niet heeft aangevuld.
De procedure als beschreven in artikel 6.1c, derde lid, Vb, wordt aangeduid als de ééndagstoets. De IND behandelt de aanvraag om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw binnen de ééndagstoets.
Indien de aanvraag om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw niet in de ééndagstoets kan worden afgedaan, mag de beslistermijn op de aanvraag eenmalig worden verlengd met dertien weken. De verlenging van de beslistermijn is in ieder geval redelijk als BMA onderzoek moet doen naar de medische problematiek van de vreemdeling. De IND maakt aan de vreemdeling schriftelijk bekend binnen welke termijn een besluit op de aanvraag op grond van artikel 64 Vw kan worden verwacht.
Het indienen van de aanvraag op grond van artikel 64 Vw schort de vertrekplicht niet op. In afwachting van het besluit op de aanvraag, heeft de vreemdeling geen rechtmatig verblijf ex artikel 8 Vw.
@ -1937,9 +1963,9 @@ Als de IND de aanvraag afwijst, brengt de IND de vreemdeling hier schriftelijk v
Het komt voor dat BMA in het advies aangeeft dat de vreemdeling in staat is om te reizen, maar dat dit onder voorwaarden moet plaatsvinden. Het is de verantwoordelijkheid van de vreemdeling om dit regelen. Het uitgangspunt in het vreemdelingenbeleid is namelijk dat de vreemdeling die niet of niet langer rechtmatig verblijf heeft, Nederland uit eigen beweging dient te verlaten binnen een bepaalde termijn. Slechts in geval van uitzetting ziet de DT&V erop toe dat aan deze voorwaarden is voldaan voordat de vreemdeling wordt uitgezet. Het opvragen en meenemen van het medisch dossier is ook de verantwoordelijkheid van de vreemdeling zelf. De DT&V wijst de vreemdeling of zijn gemachtigde hierop.
##### 7.1.1. Raadplegen BMA
##### 7.1.2. Raadplegen BMA
Bij de beoordeling van de aanvraag op grond van artikel 64 Vw verzoekt de IND het BMA om een advies uit te brengen als de IND dit op grond van de overgelegde bewijsmiddelen nodig acht om de aanvraag te beoordelen.
Bij de beoordeling van de aanvraag op grond van artikel 64 Vw verzoekt de IND het BMA om een advies uit te brengen als de IND dit op grond van de overgelegde bewijsmiddelen nodig acht om de aanvraag te beoordelen. De IND verzoekt het BMA in ieder geval niet om een advies uit te brengen als de vreemdeling incomplete of ontbrekende bewijsmiddelen als genoemd in paragraaf A3/7.1 Vc overlegt en deze, nadat de IND hem daartoe in de gelegenheid heeft gesteld, niet heeft aangevuld.
Het raadplegen van BMA is niet nodig als het gaat om een aanvraag op grond van artikel 64 Vw bij zwangerschap of tuberculose (zie paragraaf A3/7.4 en 7.5 Vc).
@ -1951,21 +1977,16 @@ c. in dit verband tijdelijk niet in staat is om te reizen.
De IND verleent in deze gevallen uitstel van vertrek voor de duur van de opname tot een maximum van een half jaar.
De IND wijst in ieder geval de aanvraag op grond van artikel 64 Vw van de vreemdeling af zonder advies aan het BMA te vragen als de vreemdeling:
• geen volledig ingevulde en ondertekende toestemmingsverklaring niet ouder dan zes maanden overlegt; en
• zijn medische situatie niet aantoont.
Een uitzondering op het niet aantonen van de medische situatie is als de DT&V, het COA of de ambtenaar belast met grensbewaking, concrete aanwijzingen heeft dat de vreemdeling medisch gezien niet in staat is om te reizen. De vreemdeling moet onder behandeling staan bij een behandelaar. In dit geval moet de ambtenaar belast met de uitzetting of ontruiming of de ambtenaar van de DT&V ook zonder nadere onderbouwing van het beroep op artikel 64 Vw door de vreemdeling zich ervan vergewissen of de uitzetting achterwege moet blijven en bij de IND een medisch advies (laten) vragen.
De vreemdeling hoeft zijn medische situatie niet aan te tonen als de DT&V, het COA of de ambtenaar belast met grensbewaking, concrete aanwijzingen heeft dat de vreemdeling medisch gezien niet in staat is om te reizen. De vreemdeling moet onder behandeling staan bij een behandelaar. In dit geval moet de ambtenaar belast met de uitzetting of ontruiming of de ambtenaar van de DT&V ook zonder nadere onderbouwing van het beroep op artikel 64 Vw door de vreemdeling zich ervan vergewissen of de uitzetting achterwege moet blijven en bij de IND een medisch advies (laten) vragen.
De IND vraagt het BMA geen informatie over behandelmogelijkheden in het land van herkomst als de vreemdeling zijn identiteit en nationaliteit niet aantoont. In dat geval is niet duidelijk in welk land naar behandelmogelijkheden moet worden gezocht en wordt uitgegaan van het bestaan ervan.
##### 7.1.2. Inwilliging
##### 7.1.3. Inwilliging
De IND doet, onder verwijzing naar het medisch advies van BMA, schriftelijk alle volgende mededelingen aan de vreemdeling:
• dat uitzetting achterwege blijft op grond van artikel 64 Vw;
• de duur van de opschorting van het vertrek. Deze periode is gelijk aan de periode die in het medisch advies van BMA is genoemd, met een maximum van een jaar.
• de duur van de opschorting van het vertrek. Deze periode vangt aan op de datum van de beschikking waarbij de IND artikel 64 Vw toepast en is gelijk aan de periode die in het medisch advies van BMA is genoemd, waarvoor de vreemdeling naar verwachting onder behandeling zal staan, met een maximum van een jaar.
De IND informeert de DT&V dat uitzetting tijdelijk achterwege blijft. Als de vreemdeling aanspraak wil maken op Rva-verstrekkingen, informeert de IND ook het COA.
@ -1980,45 +2001,61 @@ Na afloop van de opschorting van het vertrek ontstaat de plicht voor de vreemdel
Er is geen nieuw besluit nodig.
##### 7.1.3. Handelswijze bij een inreisverbod
##### 7.1.4. Handelwijze aanvraag om uitstel van vertrek op grond van
Een aanvraag op grond van artikel 64 Vw wordt afgewezen als aan de vreemdeling een inreisverbod is opgelegd op grond van artikel 66a, zevende lid, Vw. De gezondheidstoestand van de vreemdeling kan wel aanleiding zijn om tijdelijk de vreemdeling niet uit te zetten. Uitzetting blijft achterwege zonder dat sprake is van rechtmatig verblijf en zonder dat het inreisverbod wordt opgeheven. De IND stelt in deze situatie geen aantekening in het document voor grensoverschrijding.
De IND wijst een aanvraag om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw af als aan de vreemdeling een inreisverbod is opgelegd op grond van artikel 66a, zevende lid, Vw. De gezondheidstoestand van de vreemdeling kan wel aanleiding zijn om tijdelijk de vreemdeling niet uit te zetten. Uitzetting blijft achterwege zonder dat sprake is van rechtmatig verblijf en zonder dat het inreisverbod wordt opgeheven. De IND stelt in deze situatie geen aantekening in het document voor grensoverschrijding.
Een aanvraag op grond van artikel 64 Vw kan worden ingewilligd als aan de vreemdeling een inreisverbod is opgelegd op grond van artikel 66a, zesde lid, onder b, Vw.
De IND kan een aanvraag om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw inwilligen als aan de vreemdeling een inreisverbod is opgelegd op grond van artikel 66a, zesde lid, onder b, Vw.
#### 7.2. Opvang in afwachting van definitieve besluitvorming op een aanvraag op grond van
##### 7.1.5. Handelwijze aanvraag om uitstel van vertrek op grond van
Een uitgeprocedeerde asielzoeker of een asielzoeker die zich in de hoger beroepsfase van de asielprocedure bevindt kan in afwachting van een besluit op de aanvraag op grond van artikel 64 Vw, rechtmatig verblijf op grond van artikel 8, aanhef en onder j, Vw krijgen, waardoor volgens de Rva recht op opvang ontstaat, als de vreemdeling:
De IND past artikel 64 Vw niet toe als de vreemdeling op grond van de Verordening (EU) nr.604/2013 wordt overgedragen aan een bij de Verordening aangesloten lidstaat. In dat geval kan de vreemdeling op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel worden overgedragen aan een andere lidstaat, tenzij de vreemdeling met bewijsmiddelen aannemelijk maakt dat dit uitgangspunt in zijn geval niet opgaat.
• telefonisch contact opneemt met de IND over de te volgen werkwijze; en
• voordat de aanvraag op grond van artikel 64 Vw wordt ingediend alle volgende bewijsmiddelen aan de IND stuurt:
De vreemdeling dient in dat geval een aanvraag om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw schriftelijk in bij de IND zonder schriftelijke kennisgeving. Deze aanvraag moet onderbouwd worden met:
• de relevante medische gegevens van de vreemdeling, in een gesloten envelop voorzien van een stempel of aantekening medisch geheim; en
• de bewijsmiddelen beschreven onder paragraaf A3/7.1 Vc.
• een ingevulde en ondertekende toestemmingsverklaring, niet ouder dan zes maanden met vermelding van de behandelaar(s) bij wie de vreemdeling momenteel onder behandeling staat; en
• bewijs omtrent de medische situatie van de vreemdeling; en
• medische stukken waaruit blijkt dat de vreemdeling niet in staat is om fysiek overgedragen te worden aan een bij de Verordening (EU) nr. 604/2013 aangesloten lidstaat.
Als de IND de ontvangen bewijsmiddelen compleet beoordeelt, beoordeelt het BMA vervolgens de gesloten envelop met de relevante medische gegevens. De IND stelt de vreemdeling in de gelegenheid om ongeveer twee weken later de aanvraag op grond van artikel 64 Vw in persoon in te dienen bij de IND. Deze periode is nodig voor het BMA om te kunnen vaststellen of de overgelegde medische gegevens compleet zijn. Als de verstrekte medische gegevens incompleet zijn, geeft de IND schriftelijk aan de vreemdeling door welke gegevens ontbreken. De reeds ontvangen medische stukken hoeven bij een vervolg verzoek als bedoeld in deze paragraaf niet opnieuw te worden gestuurd tenzij deze ouder zijn geworden dan drie maanden. Op het moment dat de vreemdeling de ontbrekende gegevens aanlevert, maakt de IND een nieuwe afspraak met de vreemdeling om de aanvraag in te dienen aan het loket. Als de verstrekte relevante medische gegevens compleet zijn, wordt het adviestraject van BMA gestart en brengt het BMA, indien mogelijk, binnen de eerdergenoemde periode van twee weken, een medisch advies uit. Als op de datum van de afspraak aan het IND-loket het advies van het BMA nog niet gereed is, past de IND artikel 64 Vw toe voor drie maanden in afwachting van een besluit op de aanvraag.
Als de vreemdeling geen medische bewijsmiddelen ter onderbouwing van de aanvraag indient en/of een ingevulde toestemmingsverklaring ontbreekt, stelt de IND de vreemdeling in de gelegenheid binnen een redelijke termijn van twee weken de aanvraag aan te vullen en dit verzuim te herstellen. Als de vreemdeling hier niet aan voldoet, wijst de IND de aanvraag af. De termijn van twee weken kan korter zijn als de uitzetting van de vreemdeling eerder is gepland.
##### 7.2.1. Inwilliging
Bij de beoordeling van een aanvraag om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw, waarbij sprake is van een overdracht aan één van de bij de Verordening aangesloten lidstaten, kan de IND het BMA verzoeken om een advies uit te brengen.
Als aan de voorwaarden is voldaan kan artikel 64 Vw worden toegepast ten aanzien van uitgeprocedeerde asielzoekers die een aanvraag hebben ingediend op grond van artikel 64 Vw, in afwachting van de definitieve besluitvorming. De IND moet vaststellen of de vreemdeling alle relevante bewijsmiddelen heeft overgelegd die nodig zijn om bij het BMA een medisch advies aan te vragen voor een definitieve beoordeling van de aanvraag op grond van artikel 64 Vw.
#### 7.2. Toepassing van
Artikel 64 Vw wordt in dit geval verleend voor maximaal drie maanden of zoveel korter tot een besluit op de aanvraag is genomen. Artikel 64 Vw vervalt nadat de drie maanden zijn verstreken of na de bekendmaking van het besluit op de aanvraag. Als na drie maanden nog geen besluit is genomen, verleent de IND opnieuw artikel 64 Vw ambtshalve voor maximaal drie maanden.
De IND stelt vast of de vreemdeling alle relevante bewijsmiddelen heeft overgelegd die nodig zijn om bij het BMA een medisch advies op te vragen voor de beoordeling van de aanvraag om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw (zie paragraaf A3/7.1 Vc).
Als de vreemdeling beschikt over een geldig document voor grensoverschrijding, wordt de werkwijze zoals beschreven onder paragraaf A3/7.1.2 Vc gevolgd. Als de vreemdeling niet beschikt over een geldig document voor grensoverschrijding, dan wordt de vreemdeling in het bezit gesteld van een brief van de IND waarin staat dat de uitzetting achterwege blijft op grond van artikel 64 Vw, voor een periode van drie maanden of zoveel korter tot dat een besluit op de aanvraag op grond van artikel 64 Vw wordt genomen.
De IND past artikel 64 Vw toe in afwachting van de beslissing op de aanvraag om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw, als de IND op de datum van de afspraak aan het IND-loket vaststelt dat:
Als artikel 64 Vw is toegepast in afwachting van de definitieve besluitvorming van de aanvraag op grond van artikel 64 Vw geldt na afloop van de periode van de opschorting van het vertrek de plicht voor de vreemdeling om Nederland te verlaten overeenkomstig de vertrektermijn van het gelijktijdig met de toekenning of voordien gegeven terugkeerbesluit.
• de vreemdeling een aanvraag om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw heeft ingediend; en
• de vreemdeling voorafgaand aan de aanvraag om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw bij de schriftelijke kennisgeving alle relevante bewijsmiddelen als genoemd in paragraaf A3/7.1 Vc heeft overgelegd op de wijze zoals beschreven in die paragraaf; en
• het advies van het BMA nog niet gereed is.
De IND verleent artikel 64 Vw in dit geval voor maximaal drie maanden vanaf de datum van de beschikking waarbij artikel 64 Vw wordt toegepast, of zoveel korter totdat de IND een besluit op de aanvraag om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw heeft genomen. Artikel 64 Vw vervalt nadat de drie maanden zijn verstreken of na het besluit op de aanvraag om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw. Als de IND na drie maanden nog geen besluit heeft genomen, past de IND ambtshalve opnieuw artikel 64 Vw ambtshalve toe voor maximaal drie maanden.
Als de vreemdeling beschikt over een geldig document voor grensoverschrijding, is de werkwijze zoals beschreven onder paragraaf A3/7.1.3 Vc, met betrekking tot het plaatsen van een sticker Verblijfsaantekening algemeen, van toepassing. Als de vreemdeling niet beschikt over een geldig document voor grensoverschrijding, wordt de vreemdeling, in afwijking van paragraaf A3/7.3.1 Vc, in het bezit gesteld van een brief van de IND waarin staat dat de uitzetting achterwege blijft op grond van artikel 64 Vw, voor een periode van drie maanden of zoveel korter totdat de IND een besluit op de aanvraag op grond van artikel 64 Vw heeft genomen.
##### 7.2.1. Opvang in afwachting van definitieve besluitvorming op een aanvraag om uitstel van vertrek op grond van
De vreemdeling heeft recht op opvang in afwachting van definitieve besluitvorming op een aanvraag om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw als hij aan alle volgende voorwaarden voldoet:
• de IND verleent artikel 64 Vw, in afwachting van de beslissing op de aanvraag om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw, zoals in de vorige paragraaf beschreven;
• de vreemdeling een:
• uitgeprocedeerde asielzoeker is; of
• asielzoeker is die zich in de hoger beroepsfase van de asielprocedure bevindt; en
• de vreemdeling heeft op de schriftelijke kennisgeving aangegeven dat hij, in afwachting van de beslissing op de aanvraag, in aanmerking wil komen voor opvang.
#### 7.3. Medische aspecten parallel aan de asielprocedure
Doordat een medisch advies in de rust- en voorbereidingstermijn kan worden opgesteld, kunnen medische omstandigheden eerder worden onderkend door de IND. Deze omstandigheden worden zoveel mogelijk (ambtshalve) meegenomen tijdens de asielprocedure. Overige medische omstandigheden die tijdens de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd tot uiting komen, worden ook meegenomen als deze zijn onderbouwd. Bij een afwijzing van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel wordt in de meeromvattende beschikking door de IND beoordeeld of de medische omstandigheden grond zijn voor toepassing van artikel 64 Vw. Deze ambtshalve toets op grond van artikel 64 Vw parallel aan de asielprocedure wordt parallelle procedure genoemd.
Doordat een medisch advies in de rust- en voorbereidingstermijn kan worden opgesteld, kunnen medische omstandigheden eerder worden onderkend door de IND. Deze omstandigheden worden op grond van artikel 6.1e Vb ambtshalve meegenomen tijdens de eerste asielprocedure. Overige medische omstandigheden die tijdens de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd tot uiting komen, worden ook meegenomen als deze zijn onderbouwd. Bij een afwijzing van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel wordt in de meeromvattende beschikking door de IND beoordeeld of de medische omstandigheden grond zijn voor toepassing van artikel 64 Vw. Deze ambtshalve toets op grond van artikel 64 Vw parallel aan de asielprocedure wordt parallelle procedure genoemd.
Ten behoeve van de parallelle procedure moet de vreemdeling een recente, volledige ingevulde en ondertekende toestemmingsverklaring verstrekken en zijn identiteit en nationaliteit laten vaststellen zoals beschreven in paragraaf A3/7.1 Vc.
Om via de parallelle procedure voor toepassing van artikel 64 Vw in aanmerking te kunnen komen moet de vreemdeling een recente, volledige ingevulde en ondertekende toestemmingsverklaring verstrekken en zijn identiteit en nationaliteit laten vaststellen zoals beschreven in paragraaf A3/7.1 Vc.
Bij tweede of volgende aanvragen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd die in de algemene asielprocedure worden afgewezen geldt de parallelle procedure niet. Voor deze vreemdelingen staat de procedure zoals beschreven in paragraaf A3/7.2 Vc open.
De IND past de parallelle procedure ook toe bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd of bij afwijzing van de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van die vergunning, met dien verstande dat in dat geval de ambtshalve beoordeling uitsluitend plaatsvindt indien de vreemdeling de voor die beoordeling relevante medische gegevens en overige bescheiden heeft overgelegd.
Bij tweede of volgende aanvragen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd die in de verlengde procedure worden behandeld, kan de parallelle procedure worden toegepast als de onder paragraaf A3/7.2 Vc genoemde bewijsmiddelen zijn overgelegd. Zie ook paragraaf C1/2.4 Vc.
Bij tweede of volgende aanvragen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd geldt de parallelle procedure niet. Voor deze vreemdelingen staat de procedure zoals beschreven in paragraaf A3/7.2 Vc open.
Artikel 64 Vw wordt niet toegepast als de vreemdeling op grond van de Verordening (EU) nr. 604/2013 wordt overgedragen aan een bij de Verordening (EU) nr. 604/2013 aangesloten lidstaat. In dat geval kan de vreemdeling op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel worden overgedragen aan een lidstaat, omdat de medische voorzieningen vergelijkbaar worden verondersteld tussen de lidstaten, tenzij de vreemdeling aannemelijk maakt met bewijsmiddelen dat dit uitgangspunt in zijn geval niet opgaat (zie hiervoor paragraaf C2/4 Vc).
De IND past de parallelle procedure op grond van artikel 6.1e Vb niet toe, wanneer de IND de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afwijst op grond van artikel 30, eerste lid, Vw. Daarbij geldt voor de vreemdeling die op grond van de Verordening (EU) nr. 604/2013 wordt overgedragen aan de verantwoordelijke lidstaat, dat hij ook anderszins niet in aanmerking voor toepassing van artikel 64 Vw. In dat geval kan de vreemdeling op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel worden overgedragen aan een lidstaat, omdat de medische voorzieningen vergelijkbaar worden verondersteld tussen de lidstaten, tenzij de vreemdeling aannemelijk maakt met bewijsmiddelen dat dit uitgangspunt in zijn geval niet opgaat (zie hiervoor paragraaf C2/4 Vc).
De IND maakt een meeromvattende beschikking over het besluit op de asielaanvraag en de ambtshalve toets aan artikel 64 Vw. De meeromvattende beschikking wordt zoveel mogelijk in de algemene asielprocedure en in ieder geval in de verlengde asielprocedure gemaakt.
@ -2036,13 +2073,13 @@ Bij zwangerschap van een vreemdeling blijft de uitzetting per vliegtuig achterwe
#### 7.5. Procedure bij tbc
De IND schort de uitzetting van de vreemdeling en van zijn gezinsleden op als bij de vreemdeling of een van zijn gezinsleden tbc is geconstateerd. Uitzondering hierop vormt de situatie waarbij deze vreemdeling of een van zijn gezinsleden overgedragen wordt op grond van de Verordening (EU) nr. 604/2013 of overdracht zal plaatsvinden aan een bij de Verordening (EU) nr. 604/2013 aangesloten land waarmee een terug- en overname overeenkomst is gesloten. Zie paragraaf A3/7.3 Vc.
De IND schort de uitzetting van de vreemdeling en van zijn gezinsleden op als bij de vreemdeling of een van zijn gezinsleden tbc is geconstateerd. Uitzondering hierop vormt de situatie waarbij deze vreemdeling of een van zijn gezinsleden overgedragen wordt op grond van de Verordening (EU) nr. 604/2013 of overdracht zal plaatsvinden aan een bij de Verordening (EU) nr. 604/2013 aangesloten land waarmee een terug- en overname overeenkomst is gesloten. Zie paragraaf A3/7.1.5 Vc.
Als open tbc is geconstateerd bij de vreemdeling of een van zijn gezinsleden blijft de uitzetting opgeschort ongeacht het land waarnaar de uitzetting wordt beoogd.
Voor de toepassing van artikel 64 Vw wegens tbc is geen advies van het BMA nodig en is ook geen toestemmingsverklaring vereist. Tbc wordt aangenomen door de IND nadat de vreemdeling een gedagtekende verklaring van een GG&GD-arts overlegt. Deze verklaring moet vermelden dat de vreemdeling tbc heeft en wat de te verwachten behandeltermijn is. De verklaring van de GG&GD-arts mag niet ouder zijn dan twee weken. Na het verstrijken van de behandeltermijn van de tbc gaat de DT&V tot uitzetting van de vreemdeling over.
Wanneer een vreemdeling niet in het bezit is van een document voor grensoverschrijding wordt de procedure gevolgd zoals beschreven in paragraaf A3/7.1.2 Vc.
Wanneer een vreemdeling niet in het bezit is van een document voor grensoverschrijding wordt de procedure gevolgd zoals beschreven in paragraaf A3/7.1.3 Vc.
Als de vreemdeling bij wie tbc is geconstateerd zich onttrekt aan de medische behandeling en er geen besmettingsgevaar aanwezig is, is er niet langer een reisbeletsel op grond van artikel 64 Vw. Onttrekt de vreemdeling zich aan de medische behandeling en er is een besmettingsgevaar aanwezig, dan is zijn uitzetting uit Nederland met het oog op zijn gezondheidstoestand niet verantwoord te achten in de zin van artikel 64 Vw. Als sprake is van verdenking van tbc, zal de uitzetting van de vreemdeling in beginsel worden opgeschort tot het onderzoek naar tbc is voltooid.
@ -2147,6 +2184,8 @@ De IND of de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemd
De IND heft een inreisverbod met de rechtsgevolgen van artikel 66a lid 6 Vw op en vaardigt een inreisverbod met de rechtsgevolgen van artikel 66a lid 7 Vw uit als artikel 66a lid 7 Vw van toepassing is.
De IND maakt gebruik van de in artikel 6.5, lid 4, Vb geboden mogelijkheid om af te wijken van het eerste tot en met het derde lid ingeval de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde, de openbare veiligheid of de nationale veiligheid.
#### 2.2. Geen inreisverbod
De IND of de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen vaardigt geen inreisverbod uit als:
@ -2159,6 +2198,13 @@ Uitsluitend als de andere lidstaat van de EU (met uitzondering van het Verenigd
Bij het besluit tot het uitvaardigen van een inreisverbod weegt de IND of de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen artikel 8 EVRM-aspecten mee. Verwezen wordt naar paragraaf B7/3.8 Vc.
In aanvulling op artikel 6.5, lid 2, Vb vaardigt de IND geen inreisverbod uit als:
• artikel 66a, lid 7, Vw op de vreemdeling niet van toepassing is;
• de vreemdeling voldoet aan alle voorwaarden voor verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van gezinsmigratie (B7), humanitair tijdelijk (B8) of humanitair niet-tijdelijk (B9).
Een opgelegd inreisverbod staat niet in de weg aan inhoudelijke beoordeling van de asielaanvraag. Beoordeling van asielgerelateerde aspecten, waaronder artikel 3 EVRM, vindt dan ook niet plaats in het kader van het inreisverbod. Dit uitgangspunt lijdt uitzondering indien de openbare orde aspecten die aan de vreemdeling worden tegengeworpen, zouden leiden tot weigering van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd (zie C2/6.2.7). In dat geval kan inhoudelijke beoordeling van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd immers niet leiden tot verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, zodat het in de rede ligt de aanspraken op vluchtelingschap of artikel 3 EVRM bij de beoordeling van het inreisverbod te betrekken. Toetsing vindt plaats overeenkomstig A4/3.6.
#### 2.3. Duur van het inreisverbod
De IND of de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen vaardigt het inreisverbod uit voor de maximale duur zoals die in de verschillende onderdelen van artikel 6.5a Vb is genoemd.
@ -2192,6 +2238,8 @@ De IND kan in de volgende gevallen het besluit tot het opleggen van een inreisve
Het beleid dat geldt voor de vorm van de aanvraag tot opheffing van de ongewenstverklaring is van overeenkomstige toepassing op de vorm van de aanvraag tot opheffing van het inreisverbod. Zie paragraaf A4/3.5 Vc.
De IND merkt een aanvraag tot opheffing van het inreisverbod aan als (grond van het) bezwaar- of beroepschrift als tegen het besluit tot uitvaardiging van een inreisverbod nog rechtsmiddelen kunnen worden aangewend.
##### 2.5.2. Beoordeling van de aanvraag tot opheffing van het inreisverbod
De IND wijst de aanvraag tot opheffing van het inreisverbod in ieder geval af als:
@ -2218,13 +2266,15 @@ Het beleid dat geldt voor de tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring is
##### 2.5.5. Ambtshalve opheffing van het inreisverbod
De IND heft een inreisverbod dat aan een vreemdeling is uitgevaardigd ambtshalve op als:
In aanvulling op artikel 6.5, lid 2 en 3, Vb heft de IND een inreisverbod dat aan een vreemdeling is uitgevaardigd ambtshalve op als:
• artikel 66a lid 7 Vw op de vreemdeling niet van toepassing is;
• de vreemdeling een aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd indient op grond van een verblijfsdoel als genoemd in artikel 6.5 lid 2 Vb, gezinshereniging of gezinsvorming, of medische behandeling; en
• de vreemdeling voldoet aan alle voorwaarden voor verlening van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd.
• artikel 66a, lid 7, Vw op de vreemdeling niet van toepassing is; en
• de vreemdeling voldoet aan alle voorwaarden voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van gezinsmigratie (B7), humanitair tijdelijk (B8) of humanitair niet-tijdelijk (B9); of
• de vreemdeling voldoet aan alle voorwaarden voor verlening van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
De IND heft een inreisverbod dat aan de vreemdeling is uitgevaardigd ambtshalve op als de vreemdeling een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd indient en hij voldoet aan alle voorwaarden voor verlening van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
##### 2.5.6. Van rechtswege vervallen
Het inreisverbod vervalt van rechtswege na afloop van de duur die aan het inreisverbod is verbonden.
### 3. Ongewenstverklaring
@ -2786,7 +2836,11 @@ Vervallen
*[afbeelding]*
## Bijlage M8. Gereserveerd
## Bijlage M8. Standaardformulier voor kennisgeving en motivering van annulering of intrekking van een nationaal visum
*[afbeelding]*
*[afbeelding]*
## Bijlage M9. Gereserveerd
@ -2932,15 +2986,19 @@ Vervallen
## Bijlage M35-H. Aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Vervallen
*[afbeelding]*
## Bijlage
## Bijlage M35-I. Aanvraag Verlenging verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd; of Verblijfsvergunning asiel onbepaalde tijd; of EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen
Vervallen
*[afbeelding]*
## Bijlage
*[afbeelding]*
Vervallen
*[afbeelding]*
## Bijlage M35-J. Verklaring om een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd als bedoeld in
*[afbeelding]*
## Bijlage M35-J-1. Aanvraag verblijfsvergunning asiel onbepaalde tijd of verlenging bepaalde tijd
@ -3382,6 +3440,10 @@ Vervallen
*[afbeelding]*
## Bijlage M117-D. Aanwijzing op grond van
*[afbeelding]*
## Bijlage M118. Aanmeldformulier vreemdeling
*[afbeelding]*