diff --git a/wet/wet-studiefinanciering-2000/BWBR0011453/README.md b/wet/wet-studiefinanciering-2000/BWBR0011453/README.md index d1efb678405..956943a6665 100644 --- a/wet/wet-studiefinanciering-2000/BWBR0011453/README.md +++ b/wet/wet-studiefinanciering-2000/BWBR0011453/README.md @@ -25,6 +25,8 @@ b. voor wat betreft de hoofdstukken 5 en 10 het examen, bedoeld in artikel 7.10a **bacheloropleiding**: opleiding als bedoeld in artikel 7.3a, eerste lid, onderdeel a, of tweede lid, onderdeel a, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, die is geaccrediteerd als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel s, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, of die de toets nieuwe opleiding, bedoeld in artikel 1.1, onderdeel t, van die wet, met positief gevolg heeft ondergaan, +**belastbaar minimumloon**: bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vast te stellen bedrag, afgeleid van het totaal van het minimumloon en de minimumvakantiebijslag voor een 23-jarige op grond van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, + **beroepsonderwijs**: beroepsopleiding als bedoeld in artikel 7.2.2 van de Wet educatie en beroepsonderwijs, voor zover het betreft de beroepsopleidende leerweg, en als bedoeld in artikel 2.13a, **debiteur**: degene die zich krachtens artikel 6.2 heeft verplicht tot terugbetaling, @@ -36,8 +38,6 @@ b. voor wat betreft de hoofdstukken 5 en 10 het examen, bedoeld in artikel 7.10a a. bij dat loon uit tegenwoordige dienstbetrekking: 12% van dat loon, maar niet minder dan € 119,– en niet meer dan € 1 605,–, b. bij dat loon uit vroegere dienstbetrekking: € 487,–, -**gecorrigeerde belastbare minimumloon**: bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vast te stellen bedrag, afgeleid van het totaal van het minimumloon en de minimumvakantiebijslag voor een 23-jarige op grond van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, gecorrigeerd overeenkomstig het gecorrigeerde belastbare loon, - **gecorrigeerde verzamelinkomen**: verzamelinkomen als bedoeld in artikel 2.18 van de Wet inkomstenbelasting 2001 verminderd met: a. indien in het kalenderjaar waarover het verzamelinkomen wordt berekend, de zelfstandigenaftrek, bedoeld in artikel 3.76 van de Wet inkomstenbelasting 2001, is toegepast: € 903,–, @@ -82,8 +82,6 @@ c. opleiding die Onze Minister heeft aangewezen ingevolge artikel 2.13a en waarv **reisvoorziening**: voorziening als bedoeld in artikel 3.7 en paragraaf 3.7, -**sociaal-fiscaal nummer**: nummer als bedoeld in artikel 2, derde lid, onderdeel j, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, - **specialistenopleiding**: specialistenopleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onderdeel e, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, **student**: degene die hoger onderwijs volgt, niet zijnde een extraneus, @@ -364,9 +362,8 @@ d. een reisvoorziening. Dit budget kan worden verhoogd met: -a. een normbedrag voor de ziektekostenverzekering, -b. een toeslag voor een partner ingevolge artikel 3.4, of -c. een toeslag voor een één-oudergezin ingevolge artikel 3.5. +a. een toeslag voor een partner ingevolge artikel 3.4, of +b. een toeslag voor een één-oudergezin ingevolge artikel 3.5. **3.** @@ -375,15 +372,11 @@ De tegemoetkoming in de kosten van de onderwijsbijdrage wordt vastgesteld voor e a. het beroepsonderwijs: op eentwaalfde deel van het op grond van artikel 5, tweede lid, van de Les- en cursusgeldwet vastgestelde of herziene bedrag van het lesgeld, en b. het hoger onderwijs: op eentwaalfde deel van het in artikel 7.43 van de WHW bedoelde bedrag. -**4.** Een studerende kan slechts voor het normbedrag voor de ziektekostenverzekering in aanmerking komen, indien hij tegen het risico van ziektekosten is verzekerd bij een verzekeraar als bedoeld in artikel 1, onderdeel f, van de Wet op de toegang tot ziektekostenverzekeringen 1998. - -**5.** De bedragen zijn opgenomen in artikel 3.18. +**4.** De bedragen zijn opgenomen in artikel 3.18. ### Artikel 3.3 -**1.** Voor de toepassing van artikel 3.2, vierde lid, is bepalend de toestand op de eerste dag van het studiefinancieringstijdvak. - -**2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels vastgesteld voor het normbedrag, bedoeld in artikel 3.2, tweede lid, onderdeel a. +Vervallen ### Artikel 3.4 @@ -516,7 +509,7 @@ Het verschil tussen het maximale bedrag van de aanvullende beurs en de voor een Het toetsingsinkomen is het totaal van: -a. het loon in de zin van de Wet op de loonbelasting 1964, verminderd met de ingehouden loonbelasting en premies volksverzekeringen en de door de werkgever en de werknemer verschuldigde premie voor de verzekering ingevolge de Ziekenfondswet, +a. het loon in de zin van de Wet op de loonbelasting 1964, verminderd met de ingehouden loonbelasting en premies volksverzekeringen en de inkomensafhankelijke bijdrage, bedoeld in artikel 41 van de Zorgverzekeringswet, b. de belastbare winst uit onderneming, bedoeld in de artikelen 3.2 en 3.3 van de Wet inkomstenbelasting 2001, vermeerderd met de ondernemersaftrek, genoten in het desbetreffende kalenderjaar, c. het belastbare resultaat uit overige werkzaamheden, bedoeld in afdeling 3.4 van de Wet inkomstenbelasting 2001; d. de belastbare periodieke uitkeringen en verstrekkingen, bedoeld in afdeling 3.5 van de Wet inkomstenbelasting 2001; @@ -558,7 +551,7 @@ b. voor iedere maand waarin hij op enig moment beschikte over de reisvoorziening ### Artikel 3.18 -De bedragen in onderstaande overzichten luiden per maand en zijn uitgedrukt in euro’s naar de maatstaf van 1 januari 2000: +De bedragen in onderstaande overzichten luiden per maand en zijn uitgedrukt in euro’s naar de maatstaf van 1 januari 2005: ### Paragraaf 3.6. Toekenning @@ -588,9 +581,8 @@ Indien het op basis van de verstrekte gegevens onmogelijk is het bedrag van de a Aan de studerende die reeds studiefinanciering ontvangt en een aanvraag heeft ingediend om in aanmerking te komen voor: a. het normbedrag voor een uitwonende studerende, -b. het normbedrag voor de ziektekostenverzekering, -c. een toeslag voor een partner, of -d. een toeslag voor een één-oudergezin, +b. een toeslag voor een partner, of +c. een toeslag voor een één-oudergezin, wordt de verhoging van de studiefinanciering niet toegekend voor een periode gelegen voorafgaand aan de maand waarin de aanvraag is ingediend. @@ -598,7 +590,7 @@ wordt de verhoging van de studiefinanciering niet toegekend voor een periode gel ### Artikel 3.22 -Indien een studerende wegens ziekte zijn opleiding onderbreekt en op zijn aanvraag de studiefinanciering is onderbroken, geldt hij aansluitend aan het ogenblik van onderbreken uitsluitend nog als studiefinancieringsgerechtigde studerende om zich als studerende tegen ziektekosten te verzekeren tot het tijdstip waarop hij hetzij verzekerd of medeverzekerd is ingevolge de Ziekenfondswet, hetzij op hem een publiekrechtelijke ziektekostenregeling voor ambtenaren van toepassing is, doch uiterlijk 6 maanden nadat de studiefinanciering is onderbroken. +Vervallen ### Paragraaf 3.7. Toekenning reisvoorziening @@ -730,7 +722,7 @@ Deze paragraaf is uitsluitend van toepassing op deelnemers die in Nederland een **3.** Indien aan de voorwaarden, bedoeld in deze paragraaf, wordt voldaan wordt de prestatiebeurs omgezet in een gift. -**4.** Studiefinanciering wordt gedurende in totaal ten hoogste 36 maanden na de perioden, bedoeld in het eerste en tweede lid, verstrekt in de vorm van een lening. Het bedrag dat per maand kan worden geleend, bedraagt in afwijking van de artikelen 3.1, derde lid, 3.2, 3.13 en 3.18, naar de maatstaf van 1 januari 2004 € 770,53. Tevens kan een reisvoorziening worden verstrekt. +**4.** Studiefinanciering wordt gedurende in totaal ten hoogste 36 maanden na de perioden, bedoeld in het eerste en tweede lid, verstrekt in de vorm van een lening. Het bedrag dat per maand kan worden geleend, bedraagt in afwijking van de artikelen 3.1, derde lid, 3.2, 3.13 en 3.18, naar de maatstaf van 1 januari 2005 € 787,02. Tevens kan een reisvoorziening worden verstrekt. ### Artikel 4.8 @@ -846,7 +838,7 @@ Dit hoofdstuk is uitsluitend van toepassing op studenten die na 31 augustus 1996 **2.** Indien aan de voorwaarden, bedoeld in dit hoofdstuk, wordt voldaan wordt de prestatiebeurs omgezet in een gift. Deze omzetting is slechts een maal mogelijk. -**3.** Studiefinanciering wordt gedurende 36 maanden na de periode, bedoeld in het eerste lid, verstrekt in de vorm van een lening. Het bedrag dat per maand kan worden geleend, bedraagt in afwijking van de artikelen 3.1, derde lid, 3.2, 3.13 en 3.18, naar de maatstaf van 1 januari 2000 € 680,67 per 1 januari 2005: € 787,02. Tevens kan een reisvoorziening worden verstrekt. +**3.** Studiefinanciering wordt gedurende 36 maanden na de periode, bedoeld in het eerste lid, verstrekt in de vorm van een lening. Het bedrag dat per maand kan worden geleend, bedraagt in afwijking van de artikelen 3.1, derde lid, 3.2, 3.13 en 3.18, naar de maatstaf van 1 januari 2005 € 787,02. Tevens kan een reisvoorziening worden verstrekt. ### Artikel 5.3 @@ -860,7 +852,7 @@ Dit hoofdstuk is uitsluitend van toepassing op studenten die na 31 augustus 1996 **1.** Een lening voor het volgen van een opleiding als bedoeld in artikel 2.12, wordt op aanvraag gedurende ten hoogste 36 maanden uitsluitend verstrekt voor het aantal maanden studiefinanciering in de vorm van een lening waarop de student nog geen aanspraak heeft gedaan. -**2.** Het bedrag dat per maand kan worden geleend, bedraagt in afwijking van de artikelen 3.1, derde lid, 3.2, 3.13 en 3.18, naar de maatstaf van 1 januari 2000 € 680,67 per 1 januari 2005: € 787,02. Artikel 3.17 is niet van toepassing. +**2.** Het bedrag dat per maand kan worden geleend, bedraagt in afwijking van de artikelen 3.1, derde lid, 3.2, 3.13 en 3.18, naar de maatstaf van 1 januari 2005 € 787,02. Artikel 3.17 is niet van toepassing. ### Artikel 5.5 @@ -983,10 +975,12 @@ In dit hoofdstuk wordt onder lening mede verstaan de prestatiebeurs. Bij algemene maatregel van bestuur wordt bepaald: -a. tot welk gecorrigeerd verzamelinkomen van de debiteur en zijn partner geheel of gedeeltelijk kwijtschelding als bedoeld in het tweede lid, mogelijk is, +a. tot welk toetsingsinkomen van de debiteur en zijn partner geheel of gedeeltelijk kwijtschelding als bedoeld in het tweede lid, mogelijk is, b. of daarbij onderscheid gemaakt wordt voor een debiteur met partner en een debiteur zonder partner die al dan niet studerende is in de zin van deze wet, en c. tot welk tijdstip een aanvraag kan worden ingediend. +Onder toetsingsinkomen wordt verstaan: het inkomen als bedoeld in artikel 8, eerste tot en met derde lid, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen, met dien verstande dat voor berekeningsjaar wordt gelezen: peiljaar. + **4.** De over het kwijt te schelden bedrag opgebouwde rente gaat op het tijdstip van kwijtschelding als bedoeld in het tweede lid, teniet. **5.** Bij kwijtschelding als bedoeld in het tweede lid, is artikel 6.11, eerste en zevende lid, van overeenkomstige toepassing en zijn de artikelen 6.12 en 6.15 niet van toepassing. @@ -1087,9 +1081,9 @@ c. indien de aanvraag is ingediend na het in onderdeel b bedoelde tijdstip: binn **1.** Maatstaf voor de vaststelling van de draagkracht van de debiteur uit inkomen is zijn gecorrigeerde verzamelinkomen in het tweede jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor de draagkracht wordt vastgesteld. Artikel 3.9, eerste lid, tweede en derde volzin, en tweede lid, zijn daarbij van overeenkomstige toepassing. Het aldus bepaalde inkomen is het draagkrachtinkomen. -**2.** Op het draagkrachtinkomen wordt in mindering gebracht de draagkrachtvrije voet. Deze voet is gelijk aan het gecorrigeerde belastbare minimumloon in het tweede jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor de draagkracht wordt vastgesteld, indien voor de debiteur voor de inkomstenbelasting – naast de algemene heffingskorting – de alleenstaande-ouderkorting of voor zijn partner de verhoging van de gecombineerde heffingskorting, bedoeld in artikel 8.9 van de Wet inkomstenbelasting 2001, van toepassing is. Indien voor de debiteur de verhoging van de gecombineerde heffingskorting, bedoeld in artikel 8.9 van de Wet inkomstenbelasting 2001, of de algemene heffingskorting maar niet de alleenstaande-ouderkorting van toepassing is, is de draagkrachtvrije voet 0%, onderscheidenlijk 50% van de voet die van toepassing zou zijn indien voor de debiteur – naast de algemene heffingskorting – voor zijn partner de verhoging van de gecombineerde heffingskorting, bedoeld in artikel 8.9 van de Wet inkomstenbelasting 2001 van toepassing zou zijn. +**2.** Op het draagkrachtinkomen wordt in mindering gebracht de draagkrachtvrije voet. Deze voet is gelijk aan het belastbare minimumloon in het tweede jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor de draagkracht wordt vastgesteld, indien voor de debiteur voor de inkomstenbelasting – naast de algemene heffingskorting – de alleenstaande-ouderkorting of voor zijn partner de verhoging van de gecombineerde heffingskorting, bedoeld in artikel 8.9 van de Wet inkomstenbelasting 2001, van toepassing is. Indien voor de debiteur de verhoging van de gecombineerde heffingskorting, bedoeld in artikel 8.9 van de Wet inkomstenbelasting 2001, of de algemene heffingskorting maar niet de alleenstaande-ouderkorting van toepassing is, is de draagkrachtvrije voet 0%, onderscheidenlijk 50% van de voet die van toepassing zou zijn indien voor de debiteur – naast de algemene heffingskorting – voor zijn partner de verhoging van de gecombineerde heffingskorting, bedoeld in artikel 8.9 van de Wet inkomstenbelasting 2001 van toepassing zou zijn. -**3.** Het resterende inkomen wordt verdeeld in 2 schijven ter grootte van de helft van de in het tweede lid bedoelde draagkrachtvrije voet alsmede een derde schijf ter grootte van 260% van het gecorrigeerde belastbare minimumloon in het tweede jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor de draagkracht wordt vastgesteld, verminderd met de draagkrachtvrije voet en de eerste en de tweede schijf. +**3.** Het resterende inkomen wordt verdeeld in 2 schijven ter grootte van de helft van de in het tweede lid bedoelde draagkrachtvrije voet alsmede een derde schijf ter grootte van 260% van het belastbare minimumloon in het tweede jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor de draagkracht wordt vastgesteld, verminderd met de draagkrachtvrije voet en de eerste en de tweede schijf. **4.** Indien de debiteur of zijn partner een gecorrigeerd verzamelinkomen heeft dat kleiner is dan de som van de in het tweede lid bedoelde draagkrachtvrije voet en de eerste 3 volle schijven, bedoeld in het derde lid, wordt het deel van de draagkrachtvrije voet en de eerste 3 schijven dat nog niet is benut, overgeheveld naar de ander. Daarbij wordt het onbenutte deel van een schijf toegevoegd aan de overeenkomstige schijf van de ander en het onbenutte deel van de draagkrachtvrije voet aan de draagkrachtvrije voet van de ander. @@ -1115,7 +1109,7 @@ Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder een terugval in inkomen versta a. de vermindering niet kan worden gerekend tot inkomensschommelingen die in het algemeen normaal kunnen worden geacht bij de gekozen wijze van inkomensverwerving, en b. aannemelijk wordt gemaakt dat gedurende ten minste 3 kalenderjaren zal worden voldaan aan de voorwaarden, genoemd in de aanhef alsmede in onderdeel a. -**3.** Voor de toepassing van het eerste lid wordt zolang het gecorrigeerde belastbare minimumloon over het tweede jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor de draagkracht wordt vastgesteld, het jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor de draagkracht wordt vastgesteld, of het jaar waarvoor de draagkracht wordt vastgesteld nog niet definitief bekend is, daarvoor in de plaats gesteld het bedrag dat naar het oordeel van de IB-Groep het uiteindelijke gecorrigeerde belastbare minimumloon zo goed mogelijk benadert. +**3.** Voor de toepassing van het eerste lid wordt zolang het belastbare minimumloon over het tweede jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor de draagkracht wordt vastgesteld, het jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor de draagkracht wordt vastgesteld, of het jaar waarvoor de draagkracht wordt vastgesteld nog niet definitief bekend is, daarvoor in de plaats gesteld het bedrag dat naar het oordeel van de IB-Groep het uiteindelijke belastbare minimumloon zo goed mogelijk benadert. ### Artikel 6.13 @@ -1274,7 +1268,7 @@ Het toezicht door de inspectie, bedoeld in de Wet op het onderwijstoezicht, heef **3.** Inlichtingen over zichzelf, voor zover zij kunnen leiden tot de toekenning van minder studiefinanciering of tot verhoging van het bedrag van de terugbetalingstermijn worden steeds ongevraagd en schriftelijk verstrekt door de studerende onderscheidenlijk door de debiteur, onmiddellijk na het bekend worden van die gegevens. -**4.** Onze Minister kan bepalen dat de inlichtingen, bedoeld in het eerste tot en met het derde lid, worden verstrekt op een bij ministeriële regeling vast te stellen wijze. Tevens kan bij ministeriële regeling worden bepaald dat indien er op de eerste dag van het studiefinancieringstijdvak ten opzichte van de eerste dag van het daaraan voorafgaande studiefinancieringstijdvak zich een of meer wijzigingen hebben voorgedaan wat de administratieve gegevens met betrekking tot de ziektekostenverzekering, bedoeld in artikel 3.2, vierde lid, betreft, de studerende deze gegevens onmiddellijk en ongevraagd op een bij ministeriële regeling vast te stellen wijze aan de IB-Groep te kennen geeft. +**4.** Onze Minister kan bepalen dat de inlichtingen, bedoeld in het eerste tot en met het derde lid, worden verstrekt op een bij ministeriële regeling vast te stellen wijze. ### Artikel 9.3 @@ -1305,7 +1299,7 @@ De rechtspersoon, bedoeld in artikel 3.24, verstrekt desgevraagd aan Onze Minist ### Artikel 9.6 -Organen met een publiekrechtelijke taak en ziektekostenverzekeringsinstellingen als bedoeld in artikel 3.2, vierde lid, zijn verplicht op een bij algemene maatregel van bestuur aan te geven wijze kosteloos inlichtingen te verstrekken, benodigd voor de uitvoering van deze wet. +Organen met een publiekrechtelijke taak zijn verplicht op een bij algemene maatregel van bestuur aan te geven wijze kosteloos inlichtingen te verstrekken, benodigd voor de uitvoering van deze wet. ### Artikel 9.6a @@ -1359,7 +1353,7 @@ In dit hoofdstuk wordt onder tempobeurs verstaan een voorwaardelijke gift die on **2.** Studiefinanciering met uitzondering van de reisvoorziening wordt gedurende 5 jaren of het aantal jaren genoemd in artikel 10.5, verstrekt in de vorm van een tempobeurs. De reisvoorziening wordt verstrekt in de vorm van een gift. -**3.** Studiefinanciering met uitzondering van de reisvoorziening wordt gedurende 2 jaren na de periode, bedoeld in het tweede lid, verstrekt in de vorm van een lening. De reisvoorziening wordt verstrekt in de vorm van een gift. Het bedrag dat per maand gedurende deze periode kan worden geleend, bedraagt, in afwijking van artikel 3.2, naar de maatstaf van 1 januari 2000 € 680,67 per 1 januari 2005: € 787,02. De artikelen 3.13 en 3.18 zijn niet van toepassing. +**3.** Studiefinanciering met uitzondering van de reisvoorziening wordt gedurende 2 jaren na de periode, bedoeld in het tweede lid, verstrekt in de vorm van een lening. De reisvoorziening wordt verstrekt in de vorm van een gift. Het bedrag dat per maand gedurende deze periode kan worden geleend, bedraagt, in afwijking van artikel 3.2, naar de maatstaf van 1 januari 2005 € 787,02. De artikelen 3.13 en 3.18 zijn niet van toepassing. ### Artikel 10.4 @@ -1511,7 +1505,7 @@ Titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing op deze wet. ### Artikel 11.4 -De IB-Groep geeft op een bij ministeriële regeling vast te stellen wijze desgevraagd en kosteloos aan een verzekeraar als bedoeld in artikel 3.2, vierde lid, te kennen of een studerende recht op studiefinanciering heeft en of deze studerende tevens recht heeft op een van de toeslagen, bedoeld in de artikelen 3.4 en 3.5. +Vervallen ### Artikel 11.5 @@ -1522,10 +1516,9 @@ De IB-Groep geeft op een bij ministeriële regeling vast te stellen wijze desgev Het eerste lid is niet van toepassing op: a. het begrip partner, -b. het begrip sociaal-fiscaal nummer, -c. het begrip vreemdeling, -d. artikel 1.8, en -e. artikel 3.4, vierde lid. +b. het begrip vreemdeling, +c. artikel 1.8, en +d. artikel 3.4, vierde lid. ### Artikel 11.6 @@ -1605,7 +1598,9 @@ g. in artikel 6.13 wordt voor «Indien voor de debiteur voor de inkomstenbelasti ### Artikel 12.2 -Vervallen +**1.** In afwijking van artikel 3.18 wordt het normbedrag maximale aanvullende beurs/lening (of veronderstelde ouderlijke bijdrage) voor zowel thuiswonend als uitwonend en voor zowel hoger onderwijs als beroepsonderwijs voor het kalenderjaar 2006 eenmalig verhoogd met € 5,84. + +**2.** In afwijking van artikel 3.18 wordt het normbedrag basislening voor zowel hoger onderwijs als beroepsonderwijs voor het kalenderjaar 2006 eenmalig verlaagd met € 5,84. ### Artikel 12.3