2010-10-07 | BWBR0028755 | Beleidsregel uitzonderingsscholen VO
This commit is contained in:
parent
3f97d57a5b
commit
30a2baf46d
1 changed files with 68 additions and 0 deletions
|
|
@ -0,0 +1,68 @@
|
|||
---
|
||||
titel: Beleidsregel uitzonderingsscholen VO
|
||||
bwb_id: BWBR0028755
|
||||
type: beleidsregel
|
||||
status: geldend
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2010-10-07'
|
||||
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0028755
|
||||
citeertitel: Beleidsregel uitzonderingsscholen VO
|
||||
---
|
||||
|
||||
# Beleidsregel uitzonderingsscholen VO
|
||||
|
||||
### Artikel 1
|
||||
|
||||
In deze beleidsregel wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
a. *wet:* de Wet op het voortgezet onderwijs;
|
||||
b. *minister:* de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
|
||||
c. *school:* een school voor voortgezet onderwijs als bedoeld in artikel 1 van de wet, met uitzondering van een school voor praktijkonderwijs;
|
||||
d. *teldatum:* datum van 1 oktober, bedoeld in artikel 8, tweede lid, van het Bekostigingsbesluit W.V.O;
|
||||
e. *leerling:* leerling die op basis van artikel 8, tweede lid, van het Bekostigingsbesluit W.V.O. voor bekostiging in aanmerking is genomen;
|
||||
f. *bevoegd gezag:* het bevoegd gezag, bedoeld in artikel 1 van de wet.
|
||||
|
||||
### Artikel 2
|
||||
|
||||
Indien een aanvraag als bedoeld in artikel 108, vierde lid, van de wet, voor 15 oktober voorafgaand aan het schooljaar waar de aanvraag betrekking op heeft, wordt ingediend, dan beslist de minister voor 15 april.
|
||||
|
||||
### Artikel 3
|
||||
|
||||
Er is sprake van een bijzondere omstandigheid in de zin van artikel 85a, tweede lid, van de wet, als de minister toestaat dat een school in stand wordt gehouden dan wel wordt bekostigd, omdat:
|
||||
|
||||
a. het een school betreft die alleen via het water en op generlei wijze via een brug of tunnel een rechtstreekse verbinding heeft met het vasteland, waardoor een alternatieve onderwijsvoorziening voor leerlingen slecht fysiek bereikbaar is, of
|
||||
b. een wezenlijk Nederlands economisch of cultuurhistorisch belang gediend wordt met het onderwijs dat door de school wordt verzorgd.
|
||||
|
||||
### Artikel 4
|
||||
|
||||
Een school met een bijzondere omstandigheid als bedoeld in artikel 3, komt in aanmerking voor aanvullende bekostiging personeelskosten als bedoeld in artikel 85a, tweede lid, van de wet, voor de personeelscategorie leraren, indien deze voldoet aan de volgende voorwaarden:
|
||||
|
||||
a. het aantal leerlingen van de school is gedurende drie of meer achtereenvolgende schooljaren op de teldatum lager dan de voor de school geldende opheffingsnorm als bedoeld in artikel 107 van de wet,
|
||||
b. op drie achtereenvolgende teldata voorafgaand aan het schooljaar waarvoor het verzoek als bedoeld in artikel 2 wordt ingediend, zijn gemiddeld
|
||||
|
||||
1°. tenminste 30 leerlingen ingeschreven op de school, waarbij de uitkomst van het gemiddelde naar boven wordt afgerond op een heel getal, of
|
||||
2°. tenminste 30 leerlingen ingeschreven op de scholengemeenschap waarvan een school deel uitmaakt, waarbij de uitkomst van het gemiddelde naar boven wordt afgerond op een heel getal, en
|
||||
c. de kwaliteit van het onderwijs van alle schoolsoorten en leerwegen van de school is niet op grond van artikel 3, tweede lid, onderdeel a, van de Wet op het onderwijstoezicht, als zeer zwak beoordeeld, dan wel de Inspectie heeft het vertrouwen dat de onderwijskwaliteit voldoende verbetert.
|
||||
|
||||
### Artikel 5
|
||||
|
||||
De uitzonderingsscholen ontvangen de aanvullende bekostiging personeelskosten als aanvulling op de reguliere bekostiging die berekend wordt op basis van het Formatiebesluit W.V.O. De aanvullende bekostiging wordt berekend door het aantal formatieplaatsen dat in de bijlage bij deze beleidsregel is opgenomen in de tabel voor de schoolsoort, te vermenigvuldigen met de gemiddelde personeelslast voor de leraren die voor de desbetreffende schoolsoort geldt.
|
||||
|
||||
### Artikel 6
|
||||
|
||||
Voor zover er bij de overgang naar de bekostiging op basis van deze beleidsregel sprake is van een achteruitgang van het personeelsbudget in vergelijking met het personeelsbudget in het voorafgaande kalenderjaar, wordt eenmalig de overgangsbekostiging vastgesteld. Het verschil tussen de hoogte van het personeelsbudget volgens de rekenregels van het voorgaande kalenderjaar en de hoogte van het personeelsbudget op basis van deze beleidsregel is de overgangsbekostiging.
|
||||
|
||||
Deze overgangsbekostiging wordt in een aflopende reeks gedurende 10 jaar ter beschikking gesteld aan het bevoegd gezag.
|
||||
|
||||
In het eerste jaar dat de bekostiging wordt berekend en toegekend op basis van deze beleidsregel wordt 100% van de overgangsbekostiging ter beschikking gesteld. De negen daaropvolgende jaren wordt deze bekostiging vervolgens jaarlijks in stappen van 10% afgebouwd volgens onderstaande methode.
|
||||
|
||||
Na het eerste jaar dat de 100% is toegekend, kan het bevoegd gezag gedurende het tweede jaar beschikken over 90% van het bedrag, het derde jaar over 80%, het vierde jaar over 70%, tot in het tiende en laatste jaar nog 10% van de overgangsbekostiging wordt toegekend.
|
||||
|
||||
### Artikel 7
|
||||
|
||||
Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
|
||||
|
||||
### Artikel 8
|
||||
|
||||
Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel uitzonderingsscholen VO.
|
||||
|
||||
## Bijlage . behorend bij
|
||||
Loading…
Add table
Reference in a new issue