2004-12-31 | BWBR0009386 | Arbeidstijdenbesluit vervoer

This commit is contained in:
Coornhert 2004-12-31 12:00:00 +00:00
parent 8173d9359d
commit 30ab163430

View file

@ -3,7 +3,7 @@ titel: Arbeidstijdenbesluit vervoer
bwb_id: BWBR0009386
type: AMvB
status: geldend
datum_inwerkingtreding: '1998-12-01'
datum_inwerkingtreding: '2004-12-15'
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0009386
citeertitel: Arbeidstijdenbesluit vervoer
---
@ -222,6 +222,18 @@ b. hetzij ten hoogste 38 uren in elke periode van 2 achtereenvolgende weken arbe
**2.** De bestuurder handelt overeenkomstig artikel 7, eerste en tweede lid, van verordening (EEG) nr. 3820/85.
#### Paragraaf . Maximale wekelijkse arbeidstijd
### Artikel 2.5:7
**1.** In afwijking van de artikelen 2.2:2 en 2.3:1 is dit artikel uitsluitend van toepassing op de werknemer die vervoer verricht waarop verordening (EEG) nr. 3820/85 niet van toepassing is.
**2.** De werknemer verricht in elke periode van 13 achtereenvolgende weken ten hoogste gemiddeld 48 uren per week arbeid.
**3.** Van het tweede lid kan met inachtneming van het vierde lid slechts bij collectieve regeling worden afgeweken. Elk beding waarbij op andere wijze dan in de vorige volzin is bepaald, wordt afgeweken van het eerste lid, is nietig.
**4.** De werkgever organiseert de arbeid zodanig dat de werknemer in elke periode van 26 achtereenvolgende weken ten hoogste gemiddeld 48 uren per week arbeid verricht.
### Paragraaf 2.6. Vrijstellingen
### Artikel 2.6:1
@ -780,14 +792,20 @@ c. 900 uren per jaar.
### Artikel 5.1:1
**1.**
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
a. *bemanningslid:* hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, onderdeel b, van de Wet vaartijden en bemanningssterkte binnenvaart;
b. *jeugdig bemanningslid:* een bemanningslid van 16 of 17 jaar;
c. rusttijd, exploitatiewijze A1, exploitatiewijze A2 en exploitatiewijze B: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onderdelen q, r, s en t, van het Besluit vaartijden en bemanningssterkte binnenvaart.
#### Paragraaf . Gelijkstelling met rusttijd
### Artikel 5.1:2
**1.** Voor de toepassing van dit hoofdstuk geldt de tijd waarop de arbeid van het bemanningslid zich beperkt tot de aanwezigheid op het schip, zonder dat hij zijn taken uitoefent, eveneens als rusttijd.
**2.** In afwijking van het eerste lid worden niet als rusttijd aangemerkt de tijdsruimten waarin het bemanningslid niet vrijelijk over zijn tijd kan beschikken en zich gereed houdt tot een onmiddellijke aanvang der werkzaamheden, en waarbij het tijdstip van de aanvang en de duur van deze tijdsruimten niet vooraf bekend is.
### Paragraaf 5.2. Toepasselijkheid van de wet
#### Paragraaf . Gedeeltelijke uitsluiting van de toepasselijkheid van de wet
@ -800,7 +818,7 @@ Artikel 4:3 en hoofdstuk 5 van de wet en de daarop berustende bepalingen zijn ni
### Artikel 5.2:2
Paragraaf 5.1 en voorzover aangeduid als strafbare feiten de paragrafen 5.2 tot en met 5.5 en de daarop berustende bepalingen van de wet zijn van overeenkomstige toepassing op de gezagvoerend schipper die geen werkgever of werknemer is in de zin van de wet.
Paragraaf 5.1 en voorzover aangeduid als strafbare feiten de paragrafen 5.2 tot en met 5.5 en de daarop berustende bepalingen van de wet zijn van overeenkomstige toepassing op bemanningsleden die geen werkgever of werknemer zijn in de zin van de wet.
### Paragraaf 5.3. Toepasselijkheid van dit hoofdstuk
@ -822,7 +840,13 @@ Paragraaf 5.1 en voorzover aangeduid als strafbare feiten de paragrafen
**2.** Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing aan boord van schepen als bedoeld in artikel 28, eerste lid, van het Besluit vaartijden en bemanningssterkte binnenvaart.
### Paragraaf 5.5. Rusttijden
#### Paragraaf . Bewaartermijn arbeidstijdenregistratie
### Artikel 5.4:2
De gezagvoerend schipper en de werkgever bewaren de gegevens en bescheiden met betrekking tot de registratie van de arbeidstijden van een bemanningslid ten minste 52 weken, gerekend vanaf de datum waarop de desbetreffende gegevens en bescheiden betrekking hebben.
### Paragraaf 5.5. Arbeids- en rusttijden
#### Paragraaf . Toepasselijkheid van de paragraaf
@ -858,10 +882,22 @@ Voor de toepassing van de artikelen 5.5:3 tot en met 5.5:5 wordt rekening gehoud
Een bemanningslid dat arbeid verricht bij exploitatiewijze B, heeft een rusttijd van ten minste 24 uren, waarvan ten minste tweemaal 6 uren ononderbroken, in een aaneengesloten tijdruimte van 48 uren, te rekenen vanaf het begin van een rusttijd van ten minste 6 uren.
#### Paragraaf . Jeugdige bemanningsleden
#### Paragraaf . Maximale wekelijkse arbeidstijd
### Artikel 5.5:6
**1.** In afwijking van artikel 5.2:2 is dit artikel uitsluitend van toepassing op bemanningsleden die werknemer zijn.
**2.** Een bemanningslid verricht in elke periode van 13 achtereenvolgende weken ten hoogste gemiddeld 48 uren per week arbeid.
**3.** Van het tweede lid kan, met inachtneming van het derde lid, slechts bij collectieve regeling worden afgeweken. Elk beding waarbij op andere wijze dan in de vorige volzin is bepaald, wordt afgeweken van het tweede lid, is nietig.
**4.** De werkgever en de gezagvoerend schipper organiseren de arbeid zodanig dat een bemanningslid in elke periode van 52 achtereenvolgende weken ten hoogste gemiddeld 48 uren per week arbeid verricht.
#### Paragraaf . Jeugdige bemanningsleden
### Artikel 5.5:7
**1.**
De werkgever en de gezagvoerend schipper organiseren de arbeid zodanig dat het jeugdige bemanningslid:
@ -893,7 +929,7 @@ In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. zeeschip:
1º. hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 2, eerste lid, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek en in artikel 1, onderdeel a, van de Wet nationaliteit zeeschepen in rompbevrachting, alsmede
1º. hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 2, eerste lid, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek, uitgezonderd de zeeschepen, bedoeld in het derde lid van dat artikel, en in artikel 1, onderdeel a, van de Wet nationaliteit zeeschepen in rompbevrachting, alsmede
2º. de havensleepboot gedurende de tijd dat er in havensleepdienst dienst wordt gedaan.
b. havensleepdienst: het geheel van werkzaamheden en activiteiten ten behoeve van het assisteren bij het meren, ontmeren en verhalen van zeeschepen die gebruik maken van eigen voortstuwing, inkomend van of uitgaand naar zee.
c. pleziervaartuig: een schip dat uitsluitend anders dan in de uitoefening van een beroep of bedrijf wordt gebruikt.
@ -925,9 +961,8 @@ In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder *rustti
De paragrafen 4.1 en 4.4 en hoofdstuk 5 van de wet en de daarop berustende bepalingen zijn niet van toepassing op arbeid, verricht door een kapitein en een schepeling van 18 jaar of ouder, aan boord van:
a. zeevissersschepen als bedoeld in artikel 2, derde lid, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek;
b. reddingsvaartuigen gedurende de tijd dat daarmee reddingswerkzaamheden worden verricht;
c. pleziervaartuigen die uitsluitend als zodanig worden gebezigd voor zover zij geen passagiers tegen vergoeding vervoeren.
a. reddingsvaartuigen gedurende de tijd dat daarmee reddingswerkzaamheden worden verricht;
b. pleziervaartuigen die uitsluitend als zodanig worden gebezigd voor zover zij geen passagiers tegen vergoeding vervoeren.
**2.** De paragrafen 4.1 en 4.4 en hoofdstuk 5 van de wet en de daarop berustende bepalingen zijn niet van toepassing op arbeid, verricht door een scheepsarts.
@ -1048,7 +1083,7 @@ De kapitein organiseert de wettelijk voorgeschreven oefeningen en appèls zodani
### Artikel 6.5:7
**1.** De kapitein kan afwijken en kan een schepeling verplichten af te wijken van de arbeids- en rusttijden om arbeid te verrichten indien dit noodzakelijk is in verband met de onmiddellijke veiligheid van het schip, de personen aan boord, de lading of het milieu, of bij het geven van hulp aan andere schepen of personen in nood. Van deze afwijking wordt in het scheepsdagboek aantekening gehouden.
**1.** De kapitein kan afwijken en kan een schepeling verplichten af te wijken van de arbeids- en rusttijden om arbeid te verrichten indien dit noodzakelijk is in verband met de onmiddellijke veiligheid van het schip, de personen aan boord, de lading of het milieu, of bij het geven van hulp aan andere schepen of personen in nood.
**2.** Zodra de noodsituatie, bedoeld in het eerste lid, voorbij is, zorgt de kapitein er voor dat de schepeling die arbeid heeft verricht in een rustperiode, voldoende rusttijd ter compensatie krijgt.
@ -1157,6 +1192,130 @@ De artikelen 6.4:1, eerste lid, 6.4:2, eerste tot en met derde lid, 6.4:3 voor z
**3.** Onze Minister van Verkeer en Waterstaat kan regels stellen omtrent de wijze waarop de aanvraag om een ontheffing moet worden ingediend en de gegevens die door de aanvrager moeten worden verstrekt.
## Hoofdstuk 6A. Zeevisserij
### Paragraaf 6A.1. Algemene bepalingen
#### Paragraaf . Begrippen
### Artikel 6A.1:1
In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. *vissersvaartuig:* een zeevissersschip als bedoeld in artikel 2, derde lid, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek;
b. *scheepsbeheerder:* de natuurlijke of rechtspersoon die vanuit een vestiging in Nederland van een visserijonderneming de dagelijkse leiding heeft over het beheer van een vissersvaartuig;
c. *schipper:* de gezagvoerder van een vissersvaartuig;
d. *schepeling:* degene die als werknemer aan boord van een vissersvaartuig gehouden is buitengaats arbeid te verrichten;
e. *jeugdige schepeling:* de schepeling van 16 of 17 jaar;
f. *rusttijd:* een periode van ten minste een uur waarin geen arbeid wordt verricht.
#### Paragraaf . Gelijkstelling met rusttijd
### Artikel 6A.1:2
**1.** Voor de toepassing van dit hoofdstuk geldt de tijd waarin door de schepeling van een vissersvaartuig door omstandigheden inherent aan de visserij, geen arbeid kan worden verricht hoewel hij volgens zijn werkrooster arbeid zou moeten verrichten, als rusttijd.
**2.** In afwijking van het eerste lid worden niet als rusttijd aangemerkt de tijdsruimten waarin de schepeling niet vrijelijk over zijn tijd kan beschikken en zich gereed houdt tot een onmiddellijke aanvang der werkzaamheden, en waarbij het tijdstip van de aanvang en de duur van deze tijdsruimten niet vooraf bekend is.
#### Paragraaf . Toepasselijkheid van het hoofdstuk
### Artikel 6A.1:3
Met uitsluiting van hetgeen in het Arbeidstijdenbesluit is bepaald zijn dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen uitsluitend van toepassing op arbeid, verricht door schippers en schepelingen aan boord van vissersvaartuigen die te boek staan in het register, bedoeld in artikel 193 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek.
#### Paragraaf . Werkrooster
### Artikel 6A.1:4
**1.** De schipper zorgt ervoor dat aan boord van een vissersvaartuig op een voor alle schepelingen toegankelijke plaats een werkrooster is opgehangen, waarin zijn arbeidspatroon en dat van de schepelingen alsmede de wettelijk voorgeschreven arbeids- en rusttijden worden vermeld.
**2.** Bij regeling van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat kan een model worden vastgesteld voor een werkrooster. Bij die regeling kunnen voorschriften worden gegeven omtrent de invulling van het werkrooster.
### Paragraaf 6A.2. Arbeids- en rusttijden
### Artikel 6A.2:1
In plaats van paragraaf 5.2 van de wet wordt deze paragraaf toegepast op arbeid, verricht aan boord van een vissersvaartuig.
#### Paragraaf . Schepelingen van 18 jaar of ouder
### Artikel 6A.2:2
**1.** De schipper organiseert de arbeid zodanig dat zijn rusttijd en die van de schepelingen van 18 jaar of ouder ten minste 10 uren bedraagt in elke periode van 24 achtereenvolgende uren, te rekenen vanaf het begin van de rusttijd.
**2.** De rusttijd kan worden verdeeld in niet meer dan twee perioden, waarvan één periode een onafgebroken rusttijd van ten minste 6 uren omvat. In dat geval wordt de periode van 24 uren, bedoeld in het eerste lid, berekend vanaf het begin van de langste genoten rusttijd. De tijd tussen twee op elkaar volgende perioden van rust bedraagt niet meer dan 14 uren.
**3.** De schipper organiseert de arbeid zodanig dat zijn rusttijd en die van de schepelingen van 18 jaar of ouder tenminste 77 uren bedraagt in elke periode van 7 dagen.
#### Paragraaf . Maximale wekelijkse arbeidstijd
### Artikel 6A.2:3
De schipper organiseert de arbeid zodanig dat zijn gemiddelde wekelijkse arbeidstijd en die van de schepelingen van 18 jaar of ouder ten hoogste 48 uren bedraagt, gerekend over een periode van 52 achtereenvolgende weken.
#### Paragraaf . Jeugdige schepelingen
### Artikel 6A.2:4
**1.**
De schipper organiseert de arbeid zodanig dat een jeugdige schepeling:
a. in elke periode van 24 achtereenvolgende uren ten hoogste 8 uren arbeid verricht;
b. in elke periode van 24 achtereenvolgende uren een rusttijd heeft van ten minste 9 uren aaneengesloten en waarin de periode tussen 00.00 en 5.00 uur is begrepen;
c. per week ten hoogste 40 uren arbeid verricht;
d. een onafgebroken rusttijd heeft van ten minste 36 uren in elke aaneengesloten tijdsruimte van 7 maal 24 uren;
e. op zondag in beginsel geen arbeid verricht.
**2.** De schipper organiseert de arbeid zodanig dat de jeugdige schepeling een pauze krijgt van ten minste, zo mogelijk aaneengesloten, 30 minuten ingeval de dagelijkse arbeidstijd langer is dan 4,5 uur.
**3.**
In afwijking van het eerste lid, onderdelen a en b, mag de jeugdige schepeling:
a. in elke periode van 24 achtereenvolgende uren ten hoogste 12 uren arbeid verrichten indien hij uit hoofde van de wachtindeling gedurende die uren feitelijk wacht loopt;
b. arbeid verrichten tussen 00.00 en 5.00 uur indien dit in verband met zijn opleiding noodzakelijk is.
#### Paragraaf . Pauze
### Artikel 6A.2:5
De schipper organiseert de arbeid zodanig dat de arbeid van een schepeling telkens na ten hoogste 6 uren wordt afgewisseld door een pauze.
#### Paragraaf . Oefeningen
### Artikel 6A.2:6
De schipper organiseert de wettelijk voorgeschreven oefeningen en appèls zodanig dat zij zo min mogelijk inbreuk maken op de rusttijden en geen oververmoeidheid veroorzaken.
#### Paragraaf . Afwijkingen
### Artikel 6A.2:7
**1.** De schipper kan afwijken en kan een schepeling verplichten af te wijken van de arbeids- en rusttijden om arbeid te verrichten indien dit noodzakelijk is in verband met de onmiddellijke veiligheid van het vissersvaartuig, de personen aan boord, de lading of het milieu, of bij het geven van hulp aan andere schepen of personen in nood.
**2.** Zodra de noodsituatie, bedoeld in het eerste lid, voorbij is, zorgt de schipper ervoor dat de schepeling die arbeid heeft verricht in een rustperiode, voldoende rusttijd ter compensatie krijgt.
### Paragraaf 6A.3. Overige bepalingen
#### Paragraaf . Verplichtingen van de scheepsbeheerder
### Artikel 6A.3:1
**1.** De scheepsbeheerder zorgt ervoor dat de schipper en de schepelingen aan boord van het vissersvaartuig geen arbeid verrichten in strijd met dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen.
**2.** De scheepsbeheerder verschaft de schipper de nodige middelen en gegevens die deze nodig heeft om aan de hem in dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen opgelegde verplichtingen te voldoen.
#### Paragraaf . Vrijstelling en ontheffing
### Artikel 6A.3:2
**1.** Onze Minister van Verkeer en Waterstaat kan ontheffing verlenen van artikel 6A.2:2, eerste en tweede lid, en van artikel 6A.2:4, eerste lid, onderdelen a en b.
**2.** De scheepsbeheerder en de schipper leven de aan de ontheffing verbonden voorschriften na.
**3.** Onze Minister van Verkeer en Waterstaat kan vrijstelling verlenen van artikel 6A.2:3.
## Hoofdstuk 7. Registerloodsen
### Paragraaf 7.1. Algemene bepaling
@ -1215,7 +1374,7 @@ De registerloods mag na 4 aaneengesloten uren loodsen op afstand vanaf de wal pa
### Artikel 8:1
**1.** Het niet naleven van de artikelen 2.4:1, 2.4:2, eerste lid, 2.4:3, eerste lid, 2.4:4, 2.4:5, tweede en derde lid, 2.5:1, vierde lid, 2.5:3, 2.5:4, vierde lid, 2.5:5, derde lid, 2.5:6, tweede en derde lid, 2.6:1, derde lid, 2.7:1, 2.7:2 en 2.7:4, eerste lid, onderdeel b, en tweede lid, alsmede het bepaalde krachtens de artikelen 2.4:2, derde lid, 2.4:3, tweede lid, en 2.4:5, eerste lid levert een strafbaar feit op.
**1.** Het niet naleven van de artikelen 2.4:1, 2.4:2, eerste lid, 2.4:3, eerste lid, 2.4:4, 2.4:5, tweede en derde lid, 2.5:1, vierde lid, 2.5:3, 2.5:4, vierde lid, 2.5:5, derde lid, 2.5:6, tweede en derde lid, 2.5:7, vierde lid, 2.6:1, derde lid, 2.7:1, 2.7:2 en 2.7:4, eerste lid, onderdeel b, en tweede lid, alsmede het bepaalde krachtens de artikelen 2.4:2, derde lid, 2.4:3, tweede lid, en 2.4:5, eerste lid levert een strafbaar feit op.
**2.** Behoudens de artikelen 2.4:4 en 2.4:5, tweede en derde lid, wordt, indien de bestuurder werknemer is, ingeval van het niet naleven van een tot de bestuurder gerichte bepaling de werkgever aangemerkt als degene die die bepaling niet heeft nageleefd.
@ -1233,11 +1392,19 @@ Het niet naleven van de artikelen 3.2:1, derde lid, en 3.2:2, derde lid, levert
Het niet naleven van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 4.4:1, 4.4:2, 4.5:3, derde lid, 4.5:4, 4.5:5, 4.5:6, tweede lid, 4.5:7, zesde lid, 4.5:8, 4.5:9, vijfde lid, 4.5:9a, 4.5:10, eerste, tweede en vijfde lid, 4.6:3, derde lid, 4.6:4, tweede lid, 4.7:2, 4.8:3, derde lid, 4.8:4, vierde lid, 4.8:5, achtste lid, 4.8.6, derde lid, 4.8:7, 4.8:8, eerste en vijfde lid, 4.8:9, vierde lid, 4.8:10, vijfde lid, 4.9.1, tweede lid, 4.10.1, eerste lid, laatste volzin en tweede lid, alsmede het bepaalde krachtens artikel 4.4:1, tweede lid, levert een strafbaar feit op.
### Paragraaf . Strafbaarstelling zeevaart en havensleepdienst
### Paragraaf . Strafbaarstelling binnenvaart
### Artikel 8:3A
Het niet naleven van artikel 5.5:6, tweede lid, levert een strafbaar feit op.
### Paragraaf . Strafbaarstelling zeevaart, havensleepdienst en zeevisserij
### Artikel 8:4
Het niet naleven van de artikelen 6.4:1, eerste lid, 6.4:2, eerste, tweede en derde lid, 6.4:3, 6.5:2, 6.5:3, 6.5:4, 6.5:5, tweede lid, 6.5:6, 6.5:7, tweede lid, 6.6:3, eerste, vierde en vijfde lid, 6.6:4, 6.6:5, eerste tot en met derde lid, 6.6:6, tweede en vierde lid, 6.7:1, 6.7:2, tweede lid, alsmede het bepaalde krachtens de artikelen 6.4:1, tweede lid, en 6.4:2, vierde lid, levert een strafbaar feit op.
**1.** Het niet naleven van de artikelen 6.4:1, eerste lid, 6.4:2, eerste, tweede en derde lid, 6.4:3, 6.5:2, 6.5:3, 6.5:4, 6.5:5, tweede lid, 6.5:6, 6.5:7, tweede lid, 6.6:3, eerste, vierde en vijfde lid, 6.6:4, 6.6:5, eerste tot en met derde lid, 6.6:6, tweede en vierde lid, 6.7:1, 6.7:2, tweede lid, alsmede het bepaalde krachtens de artikelen 6.4:1, tweede lid, en 6.4:2, vierde lid, levert een strafbaar feit op.
**2.** Het niet naleven van de artikelen 6A.1:4, 6A.2:2, 6A.2:3. 6A.2:4, 6A.2:5, 6A.2:6, 6A.2:7, tweede lid, 6A.3:1 en 6A.3:2, tweede lid, levert een strafbaar feit op.
### Paragraaf . Strafbaarstelling loodsen