2014-02-19 | BWBR0011470 | Wet personenvervoer 2000

This commit is contained in:
Coornhert 2014-02-19 12:00:00 +00:00
parent 2f4b4ad4f1
commit 30f4fee0c6

View file

@ -18,26 +18,25 @@ citeertitel: Wet personenvervoer 2000
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. Onze Minister: Onze Minister van Infrastructuur en Milieu;
b. regionaal openbaar lichaam: een plusregio als bedoeld in artikel 104 van de Wet gemeenschappelijke regelingen die de gemeente of gemeenten Amsterdam, Arnhem en Nijmegen, Eindhoven en Helmond, Enschede en Hengelo, s-Gravenhage, Rotterdam of Utrecht omvat;
c. *Autoriteit Consument en Markt:* de Autoriteit Consument en Markt, genoemd in artikel 2, eerste lid, van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt;
d. vervallen;
e. bus: motorrijtuig, al dan niet voorzien van een aanhangwagen, ingericht voor het vervoer van meer dan acht personen, de bestuurder daaronder niet begrepen;
f. auto: personenauto op ten minste vier wielen, zoals nader omschreven bij ministeriële regeling, ingericht voor het vervoer van ten hoogste acht personen, de bestuurder daaronder niet begrepen;
g. dienstregeling: voor een ieder kenbaar schema van reismogelijkheden waarin zijn aangeduid de halteplaatsen waartussen en de tijdstippen waarop openbaar vervoer wordt verricht, zo nodig onder de vermelding of de halteplaatsen of de tijdstippen door de reiziger kunnen worden beïnvloed;
h. openbaar vervoer: voor een ieder openstaand personenvervoer volgens een dienstregeling met een auto, bus, trein, metro, tram of een via een geleidesysteem voortbewogen voertuig;
i. besloten busvervoer: personenvervoer per bus, anders dan bedoeld in onderdeel h;
j. taxivervoer: personenvervoer per auto, anders dan bedoeld in onderdeel h, tegen betaling;
k. vervoerder: degene die openbaar vervoer of besloten busvervoer verricht, niet in de hoedanigheid van bestuurder van een auto, bus, trein, metro, tram of een via een geleidesysteem voortbewogen voertuig;
l. concessie: recht om met uitsluiting van anderen openbaar vervoer te verrichten in een bepaald gebied gedurende een bepaald tijdvak;
m. concessieverlener: het tot verlening van een concessie bevoegde gezag, bedoeld in artikel 20;
n. concessiehouder: vergunninghoudende vervoerder aan wie een concessie is verleend;
o. communautaire vergunning: vergunning als bedoeld in artikel 4 van verordening 1073/2009/EG;
p. verordening 1371/2007/EG: verordening nr. 1371/2007 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 23 oktober 2007 betreffende de rechten en verplichtingen van reizigers in het treinverkeer (PbEU L 315);
q. verordening 1071/2009/EG: verordening (EG) nr. 1071/2009 van het Europees parlement en de Raad van de Europese Unie van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke voorwaarden waaraan moet zijn voldaan om het beroep van wegvervoerondernemer uit te oefenen en tot intrekking van Richtlijn 96/26/EG van de Raad (PbEU L 300);
r. verordening 1073/2009/EG: verordening (EG) nr. 1073/2009 van het Europees parlement en de Raad van de Europese Unie van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels voor toegang tot de internationale markt voor touringcar- en autobusdiensten en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 561/2009 (PbEU L 300);
s. vervoersmanager: vervoersmanager als bedoeld in artikel 2 van verordening 1071/2009/EG.
q. verordening (EG) 1370/2007: verordening nr. 1370/2007 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 23 oktober 2007 betreffende het openbaar personenvervoer per spoor en over de weg en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 1191/69 van de Raad en Verordening (EEG) nr. 1107/70 van de Raad (PbEU 2007, L 315).
- *auto:* personenauto op ten minste vier wielen, zoals nader omschreven bij ministeriële regeling, ingericht voor het vervoer van ten hoogste acht personen, de bestuurder daaronder niet begrepen;
- *Autoriteit Consument en Markt:* de Autoriteit Consument en Markt, genoemd in artikel 2, eerste lid, van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt;
- *besloten busvervoer:* personenvervoer per bus, niet zijnde openbaar vervoer;
- *bus:* motorrijtuig, al dan niet voorzien van een aanhangwagen, ingericht voor het vervoer van meer dan acht personen, de bestuurder daaronder niet begrepen;
- *communautaire vergunning:* vergunning als bedoeld in artikel 4 van verordening 1073/2009/EG;
- *concessie:* recht om met uitsluiting van anderen openbaar vervoer te verrichten in een bepaald gebied gedurende een bepaald tijdvak;
- *concessiehouder:* vergunninghoudende vervoerder aan wie een concessie is verleend;
- *concessieverlener:* het tot verlening van een concessie bevoegde gezag, bedoeld in artikel 20;
- *dienstregeling:* voor een ieder kenbaar schema van reismogelijkheden waarin zijn aangeduid de halteplaatsen waartussen en de tijdstippen waarop openbaar vervoer wordt verricht, zo nodig onder de vermelding of de halteplaatsen of de tijdstippen door de reiziger kunnen worden beïnvloed;
- *Onze Minister:* Onze Minister van Infrastructuur en Milieu;
- *openbaar vervoer:* voor een ieder openstaand personenvervoer volgens een dienstregeling met een auto, bus, trein, metro, tram of een via een geleidesysteem voortbewogen voertuig;
- *taxivervoer:* personenvervoer per auto tegen betaling, niet zijnde openbaar vervoer;
- *verordening (EU) nr. 181/2011:* verordening (EU) nr. 181/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 betreffende de rechten van autobus- en touringcarpassagiers en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2006/2004 (PbEU 2011, L 55);
- *verordening 1071/2009/EG:* verordening (EG) nr. 1071/2009 van het Europees parlement en de Raad van de Europese Unie van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke voorwaarden waaraan moet zijn voldaan om het beroep van wegvervoerondernemer uit te oefenen en tot intrekking van Richtlijn 96/26/EG van de Raad (PbEU L 300);
- *verordening 1073/2009/EG:* verordening (EG) nr. 1073/2009 van het Europees parlement en de Raad van de Europese Unie van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels voor toegang tot de internationale markt voor touringcar- en autobusdiensten en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 561/2009 (PbEU L 300);
- *verordening (EG) 1370/2007:* verordening nr. 1370/2007 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 23 oktober 2007 betreffende het openbaar personenvervoer per spoor en over de weg en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 1191/69 van de Raad en Verordening (EEG) nr. 1107/70 van de Raad (PbEU 2007, L 315);
- *verordening 1371/2007/EG:* verordening nr. 1371/2007 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 23 oktober 2007 betreffende de rechten en verplichtingen van reizigers in het treinverkeer (PbEU L 315);
- *vervoerder:* degene die openbaar vervoer of besloten busvervoer verricht, niet in de hoedanigheid van bestuurder van een auto, bus, trein, metro, tram of een via een geleidesysteem voortbewogen voertuig;
- *vervoersmanager:* vervoersmanager als bedoeld in artikel 2 van verordening 1071/2009/EG.
### Paragraaf 2. Werkingssfeer
@ -178,7 +177,7 @@ b. een uitspraak waarbij een in onderdeel a bedoelde uitspraak is vernietigd.
**3.** Het is verboden een gewaarmerkt afschrift van een communautaire vergunning al dan niet tegen betaling ter beschikking te stellen van een derde ten behoeve van het verrichten van vervoer als bedoeld in het eerste lid.
**4.** Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing op degene aan wie door de houder van een communautaire vergunning een gewaarmerkt afschrift van de communautaire vergunning ter beschikking is gesteld.
**4.** Het derde lid is van overeenkomstige toepassing op degene aan wie door de houder van een communautaire vergunning een gewaarmerkt afschrift van de communautaire vergunning ter beschikking is gesteld.
**5.** Ter uitvoering van besluiten van volkenrechtelijke organisaties kan bij algemene maatregel van bestuur vrijstelling worden verleend van het eerste en tweede lid.
@ -224,13 +223,15 @@ Vervallen
**1.** De vervoerder voorziet, al dan niet in samenwerking met andere vervoerders, in het op verzoek behandelen van geschillen over de totstandkoming of de uitvoering van een vervoersovereenkomst als bedoeld in de artikelen 80, eerste lid, en 100, eerste lid, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek, door instelling van een geschillencommissie.
**2.** De geschillencommissie bestaat uit een oneven aantal leden, waarvan ten minste één voldoet aan de vereisten voor benoembaarheid tot rechterlijk ambtenaar, bedoeld in artikel 5 van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren en waarvan de voorzitter onafhankelijk is van de overige leden.
**2.** Voor zover geschillen als bedoeld in het eerste lid voortvloeien uit de uitvoering van verordening (EU) nr. 181/2011 worden deze in eerste instantie voorgelegd aan de in dat lid bedoelde geschillencommissie.
**3.** Bij de samenstelling van de geschillencommissie wordt aan geen van de bij het geschil betrokken partijen een bevoorrechte positie toegekend.
**3.** De geschillencommissie bestaat uit een oneven aantal leden, waarvan ten minste één voldoet aan de vereisten voor benoembaarheid tot rechterlijk ambtenaar, bedoeld in artikel 5 van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren en waarvan de voorzitter onafhankelijk is van de overige leden.
**4.** De geschillencommissie beslecht een aan haar voorgelegd geschil door het uitbrengen van een bindend advies of door het bewerkstelligen van een minnelijke schikking tussen partijen.
**4.** Bij de samenstelling van de geschillencommissie wordt aan geen van de bij het geschil betrokken partijen een bevoorrechte positie toegekend.
**5.** De geschillencommissie stelt een reglement vast over de wijze waarop een geschil wordt behandeld.
**5.** De geschillencommissie beslecht een aan haar voorgelegd geschil door het uitbrengen van een bindend advies of door het bewerkstelligen van een minnelijke schikking tussen partijen.
**6.** De geschillencommissie stelt een reglement vast over de wijze waarop een geschil wordt behandeld.
### Artikel 13
@ -1263,7 +1264,9 @@ c. de bij besluit van het college van burgemeester en wethouders van de desbetre
**5.** Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens artikel 63c, vierde, zesde tot en met tiende lid en elfde lid, onderdeel c, voor zover artikel 87, vierde lid, op dat vervoer bij algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 2, tweede of vierde lid, van toepassing is verklaard zijn belast de bij besluit van de Autoriteit Consument en Markt aangewezen ambtenaren van de Nederlandse Mededingingsautoriteit.
**6.** Van een besluit als bedoeld in het eerste, vierde of vijfde lid, wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.
**6.** Met het toezicht op de naleving van verordening (EU) nr. 181/2011 zijn belast de bij besluit van Onze Minister aangewezen personen.
**7.** Van een besluit als bedoeld in het eerste, vierde, vijfde of zesde lid, wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.
### Artikel 88
@ -1295,7 +1298,11 @@ De reiziger die de leeftijd van veertien jaar nog niet heeft bereikt, is verplic
### Artikel 93
Onze Minister is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang ter handhaving van de bij of krachtens verordening 1071/2009/EG, bij of krachtens verordening 1073/2009/EG en van de bij of krachtens deze wet gestelde verplichtingen.
**1.** Onze Minister is de handhavende instantie, bedoeld in de artikelen 30 van verordening 1371/2007/EG en 28, eerste lid, van verordening (EU) nr. 181/2011.
**2.** Onze Minister is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang ter handhaving van verordening 1371/2007/EG, verordening 1071/2009/EG, verordening 1073/2009/EG, verordening (EU) nr. 181/2011 en van de bij of krachtens deze wet gestelde verplichtingen.
**3.** De Autoriteit Consument en Markt is bevoegd tot het opleggen van een last onder dwangsom ter handhaving van artikel 19a, vierde lid.
### Artikel 93a
@ -1427,6 +1434,14 @@ Vervallen
Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat artikel 53, tweede lid, buiten toepassing blijft. Na het tot stand komen van die regeling wordt zo spoedig mogelijk maar uiterlijk binnen acht weken een voorstel van wet tot goedkeuring van de ministeriële regeling aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal gezonden. Indien het voorstel wordt ingetrokken of indien een van de beide kamers der Staten-Generaal besluit het voorstel niet aan te nemen, wordt de ministeriële regeling onverwijld ingetrokken. Wordt het voorstel tot wet verheven, dan wordt de ministeriële regeling ingetrokken op het tijdstip van inwerkingtreding van die wet.
### Artikel 110a
**1.** Onze Minister wijst de terminals aan, bedoeld in artikel 12 van verordening (EU) nr. 181/2011.
**2.** Onze Minister is tot 1 maart 2021 bevoegd tot het verlenen van de vrijstellingen als bedoeld in de artikelen 2, vierde en vijfde lid, van verordening (EU) nr. 181/2011.
**3.** Onze Minister is tot 1 maart 2018 bevoegd tot het verlenen van de vrijstellingen als bedoeld in artikel 16, tweede lid, van verordening (EU) nr. 181/2011.
### Paragraaf 2. Overgangsbepalingen
### Artikel 111