2005-03-01 | BWBR0011453 | Wet studiefinanciering 2000

This commit is contained in:
Coornhert 2005-03-01 12:00:00 +00:00
parent ae5733a7ba
commit 30fdbdcb12

View file

@ -233,6 +233,10 @@ b. tot het einde van het studiejaar dat volgt op het tijdstip van de bekendmakin
**3.** Indien de deelnemer na het afsluitend examen binnen 4 maanden een andere opleiding in de zin van deze wet gaat volgen, wordt, in afwijking van het eerste lid, op zijn aanvraag de aanspraak op studiefinanciering met ten hoogste 4 maanden verlengd. Hij wordt in de tussen beide opleidingen liggende periode aangemerkt als deelnemer aan de eerste opleiding. In afwijking van artikel 3.21, tweede lid, wordt die aanvraag ingediend voor het einde van de periode van 4 maanden.
### Artikel 2.7a
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Paragraaf 2.3. Hoger onderwijs
### Artikel 2.8
@ -274,6 +278,10 @@ d. indien hij is ingeschreven aan een opleiding waarvan de duur, daaronder begre
### Paragraaf 2.4. Overige bepalingen
### Artikel 2.13a
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel 2.14
**1.** Voor studiefinanciering kan een studerende in aanmerking komen die is ingeschreven voor het volgen van onderwijs aan een bij ministeriële regeling aangewezen opleiding die leidt tot getuigschriften of diploma's ten aanzien waarvan in het kader van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte specifieke regelingen verbindend zijn geworden inzake de onderlinge erkenning of vergelijkbaarheid.
@ -284,6 +292,10 @@ d. indien hij is ingeschreven aan een opleiding waarvan de duur, daaronder begre
De studerende die lesgeld is verschuldigd op grond van artikel 5, tweede lid, van de Les- en cursusgeldwet en tevens voor het volgen van hoger onderwijs aanspraak heeft op studiefinanciering, geldt voor de toekenning van studiefinanciering niet als deelnemer.
### Artikel 2.15a
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel 2.16
De studerende heeft geen aanspraak op studiefinanciering voor het volgen van een opleiding in het beroepsonderwijs, indien hij reeds 4 jaren studiefinanciering heeft genoten voor het volgen van een opleiding in het hoger onderwijs.
@ -712,8 +724,8 @@ De diplomatermijn is een periode van 10 jaren. Deze periode vangt aan op de eers
De prestatiebeurs wordt gedurende 6,5 jaren verstrekt indien het betreft:
a. een opleiding godgeleerdheid aan een openbare universiteit die, blijkens het onderwijs- en examenprogramma, wordt gevolgd in combinatie met het onderwijs in het kader van een opleiding vanwege een kerkgenootschap tot leraar of ambtsdrager van dat kerkgenootschap, en
b. een opleiding met een studielast van 360 studiepunten gericht op een godsdienstig of levensbeschouwelijk ambt aan een bijzondere instelling voor wetenschappelijk onderwijs of een wetenschappelijke theologische opleiding aan een op grond van artikel 6.9 van de WHW aangewezen instelling.
a. het geheel van een bacheloropleiding en een masteropleiding in de godgeleerdheid aan een openbare of bijzondere universiteit dat, blijkens het onderwijs- en examenprogramma, wordt gevolgd in combinatie met het onderwijs in het kader van een opleiding vanwege een kerkgenootschap tot leraar of ambtsdrager van dat kerkgenootschap, en
b. een opleiding met een studielast van 360 studiepunten gericht op een godsdienstig of levensbeschouwelijk ambt aan een bijzondere instelling voor wetenschappelijk onderwijs of het geheel van een bacheloropleiding en een masteropleiding godgeleerdheid binnen het wetenschappelijk onderwijs aan een aangewezen instelling als bedoeld in artikel 6.9 van de WHW.
**6.** De duur van de prestatiebeurs wordt ten hoogste met 1 jaar verlengd indien het een bacheloropleiding als bedoeld in artikel 7.4a, eerste lid, tweede volzin, van de WHW betreft. Het eerste lid, tweede en derde volzin, is van overeenkomstige toepassing.
@ -737,12 +749,9 @@ b. een opleiding met een studielast van 360 studiepunten gericht op een godsdien
**1.** Indien een student met goed gevolg het afsluitend examen heeft behaald van een opleiding waarvan de studielast is gebaseerd op een periode van minder dan 4 jaren overeenkomstig artikel 5.2, eerste lid, wordt het aantal om te zetten maanden van zijn prestatiebeurs met dit verschil verminderd.
**2.**
**2.** Het aantal om te zetten maanden van zijn prestatiebeurs wordt met 12 verminderd, indien een student met goed gevolg het afsluitend examen heeft behaald van een opleiding ten aanzien waarvan artikel 7.31a van de WHW is toegepast
Het aantal om te zetten maanden van zijn prestatiebeurs wordt met 12 verminderd, indien een student met goed gevolg het afsluitend examen heeft behaald van een:
a. opleiding ten aanzien waarvan artikel 7.31a van de WHW is toegepast, of
b. bacheloropleiding in het wetenschappelijk onderwijs.
**3.** Indien een student een aanvraag als bedoeld in artikel 5.7, vierde lid, heeft ingediend, wordt het aantal maanden, bedoeld in het eerste lid, van de aan hem toegekende prestatiebeurs omgezet in een gift.
### Paragraaf 5.3. Omzettingsprocedure
@ -1230,16 +1239,19 @@ c. het geheel van een bacheloropleiding als bedoeld in artikel 7.4a, eerste lid,
De tempobeurs wordt gedurende 7,5 jaren verstrekt, indien het betreft:
a. een opleiding godgeleerdheid aan een openbare universiteit die, blijkens het onderwijs- en examenprogramma, wordt gevolgd in combinatie met het onderwijs in het kader van een opleiding vanwege een kerkgenootschap tot leraar of ambtsdrager van dat kerkgenootschap, en
b. een opleiding van 360 studiepunten gericht op een godsdienstig of levensbeschouwelijk ambt aan een bijzondere instelling voor wetenschappelijk onderwijs of aan een op grond van artikel 6.9 van de WHW aangewezen instelling als wetenschappelijke theologische opleiding.
a. een opleiding als bedoeld in artikel 18.15 van de WHW in de godgeleerdheid aan een openbare universiteit die dan wel het geheel van een bacheloropleiding en een masteropleiding in de godgeleerdheid aan een openbare of bijzondere universiteit dat, blijkens het onderwijs- en examenprogramma, wordt gevolgd in combinatie met het onderwijs in het kader van een opleiding vanwege een kerkgenootschap tot leraar of ambtsdrager van dat kerkgenootschap,
b. het geheel van een bacheloropleiding en masteropleiding met een gezamenlijke studielast van 360 studiepunten gericht op een godsdienstig of levensbeschouwelijk ambt aan een bijzondere instelling voor wetenschappelijk onderwijs,
c. een opleiding als bedoeld in artikel 18.15 van de WHW met een studielast van 360 studiepunten gericht op een godsdienstig of levensbeschouwelijk ambt aan een bijzondere instelling voor wetenschappelijk onderwijs,
d. het geheel van een bacheloropleiding en een masteropleiding godgeleerdheid binnen het wetenschappelijk onderwijs aan een aangewezen instelling als bedoeld in artikel 6.9 van de WHW, of
e. een opleiding in de zin van artikel 18.15 van de WHW in de godgeleerdheid aan een aangewezen instelling als bedoeld in artikel 6.9 van de WHW.
**5.**
De periode van 5 jaren, genoemd in artikel 10.3, tweede lid, wordt met 1 jaar verlengd, indien de student een opleiding volgt als bedoeld in:
a. artikel 7.4b, tweede lid, van de WHW,
b. artikel 17a.7a van de WHW, of
c. artikel 17a.10a van de WHW.
b. artikel 18.16 van de WHW, of
c. artikel 18.20 van de WHW.
**6.** De IB-Groep verlengt op aanvraag van de student het aantal jaren tempobeurs, bedoeld in dit artikel, eenmalig met 12 maanden, indien de student blijkens gedagtekende verklaringen van een arts en van het bestuur van de onderwijsinstelling waar hij is ingeschreven, als gevolg van een lichamelijke, zintuiglijke of andere functiestoornis niet in staat is het afsluitend examen met goed gevolg af te ronden binnen dat aantal jaren tempobeurs.
@ -1406,17 +1418,21 @@ c. de bedragen, bedoeld in de begripsbepaling van gecorrigeerde belastbare loon,
**5.** De correctieposten, bedoeld in het derde lid, onderdelen c tot en met g, van de begripsbepaling gecorrigeerde belastbare loon, en die bedoeld in het derde lid, onderdeel c, van de begripsbepaling gecorrigeerde verzamelinkomen, worden indien het gecorrigeerde belastbare loon of het gecorrigeerde verzamelinkomen over het kalenderjaar 2001 wordt berekend, voor het geheel in aanmerking genomen, indien het gecorrigeerde belastbare loon of het gecorrigeerde verzamelinkomen over het kalenderjaar 2002 wordt berekend, voor 2/3 deel in aanmerking genomen en indien het gecorrigeerde belastbare loon of het gecorrigeerde verzamelinkomen over het kalenderjaar 2003 wordt berekend, voor 1/3 deel in aanmerking genomen.
**6.** Onder de begripsbepaling van «bacheloropleiding» in artikel 1.1, eerste lid, wordt mede verstaan: opleiding als bedoeld in artikel 7.3a, eerste lid, onderdeel a, van de WHW, en ten aanzien waarvan artikel 17a.9 van de WHW van toepassing is.
**6.** Onder de begripsbepaling van «bacheloropleiding» in artikel 1.1, eerste lid, wordt mede verstaan: opleiding als bedoeld in artikel 7.3a, eerste lid, onderdeel a, van de WHW, en ten aanzien waarvan artikel 18.18 van de WHW van toepassing is.
**7.** Onder de begripsbepaling van «masteropleiding» in artikel 1.1, eerste lid, wordt mede verstaan: opleiding als bedoeld in artikel 7.3a, eerste lid, onderdeel b, van de WHW, en ten aanzien waarvan artikel 17a.9 van de WHW van toepassing is.
**7.** Onder de begripsbepaling van «masteropleiding» in artikel 1.1, eerste lid, wordt mede verstaan: opleiding als bedoeld in artikel 7.3a, eerste lid, onderdeel b, van de WHW, en ten aanzien waarvan artikel 18.18 van de WHW van toepassing is.
### Artikel 12.1a
Voor deelnemers die voor 1 augustus onderscheidenlijk voor studenten die voor 1 september volgend op het tijdstip van inwerkingtreding van artikel XII van de wet van 13 december 2000 tot wijziging van enige wetten teneinde de aanspraak jegens bestuursorganen op verstrekkingen, voorzieningen en uitkeringen afhankelijk te maken van het in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens opgenomen gegeven omtrent het adres van een ingezetene, Stb. 2001, 67, studiefinanciering op grond van de Wet op de studiefinanciering of van deze wet ontvingen, geldt in afwijking van artikel 1.5 dat waar de studerende woont naar de omstandigheden wordt beoordeeld.
### Artikel 12.1aa
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel 12.1b
**1.** In afwijking van de artikelen 2.8 en 2.9 komt tot een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip voor studiefinanciering mede in aanmerking een student die is ingeschreven voor het volgen van een voltijdse opleiding als bedoeld in de artikelen 17a.6, 17a.7 of 17a.7a van de WHW, voorzover die opleiding is geaccrediteerd als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel s, van de WHW of de toets nieuwe opleiding, bedoeld in artikel 1.1, onderdeel t, van de WHW, met positief gevolg heeft ondergaan.
**1.** In afwijking van de artikelen 2.8 en 2.9 komt tot een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip voor studiefinanciering mede in aanmerking een student die is ingeschreven voor het volgen van een voltijdse opleiding als bedoeld in de artikelen 18.14, 18.15 of 18.16 van de WHW, voorzover die opleiding is geaccrediteerd als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel s, van de WHW of de toets nieuwe opleiding, bedoeld in artikel 1.1, onderdeel t, van de WHW, met positief gevolg heeft ondergaan.
**2.** In afwijking van de artikelen 2.8 en 2.9 komt tot een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip voor studiefinanciering mede in aanmerking een student die is ingeschreven voor het volgen van een voltijdse opleiding als bedoeld in artikel VII van de wet van 2 april 1998, houdende wijziging van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek en de Wet op de studiefinanciering ter uitvoering van in het hoger onderwijs- en onderzoekplan 1996 aangekondigde maatregelen (Stb. 1998, 216), voorzover die opleiding is geaccrediteerd als bedoeld in artikel 5a.9 van de WHW.
@ -1496,8 +1512,8 @@ In afwijking van artikel 5.6 wordt tot een bij koninklijk besluit te bepalen tij
a. genoemd in artikel 7.4, derde lid, eerste volzin, van de WHW, zoals dat artikel op 31 augustus 2002 luidde,
b. genoemd in artikel 7.4, zesde lid, van de WHW, zoals dat artikel op 31 augustus 2002 luidde,
c. genoemd in artikel 17a.7a van de WHW, of
d. genoemd in artikel 17a.10a van de WHW.
c. genoemd in artikel 18.16 van de WHW, of
d. genoemd in artikel 18.20 van de WHW.
**2.**
@ -1506,6 +1522,13 @@ In afwijking van artikel 5.6 wordt tot een bij koninklijk besluit te bepalen tij
a. met goed gevolg een examen heeft afgelegd van een deel van een opleiding, en
b. dat deel ten minste 240 studiepunten bedraagt.
**3.**
In afwijking van artikel 5.6 wordt tot een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip de prestatiebeurs mede gedurende 6,5 jaar verstrekt, indien het betreft:
a. een opleiding als bedoeld in artikel 18.15 van de WHW in de godgeleerdheid aan een openbare universiteit die, blijkens het onderwijs- en examenprogramma, wordt gevolgd in combinatie met het onderwijs in het kader van een opleiding vanwege een kerkgenootschap tot leraar of ambtsdrager van dat kerkgenootschap, en
b. een opleiding als bedoeld in artikel 18.15 van de WHW met een studielast van 360 studiepunten gericht op een godsdienstig of levensbeschouwelijk ambt aan een bijzondere instelling voor wetenschappelijk onderwijs of een opleiding in de zin van artikel 18.15 van de WHW in de godgeleerdheid aan een op grond van artikel 6.9 van de WHW aangewezen instelling.
### Artikel 12.11
Vervallen