2016-07-01 | BWBR0012197 | Gerechtsdeurwaarderswet
This commit is contained in:
parent
07bcdb5e24
commit
3100f5f7c4
1 changed files with 283 additions and 138 deletions
|
|
@ -17,14 +17,54 @@ citeertitel: Gerechtsdeurwaarderswet
|
|||
Voor de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
a. Onze Minister: Onze Minister van Veiligheid en Justitie;
|
||||
b. ambtshandelingen: de werkzaamheden, bedoeld in artikel 2;
|
||||
c. gerechtsdeurwaarder: de ambtenaar, benoemd krachtens artikel 4, eerste lid;
|
||||
d. kandidaat-gerechtsdeurwaarder: hij die met goed gevolg de opleiding, bedoeld in artikel 25, eerste lid, heeft doorlopen;
|
||||
e. toegevoegd kandidaat-gerechtsdeurwaarder: een als zodanig, overeenkomstig artikel 26, aangewezen kandidaat-gerechtsdeurwaarder;
|
||||
f. het Bureau: het Bureau Financieel Toezicht, bedoeld in artikel 110 van de Wet op het notarisambt;
|
||||
g. kamer voor gerechtsdeurwaarders: het college, bedoeld in artikel 34;
|
||||
h. deeltijd: de werktijd die korter is dan de volledige werktijd die geldt voor burgerlijke rijksambtenaren, werkzaam op de ministeries;
|
||||
i. de KBvG: de Koninklijke Beroepsorganisatie van Gerechtsdeurwaarders, bedoeld in artikel 56.
|
||||
b. gerechtsdeurwaardersregister: het register, bedoeld in artikel 1a;
|
||||
c. ambtshandelingen: de werkzaamheden, bedoeld in artikel 2;
|
||||
d. gerechtsdeurwaarder: de ambtenaar, benoemd krachtens artikel 4, eerste lid;
|
||||
e. waarnemend gerechtsdeurwaarder: de waarnemend gerechtsdeurwaarder, bedoeld in artikel 23;
|
||||
f. kandidaat-gerechtsdeurwaarder: de kandidaat-gerechtsdeurwaarder, bedoeld in artikel 25;
|
||||
g. toegevoegd gerechtsdeurwaarder: de toegevoegd gerechtsdeurwaarder, bedoeld in artikel 27;
|
||||
h. het Bureau: het Bureau Financieel Toezicht, bedoeld in artikel 110 van de Wet op het notarisambt;
|
||||
i. kamer voor gerechtsdeurwaarders: het college, bedoeld in artikel 34;
|
||||
j. deeltijd: de werktijd die korter is dan de volledige arbeidsduur, bedoeld in artikel 2 van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984;
|
||||
k. de KBvG: de Koninklijke Beroepsorganisatie van Gerechtsdeurwaarders, bedoeld in artikel 56.
|
||||
|
||||
### Artikel 1a
|
||||
|
||||
**1.** Er is een register voor gerechtsdeurwaarders, waarnemend gerechtsdeurwaarders, toegevoegd gerechtsdeurwaarders en kandidaat-gerechtsdeurwaarders, dat wordt beheerd door het bestuur van de KBvG.
|
||||
|
||||
**2.** In het register wordt iedere gerechtsdeurwaarder, waarnemend gerechtsdeurwaarder, toegevoegd gerechtsdeurwaarder en kandidaat-gerechtsdeurwaarder opgenomen onder vermelding van diens naam en plaats en datum van geboorte.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
In het register worden ten aanzien van de daarin geregistreerde personen, voor zover van toepassing, tevens de volgende gegevens opgenomen:
|
||||
|
||||
a. de benoeming van de gerechtsdeurwaarder, zijn ontslag of overlijden;
|
||||
b. de waarneming, bedoeld in artikel 23;
|
||||
c. een toevoeging als bedoeld in artikel 25 aan een gerechtsdeurwaarder;
|
||||
d. een toevoeging als bedoeld in artikel 27 aan een gerechtsdeurwaarder;
|
||||
e. de toestemming van de waarnemend gerechtsdeurwaarder op grond van de artikelen 25c, zesde lid, 28, zesde lid, of 29, tweede lid;
|
||||
f. het proces-verbaal van de eed of belofte, bedoeld in artikel 9, vierde lid;
|
||||
g. de handtekening en paraaf van de gerechtsdeurwaarder, waarnemend gerechtsdeurwaarder, toegevoegd gerechtsdeurwaarder en kandidaat-gerechtsdeurwaarder;
|
||||
h. de plaats van vestiging van de gerechtsdeurwaarder;
|
||||
i. de andere werkzaamheden en de nevenbetrekkingen van de gerechtsdeurwaarder, waarnemend gerechtsdeurwaarder, toegevoegd gerechtsdeurwaarder en kandidaat-gerechtsdeurwaarder die zijn opgegeven op grond van artikel 20, vierde lid;
|
||||
j. een schorsing op grond van artikel 38, eerste of vijfde lid, dan wel artikel 51;
|
||||
k. een onherroepelijke oplegging van een maatregel als bedoeld in artikel 43, tweede lid, en artikel 49, eerste lid;
|
||||
l. het bij onherroepelijke uitspraak gegrond verklaarde bezwaar zonder oplegging van een maatregel, bedoeld in artikel 43, derde lid;
|
||||
m. een onherroepelijke en onvoorwaardelijke oplegging van een bestuurlijke boete of een last onder dwangsom als bedoeld in artikel 30b, tweede lid.
|
||||
|
||||
**4.** Onze Minister, het Bureau, de kamer voor gerechtsdeurwaarders en het gerechtshof Amsterdam, hebben ten behoeve van hun taakvervulling op grond van deze wet onbeperkte inzage.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
Het register ligt voor een ieder ter inzage, met uitzondering van de gegevens betreffende:
|
||||
|
||||
– de plaats en datum van geboorte van de ingeschrevene;
|
||||
– de gegrondverklaring van een klacht zonder oplegging van een maatregel;
|
||||
– de tuchtrechtelijke maatregelen van de waarschuwing, berisping of boete op grond van artikel 43, tweede lid, onderdelen a, b en c, tenzij toepassing is gegeven aan artikel 43, vierde lid;
|
||||
– de tuchtrechtelijke maatregelen van artikel 49, eerste lid, voor zover een waarschuwing, berisping of boete is opgelegd; en
|
||||
– de maatregelen die zijn opgelegd op grond van artikel 30b.
|
||||
|
||||
**6.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld betreffende de toepassing van het tweede en derde lid, de inrichting van het register, de wijze waarop het wordt beheerd, de inzage in het register en het verstrekken van gegevens uit het register door het bestuur van de KBvG. Het bestuur van de KBvG verstrekt op verzoek een gewaarmerkt afschrift of uittreksel tegen kostprijs.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk II. De gerechtsdeurwaarder
|
||||
|
||||
|
|
@ -57,7 +97,8 @@ e. het ambtelijk toezicht bij vrijwillige openbare verkopingen van roerende lich
|
|||
De gerechtsdeurwaarder is niet bevoegd tot het verrichten van ambtshandelingen ten behoeve van of gericht tegen:
|
||||
|
||||
a. zichzelf, zijn echtgenoot, geregistreerde partner of een persoon met wie hij een duurzame relatie onderhoudt en samenwoont;
|
||||
b. zijn bloed- of aanverwanten, in rechte lijn onbepaald en in de zijlijn tot en met de derde graad.
|
||||
b. zijn bloed- of aanverwanten, in rechte lijn onbepaald en in de zijlijn tot en met de derde graad;
|
||||
c. een natuurlijke persoon, niet zijnde een gerechtsdeurwaarder, of rechtspersoon, waarvan de aandelen niet volledig in het bezit zijn van een gerechtsdeurwaarder, die direct of indirect aandelen bezit van of de functie van directeur vervult in de rechtspersoon die het kantoor houdt van waaruit de gerechtsdeurwaarder zijn ambtshandelingen verricht.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -88,24 +129,21 @@ b. een rechtspersoon waarvan hij weet of had behoren te weten dat een van de per
|
|||
|
||||
### Artikel 4
|
||||
|
||||
**1.** Een gerechtsdeurwaarder wordt benoemd bij koninklijk besluit. In het besluit wordt de plaats van vestiging aangegeven. Hij mag zijn werkzaamheden als gerechtsdeurwaarder eerst aanvangen na overeenkomstig artikel 9 te zijn beëdigd.
|
||||
**1.** Een gerechtsdeurwaarder wordt benoemd bij koninklijk besluit. In het besluit wordt de plaats van vestiging aangegeven. Hij mag zijn werkzaamheden als gerechtsdeurwaarder eerst aanvangen nadat hij is ingeschreven in het gerechtsdeurwaardersregister.
|
||||
|
||||
**2.** Tot het voeren van de titel van gerechtsdeurwaarder is uitsluitend bevoegd degene die als zodanig is benoemd en beëdigd.
|
||||
**2.** Tot het voeren van de titel van gerechtsdeurwaarder is uitsluitend bevoegd degene die als zodanig is ingeschreven in het gerechtsdeurwaardersregister en die niet geschorst of ontslagen is.
|
||||
|
||||
### Artikel 5
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Tot gerechtsdeurwaarder is slechts benoembaar degene die:
|
||||
|
||||
a. Nederlander is,
|
||||
b. met goed gevolg een door Onze Minister erkende opleiding tot kandidaat-gerechtsdeurwaarder heeft doorlopen,
|
||||
c. als toegevoegd kandidaat-gerechtsdeurwaarder ten minste gedurende twee jaren, waaronder begrepen de stage, bedoeld in artikel 27, eerste lid, werkzaam is geweest, met dien verstande dat, in geval van werkzaamheid in deeltijd, deze termijn naar evenredigheid wordt verlengd,
|
||||
d. in het bezit is van een ondernemingsplan dat voldoet aan de voorwaarden van artikel 6, eerste lid, alsmede van het advies, bedoeld in artikel 6, tweede lid,
|
||||
e. in het bezit is van een verklaring omtrent het gedrag afgegeven volgens de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens, en
|
||||
f. in het bezit is van een verklaring van de kamer voor gerechtsdeurwaarders, waaruit blijkt of hem een maatregel als bedoeld in artikel 43 is opgelegd, en zo ja, welke.
|
||||
|
||||
**2.** In bijzondere gevallen en in geval van een persoon die reeds eerder tot gerechtsdeurwaarder was benoemd, kan bij de benoeming van een gerechtsdeurwaarder worden afgezien van het eerste lid, onderdeel c.
|
||||
a. de Nederlandse nationaliteit bezit of de nationaliteit van een andere lidstaat van de Europese Unie, van een overige staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of van de Zwitserse Bondsstaat;
|
||||
b. met goed gevolg een door Onze Minister erkende opleiding ter voorbereiding op het beroep van gerechtsdeurwaarder heeft doorlopen;
|
||||
c. de stage, bedoeld in artikel 25, tweede lid, heeft doorlopen;
|
||||
d. de Nederlandse taal in voldoende mate beheerst voor een goede uitoefening van het ambt van gerechtsdeurwaarder;
|
||||
e. in de hoedanigheid van toegevoegd gerechtsdeurwaarder of kandidaat-gerechtsdeurwaarder gedurende het jaar voorafgaande aan zijn verzoek tot benoeming gemiddeld ten minste 21 uur per week werkzaam is geweest;
|
||||
f. in het bezit is van een ondernemingsplan dat voldoet aan de voorwaarden van artikel 6, eerste lid, alsmede van het advies, bedoeld in artikel 6, tweede lid; en
|
||||
g. in het bezit is van een verklaring omtrent het gedrag afgegeven volgens de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens en die niet ouder is dan drie maanden, dan wel indien betrokkene niet de Nederlandse nationaliteit bezit, een met een verklaring omtrent het gedrag gelijk te stellen verklaring afgegeven door het daartoe bevoegde gezag in de staat van herkomst.
|
||||
|
||||
### Artikel 6
|
||||
|
||||
|
|
@ -132,11 +170,11 @@ c. de wijze waarop de kosten van de advisering worden berekend.
|
|||
|
||||
### Artikel 7
|
||||
|
||||
**1.** De kandidaat-gerechtsdeurwaarder die voor benoeming tot gerechtsdeurwaarder in aanmerking wenst te komen dient bij Onze Minister een daartoe strekkend verzoek in, met opgave van de plaats waarin hij voornemens is zich als gerechtsdeurwaarder te vestigen. Bij het verzoek legt hij bewijsstukken over waaruit blijkt dat hij voldoet aan de voorwaarden van artikel 5, daaronder begrepen het ondernemingsplan. In het verzoek doet hij tevens opgave van het kantoor of de kantoren waar hij als toegevoegd kandidaat-gerechtsdeurwaarder werkzaam is geweest.
|
||||
**1.** Degene die voor benoeming tot gerechtsdeurwaarder in aanmerking wenst te komen dient bij Onze Minister een daartoe strekkend verzoek in, met opgave van de plaats waarin hij voornemens is zich als gerechtsdeurwaarder te vestigen. Bij het verzoek legt hij bewijsstukken over waaruit blijkt dat hij voldoet aan de voorwaarden van artikel 5, daaronder begrepen het ondernemingsplan. In het verzoek doet hij tevens opgave van het kantoor of de kantoren waar de gerechtsdeurwaarder onder wiens verantwoordelijkheid hij ambtshandelingen heeft verricht werkzaam was.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister zendt een afschrift van het verzoek met de bijlagen aan het bestuur van de KBvG met het verzoek hem uiterlijk binnen drie maanden in kennis te stellen van eventuele aan haar bekende feiten of omstandigheden, welke naar haar oordeel tot weigering van het verzoek zouden kunnen leiden.
|
||||
**2.** Onze Minister zendt een afschrift van het verzoek met de bijlagen aan het bestuur van de KBvG en het Bureau, met het verzoek hem uiterlijk binnen drie maanden in kennis te stellen van eventuele aan hem bekende feiten of omstandigheden, welke naar zijn oordeel tot weigering van het verzoek zouden kunnen leiden.
|
||||
|
||||
**3.** Een benoeming kan uitsluitend worden geweigerd indien aan één of meer van de in artikel 5 genoemde voorwaarden niet is voldaan of wanneer er, gelet op de antecedenten van de verzoeker, een gegronde vrees bestaat dat de kandidaat-gerechtsdeurwaarder zal handelen of nalaten in strijd met het bij of krachtens de wet bepaalde of anderszins het aanzien of de vervulling van het gerechtsdeurwaardersambt wordt geschaad of belemmerd. Een beschikking tot weigering van een benoeming wordt gegeven door Onze Minister.
|
||||
**3.** Een benoeming kan uitsluitend worden geweigerd indien aan één of meer van de in artikel 5 genoemde voorwaarden niet is voldaan of wanneer er, gelet op de antecedenten van de verzoeker, een gegronde vrees bestaat dat de gerechtsdeurwaarder na benoeming zal handelen of nalaten in strijd met het bij of krachtens de wet bepaalde of anderszins het aanzien of de vervulling van het gerechtsdeurwaardersambt wordt geschaad of belemmerd. Een beschikking tot weigering van een benoeming wordt gegeven door Onze Minister.
|
||||
|
||||
**4.** Op het verzoek wordt beslist binnen vier maanden na ontvangst ervan.
|
||||
|
||||
|
|
@ -168,7 +206,9 @@ Wanneer de eed of belofte, bedoeld in het eerste lid, in de Friese taal wordt af
|
|||
|
||||
**3.** Indien de eed of belofte niet binnen de in het eerste lid bedoelde termijn is afgelegd, vervalt de benoeming. Onze Minister kan de in het eerste lid bedoelde termijn verlengen.
|
||||
|
||||
**4.** Alvorens de eed of belofte af te leggen, deponeert de gerechtsdeurwaarder zijn handtekening en paraaf ter griffie van de in het eerste lid bedoelde rechtbank. In geval van verandering van plaats van vestiging buiten het arrondissement deponeert de gerechtsdeurwaarder zo spoedig mogelijk na de benoeming op de nieuwe plaats van vestiging zijn handtekening en paraaf ter griffie van de rechtbank in het arrondissement waarin de nieuwe plaats van vestiging is gelegen.
|
||||
**4.** De griffier van de rechtbank geeft ter zitting een proces-verbaal van het afleggen van de eed of belofte af aan de gerechtsdeurwaarder.
|
||||
|
||||
**5.** De gerechtsdeurwaarder laat zich terstond na het afleggen van de eed of belofte inschrijven in het gerechtsdeurwaardersregister, onder overlegging van het proces-verbaal bedoeld in het vierde lid en onder deponering van zijn handtekening en paraaf.
|
||||
|
||||
### Artikel 10
|
||||
|
||||
|
|
@ -178,8 +218,6 @@ Wanneer de eed of belofte, bedoeld in het eerste lid, in de Friese taal wordt af
|
|||
|
||||
**3.** Het verzoek kan uitsluitend worden geweigerd indien het bij het verzoek overgelegde ondernemingsplan niet voldoet aan de voorwaarden van artikel 6.
|
||||
|
||||
**4.** Indien de gerechtsdeurwaarder zich vestigt buiten het arrondissement waarin zijn plaats van vestiging is gelegen, is hij niet bevoegd zijn register en repertorium over te brengen naar de nieuwe plaats van vestiging.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 3. Verplichtingen
|
||||
|
||||
### Artikel 11
|
||||
|
|
@ -195,6 +233,14 @@ b. de verzoeker niet bereid is het krachtens deze wet door de gerechtsdeurwaarde
|
|||
|
||||
**2.** Wanneer de gerechtsdeurwaarder gedurende meer dan dertig dagen verhinderd is zijn ambt te vervullen, stelt hij Onze Minister hiervan in kennis, onder mededeling van de maatregelen, bedoeld in het eerste lid, die hij heeft getroffen.
|
||||
|
||||
### Artikel 12a
|
||||
|
||||
**1.** De gerechtsdeurwaarder oefent zijn ambt in onafhankelijkheid uit. De gerechtsdeurwaarder mag zijn ambt niet uitoefenen in enig verband waardoor zijn onafhankelijkheid wordt of kan worden beïnvloed.
|
||||
|
||||
**2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over het bepaalde in het eerste lid.
|
||||
|
||||
**3.** De voordracht voor een krachtens het tweede lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan de beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
|
||||
|
||||
### Artikel 13
|
||||
|
||||
Bij het verrichten van ambtshandelingen is de gerechtsdeurwaarder verplicht zich desverlangd te legitimeren door middel van een door Onze Minister afgegeven legitimatiebewijs.
|
||||
|
|
@ -205,7 +251,7 @@ Alvorens over te gaan tot de executie van een executoriale titel tot ontruiming
|
|||
|
||||
### Artikel 15
|
||||
|
||||
**1.** Het exploot van de gerechtsdeurwaarder dient duidelijk, in onafgebroken samenhang, zonder afkortingen en in overeenstemming met de terzake geldende wettelijke voorschriften te zijn opgesteld.
|
||||
**1.** Het exploot van de gerechtsdeurwaarder dient duidelijk, in onafgebroken samenhang, zonder niet gangbare afkortingen en in overeenstemming met de terzake geldende wettelijke voorschriften te zijn opgesteld.
|
||||
|
||||
**2.** Een exploot is gedateerd en ondertekend door de gerechtsdeurwaarder. De dagtekening geschiedt in letters.
|
||||
|
||||
|
|
@ -215,7 +261,7 @@ Alvorens over te gaan tot de executie van een executoriale titel tot ontruiming
|
|||
|
||||
### Artikel 16
|
||||
|
||||
**1.** De gerechtsdeurwaarder houdt een kantoor dat in zijn plaats van vestiging is gelegen. Hij is verplicht aldaar zijn register en repertorium te bewaren.
|
||||
**1.** De gerechtsdeurwaarder houdt een kantoor dat in zijn plaats van vestiging is gelegen. Hij is verplicht een goed raadpleegbaar register en repertorium te bewaren.
|
||||
|
||||
**2.** Op verzoek van een gerechtsdeurwaarder kan Onze Minister, gehoord de Commissie van deskundigen, bedoeld in artikel 6, hem toestaan om elders een nevenkantoor te vestigen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -254,7 +300,7 @@ d. de kosten van het exploot.
|
|||
|
||||
**1.** De gerechtsdeurwaarder is verplicht bij een bank als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht een of meer bijzondere rekeningen aan te houden op zijn naam met vermelding van zijn hoedanigheid, die uitsluitend bestemd zijn voor gelden, die hij in verband met zijn werkzaamheden als zodanig ten behoeve van derden onder zich neemt. Gelden die aan de gerechtsdeurwaarder in verband met zijn werkzaamheden als zodanig ten behoeve van derden worden toevertrouwd, moeten op die rekening worden gestort. De bovenbedoelde bank voegt de over de gelden gekweekte rente toe aan het saldo van de bijzondere rekening. Indien deze gelden abusievelijk op een andere rekening van de gerechtsdeurwaarder zijn gestort of indien ten onrechte gelden op de bijzondere rekening zijn gestort, is de gerechtsdeurwaarder verplicht deze onverwijld op de juiste rekening te storten. Hetzelfde geldt indien de gelden rechtstreeks in handen van de gerechtsdeurwaarder zijn gesteld. Indien meer gerechtsdeurwaarders in een maatschap samenwerken, kan de bijzondere rekening ten name van die gerechtsdeurwaarders tezamen, de maatschap of de vennootschap worden gesteld. De gerechtsdeurwaarder vermeldt het nummer van de bijzondere rekening op zijn briefpapier.
|
||||
|
||||
**2.** De gerechtsdeurwaarder is bij uitsluiting bevoegd tot het beheer en de beschikking over de bijzondere rekening. De gerechtsdeurwaarder kan met een rechthebbende overeenkomen om zijn aandeel in het saldo van de bijzondere rekening periodiek uit te keren. Hij kan aan een onder zijn verantwoordelijkheid werkzame persoon volmacht verlenen. Ten laste van deze rekening mag hij slechts betalingen doen in opdracht van een rechthebbende.
|
||||
**2.** De gerechtsdeurwaarder is bij uitsluiting bevoegd tot het beheer en de beschikking over de bijzondere rekening. De gerechtsdeurwaarder kan met een rechthebbende overeenkomen om zijn aandeel in het saldo van de bijzondere rekening periodiek uit te keren. Hij kan aan een onder zijn verantwoordelijkheid werkzame persoon volmacht verlenen. Ten laste van deze rekening mag hij slechts betalingen doen in opdracht van een rechthebbende. Vorderingen van de gerechtsdeurwaarder uit hoofde van voor de rechthebbende verrichte werkzaamheden komen van rechtswege in mindering op het aandeel van de rechthebbende in het saldo, zodra zij aan de rechthebbende zijn opgegeven. Wordt de vordering betwist, dan kan de gerechtsdeurwaarder de in het vierde lid bedoelde uitkering van het saldo tot het betwiste bedrag opschorten, totdat vaststaat wat de rechthebbende uit hoofde van deze werkzaamheden verschuldigd is. Voor de hem uit hoofde van zijn werkzaamheden voor de rechthebbende toekomende bedragen, is de gerechtsdeurwaarder zelf rechthebbende in het saldo, onverminderd het bepaalde in de laatste volzin van het vierde lid.
|
||||
|
||||
**3.** Het vorderingsrecht voortvloeiende uit de bijzondere rekening behoort toe aan de gezamenlijke rechthebbenden. Het aandeel van iedere rechthebbende wordt berekend naar evenredigheid van het bedrag dat te zijnen behoeve op de bijzondere rekening is gestort. De gerechtsdeurwaarder of, indien het een gezamenlijke rekening als bedoeld in het eerste lid, zesde volzin betreft, iedere gerechtsdeurwaarder, is verplicht een tekort in het saldo van de bijzondere rekening terstond aan te vullen, en hij is ter zake daarvan aansprakelijk, tenzij hij aannemelijk kan maken dat hem ter zake van het ontstaan van het tekort geen verwijt treft.
|
||||
|
||||
|
|
@ -268,11 +314,15 @@ d. de kosten van het exploot.
|
|||
|
||||
**8.** Van de bepalingen van dit artikel en van de in het zevende lid bedoelde regels kan niet worden afgeweken.
|
||||
|
||||
### Artikel 19a
|
||||
|
||||
Bij regeling van Onze Minister kan aan gerechtsdeurwaarders de plicht worden opgelegd tot het doen van een melding aan het Bureau indien er zich in de regeling aan te duiden gebeurtenissen voordoen die aanmerkelijke nadelige gevolgen kunnen hebben voor de financiële positie van een gerechtsdeurwaarder.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 5. Nevenwerkzaamheden
|
||||
|
||||
### Artikel 20
|
||||
|
||||
**1.** Andere werkzaamheden dan die, bedoeld in artikel 2, verricht de gerechtsdeurwaarder slechts indien dit de goede en onafhankelijke vervulling van zijn ambt, dan wel het aanzien daarvan, niet schaadt of belemmert.
|
||||
**1.** Andere werkzaamheden dan die, bedoeld in artikel 2, verricht de gerechtsdeurwaarder slechts indien dit de goede en onafhankelijke vervulling van zijn ambt, dan wel het aanzien daarvan, niet schaadt of belemmert. Voor zover de gerechtsdeurwaarder bij het verrichten van andere werkzaamheden gelden voor derden onder zich heeft of krijgt, is artikel 19 van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**2.** Met het oog op de belangen, bedoeld in het eerste lid, kunnen bij algemene maatregel van bestuur met betrekking tot het verrichten van bepaalde werkzaamheden regels worden gesteld.
|
||||
|
||||
|
|
@ -282,11 +332,13 @@ Bij algemene maatregel van bestuur kan het verrichten van bepaalde werkzaamheden
|
|||
|
||||
a. het optreden als proces- of rolgemachtigde en het verlenen van rechtsbijstand in en buiten rechte, overeenkomstig hetgeen daaromtrent bij of krachtens de wet is bepaald;
|
||||
b. het optreden als curator of bewindvoerder;
|
||||
c. het innen van gelden voor derden, waarbij artikel 19 van overeenkomstige toepassing is;
|
||||
c. het innen van gelden voor derden;
|
||||
d. het verrichten van inventarisaties en taxaties;
|
||||
e. het opmaken van een schriftelijke verklaring betreffende door de gerechtsdeurwaarder persoonlijk waargenomen feiten van stoffelijke aard;
|
||||
f. de uitoefening van het veilinghoudersbedrijf, met dien verstande dat de ambtshandelingen, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel e, daarin niet mogen worden uitgeoefend.
|
||||
|
||||
**4.** De gerechtsdeurwaarder doet opgave aan het bestuur van de KBvG van het aanvaarden en beëindigen van een al dan niet bezoldigde nevenbetrekking en van andere werkzaamheden anders dan genoemd in het derde lid. De gerechtsdeurwaarder draagt er zorg voor dat hetgeen hierover in het gerechtsdeurwaardersregister wordt bijgehouden actueel is.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 6. De declaratie
|
||||
|
||||
### Artikel 21
|
||||
|
|
@ -297,20 +349,20 @@ Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot het
|
|||
|
||||
De gerechtsdeurwaarder is verplicht een rekening ter zake van een aan hem toevertrouwde zaak op te maken, waaruit duidelijk blijkt op welke wijze het in rekening gebrachte is berekend en of het betrekking heeft op ambtshandelingen of op andere werkzaamheden, als bedoeld in artikel 20.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk III. Waarnemend gerechtsdeurwaarders, kandidaat-gerechtsdeurwaarders en toegevoegd kandidaat-gerechtsdeurwaarders
|
||||
## Hoofdstuk III. Waarnemend gerechtsdeurwaarders, kandidaat-gerechtsdeurwaarders en toegevoegd gerechtsdeurwaarders
|
||||
|
||||
### Paragraaf 1. De waarnemend gerechtsdeurwaarder
|
||||
|
||||
### Artikel 23
|
||||
|
||||
**1.** Ingeval van ontslag dan wel indien de ter plaatse benoemde gerechtsdeurwaarder door ziekte, afwezigheid of schorsing zijn ambt niet kan vervullen, kan Onze Minister voor bepaalde of onbepaalde tijd een waarnemend gerechtsdeurwaarder benoemen.
|
||||
**1.** Ingeval van ontslag dan wel indien de ter plaatse benoemde gerechtsdeurwaarder door ziekte, afwezigheid of schorsing zijn ambt niet kan vervullen, kan Onze Minister voor bepaalde tijd een waarnemend gerechtsdeurwaarder benoemen. Alvorens tot benoeming van een waarnemend gerechtsdeurwaarder over te gaan, wint Onze Minister advies in bij het bestuur van de KBvG.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Tot waarnemend gerechtsdeurwaarder kunnen worden benoemd:
|
||||
|
||||
a. een gerechtsdeurwaarder;
|
||||
b. een persoon die voldoet aan de vereisten voor benoeming tot gerechtsdeurwaarder, met uitzondering van het vereiste van artikel 5, eerste lid, onder d;
|
||||
b. een persoon die voldoet aan de vereisten voor benoeming tot gerechtsdeurwaarder, met uitzondering van de vereisten genoemd in artikel 5, onderdelen e en f;
|
||||
c. in geval van ontslag wegens het bereiken van de leeftijd van zeventig jaar, de ontslagene zelf, doch niet voor langer dan één jaar.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
|
@ -329,7 +381,9 @@ Wanneer de eed of belofte, bedoeld in het derde lid, in de Friese taal wordt afg
|
|||
|
||||
«Ik swar (ûnthjit), dat ik my hâlde en drage sil neffens de wetten en foarskriften sa’t dy op myn amt fan tapassing binne en dat ik myn taak earlik en sekuer útfiere sil.»
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
**5.** Artikel 9, vierde en vijfde lid, zijn van overeenkomstige toepassing op de aflegging van de eed of belofte door een waarnemend gerechtsdeurwaarder.
|
||||
|
||||
**6.**
|
||||
|
||||
De waarneming eindigt:
|
||||
|
||||
|
|
@ -339,7 +393,7 @@ c. door verloop van de termijn waarvoor de waarnemend gerechtsdeurwaarder werd b
|
|||
|
||||
### Artikel 24
|
||||
|
||||
**1.** Een waarnemend gerechtsdeurwaarder heeft dezelfde rechten en verplichtingen als een gerechtsdeurwaarder.
|
||||
**1.** Een waarnemend gerechtsdeurwaarder heeft dezelfde rechten en verplichtingen als een gerechtsdeurwaarder. De gerechtsdeurwaarder die wordt waargenomen, hindert de waarneming niet.
|
||||
|
||||
**2.** Onverminderd het bepaalde in artikel 3, tweede tot en met vierde lid en artikel 3a, is de waarnemend gerechtsdeurwaarder bevoegd een verzoek tot het verrichten van ambtshandelingen dat was gericht tot de waar te nemen gerechtsdeurwaarder of waarnemend gerechtsdeurwaarder, uit te voeren. Hij stelt verzoeker op de hoogte van de waarneming.
|
||||
|
||||
|
|
@ -349,96 +403,140 @@ c. door verloop van de termijn waarvoor de waarnemend gerechtsdeurwaarder werd b
|
|||
|
||||
**5.** Bij waarneming in geval van ziekte of afwezigheid kan de waarnemend gerechtsdeurwaarder, in afwijking van artikel 17, in overeenstemming met de waar te nemen gerechtsdeurwaarder diens administratie voortzetten.
|
||||
|
||||
**6.** Na beëindiging van de waarneming is het vierde lid van overeenkomstige toepassing op de gewezen waarnemend gerechtsdeurwaarder ten opzichte van de waargenomen gerechtsdeurwaarder.
|
||||
**6.** De kosten van de waarneming komen ten laste van de waargenomen gerechtsdeurwaarder.
|
||||
|
||||
**7.** Bij het verrichten van ambtshandelingen vermeldt de waarnemend gerechtsdeurwaarder zijn hoedanigheid. Behalve in geval van ontslag, vermeldt hij naast zijn eigen naam en voornamen, de naam, voornamen en plaats van vestiging van de gerechtsdeurwaarder waarvoor hij waarneemt.
|
||||
**7.** Na beëindiging van de waarneming is het vierde lid van overeenkomstige toepassing op de gewezen waarnemend gerechtsdeurwaarder ten opzichte van de waargenomen gerechtsdeurwaarder.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 2. De kandidaat-gerechtsdeurwaarder en de toegevoegd kandidaat-gerechtsdeurwaarder
|
||||
**8.** Bij het verrichten van ambtshandelingen vermeldt de waarnemend gerechtsdeurwaarder zijn hoedanigheid. Behalve in geval van ontslag, vermeldt hij naast zijn eigen naam en voornamen, de naam, voornamen en plaats van vestiging van de gerechtsdeurwaarder waarvoor hij waarneemt.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 2. De kandidaat-gerechtsdeurwaarder en de toegevoegd gerechtsdeurwaarder
|
||||
|
||||
### Artikel 25
|
||||
|
||||
**1.** Kandidaat-gerechtsdeurwaarder is hij die met goed gevolg een door Onze Minister erkende opleiding tot kandidaat-gerechtsdeurwaarder heeft doorlopen, of die in het bezit is van een ten aanzien van het beroep van gerechtsdeurwaarder afgegeven erkenning van beroepskwalificaties als bedoeld in artikel 5 van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties.
|
||||
**1.** Kandidaat-gerechtsdeurwaarder is degene die met goed gevolg een door Onze Minister erkende opleiding ter voorbereiding op het beroep van gerechtsdeurwaarder heeft doorlopen, en ten behoeve van de stage is toegevoegd op grond van het derde lid en onder verantwoordelijkheid en toezicht van een gerechtsdeurwaarder bij hem werkzaam is op kantoor.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
**2.** Een kandidaat-gerechtsdeurwaarder doorloopt, teneinde voldoende werkervaring op te doen, een stage van een jaar. In geval van werkzaamheid in deeltijd wordt de vereiste duur van de stage naar evenredigheid verlengd.
|
||||
|
||||
Een erkenning als bedoeld in het eerste lid wordt verleend indien het opleidingsplan aan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur gestelde eisen voldoet. Deze eisen kunnen betrekking hebben op:
|
||||
**3.** Een gerechtsdeurwaarder voegt een kandidaat-gerechtsdeurwaarder, met goedkeuring van Onze Minister, als zodanig aan zich toe. De goedkeuring van Onze Minister wordt steeds verleend voor de periode van maximaal een jaar.
|
||||
|
||||
a. de duur en de inrichting van de opleiding;
|
||||
**4.** Bij verordening worden regels gesteld met betrekking tot de inrichting van de stage, de beoordeling van de werkzaamheden van de kandidaat-gerechtsdeurwaarder, verdere kwalificaties in het kader van de beroepsbekwaamheid en de rechten en verplichtingen van de kandidaat-gerechtsdeurwaarder en de gerechtsdeurwaarder aan wie hij is toegevoegd.
|
||||
|
||||
### Artikel 25a
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Een erkenning van een opleiding als bedoeld in artikel 25, eerste lid, wordt alleen verleend indien het opleidingsplan van een instelling aan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur gestelde eisen voldoet. Deze eisen kunnen betrekking hebben op:
|
||||
|
||||
a. de duur en de inrichting van de opleiding, waaronder de opleidingsstage;
|
||||
b. de toelating tot de opleiding;
|
||||
c. de organisatie en exploitatie van de opleiding;
|
||||
d. de examens en de rechtsbescherming van de cursisten;
|
||||
d. de examens en de rechtsbescherming van de cursisten; en
|
||||
e. het in rekening brengen van een financiële bijdrage aan degene die de opleiding volgt.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De erkenning kan worden ingetrokken indien:
|
||||
|
||||
a. de erkenning is verleend op grond van onjuiste gegevens,
|
||||
b. de opleider geen of onvoldoende uitvoering geeft aan het opleidingsplan;
|
||||
a. de erkenning is verleend op grond van onjuiste gegevens;
|
||||
b. de opleider geen of onvoldoende uitvoering geeft aan het opleidingsplan; of
|
||||
c. de opleider niet voldoet aan de bij of krachtens wet gestelde regels.
|
||||
|
||||
**4.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot de aanvraag van een erkenning en de besluitvorming daarover. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan een commissie worden ingesteld die belast is met de behandeling van beroepschriften van cursisten en stagiairs en met advisering over de opleiding.
|
||||
**3.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot de aanvraag van een erkenning en de besluitvorming daarover. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan een commissie worden ingesteld die belast is met de behandeling van beroepschriften van cursisten en stagiairs en met advisering over de opleiding.
|
||||
|
||||
### Artikel 26
|
||||
### Artikel 25b
|
||||
|
||||
**1.** Een gerechtsdeurwaarder kan, met goedkeuring van Onze Minister, een kandidaat-gerechtsdeurwaarder die met goed gevolg een door Onze Minister erkende opleiding tot kandidaat-gerechtsdeurwaarder heeft doorlopen en die op zijn kantoor werkzaam is, aanwijzen als toegevoegd kandidaat-gerechtsdeurwaarder.
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Het verzoek om goedkeuring van de toevoeging van een kandidaat-gerechtsdeurwaarder, bedoeld in artikel 25, derde lid, wordt gedaan door de gerechtsdeurwaarder en de beoogd kandidaat-gerechtsdeurwaarder gezamenlijk en bevat:
|
||||
|
||||
a. de naam, voornamen en datum van geboorte van de beoogd kandidaat-gerechtsdeurwaarder;
|
||||
b. de naam, voornamen en plaats van vestiging van de gerechtsdeurwaarder;
|
||||
c. indien de beoogd kandidaat-gerechtsdeurwaarder reeds eerder als kandidaat-gerechtsdeurwaarder werkzaam was: het tijdvak van deze werkzaamheden en de naam en de plaats van vestiging van de gerechtsdeurwaarder aan wie hij laatst was toegevoegd;
|
||||
d. een verklaring van het bestuur van de KBvG, waaruit blijkt of aan de beoogd kandidaat-gerechtsdeurwaarder, respectievelijk de gerechtsdeurwaarder aan wie wordt toegevoegd, dan wel eerder was toegevoegd, een maatregel als bedoeld in de artikelen 43 of 49 is opgelegd, en zo ja, welke.
|
||||
|
||||
**2.** Een kandidaat-gerechtsdeurwaarder kan slechts als zodanig worden aangewezen indien hij in het bezit is van een verklaring omtrent het gedrag, afgegeven volgens de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens en die niet ouder is dan drie maanden, dan wel indien betrokkene niet de Nederlandse nationaliteit bezit, een met een verklaring omtrent het gedrag gelijk te stellen verklaring afgegeven door het daartoe bevoegde gezag in de staat van herkomst. Artikel 5, onderdeel d, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**3.** Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot het aantal kandidaat-gerechtsdeurwaarders dat gelijktijdig onder verantwoordelijkheid van één gerechtsdeurwaarder werkzaam kan zijn.
|
||||
|
||||
### Artikel 25c
|
||||
|
||||
**1.** De kandidaat-gerechtsdeurwaarder kan namens en onder verantwoordelijkheid en toezicht van de gerechtsdeurwaarder op wiens kantoor hij werkzaam is, de ambtshandelingen verrichten waartoe deze bevoegd is.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Het verzoek om goedkeuring wordt ingediend door de gerechtsdeurwaarder en de kandidaat-gerechtsdeurwaarder gezamenlijk en bevat:
|
||||
|
||||
a. naam, voornamen, jaar, dag en plaats van geboorte van de kandidaat-gerechtsdeurwaarder;
|
||||
b. naam, voornamen en plaats van vestiging van de gerechtsdeurwaarder;
|
||||
c. indien de kandidaat-gerechtsdeurwaarder reeds eerder als toegevoegd kandidaat-gerechtsdeurwaarder werkzaam was, het tijdvak van deze werkzaamheden en de naam en de plaats van vestiging van de vorige gerechtsdeurwaarders aan wie hij was toegevoegd.
|
||||
|
||||
**3.** Een kandidaat-gerechtsdeurwaarder kan slechts worden aangewezen als toegevoegd kandidaat-gerechtsdeurwaarder indien hij in het bezit is van een verklaring omtrent het gedrag, afgegeven volgens de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens.
|
||||
|
||||
**4.** Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de termijn waarvoor de goedkeuring geldt en het aantal toegevoegd kandidaat-gerechtsdeurwaarders dat gelijktijdig onder verantwoordelijkheid van één gerechtsdeurwaarder werkzaam kan zijn.
|
||||
|
||||
**5.** De goedkeuring kan worden ingetrokken indien de toegevoegd kandidaat-gerechtsdeurwaarder in de uitoefening van zijn werkzaamheden handelt in strijd met het bij of krachtens de wet bepaalde of indien het aanzien of de vervulling van het gerechtsdeurwaardersambt daarbij wordt geschaad of belemmerd.
|
||||
|
||||
**6.** Op verzoek van de toegevoegd kandidaat-gerechtsdeurwaarder wordt de goedkeuring ingetrokken.
|
||||
|
||||
### Artikel 27
|
||||
|
||||
**1.** Een toegevoegd kandidaat-gerechtsdeurwaarder doorloopt een stage van een jaar. In geval van werkzaamheid in deeltijd wordt die periode naar evenredigheid verlengd.
|
||||
|
||||
**2.** Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de inrichting van de stage, de beoordeling van het kennen en kunnen van de stagiair, en de rechten en verplichtingen van de stagiair en de gerechtsdeurwaarder op wiens kantoor hij werkzaam is.
|
||||
|
||||
**3.** Iedere gerechtsdeurwaarder is verplicht naar vermogen mee te werken aan de opleiding van kandidaat-gerechtsdeurwaarders. Indien een kandidaat-gerechtsdeurwaarder geen gerechtsdeurwaarder vindt die hem, met het oog op het doorlopen van een stage, als toegevoegd kandidaat-gerechtsdeurwaarder wil aanwijzen, wijst het bestuur van de KBvG een gerechtsdeurwaarder aan, tenzij dit voor de desbetreffende gerechtsdeurwaarder een onredelijke last zou vormen.
|
||||
|
||||
### Artikel 28
|
||||
|
||||
**1.** De toegevoegd kandidaat-gerechtsdeurwaarder kan namens en onder verantwoordelijkheid van de gerechtsdeurwaarder op wiens kantoor hij werkzaam is, de ambtshandelingen verrichten waartoe deze bevoegd is, met uitzondering van die waartoe de gerechtsdeurwaarder bevoegd is uit hoofde van een benoeming tot waarnemend gerechtsdeurwaarder.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De artikelen 3, tweede en derde lid, 13, 15 en 20 zijn van overeenkomstige toepassing op de toegevoegd kandidaat-gerechtsdeurwaarder. Artikel 23, derde lid, is van overeenkomstige toepassing op de toegevoegd kandidaat-gerechtsdeurwaarder, met dien verstande dat de navolgende eed of belofte wordt afgelegd:
|
||||
De artikelen 3, tweede en derde lid, 13, 15 en 20 zijn van overeenkomstige toepassing op de kandidaat-gerechtsdeurwaarder. Artikel 23, derde lid, is van overeenkomstige toepassing op de kandidaat-gerechtsdeurwaarder, met dien verstande dat de navolgende eed of belofte wordt afgelegd:
|
||||
|
||||
«Ik zweer (beloof) getrouwheid aan de Koning en de Grondwet.»
|
||||
|
||||
«Ik zweer (beloof), dat ik mij zal gedragen naar de wetten en voorschriften op het ambt van gerechtsdeurwaarder van toepassing en dat ik mijn taak eerlijk en nauwgezet zal uitvoeren.»
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
**3.** Wanneer de eed of belofte, bedoeld in het tweede lid, in de Friese taal wordt afgelegd, luidt de tekst van de eed of belofte als volgt: «Ik swar (ûnthjit) trou oan de Kening en de Grûnwet.» «Ik swar (ûnthjit), dat ik my hâlde en drage sil neffens de wetten en foarskriften sa’t dy op it amt fan gerjochtsdoarwarder fan tapassing binne en dat ik myn taak earlik en sekuer útfiere sil.»
|
||||
|
||||
Wanneer de eed of belofte, bedoeld in het tweede lid, in de Friese taal wordt afgelegd, luidt de tekst van de eed of belofte als volgt:
|
||||
**4.** Artikel 9, vierde en vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing op de aflegging van de eed of belofte door een kandidaat-gerechtsdeurwaarder. Hij mag zijn werkzaamheden eerst aanvangen nadat hij is ingeschreven in het gerechtsdeurwaardersregister.
|
||||
|
||||
«Ik swar (ûnthjit) trou oan de Kening en de Grûnwet.»
|
||||
**5.** Bij het verrichten van ambtshandelingen vermeldt de kandidaat-gerechtsdeurwaarder naast zijn naam, voornamen en hoedanigheid, de naam, voornamen en plaats van vestiging van de gerechtsdeurwaarder aan wie de goedkeuring bedoeld in artikel 25, derde lid, is verleend.
|
||||
|
||||
«Ik swar (ûnthjit), dat ik my hâlde en drage sil neffens de wetten en foarskriften sa’t dy op it amt fan gerjochtsdoarwarder fan tapassing binne en dat ik myn taak earlik en sekuer útfiere sil.»
|
||||
**6.** De kandidaat-gerechtsdeurwaarder verricht geen ambtshandelingen indien voor de gerechtsdeurwaarder een waarnemend gerechtsdeurwaarder is benoemd, tenzij de waarnemend gerechtsdeurwaarder hem, na kennisgeving aan Onze Minister, toestemming heeft verleend om onder verantwoordelijkheid van de waarnemend gerechtsdeurwaarder zijn werkzaamheden als kandidaat-gerechtsdeurwaarder voort te zetten.
|
||||
|
||||
**4.** Bij het verrichten van ambtshandelingen vermeldt de toegevoegd kandidaat-gerechtsdeurwaarder naast zijn naam, voornamen en hoedanigheid, de naam, voornamen en plaats van vestiging van de gerechtsdeurwaarder aan wie hij is toegevoegd.
|
||||
### Artikel 26
|
||||
|
||||
**5.** De toegevoegde kandidaat-gerechtsdeurwaarder verricht geen ambtshandelingen indien voor de gerechtsdeurwaarder een waarnemend gerechtsdeurwaarder is benoemd, tenzij de waarnemend gerechtsdeurwaarder hem, na kennisgeving aan Onze Minister, toestemming heeft verleend om onder verantwoordelijkheid van de waarnemend gerechtsdeurwaarder zijn werkzaamheden als toegevoegd kandidaat-gerechtsdeurwaarder voort te zetten.
|
||||
**1.** De artikelen 25, 25b, 25c en 29 zijn van overeenkomstige toepassing bij een stageverplichting in het kader van de in artikel 25, eerste lid, bedoelde opleiding.
|
||||
|
||||
**2.** Iedere gerechtsdeurwaarder werkt naar vermogen mee aan de in het eerste lid genoemde stageverplichting. Het bestuur van de KBvG kan gerechtsdeurwaarders aanwijzen die de zorg dragen voor een stageplek voor gegadigden, tenzij dit voor de desbetreffende gerechtsdeurwaarder een onredelijke last zou vormen.
|
||||
|
||||
**3.** Degene die aan een gerechtsdeurwaarder wordt toegevoegd ten behoeve van de stageverplichting in het kader van de in artikel 25, eerste lid, bedoelde opleiding, mag zich kandidaat-gerechtsdeurwaarder noemen en is voor de duur van de toevoeging onderworpen aan het toezicht en tuchtrecht zoals dat voor kandidaat-gerechtsdeurwaarders geldt.
|
||||
|
||||
### Artikel 27
|
||||
|
||||
**1.** Een gerechtsdeurwaarder kan, met goedkeuring van Onze Minister, een op grond van artikel 5 benoembare persoon, aanwijzen als een aan hem toegevoegd gerechtsdeurwaarder. De toegevoegd gerechtsdeurwaarder is bij de gerechtsdeurwaarder aan wie hij is toegevoegd, werkzaam op kantoor en kan onder verantwoordelijkheid en toezicht van deze gerechtsdeurwaarder namens hem de ambtshandelingen verrichten waartoe deze bevoegd is.
|
||||
|
||||
**2.** Het aantal toegevoegd gerechtsdeurwaarders per gerechtsdeurwaarder bedraagt ten hoogste drie.
|
||||
|
||||
**3.** De onderdelen e en f in artikel 5 zijn niet van toepassing in geval van een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid.
|
||||
|
||||
**4.** Een toegevoegd gerechtsdeurwaarder wordt aan niet meer dan twee gerechtsdeurwaarders gelijktijdig toegevoegd.
|
||||
|
||||
### Artikel 28
|
||||
|
||||
**1.** De artikelen 3, tweede en derde lid, 13, 15 en 20 zijn van overeenkomstige toepassing op de toegevoegd gerechtsdeurwaarder.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Artikel 23, derde lid, is van overeenkomstige toepassing op de toegevoegd gerechtsdeurwaarder die nog niet eerder is toegevoegd, met dien verstande dat de navolgende eed of belofte wordt afgelegd:
|
||||
|
||||
«Ik zweer (beloof) getrouwheid aan de Koning en de Grondwet.»
|
||||
|
||||
«Ik zweer (beloof), dat ik mij zal gedragen naar de wetten en voorschriften op het ambt van gerechtsdeurwaarder van toepassing en dat ik mijn taak eerlijk en nauwgezet zal uitvoeren.»
|
||||
|
||||
**3.** Wanneer de eed of belofte, bedoeld in het tweede lid, in de Friese taal wordt afgelegd, luidt de tekst van de eed of belofte als volgt: «Ik swar (ûnthjit) trou oan de Kening en de Grûnwet.» «Ik swar (ûnthjit), dat ik my hâlde en drage sil neffens de wetten en foarskriften sa’t dy op it amt fan gerjochtsdoarwarder fan tapassing binne en dat ik myn taak earlik en sekuer útfiere sil.»
|
||||
|
||||
**4.** Artikel 9, vierde en vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing op de aflegging van de eed of belofte door een toegevoegd gerechtsdeurwaarder. Hij mag zijn werkzaamheden eerst aanvangen nadat hij is ingeschreven in het gerechtsdeurwaardersregister.
|
||||
|
||||
**5.** Bij het verrichten van ambtshandelingen vermeldt de toegevoegd gerechtsdeurwaarder naast zijn naam, voornamen en hoedanigheid, de naam, voornamen en plaats van vestiging van de gerechtsdeurwaarder aan wie hij is toegevoegd.
|
||||
|
||||
**6.** De toegevoegd gerechtsdeurwaarder verricht geen ambtshandelingen indien voor de gerechtsdeurwaarder een waarnemend gerechtsdeurwaarder is benoemd, tenzij de waarnemend gerechtsdeurwaarder hem, na kennisgeving aan Onze Minister, toestemming heeft verleend om onder verantwoordelijkheid van de waarnemend gerechtsdeurwaarder zijn werkzaamheden als toegevoegd gerechtsdeurwaarder voort te zetten.
|
||||
|
||||
### Artikel 29
|
||||
|
||||
Het toegevoegd kandidaat-gerechtsdeurwaarderschap eindigt door:
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
a. schriftelijke kennisgeving aan Onze Minister en aan de toegevoegd kandidaat-gerechtsdeurwaarder van de intrekking van de aanwijzing door de gerechtsdeurwaarder die deze heeft gedaan;
|
||||
b. ontslag of overlijden van de gerechtsdeurwaarder die de aanwijzing heeft gedaan;
|
||||
c. intrekking van de goedkeuring of het verstrijken van de termijn, waarvoor de goedkeuring was verleend, bedoeld in artikel 26;
|
||||
d. benoeming van de toegevoegd kandidaat-gerechtsdeurwaarder tot gerechtsdeurwaarder.
|
||||
De toevoeging bedoeld, in artikel 25, derde lid, of artikel 27, eerste lid, eindigt van rechtswege:
|
||||
|
||||
a. door opzegging dan wel het eindigen van de arbeidsovereenkomst van de kandidaat-gerechtsdeurwaarder of de toegevoegd gerechtsdeurwaarder of schorsing in zijn werkzaamheden door zijn werkgever;
|
||||
b. met ingang van de eerstvolgende maand na het bereiken van de 70-jarige leeftijd door de kandidaat-gerechtsdeurwaarder, toegevoegd gerechtsdeurwaarder of gerechtsdeurwaarder;
|
||||
c. door de onherroepelijke oplegging van de maatregel van ontzetting uit het ambt, ontslag of overlijden van de gerechtsdeurwaarder; of
|
||||
d. door benoeming van de kandidaat-gerechtsdeurwaarder of toegevoegd gerechtsdeurwaarder tot gerechtsdeurwaarder.
|
||||
|
||||
**2.** De toevoeging wordt opgeschort met het ingaan van de schorsing van de gerechtsdeurwaarder in de uitoefening van het ambt. Indien voor de geschorste gerechtsdeurwaarder een waarnemend gerechtsdeurwaarder wordt benoemd kan hij diens kandidaat-gerechtsdeurwaarder of toegevoegd gerechtsdeurwaarder, na kennisgeving aan Onze Minister, toestemming geven ambtshandelingen te verrichten. Indien de waarnemend gerechtsdeurwaarder gedurende de duur van de schorsing komt te overlijden of wordt ontslagen, is het eerste lid van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Onze Minister kan de goedkeuring van de toevoeging intrekken:
|
||||
|
||||
a. op verzoek van de kandidaat-gerechtsdeurwaarder of toegevoegd gerechtsdeurwaarder, of
|
||||
b. indien er sprake is van andere omstandigheden dan bedoeld in het eerste lid waardoor niet langer wordt voldaan aan de voorwaarden voor toevoeging.
|
||||
|
||||
**4.** Indien zich feiten of omstandigheden voordoen die ingevolge het eerste lid leiden tot beëindiging van de toevoeging van rechtswege of ingevolge het derde lid grond kunnen vormen voor intrekking van de goedkeuring van de toevoeging, doen de gerechtsdeurwaarder en kandidaat-gerechtsdeurwaarder of de toegevoegd gerechtsdeurwaarder daarvan onverwijld mededeling aan de KBvG, Onze Minister en het Bureau.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk IV. Toezicht en tuchtrechtspraak
|
||||
|
||||
|
|
@ -446,31 +544,57 @@ d. benoeming van de toegevoegd kandidaat-gerechtsdeurwaarder tot gerechtsdeurwaa
|
|||
|
||||
### Artikel 30
|
||||
|
||||
Het toezicht op de naleving door de gerechtsdeurwaarder van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 19, eerste lid, tweede lid, derde volzin, en zevende lid, wordt uitgeoefend door het Bureau Financieel Toezicht, bedoeld in artikel 110 van de Wet op het notarisambt. Titel 5.2 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing.
|
||||
Het toezicht op de naleving door de gerechtsdeurwaarder, de waarnemend gerechtsdeurwaarder, toegevoegd gerechtsdeurwaarder en kandidaat-gerechtsdeurwaarder van het bepaalde bij of krachtens deze wet, wordt uitgeoefend door het Bureau.
|
||||
|
||||
### Artikel 30a
|
||||
|
||||
**1.** De bij besluit van het bestuur van het Bureau aangewezen personen die werkzaam zijn bij het Bureau, zijn belast met het houden van toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet. Van dat besluit wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.
|
||||
|
||||
**2.** In aanvulling op artikel 5:17 van de Algemene wet bestuursrecht is een toezichthouder als bedoeld in het eerste lid bevoegd om inzage te vorderen in persoonlijke gegevens en bescheiden, voor zover deze betrekking hebben op de persoonlijke financiële administratie van de gerechtsdeurwaarder.
|
||||
|
||||
### Artikel 30b
|
||||
|
||||
**1.** Indien het Bureau bij de uitoefening van het toezicht van feiten of omstandigheden blijkt die naar zijn oordeel grond opleveren voor het opleggen van een tuchtmaatregel, kan het een klacht indienen bij de kamer voor gerechtsdeurwaarders, tenzij toepassing wordt gegeven aan het tweede lid.
|
||||
|
||||
**2.** Het Bureau kan voor de overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, eerste of vijfde lid, 19a, en 31, eerste lid, de overtreder een bestuurlijke boete en een last onder dwangsom opleggen.
|
||||
|
||||
**3.** De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste het bedrag van de geldboete van de derde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht.
|
||||
|
||||
**4.** Een bestuurlijke boete wordt niet opgelegd indien tegen de overtreder vanwege dezelfde gedraging een klacht bij de kamer voor gerechtsdeurwaarders is ingediend.
|
||||
|
||||
### Artikel 31
|
||||
|
||||
**1.** De gerechtsdeurwaarder is verplicht de in artikel 17, eerste lid, bedoelde stukken, vergezeld van een verslag van het onderzoek daarover van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, dat voor wat betreft de jaarrekening van het kantoor ten minste een beoordelingskarakter draagt, binnen zes maanden na afloop van elk boekjaar in te dienen bij het Bureau.
|
||||
|
||||
**2.** Het Bureau kan van de gerechtsdeurwaarder verlangen dat hij inzage verschaft in zijn kantoor- en privé-administratie en de daarmee verband houdende bescheiden, de balansen, de staten van baten en lasten, het register en het repertorium. Het Bureau kan verlangen dat de gerechtsdeurwaarder een afschrift van deze stukken verstrekt.
|
||||
**2.** Bij regeling van Onze Minister worden regels gesteld betreffende de wijze van indiening en de inhoud van het verslag, bedoeld in het eerste lid, alsmede de inhoud en wijze van verstrekking van overige gegevens aan het Bureau.
|
||||
|
||||
### Artikel 32
|
||||
|
||||
**1.** Indien het Bureau bij de uitoefening van het toezicht van feiten of omstandigheden blijkt die naar zijn oordeel grond opleveren tot het opleggen van een tuchtmaatregel, brengt het zijn bevindingen, desgeraden in de vorm van een klacht, ter kennis van de voorzitter van de kamer voor gerechtsdeurwaarders.
|
||||
|
||||
**2.** Het Bureau is belast met het doen van elk onderzoek naar de kantoor- en privé-administratie van de gerechtsdeurwaarder waartoe de voorzitter van de kamer van gerechtsdeurwaarders overeenkomstig artikel 34, zesde lid, opdracht geeft.
|
||||
Het Bureau is belast met het doen van elk onderzoek naar de kantoor- en privé-administratie van de gerechtsdeurwaarder waartoe de voorzitter van de kamer van gerechtsdeurwaarders overeenkomstig artikel 34, zesde lid, opdracht geeft.
|
||||
|
||||
### Artikel 33
|
||||
|
||||
**1.** Het Bureau verschaft aan de Commissie van deskundigen, bedoeld in artikel 6, tweede lid, desverlangd inlichtingen in verband met het onderzoek van het ondernemingsplan.
|
||||
|
||||
**2.** Het bestuur van de KBvG is verplicht toegevoegd kandidaat-gerechtsdeurwaarders, in verband met het opstellen van een ondernemingsplan als bedoeld in artikel 5, desverlangd inlichtingen te verschaffen over door gerechtsdeurwaarders verrichte ambtshandelingen. Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat het Bureau het bestuur van de KBvG de hiervoor benodigde gegevens verstrekt.
|
||||
**2.** Het bestuur van de KBvG is verplicht een ieder met een redelijk belang, in verband met het opstellen van een ondernemingsplan als bedoeld in artikel 5, desverlangd inlichtingen te verschaffen over door gerechtsdeurwaarders verrichte ambtshandelingen. Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat het Bureau het bestuur van de KBvG de hiervoor benodigde gegevens verstrekt.
|
||||
|
||||
### Artikel 33a
|
||||
|
||||
**1.** Indien de continuïteit van de praktijk van een gerechtsdeurwaarder vanwege de wijze van bedrijfsvoering in gevaar dreigt te komen, kan door de voorzitter van de kamer voor gerechtsdeurwaarders, ambtshalve, naar aanleiding van een klacht, dan wel op verzoek van de KBvG of het Bureau, na verhoor of – bij het niet verschijnen van de gerechtsdeurwaarder – na behoorlijke oproeping daartoe van de gerechtsdeurwaarder, voor een periode van maximaal een jaar een stille bewindvoerder worden benoemd.
|
||||
|
||||
**2.** De stille bewindvoerder geeft de gerechtsdeurwaarder advies en begeleiding bij zijn bedrijfsvoering en is tevens bevoegd om daaromtrent bindende aanwijzingen aan de gerechtsdeurwaarder te geven.
|
||||
|
||||
**3.** Bij de benoeming wordt een honorarium vastgesteld dat ten laste komt van de gerechtsdeurwaarder.
|
||||
|
||||
**4.** De voorzitter van de kamer voor gerechtsdeurwaarders kan instructies geven aan de stille bewindvoerder met betrekking tot de bewindvoering.
|
||||
|
||||
**5.** De voorzitter van de kamer voor gerechtsdeurwaarders kan de bewindvoering te allen tijde opschorten of beëindigen, al dan niet op verzoek van de gerechtsdeurwaarder.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 2. Tuchtrechtspraak
|
||||
|
||||
### Artikel 34
|
||||
|
||||
**1.** De gerechtsdeurwaarder is aan tuchtrechtspraak onderworpen ter zake van enig handelen of nalaten in strijd met enige bij of krachtens deze wet gegeven bepaling en ter zake van enig handelen of nalaten dat een behoorlijk gerechtsdeurwaarder onderscheidenlijk kandidaat-gerechtsdeurwaarder niet betaamt.
|
||||
**1.** De gerechtsdeurwaarder, waarnemend gerechtsdeurwaarder, toegevoegd gerechtsdeurwaarder, kandidaat-gerechtsdeurwaarder en degene die is toegevoegd in het kader van de stageverplichting bij de in artikel 25, eerste lid, bedoelde opleiding, zijn aan tuchtrechtspraak onderworpen ter zake van enig handelen of nalaten in strijd met enige bij of krachtens deze wet gegeven bepaling en ter zake van enig handelen of nalaten dat een behoorlijk gerechtsdeurwaarder, waarnemend gerechtsdeurwaarder, toegevoegd gerechtsdeurwaarder of kandidaat-gerechtsdeurwaarder niet betaamt.
|
||||
|
||||
**2.** De tuchtrechtspraak wordt in eerste aanleg uitgeoefend door een kamer voor gerechtsdeurwaarders. De kamer voor gerechtsdeurwaarders is gevestigd te Amsterdam. Zij kan ook buiten de vestigingsplaats zitting houden.
|
||||
|
||||
|
|
@ -478,7 +602,7 @@ Het toezicht op de naleving door de gerechtsdeurwaarder van het bepaalde bij of
|
|||
|
||||
**4.** Een lid dan wel plaatsvervangend lid van de kamer voor gerechtsdeurwaarders die gerechtsdeurwaarder is, wordt ingeval tegen hem een klacht is ingediend onderscheidenlijk een verzoek is gedaan als bedoeld in artikel 37, tweede lid, vervangen door een door de president van het gerechtshof Amsterdam aan te wijzen ander lid dan wel plaatsvervangend lid, door Onze Minister benoemd op grond van artikel 35, derde lid.
|
||||
|
||||
**5.** De gerechtsdeurwaarder blijft in geval van schorsing of ontslag aan de tuchtrechtspraak onderworpen ter zake van enig handelen of nalaten als bedoeld in het eerste lid, gedurende de tijd dat hij als deurwaarder werkzaam was.
|
||||
**5.** Degene die op grond van artikel 51 is geschorst of op grond van artikel 52 is ontslagen, dan wel degene van wie de toevoeging is beëindigd, blijft aan de tuchtrechtspraak onderworpen ter zake van enig handelen of nalaten als bedoeld in het eerste lid, gedurende de tijd dat hij werkzaam was als gerechtsdeurwaarder, toegevoegd gerechtsdeurwaarder, kandidaat-gerechtsdeurwaarder of toegevoegd in het kader van de stageverplichting bij de in artikel 25, eerste lid, bedoelde opleiding.
|
||||
|
||||
**6.** De voorzitter van de kamer voor gerechtsdeurwaarders kan, indien hij zulks in het belang van het onderzoek wenselijk acht, het Bureau opdragen een onderzoek in te stellen en hem van zijn bevindingen verslag uit te brengen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -488,7 +612,7 @@ Het toezicht op de naleving door de gerechtsdeurwaarder van het bepaalde bij of
|
|||
|
||||
**2.** Onze Minister benoemt drie leden, onder wie de voorzitter, alsmede zes plaatsvervangende leden, onder wie de plaatsvervangend voorzitters, uit voor het leven benoemde leden van de rechterlijke macht.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister benoemt, de voorzitter van de kamer voor gerechtsdeurwaarders gehoord, twee leden en vier plaatsvervangende leden uit de gerechtsdeurwaarders, op aanbeveling van de KBvG. De aanbeveling omvat voor iedere benoeming ten minste drie namen.
|
||||
**3.** Onze Minister benoemt, de voorzitter van de kamer voor gerechtsdeurwaarders gehoord, twee leden en vier plaatsvervangende leden uit de in artikel 56 genoemde leden van de KBvG, met uitzondering van degenen die zijn toegevoegd in het kader van de stageverplichting bij de in artikel 25, eerste lid bedoelde opleiding, op aanbeveling van de KBvG. De aanbeveling omvat voor iedere benoeming ten minste drie namen.
|
||||
|
||||
**4.** De leden en de plaatsvervangende leden worden benoemd voor vier jaren; zij zijn bij hun aftreden eenmaal herbenoembaar.
|
||||
|
||||
|
|
@ -500,13 +624,7 @@ Het toezicht op de naleving door de gerechtsdeurwaarder van het bepaalde bij of
|
|||
|
||||
### Artikel 36
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Het is aan de voorzitter, de leden, de plaatsvervangende leden en de secretaris van de kamer voor gerechtsdeurwaarders verboden:
|
||||
|
||||
a. hetgeen zij als zodanig te weten zijn gekomen bekend te maken;
|
||||
b. de gevoelens te openbaren, die in raadkamer over aanhangige zaken zijn geuit;
|
||||
c. met betrekking tot een voor hen aanhangige zaak of een zaak die naar zij weten of vermoeden aanhangig zal worden, zich in te laten in enig onderhoud of gesprek met belanghebbenden of van dezen enige bijzondere inlichting of schriftelijk stuk aan te nemen.
|
||||
**1.** De voorzitter, de leden, de plaatsvervangende leden en de secretaris van de kamer voor gerechtsdeurwaarders zijn verplicht tot geheimhouding van de gegevens waarover zij bij de uitoefening van hun taak de beschikking krijgen en waarvan zij het vertrouwelijke karakter kennen of redelijkerwijs moeten vermoeden, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hen tot mededeling verplicht of uit hun ambt de noodzaak tot mededeling voortvloeit.
|
||||
|
||||
**2.** Een gerechtsdeurwaarder die lid of plaatsvervangend lid is van de kamer voor gerechtsdeurwaarders, kan niet tot waarnemend gerechtsdeurwaarder worden benoemd.
|
||||
|
||||
|
|
@ -525,11 +643,15 @@ b. de procureur-generaal niet verplicht is aan het verzoek, bedoeld in artikel 1
|
|||
|
||||
**1.** Aan de behandeling en de beslissing van tuchtzaken wordt op straffe van nietigheid deelgenomen door ten minste twee leden of plaatsvervangende leden, onder wie de voorzitter of de plaatsvervangend voorzitter, door Onze Minister benoemd op grond van artikel 35, tweede lid, en een lid of plaatsvervangend lid, door Onze Minister benoemd op grond van artikel 35, derde lid.
|
||||
|
||||
**2.** De kamer voor gerechtsdeurwaarders neemt een tegen een gerechtsdeurwaarder gerezen bezwaar in behandeling hetzij op verzoek van Onze Minister, hetzij op een bij de kamer ingediende klacht. Een verzoek van Onze Minister of een klacht wordt schriftelijk en met redenen omkleed ingediend bij de voorzitter van de kamer voor gerechtsdeurwaarders. Indien de klager daarom verzoekt, is de secretaris hem behulpzaam bij het op schrift stellen van de klacht.
|
||||
**2.** De kamer voor gerechtsdeurwaarders neemt een tegen een gerechtsdeurwaarder gerezen bezwaar in behandeling hetzij op verzoek van Onze Minister, hetzij op een bij de kamer ingediende klacht. Een verzoek van Onze Minister of een klacht wordt schriftelijk en met redenen omkleed ingediend bij de voorzitter van de kamer voor gerechtsdeurwaarders. Indien de klager daarom verzoekt, is de secretaris hem behulpzaam bij het op schrift stellen van de klacht. Indien de klacht wordt ingediend na verloop van drie jaren na de dag waarop de klager heeft kennisgenomen of redelijkerwijs kennis heeft kunnen nemen van het handelen of nalaten van de gerechtsdeurwaarder waarop de klacht betrekking heeft, wordt de klacht door de voorzitter niet-ontvankelijk verklaard. De beslissing tot niet-ontvankelijkverklaring blijft achterwege indien de gevolgen van het handelen of nalaten redelijkerwijs pas nadien bekend zijn geworden. In dat geval verloopt de termijn voor het indienen van een klacht een jaar na de datum waarop de gevolgen redelijkerwijs als bekend geworden zijn aan te merken.
|
||||
|
||||
**3.** Indien de voorzitter van oordeel is dat een klacht onderscheidenlijk een verzoek vatbaar is voor minnelijke schikking, roept hij de klager onderscheidenlijk Onze Minister en de betrokken gerechtsdeurwaarder op ten einde een zodanige schikking te beproeven. Hij brengt klachten onderscheidenlijk verzoeken die niet in der minne worden opgelost ter kennis van de kamer.
|
||||
**3.** Indien de voorzitter van oordeel is dat een klacht onderscheidenlijk een verzoek vatbaar is voor minnelijke schikking, roept hij de klager onderscheidenlijk Onze Minister en de betrokken gerechtsdeurwaarder op ten einde een zodanige schikking te beproeven.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
**4.** Indien de klacht zich naar het oordeel van de voorzitter daartoe leent en uit de klacht blijkt dat deze nog niet is voorgelegd aan de geschillencommissie, bedoeld in artikel 57, derde lid, kan de voorzitter besluiten de behandeling van de klacht te schorsen, en de klager in de gelegenheid stellen het geschil voor te leggen aan de geschillencommissie. Tegen de beslissing is geen voorziening toegelaten.
|
||||
|
||||
**5.** Indien de klacht onderscheidenlijk het verzoek, bedoeld in het derde lid, niet in der minne wordt opgelost en het geschil, bedoeld in het vierde lid, niet naar tevredenheid van beide partijen wordt opgelost, brengt de voorzitter de klacht ter kennis van de kamer voor gerechtsdeurwaarders.
|
||||
|
||||
**6.**
|
||||
|
||||
De leden van de kamer voor gerechtsdeurwaarders kunnen zich verschonen en kunnen worden gewraakt, indien er te hunnen aanzien feiten of omstandigheden bestaan waardoor in het algemeen de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Titel IV van het Vierde Boek van het Wetboek van Strafvordering is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat:
|
||||
|
||||
|
|
@ -539,9 +661,9 @@ c. degene die met de andere leden van de kamer voor gerechtsdeurwaarders over wr
|
|||
|
||||
### Artikel 38
|
||||
|
||||
**1.** De kamer voor gerechtsdeurwaarders is bevoegd, al dan niet op verzoek van Onze Minister, een gerechtsdeurwaarder tegen wie een ernstig vermoeden is gerezen dat hij een van de in artikel 34, eerste lid, bedoelde handelingen of verzuimen heeft gepleegd, in afwachting van een beslissing hierover te schorsen voor een periode van ten hoogste zes maanden. Zij kan deze periode eenmaal verlengen voor ten hoogste zes maanden of totdat een beslissing tot voordracht tot ontslag onherroepelijk is geworden. De kamer voor gerechtsdeurwaarders kan steeds de schorsing opheffen.
|
||||
**1.** De kamer voor gerechtsdeurwaarders is bevoegd, al dan niet op verzoek van Onze Minister, het bestuur van de KBvG of het Bureau, een gerechtsdeurwaarder tegen wie een ernstig vermoeden is gerezen dat hij een van de in artikel 34, eerste lid, bedoelde handelingen of verzuimen heeft gepleegd, in afwachting van een beslissing hierover te schorsen voor een periode van ten hoogste zes maanden. Zij kan deze periode eenmaal verlengen voor ten hoogste zes maanden of totdat een beslissing tot voordracht tot ontslag onherroepelijk is geworden. De kamer voor gerechtsdeurwaarders kan steeds de schorsing opheffen.
|
||||
|
||||
**2.** De secretaris van de kamer voor gerechtsdeurwaarders stelt Onze Minister en de betrokken gerechtsdeurwaarder onverwijld in kennis van een schorsing als bedoeld in het eerste lid en van een beslissing tot verlenging dan wel de opheffing daarvan.
|
||||
**2.** De secretaris van de kamer voor gerechtsdeurwaarders stelt Onze Minister, het bestuur van de KBvG of het Bureau en de betrokken gerechtsdeurwaarder onverwijld in kennis van een schorsing als bedoeld in het eerste lid en van een beslissing tot verlenging dan wel de opheffing daarvan.
|
||||
|
||||
**3.** Over het voornemen tot schorsing wordt de betrokken gerechtsdeurwaarder gehoord.
|
||||
|
||||
|
|
@ -549,15 +671,15 @@ c. degene die met de andere leden van de kamer voor gerechtsdeurwaarders over wr
|
|||
|
||||
**5.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing indien tegen een gerechtsdeurwaarder een strafrechtelijke vervolging ter zake van een misdrijf is ingesteld en het misdrijf mede het uitoefenen van het ambt van gerechtsdeurwaarder raakt.
|
||||
|
||||
**6.** Binnen dertig dagen na de mededeling, bedoeld in het tweede lid, kan Onze Minister of de betrokken gerechtsdeurwaarder daartegen bij met redenen omkleed beroepschrift beroep instellen bij het gerechtshof Amsterdam. Het beroep schorst de beslissing waartegen het is gericht niet.
|
||||
**6.** Binnen dertig dagen na de mededeling, bedoeld in het tweede lid, kan Onze Minister, het bestuur van de KBvG, het Bureau of de betrokken gerechtsdeurwaarder daartegen bij met redenen omkleed beroepschrift beroep instellen bij het gerechtshof Amsterdam. Het beroep schorst de beslissing waartegen het is gericht niet.
|
||||
|
||||
### Artikel 39
|
||||
|
||||
**1.** De voorzitter kan zonder nader onderzoek door de kamer voor gerechtsdeurwaarders kennelijk niet-ontvankelijke en kennelijk ongegronde klachten alsmede klachten die naar zijn oordeel van onvoldoende gewicht zijn, bij met redenen omklede beschikking afwijzen. Van de beschikking van de voorzitter doet de secretaris onverwijld mededeling aan de klager en aan de betrokken gerechtsdeurwaarder. Het afschrift van de beschikking gaat vergezeld van de mededeling van de termijn waarbinnen en de wijze waarop verzet kan worden gedaan. Tegen de terkennisbrenging van de klacht staat geen rechtsmiddel open.
|
||||
**1.** De voorzitter kan zonder nader onderzoek door de kamer voor gerechtsdeurwaarders kennelijk niet-ontvankelijke en kennelijk ongegronde klachten alsmede klachten die naar zijn oordeel van onvoldoende gewicht zijn, bij met redenen omklede beslissing afwijzen. Van de beslissing van de voorzitter doet de secretaris onverwijld mededeling aan de klager en aan de betrokken gerechtsdeurwaarder. Het afschrift van de beslissing gaat vergezeld van de mededeling van de termijn waarbinnen en de wijze waarop verzet kan worden gedaan. Tegen de terkennisbrenging van de klacht staat geen rechtsmiddel open.
|
||||
|
||||
**2.** Tegen de beschikking van de voorzitter tot afwijzing van een klacht kan de klager binnen veertien dagen na verzending van de kennisgeving schriftelijk verzet doen bij de kamer voor gerechtsdeurwaarders.
|
||||
**2.** Tegen de beslissing van de voorzitter tot afwijzing van een klacht kan de klager binnen veertien dagen na verzending van de kennisgeving schriftelijk verzet doen bij de kamer voor gerechtsdeurwaarders.
|
||||
|
||||
**3.** Ten gevolge van het verzet vervalt de beschikking, tenzij de kamer voor gerechtsdeurwaarders het verzet niet-ontvankelijk of ongegrond verklaart. De kamer voor gerechtsdeurwaarders kan het verzet niet niet-ontvankelijk of ongegrond verklaren dan na de klager en, zo nodig, de betrokken gerechtsdeurwaarder in de gelegenheid te hebben gesteld te worden gehoord.
|
||||
**3.** Ten gevolge van het verzet vervalt de beslissing, tenzij de kamer voor gerechtsdeurwaarders het verzet niet-ontvankelijk of ongegrond verklaart. De kamer voor gerechtsdeurwaarders kan het verzet niet niet-ontvankelijk of ongegrond verklaren dan na de klager en, zo nodig, de betrokken gerechtsdeurwaarder in de gelegenheid te hebben gesteld te worden gehoord.
|
||||
|
||||
**4.** De beslissing op het verzet is met redenen omkleed. Tegen de beslissing staat geen rechtsmiddel open. Van de beslissing wordt schriftelijk kennis gegeven aan de klager en aan de betrokken gerechtsdeurwaarder.
|
||||
|
||||
|
|
@ -607,19 +729,26 @@ c. degene die met de andere leden van de kamer voor gerechtsdeurwaarders over wr
|
|||
|
||||
Indien de kamer voor gerechtsdeurwaarders het bezwaar geheel of gedeeltelijk gegrond verklaart, kan zij de navolgende maatregelen opleggen:
|
||||
|
||||
a. een berisping;
|
||||
b. een berisping met de aanzegging dat, indien andermaal door hem een van de in artikel 34, eerste lid, bedoelde handelingen of verzuimen wordt gepleegd, een geldboete, schorsing of ontzetting uit het ambt zal worden overwogen;
|
||||
c. een geldboete van de derde categorie;
|
||||
d. schorsing voor een periode van ten hoogste één jaar;
|
||||
e. ontzetting uit het ambt.
|
||||
a. een waarschuwing;
|
||||
b. een berisping;
|
||||
c. een geldboete;
|
||||
d. de ontzegging van de bevoegdheid tot het aanwijzen van een toegevoegd gerechtsdeurwaarder of kandidaat-gerechtsdeurwaarder, voor bepaalde of onbepaalde duur;
|
||||
e. de schorsing in de uitoefening van het ambt voor de duur van ten hoogste één jaar;
|
||||
f. de ontzetting uit het ambt.
|
||||
|
||||
**3.** Bij de beslissing tot oplegging van een maatregel als bedoeld in het tweede lid kan worden bepaald dat deze wordt openbaar gemaakt op een daarbij voorgeschreven wijze, indien enig door artikel 34, eerste lid, beschermd belang dat vordert.
|
||||
**3.** De kamer voor gerechtsdeurwaarders kan het bezwaar ook gegrond verklaren zonder oplegging van een maatregel.
|
||||
|
||||
**4.** Tot de tenuitvoerlegging van een maatregel wordt eerst overgegaan na het onherroepelijk worden van de beslissing of op een in de beslissing bepaald later tijdstip.
|
||||
**4.** De maatregel van een geldboete kan gelijktijdig worden opgelegd met een andere maatregel. Bij de beslissing tot oplegging van een maatregel als bedoeld in het tweede lid kan worden bepaald dat deze wordt openbaar gemaakt op een daarbij voorgeschreven wijze, indien enig door artikel 34, eerste lid, beschermd belang dat vordert.
|
||||
|
||||
**5.** Een beslissing tot oplegging van een geldboete bepaalt de termijn waarbinnen deze moet zijn voldaan. Op verzoek van de gerechtsdeurwaarder kan de voorzitter de termijn verlengen. Wordt de boete niet binnen de gestelde termijn voldaan, dan kan de kamer voor gerechtsdeurwaarders ambtshalve beslissen de gerechtsdeurwaarder, na hem in de gelegenheid te hebben gesteld te worden gehoord, te ontzetten uit het ambt. De opgelegde boete komt ten bate van de Staat.
|
||||
**5.** Tot de tenuitvoerlegging van een maatregel wordt eerst overgegaan na het onherroepelijk worden van de beslissing of op een in de beslissing bepaald later tijdstip.
|
||||
|
||||
**6.** De secretaris van de kamer voor gerechtsdeurwaarders zendt haar beslissing onverwijld schriftelijk aan Onze Minister, de betrokken gerechtsdeurwaarder en de klager. De kamer kan in haar beslissing bepalen, dat aan de klager slechts kennis wordt gegeven van dat deel van de beslissing dat voor hem van belang is.
|
||||
**6.** De geldboete, bedoeld het tweede lid, onderdeel c, bedraagt ten hoogste het bedrag van de vierde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht. Een beslissing tot oplegging van een geldboete bepaalt de termijn waarbinnen deze moet zijn voldaan. Op verzoek van de gerechtsdeurwaarder kan de voorzitter de termijn verlengen. Wordt de boete niet binnen de gestelde termijn voldaan, dan kan de kamer voor gerechtsdeurwaarders ambtshalve beslissen de gerechtsdeurwaarder, na hem in de gelegenheid te hebben gesteld te worden gehoord, te ontzetten uit het ambt. De opgelegde boete komt ten bate van de Staat. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de invordering van de geldboete.
|
||||
|
||||
**7.** De secretaris van de kamer voor gerechtsdeurwaarders zendt haar beslissing onverwijld schriftelijk aan Onze Minister, het bestuur van de KBvG, het Bureau, de betrokken gerechtsdeurwaarder en de klager. De kamer kan in haar beslissing bepalen, dat aan de klager slechts kennis wordt gegeven van dat deel van de beslissing dat voor hem van belang is.
|
||||
|
||||
**8.** In het geval waarin de kamer voor gerechtsdeurwaarders de ontzetting uit het ambt gelast, bepaalt zij tevens de termijn waarbinnen betrokkene niet tot waarnemer kan worden benoemd of aan een gerechtsdeurwaarder kan worden toegevoegd. Deze termijn bedraagt maximaal tien jaren.
|
||||
|
||||
**9.** Artikel 195 van het Wetboek van Strafrecht is van toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 44
|
||||
|
||||
|
|
@ -627,9 +756,9 @@ De artikelen 40 tot en met 43 zijn van overeenkomstige toepassing op de behandel
|
|||
|
||||
### Artikel 45
|
||||
|
||||
**1.** Tegen een beslissing van de kamer voor gerechtsdeurwaarders inzake een tegen een gerechtsdeurwaarder gerezen bezwaar kan door Onze Minister, de betrokken gerechtsdeurwaarder of de klager binnen dertig dagen na dagtekening van de schriftelijke kennisgeving, bedoeld in artikel 43, zesde lid, bij met redenen omkleed beroepschrift, hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Amsterdam.
|
||||
**1.** Tegen een beslissing van de kamer voor gerechtsdeurwaarders inzake een tegen een gerechtsdeurwaarder gerezen bezwaar kan door Onze Minister, de betrokken gerechtsdeurwaarder of de klager binnen dertig dagen na dagtekening van de schriftelijke kennisgeving, bedoeld in artikel 43, zevende lid, bij met redenen omkleed beroepschrift, hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Amsterdam.
|
||||
|
||||
**2.** Het beroepschrift wordt ingediend bij de griffier van het gerechtshof tezamen met een authentiek afschrift van de beslissing waartegen het beroep is gericht.
|
||||
**2.** Het beroepschrift wordt ingediend bij de griffier van het gerechtshof tezamen met een afschrift van de beslissing waartegen het beroep is gericht.
|
||||
|
||||
**3.** Het beroep wordt behandeld door een kamer van het gerechtshof, belast met de behandeling van burgerlijke zaken.
|
||||
|
||||
|
|
@ -643,6 +772,8 @@ c. degene die met de andere leden van het gerechtshof over wraking zal beslissen
|
|||
|
||||
**5.** Door het beroep wordt de tenuitvoerlegging van de opgelegde maatregel geschorst.
|
||||
|
||||
**6.** Artikel 38 is van overeenkomstige toepassing gedurende de behandeling van het hoger beroep.
|
||||
|
||||
### Artikel 46
|
||||
|
||||
**1.** De griffier geeft zo spoedig mogelijk kennis van het beroep onder toezending van een afschrift van het beroepschrift, aan de kamer voor gerechtsdeurwaarders alsmede aan Onze Minister onderscheidenlijk de gerechtsdeurwaarder of de klager, voor zover het beroep niet door hem is ingesteld.
|
||||
|
|
@ -661,16 +792,20 @@ Op de behandeling van het hoger beroep zijn de artikelen 40, tweede en derde lid
|
|||
|
||||
**3.** Indien alleen de betrokken gerechtsdeurwaarder hoger beroep heeft ingesteld, kan het gerechtshof alleen met eenparigheid van stemmen de opgelegde maatregel verzwaren.
|
||||
|
||||
**4.** De griffier zendt onverwijld afschrift van de beslissing van het gerechtshof aan de kamer voor gerechtsdeurwaarders, aan Onze Minister, de betrokken gerechtsdeurwaarder en aan de klager.
|
||||
**4.** De griffier zendt onverwijld afschrift van de beslissing van het gerechtshof aan de kamer voor gerechtsdeurwaarders, aan Onze Minister, het bestuur van de KBvG, het Bureau, de betrokken gerechtsdeurwaarder en aan de klager.
|
||||
|
||||
**5.** De griffier zendt zo spoedig mogelijk afschrift van een beslissing als bedoeld in het tweede lid, aan de kamer voor gerechtsdeurwaarders, onder medezending van de op de zaak betrekking hebbende stukken.
|
||||
|
||||
### Artikel 49
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Het bepaalde in dit hoofdstuk ten aanzien van een gerechtsdeurwaarder is van overeenkomstige toepassing op een:
|
||||
|
||||
a. waarnemend gerechtsdeurwaarder met dien verstande dat, ingeval jegens hem een bezwaar geheel of gedeeltelijk gegrond wordt verklaard, hij tevens als waarnemer in de uitoefening van het ambt kan worden geschorst voor bepaalde duur.
|
||||
b. toegevoegd kandidaat-gerechtsdeurwaarder, met dien verstande dat, ingeval jegens hem een bezwaar geheel of gedeeltelijk gegrond wordt verklaard, aan hem de tuchtmaatregelen, bedoeld in artikel 43, tweede lid, onderdelen a, b en c, kunnen worden opgelegd.
|
||||
b. een toegevoegd gerechtsdeurwaarder of een kandidaat-gerechtsdeurwaarder en degene die is toegevoegd in het kader van de stageverplichting bij de in artikel 25, eerste lid, bedoelde opleiding, met dien verstande dat, ingeval jegens hem een bezwaar geheel of gedeeltelijk gegrond wordt verklaard, de tuchtmaatregelen als bedoeld in artikel 43, tweede lid, onderdelen a, b en c, kunnen worden opgelegd, alsmede de tuchtmaatregel van ontzegging van de bevoegdheid om als toegevoegd gerechtsdeurwaarder of kandidaat-gerechtsdeurwaarder op te treden.
|
||||
|
||||
**2.** Bij de beslissing waarin de ontzegging van de bevoegdheid om als toegevoegd gerechtsdeurwaarder of kandidaat-gerechtsdeurwaarder op te treden wordt gelast, wordt tevens de termijn waarbinnen betrokkene niet tot waarnemer kan worden benoemd of aan een gerechtsdeurwaarder kan worden toegevoegd bepaald. Deze termijn bedraagt maximaal tien jaren.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk V. Schorsing en ontslag
|
||||
|
||||
|
|
@ -699,8 +834,8 @@ e. indien ten aanzien van hem de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen va
|
|||
De gerechtsdeurwaarder wordt bij koninklijk besluit ontslag verleend:
|
||||
|
||||
a. op zijn verzoek;
|
||||
b. op een onherroepelijk geworden beslissing tot ontzetting uit het ambt als bedoeld in artikel 43, tweede lid, onderdeel e;
|
||||
c. bij verlies van het Nederlanderschap.
|
||||
b. op een onherroepelijk geworden beslissing tot ontzetting uit het ambt als bedoeld in artikel 43, tweede lid, onderdeel f;
|
||||
c. indien hij niet langer de Nederlandse nationaliteit bezit, of de nationaliteit van een andere lidstaat van de Europese Unie, van een overige staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of van de Zwitserse Bondsstaat.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -744,13 +879,23 @@ Een besluit tot ontslag als bedoeld in artikel 52, derde lid, treedt niet in wer
|
|||
|
||||
### Artikel 56
|
||||
|
||||
De Koninklijke Beroepsorganisatie van Gerechtsdeurwaarders is een openbaar lichaam in de zin van artikel 134 van de Grondwet. Alle in Nederland gevestigde gerechtsdeurwaarders, waarnemend gerechtsdeurwaarders en toegevoegd kandidaat-gerechtsdeurwaarders zijn leden van de KBvG. De KBvG is gevestigd te Utrecht.
|
||||
De Koninklijke Beroepsorganisatie van Gerechtsdeurwaarders is een openbaar lichaam in de zin van artikel 134 van de Grondwet. Alle in Nederland gevestigde gerechtsdeurwaarders, waarnemend gerechtsdeurwaarders , toegevoegd gerechtsdeurwaarders, kandidaat-gerechtsdeurwaarders en degenen die zijn toegevoegd in het kader van de stageverplichting bij de in artikel 25, eerste lid, bedoelde opleiding zijn leden van de KBvG. De KBvG is gevestigd te ’s-Gravenhage.
|
||||
|
||||
### Artikel 57
|
||||
|
||||
**1.** De KBvG heeft tot taak de bevordering van een goede beroepsuitoefening door de leden en van hun vakbekwaamheid.
|
||||
|
||||
**2.** Bij verordening worden beroeps- en gedragsregels van de leden van de KBvG vastgesteld. Tevens kunnen bij verordening regels worden gesteld betreffende de bevordering van de vakbekwaamheid van de leden.
|
||||
**2.** Bij verordening worden beroeps- en gedragsregels van de leden van de KBvG vastgesteld. Tevens kunnen bij verordening regels worden gesteld betreffende de bevordering van de vakbekwaamheid van de leden en de kwaliteit van de beroepsuitoefening.
|
||||
|
||||
**3.** Bij verordening worden regels gesteld betreffende de inrichting van een algemene klachten- en geschillenregeling voor gerechtsdeurwaarders, waaronder de instelling van een geschillencommissie.
|
||||
|
||||
### Artikel 57a
|
||||
|
||||
**1.** De KBvG is verantwoordelijk voor het uitvoeren van kwaliteitstoetsen bij haar leden. De kwaliteitstoetsen worden verricht door deskundigen die zijn aangewezen door het bestuur van de KBvG.
|
||||
|
||||
**2.** Op het verrichten van de kwaliteitstoetsen en de krachtens het eerste lid aangewezen personen, zijn de artikelen 5:12, 5:13, 5:14, 5:15, eerste en derde lid, 5:16, 5:17, 5:18 en 5:20, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**3.** Bij verordening worden nadere regels gesteld betreffende het verrichten van de kwaliteitstoetsen.
|
||||
|
||||
### Artikel 58
|
||||
|
||||
|
|
@ -768,7 +913,7 @@ De KBvG houdt een bureau in stand, dat het bestuur bijstaat in de uitoefening va
|
|||
|
||||
**2.** De medewerkers van het bureau worden aangesteld op een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht.
|
||||
|
||||
**3.** Het bestuur kan nadere regelen stellen betreffende zijn werkwijze en die van het bureau.
|
||||
**3.** Het bestuur kan nadere regels stellen betreffende zijn werkwijze en die van het bureau.
|
||||
|
||||
**4.** Het bestuur stelt jaarlijks een verslag op over zijn werkzaamheden ten behoeve van de algemene ledenvergadering en zendt dit om advies aan de ledenraad. Het brengt het verslag ter kennis van Onze Minister.
|
||||
|
||||
|
|
@ -776,7 +921,7 @@ De KBvG houdt een bureau in stand, dat het bestuur bijstaat in de uitoefening va
|
|||
|
||||
### Artikel 61
|
||||
|
||||
**1.** Het bestuur bestaat uit een oneven aantal van ten minste zeven leden. De samenstelling van het bestuur weerspiegelt zoveel mogelijk de verhouding binnen de algemene ledenvergadering tussen gerechtsdeurwaarders en toegevoegd kandidaat-gerechtsdeurwaarders. De voorzitter en zijn plaatsvervanger zijn gerechtsdeurwaarders.
|
||||
**1.** Het bestuur bestaat uit een oneven aantal van ten minste vijf leden. De samenstelling van het bestuur weerspiegelt zoveel mogelijk de verhouding binnen de algemene ledenvergadering tussen gerechtsdeurwaarders en toegevoegd gerechtsdeurwaarders of kandidaat-gerechtsdeurwaarders. De voorzitter en zijn plaatsvervanger zijn gerechtsdeurwaarders.
|
||||
|
||||
**2.** De leden worden benoemd voor een termijn van drie jaren en kunnen na aftreden terstond voor eenzelfde termijn eenmaal worden herbenoemd.
|
||||
|
||||
|
|
@ -848,7 +993,7 @@ Het bestuur van de KBvG roept jaarlijks een algemene ledenvergadering bijeen. Bu
|
|||
|
||||
### Artikel 75
|
||||
|
||||
De vergadering van de algemene ledenvergadering is openbaar. Er wordt met gesloten deuren vergaderd indien de voorzitter, de aard van het te behandelen onderwerp in aanmerking genomen, zulks nodig oordeelt of indien tenminste dertig aanwezige leden daarom verzoeken. De leden van het bestuur, de directeur van het bureau van de KBvG en de secretarissen wonen de besloten vergadering bij, tenzij de vergadering anders beslist. Over de toelating van andere personen beslist de vergadering. Van de besloten vergadering wordt een afzonderlijk verslag gemaakt, dat niet openbaar wordt gemaakt tenzij de vergadering anders beslist.
|
||||
De vergadering van de algemene ledenvergadering is openbaar. Er wordt met gesloten deuren vergaderd indien de voorzitter, de aard van het te behandelen onderwerp in aanmerking genomen, zulks nodig oordeelt of indien tenminste twintig aanwezige leden daarom verzoeken. De leden van het bestuur, de directeur van het bureau van de KBvG en de secretarissen wonen de besloten vergadering bij, tenzij de vergadering anders beslist. Over de toelating van andere personen beslist de vergadering. Van de besloten vergadering wordt een afzonderlijk verslag gemaakt, dat niet openbaar wordt gemaakt tenzij de vergadering anders beslist.
|
||||
|
||||
### Artikel 76
|
||||
|
||||
|
|
@ -866,11 +1011,11 @@ De KBvG draagt alle kosten die uit de uitvoering van de haar door deze wet opged
|
|||
|
||||
### Artikel 79
|
||||
|
||||
**1.** Het boekjaar van de KBvG wordt vastgesteld door het bestuur.
|
||||
**1.** Het boekjaar van de KBvG wordt vastgesteld door het bestuur. Vóór de aanvang van het boekjaar stelt de algemene ledenvergadering de begroting vast. Het bestuur dient daartoe een ontwerpbegroting in, vergezeld van de nodige toelichting en een advies van de ledenraad. Het ontwerp wordt door het bestuur, ten minste twee weken vóór de behandeling daarvan door de algemene ledenvergadering, op elektronische wijze bekendgemaakt.
|
||||
|
||||
**2.** Het bestuur wijst telkens voor elk boekjaar een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek aan die is belast met de controle op de financiële verantwoording, bestaande uit een balans, een staat van baten en lasten en een toelichting. Deze brengt binnen drie maanden na afloop van het boekjaar daarover verslag uit aan het bestuur.
|
||||
|
||||
**3.** Binnen acht maanden na de afloop van het boekjaar legt het bestuur de financiële verantwoording met het daarover door de accountant uitgebrachte verslag, alsmede de begroting voor het komende boekjaar met een toelichting aan de ledenraad over. De ledenraad brengt na onderzoek van deze stukken daarover verslag uit aan de algemene ledenvergadering.
|
||||
**3.** Binnen acht maanden na de afloop van het boekjaar legt het bestuur de financiële verantwoording met het daarover door de accountant uitgebrachte verslag aan de ledenraad over. De ledenraad brengt na onderzoek van deze stukken daarover verslag uit aan de algemene ledenvergadering.
|
||||
|
||||
**4.** De vaststelling van de financiële verantwoording door de algemene ledenvergadering houdt tevens in décharge van het bestuur terzake.
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue