2005-06-25 | BWBV0005264 | Partnerschapsovereenkomst tussen de leden van de groep van Staten in Afrika, het Caribisch Gebied en de Stille Oceaan, enerzijds, en de Europese Gemeenschap en haar Lidstaten, anderzijds
This commit is contained in:
parent
f55af76fab
commit
3143fe8c32
1 changed files with 88 additions and 26 deletions
|
|
@ -47,7 +47,7 @@ Elke partij neemt, voor zover het bepaalde in de Overeenkomst haar aangaat, alle
|
|||
|
||||
### Artikel 4
|
||||
|
||||
De ACS-staten bepalen de beginselen, strategieën en modellen voor de ontwikkeling van hun economie en hun samenleving in volledige soevereiniteit. Zij stellen samen met de Gemeenschap de samenwerkingsprogramma's vast waarin de Overeenkomst voorziet. De partijen erkennen echter dat niet-overheidsactoren in het ontwikkelingsproces een complementaire rol kunnen spelen en dat zij daartoe een bijdrage kunnen leveren. Niet-overheidsactoren worden daartoe in voorkomend geval, overeenkomstig de voorwaarden bepaald in de Overeenkomst, bij het proces op de volgende wijze betrokken:
|
||||
De ACS-staten bepalen de beginselen, strategieën en modellen voor de ontwikkeling van hun economie en hun samenleving in volledige soevereiniteit. Zij stellen samen met de Gemeenschap de samenwerkings-programma’s vast waarin de Overeenkomst voorziet. De partijen erkennen echter dat niet-overheidsactoren en plaatselijke gedecentraliseerde autoriteiten in het ontwikkelingsproces een complementaire rol kunnen spelen en daartoe een bijdrage kunnen leveren. Niet-overheidsactoren en plaatselijke gedecentraliseerde autoriteiten worden daartoe in voorkomend geval, overeenkomstig de voorwaarden bepaald in de Overeenkomst, op de volgende wijze bij het proces betrokken:
|
||||
|
||||
– zij worden ingelicht en betrokken bij overleg over samenwerkingsbeleid en samenwerkingsstrategie, over samenwerkingsprioriteiten, met name op terreinen die hen aangaan of rechtstreeks betreffen, en over de politieke dialoog;
|
||||
– hun worden, op de voorwaarden als in de Overeenkomst vastgesteld, financiële middelen ter beschikking gesteld om het proces van plaatselijke ontwikkeling te steunen;
|
||||
|
|
@ -89,7 +89,7 @@ De bijdrage van de civiele samenleving tot het ontwikkelingsproces kan worden ge
|
|||
|
||||
**1.** De partijen gaan regelmatig een brede, evenwichtige en diepgaande politieke dialoog aan, die tot verbintenissen van beide zijden leidt.
|
||||
|
||||
**2.** Het doel van deze dialoog is het uitwisselen van informatie, het bevorderen van het wederzijds begrip en het vereenvoudigen van de totstandkoming van overeengekomen prioriteiten, met name door te erkennen dat de verschillende aspecten van de betrekkingen tussen de partijen onderling verband houden, evenals de diverse samenwerkingsterreinen waarin deze Overeenkomst voorziet. De dialoog dient het overleg tussen de partijen in internationale fora te vereenvoudigen. De dialoog moet tevens voorkomen dat situaties ontstaan waarin een partij het noodzakelijk acht een beroep te doen op de niet-uitvoeringsclausule.
|
||||
**2.** Het doel van deze dialoog is het uitwisselen van informatie, het bevorderen van het wederzijdse begrip en het vereenvoudigen van de totstandkoming van overeengekomen prioriteiten en gemeenschappelijke agendapunten, met name door te erkennen dat de verschillende aspecten van de betrekkingen tussen de partijen verband houden, met de diverse samenwerkingsterreinen waarin deze Overeenkomst voorziet. De dialoog dient het overleg tussen de partijen in internationale fora te vereenvoudigen. De dialoog moet tevens voorkomen dat situaties ontstaan waarin een partij het noodzakelijk acht een beroep te doen op de overlegprocedures van de artikelen 96 en 97.
|
||||
|
||||
**3.** De dialoog heeft betrekking op alle doelstellingen van de Overeenkomst, alsmede alle vraagstukken van gemeenschappelijk, algemeen, regionaal of subregionaal belang. Door middel van de dialoog dragen de partijen bij tot vrede, veiligheid en stabiliteit, en bevorderen zij de totstandkoming van een stabiel en democratisch politiek klimaat. De dialoog omvat samenwerkingsstrategieën en wereldwijde en sectorale beleidsvraagstukken, zoals milieu, gendervraagstukken en migratie en vraagstukken in verband met het cultureel erfgoed.
|
||||
|
||||
|
|
@ -97,7 +97,9 @@ De bijdrage van de civiele samenleving tot het ontwikkelingsproces kan worden ge
|
|||
|
||||
**5.** Een op brede basis gestoeld beleid ter bevordering van de vrede en ter voorkoming, beheersing en oplossing van gewelddadige conflicten is een belangrijk onderdeel van de dialoog; het streven naar vrede en democratische stabiliteit dient bij de vaststelling van de prioriteitsgebieden voor de samenwerking volledig in aanmerking te worden genomen.
|
||||
|
||||
**6.** De dialoog wordt op flexibele wijze gevoerd. De dialoog verloopt naargelang de behoefte formeel of informeel, en wordt gevoerd zowel binnen als buiten het institutionele kader, in een passende vorm en op passend niveau, onder meer op regionaal, subregionaal en nationaal niveau.
|
||||
**6.** De dialoog wordt op flexibele wijze gevoerd. De dialoog verloopt naargelang de behoefte formeel of informeel, en wordt gevoerd zowel binnen als buiten het institutionele kader, met inbegrip van de ACS-groep en de Paritaire Parlementaire Vergadering ACS-EU, in een passende vorm en op passend niveau, onder meer op regionaal, subregionaal en nationaal niveau.
|
||||
|
||||
**6 bis.** Waar dat passend is, en om situaties te vermijden waarin een partij het noodzakelijk acht een beroep te doen op de overlegprocedure van artikel 96, dient overeenkomstig de modaliteiten van bijlage VII, een systematische en geformaliseerde dialoog te worden gevoerd die betrekking heeft op de essentiële elementen.
|
||||
|
||||
**7.** Regionale en subregionale organisaties en vertegenwoordigers van organisaties van de civiele samenleving worden bij de dialoog betrokken.
|
||||
|
||||
|
|
@ -152,10 +154,59 @@ De partijen zijn van oordeel dat de volgende elementen bijdragen tot de instandh
|
|||
|
||||
**3.** Andere relevante activiteiten in dit verband zijn onder meer: steun voor bemiddeling, onderhandelingen en verzoening, steun voor effectief regionaal beheer van gedeelde schaarse natuurlijke hulpbronnen, steun voor demobilisatie van voormalige strijdenden en hun reïntegratie in de samenleving, steun voor het aanpakken van het probleem van kindsoldaten, alsmede steun voor passende maatregelen om de militaire uitgaven en de wapenhandel tot een verantwoord niveau terug te brengen, onder meer door steun te verlenen ter bevordering en toepassing van overeengekomen gedragsnormen en gedragscodes. In dit verband wordt bijzondere aandacht besteed aan de bestrijding van antipersoneelmijnen en van de buitensporige en ongecontroleerde verspreiding en accumulatie van en de illegale handel in kleine en lichte wapens.
|
||||
|
||||
**3 bis.** De partijen komen tevens overeen samen te werken bij het voorkomen van activiteiten van huurlingen, overeenkomstig hun verplichtingen op grond van internationale verdragen en afspraken en hun respectieve wet- en regelgeving.
|
||||
|
||||
**4.** In gewelddadige conflictsituaties nemen de partijen alle passende maatregelen om escalatie van het geweld te voorkomen en de territoriale uitbreiding ervan te beperken, en een vreedzame beslechting van geschillen te bevorderen. In het bijzonder moet erop worden toegezien dat de voor samenwerking bestemde financiële middelen benut worden in overeenstemming met de beginselen en doelstellingen van de Overeenkomst, en moet worden voorkomen dat deze middelen voor offensieve doeleinden worden misbruikt.
|
||||
|
||||
**5.** In situaties na een conflict nemen de partijen alle passende maatregelen om het herstel van een niet-gewelddadige, stabiele en zichzelf instandhoudende situatie te bevorderen. De partijen zien toe op de totstandkoming van de noodzakelijke koppeling tussen noodmaatregelen, herstel en ontwikkelingssamenwerking.
|
||||
|
||||
**6.**
|
||||
|
||||
De partijen bevorderen het versterken van vrede en internationale gerechtigheid en bevestigen hun vastberadenheid om:
|
||||
|
||||
– ervaringen te delen inzake de vaststelling van juridische aanpassingen ten behoeve van de bekrachtiging en tenuitvoerlegging van het Statuut van Rome van het Internationaal Strafhof;
|
||||
– internationale criminaliteit te bestrijden overeenkomstig het internationale recht, met inachtneming van het Statuut van Rome.
|
||||
|
||||
De partijen streven ernaar maatregelen te nemen ten behoeve van de bekrachtiging en tenuitvoerlegging van het Statuut van Rome en daarmee samenhangende instrumenten.
|
||||
|
||||
### Artikel 11 bis
|
||||
|
||||
De partijen uiten opnieuw hun krachtige veroordeling van alle daden van terrorisme en verbinden zich ertoe het terrorisme te bestrijden door internationale samenwerking overeenkomstig het Handvest van de Verenigde Naties en het internationale recht, de desbetreffende verdragen en instrumenten en met name de volledige tenuitvoerlegging van de resoluties 1373 en 1456 van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties en andere relevante VN-resoluties. De partijen komen hiertoe overeen:
|
||||
|
||||
– informatie uit te wisselen over terroristische groeperingen en de hen ondersteunende netwerken;
|
||||
– inzichten uit te wisselen over middelen en methoden om daden van terrorisme te bestrijden, onder meer op technisch gebied en wat opleiding betreft, en ervaringen uit te wisselen met betrekking tot het voorkomen van terrorisme.
|
||||
|
||||
### Artikel 11 ter
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De partijen zijn van oordeel dat de verspreiding van massavernietigingswapens en de middelen om die zowel aan staten als aan niet-statelijke actoren te verschaffen, een van de ernstigste bedreigingen voor de internationale stabiliteit en veiligheid vormt.
|
||||
|
||||
De partijen komen daarom overeen samen te werken en bij te dragen tot de bestrijding van de verspreiding van massavernietigingswapens en de middelen tot verschaffing daarvan, door volledige naleving en nationale tenuitvoerlegging van hun bestaande verplichtingen op grond van de internationale ontwapenings- en non-proliferatieverdragen en -overeenkomsten en andere internationale verplichtingen op dit gebied.
|
||||
|
||||
De partijen komen overeen dat deze bepaling een essentieel element van deze Overeenkomst vormt.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De partijen komen voorts overeen samen te werken en bij te dragen tot de doelstelling van non-proliferatie door:
|
||||
|
||||
– maatregelen te nemen met het oog op de ondertekening of bekrachtiging van dan wel toetreding tot, en de volledige tenuitvoerlegging van alle andere relevante internationale instrumenten;
|
||||
– instelling van een effectief stelsel van nationale exportcontroles met het oog op de beheersing van uitvoer en doorvoer van goederen die betrekking hebben op massavernietigingswapens, met inbegrip van een controle op eindgebruik als massavernietigingswapen van technologieën voor tweeërlei gebruik alsmede effectieve sancties op overtreding van de exportcontroles.
|
||||
|
||||
De financiële en technische bijstand voor de samenwerking bij het bestrijden van de verspreiding van massavernietigingswapens wordt gefinancierd met andere specifieke middelen dan die welke bestemd zijn voor de financiering van de ACS-EG-samenwerking.
|
||||
|
||||
**3.** De partijen komen overeen een regelmatige politieke dialoog in te stellen ter begeleiding en consolidatie van deze elementen.
|
||||
|
||||
**4.** Indien een partij, na een versterkte politieke dialoog te hebben gevoerd, waarbij met name gebruik is gemaakt van verslagen van het Internationaal Atoomagentschap (IAEA), de Organisation for the Prohibition of Chemical Weapons (OPCW) en andere relevante multilaterale instellingen, van oordeel is dat een andere partij niet heeft voldaan aan een verplichting die voortvloeit uit lid 1 van dit artikel inzake de non-proliferatie van massavernietigingswapens, verstrekt die partij, behalve in bijzondere dringende gevallen, de andere partij, de ACS-Raad van Ministers en de EU-Raad van de Ministers alle terzake dienende informatie die nodig is voor een grondig onderzoek van de situatie, teneinde tot een voor de partijen aanvaardbare oplossing te komen. Met dit doel verzoekt zij de andere partij om overleg te plegen over maatregelen die door de betrokken partijen zijn genomen of moeten worden genomen om de situatie recht te zetten.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
Het overleg vindt plaats op het niveau en in de vorm die het meest geschikt wordt geacht om tot een oplossing te komen.
|
||||
|
||||
Het overleg begint uiterlijk 30 dagen na de datum van het verzoek; de duur ervan wordt, afhankelijk van de aard en ernst van de schending, met wederzijdse instemming vastgesteld. De dialoog in het kader van de overlegprocedure duurt in geen geval langer dan 120 dagen.
|
||||
|
||||
**6.** Indien het overleg niet tot een voor beide partijen aanvaardbare oplossing leidt, indien overleg wordt geweigerd of in bijzonder dringende gevallen, kunnen passende maatregelen worden genomen. Deze maatregelen worden ingetrokken zodra de redenen ervoor hebben opgehouden te bestaan.
|
||||
|
||||
### Artikel 12
|
||||
|
||||
Onverminderd artikel 96 stelt de Gemeenschap, indien zij voornemens is bij de uitvoering van haar bevoegdheden een maatregel te nemen die, gelet op de doelstellingen van de Overeenkomst, van invloed kan zijn op de belangen van de ACS-staten, deze daarvan tijdig in kennis. Met het oog hierop doet de Commissie haar voorstel voor maatregelen van deze aard tegelijkertijd aan het secretariaat van de ACS-staten toekomen. Zo nodig kan ook op initiatief van de ACS-staten een verzoek om inlichtingen worden ingediend.
|
||||
|
|
@ -390,7 +441,8 @@ g. ontwikkeling van de handel, inclusief de bevordering van eerlijke handel;
|
|||
h. ontwikkeling van het bedrijfsleven, de financiële sector en het bankwezen; en andere dienstensectoren;
|
||||
i. ontwikkeling van het toerisme; en
|
||||
j. ontwikkeling van infrastructuur en diensten ten behoeve van wetenschap, technologie en onderzoek; inclusief stimulering, overdracht en toepassing van nieuwe technologieën;
|
||||
k. versterking van de capaciteit in productieve sectoren, met name in de publieke en particuliere sector.
|
||||
k. versterking van de capaciteit in productieve sectoren, met name in de publieke en particuliere sector;
|
||||
l. bevordering van traditionele kennis.
|
||||
|
||||
### Artikel 24
|
||||
|
||||
|
|
@ -409,7 +461,10 @@ In het kader van de samenwerking wordt steun verleend voor de inspanningen van d
|
|||
a. de verbetering van onderwijs en opleiding en de opbouw van technische capaciteit en vaardigheden;
|
||||
b. de verbetering van de stelsels voor gezondheidszorg en voeding, de bestrijding van honger en ondervoeding, het toezien op de voedselvoorziening en de voedselzekerheid;
|
||||
c. de integratie van bevolkingsvraagstukken in de ontwikkelingsstrategieën, ter verbetering van de reproductieve gezondheidszorg, de eerstelijnsgezondheidszorg en de gezinsplanning; het voorkomen van verminking van de genitaliën bij vrouwen;
|
||||
d. de bevordering van de bestrijding van hiv/aids;
|
||||
d. de bevordering van de bestrijding van:
|
||||
|
||||
– hiv/aids, waarbij wordt toegezien op de bescherming van seksuele en reproductieve gezondheid en de rechten van vrouwen;
|
||||
– andere armoedegerelateerde ziekten, met name malaria en tuberculose;
|
||||
e. de bevordering van de beschikbaarheid van drinkwater en de verbetering van de toegang tot veilig water en voldoende gezondheidszorg;
|
||||
f. de verbetering van de beschikbaarheid van betaalbare en passende huisvesting voor alle bevolkingsgroepen door ondersteuning van goedkope, op de lagere-inkomensgroepen afgestemde huisvestingsprogramma's, alsmede verbetering van de stadsontwikkeling; en
|
||||
g. de bevordering van participatieve methoden van sociale dialoog en de eerbiediging van de sociale basisrechten.
|
||||
|
|
@ -424,8 +479,9 @@ In het kader van de samenwerking dient voorts steun te worden verleend voor de t
|
|||
|
||||
a. de bescherming van de rechten van het kind en de jeugd, in het bijzonder van meisjes;
|
||||
b. de bevordering van de vaardigheden, de energie, het streven naar innovatie en het potentieel van de jeugd, ter stimulering van de kansen van de jeugd op economisch, maatschappelijk en cultureel gebied en ter verbetering van de werkgelegenheidsvooruitzichten van de jeugd in de productieve sector;
|
||||
c. de ondersteuning van instellingen binnen de lokale gemeenschap die kinderen de kans geven zich fysiek, psychologisch, maatschappelijk en economisch te ontplooien; en
|
||||
d. de herintegratie in de maatschappij van kinderen in postconflictsituaties door middel van rehabilitatieprogramma's.
|
||||
c. de ondersteuning van instellingen binnen de lokale gemeenschap die kinderen de kans geven zich fysiek, psychologisch, maatschappelijk en economisch te ontplooien;
|
||||
d. de herintegratie in de maatschappij van kinderen in postconflictsituaties door middel van rehabilitatieprogramma’s, en
|
||||
e. bevordering van de actieve participatie van jonge burgers in het openbare leven en stimulering van de uitwisseling van studenten en de interactie van jeugdorganisaties uit de ACS en de Europese Unie.
|
||||
|
||||
### Artikel 27
|
||||
|
||||
|
|
@ -440,7 +496,7 @@ d. de ontwikkeling van de culturele sector en de verbetering van de markttoegang
|
|||
|
||||
### Artikel 28
|
||||
|
||||
In het kader van de samenwerking wordt effectieve bijstand verleend ter verwezenlijking van de doelstellingen en prioriteiten van de ACS-staten in de context van de regionale en subregionale samenwerking en integratie, met inbegrip van de interregionale samenwerking en de samenwerking tussen de ACS-staten onderling. De regionale samenwerking kan ook betrekking hebben op de samenwerking tussen de landen en gebieden overzee en de ultraperifere regio's. In deze context is de steunverlening in het kader van de samenwerking gericht op:
|
||||
In het kader van de samenwerking wordt effectieve bijstand verleend ter verwezenlijking van de doelstellingen en prioriteiten van de ACS-staten in de context van de regionale en subregionale samenwerking en integratie, met inbegrip van de interregionale samenwerking en de samenwerking tussen de ACS-staten onderling. De regionale samenwerking kan ook betrekking hebben op ontwikkelingslanden die niet tot de ACS behoren, alsmede op de landen en gebieden overzee en de ultraperifere regio’s. In deze context is de steunverlening in het kader van de samenwerking gericht op:
|
||||
|
||||
a. de bevordering van de geleidelijke integratie van de ACS-staten in de wereldeconomie;
|
||||
b. de bevordering van de economische samenwerking en ontwikkeling van de regio's van de ACS-staten en tussen deze regio's onderling;
|
||||
|
|
@ -454,7 +510,7 @@ De samenwerking op het gebied van de regionale economische integratie is gericht
|
|||
|
||||
a. de ontwikkeling en versterking van de capaciteiten van:
|
||||
|
||||
i. de instellingen en organisaties voor regionale integratie die door de ACS-staten zijn opgericht ter bevordering van de regionale samenwerking en integratie, en
|
||||
i. instellingen en organisaties voor regionale integratie die door de ACS-staten zijn opgericht, of waarin ACS-staten participeren, en die regionale samenwerking en integratie bevorderen, en
|
||||
ii. de nationale regeringen en parlementen met betrekking tot vraagstukken op het gebied van regionale integratie;
|
||||
b. de bevordering van de betrokkenheid van de minst ontwikkelde ACS-staten bij de totstandbrenging van regionale markten en het delen in de voordelen daarvan;
|
||||
c. de tenuitvoerlegging van beleid op het gebied van sectorale hervorming op regionaal niveau;
|
||||
|
|
@ -475,7 +531,7 @@ d. onderzoek en technologische ontwikkeling;
|
|||
e. regionale initiatieven voor de voorbereiding op rampen en de leniging van de gevolgen daarvan; en
|
||||
f. andere gebieden, bijvoorbeeld wapenbeheersing, bestrijding van drugs, georganiseerde misdaad, witwassen van geld, omkoping en corruptie.
|
||||
|
||||
**2.** De samenwerking heeft tevens betrekking op de verlening van steun voor samenwerkingsregelingen en -initiatieven in de ACS-staten en tussen de ACS-staten onderling.
|
||||
**2.** De samenwerking betreft tevens de verlening van steun voor samenwerkingsregelingen en -initiatieven in de ACS-staten en tussen de ACS-staten onderling, met inbegrip van regelingen en initiatieven waarbij ontwikkelingslanden zijn betrokken die geen ACS-staat zijn.
|
||||
|
||||
**3.** De samenwerking kan bijdragen tot de bevordering en ontwikkeling van de regionale politieke dialoog op gebieden als conflictpreventie en -oplossing; mensenrechten en democratisering; uitwisseling, netwerkvorming en bevordering van de mobiliteit van de verschillende actoren van de ontwikkeling, met name de civiele samenleving.
|
||||
|
||||
|
|
@ -686,7 +742,8 @@ Dergelijke gedachtewisselingen hebben ten doel rekening te houden met de respect
|
|||
De partijen zullen derhalve maatregelen treffen die de inwoners van de ACS-landen gemakkelijke toegang tot de informatie- en communicatietechnologieën zullen bieden via onder meer de volgende maatregelen:
|
||||
|
||||
– de ontwikkeling en aanmoediging van het gebruik van betaalbare en hernieuwbare energiebronnen;
|
||||
– de ontwikkeling en aanleg van uitgebreidere goedkope draadloze communicatienetwerken.
|
||||
– de ontwikkeling en aanleg van uitgebreidere goedkope draadloze communicatienetwerken;
|
||||
– de ontwikkeling en aanmoediging van het gebruik van plaatselijke inhoud voor informatie- en communicatietechnologieën.
|
||||
|
||||
**5.** De partijen stemmen eveneens in met verhoging van de onderlinge samenwerking op het gebied van informatie- en communicatietechnologieën en de informatiemaatschappij. Deze samenwerking is met name gericht op grotere complementariteit en harmonisatie van de communicatiesystemen op nationaal, regionaal en internationaal niveau en hun aanpassing aan de nieuwe technologieën.
|
||||
|
||||
|
|
@ -860,21 +917,24 @@ f. het toezien op adequate, snelle en doeltreffende uitvoering van projecten en
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Voor financiële steun uit hoofde van de Overeenkomst komen de volgende entiteiten en organisaties in aanmerking:
|
||||
Voor financiële steun uit hoofde van deze Overeenkomst komen de volgende entiteiten en organisaties in aanmerking:
|
||||
|
||||
a. ACS-staten;
|
||||
b. regionale of interstatelijke instanties waarvan een of meer ACS-staten deel uitmaken en die door deze staten zijn gemachtigd; en
|
||||
b. regionale of interstatelijke instanties waarvan een of meer ACS-staten deel uitmaken, met inbegrip van instanties waarvan ook niet-ACS-landen deel uitmaken, en die door deze ACS-staten zijn gemachtigd, en
|
||||
c. gemengde organen die door de ACS-staten en de Gemeenschap zijn opgericht om bepaalde specifieke doelstellingen te verwezenlijken.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Met instemming van de betrokken ACS-staat of ACS-staten komen eveneens voor financiële steun in aanmerking:
|
||||
Met instemming van de betrokken ACS-staat of -staten komen eveneens voor financiële steun in aanmerking:
|
||||
|
||||
a. nationale en/of regionale overheids- of semi-overheidsinstanties, ministeries of plaatselijke autoriteiten van de ACS-staten, en met name financiële instellingen en ontwikkelingsbanken uit de ACS-staten;
|
||||
a. nationale en/of regionale overheids- of semi-overheidsinstanties en departementen van de ACS-staten, met inbegrip van parlementen, en met name financiële instellingen en ontwikkelingsbanken uit de ACS-staten;
|
||||
b. ondernemingen en andere particuliere organisaties en privaatrechtelijke lichamen uit de ACS-staten;
|
||||
c. ondernemingen van een lidstaat van de Gemeenschap, ter aanvulling op hun eigen bijdrage, teneinde deze ondernemingen in staat te stellen productieve projecten op te zetten op het grondgebied van een ACS-staat;
|
||||
d. financiële tussenpersonen uit de ACS of de Gemeenschap die particuliere investeringen in ACS-staten verstrekken, bevorderen en financieren; en
|
||||
e. actoren van de gedecentraliseerde samenwerking en andere niet-overheidsactoren uit de ACS-staten en de Gemeenschap.
|
||||
d. financiële tussenpersonen uit de ACS of de Gemeenschap die particuliere investeringen in ACS-staten verstrekken, bevorderen en financieren;
|
||||
e. plaatselijke gedecentraliseerde autoriteiten uit de ACS-staten en de Gemeenschap, en
|
||||
f. ontwikkelingslanden die niet tot de ACS-groep behoren, indien zij tezamen met ACS-staten participeren in een gemeenschappelijk initiatief of een regionale organisatie.
|
||||
|
||||
**3.** Niet-statelijke actoren uit de ACS-staten en de Gemeenschap die een plaatselijk karakter hebben, komen in aanmerking voor financiële steun uit hoofde van deze Overeenkomst volgens de modaliteiten die zijn overeengekomen bij de nationale en regionale indicatieve programma’s.
|
||||
|
||||
#### Hoofdstuk II. Toepassingsgebied en aard van de financiering
|
||||
|
||||
|
|
@ -1016,9 +1076,9 @@ c. de gevolgen van de netto overgangskosten van de regionale integratie in de be
|
|||
|
||||
**1.** De partijen erkennen dat instabiliteit van de exportopbrengsten, met name ten aanzien van de landbouw en de mijnbouw, de ontwikkeling van de ACS-staten negatief kan beïnvloeden en de verwezenlijking van hun ontwikkelingsdoelen in gevaar kan brengen. Derhalve wordt binnen het budget voor steun voor de langetermijnontwikkeling een stelsel voor aanvullende steun opgezet teneinde de negatieve effecten van eventuele instabiliteit van de exportopbrengsten, onder meer voor de landbouw en de mijnbouw, te reduceren.
|
||||
|
||||
**2.** De in gevallen van kortdurende fluctuaties van de exportopbrengsten te verlenen steun heeft ten doel het veiligstellen van macro-economische en sectorale hervormingen en beleid op die gebieden, die door de terugval van de opbrengsten gevaar lopen, en het reduceren van de negatieve effecten van instabiliteit van de exportopbrengsten, met name wat betreft landbouw- en mijnbouwproducten.
|
||||
**2.** De in gevallen van kortdurende fluctuaties van de exportopbrengsten te verlenen steun heeft ten doel het veiligstellen van sociaal-economische hervormingen en beleid op gebieden die door de terugval van de opbrengsten negatief kunnen worden beïnvloed, en het reduceren van de negatieve effecten van instabiliteit van de exportopbrengsten, met name wat betreft landbouw- en mijnbouwproducten.
|
||||
|
||||
**3.** De zeer sterke afhankelijkheid van de economieën van de ACS-staten van de export, met name die van landbouw- en mijnbouwproducten, moet in aanmerking worden genomen bij de toewijzing van middelen in het toepassingsjaar. In dit verband wordt de minst ontwikkelde, de niet aan zee grenzende en de insulaire ACS-staten de meest gunstige behandeling verleend.
|
||||
**3.** De zeer sterke afhankelijkheid van de economieën van de ACS-staten van de export, met name die van landbouw- en mijnbouwproducten, moet in aanmerking worden genomen bij de toewijzing van middelen in het toepassingsjaar. In dit verband wordt aan minst ontwikkelde, niet aan zee grenzende, insulaire en zich in een situatie na een conflict of een natuurramp bevindende ACS-staten een gunstiger behandeling verleend.
|
||||
|
||||
**4.** Op de verstrekking van de aanvullende middelen zijn de specifieke procedures van toepassing van het steunmechanisme dat in bijlage II (Financieringsvoorwaarden) is omschreven.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1272,7 +1332,7 @@ De bepalingen die voor de niet aan zee grenzende ACS-staten zijn aangenomen, zij
|
|||
|
||||
### Artikel 89
|
||||
|
||||
**1.** Er worden specifieke bepalingen en maatregelen vastgesteld om de insulaire ACS-staten te steunen in hun streven de natuurlijke en geografische moeilijkheden en andere belemmeringen die hun ontwikkeling in de weg staan, te overwinnen zodat zij hun ontwikkelingstempo kunnen versnellen.
|
||||
**1.** Er worden specifieke maatregelen genomen om insulaire ACS-staten te steunen in hun streven hun toenemende kwetsbaarheid als gevolg van nieuwe, ernstige economische, sociale en ecologische problemen te stoppen en te verminderen. Die maatregelen dienen de tenuitvoerlegging van de prioriteiten voor duurzame ontwikkeling van kleine insulaire ontwikkelingslanden te bevorderen, waarbij wordt gestreefd naar een geharmoniseerde aanpak van hun economische groei en humane ontwikkeling.
|
||||
|
||||
**2.** De lijst van insulaire ACS-staten is in bijlage VI opgenomen. Deze lijst kan bij besluit van de Raad van Ministers worden gewijzigd wanneer een derde land dat zich in een vergelijkbare situatie bevindt, tot de Overeenkomst toetreedt.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1360,13 +1420,15 @@ De Raad van Ministers stelt eventueel de overgangsmaatregelen vast die nodig zij
|
|||
|
||||
**1.** Voor de toepassing van dit artikel wordt onder de term „Partij” verstaan de Gemeenschap en de lidstaten van de Europese Unie, enerzijds, en iedere ACS-staat, anderzijds.
|
||||
|
||||
**2.** a. Indien, ondanks de politieke dialoog die regelmatig tussen de Partijen plaatsvindt, een Partij van mening is dat de andere Partij een verplichting voortvloeiend uit de eerbiediging van de mensenrechten, de democratische beginselen en de rechtsstaat bedoeld in artikel 9, lid 2, niet is nagekomen, verstrekt zij, behalve in bijzondere dringende gevallen, de andere Partij en de Raad van Ministers alle terzake dienende informatie die nodig is voor een grondig onderzoek van de situatie, teneinde tot een voor beide Partijen aanvaardbare oplossing te komen. Met dit doel verzoekt zij de andere Partij om overleg te plegen over maatregelen die door de betrokken Partijen zijn genomen of moeten worden genomen om de situatie recht te zetten.
|
||||
**1 bis.** Beide partijen komen overeen, behalve in bijzonder spoedeisende gevallen, alle mogelijkheden voor dialoog die artikel 8 biedt, te benutten, alvorens zij het in lid 3, onder a, van dit artikel bedoelde overleg openen.
|
||||
|
||||
**2.** a. Indien, ondanks de politieke dialoog over de essentiële elementen van artikel 8 en lid 2 van dit artikel, een partij van mening is dat de andere partij een verplichting voortvloeiend uit de eerbiediging van de rechten van de mens, de democratische beginselen en de rechtsstaat, bedoeld in artikel 9, lid 2, niet nakomt, verstrekt zij, behalve in bijzondere dringende gevallen, de andere partij en de Raad van Ministers alle terzake dienende informatie die nodig is voor een grondig onderzoek van de situatie, teneinde tot een voor beide partijen aanvaardbare oplossing te komen. Met dit doel verzoekt zij de andere partij om overleg te plegen over maatregelen die door de betrokken partijen zijn genomen of moeten worden genomen om de situatie recht te zetten, overeenkomstig het bepaalde in bijlage VII.
|
||||
|
||||
Het overleg vindt plaats op het niveau en in de vorm die het meest geschikt wordt geacht om tot een oplossing te komen.
|
||||
|
||||
Het overleg begint uiterlijk 15 dagen na de datum van het verzoek en de duur daarvan wordt, afhankelijk van de aard en ernst van de schending, met wederzijdse instemming vastgesteld. Het overleg duurt in geen geval langer dan 60 dagen.
|
||||
Het overleg begint uiterlijk 30 dagen na de datum van het verzoek; de duur ervan wordt, afhankelijk van de aard en ernst van de schending, met wederzijdse instemming vastgesteld. De dialoog in het kader van de overlegprocedure duurt niet langer dan 120 dagen.
|
||||
|
||||
Indien het overleg niet tot een voor beide Partijen aanvaardbare oplossing leidt, indien overleg wordt geweigerd of in bijzonder dringende gevallen kunnen passende maatregelen worden genomen. Deze maatregelen worden ingetrokken zodra de redenen ervoor hebben opgehouden te bestaan.
|
||||
Indien het overleg niet tot een voor beide partijen aanvaardbare oplossing leidt, indien overleg wordt geweigerd of in bijzonder dringende gevallen kunnen passende maatregelen worden genomen. Deze maatregelen worden ingetrokken zodra de redenen ervoor hebben opgehouden te bestaan.
|
||||
b. Het begrip „bijzonder dringende gevallen” heeft betrekking op uitzonderlijke gevallen van bijzonder ernstige en flagrante schending van één van de essentiële onderdelen bedoeld in artikel 9, lid 2, die een onmiddellijke reactie vereisen.
|
||||
|
||||
De Partij die gebruikmaakt van de procedure voor bijzonder dringende gevallen stelt de andere Partij en de Raad van Ministers afzonderlijk daarvan in kennis, behalve wanneer haar de tijd ontbreekt om dit te doen.
|
||||
|
|
@ -1378,7 +1440,7 @@ Indien in bijzonder dringende gevallen maatregelen worden genomen, worden deze o
|
|||
|
||||
**1.** De Partijen zijn van oordeel dat wanneer de Gemeenschap een belangrijke partner is uit een oogpunt van financiële steun aan het economisch en sectoraal beleid en de desbetreffende programma's, de Partijen overleg dienen te plegen in ernstige gevallen van corruptie.
|
||||
|
||||
**2.** In dergelijke gevallen kan een Partij de andere Partij verzoeken overleg te plegen. Dit overleg begint uiterlijk 21 dagen na de datum van het verzoek en duurt niet langer dan 60 dagen.
|
||||
**2.** In dergelijke gevallen kan een partij de andere partij verzoeken overleg te plegen. Dit overleg begint uiterlijk 30 dagen na de datum van het verzoek en de dialoog in het kader van de overlegprocedure duurt niet langer dan 120 dagen.
|
||||
|
||||
**3.** Indien het overleg niet tot een voor beide Partijen aanvaardbare oplossing leidt of indien overleg wordt geweigerd, nemen de Partijen passende maatregelen. Het is in ieder geval in de eerste plaats de taak van de Partij waar zich ernstige gevallen van corruptie hebben voorgedaan om de maatregelen te nemen die nodig zijn om de situatie onmiddellijk recht te zetten. De door een Partij genomen maatregelen moeten in verhouding staan tot de ernst van de situatie. Bij de keuze van die maatregelen moet voorrang worden gegeven aan die maatregelen die de toepassing van de Overeenkomst het minst verstoren. Er is overeengekomen dat slechts in laatste instantie tot opschorting zal worden overgegaan.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1404,6 +1466,6 @@ De Overeenkomst kan door de Gemeenschap en haar lidstaten ten aanzien van elke A
|
|||
|
||||
### Artikel 100
|
||||
|
||||
De protocollen en bijlagen die aan de Overeenkomst zijn gehecht maken daarvan een integrerend deel uit. De bijlagen nrs. II, III, IV en VI kunnen door de Raad van Ministers opnieuw worden onderzocht en al dan niet worden gewijzigd op basis van een aanbeveling van het ACS-EG-Comité voor Samenwerking inzake Ontwikkelingsfinanciering.
|
||||
De aan deze Overeenkomst gehechte protocollen en bijlagen vormen daarvan een integrerend deel. De bijlagen I bis, II, III, IV en VI kunnen door de Raad van Ministers worden herzien en/of gewijzigd op basis van een aanbeveling van het ACS-EG-Comité voor Samenwerking inzake Ontwikkelingsfinanciering.
|
||||
|
||||
Deze Overeenkomst, opgesteld in twee exemplaren, in de Deense, de Duitse, de Engelse, de Finse, de Franse, de Griekse, de Italiaanse, de Nederlandse, de Portugese, de Spaanse en de Zweedse taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek, wordt nedergelegd in het archief van het secretariaat van de Raad van de Europese Unie en van het secretariaat van de ACS-staten, die een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift daarvan toezenden aan de regeringen van de ondertekenende staten.
|
||||
Deze Overeenkomst, opgesteld in de Deense, Duitse, Engelse, Estse, Finse, Franse, Griekse, Hongaarse, Italiaanse, Letse, Litouwse, Maltese, Nederlandse, Poolse, Portugese, Sloveense, Slowaakse, Spaanse, Tsjechische en Zweedse taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek, wordt nedergelegd in de archieven van het secretariaat-generaal van de Raad van de Europese Unie en het secretariaat van de ACS-staten, die beide een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift aan elk van de ondertekenende staten zal doen toekomen.
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue