2008-07-01 | BWBR0024064 | Besluit reis-, verblijf-, en verhuiskosten politie
This commit is contained in:
parent
6993f0be92
commit
31b30fc93d
1 changed files with 70 additions and 140 deletions
|
|
@ -16,12 +16,13 @@ citeertitel: Besluit reis-, verblijf-, en verhuiskosten politie
|
|||
|
||||
In dit besluit wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
- *ambtenaar:* de ambtenaar, bedoeld in artikel 1, eerste lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie, met uitzondering van de vrijwillige ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie, bedoeld in artikel 1, eerste lid van dat besluit, tenzij deze ambtenaar opsporingsbevoegdheid bezit of in opleiding is om deze opsporingsbevoegdheid te verkrijgen;
|
||||
- *ambtenaar in opleiding:* de ambtenaar in opleiding, bedoeld in artikel 1, eerste lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie;
|
||||
- *aspirant:* de aspirant, bedoeld in artikel 1, eerste lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie;
|
||||
- *bevoegd gezag:* het bevoegd gezag, bedoeld in artikel 1, eerste lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie;
|
||||
- *Onze Minister:* Onze Minister van Justitie en Veiligheid;
|
||||
- *plaats van tewerkstelling:* de plaats van tewerkstelling, bedoeld in artikel 1, eerste lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie.
|
||||
– ambtenaar: de ambtenaar, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel i, van het Besluit algemene rechtspositie politie;
|
||||
– aspirant: de aspirant, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel b, van het Besluit algemene rechtspositie politie;
|
||||
– bevoegd gezag: het bevoegd gezag, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel l, van het Besluit algemene rechtspositie politie;
|
||||
– LSOP: Landelijk selectie- en opleidingsinstituut politie, bedoeld in artikel 2, van de Wet op het LSOP en het politieonderwijs;
|
||||
– Onze Minister: Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
|
||||
– plaats van tewerkstelling: de plaats van tewerkstelling, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel v, van het Besluit algemene rechtspositie politie;
|
||||
– voorziening tot samenwerking: een publiekrechtelijke rechtspersoon als bedoeld in artikel 47a, eerst lid, van de Politiewet 1993.
|
||||
|
||||
### Artikel 2
|
||||
|
||||
|
|
@ -38,35 +39,28 @@ Indien uit anderen hoofde aanspraak bestaat op een tegemoetkoming, vergoeding of
|
|||
De ambtenaar heeft aanspraak op een tegemoetkoming in de kosten voor het dagelijks reizen tussen:
|
||||
|
||||
a. de woning en de plaats van tewerkstelling;
|
||||
b. de woning en een door de ambtenaar gekozen andere locatie, waar hij zijn werkzaamheden verricht, dan de plaats van tewerkstelling;
|
||||
c. de woning en de aangewezen meerdere plaatsen van tewerkstelling, indien aan de ambtenaar meerdere plaatsen van tewerkstelling zijn aangewezen als bedoeld in artikel 10, derde lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie;
|
||||
d. de tijdelijke huisvesting en de plaats van tewerkstelling, indien aan de ambtenaar de verhuisplicht is opgelegd en hij tijdelijk elders is gehuisvest nabij zijn plaats van tewerkstelling;
|
||||
e. de tijdelijke huisvesting of de woning en de plaats van tewerkstelling, indien het een ambtenaar betreft tijdens de initiële opleiding.
|
||||
b. de woning en de aangewezen meerdere plaatsen van tewerkstelling, indien aan de ambtenaar meerdere plaatsen van tewerkstelling zijn aangewezen als bedoeld in artikel 10, tweede lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie;
|
||||
c. de tijdelijke huisvesting en de plaats van tewerkstelling, indien aan de ambtenaar de verhuisplicht is opgelegd en hij tijdelijk elders is gehuisvest nabij zijn plaats van tewerkstelling;
|
||||
d. de tijdelijke huisvesting of de woning en de plaats van tewerkstelling, indien het een ambtenaar betreft tijdens de initiële opleiding.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De ambtenaar kan voor de reizen, bedoeld in het eerste lid, onder de voorwaarden genoemd in dit besluit aanspraak maken op een tegemoetkoming in de kosten voor:
|
||||
De ambtenaar maakt eenmaal per kalenderjaar de keuze of hij voor de reizen als bedoeld in het eerste lid aanspraak maakt op:
|
||||
|
||||
a) openbaar vervoer;
|
||||
b) eigen vervoer dan wel;
|
||||
c) een combinatie van openbaar vervoer en eigen vervoer.
|
||||
a. een tegemoetkoming voor openbaar vervoer als bedoeld in artikel 4 of
|
||||
b. een tegemoetkoming voor eigen vervoer al of niet in combinatie met openbaar vervoer als bedoeld in artikel 6.
|
||||
|
||||
**3.** Bij wijziging van plaats van tewerkstelling, werktijden of woonplaats wordt de ambtenaar in de gelegenheid gesteld zijn keuze tussentijds te herzien.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 2. Reizen met openbaar vervoer
|
||||
|
||||
### Artikel 4
|
||||
|
||||
**1.** Voor reizen, als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdelen a en c, verstrekt het bevoegd gezag een vervoersbewijs op basis van het tarief van de tweede klasse.
|
||||
**1.** Voor reizen als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel a, wordt door het bevoegd gezag een vervoersbewijs of een combinatie van vervoersbewijzen verstrekt op basis van het tarief van de tweede klasse van het betreffende openbaar vervoer voor één van de trajecten, bedoeld in artikel 3, eerste lid.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de ambtenaar een vervoersbewijs wenst op basis van eerste klasse of indien de ambtenaar een vervoersbewijs wenst welke ruimere mogelijkheden biedt dan bedoeld in het eerste lid, komen de meerkosten hiervan voor rekening van de ambtenaar.
|
||||
**2.** Het bevoegd gezag kan in plaats van het gestelde in het eerste lid een tegemoetkoming verstrekken welke gelijk is aan de gemaakte kosten van openbaar vervoer op basis van het tarief van de tweede klasse van het betreffende openbaar vervoer voor één van de trajecten, bedoeld in artikel 3, eerste lid.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Behalve voor de reizen, bedoeld in het eerste lid, gebruikt de ambtenaar het vervoersbewijs ter voldoening van de gemaakte kosten voor:
|
||||
|
||||
a. een door hem gebruikte OV-fiets voor het traject tussen de openbaar vervoer locatie en de werklocatie voor reizen als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdelen a en c;
|
||||
b. de stalling van een fiets bij een openbaar vervoer locatie bij reizen als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel c.
|
||||
|
||||
**4.** In het geval de ambtenaar niet beschikt over het vervoersbewijs, bedoeld in het eerste lid, kan het bevoegd gezag de ambtenaar de door hem op grond van het eerste en derde lid gemaakte kosten vergoeden.
|
||||
**3.** Indien de ambtenaar een vervoersbewijs wenst op basis van eerste klasse of indien de ambtenaar een vervoersbewijs wenst welke ruimere mogelijkheden biedt dan bedoeld in het eerste lid, komen de meerkosten hiervan voor rekening van de ambtenaar.
|
||||
|
||||
### Artikel 5
|
||||
|
||||
|
|
@ -82,33 +76,29 @@ b. de stalling van een fiets bij een openbaar vervoer locatie bij reizen als bed
|
|||
|
||||
**6.** Indien de afwezigheid van de ambtenaar wordt veroorzaakt door de dienst, draagt het bevoegd gezag zorg voor inname van het vervoersbewijs.
|
||||
|
||||
**7.** Indien de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, gebruik maakt van het openbaar vervoer wordt de reistijd boven een halfuur enkele reis aangemerkt als diensttijd, mits de ambtenaar aannemelijk heeft kunnen maken dat er werkzaamheden worden verricht.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 3. Reizen met eigen vervoer al of niet in combinatie met openbaar vervoer
|
||||
|
||||
### Artikel 6
|
||||
|
||||
**1.** Voor reizen waarbij gebruik wordt gemaakt van eigen vervoer, wordt voor woon-werkverkeer een tegemoetkoming van € 0,23 per afgelegde kilometer verstrekt. Voor iedere combinatie van reizen met openbaar vervoer en reizen met eigen vervoer, wordt voor de afzonderlijke delen een vergoeding toegekend, gelijk aan de voor eigen vervoer en openbaar vervoer vastgestelde vergoedingen.
|
||||
**1.** Voor reizen waarbij gebruik wordt gemaakt van eigen vervoer en voor iedere combinatie van reizen met openbaar vervoer en reizen met eigen vervoer, wordt een tegemoetkoming van € 0,18 per afgelegde kilometer verstrekt.
|
||||
|
||||
**2.** Voor de tegemoetkoming, bedoeld in het eerste lid, geldt een maximum van 300 kilometer per enkele reis.
|
||||
**2.** Voor de tegemoetkoming, bedoeld in het eerste lid, geldt een maximum van 100 kilometer per enkele reis, met een maximum van 200 kilometer, heen- en terugreis, per dienst.
|
||||
|
||||
**3.** In afwijking van het tweede lid geldt voor de ambtenaar, die geleider is van een surveillancehond of een politiespeurhond, die niet de beschikking heeft over een dienstvoertuig, en voor wie het noodzakelijk is dat hij in het kader van zijn dienstuitoefening met een surveillancehond of een politiespeurhond met eigen vervoer reist, voor de afstand tussen de woning en de plaats van tewerkstelling of oefenterrein het maximum van 300 km niet.
|
||||
**3.** Op de tegemoetkoming, bedoeld in het eerste lid, wordt een eigen bijdrage van 25 procent in mindering gebracht.
|
||||
|
||||
**4.** Indien één van de trajecten als bedoeld in artikel 3, eerste lid, leidt over een brug, veer of weg waarvoor brug-, veer-, of tolgeld moet worden betaald, worden de daarvoor werkelijk gemaakte kosten volledig vergoed op basis van overgelegde bewijsstukken.
|
||||
**4.** In afwijking van het eerste, tweede en derde lid wordt aan de ambtenaar, die geleider is van een politiesurveillancehond of een politiespeurhond, die niet de beschikking heeft over een dienstvoertuig, en voor wie het noodzakelijk is dat hij in het kader van zijn dienstuitoefening met een politiesurveillancehond of een politiespeurhond met eigen vervoer reist, voor de afstand tussen de woning en de plaats van tewerkstelling of oefenterrein een tegemoetkoming van € 0,28 per afgelegde kilometer verstrekt.
|
||||
|
||||
**5.** De tegemoetkoming voor reizen, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, bedraagt ten hoogste het bedrag van de tegemoetkoming voor reizen, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a.
|
||||
|
||||
**6.** Bij ministeriële regeling kan in geval van een reorganisatie als bedoeld in hoofdstuk VII.b van het Besluit algemene rechtspositie politie, van de beperking van het maximum aantal kilometers enkele reis, zoals bedoeld in het tweede lid, worden afgeweken ter voorkoming van negatieve financiële gevolgen voor de ambtenaar.
|
||||
**5.** Indien één van de trajecten als bedoeld in artikel 3, eerste lid, leidt over een brug, veer of weg waarvoor brug-, veer-, of tolgeld moet worden betaald, worden de daarvoor werkelijk gemaakte kosten volledig vergoed op basis van overgelegde bewijsstukken.
|
||||
|
||||
### Artikel 7
|
||||
|
||||
**1.** De tegemoetkoming, bedoeld in artikel 6, wordt toegekend op declaratiebasis, tenzij het bevoegd gezag bepaalt dat de tegemoetkoming als vaste tegemoetkoming per maand wordt toegekend.
|
||||
**1.** Het bevoegd gezag bepaalt of de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 6, als vaste tegemoetkoming per maand of als tegemoetkoming op declaratiebasis wordt toegekend.
|
||||
|
||||
**2.** Bij de berekening van de vaste tegemoetkoming, bedoeld in het eerste lid, wordt bij een gemiddelde werkweek van vijf dagen uitgegaan van 206 werkdagen per kalenderjaar.
|
||||
|
||||
**3.** Indien het aantal te werken dagen minder is dan vijf, wordt de vaste tegemoetkoming berekend naar rato.
|
||||
|
||||
**4.** In het geval er sprake is van meerdere plaatsen van tewerkstelling, als bedoeld in artikel 10, derde lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie wordt de vaste tegemoetkoming per dienst bepaald door een gemiddelde afstand die de ambtenaar in een periode van vier weken moet afleggen.
|
||||
**4.** In het geval er sprake is van meerdere plaatsen van tewerkstelling, als bedoeld in artikel 10, tweede lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie wordt de vaste tegemoetkoming per dienst bepaald door een gemiddelde afstand die de ambtenaar in een periode van vier weken moet afleggen.
|
||||
|
||||
**5.** Het bevoegd gezag kan van de termijn, bedoeld in het vierde lid, bij een aspirant, afwijken indien het meer voor de hand ligt om het gemiddelde per kwartiel te berekenen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -125,19 +115,15 @@ b. bij onvoorziene afwezigheid van zes weken of langer, veroorzaakt door arbeids
|
|||
|
||||
**9.** Geen aanspraak op tegemoetkoming dan wel een vergoeding in reiskosten bestaat indien de aanvraag of de declaratie van de in een kalendermaand gemaakte kosten niet binnen drie maanden na die kalendermaand bij het bevoegd gezag is ingediend, tenzij het overschrijden van de termijn niet aan de ambtenaar verwijtbaar is.
|
||||
|
||||
### Artikel 7a
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk III. Dienstreizen
|
||||
|
||||
### Paragraaf 1. Dienstreizen binnenland
|
||||
|
||||
### Artikel 8
|
||||
|
||||
**1.** Onder dienstreis wordt in deze paragraaf verstaan: het door de ambtenaar, in het kader van zijn werkzaamheden, reizen en verblijven binnen Nederland en buiten de plaats van tewerkstelling, tenzij de ambtenaar kiest om zijn werkzaamheden te verrichten op een andere locatie dan de plaats van tewerkstelling.
|
||||
**1.** Onder dienstreis wordt in deze paragraaf verstaan: het door de ambtenaar, in het kader van zijn werkzaamheden, reizen en verblijven binnen Nederland en buiten de plaats van tewerkstelling.
|
||||
|
||||
**2.** Indien aan de ambtenaar meerdere plaatsen van tewerkstelling zijn aangewezen op grond van artikel 10, derde lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie, wordt wanneer de ambtenaar binnen één dienst reist tussen de aangewezen plaatsen van tewerkstelling, deze reis aangemerkt als dienstreis. De dienstreis eindigt in dit geval op het moment dat de ambtenaar zijn andere plaats van tewerkstelling heeft bereikt.
|
||||
**2.** Indien aan de ambtenaar meerdere plaatsen van tewerkstelling zijn aangewezen op grond van artikel 10, tweede lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie, wordt wanneer de ambtenaar binnen één dienst reist tussen de aangewezen plaatsen van tewerkstelling, deze reis aangemerkt als dienstreis. De dienstreis eindigt in dit geval op het moment dat de ambtenaar zijn andere plaats van tewerkstelling heeft bereikt.
|
||||
|
||||
**3.** Dienstreizen die binnen Nederland zijn begonnen, waarbij het reisgedeelte buiten Nederland gering is, of waarbij de grensoverschrijding niet leidt tot uitgaven voor maaltijden of overnachting in het buitenland worden eveneens aangemerkt als dienstreis.
|
||||
|
||||
|
|
@ -159,79 +145,63 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 11
|
||||
|
||||
**1.** Indien er geen door de dienst beschikbaar gesteld vervoermiddel voorhanden is, wordt de dienstreis met openbaar vervoer gemaakt met gebruikmaking van het vervoersbewijs, bedoeld in artikel 4, eerste lid. De ambtenaar kan gebruikmaken van de eerste vervoersklasse.
|
||||
**1.** Indien er geen door de dienst beschikbaar gesteld vervoermiddel voorhanden is, wordt de dienstreis met openbaar vervoer gemaakt. De ambtenaar kan gebruikmaken van de eerste vervoersklasse.
|
||||
|
||||
**2.** Indien het noodzakelijk is, dat tijdens een dienstreis vóór of na gebruik van het openbaar vervoer gebruik wordt gemaakt van een taxi of eigen vervoer, worden deze kosten eveneens vergoed.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
De vergoeding van de kosten, bedoeld in het tweede lid, bedraagt:
|
||||
De vergoeding van de kosten, bedoeld in het eerste en tweede lid, bedraagt:
|
||||
|
||||
a. voor een taxi, de werkelijk gemaakte kosten op basis van de overgelegde bewijsstukken;
|
||||
b. voor het gebruik van een eigen motorvoertuig dan wel eigen fiets of bromfiets, € 0,23 per kilometer.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
Behalve voor het reizen bedoeld in het eerste lid, gebruikt de ambtenaar het vervoersbewijs ter voldoening van de ten behoeve van de dienstreis gemaakte kosten voor:
|
||||
|
||||
a. een door hem gebruikte OV-fiets voor het traject tussen de openbaar vervoer locatie en de werklocatie;
|
||||
b. de stalling van een fiets.
|
||||
|
||||
**5.** In het geval de ambtenaar niet beschikt over het vervoersbewijs, bedoeld in het eerste lid, kan het bevoegd gezag de ambtenaar de door hem op grond van het eerste en vierde lid gemaakte kosten vergoeden.
|
||||
a. voor het openbaar vervoer, de werkelijk gemaakte kosten op basis van de overgelegde bewijsstukken;
|
||||
b. voor een taxi, de werkelijk gemaakte kosten op basis van de overgelegde bewijsstukken;
|
||||
c. voor het eigen motorvoertuig, € 0,28 per kilometer;
|
||||
d. voor het gebruik van een fiets of bromfiets, € 0,18 per kilometer.
|
||||
|
||||
### Artikel 12
|
||||
|
||||
**1.** Indien door het bevoegd gezag aan de ambtenaar is verzocht voor het maken van de dienstreis gebruik te maken van een eigen vervoermiddel en de ambtenaar heeft hiermee ingestemd, ontvangt de ambtenaar per afgelegde kilometer een vergoeding van € 0,23 voor het gebruik van een eigen motorvoertuig dan wel eigen fiets of bromfiets.
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
In afwijking van de artikelen 10 en 11 en indien door het bevoegd gezag aan de ambtenaar is verzocht voor het maken van de dienstreis gebruik te maken van een eigen vervoermiddel en de ambtenaar heeft hiermee ingestemd, ontvangt de ambtenaar per afgelegde kilometer een vergoeding van:
|
||||
|
||||
a. € 0,28 voor het gebruik van een eigen motorvoertuig;
|
||||
b. € 0,18 voor het gebruik van een eigen fiets of bromfiets.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de ambtenaar overeenkomstig het eerste lid gebruik maakt van een eigen motorvoertuig en er tijdens de dienstreis parkeer-, brug-, tol-, of veerkosten worden gemaakt, worden de gemaakte kosten volledig vergoed op basis van overgelegde bewijsstukken.
|
||||
|
||||
**3.** Indien door de ambtenaar aan het bevoegd gezag is verzocht om voor het maken van de dienstreis gebruik te maken van een eigen motorvoertuig, fiets of bromfiets, terwijl het bevoegd gezag in vervoer kan voorzien dan wel gebruik kan worden gemaakt van het openbaar vervoer, en de ambtenaar heeft hiervoor toestemming gekregen, ontvangt de ambtenaar per afgelegde kilometer een vergoeding van € 0,09.
|
||||
|
||||
### Artikel 13
|
||||
|
||||
**1.** Aan de ambtenaar wordt bij een dienstreis langer dan vier uren een vergoeding toegekend voor tijdens die dienstreis gemaakte verblijfkosten.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De maximale vergoeding in verblijfkosten als bedoeld in het eerste lid kan uit vijf componenten bestaan, voor ieder etmaal dat de dienstreis duurt:
|
||||
De maximale vergoeding in verblijfkosten als bedoeld in het eerste lid kan uit zes componenten bestaan, voor ieder etmaal dat de dienstreis duurt:
|
||||
|
||||
a. de avondcomponent voor kleine uitgave ’s avonds, mits de ambtenaar voor de dienstreis elders moet overnachten: € 21,77;
|
||||
b. de lunchcomponent, als de periode tussen 12.00 en 14.00 uur in de dienstreis valt: € 22,47;
|
||||
c. de dinercomponent als de ambtenaar tussen 17.00 uur en 20.00 uur niet thuis kan eten omdat de dienstreis in die tijd valt: € 33,99 voor een diner;
|
||||
d. de logiescomponent, mits de ambtenaar voor de dienstreis elders moet overnachten: € 152,02;
|
||||
e. de ontbijtcomponent, mits de ambtenaar voor de dienstreis elders moet overnachten: € 14,84.
|
||||
a. de dagcomponent voor kleine uitgave overdag: € 3,84;
|
||||
b. de avondcomponent voor kleine uitgave ’s avonds, mits de ambtenaar voor de dienstreis elders moet overnachten: € 11,48;
|
||||
c. de lunchcomponent, als de periode tussen 12.00 en 14.00 uur in de dienstreis valt: € 12,04;
|
||||
d. de dinercomponent als de ambtenaar tussen 17.00 uur en 20.00 uur niet thuis kan eten omdat de dienstreis in die tijd valt: € 18,22 voor een diner;
|
||||
e. de logiescomponent, mits de ambtenaar voor de dienstreis elders moet overnachten: € 74,70;
|
||||
f. de ontbijtcomponent, mits de ambtenaar voor de dienstreis elders moet overnachten: € 7,30.
|
||||
|
||||
**3.** De ambtenaar heeft geen aanspraak op een vergoeding in de verblijfkosten als bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, wanneer de ambtenaar in de gelegenheid is een al of niet meegebrachte maaltijd te eten in een bedrijfskantine binnen een gebouw van de politieorganisatie.
|
||||
**3.** De ambtenaar heeft geen aanspraak op een vergoeding in de verblijfkosten als bedoeld in het tweede lid, onderdeel c, wanneer de ambtenaar in de gelegenheid is een al of niet meegebrachte maaltijd te eten in een bedrijfskantine binnen een gebouw van de politieorganisatie, het LSOP of een voorziening tot samenwerking.
|
||||
|
||||
**4.** Voor vergoedingen op basis van het tweede lid, onderdelen b, c, d en e geldt dat, met inachtneming van de maximale bedragen genoemd in het tweede lid, de werkelijk gemaakte kosten worden vergoed op basis van overgelegde bewijsstukken.
|
||||
**4.** Voor vergoedingen op basis van het tweede lid, onderdelen c, d, e en f geldt dat, met inachtneming van de maximale bedragen genoemd in het tweede lid, de werkelijk gemaakte kosten worden vergoed op basis van overgelegde bewijsstukken.
|
||||
|
||||
**5.** Bij een meerdaagse dienstreis kan de avondcomponent niet langer dan voor de eerste tien avonden volledig worden toegekend. Voor iedere etmaal dat de dienstreis langer duurt wordt het bedrag van de avondcomponent gehalveerd.
|
||||
|
||||
### Artikel 14
|
||||
|
||||
**1.** Indien een ambtenaar overeenkomstig artikel 62 van het Besluit algemene rechtspositie politie wordt gedetacheerd en op een andere plaats van tewerkstelling werkzaam is, en indien dagelijks heen en weer reizen tussen de woning en de plaats van tijdelijke tewerkstelling naar het oordeel van het bevoegd gezag niet mogelijk is, heeft de ambtenaar aanspraak op vergoeding van kosten voor logies, welke gelijk is aan het bedrag van de werkelijke gemaakte kosten met een maximum van € 152,02 per dag, op basis van overgelegde bewijsstukken.
|
||||
**1.** Indien een ambtenaar overeenkomstig artikel 62 van het Besluit algemene rechtspositie politie wordt gedetacheerd en op een andere plaats van tewerkstelling werkzaam is, en indien dagelijks heen en weer reizen tussen de woning en de plaats van tijdelijke tewerkstelling naar het oordeel van het bevoegd gezag niet mogelijk is, heeft de ambtenaar aanspraak op vergoeding van kosten voor logies, welke gelijk is aan het bedrag van de werkelijke gemaakte kosten met een maximum van € 74,70 per dag, op basis van overgelegde bewijsstukken.
|
||||
|
||||
**2.** In geval van een situatie als bedoeld in het eerste lid heeft de ambtenaar tevens aanspraak op een tegemoetkoming in de kosten voor maaltijden en kleine uitgaven. Deze tegemoetkoming is gelijk aan 50% van de kosten met een maximum van 50% van de tegemoetkoming als bedoeld in artikel 13 van dit besluit.
|
||||
|
||||
**3.** De ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, heeft maximaal eenmaal per week aanspraak op een tegemoetkoming in de reiskosten naar zijn oorspronkelijke woning. De tegemoetkoming is gelijk aan de kosten voor openbaar vervoer in de tweede vervoersklasse of, bij gebruik van eigen vervoer € 0,23 per kilometer.
|
||||
**3.** De ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, heeft maximaal eenmaal per week aanspraak op een tegemoetkoming in de reiskosten naar zijn oorspronkelijke woning. De tegemoetkoming is gelijk aan de kosten voor openbaar vervoer in de tweede vervoersklasse of, bij gebruik van eigen vervoer € 0,18 per kilometer.
|
||||
|
||||
**4.** Indien de ambtenaar een vervoersbewijs wenst op basis van eerste klasse of indien de ambtenaar een vervoersbewijs wenst welke ruimere mogelijkheden biedt dan bedoeld in het derde lid, komen de meerkosten hiervan voor rekening van de ambtenaar.
|
||||
|
||||
### Artikel 14a
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De aspirant heeft aanspraak op vergoeding van kosten voor tijdelijke huisvesting, die gelijk is aan 90% van het bedrag van de werkelijk gemaakte kosten met een maximum van € 628,32 per maand, indien:
|
||||
|
||||
a. naar het oordeel van het bevoegd gezag de aspirant niet dagelijks heen en weer kan reizen tussen de woning en de plaats waar een krachtens artikel 2c, eerste lid, van het Besluit algemene rechtspositie aangewezen politieopleiding wordt gevolgd; en
|
||||
b. het bevoegd gezag geen voorziening voor verblijf in de omgeving van de plaats waar deze politieopleiding wordt gevolgd, aan de aspirant verstrekt.
|
||||
|
||||
**2.** De aspirant, bedoeld in het eerste lid, heeft maximaal eenmaal per week aanspraak op een tegemoetkoming in de reiskosten naar zijn oorspronkelijke woning. De tegemoetkoming is gelijk aan de kosten voor openbaar vervoer in de tweede vervoersklasse of, bij gebruik van eigen vervoer, € 0,23 per kilometer.
|
||||
|
||||
**3.** Indien de aspirant een vervoersbewijs wenst op basis van eerste klasse of indien de aspirant een vervoersbewijs wenst welke ruimere mogelijkheden biedt dan bedoeld in het tweede lid, komen de meerkosten hiervan voor rekening van de aspirant.
|
||||
|
||||
**4.** De vergoedingen, bedoeld in het eerste en tweede lid, worden verstrekt op basis van overgelegde bewijsstukken.
|
||||
|
||||
**5.** Het eerste tot en met vierde lid is van overeenkomstige toepassing op de ambtenaar in opleiding.
|
||||
|
||||
### Artikel 15
|
||||
|
||||
**1.** De ambtenaar declareert de reis- en verblijfkosten op de voorgeschreven wijze onder overlegging van de vereiste bewijsstukken.
|
||||
|
|
@ -240,49 +210,35 @@ b. het bevoegd gezag geen voorziening voor verblijf in de omgeving van de plaats
|
|||
|
||||
**3.** Geen aanspraak op een vergoeding van reiskosten bestaat indien de declaratie van de in een kalendermaand gemaakte kosten niet binnen drie maanden na die kalendermaand bij het bevoegd gezag is ingediend, tenzij het overschrijden van de termijn niet aan de ambtenaar verwijtbaar is.
|
||||
|
||||
**4.** Het bevoegd gezag kan een voorschot verlenen voor vergoeding, waar op grond van dit hoofdstuk aanspraak op bestaat.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 2. Dienstreizen buitenland
|
||||
|
||||
### Artikel 16
|
||||
|
||||
Onder dienstreis wordt in deze paragraaf verstaan: een reis naar, in of uit het buitenland wanneer daartoe door het bevoegd gezag een opdracht is gegeven. In bijzondere gevallen kan een dergelijke opdracht ook achteraf worden gegeven.
|
||||
|
||||
### Artikel 16a
|
||||
|
||||
**1.** Door het bevoegd gezag wordt enkel opdracht gegeven voor een dienstreis indien alternatieve middelen om het voorziene doel van de dienstreis te bewerkstelligen niet volstaan.
|
||||
|
||||
**2.** Een opdracht voor een dienstreis wordt gegeven aan een zo klein mogelijke delegatie als voor het bewerkstelligen van het voorziene doel van de dienstreis noodzakelijk is. Indien het bevoegd gezag voornemens is een opdracht te geven voor een dienstreis aan meer dan drie ambtenaren, wordt de noodzaak hiervan gemotiveerd alvorens de opdracht wordt gegeven.
|
||||
|
||||
**3.** Indien het bevoegd gezag opdracht geeft voor een dienstreis waarvoor de enkele reis een reisafstand van maximaal zevenhonderd kilometer vanaf de plaats van tewerkstelling behelst, wordt gebruik gemaakt van de trein of ander openbaar vervoer, niet zijnde het vliegtuig. Van deze bepaling kan worden afgeweken met instemming van het bevoegd gezag.
|
||||
|
||||
**4.** Indien het bevoegd gezag opdracht geeft voor een dienstreis waarvoor de enkele reis een reisafstand van minimaal zevenhonderd kilometer van de plaats van tewerkstelling behelst en gebruik wordt gemaakt van het vliegtuig, wordt in beginsel gekozen voor de vlucht waarvoor het minste aantal keren overstappen noodzakelijk is.
|
||||
|
||||
### Artikel 17
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De ambtenaar maakt bij een dienstreis gebruik van één of meer van de volgende vervoermiddelen:
|
||||
|
||||
a. vliegtuig, boot of openbaar vervoer;
|
||||
b. het door het bevoegd gezag ter beschikking gestelde vervoermiddel;
|
||||
c. gehuurd vervoermiddel of taxi.
|
||||
|
||||
**2.** Het bevoegd gezag kan bij geven van een opdracht voor een dienstreis bepalen welke vervoersmiddelen daarvoor mogen worden gebruikt, behoudens het bepaalde in artikel 16a.
|
||||
|
||||
### Artikel 18
|
||||
|
||||
**1.** Bij gebruik van vliegtuig, boot en openbaar vervoer worden de reiskosten die in verband met de dienstreis noodzakelijkerwijs zijn gemaakt op basis van de overgelegde bewijsstukken vergoed.
|
||||
|
||||
**2.** Onverminderd het derde lid, onderdelen a en b, mag in het geval van een vliegreis enkel gebruik worden gemaakt van businessclass indien sprake is van een rechtstreekse vlucht van langer dan zes uur en er geen sprake is van reizen in het kader van een opleiding, training of stage.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Bij gebruik van een vliegtuig, boot of openbaar vervoer mag als volgt worden gereisd:
|
||||
|
||||
a. een vliegreis binnen Europa: in economy class;
|
||||
b. een vliegreis buiten Europa: in economy comfort class of daarmee vergelijkbare reisklasse, waartoe in ieder geval worden gerekend economy plus en premium economy;
|
||||
b. een vliegreis buiten Europa: in business class;
|
||||
c. bij gebruik van een boot of openbaar vervoer met vervoerklassen: de hoogste klasse.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Indien het dienstbelang of de reisomstandigheden daartoe aanleiding geven, worden tevens als reiskosten vergoed:
|
||||
|
||||
|
|
@ -295,10 +251,6 @@ f. kosten van het vervoer van het station, de haven of het vliegveld van aankoms
|
|||
g. kosten van luchthavenrechten;
|
||||
h. kosten voor het verkrijgen van een voor de dienstreis noodzakelijk visum.
|
||||
|
||||
**5.** Ingeval de economy comfort class of daarmee vergelijkbare vervoersklasse als bedoeld in het derde lid, onder b, niet beschikbaar is, mag worden gereisd in de naast hogere vervoersklasse.
|
||||
|
||||
**6.** In afwijking van het derde lid, onder b, en het vijfde lid, kan het bevoegd gezag met redenen omkleed toestemming verlenen om te reizen in de naast hogere vervoersklasse dan wel in business class.
|
||||
|
||||
### Artikel 19
|
||||
|
||||
Indien het bevoegd gezag aan de ambtenaar een vervoermiddel ter beschikking stelt, maakt de ambtenaar van het desbetreffende vervoermiddel gebruik, tenzij dit redelijkerwijs niet van hem kan worden gevergd. De werkelijk gemaakte kosten bij het gebruik van een ter beschikking gesteld vervoermiddel worden aan de ambtenaar vergoed op basis van overgelegde bewijsstukken.
|
||||
|
|
@ -318,13 +270,13 @@ Aan de ambtenaar worden de reiskosten als volgt vergoed:
|
|||
a. bij vliegtuig: economy class;
|
||||
b. bij openbaar vervoer of een boot: de laagste vervoersklasse.
|
||||
|
||||
**3.** Artikel 18, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**3.** Artikel 18, derde lid, onderdelen a tot en met f, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 22
|
||||
|
||||
**1.** De ambtenaar ontvangt een tegemoetkoming in de in verband met een dienstreis door hem gemaakte verblijfkosten voor maaltijd, logies en kleine uitgaven.
|
||||
|
||||
**2.** Voor de berekening van de tegemoetkoming geldt voor de verschillende gebieden waar wordt gereisd dezelfde tarieflijst die geldt voor rijksambtenaren op grond van de laatstelijk afgesloten collectieve arbeidsovereenkomst met betrekking tot de verblijfkosten buitenlandse dienstreizen.
|
||||
**2.** Voor de berekening van de tegemoetkoming geldt de tarieflijst, opgenomen in bijlage I bij dit besluit, voor de verschillende gebieden waar wordt gereisd.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -373,11 +325,11 @@ Artikel 15 is van overeenkomstige toepassing.
|
|||
|
||||
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
a. *eigen huishouding voeren:* het zelfstandig bewonen van woonruimte, voorzien van eigen meubilair en stoffering;
|
||||
b. *voor het eerst aangesteld:* aangesteld bij het landelijk politiekorps, bedoeld in artikel 25, eerste lid, van de Politiewet 2012, bij de rijksrecherche, bedoeld in artikel 49, eerste lid, van de Politiewet 2012, of bij de Politieacademie, anders dan in geval van overgang binnen één maand:
|
||||
– eigen huishouding voeren: het zelfstandig bewonen van woonruimte, voorzien van eigen meubilair en stoffering;
|
||||
– voor het eerst aangesteld: aangesteld bij een regionaal politiekorps, bij het Korps landelijke politiediensten, bij het LSOP, bij een voorziening tot samenwerking of bij een organisatieonderdeel van de bijzondere ambtenaar van politie, anders dan in geval van overgang binnen één maand:
|
||||
|
||||
1. van de ene naar de andere hiervoor genoemde (politie)organisatie;
|
||||
2. van een andere overheidsdienst of een door het Rijk bekostigde onderwijsinstelling naar het landelijk politiekorps, bedoeld in artikel 25, eerste lid van de Politiewet 2012, de rijksrecherche of de Politieacademie.
|
||||
a. van de ene naar de andere hiervoor genoemde (politie)organisatie;
|
||||
b. van een andere overheidsdienst of een door het Rijk bekostigde onderwijsinstelling naar een regionaal politiekorps, het Korps landelijke politiediensten, het LSOP, een voorziening tot samenwerking of een organisatieonderdeel van de bijzondere ambtenaren van politie.
|
||||
|
||||
**2.** Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt onder de echtgenote of echtgenoot mede verstaan: de geregistreerde partner of de levenspartner met wie de niet-gehuwde ambtenaar samenwoont – en met het oogmerk duurzaam samen te leven – een gemeenschappelijke huishouding voert op basis van een notarieel verleden samenlevingscontract bevattende de wederzijdse rechten en verplichtingen ter zake van die samenwoning en gemeenschappelijke huishouding.
|
||||
|
||||
|
|
@ -387,7 +339,7 @@ b. *voor het eerst aangesteld:* aangesteld bij het landelijk politiekorps, bedoe
|
|||
|
||||
**2.** De ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, die nog niet is verhuisd en die naar het oordeel van het bevoegd gezag niet dagelijks heen en weer kan reizen heeft aanspraak op een tegemoetkoming in de pensionkosten voor verblijf in een pension in of nabij het werkgebied, tenzij van overheidswege al dan niet tegen betaling in huisvesting wordt voorzien. De tegemoetkoming bedraagt voor de ambtenaar die gewoonlijk met gezinsleden samenwoont 90% en voor de overige ambtenaren 60% van de betaalde pensionkosten, voor zover deze kosten redelijk zijn.
|
||||
|
||||
**3.** De ambtenaar, bedoeld in het tweede lid, heeft aanspraak op een tegemoetkoming in de reiskosten voor maximaal eenmaal per week af te leggen gezinsbezoek of voor het reizen naar de woning van de ambtenaar. De tegemoetkoming is gelijk aan de kosten voor openbaar vervoer in de tweede vervoersklasse of, bij gebruik van eigen motorvoertuig € 0,23 per kilometer.
|
||||
**3.** De ambtenaar, bedoeld in het tweede lid, heeft aanspraak op een tegemoetkoming in de reiskosten voor maximaal eenmaal per week af te leggen gezinsbezoek of voor het reizen naar de woning van de ambtenaar. De tegemoetkoming is gelijk aan de kosten voor openbaar vervoer in de tweede vervoersklasse of, bij gebruik van eigen motorvoertuig € 0,18 per kilometer.
|
||||
|
||||
**4.** Geen tegemoetkoming in verhuiskosten wordt verleend, indien de verhuizing niet heeft plaatsgevonden binnen twee jaren nadat de verplichting tot verhuizen is opgelegd dan wel na de datum van het ontslag, het overlijden of de verplaatsing.
|
||||
|
||||
|
|
@ -399,7 +351,7 @@ b. *voor het eerst aangesteld:* aangesteld bij het landelijk politiekorps, bedoe
|
|||
|
||||
De ambtenaar dient de hem op grond van het eerste lid toegekende tegemoetkoming in verhuiskosten terug te betalen, indien binnen drie jaren na de verhuizing één van de volgende omstandigheden zich voordoet:
|
||||
|
||||
a. aan hem wordt ontslag op aanvraag verleend, anders dan ontslag waarna binnen één maand wordt overgegaan naar een landelijke of regionale eenheid, rijksrecherche of naar de Politieacademie, tenzij de ambtenaar als gevolg van die overgang opnieuw moet verhuizen met aanspraak op tegemoetkoming in de verhuiskosten;
|
||||
a. aan hem wordt ontslag op aanvraag verleend, anders dan ontslag waarna binnen één maand wordt overgegaan naar een bij een regionaal politiekorps, bij het Korps landelijke politiediensten, bij het LSOP, bij een voorziening tot samenwerking of bij een organisatieonderdeel van de bijzondere ambtenaar van politie, tenzij de ambtenaar als gevolg van die overgang opnieuw moet verhuizen met aanspraak op tegemoetkoming in de verhuiskosten;
|
||||
b. aan hem wordt ontslag verleend op grond van aan hem te wijten feiten of omstandigheden;
|
||||
c. hij verhuist opnieuw, waarbij de afstand tussen zijn woning en zijn plaats van tewerkstelling met meer dan vijf kilometer toeneemt.
|
||||
|
||||
|
|
@ -449,18 +401,6 @@ b. de tegemoetkoming bedraagt maximaal € 5.445,00.
|
|||
|
||||
**5.** De tegemoetkoming in de verhuiskosten op grond van dit besluit, wordt voor de ambtenaar die voor het eerst is aangesteld, verminderd met 50%.
|
||||
|
||||
### Artikel 30a
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Voor de duur van de vervulling van het ambt kan aan de korpschef een verblijfsvoorziening in of nabij ‘s-Gravenhage ter beschikking worden gesteld, indien:
|
||||
|
||||
a. de afstand tussen de woonplaats en de plaats van tewerkstelling minstens 100 km bedraagt of de reistijd meer bedraagt dan 1,5 uur enkele reis; en
|
||||
b. het onredelijk is om een verhuisplicht op te leggen vanwege bijzondere familieomstandigheden; en
|
||||
c. de veiligheid van de korpschef dat noodzakelijk maakt.
|
||||
|
||||
**2.** Een verstrekking als bedoeld in het eerste lid wordt aangemerkt als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964.
|
||||
|
||||
### Artikel 31
|
||||
|
||||
**1.** De aanvraag voor tegemoetkoming in de verhuiskosten dient vóór de datum van verhuizing bij het bevoegd gezag te zijn ingediend.
|
||||
|
|
@ -471,15 +411,13 @@ c. de veiligheid van de korpschef dat noodzakelijk maakt.
|
|||
|
||||
**4.** De ambtenaar die het transport van zijn inboedel in eigen beheer uitvoert, heeft aanspraak op een tegemoetkoming in huur- en brandstofkosten van een bestel- of vrachtauto.
|
||||
|
||||
**5.** Indien het transport van zijn inboedel in eigen beheer anders dan op de wijze, bedoeld in het vierde lid, plaatsvindt, bestaat er aanspraak op een vergoeding van € 0,23 per kilometer, met dien verstande dat niet meer dan twee ritten van en naar de nieuwe woning worden vergoed.
|
||||
**5.** Indien het transport van zijn inboedel in eigen beheer anders dan op de wijze, bedoeld in het vierde lid, plaatsvindt, bestaat er aanspraak op een vergoeding van € 0,18 per kilometer, met dien verstande dat niet meer dan twee ritten van en naar de nieuwe woning worden vergoed.
|
||||
|
||||
**6.** De ambtenaar declareert de op grond van het vierde en vijfde lid gemaakte huurkosten van een auto, vergezeld van de rekening van het verhuurbedrijf, binnen zes maanden bij het bevoegd gezag.
|
||||
|
||||
**7.** De ambtenaar declareert de kosten van verhuizing en, indien van toepassing, de kosten van dubbele woonlasten zo spoedig mogelijk doch maximaal zes maanden na de verhuizing onder overlegging van de desbetreffende rekeningen en opgevraagde offertes.
|
||||
|
||||
### Artikel 31a
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
**8.** Het bevoegd gezag kan een voorschot verlenen voor de vergoeding, waarop op grond van dit hoofdstuk aanspraak bestaat.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk V. Overgangs- en slotbepalingen
|
||||
|
||||
|
|
@ -520,15 +458,9 @@ Het bevoegd gezag kan besluiten om in individuele gevallen af te wijken van het
|
|||
|
||||
### Artikel 38
|
||||
|
||||
De bedragen, genoemd in de artikelen 13, tweede lid, 14, eerste lid, en 14a, eerste lid, worden per 1 januari van elk kalenderjaar bij ministeriële regeling gewijzigd, overeenkomstig de geschoonde consumentenprijsindex voor restaurants en accommodaties, vastgesteld door het Centraal bureau voor de statistiek.
|
||||
**1.** Onze Minister past de bedragen, genoemd in artikel 13 en 14, eerste lid, van dit besluit per 1 januari van elk kalenderjaar aan overeenkomstig de geschoonde consumentenprijsindex voor restaurants en accommodaties, vastgesteld door het Centraal bureau voor de statistiek.
|
||||
|
||||
### Artikel 38a
|
||||
|
||||
Hoofdstuk IV is niet van toepassing op de vrijwillige ambtenaar, bedoeld in artikel 1, eerste lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie.
|
||||
|
||||
### Artikel 38b
|
||||
|
||||
Dit besluit berust op de artikelen 47, eerste lid, en 81, eerste lid, van de Politiewet 2012.
|
||||
**2.** Onze Minister past de bedragen, genoemd in bijlage I bij dit besluit, tweemaal per kalenderjaar aan, op 1 april en 1 oktober, overeenkomstig de Schedules of Daily Subsistence Allowance Rates van de Verenigde Naties van 1 januari respectievelijk 1 juli.
|
||||
|
||||
### Artikel 39
|
||||
|
||||
|
|
@ -542,8 +474,6 @@ Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 juli 2008.
|
|||
|
||||
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit reis-, verblijf-, en verhuiskosten politie.
|
||||
|
||||
## Bijlage I. behorende bij
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
## Bijlage I. behorende bij het Besluit reis-, verblijf- en verhuiskosten politie per 1 juli 2008
|
||||
|
||||
## Bijlage II. behorende bij het Besluit reis-, verblijf- en verhuiskosten politie
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue