2005-05-01 | BWBR0005674 | Huisvestingswet
This commit is contained in:
parent
aa79688e1f
commit
31b60acfd2
1 changed files with 16 additions and 14 deletions
|
|
@ -202,11 +202,11 @@ Behoudens het bepaalde in het tweede lid, wordt geen onderscheid naar economisch
|
|||
|
||||
a. waarvan redelijkerwijs niet of niet meer verwacht kan worden dat zij door het duurzaam verrichten van arbeid in hun bestaan voorzien, zoals gepensioneerden, ernstig invaliden en langdurig werklozen;
|
||||
b. die als remigrant wensen terug te keren naar Nederland of zijn teruggekeerd, doch nog niet over passende huisvesting beschikken;
|
||||
c. die als vreemdeling in Nederland rechtmatig verblijf hebben op grond van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000, indien zij in verband met die omstandigheid woonruimte behoeven;
|
||||
c. aan wie op grond van een asielverzoek een van de verblijfsvergunningen, bedoeld in artikel 8, onderdelen a tot en met d, van de Vreemdelingenwet 2000 is verleend, indien zij na die verlening voor de eerste maal woonruimte zoeken;
|
||||
d. die na echtscheiding, scheiding van tafel en bed of ontbinding van het huwelijk na scheiding van tafel en bed, in verband met die omstandigheid dringend woonruimte behoeven, of
|
||||
e. die een procedure tot echtscheiding, scheiding van tafel en bed of ontbinding van het huwelijk na scheiding van tafel en bed aanhangig hebben gemaakt en een voorlopige voorziening als bedoeld in artikel 822 en 823 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering hebben verkregen, indien zij in verband met die omstandigheid dringend woonruimte behoeven.
|
||||
|
||||
**2.** Voor zover dat in het belang van een evenwichtige en rechtvaardige verdeling van woonruimte noodzakelijk is in verband met uit bovengemeentelijk ruimtelijk beleid voortvloeiende geringe mogelijkheden tot uitbreiding van de woonruimtevoorraad in de gemeente of in een of meer kernen, behorend tot de gemeente, kunnen gedeputeerde staten bij het verlenen van toestemming als bedoeld in artikel 13*b*, tweede lid, onderscheidenlijk provinciale staten bij een beleidsregel als bedoeld in artikel 61, toestaan dat wordt afgeweken van het bepaalde in het eerste lid, onder *a, b, d* en *e*.
|
||||
**2.** Voor zover dat in het belang van een evenwichtige en rechtvaardige verdeling van woonruimte noodzakelijk is in verband met uit bovengemeentelijk ruimtelijk beleid voortvloeiende geringe mogelijkheden tot uitbreiding van de woonruimtevoorraad in de gemeente of in een of meer kernen, behorend tot de gemeente, kunnen gedeputeerde staten bij het verlenen van toestemming als bedoeld in artikel 13b, tweede lid, onderscheidenlijk provinciale staten bij een beleidsregel als bedoeld in artikel 61, toestaan dat wordt afgeweken van het bepaalde in het eerste lid, onder *a, b, d* en *e*.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 4. Registratie van woningzoekenden
|
||||
|
||||
|
|
@ -369,7 +369,7 @@ De gemeenteraad bepaalt in de huisvestingsverordening ten minste de voorwaarden
|
|||
|
||||
### Artikel 33
|
||||
|
||||
**1.** Het is verboden een recht op een gebouw dat behoort tot een door de gemeenteraad in de huisvestingsverordening daartoe aangewezen categorie, zonder vergunning van burgemeester en wethouders te splitsen in appartementsrechten als bedoeld in artikel 106, eerste en derde lid, van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek, indien een of meer appartementsrechten de bevoegdheid omvatten tot het gebruik van een of meer gedeelten van het gebouw als woonruimte.
|
||||
**1.** Het is verboden een recht op een gebouw dat behoort tot een door de gemeenteraad in de huisvestingsverordening daartoe aangewezen categorie, zonder vergunning van burgemeester en wethouders te splitsen in appartementsrechten als bedoeld in artikel 106, eerste en vierde lid, van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek, indien een of meer appartementsrechten de bevoegdheid omvatten tot het gebruik van een of meer gedeelten van het gebouw als woonruimte.
|
||||
|
||||
**2.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het verlenen van deelnemings- of lidmaatschapsrechten of het aangaan van een verbintenis daartoe door een rechtspersoon met betrekking tot een gebouw als bedoeld in het eerste lid.
|
||||
|
||||
|
|
@ -608,7 +608,7 @@ b. zodra de vordering ingevolge een besluit als bedoeld in artikel 55, eerste li
|
|||
|
||||
Voor de toepassing van het in deze paragraaf bepaalde wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
a. verblijfsgerechtigden: vreemdelingen die in Nederland rechtmatig verblijf hebben op grond van artikel 8, onder c, van de Vreemdelingenwet 2000.
|
||||
a. verblijfsgerechtigden: vreemdelingen die in Nederland op grond van een asielverzoek rechtmatig verblijf hebben als bedoeld in artikel 8, onderdelen a tot en met d, van de Vreemdelingenwet 2000;
|
||||
b. taakstelling: het aantal in opvangcentra of op gemeentelijke opvangplaatsen verkerende verblijfsgerechtigden in wier huisvesting per gemeente per kalenderhalfjaar dient te worden voorzien.
|
||||
|
||||
### Artikel 60b
|
||||
|
|
@ -627,7 +627,7 @@ het aantal inwoners van een gemeente volgens de door het Centraal Bureau voor de
|
|||
het aantal inwoners van Nederland volgens de door het Centraal Bureau voor de Statistiek openbaar gemaakte bevolkingscijfer per 1 januari van het jaar dat voorafgaat aan het jaar waartoe het kalenderhalfjaar, bedoeld bij de letter c, behoort;
|
||||
- met de letter c:
|
||||
|
||||
het door Onze Minister van Justitie in de *Staatscourant* bekendgemaakte totale aantal verblijfsgerechtigden in wier huisvesting in het bij die bekendmaking aan te geven kalenderhalfjaar naar verwachting zal dienen te worden voorzien.
|
||||
het door Onze Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie in de *Staatscourant* bekendgemaakte totale aantal verblijfsgerechtigden in wier huisvesting in het bij die bekendmaking aan te geven kalenderhalfjaar naar verwachting zal dienen te worden voorzien.
|
||||
|
||||
**3.** Gedeputeerde staten van de betrokken provincie of de betrokken provincies zijn bevoegd het aantal inwoners van een gemeente per 1 januari van het jaar dat voorafgaat aan het jaar waartoe het kalenderhalfjaar, bedoeld in het tweede lid bij de letter c, behoort, vast te stellen voor de gemeenten die zijn betrokken bij een wijziging van de gemeentelijke indeling en waarvoor de datum van herindeling is gelegen op 1 januari van laatstbedoeld jaar. Bij deze vaststelling wordt zo veel mogelijk rekening gehouden met de inwonertallen van de samenstellende delen van de bij een wijziging van de gemeentelijke indeling betrokken gemeenten. Een vaststelling per 1 januari van het in de eerste volzin eerstbedoelde jaar wordt vóór 1 oktober van dat jaar bekendgemaakt in de *Staatscourant*.
|
||||
|
||||
|
|
@ -637,27 +637,29 @@ het door Onze Minister van Justitie in de *Staatscourant* bekendgemaakte totale
|
|||
|
||||
### Artikel 60c
|
||||
|
||||
**1.** Gedeputeerde staten zijn op verzoek van een of meer gemeenten bevoegd taakstellingen die volgen uit de toepassing van de formule, bedoeld in artikel 60*b*, tweede lid, te wijzigen, voor zover de verwezenlijking van het bovengemeentelijke ruimtelijke beleid of volkshuisvestingsbeleid of de samenhang tussen het door gemeenten gevoerde volkshuisvestingsbeleid dat vordert, met dien verstande dat de som van de aantallen verblijfsgerechtigden in wier huisvesting na die wijziging in de betrokken gemeenten te zamen dient te worden voorzien, niet afwijkt van de som van de aantallen die worden verkregen met toepassing van de formule, bedoeld in artikel 60*b*, tweede lid.
|
||||
|
||||
**2.** Ingeval gedeputeerde staten van de in het eerste lid bedoelde bevoegdheid gebruik maken, wijzigen zij de taakstellingen ten minste zes weken voor de aanvang van het kalenderhalfjaar waarop de taakstellingen betrekking hebben.
|
||||
Gedeputeerde staten zijn bevoegd taakstellingen die volgen uit de toepassing van de formule, bedoeld in artikel 60b, tweede lid, te wijzigen, voor zover de verwezenlijking van het bovengemeentelijke ruimtelijke beleid of volkshuisvestingsbeleid of de samenhang tussen het door gemeenten gevoerde volkshuisvestingsbeleid dat vordert, met dien verstande dat de som van de aantallen verblijfsgerechtigden in wier huisvesting na die wijziging in de betrokken gemeenten te zamen dient te worden voorzien, niet afwijkt van de som van de aantallen die worden verkregen met toepassing van de formule, bedoeld in artikel 60b, tweede lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 60e
|
||||
|
||||
**1.** Indien burgemeester en wethouders geheel of gedeeltelijk nalaten uitvoering te geven aan de verplichting, bedoeld in artikel 60*b*, eerste lid, voorzien gedeputeerde staten in de uitvoering namens burgemeester en wethouders en ten laste van de gemeente.
|
||||
**1.** Indien burgemeester en wethouders geheel of gedeeltelijk nalaten uitvoering te geven aan de verplichting, bedoeld in artikel 60b, eerste lid, voorzien gedeputeerde staten in de uitvoering namens burgemeester en wethouders en ten laste van de gemeente.
|
||||
|
||||
**2.** Alvorens toepassing te geven aan het eerste lid plegen gedeputeerde staten overleg met burgemeester en wethouders van de betrokken gemeente.
|
||||
**2.** Alvorens toepassing te geven aan het eerste lid plegen gedeputeerde staten overleg met burgemeester en wethouders van de betrokken gemeente en stellen zij burgemeester en wethouders een termijn, waarbinnen zij alsnog zelf in de uitvoering van de verplichting, bedoeld in artikel 60b, eerste lid, kunnen voorzien, tenzij de geboden spoed zich daartegen verzet. De termijn, bedoeld in de eerste volzin, bedraagt ten hoogste zes maanden gerekend vanaf het einde van het kalenderhalfjaar waarop die verplichting van toepassing was.
|
||||
|
||||
**3.** Gedeputeerde staten stellen, alvorens toepassing te geven aan het eerste lid, burgemeester en wethouders in elk geval een termijn, waarbinnen zij alsnog zelf in de uitvoering kunnen voorzien, tenzij de geboden spoed zich daartegen verzet.
|
||||
**3.** Indien gedeputeerde staten geheel of gedeeltelijk nalaten uitvoering te geven aan de verplichting, bedoeld in artikel 60b, eerste lid, voorziet Onze Minister in de uitvoering van die verplichting namens gedeputeerde staten en ten laste van de provincie.
|
||||
|
||||
**4.** Alvorens toepassing te geven aan het derde lid pleegt Onze Minister overleg met gedeputeerde staten en stelt hij gedeputeerde staten een termijn, waarbinnen zij alsnog in de uitvoering van die verplichting kunnen voorzien, tenzij de geboden spoed zich daartegen verzet. Het tweede lid is niet van toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 60f
|
||||
|
||||
Burgemeester en wethouders brengen acht weken voor het einde van het kalenderhalfjaar verslag uit over de voortgang van de uitvoering van de verplichting, bedoeld in artikel 60*b*, eerste lid, aan gedeputeerde staten met toezending van een afschrift daarvan aan Onze Minister van Binnenlandse Zaken. Burgemeester en wethouders verstrekken daarbij tevens inzicht in de maatregelen die worden voorbereid of zijn genomen teneinde geheel uitvoering te geven aan de bedoelde verplichting.
|
||||
**1.** Burgemeester en wethouders brengen binnen vier weken na afloop van het kalenderhalfjaar aan gedeputeerde staten verslag uit over de voortgang van de uitvoering van de verplichting, bedoeld in artikel 60b, eerste lid, met toezending van een afschrift van dat verslag aan Onze Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie. Burgemeester en wethouders verstrekken daarbij tevens inzicht in de maatregelen die worden voorbereid of zijn genomen teneinde geheel uitvoering te geven aan de bedoelde verplichting.
|
||||
|
||||
**2.** Gedeputeerde staten brengen binnen acht weken na afloop van het kalenderhalfjaar aan Onze Minister gemotiveerd verslag uit over het al dan niet toepassen van artikel 60c of artikel 60e, eerste en tweede lid, met toezending van een afschrift van dat verslag aan Onze Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie.
|
||||
|
||||
### Artikel 60g
|
||||
|
||||
**1.** Het dagelijks bestuur van een regionaal openbaar lichaam als bedoeld in de Kaderwet bestuur in verandering treedt voor de toepassing van de artikelen 60*c*, 60*e* en 60*f* in de plaats van gedeputeerde staten.
|
||||
**1.** Het dagelijks bestuur van een regionaal openbaar lichaam als bedoeld in de Kaderwet bestuur in verandering treedt voor de toepassing van de artikelen 60c , 60e en 60f in de plaats van gedeputeerde staten.
|
||||
|
||||
**2.** Artikel 27 van de Kaderwet bestuur in verandering is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**2.** Artikel 27 van de Kaderwet bestuur in verandering is niet van toepassing.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 2. Provinciale beleidsregels en aanwijzingen
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue