From 31d842e6801ffd12e0c4d3955e98c79b88b58c46 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Tue, 1 Jan 2013 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2013-01-01 | BWBR0003549 | Wet op de expertisecentra --- .../BWBR0003549/README.md | 80 ++++++++++++++----- 1 file changed, 62 insertions(+), 18 deletions(-) diff --git a/wet/wet-op-de-expertisecentra/BWBR0003549/README.md b/wet/wet-op-de-expertisecentra/BWBR0003549/README.md index af918ab0578..3d6930ebb5f 100644 --- a/wet/wet-op-de-expertisecentra/BWBR0003549/README.md +++ b/wet/wet-op-de-expertisecentra/BWBR0003549/README.md @@ -3,7 +3,7 @@ titel: Wet op de expertisecentra bwb_id: BWBR0003549 type: wet status: geldend -datum_inwerkingtreding: '1999-10-29' +datum_inwerkingtreding: '2012-10-11' bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0003549 citeertitel: Wet op de expertisecentra --- @@ -612,7 +612,11 @@ met dien verstande dat in de regeling een overheersende invloed van de overheid ### Artikel 28a -De artikelen 28b, 28c en 28d zijn niet van toepassing op instellingen. +**1.** Het bevoegd gezag van een of meer scholen voor speciaal onderwijs of speciaal en voortgezet speciaal onderwijs behorend tot cluster 3 en 4, bedoeld in artikel 2, vierde lid, is voor elke vestiging van die school of scholen voor zover daaraan speciaal onderwijs wordt verzorgd, aangesloten bij een samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 18a, tweede lid, van de Wet op het primair onderwijs of bij een landelijk samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 18a, vijftiende lid, van die wet. Artikel 18a, vierde lid, en artikel 163c, derde lid, van die wet zijn van overeenkomstige toepassing. + +**2.** Het bevoegd gezag van een of meer scholen voor voortgezet speciaal onderwijs of speciaal en voortgezet speciaal onderwijs behorend tot cluster 3 en 4, bedoeld in artikel 2, vierde lid, is voor elke vestiging van die school of scholen voor zover daaraan voortgezet speciaal onderwijs wordt verzorgd, aangesloten bij een samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 17a, tweede lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs of bij een landelijk samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 17a, zestiende lid, van die wet. Artikel 17a, vierde lid, en artikel 103h, derde lid, van die wet zijn van overeenkomstige toepassing. + +**3.** Onverminderd het eerste en tweede lid, kan het bevoegd gezag deelnemen aan een samenwerkingsverband op grond van artikel 18a, vijfde lid, van de Wet op het primair onderwijs of artikel 17a, vijfde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs. ### Artikel 28b @@ -1393,7 +1397,7 @@ a. een disciplinaire maatregel; b. schorsing; c. het direct of indirect onthouden van promotie; d. het verminderen van de omvang van de betrekking; -e. ontslag anders dan op eigen verzoek, voordat de pensioengerechtigde leeftijd is bereikt; +e. ontslag anders dan op eigen verzoek, voordat de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, is bereikt; f. de beslissing van het bevoegd gezag ten aanzien van een personeelslid op basis waarvan op termijn vermindering van diens betrekkingsomvang kan plaatsvinden; g. de beëindiging van een verlengd tijdelijk dienstverband; h. de aanwijzing als personeelslid boven de reguliere formatie voortvloeiend uit een algemeen verbindend voorschrift welke aanwijzing op termijn kan leiden tot ontslag, vermindering van de betrekkingsomvang of beëindiging van een verlengd tijdelijk dienstverband; @@ -1581,11 +1585,7 @@ Onze minister kan onder nader te stellen voorwaarden aanvullende middelen ter be ### Artikel 72 -Een belanghebbende kan beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State tegen: - -a. een besluit of een van rechtswege verleende goedkeuring als bedoeld in de afdelingen 2 en 8 van deze titel, -b. een besluit als bedoeld in artikel 120, tweede lid, en -c. een besluit als bedoeld in artikel 129. +Vervallen ### Artikel 72a @@ -1636,7 +1636,7 @@ d. sprake is van omzetting van een bekostigde bijzondere school in een gelijksoo e. sprake is van uitbreiding van het onderwijs aan een school met onderwijs van een of meer andere richtingen, f. sprake is van voor bekostiging in aanmerking brengen van een samenwerkingsschool met inachtneming van artikel 28j, g. sprake is van stichting van scholen die overeenkomen met de scholen waaruit een opgeheven samenwerkingsschool is ontstaan, of -h. sprake is van uitbreiding van het onderwijs aan een school voor speciaal onderwijs met onderwijs voor voortgezet speciaal onderwijs, niet zijnde het onderwijs bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder n. +h. sprake is van uitbreiding van het onderwijs aan een school voor speciaal onderwijs met onderwijs voor voortgezet speciaal onderwijs. **3.** Het verzoek, bedoeld in het tweede lid, is met redenen omkleed en gaat vergezeld van de gegevens, genoemd in artikel 81, tweede lid. Indien sprake is van een situatie als bedoeld in het tweede lid, onder a tot en met e, willigt Onze minister het verzoek slechts in indien de school bij toepassing van artikel 83, eerste en derde lid, op grond van het eerste lid van dat artikel in een door provinciale staten of Onze minister vast te stellen plan van nieuwe scholen zou worden opgenomen. Indien sprake is van uitbreiding als bedoeld in het tweede lid, onder h, willigt Onze minister het verzoek slechts in indien de school bij toepassing van artikel 83, eerste, tweede en derde lid, op grond van het eerste lid dan wel het tweede lid van dat artikel in een door provinciale staten of Onze minister vast te stellen plan van nieuwe scholen zou worden opgenomen. Indien sprake is van een situatie als bedoeld in het tweede lid, onder f, willigt Onze minister het verzoek slechts in indien de school bij toepassing van artikel 83, eerste en derde lid, op grond van het eerste lid van dat artikel in een door provinciale staten of Onze minister vast te stellen plan van nieuwe scholen zou worden opgenomen, met dien verstande dat daarbij de leerlingaantallen als bedoeld in artikel 147 en artikel 148 worden toegepast. Indien sprake is van een situatie als bedoeld in het tweede lid, onder g, willigt Onze minister het verzoek slechts in indien de school bij toepassing van artikel 83, eerste, tweede en derde lid, op grond van het eerste dan wel het tweede lid van dat artikel in een door provinciale staten of Onze minister vast te stellen plan van nieuwe scholen zou worden opgenomen. @@ -1648,13 +1648,18 @@ Indien beroep is ingesteld in verband met de plannen van nieuwe scholen voor de ### Artikel 76a -**1.** Indien een bevoegd gezag van een school, niet zijnde een instelling, wenst over te gaan tot het inrichten van een nevenvestiging of tot het toelaten van leerlingen, die door een commissie voor de indicatiestelling toelaatbaar zijn verklaard tot een andere onderwijssoort binnen het regionaal expertisecentrum dan de onderwijssoort die door de school wordt verzorgd, dient het bevoegd gezag voor 1 februari een daarop betrekking hebbend verzoek tot opneming in het in het derde lid bedoelde plan in bij het regionaal expertisecentrum. +**1.** Indien een bevoegd gezag van een school, niet zijnde een instelling, wenst over te gaan tot het inrichten van een nevenvestiging of tot het toelaten van leerlingen, die door een commissie voor de indicatiestelling toelaatbaar zijn verklaard tot een andere onderwijssoort dan de onderwijssoort die door de school wordt verzorgd, dient het bevoegd gezag voor 1 februari een daarop betrekking hebbend verzoek tot opneming in het in het derde lid bedoelde plan in bij het regionaal expertisecentrum. -**2.** Indien binnen een regionaal expertisecentrum de onderwijssoort, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel h, subonderdeel 1, niet voorkomt, kan in afwijking van het eerste lid, het verzoek, bedoeld in het eerste lid, ook betrekking hebben op het toelaten van leerlingen die door een commissie voor de indicatiestelling toelaatbaar zijn verklaard tot genoemde onderwijssoort, tot een andere onderwijssoort binnen het cluster. +**2.** Vervallen. -**3.** Voor 1 augustus volgend op de in het eerste lid genoemde datum stelt het regionaal expertisecentrum op basis van de in het eerste en het tweede lid bedoelde verzoeken een plan vast met betrekking tot de vestiging van nevenvestigingen en tot het toelaten van leerlingen tot scholen van een andere onderwijssoort dan waarvoor de leerlingen toelaatbaar zijn verklaard. +**3.** Voor 1 augustus volgend op de in het eerste lid genoemde datum stelt het regionaal expertisecentrum op basis van de in het eerste lid bedoelde verzoeken een plan vast met betrekking tot de vestiging van nevenvestigingen en tot het toelaten van leerlingen tot scholen van een andere onderwijssoort dan waarvoor de leerlingen toelaatbaar zijn verklaard. -**4.** Het regionaal expertisecentrum neemt een verzoek slechts in het plan op, indien het daarover overeenstemming heeft bereikt met de bevoegde gezagsorganen die deelnemen aan het regionaal expertisecentrum, alle aangrenzende regionale expertisecentra van hetzelfde cluster en, voor zover het een nevenvestiging betreft, de gemeente waar die nevenvestiging zal worden gevestigd. +**4.** + +Het regionaal expertisecentrum neemt een verzoek slechts in het plan op, indien het daarover overeenstemming heeft bereikt: + +a. voor zover het een nevenvestiging betreft: met de bevoegde gezagsorganen die deelnemen aan het regionaal expertisecentrum, alle aangrenzende regionale expertisecentra van hetzelfde cluster en de gemeente waar die nevenvestiging zal worden gevestigd, en +b. voor zover het betreft het toelaten van leerlingen, die door een commissie voor de indicatiestelling toelaatbaar zijn verklaard tot een andere onderwijssoort dan de onderwijssoort die door de school wordt verzorgd: met de bevoegde gezagsorganen die deelnemen aan het regionaal expertisecentrum, alle aangrenzende regionale expertisecentra van hetzelfde cluster, en, voor zover het betreft toelating van leerlingen die toelaatbaar zijn verklaard tot een onderwijssoort van een ander cluster, met de bevoegde gezagsorganen van de regionale expertisecentra van het andere cluster waarvan de gebieden grenzen aan, of geheel of gedeeltelijk samenvallen met, het gebied van het regionaal expertisecentrum. **5.** Binnen 2 weken na de vaststelling van het plan, wordt het plan tezamen met de gegevens waaruit de in het vierde lid bedoelde overeenstemming blijkt, ter goedkeuring aan Onze minister gezonden. @@ -1666,7 +1671,7 @@ Indien beroep is ingesteld in verband met de plannen van nieuwe scholen voor de **1.** Indien een bevoegd gezag van een instelling wenst over te gaan tot het inrichten van een nevenvestiging en het daarover overeenstemming heeft bereikt met de andere instellingen en de gemeente waar die nevenvestiging zal worden gevestigd, dient het bevoegd gezag voor 1 februari een daarop betrekking hebbend verzoek met de gegevens waaruit de bedoelde overeenstemming blijkt, in bij Onze minister. -**2.** Onze minister beslist voor 1 december daaropvolgend. Indien Onze minister de inrichting van een nevenvestiging goedkeurt, vangt de bekostiging van die nevenvestiging aan op 1 augustus volgend op de goedkeuring. Voor de bekostiging wordt de nevenvestiging aangemerkt als deel van de instelling die de nevenvestiging in stand houdt. +**2.** Onze minister beslist voor 1 april daaropvolgend. Indien Onze minister de inrichting van een nevenvestiging goedkeurt, vangt de bekostiging van die nevenvestiging aan op 1 augustus volgend op de goedkeuring. Voor de bekostiging wordt de nevenvestiging aangemerkt als deel van de instelling die de nevenvestiging in stand houdt. ### Artikel 77 @@ -2427,6 +2432,10 @@ b. de bekostiging voor de vaste kosten van de materiële instandhouding van een **5.** Het bevoegd gezag zorgt voor het deel van de materiële instandhouding waarop de programma's van eisen, bedoeld in artikel 112, eerste lid onder d en e, betrekking hebben. +### Artikel 116a + +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden + ### Afdeling 5. Grondslag bekostiging personeelskosten ### Artikel 117 @@ -2681,7 +2690,7 @@ b. indien een bevoegd gezag waarvoor geen diensten meer worden verricht, in het **4.** De gemeenteraad kan besluiten dat burgemeester en wethouders de regeling, bedoeld in het eerste lid, tijdelijk kunnen aanvullen met nieuwe voorzieningen. De aanvulling wordt binnen 1 week aan de bevoegde gezagsorganen van de niet door de gemeente in stand gehouden scholen gezonden. Binnen 12 weken na de totstandkoming van de aanvulling wordt deze voorgelegd aan de gemeenteraad en besluit de gemeenteraad over de bekrachtiging ervan. Indien de gemeenteraad niet binnen 12 weken heeft besloten, wordt de aanvulling gelijkgesteld met een aanvulling die is bekrachtigd. Een afwijzing van de aanvulling door de gemeenteraad heeft geen gevolgen voor aanvragen waarop reeds is besloten of die reeds zijn ingediend en die voorzieningen betreffen waarop de aanvulling betrekking heeft. -**5.** Artikel 8:2 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing op de regeling, bedoeld in het eerste lid, dan wel een wijziging daarvan. In afwijking van artikel 8:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan tegen een aanvulling als bedoeld in het vierde lid geen beroep worden ingesteld zolang de gemeenteraad deze nog niet heeft bekrachtigd. +**5.** Artikel 8:2 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing op de regeling, bedoeld in het eerste lid, dan wel een wijziging daarvan. **6.** Voor de toepassing van dit artikel wordt een nevenvestiging aangemerkt als een nevenvestiging die is gelegen in de gemeente van de hoofdvestiging. De gemeenteraad kan in de verordening, bedoeld in het eerste lid, aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid verlenen om, met inachtneming van de in die verordening gestelde regels, te besluiten dat in de gemeente gelegen nevenvestigingen van scholen waarvan de hoofdvestiging is gelegen in een andere gemeente in afwijking van de eerste volzin in aanmerking komen voor een ofmeer van de in de regeling genoemde voorzieningen. @@ -3352,7 +3361,7 @@ e. het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van **5.** Indien het bestuur van de rechtspersoon het in het vierde lid bedoelde verzoek heeft ingewilligd, vergoedt hij aan de instantie die de werkloosheidsuitkeringen, de suppleties inzake arbeidsongeschiktheid alsmede de uitkeringen wegens ziekte en arbeidsongeschiktheid van gewezen personeel anders dan op grond van de Ziektewet verstrekt of heeft verstrekt, de kosten van die uitkeringen of suppleties. -**6.** Tegen een besluit van de rechtspersoon kan het bevoegd gezag beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. +**6.** Tegen een besluit van de rechtspersoon kan beroep worden ingesteld door het bevoegd gezag. **7.** Op de rechtspersoon, bedoeld in het eerste lid, is de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen van toepassing. @@ -3371,11 +3380,32 @@ d. de instantie, bedoeld in artikel 170, vijfde lid. **3.** Indien dat ten behoeve van het jaarverslag, bedoeld in artikel 18, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen, noodzakelijk is, worden gegevens daarin slechts zodanig openbaar gemaakt dat daaraan geen herkenbare gegevens over een afzonderlijk persoon kunnen worden ontleend, tenzij het betreft de controle op de juistheid van de gegevens in het kader van de controle op de rechtmatigheid en de doelmatigheid van door de rechtspersoon gedane uitgaven. Daarbij kunnen de burgerservicenummers of, voor zover deze ontbreken, sociaal-fiscale nummers worden vergeleken met de burgerservicenummers of sociaal-fiscale nummers die door andere daartoe bij of krachtens de wet bevoegde instanties zijn verstrekt. -## Titel V. Bewijzen van bekwaamheid +## Titel V. Experimenten ### Artikel 171 -Vervallen +**1.** Met het oog op verbetering van de kwaliteit, toegankelijkheid of doelmatigheid van het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs kan bij wijze van experiment bij algemene maatregel van bestuur worden afgeweken van titel I, artikelen 1 en 2, titel II, afdeling 1, afdeling 2, artikelen 50 en 51, en titel IV, afdelingen 1, 2, 4 tot en met 6, afdeling 7, paragrafen 2, 3, 6 en 7, en afdeling 8, artikelen 146 tot en met 149 en 151, van de wet. + +**2.** + +In geval van toepassing van het eerste lid wordt bij algemene maatregel van bestuur in elk geval bepaald: + +a. het doel van het experiment, +b. op welke wijze van welke in het eerste lid bedoelde voorschriften wordt afgeweken, +c. de duur van het experiment, en +d. op welke wijze en aan de hand van welke criteria de met het experiment beoogde effecten worden geëvalueerd. + +**3.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de uitvoering van een experiment. + +**4.** Een experiment duurt ten hoogste zes jaar, tenzij een langere duur gezien de bijzondere aard van het experiment noodzakelijk is. Alsdan wordt de duur van het experiment op ten hoogste acht jaar bepaald. Indien een voorstel van wet is ingediend bij de Staten-Generaal om het experiment om te zetten in een structurele wettelijke regeling, voordat een experiment is afgelopen, kan Onze Minister het experiment verlengen tot het tijdstip waarop het wetsvoorstel tot wet is verheven en in werking treedt. + +**5.** Onze Minister zendt drie maanden voor het einde van de werkingsduur van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het eerste lid aan de Staten-Generaal, een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van het experiment in de praktijk, evenals een standpunt over de voortzetting van die algemene maatregel van bestuur, anders dan een voortzetting als experiment. + +**6.** In verband met een experiment als bedoeld in het eerste lid, kan bij algemene maatregel van bestuur eveneens bij wijze van experiment worden afgeweken van artikel 1 van de Leerplichtwet 1969. + +**7.** Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op een samenwerkingsverband van een school met een school of instelling als bedoeld in artikel 1, een school als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs, of een school als bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs. Bij samenwerking met een school of instelling kan voor die school of instelling respectievelijk worden afgeweken van hoofdstuk I, titel I, artikelen 1 en 2, titel II, afdeling 1 en titel IV, afdeling 4 tot en met 7 en afdeling 8, paragrafen 2, 3, 6 en 7, van de Wet op het primair onderwijs, en titel II, afdeling I, hoofdstuk I en titel III, afdeling II van de Wet op het voortgezet onderwijs. Bij de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het tweede lid, wordt geregeld welke bij of krachtens de wet, de Wet op het primair onderwijs, of de Wet op het voortgezet onderwijs vastgestelde voorschriften van toepassing of van overeenkomstige toepassing zijn op de samenwerking. + +**8.** De voordracht voor de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het tweede lid, wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd. ## Titel VI. Bevoegdheden t.a.v. de rechtspersoon, bedoeld in artikel 169 @@ -3413,6 +3443,20 @@ c. een bijdrage ten behoeve van de uitoefening van landelijke taken in het kader **2.** Onze Minister zendt binnen vijf jaar na de aanwijzing van de rechtspersoon, bedoeld in artikel 170, en vervolgens telkens na vijf jaar, aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de werkzaamheden van die rechtspersoon. +## Titel VIa + +### Artikel 173a + +**1.** Per school waar voortgezet speciaal onderwijs wordt verzorgd informeert het bevoegd gezag uiterlijk op 1 januari voorafgaande aan het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel E van de wet van 11 oktober 2012 (Stb. 545), de ouders schriftelijk welk uitstroomprofiel als bedoeld in artikel 14 zoals luidend door artikel I, onderdeel E, van die wet en indien aan de orde, welk onderwijs als bedoeld in artikel 14a, eerste lid, zoals luidend door artikel I, onderdeel F, van die wet en welke schoolsoort als bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs met ingang van genoemd tijdstip wordt verzorgd. + +**2.** Voor de leerlingen die voortgezet speciaal onderwijs volgen vóór het tijdstip van inwerkingtreding voor het voortgezet speciaal onderwijs van artikel I, onderdeel R, van de wet van 11 oktober 2012 (Stb. 545) stelt het bevoegd gezag vóór dat tijdstip een ontwikkelingsperspectief vast overeenkomstig artikel 41a, eerste lid, zoals luidend door artikel I, onderdeel R, van die wet. De eerste volzin is niet van toepassing op leerlingen die naar verwachting vóór 1 oktober volgend op het tijdstip, bedoeld in de eerste volzin, de school verlaten. + +**3.** Voor de leerlingen die speciaal onderwijs volgen vóór het tijdstip van inwerkingtreding voor het speciaal onderwijs van artikel I, onderdeel R, van de wet van 11 oktober 2012 (Stb. 545) stelt het bevoegd gezag vóór dat tijdstip een ontwikkelingsperspectief vast overeenkomstig artikel 41a, eerste lid, zoals luidend door artikel I, onderdeel R, van die wet. + +**4.** Dit lid is nog niet in werking getreden. + +**5.** Leerlingen die speciaal onderwijs volgen die vóór het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel N, eerste lid, van de wet van 11 oktober 2012 (Stb. 545) de leeftijd van veertien jaar hebben bereikt, verlaten vóór dat tijdstip van inwerkingtreding het speciaal onderwijs. + ## Titel VII. Slotbepalingen ### Artikel 174