diff --git a/wet/aanpassingswet-modernisering-rechterlijke-organisatie/BWBR0013101/README.md b/wet/aanpassingswet-modernisering-rechterlijke-organisatie/BWBR0013101/README.md index dc207671ff6..ab6d1a6de51 100644 --- a/wet/aanpassingswet-modernisering-rechterlijke-organisatie/BWBR0013101/README.md +++ b/wet/aanpassingswet-modernisering-rechterlijke-organisatie/BWBR0013101/README.md @@ -108,7 +108,7 @@ Wijzigt de Wet van 30 november 1949, houdende regelen nopens het beheer van schu ### Artikel 8 -Wijzigt de Wet van 27 maart 1936 tot overbrenging van de consignatiekas voor het bewaren van effecten aan toonder naar de Nederlandsche Bank (Stb. 201). +Wijzigt de Wet van 27 maart 1936 tot overbrenging van de consignatiekas voor het bewaren van effecten aan toonder naar de Nederlandsche Bank (Stb. 201). ### Artikel 9 @@ -128,7 +128,7 @@ Wijzigt de Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijf. ### Artikel 13 -Wijzigt de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993. +Wijzigt de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993. ## Hoofdstuk 7. Ministerie van Justitie @@ -262,35 +262,35 @@ Wijzigt de Wet van 6 mei 1878, houdende bepalingen omtrent de beëedigde vertale ### Artikel 33 -Wijzigt de Wet van 6 april 1933, houdende voorzieningen tot uitvoering van het op 31 mei 1932 te Londen tusschen Nederland en Groot-Brittannië gesloten verdrag, houdende bepalingen tot het vergemakkelijken van het voeren van rechtsgedingen (Stb. 136). +Wijzigt de Wet van 6 april 1933, houdende voorzieningen tot uitvoering van het op 31 mei 1932 te Londen tusschen Nederland en Groot-Brittannië gesloten verdrag, houdende bepalingen tot het vergemakkelijken van het voeren van rechtsgedingen (Stb. 136). ### Artikel 34 -Wijzigt de Wet van 24 december 1958, houdende uitvoering van het op 1 maart 1954 te 's-Gravenhage ondertekende verdrag betreffende de burgerlijke rechtsvordering (Stb. 677). +Wijzigt de Wet van 24 december 1958, houdende uitvoering van het op 1 maart 1954 te 's-Gravenhage ondertekende verdrag betreffende de burgerlijke rechtsvordering (Stb. 677). ### Artikel 35 -Wijzigt de Wet van 3 maart 1965, houdende uitvoering van het op 30 augustus 1962 te 's-Gravenhage gesloten Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland betreffende de wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen en andere executoriale titels in burgerlijke zaken (Stb. 92). +Wijzigt de Wet van 3 maart 1965, houdende uitvoering van het op 30 augustus 1962 te 's-Gravenhage gesloten Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland betreffende de wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen en andere executoriale titels in burgerlijke zaken (Stb. 92). ### Artikel 36 -Wijzigt de Wet van 4 mei 1972, houdende uitvoering van het op 27 september 1968 te Brussel tussen de Lid-Staten van de Europese Economische Gemeenschap tot stand gekomen Verdrag betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken, met Protocol (Stb. 240). +Wijzigt de Wet van 4 mei 1972, houdende uitvoering van het op 27 september 1968 te Brussel tussen de Lid-Staten van de Europese Economische Gemeenschap tot stand gekomen Verdrag betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken, met Protocol (Stb. 240). ### Artikel 37 -Wijzigt de Wet van 1 november 1980, houdende aanwijzing van een rechter op grond van artikel 54 van het Verdrag van Washington van 18 maart 1965 inzake de beslechting van geschillen met betrekking tot investeringen tussen Staten en onderdanen van andere Staten (Trb. 1966, 152) (Stb. 1980, 595). +Wijzigt de Wet van 1 november 1980, houdende aanwijzing van een rechter op grond van artikel 54 van het Verdrag van Washington van 18 maart 1965 inzake de beslechting van geschillen met betrekking tot investeringen tussen Staten en onderdanen van andere Staten (Trb. 1966, 152) (Stb. 1980, 595). ### Artikel 38 -Wijzigt de Wet van 11 december 1980, houdende uitvoering van het op 18 maart 1970 te 's-Gravenhage tot stand gekomen Verdrag inzake de verkrijging van bewijs in het buitenland in burgerlijke en in handelszaken (Stb. 653). +Wijzigt de Wet van 11 december 1980, houdende uitvoering van het op 18 maart 1970 te 's-Gravenhage tot stand gekomen Verdrag inzake de verkrijging van bewijs in het buitenland in burgerlijke en in handelszaken (Stb. 653). ### Artikel 39 -Wijzigt de Wet van 28 oktober 1987, houdende regelen inzake de bescherming oorspronkelijke topografieën van halfgeleiderprodukten (Stb. 484). +Wijzigt de Wet van 28 oktober 1987, houdende regelen inzake de bescherming oorspronkelijke topografieën van halfgeleiderprodukten (Stb. 484). ### Artikel 40 -Wijzigt de Wet van 2 mei 1990 tot uitvoering van het op 20 mei 1980 te Luxemburg tot stand gekomen Europese Verdrag betreffende de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen inzake het gezag over kinderen en betreffende het herstel van het gezag over kinderen, uitvoering van het op 25 oktober 1980 te 's-Gravenhage tot stand gekomen Verdrag inzake de burgerrechtelijke aspecten van internationale ontvoering van kinderen alsmede algemene bepalingen met betrekking tot verzoeken tot teruggeleiding van ontvoerde kinderen over de Nederlandse grens en de uitvoering daarvan (Stb. 202). +Wijzigt de Wet van 2 mei 1990 tot uitvoering van het op 20 mei 1980 te Luxemburg tot stand gekomen Europese Verdrag betreffende de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen inzake het gezag over kinderen en betreffende het herstel van het gezag over kinderen, uitvoering van het op 25 oktober 1980 te 's-Gravenhage tot stand gekomen Verdrag inzake de burgerrechtelijke aspecten van internationale ontvoering van kinderen alsmede algemene bepalingen met betrekking tot verzoeken tot teruggeleiding van ontvoerde kinderen over de Nederlandse grens en de uitvoering daarvan (Stb. 202). ### Artikel 40a @@ -530,22 +530,7 @@ Wijzigt de Invoeringswet Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen. ### Artikel 3 -Indien voor de inwerkingtreding van het wetsvoorstel Organisatie en bestuur gerechten geen voorstel van wet tot regeling van de behandeling van klachten tegen gedragingen van rechterlijke ambtenaren en gerechtsambtenaren door een niet tot de rechterlijke macht behorende instantie tot wet is verheven, blijven ten aanzien van de leden en de plaatsvervangende leden van: - -a. de Commissie gelijke behandeling, bedoeld in de Wet gelijke behandeling; -b. het tuchtcollege loodsen, bedoeld in de Loodsenwet; -c. de regionale tuchtcolleges en het centrale tuchtcollege, bedoeld in de Wet beroepen in de individuele gezondheidszorg; -d. het veterinair tuchtcollege, bedoeld in de Wet op de uitoefening van de diergeneeskunde 1990; -e. de raden van discipline, bedoeld in de Advocatenwet; -f. het hof van discipline, bedoeld in de Advocatenwet; -g. de raden van tucht, bedoeld in de Wet op de accountants-adminstratieconsulenten; -h. de kamer van toezicht, bedoeld in de Wet op het notarisambt; en -i. de kamer voor de gerechtsdeurwaarders, bedoeld in de Gerechtsdeurwaarderswet; - -de artikelen 14a tot en met 14e van de Wet op de rechterlijke organisatie, zoals deze luidden voor de inwerkingtreding van het wetsvoorstel Organisatie en bestuur gerechten, van toepassing, met dien verstande dat voor de toepassing van artikel 14d, derde lid: - -1°. de Hoge Raad de voorzitter van de onder a genoemde Commissie, de onder b, c of d genoemde tuchtcolleges, de onder e genoemde raad van discipline, het onder f genoemde hof van discipline dan wel de onder g genoemde raad van tucht in de gelegenheid stelt schriftelijk of mondeling inlichtingen te verstrekken en van zijn gevoelen te doen blijk geven omtrent een aanhangige klacht, indien de klacht is gericht tegen een van de andere leden of plaatsvervangende leden van die Commissie, de desbetreffende raad van discipline, de desbetreffende raad van tucht, het desbetreffende tuchtcollege onderscheidenlijk het hof van discipline; en -2°. de Hoge Raad de voorzitter van de desbetreffende, onder h genoemde, kamer van toezicht, of de voorzitter van de onder i genoemde kamer voor gerechtsdeurwaarders in de gelegenheid stelt schriftelijk of mondeling inlichtingen te verstrekken en van zijn gevoelen te doen blijk geven omtrent een aanhangige klacht, indien de klacht is gericht tegen een van de andere leden van de kamer van toezicht, of van de kamer voor gerechtsdeurwaarders, en dat deze gelegenheid wordt geboden aan het bestuur van het gerechtshof te Amsterdam, indien de klacht is gericht tegen een voorzitter van een kamer van toezicht of van een kamer van gerechtsdeurwaarders of tegen de kamer van toezicht of tegen de kamer van gerechtsdeurwaarders als zodanig. +Vervallen ### Artikel 4