diff --git a/amvb/uitvoeringsbesluit-loonbelasting-1965/BWBR0002489/README.md b/amvb/uitvoeringsbesluit-loonbelasting-1965/BWBR0002489/README.md index 7d2674b3de5..f2d655abc3e 100644 --- a/amvb/uitvoeringsbesluit-loonbelasting-1965/BWBR0002489/README.md +++ b/amvb/uitvoeringsbesluit-loonbelasting-1965/BWBR0002489/README.md @@ -264,8 +264,8 @@ g. perioden waarin de werknemer een tot zijn huishouden behorend kind heeft verz | Indien bij een eindloonloonstelsel bij de toepassing van artikel 18a van de wet een percentage per dienstjaar wordt toegepast van | wordt het in artikel 18a, achtste lid, onderdeel a, eerste volzin, bedoelde bedrag vervangen door 70% van | | | --- | --- | --- | | meer dan | maar niet meer dan | | -| – | 1,8% | € 10 940 | -| 1,8% | 1,9% | € 12 104 | +| – | 1,8% | € 10 940 | +| 1,8% | 1,9% | € 12 104 | **2.** @@ -274,8 +274,8 @@ g. perioden waarin de werknemer een tot zijn huishouden behorend kind heeft verz | Indien bij een middelloonstelsel bij de toepassing van artikel 18a van de wet een percentage per dienstjaar wordt toegepast van | wordt het in artikel 18a, achtste lid, onderdeel a, eerste volzin, bedoelde bedrag vervangen door 70% van | | | --- | --- | --- | | meer dan | maar niet meer dan | | -| – | 2,05% | € 10 940 | -| 2,05% | 2,15% | € 12 104 | +| – | 2,05% | € 10 940 | +| 2,05% | 2,15% | € 12 104 | **3.** Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing met betrekking tot een op een beschikbare-premiestelsel gebaseerd ouderdomspensioen als bedoeld in artikel 18a, derde lid, van de wet. @@ -295,7 +295,7 @@ c. de perioden gedurende welke de werknemer in dienstbetrekking heeft gestaan to voor zover met schriftelijke bescheiden kan worden gestaafd dat deze perioden bij de opbouw van het ouderdomspensioen in aanmerking zijn genomen. -**2.** Als perioden die meetellen als deelnemingsjaren kunnen eveneens in aanmerking worden genomen dienstjaren ten gevolge van een voor 1 januari 2005 gedane waardeoverdracht van pensioenkapitaal, als bedoeld in de artikelen 32, vierde lid, 32a of 32b van de Pensioen- en spaarfondsenwet, zoals deze artikelen luidden op 31 december 2006, voor zover met schriftelijke bescheiden kan worden gestaafd dat deze dienstjaren bij de opbouw van het ouderdomspensioen in aanmerking zijn genomen. +**2.** Als perioden die meetellen als deelnemingsjaren kunnen eveneens in aanmerking worden genomen dienstjaren ten gevolge van een voor 1 januari 2005 gedane waardeoverdracht van pensioenkapitaal, als bedoeld in de artikelen 32, vierde lid, 32a of 32b van de Pensioen- en spaarfondsenwet, zoals deze artikelen luidden op 31 december 2006, voor zover met schriftelijke bescheiden kan worden gestaafd dat deze dienstjaren bij de opbouw van het ouderdomspensioen in aanmerking zijn genomen. **3.** Als perioden die meetellen als deelnemingsjaren kunnen eveneens in aanmerking worden genomen perioden gedurende welke de werknemer in dienstbetrekking heeft gestaan tot een andere inhoudingsplichtige of een met de inhoudingsplichtige of een andere inhoudingsplichtige verbonden lichaam als bedoeld in artikel 10a, vierde lid, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969, dat niet in Nederland is gevestigd, voor zover met schriftelijke bescheiden kan worden gestaafd dat deze perioden door die andere inhoudingsplichtige of dat lichaam bij de opbouw van het ouderdomspensioen of van een voorziening voor ouderdom ingevolge een pensioenregeling als bedoeld in artikel 1.7, tweede lid, onderdeel c, van de Wet inkomstenbelasting 2001, in aanmerking zijn genomen. @@ -521,7 +521,7 @@ b. aannemelijk is dat de werknemer opnieuw zou worden aangemerkt als ingekomen w **1.** Indien de werknemer of de gewezen werknemer op enig moment in het voorafgaande kalenderjaar loon heeft genoten van een inhoudingsplichtige en met overeenkomstige toepassing van artikel 13a van de wet in dat kalenderjaar tevens bedragen van dezelfde inhoudingsplichtige heeft genoten die tot de winst uit een onderneming of het resultaat uit overige werkzaamheden van die werknemer of gewezen werknemer worden gerekend, worden die bedragen voor de toepassing van artikel 32bd, eerste lid, van de wet in aanmerking genomen als door de inhoudingsplichtige in het voorafgaande kalenderjaar verstrekt loon. -**2.** Indien de werknemer of de gewezen werknemer in het voorafgaande kalenderjaar meer dan € 150 000 aan loon heeft genoten van een inhoudingsplichtige die op 31 maart van het kalenderjaar niet meer inhoudingsplichtig is, is de gewezen inhoudingsplichtige of diens rechtsopvolger de pseudo-eindheffing, bedoeld in artikel 32bd, eerste lid, van de wet, ter zake van dat loon verschuldigd. Bij de toepassing van de eerste volzin is artikel 32bd, tweede lid, van de wet van overeenkomstige toepassing. +**2.** Indien de werknemer of de gewezen werknemer in het voorafgaande kalenderjaar meer dan € 150 000 aan loon heeft genoten van een inhoudingsplichtige die op 31 maart van het kalenderjaar niet meer inhoudingsplichtig is, is de gewezen inhoudingsplichtige of diens rechtsopvolger de pseudo-eindheffing, bedoeld in artikel 32bd, eerste lid, van de wet, ter zake van dat loon verschuldigd. Bij de toepassing van de eerste volzin is artikel 32bd, tweede lid, van de wet van overeenkomstige toepassing. ## Hoofdstuk 5. Aanvullende regelingen ( @@ -538,7 +538,7 @@ De loonbelasting wordt mede geheven van natuurlijke personen die de navolgende t a. de navolgende termijnen van lijfrenten en andere periodieke uitkeringen en verstrekkingen, negatieve uitgaven voor inkomensvoorzieningen en afkoopsommen: 1°. termijnen van lijfrenten verstrekt door een verzekeraar als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht, alsmede termijnen als bedoeld in artikel 3.126a, vierde, vijfde en zesde lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 verstrekt door een bank of beheerder als bedoeld in artikel 3.126a van die wet; -2°. periodieke uitkeringen en verstrekkingen ter zake van invaliditeit, ziekte of ongeval als bedoeld in artikel 3.100, eerste lid, onderdeel b, van de Wet inkomstenbelasting 2001, verstrekt door een verzekeraar als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht; +2°. periodieke uitkeringen en verstrekkingen ter zake van invaliditeit, ziekte of ongeval als bedoeld in artikel 3.100, eerste lid, onderdeel b, van de Wet inkomstenbelasting 2001, verstrekt door een verzekeraar als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht; 3°. negatieve uitgaven voor inkomensvoorzieningen ter zake van een afkoop als bedoeld in artikel 3.133, tweede lid, onderdeel d, van de Wet inkomstenbelasting 2001, indien de afkoopsom is verstrekt door een verzekeraar als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht; daarbij wordt de loonbelasting geheven over de afkoopsom; 4°. uitkeringen die worden verstrekt door een bank of beheerder als bedoeld in artikel 3.126a van de Wet inkomstenbelasting 2001 en die ingevolge artikel 3.133, achtste lid, van die wet worden aangemerkt als negatieve uitgaven voor inkomensvoorzieningen; 5°. afkoopsommen ter zake van lijfrenten verstrekt door een verzekeraar als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht, voor zover met betrekking tot die afkoopsommen ingevolge hoofdstuk 2, artikel I, onderdeel O, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de Invoeringswet Wet inkomstenbelasting 2001 en artikel 75 van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 de regels die daarvoor golden op 31 december 1991 van toepassing blijven; @@ -600,8 +600,8 @@ b. uiterlijk een maand na afloop van een optreden of sportbeoefening dan wel een Indien zulks door of namens de artiest of beroepssporter dan wel het gezelschap wordt aangegeven, wordt de inhoudingsplichtige die met betrekking tot het optreden of de sportbeoefening niet beschikt over een kopie van een kostenvergoedingsbeschikking, geacht te beschikken over: -a. ingeval de artiest of beroepssporter geen deel uitmaakt van een gezelschap: een individuele kostenvergoedingsbeschikking tot het door de artiest of beroepssporter aangegeven bedrag met een maximum van € 163 per optreden of sportbeoefening; -b. in het geval van een gezelschap: een gezelschapskostenvergoedingsbeschikking tot het door het gezelschap aangegeven bedrag, met per optreden of sportbeoefening een maximum van € 163 vermenigvuldigd met het aantal leden van het gezelschap. +a. ingeval de artiest of beroepssporter geen deel uitmaakt van een gezelschap: een individuele kostenvergoedingsbeschikking tot het door de artiest of beroepssporter aangegeven bedrag met een maximum van € 163 per optreden of sportbeoefening; +b. in het geval van een gezelschap: een gezelschapskostenvergoedingsbeschikking tot het door het gezelschap aangegeven bedrag, met per optreden of sportbeoefening een maximum van € 163 vermenigvuldigd met het aantal leden van het gezelschap. **8.**