From 3203390a75a6e116d2888322d516f21b885c8a7f Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Thu, 8 Dec 2022 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2022-12-08 | BWBR0042578 | Regeling specifieke bepalingen CRD en CRR 2019 --- .../BWBR0042578/README.md | 93 +++++++++---------- 1 file changed, 43 insertions(+), 50 deletions(-) diff --git a/zbo/regeling-specifieke-bepalingen-crd-en-crr-2019/BWBR0042578/README.md b/zbo/regeling-specifieke-bepalingen-crd-en-crr-2019/BWBR0042578/README.md index 2896717fb78..4cb0afac014 100644 --- a/zbo/regeling-specifieke-bepalingen-crd-en-crr-2019/BWBR0042578/README.md +++ b/zbo/regeling-specifieke-bepalingen-crd-en-crr-2019/BWBR0042578/README.md @@ -1,14 +1,14 @@ --- -titel: Regeling specifieke bepalingen CRD en CRR 2019 +titel: Regeling specifieke bepalingen CRD en CRR bwb_id: BWBR0042578 type: zbo status: geldend datum_inwerkingtreding: '2019-10-01' bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0042578 -citeertitel: Regeling specifieke bepalingen CRD en CRR 2019 +citeertitel: Regeling specifieke bepalingen CRD en CRR --- -# Regeling specifieke bepalingen CRD en CRR 2019 +# Regeling specifieke bepalingen CRD en CRR ## Hoofdstuk 1. - Algemene bepalingen @@ -22,18 +22,24 @@ c) *CRR:* de Capital Requirements Regulation of verordening kapitaalvereisten, o d) *SSMR:* de Single Supervisory Mechanism Regulation, oftewel Verordening (EU) nr. 1024/2013 van de Raad van 15 oktober 2013 waarbij aan de Europese Centrale Bank specifieke taken worden opgedragen betreffende het beleid inzake het prudentieel toezicht op kredietinstellingen; e) *Wft:* de Wet op het financieel toezicht; f) *Bpr:* - Besluit prudentiële regels Wft. + Besluit prudentiële regels Wft; +g) * LCR DR: * de *Liquidity Coverage Ratio Delegated Regulation*, oftewel Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61 van de Commissie van 10 oktober 2014 ter aanvulling van Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot het liquiditeitsdekkingsvereiste voor kredietinstellingen. ### Artikel 1:2 -**1.** Voor de toepassing van Hoofdstuk 2 van deze regeling wordt onder bank verstaan: een bank als bedoeld in artikel 1:1 van de Wft; +**1.** + +Voor de toepassing van Hoofdstuk 2 van deze regeling wordt onder instelling verstaan: + +a. een bank, als bedoeld in artikel 1:1 van de Wft, met zetel in Nederland; +b. een beleggingsonderneming onder de verordening kapitaalvereisten als bedoeld in artikel 1:1 van de Wft. **2.** Voor de toepassing van Hoofdstuk 3 van deze regeling wordt onder instelling verstaan: -a) een bank als bedoeld in artikel 1:1 van de Wft die niet is aangemerkt als belangrijke kredietinstelling overeenkomstig artikel 6 lid 4 van de SSM Verordening; of -b) een beleggingsonderneming die beleggingsdiensten verleent of beleggingsactiviteiten verricht in Nederland. +a. een bank, als bedoeld in artikel 1:1 van de Wft, met zetel in Nederland die niet is aangemerkt als belangrijke kredietinstelling overeenkomstig artikel 6 lid 4 van de SSM Verordening; of +b. een beleggingsonderneming onder de verordening kapitaalvereisten als bedoeld in artikel 1:1 van de Wft. **3.** Hoofstuk 3 van deze regeling is van overeenkomstige toepassing op clearinginstellingen met zetel in Nederland en op clearinginstellingen met zetel in een niet-aangewezen staat die hun bedrijf uitoefenen vanuit in Nederland gelegen bijkantoren, tenzij de aard van de bepaling of de systematiek van deze regeling deze overeenkomstige toepassing uitsluit. @@ -45,11 +51,9 @@ Gemeenschappelijke regelingen als bedoeld in de Wet gemeenschappelijke regelinge ### Artikel 2:1 -**1.** Een bank met zetel in Nederland als bedoeld in artikel 3:62a, eerste lid, van de Wft, die naar het oordeel van DNB een dominante positie heeft in het financiële stelsel van Nederland of anderszins is blootgesteld aan systeemrisico's, als bedoeld in artikel 133 van de CRD, beschikt over een systeemrisicobuffer, als bedoeld in artikel 105, lid 1, aanhef en onderdeel d, van het Bpr. +**1.** Een instelling beschikt over een systeemrisicobuffer, als bedoeld in artikel 105, eerste lid 1, onderdeel d van het Bpr, wanneer dat naar het oordeel van DNB nodig is ter voorkoming of beperking van macroprudentiële of systeemrisico’s als bedoeld in artikel 133, eerste lid van de CRD. -**2.** Bij besluit van DNB wordt bepaald of het eerste lid op een bank van toepassing is en wat de hoogte is van de door deze bank aan te houden systeemrisicobuffer, uitgedrukt als percentage van het overeenkomstig artikel 92, lid 3 van de CRR berekende totaal van risicoposten. - -**3.** Een bank voldoet aan de verplichting ingevolge het tweede lid op basis van de geconsolideerde positie, overeenkomstig afdeling 2 van deel één van de CRR. De systeemrisicobuffer wordt aangehouden op het hoogste geconsolideerde niveau in Nederland. +**2.** Met inachtneming van artikel 133, vierde tot en met achtste lid van de CRD, besluit DNB op welke instellingen het eerste lid van toepassing is, op welk niveau en voor welke blootstellingen de systeemrisicobuffer geldt en wat de hoogte van de aan te houden buffer is. ### Artikel 2:2 @@ -69,7 +73,9 @@ Van de aldus berekende risicogewichten voor de individuele blootstellingen wordt ### Artikel 2:3 -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +**1.** DNB kan besluiten, met inachtneming van artikel 134 van de CRD en de relevante aanbevelingen van het Europees Comité voor systeemrisico’s, om een door een andere lidstaat vastgesteld systeemrisicobufferpercentage als bedoeld in artikel 133 van de CRD te erkennen en toe te passen op instellingen voor blootstellingen in de lidstaat waar dat bufferpercentage is vastgesteld. + +**2.** DNB kan besluiten om, met inachtneming van artikel 458, vijfde tot en met zevende lid, van de CRR en de relevante aanbevelingen van het Europees Comité voor systeemrisico’s, een door een andere lidstaat op basis van artikel 458 CRR vastgestelde maatregel te erkennen en toe te passen op instellingen die bijkantoren of blootstellingen hebben in de lidstaat waar die maatregel is vastgesteld. ## Hoofdstuk 3. Microprudentiële opties en discreties @@ -90,10 +96,10 @@ Instellingen passen met betrekking tot de in artikel 178, lid 1, onderdeel b) va In de context van artikel 178, lid 2, onderdeel d) van de CRR beoordelen instellingen de materialiteit van een achterstallige kredietverplichting met gebruik van de volgende drempelwaarde, die twee componenten bevat: -a. een grens in termen van de som van alle achterstallige bedragen verschuldigd door de debiteur aan de instelling, de moederonderneming van de instelling of een van haar dochterondernemingen (hierna: de ‘achterstallige kredietverplichting’), gelijk aan: +a. een grens in termen van de som van alle achterstallige bedragen verschuldigd door de debiteur aan de instelling, de moederonderneming van de instelling of een van haar dochterondernemingen (hierna: de ‘achterstallige kredietverplichting’), die gelijk is aan: -i. voor blootstellingen met betrekking tot particulieren, tot 100 EUR; -ii. voor andere blootstellingen dan blootstellingen met betrekking tot particulieren, tot 500 EUR; +i. 100 EUR voor blootstellingen met betrekking tot particulieren; +ii. 500 EUR voor andere blootstellingen dan blootstellingen met betrekking tot particulieren; b. een grens in termen van het bedrag van de achterstallige kredietverplichting in verhouding tot het totaalbedrag van alle blootstellingen binnen de balanstelling voor de instelling, de moederonderneming van de instelling of een van haar dochterondernemingen aan deze debiteur, met uitzondering van blootstellingen in aandelen, gelijk aan 1%. **2.** Voor instellingen die de definitie van wanbetaling vervat in artikel 178, lid 1, eerste alinea, onderdelen a) en b) van de CRR toepassen voor blootstellingen met betrekking tot particulieren op het niveau van een individuele kredietlijn, geldt de in lid 1 bedoelde drempelwaarde op het niveau van de individuele kredietlijn die aan de debiteur wordt verleend door de instelling, de moederonderneming van de instelling of een van haar dochterondernemingen. @@ -104,61 +110,48 @@ b. een grens in termen van het bedrag van de achterstallige kredietverplichting ### Artikel 3:4 -Instellingen gebruiken voor de in artikel 282, lid 6, van de CRR genoemde transacties de in artikel 274 van de CRR genoemde waardering tegen marktwaarde (mark-to-market) methode. - -### Artikel 3:5 - **1.** De volgende blootstellingen worden vrijgesteld van toepassing van de in artikel 395, lid 1 van de CRR genoemde limieten voor grote blootstellingen (grote posten), mits is voldaan aan de in artikel 400, lid 3 van de CRR gestelde voorwaarden: a) de in artikel 400, lid 2, onderdeel a) van de CRR opgesomde blootstellingen, ten belope van 80% van de nominale waarde van de gedekte obligaties; b) de in artikel 400, lid 2, onderdeel b) van de CRR opgesomde blootstellingen, ten belope van 80% van hun blootstellingswaarde; -c) de in artikel 400, lid 2, onderdeel c) van de CRR opgesomde blootstellingen die een instelling heeft ten aanzien van de in artikel 400, lid 2 van de CRR genoemde ondernemingen, en voor zover op die ondernemingen hetzelfde toezicht op geconsolideerde basis van toepassing is overeenkomstig de CRR, de richtlijn financiële conglomeraten, dan wel de in een derde land vigerende equivalente normen, en voor zover tevens is voldaan aan de voorwaarden in bijlage I; +c) de in artikel 400, lid 2, onderdeel c) van de CRR opgesomde blootstellingen die een instelling heeft ten aanzien van de in artikel 400, lid 2 van de CRR genoemde ondernemingen, voor zover deze ondernemingen zijn gevestigd in de Europese Unie en op die ondernemingen hetzelfde toezicht op geconsolideerde basis van toepassing is overeenkomstig de CRR, de richtlijn financiële conglomeraten, dan wel de in een derde land vigerende equivalente normen, en voor zover tevens is voldaan aan de voorwaarden in bijlage I; d) de in artikel 400, lid 2, onderdeel d) van de CRR opgesomde blootstellingen, en voor zover tevens voldaan is aan de voorwaarden in bijlage II; -e) de in artikel 400, lid 2, onderdelen e) tot en met h), j) en k) van de CRR opgesomde blootstellingen; +e) de in artikel 400, lid 2, onderdelen e) tot en met h) en j) tot en met l) van de CRR opgesomde blootstellingen, ten belope van het volledige bedrag van de blootstellingswaarde; f) de in artikel 400, lid 2, onderdeel i) van de CRR opgesomde vrijstellingen, tot het maximaal toegestane bedrag. **2.** Instellingen beoordelen of is voldaan aan de in artikel 400, lid 3 van de CRR gestelde voorwaarden, alsook aan de bijlagen I en II, voor zover van toepassing op de specifieke blootstelling. DNB kan te allen tijde deze beoordeling verifiëren en daartoe van instellingen verlangen dat zij de in bijlage I of II bedoelde documentatie indienen. +### Artikel 3:5 + +De volgende indexen kwalificeren als belangrijke aandelenindexen voor het bepalen van de omvang van aandelen die overeenkomstig artikel 12, lid 1, punt c), van de LCR DR als activa van niveau 2B kunnen worden aangemerkt: + +a) de in bijlage I bij Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1646 van de Commissie opgenomen indexen; +b) een niet in onderdeel a) opgenomen belangrijke aandelenindex in een lidstaat of in een derde land, die voor de toepassing van dit onderdeel als zodanig wordt aangemerkt door de bevoegde autoriteit van de betrokken lidstaat of overheidsinstantie van een derde land; +c) elke niet onder onderdelen a) of b) opgenomen belangrijke aandelenindex, bestaande uit vooraanstaande ondernemingen in het desbetreffende rechtsgebied. + ### Artikel 3:6 -**1.** Gelet op artikel 471, lid 1, van de CRR is het gedurende de periode van 1 januari 2018 tot en met 31 december 2018 toegestaan dat instellingen geen aftrek van deelnemingen in verzekeringsondernemingen, herverzekeringsondernemingen en verzekeringsholdings van tier 1-kernkapitaalbestanddelen toepassen, mits is voldaan aan de artikel 471, lid 1 van de CRR gestelde voorwaarden. +**1.** Instellingen die krachtens hun statuten om redenen van godsdienstige overtuiging niet in staat zijn om rentedragende activa aan te houden, kunnen bedrijfsschuldpapieren opnemen als activa van niveau 2B overeenkomstig alle in artikel 12, lid 1, onderdeel b) van de LCR DR vastgelegde voorwaarden. -**2.** Dit artikel is van toepassing onverminderd het bepaalde in artikel 49, lid 1, van de CRR. +**2.** Voor de in lid 1 bedoelde instellingen kan DNB periodiek het in lid 1 vastgelegde vereiste herzien en vrijstelling van artikel 12, lid 1, onderdeel b), ii) en iii), van de LCR DR verlenen, indien aan de in artikel 12, lid 3, van de LCR DR is voldaan. ### Artikel 3:7 -Gedurende de periode van 1 januari 2016 tot en met 31 december 2018 kunnen instellingen hun tier 1-kernkapitaal vermeerderen met het in artikel 473, lid 1 van de CRR bedoelde bedrag vermenigvuldigd met gebruik van de navolgende toepasselijke factor: +**1.** Tenzij DNB andere factoren voor vereiste stabiele financiering vaststelt, passen instellingen op blootstellingen buiten de balanstelling die niet in deel zes, titel IV, hoofdstuk 4, van de CRR worden genoemd en die binnen het toepassingsgebied van artikel 428 septdecies, lid 10, van de CRR vallen, factoren voor vereiste stabiele financiering toe die overeenstemmen met de uitstroompercentages die zij in het kader van artikel 23 van de LCR DR toepassen op gerelateerde producten en diensten in het liquiditeitsdekkingsvereiste. -a) 0,6 gedurende de periode van 1 januari tot en met 31 december 2016; -b) 0,4 gedurende de periode van 1 januari tot en met 31 december 2017; -c) 0,2 gedurende de periode van 1 januari tot en met 31 december 2018. +**2.** Instellingen die toestemming hebben ontvangen van DNB om het in deel zes, titel IV, hoofdstuk 5, van de CRR bedoelde vereenvoudigde nettostabielefinancieringsvereiste toe te passen, volgen de in het eerste lid gespecificeerde benadering bij de toepassing van artikel 428 quaterquadragies, lid 10 van de CRR. ### Artikel 3:8 -**1.** +**1.** Indien activa overeenkomstig artikel 11, lid 3 van Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad zijn afgescheiden en instellingen niet vrijelijk over dergelijke activa kunnen beschikken, beschouwen instellingen deze activa als bezwaard voor een periode die overeenkomt met de termijn van de verplichtingen jegens de cliënten van de instellingen waarop dat afscheidingsvereiste betrekking heeft. -Gelet op artikel 478, lid 3, onderdeel b) van de CRR worden voor wat betreft artikel 478, lid 2 de toepasselijke percentages als volgt vastgesteld: - -a) 80% gedurende de periode van 1 januari 2018 tot en met 31 december 2018; -b) 100% vanaf 1 januari 2019. - -**2.** Het in het eerste lid bepaalde is niet van toepassing op een instelling waarvoor op de datum van inwerkingtreding van deze regeling een door de Europese Commissie goedgekeurd herstructureringsplan geldt. - -**3.** Indien een binnen het bereik van lid 2 vallende instelling wordt verkregen door een andere instelling of met die instelling fuseert, zulks terwijl het herstructureringsplan nog in uitvoering is, zulks zonder wijzigingen inzake de prudentiële behandeling van uitgestelde belastingvorderingen, is de uitzondering zoals opgenomen lid 2 van toepassing op de verkrijgende instelling, de nieuwe uit de fusie resulterende instelling of op de instelling die de oorspronkelijke instelling incorporeert, op gelijke wijze zoals die van toepassing was op de verkregen, gefuseerde, of geïncorporeerde instelling. - -**4.** Indien de impact van de in lid 1 bedoelde aftrek onvoorzien toeneemt en DNB vaststelt dat die impact materieel is, mogen instellingen de toepassing van lid 1 achterwege laten. +**2.** Instellingen die toestemming hebben ontvangen van DNB om het in deel zes, titel IV, hoofdstuk 5, van de CRR bedoelde vereenvoudigde nettostabielefinancieringsvereiste toe te passen, volgen de in het eerste lid gespecificeerde benadering bij de toepassing van artikel 428 quinquesquadragies, lid 2, van de CRR. ### Artikel 3:9 -Gelet op artikel 486, lid 6 van de CRR zijn de toepasselijke percentages: - -a) 40% gedurende de periode van 1 januari 2018 tot en met 31 december 2018; -b) 30% gedurende de periode van 1 januari 2019 tot en met 31 december 2019; -c) 20% gedurende de periode van 1 januari 2020 tot en met 31 december 2020; -d) 10% gedurende de periode van 1 januari 2021 tot en met 31 december 2021; -e) 0% voor de periode vanaf 1 januari 2022. +Vervallen ## Hoofdstuk 4. - Slotbepalingen @@ -168,16 +161,16 @@ De Regeling specifieke bepalingen CRD IV en CRR (Stcrt. 2013, 35423) wordt inget ### Artikel 4:2 -Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling specifieke bepalingen CRD en CRR 2019. +Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling specifieke bepalingen CRD en CRR. ### Artikel 4:3 Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 oktober 2019. -## Bijlage I. Bij de Regeling specifieke bepalingen CRD en CRR 2019 +## Bijlage I. bij de Regeling specifieke bepalingen CRD en CRR -**Voorwaarden voor de beoordeling van een vrijstelling van de limiet voor grote blootstellingen, zulks overeenkomstig artikel 400, lid 2, onderdeel c) van de CRR en artikel 3:5 van deze regeling.** +*Voorwaarden voor de beoordeling van een vrijstelling van de limiet voor grote blootstellingen, overeenkomstig artikel 400, lid 2, onderdeel c) van de CRR en artikel 3:4 van deze regeling.* -## Bijlage II. Bij de Regeling specifieke bepalingen CRD en CRR 2019 +## Bijlage II. bij de Regeling specifieke bepalingen CRD en CRR -**Voorwaarden voor de beoordeling van een vrijstelling van de limiet voor grote blootstellingen, zulks overeenkomstig artikel 400, lid 2, onderdeel d) van de CRR en artikel 3:5 van deze regeling** +*Voorwaarden voor de beoordeling van een vrijstelling van de limiet voor grote blootstellingen, overeenkomstig artikel 400, lid 2, onderdeel d) van de CRR en artikel 3:4 van deze regeling.*