diff --git a/amvb/besluit-bovenwettelijke-uitkeringen-bij-werkloosheid-van-rechterlijke-ambtenaren/BWBR0011826/README.md b/amvb/besluit-bovenwettelijke-uitkeringen-bij-werkloosheid-van-rechterlijke-ambtenaren/BWBR0011826/README.md index b3f6b568c7a..c16e44a1c92 100644 --- a/amvb/besluit-bovenwettelijke-uitkeringen-bij-werkloosheid-van-rechterlijke-ambtenaren/BWBR0011826/README.md +++ b/amvb/besluit-bovenwettelijke-uitkeringen-bij-werkloosheid-van-rechterlijke-ambtenaren/BWBR0011826/README.md @@ -29,7 +29,7 @@ b. betrokkene: c. aanvullende uitkering: de aanvullende uitkering, bedoeld in Hoofdstuk 2; d. aansluitende uitkering: de aansluitende uitkering, bedoeld in Hoofdstuk 3; e. bovenwettelijke uitkering: aanvullende en aansluitende uitkering; -f. dagloon: het dagloon, bedoeld in de artikelen 44 tot en met 46 van de Werkloosheidswet, evenwel zonder toepassing van de maximum dagloongrens van artikel 9 van de Coördinatiewet Sociale Verzekering, verminderd met de tegemoetkoming van de werkgever strekkende tot betaling van de premie van een door of voor de betrokkene afgesloten particuliere ziektekostenverzekering; +f. dagloon: het dagloon, bedoeld in de artikelen 44 tot en met 46 van de Werkloosheidswet, evenwel zonder toepassing van de maximum loongrens, bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen met betrekking tot een loontijdvak van een dag, verminderd met de tegemoetkoming van de werkgever strekkende tot betaling van de premie van een door of voor de betrokkene afgesloten particuliere ziektekostenverzekering; g. pensioenreglement: het pensioenreglement Stichting Pensioenfonds ABP; h. minimumloon: het minimumloon, bedoeld in de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag; i. pensioen: het pensioen in de zin van het pensioenreglement; @@ -54,7 +54,9 @@ a. die op de dag van ontslag de leeftijd van 21 jaar nog niet heeft bereikt met b. die op de dag van ontslag 21 jaar oud is met een duur van 19,5% van de diensttijd en zo vervolgens per leeftijdsjaar opklimmend met 1,5%; c. die op de dag van ontslag 60 jaar of ouder is, met een duur gelijk aan 78% van de diensttijd. -**2.** De duur van de uitkering van betrokkene die ten tijde van het ontslag 55 jaar of ouder is en een diensttijd, voor zover geldig voor pensioen, van tenminste tien jaar heeft volbracht, wordt na afloop van de termijn, welke op basis van het eerste lid is toegekend, verlengd tot de eerste dag van de kalendermaand volgend op die waarin hij de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt. +**2.** Indien voor een betrokkene de duur van de uitkering, berekend op grond van het eerste lid, langer is dan de duur van zijn WW-uitkering, wordt dat verschil in duur met een maximum van twee jaar in mindering gebracht op de op grond van het eerste lid berekende duur van de uitkering. + +**3.** De duur van de uitkering van betrokkene die ten tijde van het ontslag 55 jaar of ouder is en een diensttijd, voor zover geldig voor pensioen, van tenminste tien jaar heeft volbracht, wordt na afloop van de termijn, welke op basis van het eerste en tweede lid is toegekend, verlengd tot de eerste dag van de kalendermaand volgend op die waarin hij de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt. ## Hoofdstuk 2. De aanvullende uitkering bij werkloosheid @@ -68,9 +70,9 @@ c. die op de dag van ontslag 60 jaar of ouder is, met een duur gelijk aan 78% va ### Artikel 4 -**1.** Indien de duur van de uitkering, berekend op basis van artikel 2, ten minste gelijk is aan de duur van de uitkering, berekend op basis van de artikelen 42, 49 dan wel 52g van de Werkloosheidswet, wordt de uitkering krachtens de Werkloosheidswet gedurende de eerste 12 maanden tot 80%, gedurende de daaropvolgende zes maanden tot 75% en gedurende de daaropvolgende periode tot 70% van het voor betrokkene geldende dagloon aangevuld. +**1.** Indien de duur van de uitkering, berekend op basis van artikel 2, ten minste gelijk is aan de duur van de uitkering, berekend op basis van artikel 42 of 52g van de Werkloosheidswet, wordt de uitkering krachtens de Werkloosheidswet gedurende de eerste 12 maanden tot 80%, gedurende de daaropvolgende zes maanden tot 75% en gedurende de daaropvolgende periode tot 70% van het voor betrokkene geldende dagloon aangevuld. -**2.** Indien de duur van de uitkering, berekend op basis van artikel 2, korter is dan de duur van de uitkering, berekend op basis van de artikelen 42, 49 dan wel 52g van de Werkloosheidswet, wordt de uitkering krachtens de artikelen 42 en 52g van de Werkloosheidswet gedurende de eerste twaalf maanden tot 80%, gedurende de daaropvolgende zes maanden tot 75% en vervolgens tot 70% aangevuld. Gedurende de vervolguitkering, bedoeld in artikel 49 van de Werkloosheidswet, wordt de uitkering krachtens de Werkloosheidswet tot 100% van het minimumloon aangevuld, met dien verstande dat dit nooit meer bedraagt dan 70% van het dagloon. +**2.** Indien de duur van de uitkering, berekend op basis van artikel 2, korter is dan de duur van de uitkering, berekend op basis van artikel 42 of 52g van de Werkloosheidswet, wordt de uitkering krachtens de artikelen 42 en 52g van de Werkloosheidswet gedurende de eerste twaalf maanden tot 80%, gedurende de daaropvolgende zes maanden tot 75% en vervolgens tot 70% aangevuld. **3.** Voor de toepassing van dit artikel wordt de uitkering krachtens de Werkloosheidswet steeds geacht door betrokkene onverminderd te zijn genoten. @@ -122,15 +124,15 @@ c. niet beschikbaar is om arbeid te aanvaarden in verband met een situatie als b ### Artikel 9 -De duur van de aansluitende uitkering is de op het moment van ontslag berekende uitkeringsduur op basis van artikel 2, eerste en tweede lid, verminderd met de ter zake van dat ontslag berekende uitkeringsduur krachtens de Werkloosheidswet. +De duur van de aansluitende uitkering is de op het moment van ontslag berekende uitkeringsduur op basis van artikel 2, verminderd met de ter zake van dat ontslag berekende uitkeringsduur krachtens de Werkloosheidswet. ### Artikel 10 -**1.** De aansluitende uitkering bedraagt voor de betrokkene gedurende de eerste twaalf maanden 80%, gedurende de daaropvolgende zes maanden 75%, en vervolgens 70% van het voor hem geldende dagloon. Gedurende de verlenging, bedoeld in artikel 2, tweede lid, is de uitkering gelijk aan 70% van het dagloon. +**1.** De aansluitende uitkering bedraagt voor de betrokkene gedurende de eerste twaalf maanden 80%, gedurende de daaropvolgende zes maanden 75%, en vervolgens 70% van het voor hem geldende dagloon. Gedurende de verlenging, bedoeld in artikel 2, derde lid, is de uitkering gelijk aan 70% van het dagloon. **2.** Bij de toepassing van het eerste lid wordt rekening gehouden met de termijn waarin betrokkene eerst recht heeft gehad op een aanvullende uitkering. -**3.** Ten aanzien van de hoogte van de aansluitende uitkering zijn de artikelen 45 en 47, tweede en derde lid, van de Werkloosheidswet en artikel 34 van de Invoeringswet stelselherziening sociale zekerheid en de daarop gebaseerde dagloonregels van toepassing. +**3.** Ten aanzien van de hoogte van de aansluitende uitkering zijn de artikelen 45 en 47, tweede en derde lid, van de Werkloosheidswet van toepassing. ### Artikel 11