2008-01-01 | BWBR0003229 | Ambtenarenreglement Staten-Generaal
This commit is contained in:
parent
d160a67efb
commit
322f80de0a
1 changed files with 9 additions and 58 deletions
|
|
@ -555,7 +555,7 @@ a. genoten vakantie;
|
|||
b. ziekte, voor zover de verhindering tot dienstverrichting korter duurt dan 26 weken, waarbij een hervatting van de dienstverrichting gedurende vier weken of minder geen nieuwe periode van 26 weken inluidt.
|
||||
c. zwangerschaps- en bevallingsverlof als bedoeld in artikel 62c, derde en vierde lid;
|
||||
d. verblijf in militaire dienst wegens herhalingsoefeningen;
|
||||
e. verlof verleend op basis van artikel 54, 56, 58, 59, 60, 62aa of 62ab van dit besluit;
|
||||
e. verlof verleend op basis van artikel 54, 56, 58, 60, 62aa of 62ab van dit besluit;
|
||||
f. het minder uren werken op basis van de in artikel 34c van dit besluit bedoelde regels.
|
||||
|
||||
**11.** In afwijking van het tiende lid, onder b, heeft de ambtenaar gedurende de periode dat artikel 75a, eerste lid, onderdeel i, q of r, toepassing vindt, geen aanspraak op vakantie.
|
||||
|
|
@ -686,7 +686,7 @@ c. de ambtenaar die uit hoofde van ziekte of ongeval verhinderd is dienst te ver
|
|||
|
||||
**1.** Aan de ambtenaar wordt in de gevallen en onder de voorwaarden genoemd in de volgende artikelen van deze paragraaf buitengewoon verlof verleend.
|
||||
|
||||
**2.** Onder zeer bijzondere persoonlijke omstandigheden als bedoeld in artikel 4:1 van de Wet arbeid en zorg worden in ieder geval begrepen de omstandigheden genoemd in de artikelen 59, 60 en 62b.
|
||||
**2.** Onder zeer bijzondere persoonlijke omstandigheden als bedoeld in artikel 4:1 van de Wet arbeid en zorg worden in ieder geval begrepen de omstandigheden genoemd in de artikelen 60 en 62b.
|
||||
|
||||
### Artikel 56
|
||||
|
||||
|
|
@ -729,9 +729,7 @@ c. aan leden van het hoofdbestuur van de Centrale van Middelbare en Hogere Funct
|
|||
|
||||
### Artikel 59
|
||||
|
||||
**1.** Tenzij de belangen van de dienst zich daartegen verzetten, wordt bij verhuizing buitengewoon verlof met behoud van volle bezoldiging verleend voor ten hoogste twee dagen per kalenderjaar, aan hen die een eigen huishouding hebben.
|
||||
|
||||
**2.** Het tot aanstellen bevoegd gezag kan regels vaststellen in aanvulling op of in afwijking van het eerste lid.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 60
|
||||
|
||||
|
|
@ -739,18 +737,15 @@ c. aan leden van het hoofdbestuur van de Centrale van Middelbare en Hogere Funct
|
|||
|
||||
Tenzij de belangen van de dienst zich daartegen verzetten, wordt aan de ambtenaar buitengewoon verlof met behoud van volle bezoldiging verleend:
|
||||
|
||||
a. bij zijn ondertrouw: één dag;
|
||||
b. bij zijn huwelijk: vier dagen;
|
||||
c. tot het bijwonen van een huwelijk van bloed- of aanverwanten in de eerste en tweede graad: één dag indien dit huwelijk wordt gesloten in zijn woon- of standplaats en ten hoogste twee dagen, indien dit huwelijk wordt gesloten buiten zijn woon- of standplaats;
|
||||
d. bij overlijden van:
|
||||
a. bij zijn huwelijk: twee dagen;
|
||||
b. tot het bijwonen van een huwelijk van bloed- of aanverwanten in de eerste en tweede graad: één dag;
|
||||
c. bij overlijden van:
|
||||
|
||||
1°. in artikel 62ab, tweede lid, genoemde personen: vier dagen;
|
||||
2°. bloed- of aanverwanten in de tweede graad: twee dagen;
|
||||
3°. bloed- of aanverwanten in de derde of vierde graad: ten hoogste één dag;
|
||||
1e. in artikel 62ab, tweede lid, genoemde personen: vier dagen;
|
||||
2e. bloed- of aanverwanten in de tweede graad: twee dagen, of, indien de ambtenaar is belast met de regeling van de lijkbezorging of van de nalatenschap dan wel van beide, ten hoogste vier dagen;
|
||||
|
||||
indien de ambtenaar is belast met de regeling van de lijkbezorging of van de nalatenschap dan wel van beide: ten hoogste vier dagen;
|
||||
e. bij bevalling van zijn echtgenote: ten hoogste twee dagen;
|
||||
f. bij zijn 25-, 40-, en 50-jarig ambts- of huwelijksjubileum en bij 25-, 40-, 50- en 60-jarig huwelijksjubileum van ouders, stiefouders, pleegouders, schoonouders of grootouders: één dag.
|
||||
d. bij bevalling van zijn echtgenote: ten hoogste twee dagen.
|
||||
|
||||
**2.** Voor de toepassing van dit artikel wordt onder huwelijk mede begrepen het sluiten van een samenlevingscontract als bedoeld in artikel 1, vierde lid, of het aangaan van een geregistreerd partnerschap.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1115,26 +1110,6 @@ a. met ingang van de dag waarop de ambtenaar ontslag is verleend;
|
|||
b. met ingang van de dag waarop de ambtenaar de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt; of
|
||||
c. met ingang van de dag volgende op die waarop de ambtenaar is overleden.
|
||||
|
||||
### Artikel 72b
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De ambtenaar, bedoeld in artikel 37a, tweede lid, die voor 1 januari 2011 is herplaatst, ontvangt bij voortdurende arbeidsongeschiktheid gedurende hoogstens vijf jaar een uitkering van 70% van het verschil tussen:
|
||||
|
||||
a. zijn bezoldiging, vermeerderd met de vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering zoals die zou zijn geweest op de dag voor zijn herplaatsing indien de ambtenaar op die dag niet ongeschikt zou zijn geweest tot werken, en
|
||||
b. zijn bezoldiging na herplaatsing verminderd met eventuele daarna volgende verhogingen op grond van artikel 7 van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984, en vermeerderd met de vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering.
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid heeft de ambtenaar die arbeidsongeschikt is geworden ten gevolge van een beroepsincident, ook nadat de termijn van vijf jaar is verstreken recht op een uitkering.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
De uitkering eindigt in ieder geval:
|
||||
|
||||
a. met ingang van de dag waarop de ambtenaar ontslag is verleend;
|
||||
b. met ingang van de dag volgend op die waarop de ambtenaar is overleden.
|
||||
|
||||
**4.** Bij eventuele samenloop van een recht op uitkering op grond van dit artikel en een recht op uitkering op grond van artikel 37a, derde of vierde lid, vervalt het laatstbedoelde recht.
|
||||
|
||||
### Artikel 73
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
|
@ -1204,30 +1179,6 @@ De artikelen 72, vierde lid, 72a, tweede tot en met vijfde lid, 73, 73a en 104,
|
|||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 75
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De ambtenaar en de gewezen ambtenaar hebben geen aanspraak op doorbetaling van de bezoldiging:
|
||||
|
||||
a) indien de ziekte is voorgewend, althans zodanig overdreven wordt voorgesteld, dat ongeschiktheid tot het verrichten van arbeid wegens ziekte niet kan worden aangenomen;
|
||||
b) indien de ambtenaar de ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte opzettelijk heeft veroorzaakt, tenzij hem daarvan op grond van zijn psychische toestand geen verwijt kan worden gemaakt;
|
||||
c) indien de ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte zich voordoet binnen een half jaar na het geneeskundig onderzoek, bedoeld in artikel 7, vierde lid, onderdeel b en blijkt dat de ambtenaar onjuiste informatie omtrent zijn gezondheidstoestand heeft verstrekt of gegevens heeft verzwegen, ten gevolge waarvan de verklaring van geschiktheid, de aan de desbetreffende functie verbonden werkzaamheden te verrichten, ten onrechte heeft plaatsgevonden, tenzij de ambtenaar aannemelijk maakt dat hij te goeder trouw heeft gehandeld.
|
||||
|
||||
**2.** De gewezen ambtenaar heeft geen aanspraak op doorbetaling van zijn laatstelijk genoten bezoldiging, indien hij op grond van een aanvaarde andere betrekking aanspraak kan maken op betaling van loon of bezoldiging, dan wel aanspraak kan maken op een ZW-uitkering.
|
||||
|
||||
### Artikel 75b
|
||||
|
||||
**1.** Het tot aanstelling bevoegde gezag is verplicht zo tijdig mogelijk zodanige maatregelen te treffen en voorschriften te geven als redelijkerwijs nodig is, opdat de ambtenaar die in verband met ongeschiktheid ten gevolge van ziekte verhinderd is zijn arbeid te verrichten, in staat wordt gesteld de eigen of andere passende arbeid te verrichten.
|
||||
|
||||
**2.** De maatregelen en voorschriften, bedoeld in het eerste lid, zijn gericht op duurzame reïntegratie in de eigen arbeid of in andere passende arbeid in de sector Rijk waarvan de voor die arbeid geldende salarisschaal niet meer dan twee schalen lager is dan de salarisschaal die voor de ambtenaar geldt en waarbij de resterende mogelijkheden van de ambtenaar volledig worden benut. Indien na overleg tussen het tot aanstelling bevoegde gezag en de ambtenaar vaststaat dat dergelijke arbeid niet voorhanden is, zullen de maatregelen en voorschriften zich richten op duurzame reïntegratie in andere passende arbeid, zo mogelijk binnen een van de overheidssectoren.
|
||||
|
||||
**3.** Zolang duurzame reïntegratie als bedoeld in het tweede lid niet mogelijk is, stelt het tot aanstelling bevoegde gezag de ambtenaar in de gelegenheid andere passende arbeid te verrichten.
|
||||
|
||||
**4.** Uit hoofde van zijn verplichting, bedoeld in het eerste lid, stelt het tot aanstelling bevoegde gezag in overeenstemming met de ambtenaar een plan van aanpak op als bedoeld in artikel 25, tweede lid, van de WIA. Het plan van aanpak wordt met medewerking van de ambtenaar regelmatig geëvalueerd en zo nodig bijgesteld.
|
||||
|
||||
**5.** De ambtenaar die van mening is dat het tot aanstelling bevoegde gezag de in het eerste lid bedoelde verplichtingen niet of onvoldoende nakomt, legt bij zijn verzoek tot nakoming aan het tot aanstelling bevoegde gezag een oordeel van het UWV als bedoeld in artikel 32, derde lid, onderdeel b, van de Wet SUWI over. Het tot aanstelling bevoegde gezag beslist binnen zes weken op het verzoek en deelt daarbij mee tot welke aanpassingen in de reïntegratie-inspanningen het verzoek hem aanleiding geeft.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf . Geen aanspraak op doorbetaling van de bezoldiging en de bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering
|
||||
|
||||
### Artikel 75
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue