2023-11-24 | BWBR0048958 | Besluit Fiscaal Bestuursrecht

This commit is contained in:
Coornhert 2023-11-24 12:00:00 +00:00
parent f4f39d7c50
commit 3265ba4166

View file

@ -22,10 +22,6 @@ Het Besluit Fiscaal Bestuursrecht is een verzamelbesluit met beleidsregels op he
Dit besluit vervangt het Besluit Fiscaal Bestuursrecht van 15 oktober 2021, nr. 2021-9584 (Stcrt. 2021, 44622), zoals gewijzigd bij besluit van 18 januari 2023, nr. 2023-26730 (Stcrt. 2023, 1519). Op 11 januari 2020 besloot de Minister van Financiën om Toeslagen en Douane een zelfstandige positie te geven als directoraat-generaal, naast het directoraat-generaal van de Belastingdienst waar zij tot dan toe onderdeel van uitmaakten. Het besluit is in lijn gebracht met deze ontvlechting. Dit heeft geleid tot technische aanpassingen in de paragrafen: 2, 5, 6, 11, 12, 19, 20, 21, 23, 24, 25, 27, 28 en 29 en een inhoudelijke aanpassing door lid 17 van paragraaf 23 te laten vervallen. Het vervallen van lid 17 heeft als gevolg dat het beleid verruimd wordt. Paragraaf 20 is vereenvoudigd. Bij het maken van afspraken met de inspecteur over de invulling van de bewaarplicht is het onderscheid tussen basisgegevens en overige gegevens in de praktijk niet langer van belang. Afgezien van enkele redactionele wijzigingen, is het besluit voor het overige niet gewijzigd.
Dit besluit is gewijzigd bij besluit van 21 december 2023, nr. 2023-26707 (Stcrt. 2023, 32829). Met ingang van 1 januari 2024 is in artikel 10ei van het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965 een regeling opgenomen voor het herzien van een beschikking 30%-regeling na afloop van de bezwaartermijn. Naar aanleiding van deze wijziging is een onderdeel d aan het vijfde lid van § 23 toegevoegd zodat het ambtshalve beleid ook geldt voor deze herziening.
Dit besluit is aanvullend gewijzigd bij besluit van 25 februari 2025, nr. 2024-31061, (Stcrt. 2025-7809). De wijzigingen betreffen de aanpassing van de paragrafen 2 en 24.
### 1.1. Gebruikte begrippen en afkortingen
| Adw | Algemene douanewet |
@ -49,12 +45,24 @@ Dit besluit is aanvullend gewijzigd bij besluit van 25 februari 2025, nr. 2024-
| Zvw | Zorgverzekeringswet |
| | |
## 2. Fiscaal uitvoeringsbeleid
## 2. Beleidsregels (
1. Onder het fiscale uitvoeringsbeleid vallen zowel beleidsregels in de zin van artikel 1:3, vierde lid, Awb als vaste gedragslijnen. Een beleidsbesluit is een beleidsregel in de zin van artikel 1:3, vierde lid, Awb en wordt bekendgemaakt door plaatsing in de Staatscourant.
2. Rechtsvragen die opkomen in het uitvoeringsproces worden door een zogenoemde kennisgroep voor de rechtstoepassing beantwoord. Een rechtsvraag is een vraag over de toepassing van het recht waarop in regelgeving en andere rechtsbronnen geen duidelijk en eenduidig antwoord te vinden is. Als de inspecteur wordt geconfronteerd met een rechtsvraag, dan legt hij die voor aan een kennisgroep. De inspecteur neemt het standpunt van de kennisgroep over. Een kennisgroepstandpunt is een voorbeeld van een vaste gedragslijn. Een standpunt van een kennisgroep wordt openbaar gemaakt via kennisgroepen.belastingdienst.nl.
3. De coördinatiegroep Accijns fungeert als kennisgroep van de Douane voor het recht op het gebied van de accijns- en de verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken. Een standpunt van deze kennisgroep wordt openbaar gemaakt via Douane.nl.
4. Behoudens bijzondere omstandigheden worden conceptbeleidsbesluiten ter beoordeling voorgelegd aan belangenorganisaties en vertegenwoordigers van belastingadviseurs en het bedrijfsleven.
1. Het fiscale uitvoeringsbeleid is de uitleg van het recht die door of namens de Staatssecretaris is vastgelegd in beleidsregels volgens artikel 1:3, vierde lid, Awb. Deze beleidsregels hebben generieke werking. Ze gelden voor alle belanghebbenden in gelijke omstandigheden. In het gangbare spraakgebruik is de publicatie van deze fiscale beleidsregels een 'beleidsbesluit'. De publicatie van de beleidsbesluiten vindt plaats met het oog op de rechtszekerheid. Een beleidsbesluit wordt gelijktijdig binnen en buiten de Belastingdienst en de Douane kenbaar gemaakt. De Belastingdienst en de Douane passen deze besluiten in verband met de rechtsgelijkheid landelijk uniform toe.
2. Het uitgangspunt is dat de uitleg van het recht naar aanleiding van een rechtsvraag wordt vastgelegd in een beleidsbesluit met generieke werking.
Een beleidsregel in een beleidsbesluit is het gevolg van een rechtsvraag. Een rechtsvraag is een individuele vraag die:
a. in het toezichtproces opkomt, en
b. waarop in wet, jurisprudentie en eerder vastgesteld uitvoeringsbeleid geen duidelijk en eenduidig antwoord is te vinden, en
c. waarbij het antwoord gevolgen kan hebben voor andere gevallen (precedentwerking) en daarom is op te vatten als nieuw beleid.
Heffing, inning, controle, vooroverleg en de behandeling van bezwaarschriften zijn de meest voorkomende voorbeelden van processen waarin rechtsvragen kunnen opkomen.
3. Als de inspecteur wordt geconfronteerd met een rechtsvraag dan legt hij deze vraag via de daarvoor voorgeschreven procedure voor aan een zogenoemde kennisgroep op het gebied van de rechtstoepassing. De inspecteur neemt het standpunt van de kennisgroep over. Deze interne procedure doet niet af aan de exclusieve verantwoordelijkheid van de inspecteur voor de tijdige beantwoording van, en het beslissen op, deze rechtsvraag.
4. In het algemeen vindt generieke vastlegging van de uitleg van het recht plaats in de vorm van een concept beleidsbesluit binnen zes weken nadat de inspecteur die de desbetreffende rechtsvraag behandelt, de uitleg voor zijn individuele geval van de kennisgroep heeft ontvangen.
In sommige gevallen maakt de complexiteit en/of noodzakelijke afstemming met Europese instanties het niet mogelijk binnen zes weken een kwalitatief volwaardig conceptbesluit te redigeren. Het streven is dan wel binnen dezelfde termijn kenbaar te maken, zowel binnen als buiten de Belastingdienst en de Douane, welke casuïstiek onderhanden is waarover nog geen beleidsbesluit kan worden vastgesteld.
5. Behoudens bijzondere omstandigheden leggen de Belastingdienst en de Douane conceptbesluiten ter beoordeling voor aan vertegenwoordigers van belastingadviseurs en het bedrijfsleven. Over de hierbij te volgen procedure zijn met de vertegenwoordigers afspraken gemaakt.
6. Om de mogelijkheden van nieuw fiscaal uitvoeringsbeleid te verkennen en mogelijk breder spelende rechtsvragen zo vroeg mogelijk te onderkennen, voeren de Belastingdienst en de Douane periodiek overleg met vertegenwoordigers van de belastingadviespraktijk. Naast de rechtsvragen uit het toezichtproces kan ook dit overleg tot nieuw fiscaal uitvoeringsbeleid leiden. Daarnaast kunnen ook onder meer antwoorden op Kamervragen, toepassingen van de hardheidsclausule en beslissingen ter voorkoming van dubbele belasting aanleiding zijn voor het vaststellen van fiscaal uitvoeringsbeleid.
## 3. Vooroverleg
@ -248,7 +256,6 @@ Deze bevoegdheden worden in dit besluit aangeduid met de term: vermindering of t
a. De vaststelling en herziening van verliesbeschikkingen. Ondanks dat de ambtshalve vastgestelde en herziene beschikkingen niet voor bezwaar vatbaar zijn, staan de wettelijke bepalingen niet aan verliesverrekening in de weg. Een aldus vastgesteld verlies kan ook worden verrekend met inkomens of belastbare winsten die gelegen zijn buiten de vijfjaarstermijn, zoals bedoeld in het negende lid van deze paragraaf.
b. De herziening van voorheffingenbeschikkingen, indien het bedrag van de beschikking tot een te laag bedrag is vastgesteld. Met dien verstande dat als voor het doen van aangifte uitstel is verleend, de vijfjaarstermijn, zoals bedoeld in het negende lid van deze paragraaf, met de duur van dit uitstel wordt verlengd (vgl. artikel 25b, derde lid, Wet Vpb). Ondanks dat het ambtshalve verhogen van een bedrag aan voort te wentelen voorheffingen geen voor bezwaar vatbare beschikking is, staat dit niet in de weg aan verrekening van de aldus voortgewentelde voorheffingen in latere jaren.
c. De vaststelling of herziening van voorheffingenbeschikkingen in de bijzondere situatie dat door verliesverrekening met een voorafgaand jaar het bedrag aan voort te wentelen voorheffingen in dat voorafgaande jaar niet dan wel tot een te laag bedrag is vastgesteld en dat voorafgaande jaar gelegen is buiten de hiervoor in onderdeel b bedoelde termijn. In dat geval kan de inspecteur het bedrag aan voort te wentelen voorheffingen in het voorafgaande jaar toch alsnog ambtshalve vaststellen dan wel verhogen. Ondanks dat het ambtshalve alsnog vaststellen of verhogen van een bedrag aan voort te wentelen voorheffingen geen voor bezwaar vatbare beschikking is, staat dit niet in de weg aan verrekening van de aldus voortgewentelde voorheffingen in latere jaren.
d. De herziening van beschikkingen 30%-regeling in het voordeel van belanghebbende als bedoeld in artikel 10ei, derde lid, van het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965. Waar in deze paragraaf wordt gesproken van vermindering of teruggaaf van belasting of het ambtshalve verminderen of teruggeven van belasting moet in dat geval worden gelezen: herziening, onderscheidenlijk het herzien, van de beschikking 30%-regeling. In afwijking van het negende lid vervalt de aldaar bedoelde termijn door verloop van vijf jaar na het einde van het kalenderjaar waarin de looptijd van de beschikking 30%-regeling eindigt dan wel zou eindigen volgens de nog af te geven herziene beschikking.
6. De inspecteur verleent geen vermindering of teruggaaf als een verzoek om vermindering of teruggaaf betrekking heeft op een belastingaanslag of een beschikking, waarvoor:
a. de vereiste aangifte niet is gedaan; of
@ -307,22 +314,40 @@ b. Als ik in een beleidsbesluit een bijzondere regeling heb getroffen, zoals bij
## 24. Geheimhoudingsplicht (
Verschoningsrecht
1. *Verschoningsrecht ambtenaar algemeen*
Een ambtenaar die door de rechter is opgeroepen om als getuige te verschijnen, heeft een verschoningsrecht voor alle gegevens die onder de fiscale geheimhoudingsplicht vallen (zie bijvoorbeeld artikel 218 van het Wetboek van Strafvordering en artikel 165 van het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering). De ambtenaar beroept zich op dat verschoningsrecht.
Een ambtenaar die door de rechter wordt opgeroepen om als getuige mededeling te doen over aangelegenheden die hem bekend zijn geworden bij de uitoefening van zijn werkzaamheden, moet voor de rechter verschijnen. Als voor hetgeen hem wordt gevraagd de geheimhoudingsplicht geldt, kan hij zich met een beroep op zijn wettelijke plicht tot geheimhouding op het verschoningsrecht beroepen. Daarbij geldt voor straf- en bestuursrechtelijke zaken dat in principe geen beroep op dat verschoningsrecht wordt gedaan. Het verschoningsrecht is neergelegd in artikel 165 van het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering en artikel 218 van het Wetboek van Strafvordering.
2. *Verschoningsrecht in straf- en bestuursrechtelijke zaken*
In de situatie dat er een bijzonder belang is om geen beroep op het verschoningsrecht te doen, kan een verzoek om ontheffing van de geheimhoudingsplicht worden ingediend. Uitsluitend na het verkrijgen van een ontheffing kan de ambtenaar overgaan tot het afleggen van een getuigenverklaring.
In strafzaken die enkel het gevolg zijn van het begaan van in de belastingwet of een andere wet strafbaar gestelde feiten waarvoor de inspecteur bevoegd is, geldt dat het afleggen van een getuigenis valt onder de uitvoering van die wet, zodat de geheimhoudingsplicht hier geen belemmering is.
Als de ambtenaar in zijn algemeenheid om zijn kennis of deskundigheid wordt gevraagd, dan valt die informatie niet onder zijn geheimhoudingsplicht.
2. *Verschoningsrecht in strafzaken*
Bij oproeping als getuige of deskundige in een straf- of bestuursrechtelijke zaak die niet (alleen) het gevolg is van het begaan van in de belastingwet of een andere wet strafbaar gestelde feiten waarvoor de inspecteur bevoegd is, doet de ambtenaar geen beroep op zijn verschoningsrecht als zijn kennis of deskundigheid wordt gevraagd ten aanzien van de verdachte(n) of betrokkene(n).
De geheimhoudingsplicht geldt niet in strafzaken die enkel het gevolg zijn van het begaan van een in de belastingwet of in een andere wet strafbaar gesteld feit waarvoor de inspecteur bevoegd is. De ambtenaar die is opgeroepen voor een getuigenverhoor in een strafzaak moet zich vooraf melden bij de contactambtenaar om zich over zijn positie als getuige voor te laten lichten.
3. *Verschoningsrecht in civiele en bestuursrechtelijke zaken*
Is echter (vooraf) duidelijk dat de bedoelde kennis of deskundigheid de belangen van derden raakt die niet bij de zaak zijn betrokken, dan wordt in overleg met de contactambtenaar besloten of de ambtenaar zich, voor zover het de belangen van de derden betreft, al dan niet moet beroepen op zijn verschoningsrecht. Is die ambtenaar een FIOD-medewerker, dan wordt in overleg met de algemeen directeur van de FIOD besloten of al dan niet een beroep op het verschoningsrecht wordt gedaan.
De ambtenaar van de Belastingdienst of de Douane die door de rechter is opgeroepen als getuige in een civiele of bestuursrechtelijke zaak, als getuige/deskundige in het buitenland of voor een rogatoire commissie moet zich vooraf melden bij Fiscale en Juridische Zaken of de afdeling Handhavingsbeleid van de Douane om zich over zijn positie als getuige voor te laten lichten.
4. *Ontheffing geheimhoudingsplicht bij een grensoverschrijdende ruling*
De ambtenaar die is opgeroepen voor een getuigenverhoor in een strafzaak moet zich vooraf melden bij de contactambtenaar.
3. *Verschoningsrecht in civiele zaken*
Bij de uitwisseling van informatie over een grensoverschrijdende ruling maakt de Belastingdienst gebruik van een standaardformulier. Indien en voor zover dit formulier door de inspecteur is ingevuld of aangevuld, keur ik waar nodig met toepassing van artikel 67, derde lid, AWR goed dat de inspecteur de aanvrager van de ruling op diens verzoek inzage geeft in het standaardformulier.
Een ambtenaar van de Belastingdienst of de Douane heeft jegens ieder ander een verschoningsrecht voor alle gegevens die onder de fiscale geheimhoudingsplicht vallen. De fiscale geheimhoudingsplicht vindt zijn rechtvaardiging in het algemeen belang. Het publiek (belastingplichtigen) moet niet van het verstrekken van inlichtingen en bescheiden aan de Belastingdienst of de Douane worden weerhouden door de vrees dat die gegevens voor andere doeleinden kunnen worden gebruikt dan voor een juiste en doelmatige uitvoering van de aan de Belastingdienst en de Douane opgedragen taken. Het doet er daarbij niet toe of de betrokken belastingplichtige toestemming heeft gegeven de gegevens verder te verstrekken. Met andere woorden: het algemeen belang bij de fiscale geheimhouding prevaleert boven het individuele belang van betrokkenen.
Een ambtenaar van de Belastingdienst of de Douane die als getuige in een civiele procedure wordt opgeroepen kan zich niet bij voorbaat, dus nog zonder dat hem vragen zijn gesteld, op zijn verschoningsrecht beroepen. Hij zal van vraag tot vraag moeten beoordelen of hij een antwoord kan geven zonder zijn fiscale geheimhoudingsplicht te schenden.
Bij vragen van organisatorische aard kan het verschoningsrecht niet snel met succes worden ingeroepen. Een vraag van organisatorische aard is bijvoorbeeld de vraag of er gesprekken tussen de Belastingdienst of de Douane en de belastingadviseur hebben plaatsgevonden.
Onder het verschoningsrecht vallen wel: de inhoud van de betrokken belastingaanslagen, de resultaten van enig door de inspecteur ter zake van die aanslagen ingesteld onderzoek en punten van geschil tussen belastingplichtige en de inspecteur.
In de situatie dat de (algemeen) directeur van mening is dat er een bijzonder belang is om geen beroep op het verschoningsrecht te doen en over te gaan tot het afleggen van een getuigenverklaring, wordt de zaak voorgelegd aan Fiscale en Juridische Zaken, onderscheidenlijk de afdeling Handhavingsbeleid van de Douane.
4. *Verschoningsrecht in het buitenland of bij een rogatoire commissie hier te lande*
Bij een oproep om als getuige/deskundige in het buitenland of bij een rogatoire commissie hier te lande te verschijnen dient de betrokken ambtenaar contact op te nemen met Fiscale en Juridische Zaken, onderscheidenlijk de afdeling Handhavingsbeleid van de Douane.
Ontheffing geheimhoudingsplicht
*Ontheffing geheimhoudingsplicht voor inzage standaardformulier*
Bij de uitwisseling van informatie over een grensoverschrijdende ruling maakt de Belastingdienst gebruik van een standaardformulier. Indien en voor zover dit formulier door de inspecteur is ingevuld of aangevuld, keur ik waar nodig met toepassing van artikel 67, derde lid, AWR goed dat de inspecteur de aanvrager van de ruling op diens verzoek inzage geeft in het standaardformulier.
## 25. Rapport verzending documenten Belastingdienst