2015-01-01 | BWBR0002844 | Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945
This commit is contained in:
parent
468bac55c0
commit
3275533348
1 changed files with 8 additions and 9 deletions
|
|
@ -166,8 +166,8 @@ c. uit het laatstelijk voor de vervolging door hem uitgeoefende beroep of bedrij
|
|||
|
||||
De in de vorige leden bedoelde grondslag wordt bepaald op:
|
||||
|
||||
a. tenminste een bedrag van € 1.867,87 per maand per 1 juli 1976 per 1 juli 2014: € 2.058,58 en
|
||||
b. ten hoogste een bedrag van € 3.877,64 per maand per 1 juli 1976 per 1 juli 2014: € 4.273,61.
|
||||
a. tenminste een bedrag van € 1.867,87 per maand per 1 juli 1976 per 1 januari 2015: € 2.067,64 en
|
||||
b. ten hoogste een bedrag van € 3.877,64 per maand per 1 juli 1976 per 1 januari 2015: € 4.292,41.
|
||||
|
||||
**8.** Bij algemene maatregel van bestuur wordt bepaald wat onder inkomen uit arbeid in beroep of bedrijf, als bedoeld in het tweede lid, moet worden verstaan.
|
||||
|
||||
|
|
@ -187,8 +187,8 @@ a. 85% voor de gehuwde vervolgde, tenzij het bepaalde onder b van toepassing is;
|
|||
b. 75% voor de gehuwde vervolgde, indien het inkomen van de echtgenoot, inkomsten uit vermogen daaronder niet begrepen, meer bedraagt dan 30% van het bedrag, bedoeld in artikel 8, zevende lid, onder b;
|
||||
c. 80% voor de ongehuwde vervolgde met minderjarige kinderen;
|
||||
d. 75% voor de alleenstaande vervolgde;
|
||||
e. 75% voor de weduwe en de weduwnaar van de vervolgde met minderjarige kinderen, met dien verstande dat de uitkering ten hoogste wordt bepaald op een bedrag van € 2.533,89 per maand per 1 juli 1976 per 1 juli 2014: € 2.792,62;
|
||||
f. 70% voor de weduwe en de weduwnaar van de vervolgde zonder minderjarige kinderen, met dien verstande dat de uitkering ten hoogste wordt bepaald op een bedrag van € 2.357,75 per maand per 1 juli 1976 per 1 juli 2014: € 2.598,52.
|
||||
e. 75% voor de weduwe en de weduwnaar van de vervolgde met minderjarige kinderen, met dien verstande dat de uitkering ten hoogste wordt bepaald op een bedrag van € 2.533,89 per maand per 1 juli 1976 per 1 januari 2015: € 2.804,91;
|
||||
f. 70% voor de weduwe en de weduwnaar van de vervolgde zonder minderjarige kinderen, met dien verstande dat de uitkering ten hoogste wordt bepaald op een bedrag van € 2.357,75 per maand per 1 juli 1976 per 1 januari 2015: € 2.609,95.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -242,7 +242,7 @@ b. bij het door de gerechtigde bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd, bed
|
|||
c. bij veranderingen in de gezinssituatie van de gerechtigde, of
|
||||
d. indien de Sociale verzekeringsbank van oordeel is dat het niet herzien van het vastgestelde bedrag gelet op het belang dat dit artikel beoogt te beschermen zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.
|
||||
|
||||
**5.** Indien de in het eerste lid bedoelde kosten van verpleging of verzorging met toepassing van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten worden betaald en de uitkeringsgerechtigde in die kosten een eigen bijdrage verschuldigd is, wordt op de overeenkomstig het eerste lid vastgestelde uitkering een toeslag verleend gelijk aan het bedrag van de eigen bijdrage.
|
||||
**5.** Indien de in het eerste lid bedoelde kosten van verpleging of verzorging met toepassing van de Wet langdurige zorg worden betaald en de uitkeringsgerechtigde in die kosten een eigen bijdrage verschuldigd is, wordt op de overeenkomstig het eerste lid vastgestelde uitkering een toeslag verleend gelijk aan het bedrag van de eigen bijdrage.
|
||||
|
||||
**6.** Op de overeenkomstig het eerste tot en met derde en vijfde lid vastgestelde uitkering worden in mindering gebracht de inkomsten van de uitkeringsgerechtigde en van zijn echtgenoot. De inkomsten uit vermogen worden berekend overeenkomstig het bepaalde in artikel 19, vijfde en negende lid.
|
||||
|
||||
|
|
@ -278,8 +278,7 @@ d. indien de Sociale verzekeringsbank van oordeel is dat het niet herzien van he
|
|||
Op de in artikel 10 bedoelde uitkering wordt, indien de uitkeringsgerechtigde de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, heeft bereikt, een toeslag verleend. Deze toeslag bedraagt:
|
||||
|
||||
a. voor de gehuwde uitkeringsgerechtigde 60% van het bedrag van het bruto-ouderdomspensioen voor de pensioengerechtigde, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder b, van de Algemene Ouderdomswet, vermeerderd met de vakantie-uitkering, bedoeld in artikel 29 van die wet;
|
||||
b. voor de ongehuwde uitkeringsgerechtigde, die tevens een pensioengerechtigde is als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder c, van de Algemene Ouderdomswet, 20% van het bedrag van het bruto-ouderdomspensioen voor de pensioengerechtigde, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder c, van die wet, vermeerderd met de vakantie-uitkering, bedoeld in artikel 29 van die wet;
|
||||
c. voor de ongehuwde uitkeringsgerechtigde, anders dan die, bedoeld onder b, 20% van het bedrag van het bruto-ouderdomspensioen voor de pensioengerechtigde, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a, van de Algemene Ouderdomswet, vermeerderd met de vakantie-uitkering, bedoeld in artikel 29 van die wet.
|
||||
b. voor de ongehuwde uitkeringsgerechtigde 20% van het bedrag van het bruto-ouderdomspensioen voor de pensioengerechtigde, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a, van de Algemene Ouderdomswet, vermeerderd met de vakantie-uitkering, bedoeld in artikel 29 van die wet.
|
||||
|
||||
**2.** De in het eerste lid bedoelde toeslag wordt niet verleend aan de gehuwde uitkeringsgerechtigde, van wie de echtgenoot recht heeft op enig pensioen en ten aanzien van wie artikel 19, achtste lid, wordt toegepast.
|
||||
|
||||
|
|
@ -330,7 +329,7 @@ d. de overige inkomsten, met uitzondering van inkomsten van de echtgenoot van de
|
|||
|
||||
**4.** Indien toepassing is gegeven aan artikel 11 worden de inkomsten uit arbeid in beroep of bedrijf in mindering gebracht voorzover de som van de uitkering en die inkomsten de grondslag, bedoeld in artikel 8, overtreft.
|
||||
|
||||
**5.** De inkomsten uit vermogen, bedoeld in het eerste lid, onder c, worden berekend naar het vermogen dat de uitkeringsgerechtigde en zijn echtgenoot op het tijdstip van de aanvraag, bedoeld in artikel 30, bezitten. Deze inkomsten worden op jaarbasis bepaald op een percentage van dat vermogen dat gelijk is aan het forfaitaire rendementspercentage, genoemd in artikel 5.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001, met dien verstande dat van het aldus berekende bedrag f 1428 per 1 januari 2014: € 850,63 per jaar wordt vrijgelaten.
|
||||
**5.** De inkomsten uit vermogen, bedoeld in het eerste lid, onder c, worden berekend naar het vermogen dat de uitkeringsgerechtigde en zijn echtgenoot op het tijdstip van de aanvraag, bedoeld in artikel 30, bezitten. Deze inkomsten worden op jaarbasis bepaald op een percentage van dat vermogen dat gelijk is aan het forfaitaire rendementspercentage, genoemd in artikel 5.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001, met dien verstande dat van het aldus berekende bedrag f 1428 per 1 januari 2015: € 859,57 per jaar wordt vrijgelaten.
|
||||
|
||||
**6.** Bij bedrijfsbeëindiging vindt het bepaalde in het eerste lid, onder *c* en het vijfde lid, van dat tijdstip af overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
|
|
@ -729,7 +728,7 @@ Eenmalige uitkeringen op grond van wettelijke voorzieningen, verstrekt voor hetz
|
|||
|
||||
### Artikel 60a
|
||||
|
||||
Indien aan de uitkeringsgerechtigde, in afwachting van de toekenning van een uitkering, vergoeding of tegemoetkoming ingevolge deze wet, door burgemeester en wethouders een uitkering is verleend krachtens de Wet werk en bijstand, wordt de uitkering, vergoeding of tegemoetkoming ingevolge deze wet verminderd met de kosten van bijstand, welke voor overeenkomstige voorzieningen zijn gemaakt over dezelfde periode waarover de uitkering, vergoeding of tegemoetkoming wordt verleend, terwijl de som welke in mindering wordt gebracht, wordt uitbetaald aan de betrokken gemeente.
|
||||
Indien aan de uitkeringsgerechtigde, in afwachting van de toekenning van een uitkering, vergoeding of tegemoetkoming ingevolge deze wet, door burgemeester en wethouders een uitkering is verleend krachtens de Participatiewet, wordt de uitkering, vergoeding of tegemoetkoming ingevolge deze wet verminderd met de kosten van bijstand, welke voor overeenkomstige voorzieningen zijn gemaakt over dezelfde periode waarover de uitkering, vergoeding of tegemoetkoming wordt verleend, terwijl de som welke in mindering wordt gebracht, wordt uitbetaald aan de betrokken gemeente.
|
||||
|
||||
### Artikel 61
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue