2017-10-20 | BWBR0035935 | Omzetbelasting, administratieve-, facturerings- en andere verplichtingen

This commit is contained in:
Coornhert 2017-10-20 12:00:00 +00:00
parent ede9c1df38
commit 32d972b76e

View file

@ -16,6 +16,8 @@ citeertitel: Omzetbelasting, administratieve-, facturerings- en andere verplicht
besluit van 27 juni 2012
*, nr. BLKB/2012/477M over de administratieve-, facturerings- en andere verplichtingen op het gebied van de omzetbelasting. Daarnaast is een aantal redactionele aanpassingen doorgevoerd.*
Dit besluit werd gewijzigd bij besluit van 10 oktober 2017, nr. BLKB2017/7366, (Stcrt. 2017, 59187). De wijziging betreft de onderdelen 3.2.3, 3.2.4, 3.2.5.1, 3.3.5, 3.3.7, 3.3.8, 3.5.1, 3.5.2 en 5 van vorengenoemd besluit. In de onderdelen 3.2.5.1, 3.3.5, 3.5.1 en 3.5.2 zijn tekstuele wijzigingen aangebracht. In onderdeel 3.2.3 is onderdeel 3.2.3.1 toegevoegd dat beschrijft wanneer het is toegestaan dat prestaties van meerdere ondernemers op één factuur worden vermeld. In onderdeel 3.2.4 is het arrest van de HR van 25 november 2016, nr. 15/02183, verwerkt en onderdeel 3.2.4 is aangepast in die zin dat wordt goedgekeurd dat de transactieoverzichten van reizen die met gebruikmaking van een OV-chipkaart zijn gemaakt, worden aangemerkt als een vervoerbewijs als bedoeld in artikel 33, eerste lid, onderdeel a, van de beschikking. In onderdeel 3.3.7 is verduidelijkt dat uit Europese jurisprudentie volgt dat het recht op aftrek niet mag worden geweigerd met als enige reden dat een factuur niet voldoet aan de formele vereisten. Daarbij wordt verwezen naar de arresten van het HvJ EU van 15 september 2016, nr. C-516/14, zaak Barlis 06 en nr. C-518/14, zaak Senatex. De goedkeuring in onderdeel 3.3.7 is hierdoor overbodig en wordt ingetrokken. In onderdeel 3.3.8 is onderdeel 3.3.8.4 toegevoegd dat uitleg geeft over de btw-behandeling van de boedelbijdrage. Onderdeel 5 is aangepast in die zin dat met ingang van 1 januari 2016 de drempel voor een maandelijkse opgaaf ICL is verlaagd naar € 50.000.
## 1. Inleiding
Dit besluit bevat beleidsregels en goedkeuringen op het terrein van de administratieve-, facturerings- en andere verplichtingen voor de omzetbelasting. De in dit besluit opgenomen beleidsregels vormen een aanvulling op Hoofdstuk VI, afdeling 4 van de Wet op de omzetbelasting 1968 en de algemene administratieverplichtingen in hoofdstuk VIII, afdeling 2, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen.
@ -150,9 +152,25 @@ c. de factuur voldoet aan alle in of krachtens de wet gestelde eisen.
Het is aan de leverancier om maatregelen te treffen om vast te kunnen stellen of de voor hem uitgereikte facturen conform de wet- en regelgeving juist, volledig en tijdig zijn. Wordt bij selfbilling of outsourcing een te hoog bedrag aan btw op de factuur vermeld dan is de leverancier die belasting verschuldigd op grond van artikel 37 van de wet. De leverancier is verantwoordelijk voor de voldoening van de vermelde btw; dit geldt ook als hij geen kennis heeft kunnen nemen van het bestaan of de inhoud van een factuur of als de overeenkomst tussen leverancier en afnemer niet voorziet in het afleggen van een verantwoording.
##### 3.2.3.1. Prestaties meerdere ondernemers op één factuur
In beginsel moet iedere ondernemer die een prestatie verricht zelf een factuur uitreiken. Het komt in de praktijk voor dat ondernemers overeenkomen dat hun afzonderlijke prestaties door één van de betrokken ondernemer op één bescheid in rekening wordt gebracht. Een dergelijk bescheid dat de prestaties van verschillende ondernemers bevat, kan voor de btw alleen dienen als factuur als dit bescheid alle vermeldingen bevat die anders op de afzonderlijke uit te reiken facturen zouden moeten worden vermeld. De ondernemer die een dergelijke factuur uitreikt, doet dat dan mede namens de andere betrokken ondernemer(s). In dat geval zijn alle op de factuur vermelde ondernemers zelfstandig verantwoordelijk voor de btw-verplichtingen voor zover die op hen van toepassing zijn.
#### 3.2.4. Vorm van de factuur
Alle bescheiden die in het economische verkeer de functie van een factuur hebben, zijn een factuur. Het maakt niet uit onder welke benaming (nota, kwitantie of bon) de bescheiden worden uitgereikt. Bij transacties in onroerende zaken maakt de notaris vaak de factuur op. Daarbij kan de notariële akte de factuur zijn als aan alle vereisten is voldaan die worden gesteld aan een factuur1Gerechtshof 28 november 2011, nr. 09/00007, ECLI:NL:GHSHE:2011:BV1514.. De zogenoemde notarisafrekening kan voor de levering van onroerende zaken niet als factuur fungeren.
Alle bescheiden die in het economische verkeer de functie van een factuur hebben, zijn een factuur. Het maakt niet uit onder welke benaming (nota, kwitantie, bon, notariële akte of notariële afrekening) de bescheiden worden uitgereikt. Uit het arrest van de Hoge Raad van 25 november 2016, nr. 15/02183, ECLI:NL:HR:2016:2664 volgt dat alleen sprake kan zijn van een factuur als het een bescheid betreft waarop de betaling van een bedrag wordt gevorderd en het overigens alle vereiste factuurgegevens bevat.1Dit brengt mee dat de arresten van de arresten van de Hoge Raad van 7 november 1984, nr. 22228 en 1 november 1989, nr. 26127 zijn achterhaald..
Voor het vervoer van personen per openbare vervoermiddelen of taxi wordt het vervoerbewijs aangemerkt als factuur (artikel 35a van de wet jo. artikel 33, eerste lid, onderdeel a, van de beschikking). Met de invoering van de OV-chipkaart (en vergelijkbare kaarten waarmee op saldo kan worden gereisd) zijn echter de fysieke vervoersbewijzen voor een groot deel verdwenen. Op grond van artikel 63 AWR keur ik het volgende goed.
Ik keur goed dat de transactieoverzichten van reizen die met gebruikmaking van een OV-chipkaart (en vergelijkbare kaarten waarmee op saldo kan worden gereisd) zijn gemaakt, worden aangemerkt als vervoerbewijzen als bedoeld in artikel 33, eerste lid, onderdeel a, van de beschikking.
Aan deze goedkeuring verbind ik de volgende voorwaarden. Op een transactieoverzicht dient tenminste te worden vermeld:
de datum van uitreiking;
de identiteit van de presterende ondernemer;
de datum waarop de vervoersdiensten zijn verricht;
het afgelegde traject; en
het te betalen btw-bedrag of de gegevens aan de hand waarvan het btw-bedrag kan worden berekend. Dit kan bijvoorbeeld door vermelding van de totaalprijs inclusief 6% btw.
Ieder document of bericht dat wijzigingen aanbrengt in en specifiek en ondubbelzinnig verwijst naar de oorspronkelijke factuur geldt als factuur (artikel 34f van de wet).
@ -166,8 +184,7 @@ Bij de tussentijdse overdracht van een verhuurde onroerende zaak door de oude ve
Dit betekent het volgende:
bij de verrekening van de huurtermijnen blijven de oorspronkelijke facturen en de btw-voldoening door de oude eigenaar in stand;
bij de oude eigenaar blijft herziening achterwege van de belasting die hij heeft voldaan over de huurtermijnen die hij heeft ontvangen ná de levering van de onroerende zaak. De oude eigenaar heeft voor de belasting die hij heeft voldaan over de huurtermijnen geen recht op teruggaaf op grond van artikel 29, eerste lid, van de wet.
bij de verrekening van de huurtermijnen blijven de oorspronkelijke facturen en de btw-voldoening door de oude eigenaar/verhuurder in stand. Er is geen sprake van vermindering van de huurtermijnen, maar van de onderlinge verrekening van de huuropbrengst. Om die reden blijft bij de oude eigenaar/verhuurder herziening achterwege van de belasting die hij heeft voldaan over de huurtermijnen die hij heeft ontvangen na de levering van de onroerende zaak. De oude eigenaar/verhuurder heeft voor de belasting die hij heeft voldaan over de (delen van de) huurtermijnen die hij in het kader van de verrekening aan de nieuwe eigenaar/verhuurder heeft doen toekomen, geen recht op teruggaaf op grond van artikel 29, eerste lid, van de wet.
##### 3.2.5.2. Facturering op verzoek
@ -221,7 +238,7 @@ De ondernemer moet in de factuur een aanduiding opnemen als:
Als geen specifieke aanduiding is vereist, kan de aanduiding bestaan uit een verwijzing naar de desbetreffende bepaling in de wet of de btw-richtlijn. Het moet voor de afnemer en de Belastingdienst duidelijk zijn welk belastingregime de leverancier toepast. De fiscale verplichtingen van de afnemer zijn daarvan immers afhankelijk. De aanduiding moet voldoende specifiek zijn en mag niet alleen bestaan uit de vermelding nultarief of vrijstelling. Bij een op grond van artikel 11 van de wet vrijgestelde prestatie is het voldoende als uit de omschrijving van de prestatie op de factuur buiten twijfel blijkt welke vrijstelling van toepassing is.
De factuur kan in een andere taal dan het Nederlands worden opgesteld. Wanneer voor controledoeleinden noodzakelijk, kan de inspecteur een vertaling in het Nederlands eisen van niet (volledig) in het Nederlands opgestelde facturen betreffende in Nederland verrichte prestaties of facturen uitgereikt door in Nederland gevestigde ondernemers (artikel 35a, vijfde lid, van de wet).
De factuur kan in een andere taal dan het Nederlands worden opgesteld. Wanneer voor controledoeleinden noodzakelijk, kan de inspecteur een vertaling in het Nederlands eisen van niet (volledig) in het Nederlands opgestelde facturen betreffende in Nederland verrichte prestaties of facturen uitgereikt of ontvangen door in Nederland gevestigde ondernemers (artikel 35a, vijfde lid, van de wet).
Bij de gebruikelijke intracommunautaire ABC-levering verkoopt A een goed aan B en B verkoopt dat goed aan C. A levert het goed rechtstreeks aan C. Als het vervoer plaatsvindt in het kader van de levering A-B moet B zich registreren in het land van C en daar aangifte doen. Deze registratie en btw-aangifte zijn niet nodig bij een vereenvoudigde ABC-levering. Op grond van praktische overwegingen en voor zover nodig op grond van artikel 63 van de AWR, keur ik het volgende goed.
@ -240,17 +257,15 @@ Op een vereenvoudigde factuur moeten in ieder geval worden vermeld de datum van
#### 3.3.7. Gebreken in de factuur
Het kan voorkomen dat een factuur niet volledig voldoet aan de wettelijke eisen maar dat het doen uitreiken van een verbeterde of aanvullende factuur tot een onevenredige lastenverzwaring zou leiden.
Het komt voor dat een factuur niet volledig voldoet aan de wettelijke eisen en dat aftrek van btw wordt geweigerd. Uit Europese jurisprudentie2HvJ EU 15 september 2016, nr. C-516/14, zaak Barlis 06, ECLI:EU:2016:690 en HvJ EU 15 september 2016, nr. C-518/14, zaak Senatex GmbH, ECLI:EU:2016:691. volgt dat het recht op aftrek van btw niet mag worden geweigerd om reden dat een factuur niet voldoet aan alle formele vereisten indien alle gegevens die nodig zijn om na te gaan of is voldaan aan de materiële voorwaarden voor uitoefening van de aftrek van btw voorhanden zijn. Bij de beoordeling van de materiële voorwaarden moet rekening worden gehouden met aanvullende informatie die door de ondernemer wordt verstrekt.
Op grond van een redelijke wetstoepassing en voor zover nodig op grond van artikel 63 van de AWR, keur ik het volgende goed. Deze goedkeuring laat onverlet dat het niet (volledig) voldoen aan de wettelijke factuureisen een verzuim van de presterende ondernemer vormt, ter zake waarvan een verzuimboete opgelegd kan worden (artikel 67ca, eerste lid, onderdeel e, van de AWR).
Ik keur onder voorwaarden goed dat de aftrek van btw is toegestaan als die btw is vermeld op een factuur die niet volledig aan de wettelijke eisen voldoet, maar alleen als het lichte gebreken betreft. Er is sprake van een licht gebrek als de inspecteur, op basis van de (gegevens op de) factuur constateert dat, ondanks het gebrek op de factuur, voldaan wordt aan de materiële voorwaarden voor de aftrek.
De goedkeuring geldt niet als:
De aftrek van btw wordt alsnog geweigerd als:
a. degene die de factuur heeft uitgereikt de daarop vermelde btw of enige andere in verband met de prestatie verschuldigde belasting geheel of gedeeltelijk niet heeft voldaan, terwijl degene die de factuur heeft ontvangen dat wist of redelijkerwijze moest vermoeden en daarvan direct profijt heeft gehad dan wel invloed heeft gehad op het fiscaal laakbare handelen van degene die de factuur heeft uitgereikt; of
b. het geheel van feiten en omstandigheden de conclusie rechtvaardigt dat doel en strekking van de desbetreffende wettelijke bepalingen zou worden miskend als de aftrek van de btw zou worden toegestaan.
Ondanks het feit dat het recht op aftrek niet mag worden beperkt door een formeel factuurgebrek, laat onverlet dat het niet voldoen aan de wettelijk factuureisen een verzuim van de presterende ondernemer vormt, ter zake waarvan een verzuimboete kan worden opgelegd (zie artikel 67ca, eerste lid, onderdeel e, van de AWR).
#### 3.3.8. Bijzondere regelingen
##### 3.3.8.1. Facturering door nutsbedrijven
@ -294,6 +309,12 @@ Ik keur goed dat als commissariaten worden vervuld door een persoon die zijn ber
Toepassing van deze goedkeuring is alleen toegestaan als de maatschap de facturen opneemt in haar administratie. De goedkeuring heeft geen gevolgen voor de verschuldigdheid van de belasting door de maatschap.
##### 3.3.8.4. Btw-behandeling van de boedelbijdrage
Een boedelbijdrage is een vergoeding die wordt betaald aan de faillissementscurator voor werkzaamheden die hij uitvoert voor derde eigenaren/separatisten (hypotheekhouders, pandhouders, partijen die een eigendomsvoorbehoud hebben, etc.). De strekking achter de boedelbijdrage is dat de kosten die de boedel moet maken omdat een schuldeiser zijn rechten als separatist wil uitoefenen, niet ten laste van de andere schuldeisers in het faillissement komen.
Als er een rechtstreeks verband bestaat tussen de betaling door de separatist en de handelingen verricht door de curator ter zake van de uitwinning van een verpande of verhypothekeerde zaak dan kan de boedelbijdrage belast zijn met btw. De vraag of de boedelbijdrage belast is met btw moet beantwoord worden vanuit de failliete boedel en dus vanuit de gefailleerde. De boedelbijdrage is belast als de gefailleerde ondernemer is voor de btw en de verrichte dienst niet gerelateerd is aan zijn privévermogen. De vergoeding is steeds onbelast als de gefailleerde geen ondernemer is voor de btw.
### 3.4. Elektronisch factureren
#### 3.4.1. Algemeen
@ -327,19 +348,19 @@ Iedere ondernemer die op een factuur op enigerlei wijze melding maakt van btw di
Volgens de wetsgeschiedenis strekt artikel 37 van de wet ertoe een voorziening te scheppen tegen een te grote aftrek in de volgende schakel (Tweede Kamer, zitting 19671968, 9324 Memorie van Toelichting, blz. 38 l.k.).
Ook in het geval de ontvanger van de factuur geen recht heeft op aftrek van voorbelasting is artikel 37 van de wet van toepassing3Hoge Raad 28 april 1999, nr. 34 016, ECLI:NL:HR:1999: 2747. behalve als de afnemer een particulier is. Als op een factuur aan een particulier omzetbelasting of btw is vermeld, valt deze vermelding buiten het systeem van de heffing van de btw. Artikel 37 is in dat geval niet van toepassing4Hoge Raad 14 december 2007, nr. 37 748, ECLI:NL:HR:2007:AI0669 en Hoge Raad 14 november 2008, nr. 42 312, ECLI:NL:HR:2008:BB3365..
Ook in het geval de ontvanger van de factuur (hierna: de afnemer) geen recht heeft op aftrek van voorbelasting is artikel 37 van de wet van toepassing3Hoge Raad 28 april 1999, nr. 34 016, ECLI:NL:HR:1999: 2747. behalve als de afnemer een particulier is. Als op een factuur aan een particulier omzetbelasting of btw is vermeld, valt deze vermelding buiten het systeem van de heffing van de btw. Artikel 37 is in dat geval niet van toepassing4Hoge Raad 14 december 2007, nr. 37 748, ECLI:NL:HR:2007:AI0669 en Hoge Raad 14 november 2008, nr. 42 312, ECLI:NL:HR:2008:BB3365..
De uitsluitend op grond van artikel 37 van de wet verschuldigd geworden btw kan niet op grond van artikel 15, eerste lid, onderdeel a, van de wet in aftrek worden gebracht.
Zoals blijkt uit het arrest van het Hof van Justitie over Schmeink en Cofreth-Manfred Strobel5Hof van Justitie 19 september 2000, zaak C-454/98, ECLI:EU:C:2000:469. kan de opsteller van de factuur de ten onrechte gefactureerde btw herzien als hij het gevaar voor verlies van belastinginkomsten tijdig en volledig heeft uitgeschakeld. Een herziening van ten onrechte gefactureerde btw kan daarom niet plaatsvinden als het risico bestaat dat de (ten onrechte) berekende btw door de afnemer in aftrek wordt of is gebracht.
Zoals blijkt uit het arrest van het Hof van Justitie over Schmeink en Cofreth-Manfred Strobel5Hof van Justitie 19 september 2000, zaak C-454/98, ECLI:EU:C:2000:469. kan de opsteller van de factuur (hierna: de leverancier) de ten onrechte gefactureerde btw herzien als hij het gevaar voor verlies van belastinginkomsten tijdig en volledig heeft uitgeschakeld. Een herziening van ten onrechte gefactureerde btw kan daarom niet plaatsvinden als het risico bestaat dat de (ten onrechte) berekende btw door de afnemer in aftrek wordt of is gebracht.
Lidstaten mogen bepalen onder welke voorwaarden de ten onrechte gefactureerde btw kan worden herzien. Deze voorwaarden luiden als volgt:
a. *correctie van de factuur*
De Hoge Raad geeft in het Stadeco-arrest6Hoge Raad 5 maart 2010, nr. 41 179, ECLI:NL:HR:2010:BK1528. aan dat alleen dan de mogelijkheid bestaat om herstel van een onjuiste factuur te verlangen op zodanige wijze dat de btw aan de afnemer wordt vergoed, als zonder die vergoeding sprake is van een ongerechtvaardigde verrijking bij de opsteller van de factuur. Of en in welke mate sprake is van een ongerechtvaardigde verrijking moet volgens de Hoge Raad in het Stedeco II-arrest7Hoge Raad 9 november 2012, nr. 11/01958, ECLI:NL:HR:2012:BY2661. worden vastgesteld aan de hand van een analyse waarin rekening wordt gehouden met alle relevante omstandigheden. Welke omstandigheden relevant zijn voor een dergelijke analyse is afhankelijk van de juridische en feitelijke constellatie waarin in een bepaald geval een eventuele ongerechtvaardigde verrijking optreedt. Bij de beoordeling of sprake is van ongerechtvaardigde verrijking is van belang wat partijen zijn overeengekomen over de wegens de verrichte prestaties verschuldigde btw.
De Hoge Raad geeft in het Stadeco-arrest6Hoge Raad 5 maart 2010, nr. 41 179, ECLI:NL:HR:2010:BK1528. aan dat alleen dan de mogelijkheid bestaat om herstel van een onjuiste factuur te verlangen op zodanige wijze dat de btw aan de afnemer wordt vergoed, als zonder die vergoeding sprake is van een ongerechtvaardigde verrijking bij de leverancier. Of en in welke mate sprake is van een ongerechtvaardigde verrijking moet volgens de Hoge Raad in het Stadeco II-arrest7Hoge Raad 9 november 2012, nr. 11/01958, ECLI:NL:HR:2012:BY2661. worden vastgesteld aan de hand van een analyse waarin rekening wordt gehouden met alle relevante omstandigheden. Welke omstandigheden relevant zijn voor een dergelijke analyse is afhankelijk van de juridische en feitelijke constellatie waarin in een bepaald geval een eventuele ongerechtvaardigde verrijking optreedt. Bij de beoordeling of sprake is van ongerechtvaardigde verrijking is van belang wat partijen zijn overeengekomen over de wegens de verrichte prestaties verschuldigde btw.
De opsteller van de factuur kan deze corrigeren door:
De leverancier kan deze corrigeren door:
de factuur terug te nemen, al dan niet tegen uitreiking van een nieuwe factuur die wel voldoet aan de vereisten van artikel 35a van de wet; of
de factuur aan te vullen met een daadwerkelijk aan de ontvanger van de oorspronkelijke factuur uit te reiken creditfactuur zodat beide facturen samen als een op de voorgeschreven wijze opgemaakte factuur in de zin van artikel 35a van de wet kunnen worden beschouwd.
@ -347,13 +368,13 @@ De opsteller van de factuur kan deze corrigeren door:
Het uitreiken van een herstelfactuur is nodig in alle gevallen waar een factureringsverplichting geldt en sprake is van ongerechtvaardigde verrijking van de opsteller, als de onjuiste factuur niet wordt hersteld.
b. uitschakelen van het gevaar voor verlies van belastinginkomsten
Bij de herziening van ten onrechte of te veel gefactureerde btw moet de opsteller van de factuur het gevaar voor verlies van belastinginkomsten tijdig en volledig uitschakelen. Hij moet dat ook tegenover de inspecteur kunnen aantonen. Dat houdt in dat de opsteller van de factuur:
Bij de herziening van ten onrechte of te veel gefactureerde btw moet de leverancier het gevaar voor verlies van belastinginkomsten tijdig en volledig uitschakelen. Hij moet dat ook tegenover de inspecteur kunnen aantonen. Dat houdt in dat de leverancier:
aantoont dat de ontvanger van de factuur de ten onrechte of te veel gefactureerde btw niet in aftrek kan brengen of aantoont dat de ontvanger van de factuur ter zake geen aftrek heeft gehad en zal hebben; of
aantoont dat de afnemer de ten onrechte of te veel gefactureerde btw niet in aftrek kan brengen of aantoont dat de afnemer ter zake geen aftrek heeft gehad en zal hebben; of
aantoont dat de factuur door terugname niet is en niet meer kan worden gebruikt voor het uitoefenen van het aftrekrecht; of
aantoont dat, wanneer de factuur wel is gebruikt voor het uitoefenen van het aftrekrecht, de ontvanger van de factuur de ten onrechte of te veel gefactureerde btw op aangifte heeft voldaan.
aantoont dat, wanneer de factuur wel is gebruikt voor het uitoefenen van het aftrekrecht, de afnemer de ten onrechte of te veel gefactureerde btw op aangifte heeft voldaan.
Als sprake is van een aan een ondernemer gerichte valse factuur zal de opsteller van die factuur in het algemeen niet kunnen aantonen dat het gevaar voor verlies van belastinginkomsten tijdig en volledig is uitgeschakeld. In een dergelijke situatie is nu eenmaal niet uit te sluiten dat de opsteller van de factuur met behulp van de valse factuur langs een omweg betaling beoogt te krijgen voor een prestatie die werd verricht voor een afnemer die geen aftrekrecht heeft8Hoge Raad 1 maart 2002, nr. 36 908, ECLI:NL:HR:2002:AD9704.. Voor zover de ontvanger van de factuur de ten onrechte afgetrokken btw niet heeft terugbetaald, is in zoverre niet voldaan aan de voorwaarde dat het gevaar voor verlies van belastinginkomsten is uitgeschakeld. In een dergelijk geval kan slechts voor het bedrag van de terugbetaalde btw teruggaaf worden verleend.
Als sprake is van een aan een ondernemer gerichte valse factuur zal de opsteller van die factuur in het algemeen niet kunnen aantonen dat het gevaar voor verlies van belastinginkomsten tijdig en volledig is uitgeschakeld. In een dergelijke situatie is nu eenmaal niet uit te sluiten dat de leverancier met behulp van de valse factuur langs een omweg betaling beoogt te krijgen voor een prestatie die werd verricht voor een afnemer die geen aftrekrecht heeft8Hoge Raad 1 maart 2002, nr. 36 908, ECLI:NL:HR:2002:AD9704.. Voor zover de afnemer de ten onrechte afgetrokken btw niet heeft terugbetaald, is in zoverre niet voldaan aan de voorwaarde dat het gevaar voor verlies van belastinginkomsten is uitgeschakeld. In een dergelijk geval kan slechts voor het bedrag van de terugbetaalde btw teruggaaf worden verleend.
c. vorm van de herziening
Een herziening van ten onrechte gefactureerde btw houdt in dat de op grond van artikel 37 van de wet verschuldigde btw wordt verminderd. Degene die de ten onrechte gefactureerde btw verschuldigd is, kan verzoeken om een herziening van ten onrechte gefactureerde btw. Het verzoek vormt een grond van bezwaar tegen de voldoening op aangifte, de naheffingsaanslag of de teruggaafbeschikking waarin de ten onrechte gefactureerde btw is begrepen.
@ -369,7 +390,7 @@ De wettelijke termijnen van bezwaar en beroep gelden ook voor verzoeken gericht
#### 3.5.2. Toepassing van de heffingsmogelijkheden bij geen herziening van ten onrechte gefactureerde btw
Als de ten onrechte of te veel in rekening gebrachte btw niet is voldaan, kan de inspecteur die belasting bij de opsteller van de factuur (hierna: leverancier) naheffen. Hij kan ook de btw naheffen bij de ontvanger (hierna: de afnemer) van de factuur als deze de btw heeft afgetrokken. De afnemer heeft deze btw namelijk ten onrechte afgetrokken. Dit is slechts anders als de afnemer niet kan worden verweten dat hij bij de beoordeling van de aan hem uitgereikte factuur niet de nodige zorgvuldigheid heeft betracht11Rechtbank Breda 24 september 2010, nr. 10/953, ECLI:NL:RBBRE:2010: BO0126.. De inspecteur zal in het algemeen niet beide mogelijkheden benutten, maar een keuze maken tussen correctie bij de leverancier of de afnemer. De inspecteur wendt zich eerst tot de leverancier als degene door wie de verschuldigdheid op grond van artikel 37 van de wet is ontstaan. Hij is verantwoordelijk voor het opstellen van de factuur. De keuze om zich eerst te wenden tot de leverancier betekent echter niet dat er geen vrijheid meer zou bestaan om bij de afnemer de in aftrek gebrachte btw na te heffen. Zeker niet als aannemelijk is dat naheffing bij de leverancier zonder resultaat blijft12Hoge Raad 22 maart 2013, nr. 12/03838, ECLI:NL:HR:2013:BZ5148.. De afnemer heeft immers een eigen verantwoordelijkheid om te beoordelen of hem terecht een bedrag aan btw is berekend en of deze btw terecht in aftrek is gebracht. Hij moet dan ook de mogelijk daaruit voortvloeiende schade zelf dragen. Hij moet ook erop toezien dat de aan hem uitgereikte factuur correct is. Er zijn echter ook omstandigheden denkbaar waaronder de aftrek bij de afnemer in stand kan blijven. Hiervan is sprake als de afnemer niet kan worden verweten dat hij bij de beoordeling van de aan hem uitgereikte factuur niet voldoende zorgvuldig is geweest. In gevallen waar de afnemer wist of redelijkerwijs kon weten dat geen btw in rekening gebracht diende te worden, bijvoorbeeld bij een verleggingsregeling, is geen sprake van zorgvuldigheid.
Als de ten onrechte of te veel in rekening gebrachte btw niet is voldaan, kan de inspecteur die belasting bij de opsteller van de factuur (hierna: leverancier) naheffen. Hij kan ook de btw naheffen bij de ontvanger (hierna: de afnemer) van de factuur als deze de btw heeft afgetrokken. De afnemer heeft deze btw namelijk ten onrechte afgetrokken. Dit is slechts anders als de afnemer niet kan worden verweten dat hij bij de beoordeling van de aan hem uitgereikte factuur niet de nodige zorgvuldigheid heeft betracht11Rechtbank Breda 24 september 2010, nr. 10/953, ECLI:NL:RBBRE:2010: BO0126.. De inspecteur zal in het algemeen niet beide mogelijkheden benutten, maar een keuze maken tussen correctie bij de leverancier of de afnemer. De inspecteur wendt zich eerst tot de leverancier als degene door wie de verschuldigdheid op grond van artikel 37 van de wet is ontstaan. Hij is verantwoordelijk voor het opstellen van de factuur. De keuze om zich eerst te wenden tot de leverancier betekent echter niet dat er geen vrijheid meer zou bestaan om bij de afnemer de in aftrek gebrachte btw na te heffen. Zeker niet als aannemelijk is dat naheffing bij de leverancier zonder resultaat blijft12Hoge Raad 22 maart 2013, nr. 12/03838, ECLI:NL:HR:2013:BZ5148.. De afnemer heeft immers een eigen verantwoordelijkheid om te beoordelen of hem terecht een bedrag aan btw is berekend en of deze btw terecht in aftrek is gebracht. Hij moet dan ook de mogelijk daaruit voortvloeiende schade zelf dragen. Hij moet ook erop toezien dat de aan hem uitgereikte factuur correct is. Er zijn echter ook omstandigheden denkbaar waaronder de aftrek bij de afnemer in stand kan blijven. Hiervan is sprake als de afnemer niet kan worden verweten dat hij bij de beoordeling van de aan hem uitgereikte factuur niet voldoende zorgvuldig is geweest. In gevallen waar de afnemer wist of redelijkerwijs kon weten dat geen btw in rekening gebracht diende te worden, bijvoorbeeld bij een verleggingsregeling, is geen sprake van zorgvuldigheid. Als een factuur vals is omdat een prestatie tussen de leverancier en de afnemer ontbreekt, is voor het weigeren van de aftrek niet van belang of de hierop vermelde btw (eventueel) op aangifte is voldaan3HvJ EU 31 januari 2013, C-642/11 (Stroy trans) en C-643/11 (LVK), Gerechtshof Amsterdam 27 juni 2013, 11/00819, ECLI:NL:HR:2014:992..
In sommige situaties kan sprake zijn van een zodanige verwijtbaarheid van de afnemer dat steeds de in aftrek gebrachte btw bij de afnemer moet worden nageheven. Dit doet zich onder meer voor als sprake is van kwade trouw. Dat is bijvoorbeeld het geval als een afnemer de transactie is aangegaan om aftrek van btw te creëren in de wetenschap dat deze btw door de andere partij niet wordt voldaan. Bestaat tussen leverancier en afnemer een zodanige financiële verwevenheid dat naheffing bij de afnemer uit een oogpunt van btw-heffing geen schade berokkent en blijkt dat naheffing bij de leverancier zonder resultaat blijft, dan wordt de in aftrek gebrachte btw nageheven bij de afnemer.
@ -456,8 +477,8 @@ Ondernemers die ICPs verrichten, moeten daarvan uiterlijk de laatste dag van
In afwijking van deze algemene regel (opgaaf per kalendermaand) kunnen ondernemers die alleen goederen leveren soms kiezen voor een ander tijdvak:
per kwartaal. Intracommunautaire leveringen mogen per kwartaal worden opgegeven als in het kwartaal of in één van de vorige vier kwartalen het bedrag van € 100.000 aan intracommunautaire leveringen niet is overschreden. Deze grens van € 100.000 geldt per 1 januari 2010. De ondernemer mag zijn intracommunautaire diensten altijd per kwartaal opgeven, ook als hij zijn leveringen per maand doet. Hij doet dan maandelijks opgaaf van zijn leveringen en aan het eind van het kwartaal doet hij een kwartaalopgaaf van zijn diensten.
per 2 maanden. Voor dit tijdvak kan alleen worden gekozen als de ondernemer in de tweede maand van het eerder gekozen tijdvak (kwartaal) de grens van € 100.000 voor intracommunautaire leveringen heeft overschreden. Nadat deze opgaaf is gedaan, moet de ondernemer maandelijks opgaaf doen van zijn intracommunautaire leveringen.
per kwartaal. Intracommunautaire leveringen mogen per kwartaal worden opgegeven als in het kwartaal en in de vorige vier kwartalen het bedrag van € 50.000 aan intracommunautaire leveringen niet is overschreden. Deze grens van € 50.000 geldt per 1 januari 2016. De ondernemer mag zijn intracommunautaire diensten altijd per kwartaal opgeven, ook als hij zijn leveringen per maand doet. Hij doet dan maandelijks opgaaf van zijn leveringen en aan het eind van het kwartaal doet hij een kwartaalopgaaf van zijn diensten.
per 2 maanden. Voor dit tijdvak kan alleen worden gekozen als de ondernemer in de tweede maand van het eerder gekozen tijdvak (kwartaal) de grens van € 50.000 voor intracommunautaire leveringen heeft overschreden. Nadat deze opgaaf is gedaan, moet de ondernemer maandelijks opgaaf doen van zijn intracommunautaire leveringen.
Bij ondernemers die voor de heffing van btw jaaraangifte doen, kunnen de wettelijke termijnen tot het doen van de opgaaf ICP tot een onevenredige lastenverzwaring leiden. Op grond van praktische overwegingen en voor zover nodig op grond van artikel 63 van de AWR, keur ik het volgende goed.