2023-10-01 | BWBR0008765 | Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden

This commit is contained in:
Coornhert 2023-10-01 12:00:00 +00:00
parent 6f41152de4
commit 32e269058b

View file

@ -16,14 +16,14 @@ citeertitel: Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden
In deze wet en de daarop rustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. Onze Minister: Onze Minister voor Rechtsbescherming;
b. instelling voor verpleging van ter beschikking gestelden: een instelling bedoeld in artikel 1.1, onderdeel f, van de Wet forensische zorg;
a. Onze Minister: de Minister voor Rechtsbescherming;
b. instelling: een instelling voor de verpleging van ter beschikking gestelden als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel g, van de Wet forensische zorg;
c. vervallen;
d. vervallen;
e. vervallen;
f. hoofd van de instelling: het hoofd van de instelling, waarin de verpleegde is opgenomen, alsmede diens vervanger als bedoeld in artikel 3.1, vijfde lid, Wet forensische zorg;
g. hoofd van de instelling voor verpleging van ter beschikking gestelden: het hoofd van de instelling als bedoeld onder f, of, ingeval een ter beschikking gestelde in een private instelling is opgenomen, het hoofd van de private instelling met een bijzondere aanwijzing als bedoeld in artikel 3.3, eerste lid, van de Wet forensische zorg alsmede de voor de behandeling van de ter beschikking gestelde verantwoordelijke persoon;
h. private instelling: een instelling als bedoeld in artikel 3.2, eerste lid, van de Wet forensische zorg;
f. hoofd van de instelling: het hoofd van de instelling, alsmede diens plaatsvervanger als bedoeld in artikel 3.1, vijfde lid, of artikel 3.3, vierde lid, van de Wet forensische zorg;
g. private instelling: een instelling als bedoeld in artikel 3.2, van de Wet forensische zorg, niet zijnde een private instelling als bedoeld in artikel 3.3, eerste lid, van de Wfz;
h. hoofd van de private instelling: het hoofd van de instelling, bedoeld in artikel 3.2 van de Wet forensische zorg, niet zijnde het hoofd van de instelling, alsmede de voor de behandeling van de ter beschikking gestelde persoon verantwoordelijke persoon;
i. ter beschikking gestelde: een ter beschikking gestelde ten aanzien van wie een bevel tot verpleging van overheidswege als bedoeld in artikel 37b van het Wetboek van Strafrecht of artikel 6:6:10, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering is gegeven;
j. verpleegde: een persoon die in een instelling is opgenomen;
k. personeelslid of medewerker: een persoon, die een taak uitvoert in het kader van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsbenemende straf of maatregel in een instelling voor verpleging van ter beschikking gestelden;
@ -34,7 +34,7 @@ o. beroepscommissie: een commissie als bedoeld in artikel 67, tweede lid;
p. commissie van toezicht: een commissie als bedoeld in artikel 10;
q. uitspraak: een door een beklag- of beroepscommissie naar aanleiding van een door een ter beschikking gestelde of anderszins verpleegde ingediend klaag- of beroepschrift genomen beslissing;
r. beklagcommissie: een commissie als bedoeld in artikel 59, eerste lid;
s. bestuur: het bestuur van de rechtspersoon die een private instelling beheert;
s. bestuur: het bestuur van de rechtspersoon die een private instelling als bedoeld in artikel 3.3, eerste lid van de Wet forensische zorg beheert;
t. gevaar:
1. gevaar voor de verpleegde, die het veroorzaakt, hetgeen onder meer bestaat uit:
@ -60,23 +60,38 @@ y. evaluatieverslag: een verslag als bedoeld in artikel 18, tweede lid;
z. persoonlijke verblijfsruimte: de verblijfsruimte als bedoeld in artikel 16, eerste lid;
aa. afzondering: het insluiten van een verpleegde in een gangbare woon- of verblijfsruimte, de persoonlijke verblijfsruimte daaronder begrepen, in afwijking van de in de instelling geldende regels;
bb. separatie: het insluiten van een verpleegde in een speciale voor separatie bestemde verblijfsruimte;
cc. huisregels: regels als bedoeld in artikel 7, eerste lid.
cc. huisregels: regels als bedoeld in artikel 3.4, eerste lid, van de Wet forensische zorg.
## Hoofdstuk II. DOELSTELLING, BESTEMMING EN BEHEER, TOEZICHT
## Hoofdstuk II. DOELSTELLING, BEHEER EN TOEZICHT
### Paragraaf 1. Doelstelling
### Artikel 2
**1.** De tenuitvoerlegging van een vrijheidsbenemende straf of maatregel in een instelling voor verpleging van ter beschikking gestelden wordt zoveel mogelijk dienstbaar gemaakt aan de behandeling van de veroordeelde en de voorbereiding op diens terugkeer in de maatschappij, met inachtneming van het karakter van die vrijheidsbenemende straf of maatregel. Bij het verlenen van vrijheden aan ter beschikking gestelden wordt rekening gehouden met de veiligheid van de samenleving en de belangen van slachtoffers en nabestaanden.
**1.** De tenuitvoerlegging van een vrijheidsbenemende straf of maatregel in een instelling wordt zoveel mogelijk dienstbaar gemaakt aan de behandeling van de veroordeelde en de voorbereiding op diens terugkeer in de maatschappij, met inachtneming van het karakter van die vrijheidsbenemende straf of maatregel. Bij het verlenen van vrijheden aan ter beschikking gestelden wordt rekening gehouden met de veiligheid van de samenleving en de belangen van slachtoffers en nabestaanden.
**2.** Personen ten aanzien van wie de tenuitvoerlegging van een vrijheidsbenemende straf of maatregel in een instelling voor verpleging van ter beschikking gestelden plaatsvindt, worden aan geen andere beperkingen onderworpen dan die welke voor het doel van de vrijheidsbeneming of in het belang van de handhaving van de orde of de veiligheid in de instelling voor verpleging van ter beschikking gestelden noodzakelijk zijn.
**2.** Personen ten aanzien van wie de tenuitvoerlegging van een vrijheidsbenemende straf of maatregel in een instelling plaatsvindt, worden aan geen andere beperkingen onderworpen dan die welke voor het doel van de vrijheidsbeneming of in het belang van de handhaving van de orde of de veiligheid in de instelling noodzakelijk zijn.
### Paragraaf 2. Bestemming en beheer
**3.** Indien ter beschikking gestelden als bedoeld in artikel 1, onderdeel n, van de Wet forensische zorg, verblijven in een private instelling, niet zijnde een instelling als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, zijn voor de duur van dat verblijf de artikelen 50, 51, 69 en 71 van de Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden en de daarop rustende bepalingen van overeenkomstige toepassing.
### Paragraaf 2. Beheer
### Artikel 3
Vervallen
**1.** Het hoofd van de instelling kan de uitoefening van een bij of krachtens deze wet of de Wet forensische zorg gestelde bevoegdheid of de naleving van een bij of krachtens deze wet gestelde plicht, met uitzondering van de bevoegdheden en plichten genoemd in het tweede lid en het eerste lid van artikel 3.4 van de Wet forensische zorg, overdragen aan personeelsleden of medewerkers.
**2.**
Voor zover in deze wet niet anders wordt bepaald, zijn aan het hoofd van de instelling voorbehouden:
a. de beslissingen met betrekking tot plaatsing of voortzetting van het verblijf op een afdeling van intensieve zorg als bedoeld in artikel 32;
b. de separatie of de verlenging van de separatie als bedoeld in artikel 34;
c. een beperking van het recht op onaantastbaarheid van het lichaam als bedoeld in de artikelen 25 tot en met 28;
d. de beslissing tot het verrichten van geneeskundige behandeling als bedoeld in artikel 16b, onder a of b;
e. de beslissingen met betrekking tot de onderbrenging van een kind in de inrichting als bedoeld in artikel 47;
f. de beslissingen met betrekking tot disciplinaire straffen als bedoeld in de artikelen 48 en 49;
g. de beslissingen met betrekking tot het verlof en proefverlof als bedoeld in artikel 50, onderscheidenlijk artikel 51;
h. de hoorplicht als bedoeld in artikel 53 en de mededelingsplicht als bedoeld in artikel 54, voor zover het hoofd van de instelling de desbetreffende beslissing zelf neemt onderscheidenlijk heeft genomen.
### Artikel 4
@ -114,7 +129,7 @@ De Raad behandelt beroepschriften ingevolge de hoofdstukken XV, XVA en XVI.
### Artikel 10
**1.** Bij elke inrichting wordt door Onze Minister een commissie van toezicht ingesteld.
**1.** Bij elke instelling wordt door Onze Minister een commissie van toezicht ingesteld.
**2.**
@ -125,7 +140,7 @@ b. kennis te nemen van de door verpleegden naar voren gebrachte grieven en zonod
c. zorg te dragen voor de behandeling van klaagschriften ingevolge het bepaalde in hoofdstuk XIV;
d. aan Onze Minister, de Raad en het bestuur advies en inlichtingen te geven omtrent het onder *a* gestelde.
**3.** Indien het advies of de inlichtingen een private instelling betreffen en zijn bestemd voor Onze Minister of de Raad, voegt de commissie de desbetreffende opmerkingen van het betrokken bestuur daarbij, tenzij naar het oordeel van Onze Minister of de commissie bijzondere spoed geboden is dan wel het bestuur zijn opmerkingen naar het oordeel van de commissie niet binnen een redelijke termijn op schrift heeft gesteld.
**3.** Indien het advies of de inlichtingen een private instelling met een bijzondere aanwijzing als bedoeld in artikel 3.3, eerste lid, van de Wet forensische zorg betreffen en zijn bestemd voor Onze Minister of de Raad, voegt de commissie de desbetreffende opmerkingen van het betrokken bestuur daarbij, tenzij naar het oordeel van Onze Minister of de commissie bijzondere spoed geboden is dan wel het bestuur zijn opmerkingen naar het oordeel van de commissie niet binnen een redelijke termijn op schrift heeft gesteld.
**4.** De commissie stelt zich door persoonlijk contact met de verpleegden regelmatig op de hoogte van onder hen levende wensen en gevoelens. Bij toerbeurt treedt één van haar leden hiertoe op als maandcommissaris.
@ -363,7 +378,7 @@ b. de uitvoering van een bij of krachtens deze wet genomen beslissing;
c. de voorkoming van de onttrekking van een verpleegde aan het op hem uitgeoefende toezicht;
d. de uitvoering van een ingevolge het Wetboek van Strafvordering of de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden door de officier van justitie of de rechter-commissaris genomen beslissing.
**2.** Het hoofd van de instelling voor verpleging van ter beschikking gestelden is bevoegd jegens een ter beschikking gestelde geweld te gebruiken of vrijheidsbeperkende middelen aan te wenden met het oog op een belang als bedoeld in het eerste lid, onder *b* of *c*.
**2.** Het hoofd van de instelling is bevoegd jegens een ter beschikking gestelde geweld te gebruiken of vrijheidsbeperkende middelen aan te wenden met het oog op een belang als bedoeld in het eerste lid, onder *b* of *c*.
**3.**
@ -372,7 +387,7 @@ Onze Minister is bevoegd jegens een verpleegde geweld te gebruiken of vrijheidsb
a. de uitvoering van een door hem genomen beslissing;
b. de voorkoming van het zich onttrekken van de verpleegde aan het op hem uitgeoefende toezicht.
**4.** Aan het gebruik van geweld gaat zo mogelijk een waarschuwing vooraf. Degene die geweld heeft gebruikt maakt hiervan onverwijld een schriftelijk verslag en doet dit verslag onverwijld aan het hoofd van de instelling voor verpleging van ter beschikking gestelden toekomen.
**4.** Aan het gebruik van geweld gaat zo mogelijk een waarschuwing vooraf. Degene die geweld heeft gebruikt maakt hiervan onverwijld een schriftelijk verslag en doet dit verslag onverwijld aan het hoofd van de instelling toekomen.
**5.** Onze Minister stelt nadere regels omtrent het gebruik van geweld en de aanwending van vrijheidsbeperkende middelen.
@ -430,21 +445,21 @@ Indien de bewegingsvrijheid waarop de verpleegde op grond van de bij of krachten
### Artikel 34a
**1.** Het hoofd van de inrichting kan, indien dit ter bescherming van de geestelijke of lichamelijke toestand van de verpleegde noodzakelijk is, bepalen dat de verpleegde die in afzondering of separatie verblijft, dag en nacht door middel van een camera wordt geobserveerd.
**1.** Het hoofd van de instelling kan, indien dit ter bescherming van de geestelijke of lichamelijke toestand van de verpleegde noodzakelijk is, bepalen dat de verpleegde die in afzondering of separatie verblijft, dag en nacht door middel van een camera wordt geobserveerd.
**2.** Alvorens hij hiertoe beslist, wint hij het advies in van de voor de behandeling verantwoordelijke psychiater onderscheidenlijk een aan de inrichting verbonden arts, tenzij dit advies niet kan worden afgewacht. In dat geval wint het hoofd van de inrichting het advies zo spoedig mogelijk na zijn beslissing in.
**2.** Alvorens hij hiertoe beslist, wint hij het advies in van de voor de behandeling verantwoordelijke psychiater onderscheidenlijk een aan de inrichting verbonden arts, tenzij dit advies niet kan worden afgewacht. In dat geval wint het hoofd van de instelling het advies zo spoedig mogelijk na zijn beslissing in.
## Hoofdstuk VII. CONTACT MET DE BUITENWERELD
### Artikel 35
**1.** De verpleegde heeft, behoudens de overeenkomstig het tweede tot en met vijfde lid te stellen beperkingen, het recht brieven en stukken per post te verzenden en te ontvangen. De hieraan verbonden kosten komen, tenzij het hoofd van de inrichting anders bepaalt, voor rekening van de verpleegde.
**1.** De verpleegde heeft, behoudens de overeenkomstig het tweede tot en met vijfde lid te stellen beperkingen, het recht brieven en stukken per post te verzenden en te ontvangen. De hieraan verbonden kosten komen, tenzij het hoofd van de instelling anders bepaalt, voor rekening van de verpleegde.
**2.** Het hoofd van de inrichting is bevoegd enveloppen of andere poststukken afkomstig van of bestemd voor verpleegden op de aanwezigheid van bijgesloten voorwerpen te onderzoeken en deze hiertoe te openen. Het openen geschiedt, voor zover mogelijk, in aanwezigheid van de betrokken verpleegde. Ten aanzien van de in artikel 4, eerste lid, onder g, genoemde verpleegden geldt deze bevoegdheid slechts indien de kantonrechter van de rechtbank Den Haag hiertoe de last heeft gegeven.
**2.** Het hoofd van de instelling is bevoegd enveloppen of andere poststukken afkomstig van of bestemd voor verpleegden op de aanwezigheid van bijgesloten voorwerpen te onderzoeken en deze hiertoe te openen. Het openen geschiedt, voor zover mogelijk, in aanwezigheid van de betrokken verpleegde. Ten aanzien van de in artikel 4, eerste lid, onder g, genoemde verpleegden geldt deze bevoegdheid slechts indien de kantonrechter van de rechtbank Den Haag hiertoe de last heeft gegeven.
**3.**
Het hoofd van de inrichting is bevoegd op de inhoud van brieven of andere poststukken afkomstig van of bestemd voor de verpleegde telkens voor een periode van ten hoogste vier weken toezicht uit te oefenen, indien dit noodzakelijk is met het oog op één van de volgende belangen:
Het hoofd van de instelling is bevoegd op de inhoud van brieven of andere poststukken afkomstig van of bestemd voor de verpleegde telkens voor een periode van ten hoogste vier weken toezicht uit te oefenen, indien dit noodzakelijk is met het oog op één van de volgende belangen:
a. de bescherming van de maatschappij tegen de gevaarlijkheid van de verpleegde voor de veiligheid van anderen dan de verpleegde of de algemene veiligheid van personen of goederen;
b. de handhaving van de orde of de veiligheid in de inrichting;
@ -454,9 +469,9 @@ e. de voorkoming of opsporing van strafbare feiten.
**4.** Het toezicht, bedoeld in het derde lid, kan worden beperkt tot bepaalde personen of instanties.
**5.** Het hoofd van de inrichting kan de verzending of uitreiking van bepaalde brieven of andere poststukken alsmede bijgesloten voorwerpen weigeren, indien dit noodzakelijk is met het oog op een belang als bedoeld in het derde lid.
**5.** Het hoofd van de instelling kan de verzending of uitreiking van bepaalde brieven of andere poststukken alsmede bijgesloten voorwerpen weigeren, indien dit noodzakelijk is met het oog op een belang als bedoeld in het derde lid.
**6.** Het hoofd van de inrichting draagt zorg dat de niet uitgereikte brieven of andere poststukken dan wel bijgesloten voorwerpen, hetzij worden terug gegeven aan de verpleegde of voor diens rekening worden teruggezonden aan de verzender of een ander door de verpleegde op te geven adres, hetzij onder afgifte van een bewijs van ontvangst ten behoeve van de verpleegde worden bewaard, hetzij met toestemming van de verpleegde in diens aanwezigheid worden vernietigd, hetzij aan een opsporingsambtenaar ter hand worden gesteld met het oog op de voorkoming of opsporing van strafbare feiten.
**6.** Het hoofd van de instelling draagt zorg dat de niet uitgereikte brieven of andere poststukken dan wel bijgesloten voorwerpen, hetzij worden terug gegeven aan de verpleegde of voor diens rekening worden teruggezonden aan de verzender of een ander door de verpleegde op te geven adres, hetzij onder afgifte van een bewijs van ontvangst ten behoeve van de verpleegde worden bewaard, hetzij met toestemming van de verpleegde in diens aanwezigheid worden vernietigd, hetzij aan een opsporingsambtenaar ter hand worden gesteld met het oog op de voorkoming of opsporing van strafbare feiten.
### Artikel 36
@ -478,7 +493,7 @@ i. organen, of leden daarvan, die krachtens een wettelijk voorschrift of een in
2°. zijn belast met het houden van toezicht op inrichtingen als bedoeld in hoofdstuk II;
j. diens rechtsbijstandverlener;
k. diens reclasseringswerker;
l. het bestuur, voor zover het een private instelling betreft;
l. het bestuur, voor zover het een private instelling met een bijzondere aanwijzing als bedoeld in artikel 3.3, eerste lid, van de Wet forensische zorg betreft;
m. andere door Onze Minister of het hoofd van de instelling aan te wijzen personen of instanties.
**2.** Onze Minister kan nadere regels stellen omtrent de wijze van verzending van brieven aan en door de in het eerste lid genoemde personen en instanties.
@ -687,27 +702,27 @@ e. uitsluiting van deelname aan een of meer gemeenschappelijke activiteiten of w
### Artikel 50
**1.** Indien de uit de psychische stoornis, psychogeriatrische aandoening of verstandelijke handicap voortvloeiende gevaarlijkheid van de ter beschikking gestelde voor de veiligheid van anderen dan de ter beschikking gestelde of de algemene veiligheid van personen of goederen dusdanig is teruggebracht dat het verantwoord is hem tijdelijk de instelling te doen verlaten, kan het hoofd van de instelling voor verpleging van ter beschikking gestelden, met machtiging van Onze Minister, de ter beschikking gestelde verlof verlenen zich al dan niet onder toezicht buiten de instelling te begeven. Verlof kan omvatten een verblijf geheel buiten de instelling.
**1.** Indien de uit de psychische stoornis, psychogeriatrische aandoening of verstandelijke handicap voortvloeiende gevaarlijkheid van de ter beschikking gestelde voor de veiligheid van anderen dan de ter beschikking gestelde of de algemene veiligheid van personen of goederen dusdanig is teruggebracht dat het verantwoord is hem tijdelijk de instelling te doen verlaten, kan het hoofd van de instelling, met machtiging van Onze Minister, de ter beschikking gestelde verlof verlenen zich al dan niet onder toezicht buiten de instelling te begeven. Verlof kan omvatten een verblijf geheel buiten de instelling.
**2.** Als algemene voorwaarde geldt dat de ter beschikking gestelde zich niet aan enig misdrijf zal schuldig maken. Het hoofd van de instelling voor verpleging van ter beschikking gestelden kan aan het verlof bijzondere voorwaarden, het gedrag van de ter beschikking gestelde betreffende, verbinden. Deze voorwaarden kunnen inhouden dat de ter beschikking gestelde zich dient te gedragen overeenkomstig de door de toezichthouder gegeven aanwijzingen.
**2.** Als algemene voorwaarde geldt dat de ter beschikking gestelde zich niet aan enig misdrijf zal schuldig maken. Het hoofd van de instelling kan aan het verlof bijzondere voorwaarden, het gedrag van de ter beschikking gestelde betreffende, verbinden. Deze voorwaarden kunnen inhouden dat de ter beschikking gestelde zich dient te gedragen overeenkomstig de door de toezichthouder gegeven aanwijzingen.
**3.** Het hoofd van de instelling voor verpleging van ter beschikking gestelden kan het verlof intrekken, indien dit noodzakelijk is met het oog op de bescherming van de maatschappij tegen de gevaarlijkheid van de ter beschikking gestelde voor de veiligheid van anderen dan de ter beschikking gestelde of de algemene veiligheid van personen of goederen of indien de ter beschikking gestelde een bepaalde voorwaarde niet nakomt.
**3.** Het hoofd van de instelling kan het verlof intrekken, indien dit noodzakelijk is met het oog op de bescherming van de maatschappij tegen de gevaarlijkheid van de ter beschikking gestelde voor de veiligheid van anderen dan de ter beschikking gestelde of de algemene veiligheid van personen of goederen of indien de ter beschikking gestelde een bepaalde voorwaarde niet nakomt.
**4.** Het bepaalde in het eerste tot en met het derde lid is van overeenkomstige toepassing op verpleegden die niet ter beschikking zijn gesteld.
**5.**
Het hoofd van de instelling voor verpleging van ter beschikking gestelden stelt de ter beschikking gestelde of anderszins verpleegde in de gelegenheid de instelling voor verpleging van ter beschikking gestelden te verlaten teneinde een gerechtelijke procedure bij te wonen:
Het hoofd van de instelling stelt de ter beschikking gestelde of anderszins verpleegde in de gelegenheid de instelling voor verpleging van ter beschikking gestelden te verlaten teneinde een gerechtelijke procedure bij te wonen:
a. indien hij krachtens wettelijk voorschrift verplicht is voor een rechter of bestuursorgaan te verschijnen;
b. indien hij terzake van een misdrijf moet terecht staan;
c. indien hij bij het bijwonen van de procedure een aanmerkelijk belang heeft en tegen het verlaten van de instelling hiertoe geen overwegend bezwaar bestaat.
**6.** Het hoofd van de instelling voor verpleging van ter beschikking gestelden kan bepalen dat tijdens het verlaten van de instelling toezicht wordt uitgeoefend.
**6.** Het hoofd van de instelling kan bepalen dat tijdens het verlaten van de instelling toezicht wordt uitgeoefend.
### Artikel 51
**1.** Indien de uit de psychische stoornis, psychogeriatrische aandoening of verstandelijke handicap voortvloeiende gevaarlijkheid van de ter beschikking gestelde voor de veiligheid van anderen dan de ter beschikking gestelde of de algemene veiligheid van personen of goederen dusdanig is teruggebracht dat het verantwoord is hem bij wijze van proef in de maatschappij te doen terugkeren, kan het hoofd van de instelling voor verpleging van ter beschikking gestelden, met machtiging van Onze Minister, de ter beschikking gestelde proefverlof verlenen.
**1.** Indien de uit de psychische stoornis, psychogeriatrische aandoening of verstandelijke handicap voortvloeiende gevaarlijkheid van de ter beschikking gestelde voor de veiligheid van anderen dan de ter beschikking gestelde of de algemene veiligheid van personen of goederen dusdanig is teruggebracht dat het verantwoord is hem bij wijze van proef in de maatschappij te doen terugkeren, kan het hoofd van de instelling, met machtiging van Onze Minister, de ter beschikking gestelde proefverlof verlenen.
**2.** Artikel 50, tweede lid, eerste en tweede volzin, is van overeenkomstige toepassing. De bijzondere voorwaarden kunnen inhouden dat de ter beschikking gestelde zich voor het verkrijgen van hulp en steun wendt tot een in de machtiging van Onze Minister aangewezen instelling, die aan bepaalde, bij algemene maatregel van bestuur te stellen eisen, voldoet. Bij het verlenen van hulp en steun wordt de identiteit van de ter beschikking gestelde vastgesteld. Artikel 27a, eerste lid, eerste volzin, en tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering is van overeenkomstige toepassing.
@ -855,7 +870,7 @@ b. tegen de intrekking van het proefverlof als bedoeld in artikel 51, derde lid.
**1.** Het klaagschrift wordt behandeld door een door de commissie van toezicht uit haar midden benoemde beklagcommissie, bestaande uit drie leden, die wordt bijgestaan door een secretaris. Een lid van de commissie van toezicht neemt geen deel aan de behandeling van het klaagschrift, indien hij heeft bemiddeld ter zake van de beslissing waarop het klaagschrift betrekking heeft of daarmede op enige andere wijze bemoeienis heeft gehad.
**2.** Onze Minister kan, bij justitiële particuliere inrichtingen op voordracht van het bestuur, leden van andere commissies van toezicht aanwijzen die van een beklagcommissie deel uit kunnen maken.
**2.** Onze Minister kan, bij private instellingen met een bijzondere aanwijzing als bedoeld in artikel 3.3, eerste lid van de Wet forensische zorg op voordracht van het bestuur, leden van andere commissies van toezicht aanwijzen die van een beklagcommissie deel uit kunnen maken.
**3.** De voorzitter dan wel een door hem aangewezen lid van de beklagcommissie kan, indien hij het beklag van eenvoudige aard, dan wel kennelijk niet ontvankelijk, kennelijk ongegrond of kennelijk gegrond acht, als enkelvoudig lid van de beklagcommissie het klaagschrift afdoen, met dien verstande dat hij tevens de bevoegdheden bezit die aan de voorzitter van de voltallige beklagcommissie toekomen.
@ -1018,11 +1033,11 @@ Tegen de uitspraak van de beklagcommissie bedoeld in hoofdstuk XIVA kunnen Onze
Een ter beschikking gestelde of anderszins verpleegde kan beroep instellen tegen:
a. de plaatsing of overplaatsing overeenkomstig het bepaalde in de artikelen artikel 6.1, eerste lid, van de Wet forensische zorg, 13 en 14;
b. de verlenging van de termijnen, bedoeld in artikel 6.3, eerste lid, van de Wet forensische zorg, onderscheidenlijk 13, tweede lid;
a. de plaatsing of overplaatsing overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 6.1, eerste lid, 6.5 en 6.7 van de Wet forensische zorg;
b. de verlenging van de termijnen, bedoeld in artikel 6.3, eerste lid, en artikel, 6.5, vierde lid, van de Wet forensische zorg;
c. de intrekking van de machtiging door Onze Minister als bedoeld in de artikelen 50 en 51;
d. de beslissing van het hoofd van de private instelling, inzake intrekking van verlof als bedoeld in artikel 50, derde lid, indien het verlof op het moment dat het wordt ingetrokken een aaneengesloten periode van meer dan een week heeft geduurd;
e. de beslissing van het hoofd van de private instelling, inzake de intrekking van het proefverlof als bedoeld in artikel 51, derde lid;
d. de beslissing van het hoofd van de private instelling, bedoeld in artikel 1, onderdeel h, inzake intrekking van verlof als bedoeld in artikel 50, derde lid, indien het verlof op het moment dat het wordt ingetrokken een aaneengesloten periode van meer dan een week heeft geduurd;
e. de beslissing van het hoofd van de private instelling, bedoeld in artikel 1, onderdeel h, inzake de intrekking van het proefverlof als bedoeld in artikel 51, derde lid;
f. enige andere door Onze Minister genomen beslissing die een beperking inhoudt van een recht, dat hem op grond van een bij of krachtens deze wet gegeven voorschrift dan wel enig ander wettelijk voorschrift of enige een ieder verbindende bepaling van een in Nederland geldend verdrag toekomt;
g. een beslissing als bedoeld in het eerste lid van artikel 16c.
@ -1060,22 +1075,13 @@ a. de curator, indien betrokkene onder curatele is gesteld;
b. de mentor, indien ten behoeve van betrokkene een mentorschap is ingesteld;
c. de ouders of voogd, indien betrokkene minderjarig is.
**2.** Het hoofd van de instelling voor verpleging van ter beschikking gestelden draagt zorg dat de in het eerste lid genoemde personen op deze rechten opmerkzaam worden gemaakt.
**2.** Het hoofd van de instelling draagt zorg dat de in het eerste lid genoemde personen op deze rechten opmerkzaam worden gemaakt.
## Hoofdstuk XVIII. BIJZONDERE BEPALING TEN AANZIEN VAN MET HUN INSTEMMING OPGENOMEN VERPLEEGDEN
### Artikel 72
**1.**
Het hoofd van de inrichting kan het verblijf van een verpleegde als bedoeld in artikel 4 onder d, e of g, beëindigen, indien zich één van de volgende omstandigheden voordoet:
a. de psychische stoornis, psychogeriatrische aandoening of verstandelijke handicap van de verpleegde is zodanig verminderd dat het, mede gelet op de veiligheid van anderen dan de verpleegde of de algemene veiligheid van personen of goederen, verantwoord is hem in de maatschappij te doen terugkeren;
b. de voortzetting van het verblijf in de inrichting van de verpleegde levert gevaar op voor de handhaving van de orde of de veiligheid in de inrichting of de behandeling van andere verpleegden;
c. het belang van de verpleegde brengt mee dat zijn behandeling elders wordt voortgezet;
d. de behandeling van de verpleegde geeft onvoldoende resultaten te zien.
**2.** Het hoofd van de inrichting beëindigt het verblijf van een verpleegde als bedoeld in het eerste lid onverwijld indien deze daarom verzoekt.
Vervallen
## Hoofdstuk XVIIIA. SUBSIDIËRING VAN JUSTITIËLE PARTICULIERE INRICHTINGEN