2004-01-01 | BWBR0001950 | Algemeen Rijksambtenarenreglement
This commit is contained in:
parent
72a5384949
commit
33238d76d0
1 changed files with 13 additions and 83 deletions
|
|
@ -534,69 +534,31 @@ De ambtenaar heeft het recht om, op zijn verzoek, in deeltijd te gaan werken, te
|
|||
|
||||
### Artikel 21c
|
||||
|
||||
**1.** De ambtenaar kan bij het bevoegd gezag een aanvraag indienen om gedurende een kalenderjaar maximaal 100 uren meer uren te werken dan het aantal uren dat op grond van artikel 21, derde en vierde lid, voor hem is vastgesteld. Voor de ambtenaar met een onvolledige arbeidsduur geldt een in evenredigheid lager aantal uren als maximum. Het totaal van de arbeidsduur en het ingevolge dit lid toegewezen aantal meer te werken uren, bedraagt niet meer dan gemiddeld 40 uur per week.
|
||||
|
||||
**2.** Een aanvraag als bedoeld in het eerste lid wordt door het bevoegd gezag toegewezen tenzij een zwaarwegend dienstbelang zich daartegen verzet.
|
||||
|
||||
**3.** Per meer te werken uur ontvangt de ambtenaar een vergoeding ten bedrage van het salaris per uur dat hij geniet op de krachtens artikel 21e, tweede lid, vastgestelde datum.
|
||||
Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties stelt regels ten aanzien van individuele keuzemogelijkheden in het arbeidsvoorwaardenpakket.
|
||||
|
||||
### Artikel 21d
|
||||
|
||||
**1.** De ambtenaar kan bij het bevoegd gezag een aanvraag indienen om gedurende een kalenderjaar minder uren te werken dan het aantal uren dat op grond van artikel 21, derde en vierde lid, voor hem is vastgesteld. Voor de ambtenaar die een volledige werktijd heeft, bedraagt het aantal uren dat minder gewerkt mag worden maximaal 80 uren per kalenderjaar. Voor de ambtenaar met een onvolledige werktijd geldt een in evenredigheid lager aantal uren als maximum.
|
||||
|
||||
**2.** Een aanvraag als bedoeld in het eerste lid wordt door het bevoegd gezag toegewezen tenzij een zwaarwegend dienstbelang zich daartegen verzet.
|
||||
|
||||
**3.** Per minder te werken uur wordt een inhouding op het salaris van de ambtenaar toegepast ten bedrage van het salaris per uur dat hij geniet op de krachtens artikel 21e, tweede lid, vastgestelde datum.
|
||||
|
||||
**4.** De ambtenaar voor wie de arbeidsduur op meer dan gemiddeld 36 uur is vastgesteld, kan een aanvraag als bedoeld in het eerste lid eerst indienen nadat op zijn aanvraag door het bevoegd gezag zijn arbeidsduur is vastgesteld op ten hoogste gemiddeld 36 uur.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 21e
|
||||
|
||||
**1.** De ambtenaar kan een keer per kalenderjaar een aanvraag indienen als bedoeld in de artikelen 21c en 21d.
|
||||
|
||||
**2.** Het bevoegd gezag stelt jaarlijks vast voor welke datum een aanvraag als bedoeld in de artikelen 21c en 21d moet worden ingediend.
|
||||
|
||||
**3.** Het bevoegd gezag dat voornemens is een aanvraag geheel of gedeeltelijk niet toe te wijzen voert daarover overleg met de ambtenaar.
|
||||
|
||||
**4.** Het bevoegd gezag geeft op of na de datum, bedoeld in het tweede lid, gelijktijdig beschikkingen af op alle voor die datum ingediende aanvragen.
|
||||
|
||||
**5.** Een door het bevoegd gezag toegewezen aanvraag als bedoeld in de artikelen 21c en 21d dient binnen het desbetreffende kalenderjaar te worden uitgevoerd.
|
||||
|
||||
**6.** In afwijking van het eerste lid kan het bevoegd gezag bepalen dat de ambtenaar meer dan een keer per jaar een aanvraag als bedoeld in de artikelen 21c en 21d kan indienen.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 21f
|
||||
|
||||
Artikel 21c is niet van toepassing op:
|
||||
|
||||
a. de ambtenaar wiens gemiddelde wekelijkse werktijd op basis van artikel 21a is teruggebracht;
|
||||
b. de ambtenaar die op basis van artikel 33g betaald ouderschapsverlof geniet;
|
||||
c. de ambtenaar die op basis van artikel 34 buitengewoon verlof van lange duur geniet;
|
||||
d. de ambtenaar aan wie op basis van artikel 94a, derde lid, gedeeltelijk ontslag is verleend.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 21g
|
||||
|
||||
Onze Minister kan voor de uitvoering van de artikelen 21c tot en met 21e nadere regels vaststellen.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 21h
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De ambtenaar kan bij het bevoegd gezag een aanvraag indienen om ten behoeve van vastgestelde bestedingsmogelijkheden af te zien van zijn aanspraken op:
|
||||
|
||||
a. een vergoeding als bedoeld in artikel 21c;
|
||||
b. een vergoeding als bedoeld in artikel 22, veertiende lid;
|
||||
c. een uitkering als bedoeld in artikel 20a van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984;
|
||||
d. de vakantie-uitkering, bedoeld in artikel 21 van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984;
|
||||
e. een aan hem toegekende eenmalige toeslag als bedoeld in artikel 22a van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984;
|
||||
f. een aan hem toegekende eenmalige mobiliteitstoeslag als bedoeld in artikel 22c van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984;
|
||||
g. een aan hem toegekende vergoeding op basis van artikel 23 van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984;
|
||||
h. een tegemoetkoming op basis van het Besluit tegemoetkoming ziektekosten rijkspersoneel.
|
||||
|
||||
**2.** Bij besluit van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties worden de in het eerste lid genoemde bestedingsmogelijkheden vastgesteld.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 21i
|
||||
|
||||
Onze Minister stelt voor de uitvoering van artikel 21h, eerste lid, nadere regels vast.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk V. Vakantie en verlof
|
||||
|
||||
|
|
@ -645,9 +607,9 @@ b. ziekte, voor zover de verhindering tot dienstverrichting korter duurt dan 26
|
|||
c. zwangerschaps- en bevallingsverlof als bedoeld in artikel 33fb, derde en vierde lid;
|
||||
d. verblijf in militaire dienst wegens herhalingsoefeningen;
|
||||
e. verlof verleend op basis van artikel 32a, 33, 33b, 33c, 33d, 33h of 33i van dit besluit;
|
||||
f. het minder uren werken op basis van artikel 21d van dit besluit.
|
||||
f. het minder uren werken op basis van de in artikel 21c van dit besluit bedoelde regels.
|
||||
|
||||
**11.** Met ingang van de dag dat de ambtenaar op grond van artikel 21*a* gedeeltelijk geen dienst verricht vervalt de in het vijfde lid bedoelde verhoging van de vakantieaanspraak.
|
||||
**11.** Met ingang van de dag dat de ambtenaar op grond van artikel 21a gedeeltelijk geen dienst verricht vervalt de in het vijfde lid bedoelde verhoging van de vakantieaanspraak.
|
||||
|
||||
**12.** Indien het belang van de dienst zich daartegen niet verzet, kan het bevoegd gezag op aanvraag van de ambtenaar eenmaal per kalenderjaar zijn aanspraak op vakantie verlagen. Het aantal uren vakantie waarmee de aanspraak kan worden verlaagd, bedraagt ten hoogste het aantal uren vakantie waarop de ambtenaar over het desbetreffende kalenderjaar aanspraak heeft, verminderd met: 144 uur vermenigvuldigd met de voor de ambtenaar geldende arbeidsduurfactor. Zo nodig vindt afronding naar boven plaats.
|
||||
|
||||
|
|
@ -884,28 +846,6 @@ b. in alle andere gevallen, indien de ambtenaar, alle omstandigheden in aanmerki
|
|||
|
||||
**4.** De vrouwelijke ambtenaar heeft recht op een bevallingsverlof van tien weken vanaf de dag volgend op die van de bevalling. Dit verlof wordt verlengd tot ten hoogste zestien weken, voor zover het zwangerschapsverlof voorafgaand aan de vermoedelijke datum van bevalling, om andere redenen dan wegens ziekte minder dan zes weken heeft bedragen.
|
||||
|
||||
### Artikel 33fc
|
||||
|
||||
**1.** De gewezen vrouwelijke ambtenaar, wier tijdstip van ingang van haar ontslag is gelegen in de periode, bedoeld in artikel 33fb, eerste lid, behoudt haar aanspraak op bezoldiging vermeerderd met haar vakantie-uitkering. De aanspraak eindigt na 16 weken, te rekenen vanaf de eerste dag waarop haar zwangerschapsverlof als bedoeld in artikel 33fb, derde lid, een aanvang heeft genomen.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De gewezen ambtenaar, wier bevalling waarschijnlijk is binnen vier maanden na het tijdstip van ingang van haar ontslag, ontvangt haar laatstelijk genoten bezoldiging vermeerderd met haar vakantie-uitkering gedurende de periode die:
|
||||
|
||||
a. aanvangt op de 41e dag voorafgaande aan de vermoedelijke datum van bevalling; en
|
||||
b. eindigt op de 70e dag na de datum waarop de bevalling heeft plaatsgevonden.
|
||||
|
||||
**3.** De periode, bedoeld in het tweede lid, wordt verlengd tot 16 weken, indien die periode door een voortijdige bevalling minder dan 16 weken heeft bedragen.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
De gewezen ambtenaar wier bevalling niet wordt verwacht binnen vier maanden na het tijdstip van ingang van haar ontslag, maar die niettemin binnen die termijn bevalt, ontvangt haar laatstelijk genoten bezoldiging vermeerderd met haar vakantie-uitkering gedurende de periode die:
|
||||
|
||||
a. aanvangt op de datum van bevalling; en
|
||||
b. eindigt op de 70e dag na de datum waarop de bevalling heeft plaatsgevonden.
|
||||
|
||||
**5.** De artikelen 33fb, vijfde en zesde lid, 40, tweede lid, en 48a, zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 33g
|
||||
|
||||
**1.** De ambtenaar die als ouder in familierechtelijke betrekking staat tot een kind, heeft aanspraak op verlof. Indien de ambtenaar met ingang van hetzelfde tijdstip tot meer dan één kind in familierechtelijke betrekking komt te staan, bestaat er ten aanzien van ieder van die kinderen aanspraak op verlof.
|
||||
|
|
@ -1261,12 +1201,6 @@ c) indien de ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte zic
|
|||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 40b
|
||||
|
||||
**1.** Het bevoegd gezag is verplicht zo tijdig mogelijk zodanige maatregelen te treffen en voorschriften te geven als redelijkerwijs nodig is, opdat de ambtenaar, die in verband met ongeschiktheid ten gevolge van ziekte verhinderd is zijn arbeid te verrichten, in staat wordt gesteld de eigen of andere passende arbeid te verrichten. Indien vaststaat dat de eigen arbeid niet meer kan worden verricht en binnen het gezagsbereik van Onze Minister geen andere passende arbeid voorhanden is, bevordert het bevoegd gezag de inschakeling van de ambtenaar in voor hem passende arbeid buiten het gezagsbereik van Onze Minister.
|
||||
|
||||
**2.** Uit hoofde van zijn verplichting, bedoeld in het eerste lid, stelt het bevoegd gezag in overeenstemming met de ambtenaar een plan van aanpak op als bedoeld in artikel 71a, tweede lid, van de WAO. Het plan van aanpak wordt met medewerking van de ambtenaar regelmatig geëvalueerd en zo nodig bijgesteld.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf . Begin en einde van de tijdvakken van 52 en 26 weken
|
||||
|
||||
### Artikel 41
|
||||
|
|
@ -1587,13 +1521,13 @@ b. reeds eerder in overleg met de ambtenaar binnen de termijn kan worden vastges
|
|||
|
||||
### Artikel 49h
|
||||
|
||||
**1.** Van een passende functie als bedoeld in artikel 49*g* is sprake indien de herplaatsingskandidaat naar het oordeel van Onze Minister beschikt over de kennis en kunde die noodzakelijk worden geacht om de functie naar behoren te kunnen uitoefenen danwel indien de herplaatsingskandidaat naar het oordeel van Onze Minister binnen redelijke termijn om-, her- of bijgeschoold kan worden, en deze functie hem in verband met zijn persoonlijkheid, zijn omstandigheden en de voor hem bestaande vooruitzichten, redelijkerwijs kan worden opgedragen.
|
||||
**1.** Van een passende functie als bedoeld in artikel 49g is sprake indien de herplaatsingskandidaat naar het oordeel van Onze Minister beschikt over de kennis en kunde die noodzakelijk worden geacht om de functie naar behoren te kunnen uitoefenen danwel indien de herplaatsingskandidaat naar het oordeel van Onze Minister binnen redelijke termijn om-, her- of bijgeschoold kan worden, en deze functie hem in verband met zijn persoonlijkheid, zijn omstandigheden en de voor hem bestaande vooruitzichten, redelijkerwijs kan worden opgedragen.
|
||||
|
||||
**2.** Bij het eerste lid geldt de beperking dat uitsluitend sprake kan zijn van een passende functie indien de voor de functie geldende salarisschaal niet meer dan twee schalen lager is dan de salarisschaal die geldt voor de herplaatsingskandidaat.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister kan de herplaatsingskandidaat plaatsen op een functie waarvan de geldende salarisschaal meer dan twee schalen lager is dan de salarisschaal die geldt voor de herplaatsingskandidaat indien er bijzondere omstandigheden zijn die zulks rechtvaardigen en indien de herplaatsingskandidaat daarmee instemt.
|
||||
|
||||
**4.** Bij een herplaatsing met toepassing van het derde lid zijn de artikelen 49*k*, 49*m* en 49*n* van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**4.** Bij een herplaatsing met toepassing van het derde lid zijn de artikelen 49k en 49n van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf . - plaatsing in een functie
|
||||
|
||||
|
|
@ -1627,11 +1561,7 @@ De herplaatsingskandidaat die slechts in een voor hem passende functie kan worde
|
|||
|
||||
### Artikel 49m
|
||||
|
||||
**1.** De ambtenaar voor wie in verband met zijn herplaatsing of plaatsing in een passende functie de afstand tussen de woning en het werk toeneemt zonder dat hij behoeft te verhuizen, wordt voor een termijn van ten hoogste zes jaar een extra tegemoetkoming in de reiskosten toegekend.
|
||||
|
||||
**2.** De extra tegemoetkoming bedraagt de eerste drie jaar het verschil tussen de ingaande de eerste dag van zijn herplaatsing aan de herplaatsingskandidaat toegekende tegemoetkoming op grond van artikel 12, tweede lid, van het Verplaatsingskostenbesluit 1989 en de tegemoetkoming die aan de herplaatsingskandidaat zou zijn toegekend op grond van artikel 12, derde lid, van het Verplaatsingskostenbesluit 1989 en bedraagt in het vier, vijfde en zesde jaar respectievelijk 75, 50 en 25% daarvan.
|
||||
|
||||
**3.** Onder door Onze Minister te stellen voorwaarden kan het recht op de extra tegemoetkoming in de reiskosten op aanvraag van de herplaatsingskandidaat worden afgekocht.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Paragraaf . Financiële voorziening bij herplaatsing over grote afstand
|
||||
|
||||
|
|
@ -1663,7 +1593,7 @@ Onze Minister kan de herplaatsingskandidaat een premie in het vooruitzicht stell
|
|||
|
||||
### Artikel 49q
|
||||
|
||||
Onze Minister kan de artikelen 49*j*, tweede lid, 49*k*, 49*m*, 49*n* en 49*p* toepassen op de ambtenaar wiens functie binnen afzienbare tijd wordt opgeheven of die als overtollig zal worden aangemerkt.
|
||||
Onze Minister kan de artikelen 49j, tweede lid, 49k, 49n en 49p toepassen op de ambtenaar wiens functie binnen afzienbare tijd wordt opgeheven of die als overtollig zal worden aangemerkt.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk VIIa. Overige rechten en verplichtingen van den ambtenaar
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue