From 3327f397d7646e6d96a7eeca3455e4cc59c6e339 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Sat, 4 Mar 2023 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2023-03-04 | BWBR0041781 | Loonheffingen, inkomstenbelasting, pensioenen; verzamelbesluit diverse onderwerpen --- .../BWBR0041781/README.md | 31 ++++++++++--------- 1 file changed, 16 insertions(+), 15 deletions(-) diff --git a/beleidsregel/loonheffingen-inkomstenbelasting-pensioenen-verzamelbesluit-diverse-onderwerpen/BWBR0041781/README.md b/beleidsregel/loonheffingen-inkomstenbelasting-pensioenen-verzamelbesluit-diverse-onderwerpen/BWBR0041781/README.md index 1a4a4166954..debd61f7312 100644 --- a/beleidsregel/loonheffingen-inkomstenbelasting-pensioenen-verzamelbesluit-diverse-onderwerpen/BWBR0041781/README.md +++ b/beleidsregel/loonheffingen-inkomstenbelasting-pensioenen-verzamelbesluit-diverse-onderwerpen/BWBR0041781/README.md @@ -27,6 +27,8 @@ In onderdeel 8.2. zijn vier nieuwe aanwijzingen opgenomen voor de (premievrij) v Onderdeel 11. voorziet in de intrekking van het besluit van 24 november 2017, nr. 2017-126948 (Stcrt. 2017-70301-n1) dat door dit besluit wordt vervangen. Verder leidt het arrest van de Hoge Raad van 22 juni 2018, 16/06236, ECLI:NL:HR:2018:958 tot intrekking van het besluit van 26 mei 2005, nr. DGB2005/3299m, het besluit van 8 december 2005, nr. DGB2005/6722M en het besluit van 18 december 2013, nr. BLKB2013/2200M. +Dit besluit is vervolgens gewijzigd bij besluit van 17 februari 2023 nr. 2023-1520 (Stcrt. 2023, 6305) De wijzigingen betreffen de aanpassing van onderdeel 5.4. en de toevoeging van een nieuw onderdeel 5.5. Daarnaast zijn enkele redactionele wijzigingen aangebracht en twee onjuiste verwijzingen hersteld. Onderdeel 5.4. (nieuw) bevat de te stellen voorwaarden bedoeld in artikel 38p, vijfde lid, Wet LB voor het geruisloos aanwenden van een aanspraak ingevolge een oudedagsverplichting ter verkrijging van een lijfrenteverzekering, lijfrenterekening of lijfrentebelegginsrecht indien de termijnen uit deze oudedagsverplichting reeds zijn ingegaan. Onderdeel 5.5. (nieuw) bevat de te stellen voorwaarden, bedoeld in artikel 10a.18, vijfde lid, Wet IB 2001 voor het geruisloos aanwenden van een aanspraak ingevolge een oudedagsverplichting ter verkrijging van een lijfrenteverzekering, lijfrenterekening of lijfrentebeleggingsrecht op een tijdstip later dan het jaar waarin de belastingplichtige aan wie de lijfrentetermijnen toekomen, de leeftijd heeft bereikt die vijf jaar hoger is dan de AOW-leeftijd. + ### 1.1. Gebruikte begrippen en afkortingen - *artikel 38a (oud) Wet LB:* @@ -43,6 +45,7 @@ Onderdeel 11. voorziet in de intrekking van het besluit van 24 november 2017, n - *IAPW:* Invoerings- en aanpassingswet Pensioenwet - *inspecteur:* de bevoegde inspecteur van de Belastingdienst +- *lijfrente:* lijfrenteverzekering, lijfrenterekening of lijfrentebelegginsrecht, als bedoeld in artikel 1.7, lid 1, onderdelen a en b, Wet IB 2001 - *loon:* loon in de zin van hoofdstuk II Wet LB - *loonheffing:* loonbelasting/premie volksverzekeringen - *loonheffingen:* loonheffing, premies werknemersverzekeringen en de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet @@ -101,7 +104,7 @@ Voor deze goedkeuring geldt de volgende voorwaarde: 1. De goedkeuring geldt alleen voor zover er in de desbetreffende perioden geen cumulatie plaatsvindt met opbouw in een pensioenregeling bij een eventuele nieuwe werkgever, de vorming van een oudedagsreserve als bedoeld in artikel 3.67 Wet IB 2001 of de deelname aan een beroeps- of bedrijfstakpensioenregeling. De werkgever mag hierbij afgaan op een verklaring van de werknemer. -In onderdeel 3.5. komt aan de orde welk pensioengevend loon men over de verlofperiode in aanmerking kan nemen. +In onderdeel 3.6. komt aan de orde welk pensioengevend loon men over de verlofperiode in aanmerking kan nemen. ### 2.3. Vrijwillige voortzetting van pensioenopbouw @@ -295,7 +298,7 @@ Voor deze goedkeuring gelden de volgende drie voorwaarden: Op 1 april 2017 zijn de maatregelen van de Wet uitfasering PEB in werking getreden (Kamerstukken 34 555 en 34 662). Het is vanaf 1 april 2017 tot en met 31 december 2019 mogelijk om het volledige in eigen beheer verzekerde deel van de opgebouwde pensioenaanspraak af te kopen of om te zetten in een ODV (artikel 38n Wet LB). Op het moment van de afkoop of omzetting mag de in eigen beheer verzekerde pensioenaanspraak fiscaal geruisloos worden prijsgegeven voor zover de waarde in het economische verkeer van die aanspraak hoger is dan de fiscale balanswaarde van de tegenover die aanspraak staande pensioenverplichting. Deze fiscale balanswaarde moet in het geheel worden afgekocht of omgezet in een ODV. -In dit onderdeel zijn vier goedkeuringen opgenomen die verband houden met de invoering van de Wet uitfasering PEB. +In dit onderdeel zijn drie goedkeuringen opgenomen die verband houden met de invoering van de Wet uitfasering PEB en worden nadere voorwaarden gesteld aan het aanwenden van een ODV ter verkrijging van een lijfrente. ### 5.2. Overgangsrecht @@ -317,26 +320,24 @@ Daarom keur ik met toepassing van artikel 63 AWR (hardheidsclausule) het volgend Ik keur goed dat artikel 38n, eerste lid, Wet LB 1964 van overeenkomstige toepassing is op aanspraken ingevolge een pensioenregeling waarvan een natuurlijke persoon als bedoeld in artikel 38j Wet LB, zoals dat artikel luidde op 31 december 2016, als verzekeraar optreedt. -### 5.4. Reeds ingegane ODV aanwenden ter verkrijging van een lijfrente, lijfrenterekening of lijfrentebeleggingsrecht +### 5.4. Reeds ingegane ODV aanwenden ter verkrijging van een lijfrente -Uit artikel 38p, tweede lid, Wet LB volgt dat de waarde van de ODV in een periode van 20 jaar in gelijkmatige termijnen met een gelijke tussenperiode van ten hoogste een jaar moet worden uitgekeerd als loon uit vroegere dienstbetrekking. Uit artikel 38p, tweede lid, onderdeel a, onder 1º, Wet LB volgt dat de uitkeringen ingevolge de ODV uiterlijk in moeten gaan twee maanden na het bereiken van de AOW-leeftijd. In geval van overlijden van de dga moeten de uitkeringen op grond van artikel 38p, tweede lid, onderdeel b, onder 1º, Wet LB, binnen twaalf maanden na dat overlijden ingaan. Aanwending van de ODV ter verkrijging van een lijfrente als bedoeld in artikel 3.125 Wet IB 2001 of een lijfrenterekening of lijfrentebeleggingsrecht als bedoeld in artikel 3.126a van die wet, is niet meer mogelijk vanaf het moment waarop de uitkeringen ingevolge de ODV zijn ingegaan. +Op grond van artikel 38p, eerste en tweede lid, Wet LB 1964 is het mogelijk om de ODV – zo lang er nog geen termijnen zijn ingegaan – fiscaal geruisloos om te zetten in een lijfrente. Aanwending van de ODV ter verkrijging van een lijfrente, nadat de uitkeringen ingevolge de ODV zijn ingegaan, is op grond van artikel 38p, vijfde lid, Wet LB1Van 1 april 2017 tot en met 31 december 2019 was dit geregeld in artikel 38p, zesde lid, Wet LB. onder nader te stellen voorwaarden mogelijk. -Naar mijn oordeel past het in de doelstelling van de Wet uitfasering PEB, om het mogelijk te maken dat een ODV wordt aangewend ter verkrijging van een lijfrente als bedoeld in artikel 3.125 Wet IB 2001 of een lijfrenterekening of lijfrentebeleggingsrecht als bedoeld in artikel 3.126a van die wet, wanneer de dga, of ingeval van overlijden de erfgenamen, reeds uitkeringen ingevolge die ODV ontvangt, respectievelijk ontvangen. Daarom keur ik met toepassing van artikel 63 AWR (hardheidsclausule) het volgende goed. +Dit onderdeel bevat de te stellen voorwaarden, bedoeld in artikel 38p, vijfde lid, Wet LB wanneer een ODV na de ingangsdatum van de termijnen geruisloos wordt aangewend ter verkrijging van een lijfrente. -Ik keur onder de volgende voorwaarden goed dat een ODV wordt aangewend ter verkrijging van een lijfrente als bedoeld in artikel 3.125 Wet IB 2001 of een lijfrenterekening of lijfrentebeleggingsrecht als bedoeld in artikel 3.126a van die wet, wanneer er reeds uitkeringen worden gedaan ingevolge die ODV. Voor de situatie waarin de financiële middelen onvoldoende zijn (onderdekking) stel ik aanvullende voorwaarden. +Voor de toepassing van artikel 38p, vijfde lid, Wet LB gelden de volgende twee voorwaarden: -Voor deze goedkeuring gelden de volgende twee voorwaarden: - -1. De volledige waarde van de aanspraken ingevolge de ODV wordt aangewend ter verkrijging van een lijfrente als bedoeld in artikel 3.125 Wet IB 2001 of een lijfrenterekening of lijfrentebeleggingsrecht als bedoeld in artikel 3.126a van die wet. -2. Belanghebbende dient voorafgaand aan de aanwending van de ODV ter verkrijging van een lijfrente, lijfrenterekening of lijfrentebeleggingsrecht bij de inspecteur een verzoek in met een beroep op deze goedkeuring. In de bijlagen bij dit verzoek zijn alle relevante stukken opgenomen. +1. De volledige waarde van de ODV wordt aangewend ter verkrijging van een lijfrente. +2. Belanghebbende dient voorafgaand aan de aanwending van de ODV ter verkrijging van een lijfrente bij de inspecteur een verzoek in met een beroep op artikel 38p, vijfde lid, Wet LB. In de bijlagen bij dit verzoek zijn alle relevante stukken opgenomen. Ingeval van onderdekking geldt voorwaarde 1 niet, maar gelden in aanvulling op voorwaarde 2 de volgende drie voorwaarden: 3. In die situaties waarin de vermogenspositie van het eigenbeheerlichaam niet toereikend is om de ODV na te komen (onderdekking), is dit veroorzaakt door (reële) ondernemings- of beleggingsverliezen en niet het gevolg van andere factoren als bijvoorbeeld winstuitdelingen door het lichaam in de afgelopen jaren of onvolwaardige dan wel afgewaardeerde vorderingen op de dga of aan hem verwante personen. -4. Alle aanwezige bezittingen van het lichaam, worden aangewend ter verkrijging van een lijfrente als bedoeld in artikel 3.125 Wet IB 2001 of van een lijfrenterekening of lijfrentebeleggingsrecht als bedoeld in artikel 3.126a van die wet. -5. Het eigenbeheerlichaam wordt geliquideerd direct na verkrijging van een lijfrente, lijfrenterekening of lijfrentebeleggingsrecht als voornoemd. +4. Alle aanwezige bezittingen van het lichaam, worden aangewend ter verkrijging van een lijfrente. +5. Het eigenbeheerlichaam wordt geliquideerd direct na verkrijging van een lijfrente. -Als voldaan wordt aan deze voorwaarden kan, in geval van onderdekking, op het moment van liquidatie van het lichaam het resterende deel van de ODV worden aangemerkt als niet voor verwezenlijking vatbaar in de zin van artikel 19b, eerste lid, onderdeel c, Wet LB (tekst 2016). Op grond van artikel 38p, vierde lid, Wet LB is voornoemd artikel 19b ook van toepassing op een ODV. Het prijsgeven van het resterende deel van de ODV leidt dan niet tot heffing van loonheffingen en inkomstenbelasting. +Als voldaan wordt aan deze voorwaarden kan, in geval van onderdekking, op het moment van liquidatie van het lichaam het resterende deel van de ODV worden aangemerkt als niet voor verwezenlijking vatbaar in de zin van artikel 19b, eerste lid, onderdeel c, Wet LB (tekst 2016). Op grond van artikel 38p, vierde lid, Wet LB is voornoemd artikel 19b ook van toepassing op een ODV. Het prijsgeven van het resterende deel van de ODV leidt dan niet tot heffing van loonheffingen en inkomstenbelasting. ### 5.5. ODV aanwenden ter verkrijging van een lijfrente na AOW-leeftijd plus vijf jaar @@ -353,7 +354,7 @@ Voor de toepassing van artikel 10a.18, vijfde lid, Wet IB 2001 gelden de volgend Omdat in deze gevallen de ODV-termijnen altijd reeds zijn ingegaan op het moment dat de ODV wordt aangewend ter verkrijging van een lijfrente, gelden ook de voorwaarden, zoals deze zijn opgenomen in onderdeel 5.4. van dit besluit. -### 5.5. Overgangsrecht +### 5.6. Overgangsrecht Op grond van artikel 19b, achtste lid, Wet LB (tekst 2016) kan *ik voorwaarden stellen voor het verminderen van aanspraken op in eigen beheer opgebouwd pensioen* zonder dat sprake is van prijsgeven als bedoeld in artikel 19c, eerste lid, onderdeel c, Wet LB (tekst 2016). Aan deze delegatiebepaling heb ik uitvoering gegeven in mijn besluit van 18 maart 2013, nr. BLKB2013/27M (Stcrt. 2013, 8018). Met de invoering van de maatregelen van de Wet uitfasering PEB is artikel 19b, achtste lid, Wet LB komen te vervallen en nog slechts via overgangsrecht in bepaalde situaties van toepassing. Op grond van artikel 38n, eerste lid, Wet LB, blijft artikel 19b, achtste lid, Wet LB (tekst 2016) van toepassing op bestaande aanspraken ingevolge een pensioenregeling waarvan een eigenbeheerlichaam als verzekeraar optreedt. Het besluit van 18 maart 2013 is voor die situaties nog van belang. Op grond van artikel 38p, vierde lid, Wet LB is voornoemd artikel 19b, achtste lid, van overeenkomstige toepassing op een ODV. Daarom keur ik met toepassing van artikel 63 AWR (hardheidsclausule) het volgende goed. @@ -365,7 +366,7 @@ Ik keur goed dat het besluit van 18 maart 2013, nr. BLKB2013/27M (Stcrt. 2013, In dit onderdeel is een tegemoetkoming opgenomen voor de situatie waarin een werknemer het pensioen vervroegd in laat gaan, maar niet eerder dan vijf jaar vóór de AOW-leeftijd, en blijft doorwerken. -Onderdeel 6.2. geeft het standpunt over de op dit punt geldende wetgeving, de maatschappelijke ontwikkelingen en de tegemoetkoming in het besluit van 30 augustus 2011, nr. BLKB2011/1231M, (Stcrt. 2011, 16384) weer. Onderdeel 6.3. bevat een gedeeltelijke herziening van die tegemoetkoming in verband met de verhoging van de AOW-leeftijd. +Onderdeel 6.2. geeft het standpunt over de op dit punt geldende wetgeving, de maatschappelijke ontwikkelingen en de tegemoetkoming in het besluit van 30 augustus 2011, nr. BLKB2011/1231M, (Stcrt. 2011, 16384) weer. Onderdeel 6.4. bevat een gedeeltelijke herziening van die tegemoetkoming in verband met de verhoging van de AOW-leeftijd. ### 6.2. Historie