2013-01-01 | BWBR0008973 | Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus
This commit is contained in:
parent
40e414af73
commit
3356213adb
1 changed files with 17 additions and 19 deletions
|
|
@ -18,8 +18,8 @@ citeertitel: Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus
|
|||
|
||||
In deze wet wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
a. Onze Minister: Onze Minister van Justitie;
|
||||
b. regio: de politieregio bedoeld in, artikel 21, eerste lid, van de Politiewet 1993;
|
||||
a. Onze Minister: Onze Minister van Veiligheid en Justitie;
|
||||
b. korpschef: de korpschef, bedoeld in artikel 27 van de Politiewet 2012;
|
||||
c. beveiligingswerkzaamheden: het bewaken van de veiligheid van personen en goederen of het waken tegen verstoring van de orde en rust op terreinen en in gebouwen;
|
||||
d. beveiligingsorganisatie: een door een of meer personen in stand gehouden particuliere organisatie die gericht is op het verrichten van beveiligingswerkzaamheden;
|
||||
e. recherchewerkzaamheden: het vergaren en analyseren van gegevens;
|
||||
|
|
@ -30,7 +30,7 @@ g. alarminstallateur: een persoon die
|
|||
2°. een plan voor de installatie van alarmapparatuur ontwerpt of
|
||||
3°. assistentie verleent aan een persoon als bedoeld onder 1° of 2°;
|
||||
h. alarmapparatuur: apparatuur, daaronder begrepen delen daarvan, die alleen of in combinatie met andere apparatuur een systeem vormt, dat door middel van detectoren via telecommunicatie signalen, die duiden op de aanwezigheid van personen, doorgeeft aan een of meer centrale punten, waar die signalen worden ontvangen en beoordeeld en van waaruit assistentie kan worden gevraagd aan derden;
|
||||
i. luchtvaartterrein: een luchtvaartterrein als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder *c*, van de Politiewet 1993.
|
||||
i. luchtvaartterrein: een luchtvaartterrein als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder c, van de Politiewet 2012.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -106,7 +106,7 @@ Met de eisen inzake de betrouwbaarheid terzake van het verrichten of aanbieden v
|
|||
|
||||
**3.** Het tweede lid is niet van toepassing op buitengewoon opsporingsambtenaren die behoren tot een particuliere beveiligingsorganisatie die, of een onderdeel daarvan dat door Onze Minister is aangewezen als een categorie of eenheid als bedoeld in artikel 142, eerste lid, onder b, van het Wetboek van Strafvordering.
|
||||
|
||||
**4.** Van het verbod, bedoeld in het tweede lid, kan Onze Minister van Binnenlandse Zaken in overeenstemming met Onze Minister en Onze andere Minister wie het aangaat in bijzondere omstandigheden ontheffing verlenen. Aan een ontheffing kunnen beperkingen en voorschriften worden verbonden. Met toepassing van artikel 28, eerste lid, laatste zinsnede, van de Dienstenwet is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing op een aanvraag om een ontheffing.
|
||||
**4.** Van het verbod, bedoeld in het tweede lid, kan Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister die het aangaat in bijzondere omstandigheden ontheffing verlenen. Aan een ontheffing kunnen beperkingen en voorschriften worden verbonden. Met toepassing van artikel 28, eerste lid, laatste zinsnede, van de Dienstenwet is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing op een aanvraag om een ontheffing.
|
||||
|
||||
**5.** Onze Minister stelt bij ministeriële regeling regels met betrekking tot de kwaliteitseisen waaraan personen in dienst van een bestuursorgaan moeten voldoen indien zij in de uitoefening van hun functie beveiligingswerkzaamheden verrichten.
|
||||
|
||||
|
|
@ -132,21 +132,19 @@ i. andere onderwerpen die de kwaliteit raken.
|
|||
|
||||
**1.** Een beveiligingsorganisatie of recherchebureau aan welke een vergunning is verleend stelt geen personen te werk die belast zullen worden met de leiding van de organisatie of het bureau, dan nadat voor hen toestemming is verkregen van Onze Minister.
|
||||
|
||||
**2.** Een beveiligingsorganisatie of recherchebureau als bedoeld in het eerste lid stelt geen personen te werk die belast zullen worden met werkzaamheden, anders dan bedoeld in het eerste lid, dan nadat voor hen toestemming is verkregen van de korpschef van het politiekorps in de regio waar de beveiligingsorganisatie of het recherchebureau dan wel een onderdeel daarvan is gevestigd. Indien de beveiligingsorganisatie of het recherchebureau dan wel een onderdeel daarvan is gevestigd op een luchtvaartterrein, wordt de toestemming, bedoeld in de eerste volzin, verleend door de commandant van de Koninklijke marechaussee.
|
||||
**2.** Een beveiligingsorganisatie of recherchebureau als bedoeld in het eerste lid stelt geen personen te werk die belast zullen worden met werkzaamheden, anders dan bedoeld in het eerste lid, dan nadat voor hen toestemming is verkregen van de korpschef. Indien de beveiligingsorganisatie of het recherchebureau dan wel een onderdeel daarvan is gevestigd op een luchtvaartterrein, wordt de toestemming, bedoeld in de eerste volzin, verleend door de commandant van de Koninklijke marechaussee.
|
||||
|
||||
**3.** Een beveiligingsorganisatie of recherchebureau, zonder vestiging in Nederland, aan welke een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2, eerste en tweede lid, laat personen als bedoeld in het tweede lid, geen beveiligingsonderscheidenlijk recherchewerkzaamheden in Nederland verrichten, dan nadat voor hen toestemming is verkregen van Onze Minister.
|
||||
|
||||
**4.** Indien het gewenst is in verband met de plaats waar een beveiligingsorganisatie of recherchebureau werkzaamheden verricht, dat de toestemming, bedoeld in het tweede lid, wordt verleend door een andere korpschef dan de in dat lid bedoelde korpschef of commandant, kan Onze Minister een andere korpschef aanwijzen. Indien aan de eerste volzin toepassing is gegeven, oefent de korpschef of commandant, bedoeld in het tweede lid, voor deze beveiligingsorganisaties en recherchebureaus de bevoegdheid niet uit. Voor de tewerkstelling van de overige opsporingsambtenaren wordt de toestemming slechts verleend na het overleggen van de ontheffing, bedoeld in artikel 5, vierde lid, en indien de desbetreffende persoon beschikt over de benodigde bekwaamheid.
|
||||
**4.** De toestemming, bedoeld in het eerste, tweede en derde lid, wordt onthouden indien de desbetreffende persoon niet beschikt over de bekwaamheid en betrouwbaarheid die nodig zijn voor het te verrichten werk. Indien de desbetreffende persoon een ambtenaar is als bedoeld in artikel 5, derde lid, wordt de toestemming slechts onthouden indien deze persoon niet beschikt over de benodigde bekwaamheid. Voor de tewerkstelling van de overige opsporingsambtenaren wordt de toestemming slechts verleend na het overleggen van de ontheffing, bedoeld in artikel 5, vierde lid, en indien de desbetreffende persoon beschikt over de benodigde bekwaamheid.
|
||||
|
||||
**5.** De toestemming, bedoeld in het eerste, tweede en derde lid, wordt onthouden indien de desbetreffende persoon niet beschikt over de bekwaamheid en betrouwbaarheid die nodig zijn voor het te verrichten werk. Indien de desbetreffende persoon een ambtenaar is als bedoeld in artikel 5, derde lid, wordt de toestemming slechts onthouden indien deze persoon niet beschikt over de benodigde bekwaamheid. Voor de tewerkstelling van de overige opsporingsambtenaren wordt de toestemming slechts verleend na het overleggen van de ontheffing, bedoeld in artikel 5, vierde lid, en indien de desbetreffende persoon beschikt over de benodigde bekwaamheid.
|
||||
**5.** De toestemming, bedoeld in het eerste, tweede en derde lid kan worden ingetrokken indien zich omstandigheden voordoen of feiten bekend worden op grond waarvan de toestemming niet zou zijn verleend, indien zij zich hadden voorgedaan of bekend waren geweest op het tijdstip waarop de toestemming werd verleend.
|
||||
|
||||
**6.** De toestemming, bedoeld in het eerste, tweede en derde lid kan worden ingetrokken indien zich omstandigheden voordoen of feiten bekend worden op grond waarvan de toestemming niet zou zijn verleend, indien zij zich hadden voorgedaan of bekend waren geweest op het tijdstip waarop de toestemming werd verleend.
|
||||
**6.** De toestemming, bedoeld in het eerste, tweede en derde lid wordt verleend na de betaling van een vergoeding van kosten aan het Rijk of de politie. Onze Minister stelt bij ministeriële regeling regels met betrekking tot de kostenvergoeding.
|
||||
|
||||
**7.** De toestemming, bedoeld in het eerste, tweede en derde lid wordt verleend na de betaling van een vergoeding van kosten aan het Rijk of de regio. Onze Minister stelt bij ministeriële regeling regels met betrekking tot de kostenvergoeding.
|
||||
**7.** Met de toestemming, bedoeld in het eerste en derde lid, wordt gelijkgesteld een verklaring afgegeven in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend Verdrag dat Nederland bindt, en die een beroepsniveau waarborgt dat ten minste gelijkwaardig is aan het niveau dat met de nationale toestemming wordt nagestreefd.
|
||||
|
||||
**8.** Met de toestemming, bedoeld in het eerste en derde lid, wordt gelijkgesteld een verklaring afgegeven in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend Verdrag dat Nederland bindt, en die een beroepsniveau waarborgt dat ten minste gelijkwaardig is aan het niveau dat met de nationale toestemming wordt nagestreefd.
|
||||
|
||||
**9.** Met toepassing van artikel 28, eerste lid, laatste zinsnede, van de Dienstenwet is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing op een verzoek tot toestemming als bedoeld in het eerste, tweede en derde lid.
|
||||
**8.** Met toepassing van artikel 28, eerste lid, laatste zinsnede, van de Dienstenwet is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing op een verzoek tot toestemming als bedoeld in het eerste, tweede en derde lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 8
|
||||
|
||||
|
|
@ -162,7 +160,7 @@ i. andere onderwerpen die de kwaliteit raken.
|
|||
|
||||
**2.** Het eerste lid is niet van toepassing op personen die uitsluitend binnen het gebouw van een beveiligingsorganisatie als bedoeld in artikel 3, onder b, werkzaam zijn. Voorts kan Onze Minister voor bepaalde beveiligingswerkzaamheden ontheffing verlenen van de verplichting, bedoeld in het eerste lid, indien dit gelet op de aard van de werkzaamheden gewenst is en zich daartegen geen zwaarwegende belangen verzetten. Onze Minister kan daaraan voorschriften verbinden betreffende de instructie van het betrokken personeel. Onze Minister beslist op een aanvraag om ontheffing binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag. De beslissing kan eenmaal met ten hoogste acht weken worden verdaagd. Afdeling 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing.
|
||||
|
||||
**3.** Een beveiligingsorganisatie of recherchebureau aan welke een vergunning is verleend, draagt er zorg voor dat de personen die zijn belast met beveiligingswerkzaamheden onderscheidenlijk recherchewerkzaamheden, bij de uitvoering van hun werkzaamheden geen handboeien dragen, tenzij Onze Minister, na overleg met Onze Minister van Binnenlandse Zaken, daarvoor toestemming heeft verleend. Aan de toestemming kunnen voorwaarden worden verbonden. Met toepassing van artikel 28, eerste lid, laatste zinsnede, van de Dienstenwet is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing op het verzoek tot toestemming om handboeien te dragen.
|
||||
**3.** Een beveiligingsorganisatie of recherchebureau aan welke een vergunning is verleend, draagt er zorg voor dat de personen die zijn belast met beveiligingswerkzaamheden onderscheidenlijk recherchewerkzaamheden, bij de uitvoering van hun werkzaamheden geen handboeien dragen, tenzij Onze Minister daarvoor toestemming heeft verleend. Aan de toestemming kunnen voorwaarden worden verbonden. Met toepassing van artikel 28, eerste lid, laatste zinsnede, van de Dienstenwet is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing op het verzoek tot toestemming om handboeien te dragen.
|
||||
|
||||
**4.** Personen die zijn belast met beveiligingswerkzaamheden onderscheidenlijk recherchewerkzaamheden en ten behoeve van wie toestemming voor het dragen van handboeien is verleend, zijn, in afwachting van de komst van de politie, bevoegd tot het aanleggen van handboeien bij personen die zijn aangehouden ingeval van ontdekking op heterdaad, indien de aangehouden personen zich trachten te onttrekken aan hun aanhouding of indien zij een gevaar vormen voor hun leven of veiligheid of die van anderen en die onttrekking onderscheidenlijk dat gevaar niet op andere wijze kan worden voorkomen. Het gebruik van handboeien dient redelijk en gematigd te zijn.
|
||||
|
||||
|
|
@ -170,7 +168,7 @@ i. andere onderwerpen die de kwaliteit raken.
|
|||
|
||||
**6.** Onze Minister kan de toestemming tot het dragen van handboeien intrekken, indien blijkt dat bij herhaling het gebruik van handboeien niet overeenkomstig het vierde en vijfde lid heeft plaatsgevonden.
|
||||
|
||||
**7.** Onze Minister kan bij ministeriële regeling bepalen dat de in het tweede, derde en zesde lid bedoelde bevoegdheden, in de daarbij aan te wijzen gevallen worden uitgeoefend door de korpschef van het politiekorps in de regio, waar een beveiligingsorganisatie werkzaamheden verricht, dan wel door de commandant van de Koninklijke marechaussee, indien een beveiligingsorganisatie werkzaamheden verricht op een luchtvaartterrein. Hij kan ter zake nadere regels stellen. In de bij ministeriële regeling aangewezen gevallen kan Onze Minister de bevoegdheden, bedoeld in het tweede, derde en zesde lid, niet meer uitoefenen. Indien de hiervoor bedoelde bevoegdheden betrekking hebben op het verlenen van toestemming tot het dragen van handboeien wordt de ministeriële regeling in overeenstemming met Onze Minister van Binnenlandse Zaken vastgesteld. In dat geval vervalt de verplichting tot overleg, bedoeld in het derde lid.
|
||||
**7.** Onze Minister kan bij ministeriële regeling bepalen dat de in het tweede, derde en zesde lid bedoelde bevoegdheden, in de daarbij aan te wijzen gevallen worden uitgeoefend door de korpschef, dan wel door de commandant van de Koninklijke marechaussee, indien een beveiligingsorganisatie werkzaamheden verricht op een luchtvaartterrein. Hij kan ter zake nadere regels stellen. In de bij ministeriële regeling aangewezen gevallen kan Onze Minister de bevoegdheden, bedoeld in het tweede, derde en zesde lid, niet meer uitoefenen.
|
||||
|
||||
**8.** Een beveiligingsorganisatie of recherchebureau aan welke een vergunning is verleend draagt er zorg voor dat de personen die zijn belast met beveiligingswerkzaamheden onderscheidenlijk recherchewerkzaamheden, bij de uitvoering van hun werkzaamheden een legitimatiebewijs bij zich dragen waarvan een model is vastgesteld door Onze Minister en dat zij dit op verzoek tonen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -188,7 +186,7 @@ i. andere onderwerpen die de kwaliteit raken.
|
|||
|
||||
**4.** Een beveiligingsorganisatie als bedoeld in het eerste lid draagt zorg dat zij over documenten beschikt betreffende de door haar en derden gebruikte apparatuur, waarmee aangetoond kan worden dat zij aan het eerste en derde lid voldoet.
|
||||
|
||||
**5.** De verklaring van betrouwbaarheid, bedoeld in het eerste lid, wordt afgegeven door de korpschef van het politiekorps in de regio waar de desbetreffende persoon woonachtig is, dan wel, indien hij niet woonachtig is in Nederland, een korpschef, de commandant van de Koninklijke marechaussee of Onze Minister, die ingevolge artikel 7, tweede of derde lid, aan een beveiligingsorganisatie waarvoor de alarminstallateur gaat werken toestemming kan geven.
|
||||
**5.** De verklaring van betrouwbaarheid, bedoeld in het eerste lid, wordt afgegeven door de korpschef, dan wel, indien de desbetreffende persoon niet woonachtig is in Nederland, de korpschef, de commandant van de Koninklijke marechaussee of Onze Minister, die ingevolge artikel 7, tweede of derde lid, aan een beveiligingsorganisatie waarvoor de alarminstallateur gaat werken toestemming kan geven.
|
||||
|
||||
**6.** De verklaring van betrouwbaarheid, bedoeld in het eerste lid, kan worden ingetrokken indien zich omstandigheden voordoen of feiten bekend worden op grond waarvan de verklaring niet zou zijn afgegeven, indien deze zich hadden voorgedaan of bekend waren geweest op het tijdstip waarop de verklaring werd afgegeven.
|
||||
|
||||
|
|
@ -206,11 +204,11 @@ i. andere onderwerpen die de kwaliteit raken.
|
|||
|
||||
### Artikel 12
|
||||
|
||||
**1.** De korpschef van het politiekorps in de regio waar een beveiligingsorganisatie of recherchebureau aan welke een vergunning is verleend werkzaamheden verricht, is bevoegd, indien dit in het belang van een goede politiezorg noodzakelijk is, aan deze beveiligingsorganisatie of dit recherchebureau aanwijzingen te geven. Indien een beveiligingsorganisatie of recherchebureau aan welke een vergunning is verleend, werkzaamheden verricht op een luchtvaartterrein, worden de aanwijzingen bedoeld in de eerste volzin gegeven door de commandant van de Koninklijke marechaussee. De beveiligingsorganisatie of het recherchebureau aan welke een vergunning is verleend geven aan deze aanwijzingen gevolg.
|
||||
**1.** De korpschef is bevoegd, indien dit in het belang van een goede politiezorg noodzakelijk is, aan een beveiligingsorganisatie of recherchebureau aanwijzingen te geven. Indien een beveiligingsorganisatie of recherchebureau aan welke een vergunning is verleend, werkzaamheden verricht op een luchtvaartterrein, worden de aanwijzingen bedoeld in de eerste volzin gegeven door de commandant van de Koninklijke marechaussee. De beveiligingsorganisatie of het recherchebureau aan welke een vergunning is verleend geven aan deze aanwijzingen gevolg.
|
||||
|
||||
**2.** Voordat een beveiligingsorganisatie, of zodra een particuliere alarmcentrale als bedoeld in artikel 3, onderdeel *b*, aan welke een vergunning is verleend in een gemeente een begin maakt met nieuwe beveiligingswerkzaamheden informeert zij hierover de korpschef van het politiekorps in de regio waarin deze gemeente gelegen is. Indien een beveiligingsorganisatie aan welke een vergunning is verleend, een begin maakt met nieuwe beveiligingswerkzaamheden op een luchtvaartterrein, informeert zij hierover de commandant van de Koninklijke marechaussee.
|
||||
**2.** Voordat een beveiligingsorganisatie, of zodra een particuliere alarmcentrale als bedoeld in artikel 3, onderdeel b, aan welke een vergunning is verleend in een gemeente een begin maakt met nieuwe beveiligingswerkzaamheden informeert zij hierover de korpschef. Indien een beveiligingsorganisatie aan welke een vergunning is verleend, een begin maakt met nieuwe beveiligingswerkzaamheden op een luchtvaartterrein, informeert zij hierover de commandant van de Koninklijke marechaussee.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister kan aan de korpschef onderscheidenlijk de commandant van de Koninklijke marechaussee algemene en bijzondere aanwijzingen geven ter uitvoering van deze wet. Algemene aanwijzingen aan de korpschef worden verstrekt door tussenkomst van de korpsbeheerder. Artikel 10:22, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**3.** Onze Minister kan aan de korpschef onderscheidenlijk de commandant van de Koninklijke marechaussee algemene en bijzondere aanwijzingen geven ter uitvoering van deze wet. Artikel 10:22, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 13
|
||||
|
||||
|
|
@ -233,7 +231,7 @@ f. een beveiligingsorganisatie of recherchebureau gedurende een jaar geen beveil
|
|||
|
||||
### Artikel 15
|
||||
|
||||
Onze Minister kan aan de houder van de vergunning een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste EUR 11 250 ter zake van overtreding van regels, gesteld bij of krachtens artikel 4, vijfde of zesde lid, 6, 7, eerste, tweede of vijfde lid, 8, tweede lid, 9, 10, eerste, derde of vierde lid, 11, tweede lid, of 12, eerste of tweede lid.
|
||||
Onze Minister kan aan de houder van de vergunning een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste EUR 11 250 ter zake van overtreding van regels, gesteld bij of krachtens artikel 4, vijfde of zesde lid, 6, 7, eerste, tweede of vierde lid, 8, tweede lid, 9, 10, eerste, derde of vierde lid, 11, tweede lid, of 12, eerste of tweede lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 16
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue