2004-06-01 | BWBR0004703 | Besluit genetisch gemodificeerde organismen Wet milieugevaarlijke stoffen
This commit is contained in:
parent
10947e3522
commit
3382a3ba4a
1 changed files with 290 additions and 80 deletions
|
|
@ -14,17 +14,30 @@ citeertitel: Besluit genetisch gemodificeerde organismen Wet milieugevaarlijke s
|
|||
|
||||
### Artikel 1
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
In dit besluit wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
a. Onze Minister: Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;
|
||||
b. genetisch materiaal: desoxyribonucleïne-zuur (DNA) en ribonucleïnezuur (RNA);
|
||||
c. genetische modificatie: het veranderen van genetisch materiaal op een wijze die van nature niet mogelijk is door voortplanting of recombinatie;
|
||||
d. micro-organismen: cellulaire en niet-cellulaire micro-biologische entiteiten met het vermogen tot vermenigvuldiging of tot overbrenging van genetisch materiaal, daaronder mede begrepen virussen, viroïden, en dierlijke en plantencellen in cultuur;
|
||||
e. organismen: micro-organismen alsmede planten en dieren, daaronder mede begrepen ei- en zaadcellen van dieren en zaden en pollen van planten;
|
||||
f. genetisch gemodificeerde organismen: organismen waarvan het genetisch materiaal is veranderd op een wijze die van nature niet mogelijk is door voortplanting of recombinatie en die het vermogen bezitten dat genetisch materiaal te vermenigvuldigen of over te dragen;
|
||||
e. organismen: micro-organismen en andere biologische entiteiten met het vermogen tot vermenigvuldiging of tot overbrenging van genetisch materiaal;
|
||||
f. genetisch gemodificeerde organismen: organismen, met uitzondering van menselijke wezens, waarvan het genetisch materiaal is veranderd op een wijze die van nature niet mogelijk is door voortplanting of natuurlijke recombinatie;
|
||||
g. ingeperkt gebruik: genetische modificatie van organismen of vermeerderen, opslaan, aan een ander ter beschikking stellen, toepassen, voorhanden hebben, vervoeren, met uitzondering van vervoeren als bedoeld in artikel 23, tweede lid, onder c, zich ontdoen of vernietigen van genetisch gemodificeerde organismen in een afgesloten ruimte dan wel in een installatie of in apparatuur in een inrichting als bedoeld in categorie 21 van bijlage I bij het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer, indien met betrekking tot die afgesloten ruimte, die installatie of die apparatuur fysische barrières of een combinatie van fysische met chemische of biologische barrières zijn of worden toegepast om het contact van die organismen met mens en milieu te beperken, overeenkomstig door Onze Minister te stellen regels;
|
||||
h. richtlijn 98/81: richtlijn nr. 98/81/EG van de Raad van de Europese Unie van 26 oktober 1998 tot wijziging van Richtlijn 90/219/EEG inzake het ingeperkt gebruik van genetisch gemodificeerde micro-organismen;
|
||||
i. zelfklonering: verwijdering van genetisch materiaal uit een organisme, gevolgd door het terugbrengen van dit genetisch materiaal of van een deel daarvan, al dan niet in vitro, enzymatisch, chemisch of mechanisch bewerkt, in cellen van hetzelfde organisme of van een nauw verwante soort die door natuurlijke fysiologische processen chromosomaal DNA kan uitwisselen met het eerstbedoelde organisme.
|
||||
i. zelfklonering: verwijdering van genetisch materiaal uit een organisme, gevolgd door het terugbrengen van dit genetisch materiaal of van een deel daarvan, al dan niet in vitro, enzymatisch, chemisch of mechanisch bewerkt, in cellen van hetzelfde organisme of van een nauw verwante soort die door natuurlijke fysiologische processen chromosomaal DNA kan uitwisselen met het eerstbedoelde organisme;
|
||||
j. richtlijn nr. 2001/18: richtlijn nr. 2001/18/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 12 maart 2001 inzake de doelbewuste introductie van genetisch gemodificeerde organismen in het milieu en tot intrekking van Richtlijn 90/220/EEG van de Raad (PbEG L 106);
|
||||
k. in de handel brengen: het al dan niet tegen betaling ter beschikking stellen van genetisch gemodificeerde organismen aan derden, uitgezonderd:
|
||||
|
||||
1º. het ter beschikking stellen voor ingeperkt gebruik;
|
||||
2º. het ter beschikking stellen uitsluitend ten behoeve van activiteiten overeenkomstig de voorschriften in paragraaf 3.2;
|
||||
l. overige doeleinden: activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen niet zijnde ingeperkt gebruik of het in de handel brengen;
|
||||
m. product: een in de handel gebracht preparaat, bestaande uit een genetisch gemodificeerd organisme, een combinatie van genetisch gemodificeerde organismen of deze bevattende;
|
||||
n. milieurisicoanalyse: de beoordeling overeenkomstig bijlage II bij richtlijn nr. 2001/18 van optredende risico's voor mens of milieu welke de doelbewuste introductie in het milieu van de te introduceren genetisch gemodificeerde organismen of een combinatie daarvan met zich mee kan brengen;
|
||||
o. risicoanalyse: de beoordeling overeenkomstig artikel 5 van optredende risico's voor mens of milieu welke ingeperkt gebruik van genetisch gemodificeerde organismen met zich mee kan brengen.
|
||||
|
||||
**2.** Onder genetisch gemodificeerd organisme dan wel genetisch gemodificeerde organismen wordt mede verstaan: een combinatie van genetisch gemodificeerde organismen.
|
||||
|
||||
### Artikel 1a
|
||||
|
||||
|
|
@ -153,7 +166,10 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
Paragraaf 2 is niet van toepassing op:
|
||||
|
||||
a. de opslag tijdens het vervoer van genetisch gemodificeerde organismen die zich bevinden in een vervoerseenheid die voldoet aan de eisen voor het vervoer, neergelegd in bijlage 2 behorende bij dit besluit;
|
||||
a. de tijdelijke opslag tijdens vervoer van genetisch gemodificeerde organismen:
|
||||
|
||||
1º. niet zijnde micro-organismen dan wel planten of dieren in associatie met genetisch gemodificeerde organismen die zich bevinden in een vervoerseenheid die voldoet aan door Onze Minister te stellen regels voor vervoer buiten de inrichting die bestemd is voor activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen, en de verpakking is voorzien van gegevens van de geadresseerde en de afzender;
|
||||
2º. die zich bevinden in een vervoerseenheid die voldoet aan de regels gesteld op basis van artikel 4b, tweede lid, onder a, van de Wegenverkeerswet 1994, en op basis van artikel 2 van het Besluit vervoer gevaarlijke stoffen, onderscheidenlijk zijn verpakt overeenkomstig regels gesteld op basis van artikel 26, eerste lid, van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen, en de artikelen 2 en 5, derde lid, van het Besluit vervoer gevaarlijke stoffen, en de verpakking is voorzien van gegevens van de geadresseerde en de afzender;
|
||||
b. het vervaardigen, vervoeren, toepassen, voorhanden hebben, aan een ander ter beschikking stellen of zich ontdoen van typen van genetisch gemodificeerde micro-organismen die zijn opgesomd in bijlage II, deel C, bij richtlijn 98/81;
|
||||
c. het vervaardigen van organismen door, dan wel het vervoeren, toepassen, voorhanden hebben, aan een ander ter beschikking stellen of zich ontdoen van organismen die zijn vervaardigd door:
|
||||
|
||||
|
|
@ -167,7 +183,7 @@ tenzij bij de vervaardiging daarvan als recipiënt of ouderorganisme gebruik wor
|
|||
|
||||
### Artikel 5
|
||||
|
||||
**1.** Degene die voornemens is over te gaan tot ingeperkt gebruik, maakt, voordat hij daarmee begint, een analyse van de risico’s voor mens en milieu die aan dat gebruik kunnen zijn verbonden. Hij maakt daarvan een schriftelijke samenvatting, die hij ter beschikking houdt van Onze Minister en van het gezag dat in het kader van de Wet milieubeheer bevoegd is ten aanzien van de inrichting waar de betrokken handeling plaatsvindt.
|
||||
**1.** Degene die voornemens is over te gaan tot ingeperkt gebruik, maakt, voordat hij daarmee begint, een analyse van de risico’s voor mens of milieu die aan dat gebruik kunnen zijn verbonden. Hij maakt daarvan een schriftelijke samenvatting, die hij ter beschikking houdt van Onze Minister en van het gezag dat in het kader van de Wet milieubeheer bevoegd is ten aanzien van de inrichting waar de betrokken handeling plaatsvindt.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister stelt regels omtrent de gegevens die de analyse bevat. Tevens kan hij daarbij nadere regels stellen met betrekking tot de samenvatting. Artikel 2, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
|
|
@ -179,35 +195,35 @@ tenzij bij de vervaardiging daarvan als recipiënt of ouderorganisme gebruik wor
|
|||
|
||||
**2.** Voorts beziet degene die handelingen met genetisch gemodificeerde organismen verricht, dan wel zodanige organismen vervaardigt, bij ingeperkt gebruik jaarlijks of zoveel keren meer als de aard van de betrokken handelingen vereist, de getroffen maatregelen opnieuw, ten einde rekening te houden met nieuw verworven wetenschappelijke of technische kennis inzake risicobeheersing en behandeling en het beheer van afvalstoffen; zo nodig treft hij verdergaande maatregelen.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 2.4. Kennisgeving
|
||||
#### Paragraaf 2.4. Vergunningverlening
|
||||
|
||||
##### Paragraaf 2.4.1. Algemene bepalingen
|
||||
|
||||
### Artikel 7
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister kan regels stellen omtrent de verdere gegevens die bij de kennisgevingen, bedoeld in de artikelen 8, eerste lid, 9, eerste lid, 10, eerste lid, en 11, eerste lid, worden ingediend. Artikel 2, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**1.** Onze Minister kan regels stellen omtrent de verdere gegevens die bij de aanvragen om een vergunning, bedoeld in de artikelen 8, eerste lid, 9, eerste lid, 10, eerste lid, en 11, eerste lid, worden ingediend. Artikel 2, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**2.** Ingeval organismen die behoren tot verschillende groepen in combinatie worden toegepast, kan worden volstaan met een gezamenlijke kennisgeving.
|
||||
**2.** Ingeval organismen die behoren tot verschillende groepen in combinatie worden toegepast, kan worden volstaan met een gezamenlijke aanvraag om een vergunning.
|
||||
|
||||
##### Paragraaf 2.4.2. Vervaardigen van en handelingen met genetisch gemodificeerde organismen
|
||||
|
||||
### Artikel 8
|
||||
|
||||
**1.** Degene die handelingen van categorie A verricht met organismen die behoren tot groep I, dan wel zodanige organismen vervaardigt, doet daarvan, voordat hij daartoe voor de eerste keer overgaat, kennisgeving aan Onze Minister.
|
||||
**1.** Degene die handelingen van categorie A verricht met organismen die behoren tot groep I, dan wel zodanige organismen vervaardigt, dient daarvoor, voordat hij daartoe voor de eerste keer overgaat, een aanvraag om een vergunning in bij Onze Minister.
|
||||
|
||||
**2.** De kennisgeving bevat in ieder geval de gegevens, bedoeld in bijlage 4, onderdeel 1.
|
||||
**2.** De aanvraag om een vergunning bevat in ieder geval de gegevens, bedoeld in bijlage 4, onderdeel 1.
|
||||
|
||||
**3.** De persoon, bedoeld in het eerste lid, maakt jaarlijks voor 1 juni een verslag over de in het eerste lid bedoelde handelingen in het voorafgaande kalenderjaar en houdt dit gedurende 5 jaar ter beschikking van Onze Minister. Artikel 7, eerste lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 9
|
||||
|
||||
**1.** Degene die handelingen van categorie B verricht met organismen die behoren tot groep I, doet daarvan, voordat hij daartoe overgaat, kennisgeving aan Onze Minister.
|
||||
**1.** Degene die handelingen van categorie B verricht met organismen die behoren tot groep I, dient daarvoor, voordat hij daartoe overgaat, een aanvraag om een vergunning in bij Onze Minister.
|
||||
|
||||
**2.** De kennisgeving bevat in ieder geval de gegevens, bedoeld in bijlage 4, onderdeel 2, bij dit besluit.
|
||||
**2.** De aanvraag om een vergunning bevat in ieder geval de gegevens, bedoeld in bijlage 4, onderdeel 2, bij dit besluit.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
In afwijking van het eerste lid is geen kennisgeving vereist, indien Onze Minister op verzoek van degene die ingeperkt gebruik verricht, heeft vastgesteld dat er sprake is van een wijziging van geringe aard van een handeling als bedoeld in het eerste lid:
|
||||
In afwijking van het eerste lid is geen aanvraag om een vergunning vereist, indien Onze Minister op verzoek van degene die ingeperkt gebruik verricht, heeft vastgesteld dat er sprake is van een wijziging van geringe aard van een handeling als bedoeld in het eerste lid:
|
||||
|
||||
a. waarvoor een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 17, eerste lid, dan wel
|
||||
b. waarop het derde lid van dat artikel van toepassing is.
|
||||
|
|
@ -218,50 +234,50 @@ b. waarop het derde lid van dat artikel van toepassing is.
|
|||
|
||||
### Artikel 10
|
||||
|
||||
**1.** Degene die handelingen van categorie A verricht met organismen die behoren tot groep II of handelingen met organismen die behoren tot groep III, dan wel zodanige organismen vervaardigt, doet daarvan, voordat hij daartoe overgaat, kennisgeving aan Onze Minister.
|
||||
**1.** Degene die handelingen van categorie A verricht met organismen die behoren tot groep II of handelingen met organismen die behoren tot groep III, dan wel zodanige organismen vervaardigt, dient daarvoor, voordat hij daartoe overgaat, een aanvraag om een vergunning in bij Onze Minister.
|
||||
|
||||
**2.** De kennisgeving bevat in ieder geval de gegevens, bedoeld in bijlage 4, onderdeel 3, bij dit besluit. Artikel 9, derde tot en met vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**2.** De aanvraag om een vergunning bevat in ieder geval de gegevens, bedoeld in bijlage 4, onderdeel 3, bij dit besluit. Artikel 9, derde tot en met vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 11
|
||||
|
||||
**1.** Degene die handelingen van categorie B verricht met organismen die behoren tot groep II, doet daarvan, voordat hij daartoe overgaat, kennisgeving aan Onze Minister.
|
||||
**1.** Degene die handelingen van categorie B verricht met organismen die behoren tot groep II, dient daarvoor, voordat hij daartoe overgaat, een aanvraag om een vergunning in bij Onze Minister.
|
||||
|
||||
**2.** De kennisgeving bevat in ieder geval de gegevens, bedoeld in bijlage 4, onderdeel 4, bij dit besluit.
|
||||
**2.** De aanvraag om een vergunning bevat in ieder geval de gegevens, bedoeld in bijlage 4, onderdeel 4, bij dit besluit.
|
||||
|
||||
##### Paragraaf 2.4.3. Ontvankelijkheid, mededeling en opmerkingen
|
||||
|
||||
### Artikel 12
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister tekent de datum van ontvangst aan op een kennisgeving als bedoeld in de artikelen 8, 9, 10 of 11, en zendt een bewijs van ontvangst waarop die datum is vermeld aan degene die de kennisgeving heeft gedaan.
|
||||
**1.** Onze Minister tekent de datum van ontvangst aan op een aanvraag om een vergunning als bedoeld in de artikelen 8, 9, 10 of 11, en zendt een bewijs van ontvangst waarop die datum is vermeld aan degene die de aanvraag om een vergunning heeft ingediend.
|
||||
|
||||
**2.** Indien Onze Minister van oordeel is dat bij de kennisgeving niet aan het bij of krachtens de artikelen 8, 9, 10 of 11, in samenhang met artikel 7, eerste lid, bepaalde is voldaan, stelt hij binnen vier weken na de datum van ontvangst degene die de kennisgeving heeft gedaan in de gelegenheid de kennisgeving binnen een door Onze Minister gestelde termijn aan te vullen. Indien degene die de kennisgeving heeft gedaan geen gebruik maakt van deze gelegenheid of indien Onze Minister na aanvulling van de kennisgeving van oordeel is dat nog niet is voldaan aan het bij of krachtens de artikelen 8, 9, 10 of 11, in samenhang met artikel 7, eerste lid, bepaalde, laat Onze Minister de kennisgeving buiten behandeling.
|
||||
**2.** Indien Onze Minister van oordeel is dat bij de aanvraag om een vergunning niet aan het bij of krachtens de artikelen 8, 9, 10 of 11, in samenhang met artikel 7, eerste lid, bepaalde is voldaan, stelt hij binnen vier weken na de datum van ontvangst degene die de aanvraag om een vergunning heeft gedaan in de gelegenheid de aanvraag om een vergunning binnen een door Onze Minister gestelde termijn aan te vullen. Indien degene die de aanvraag om een vergunning heeft gedaan geen gebruik maakt van deze gelegenheid of indien Onze Minister na aanvulling van de aanvraag om een vergunning van oordeel is dat nog niet is voldaan aan het bij of krachtens de artikelen 8, 9, 10 of 11, in samenhang met artikel 7, eerste lid, bepaalde, laat Onze Minister de aanvraag om een vergunning buiten behandeling.
|
||||
|
||||
### Artikel 13
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister kan van degene die de kennisgeving heeft gedaan, nadere gegevens verlangen omtrent het ingeperkt gebruik waar de kennisgeving betrekking op heeft.
|
||||
**1.** Onze Minister kan van degene die de aanvraag om een vergunning heeft gedaan, nadere gegevens verlangen omtrent het ingeperkt gebruik waar de aanvraag om een vergunning betrekking op heeft.
|
||||
|
||||
**2.** Ingeval het eerste lid toepassing vindt, worden de termijnen, bedoeld in de artikelen 14 en 17, opgeschort totdat Onze Minister de nadere gegevens heeft ontvangen.
|
||||
|
||||
### Artikel 14
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister doet van een kennisgeving als bedoeld in artikel 11, zo spoedig mogelijk mededeling; hij doet dit in elk geval binnen 45 dagen na de datum van ontvangst van de kennisgeving, dan wel, indien een besluit om de kennisgeving buiten behandeling te laten. als bedoeld in artikel 12, tweede lid, in beroep is vernietigd, uiterlijk twee weken na de datum waarop het besluit, houdende de vernietiging, is genomen.
|
||||
**1.** Onze Minister doet van een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 11, zo spoedig mogelijk mededeling; hij doet dit in elk geval binnen 45 dagen na de datum van ontvangst van de aanvraag om een vergunning, dan wel, indien een besluit om de aanvraag om een vergunning buiten behandeling te laten. als bedoeld in artikel 12, tweede lid, in beroep is vernietigd, uiterlijk twee weken na de datum waarop het besluit, houdende de vernietiging, is genomen.
|
||||
|
||||
**2.** In ieder geval wordt van de kennisgeving gelijktijdig mededeling gedaan door middel van een vermelding in de *Staatscourant* en door terinzagelegging overeenkomstig het vierde lid.
|
||||
**2.** In ieder geval wordt van de aanvraag om een vergunning gelijktijdig mededeling gedaan door middel van een vermelding in de *Staatscourant* en door terinzagelegging overeenkomstig het vierde lid.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
In de vermelding, bedoeld in het tweede lid, vermeldt Onze Minister ten minste:
|
||||
|
||||
a. de beschrijving van het genetisch gemodificeerde organisme of de genetische gemodificeerde organismen en van de voorgenomen handelingen;
|
||||
b. het tijdstip waarop een exemplaar van de kennisgeving ter inzage wordt gelegd, en de uren waarop en de plaats waar het ter inzage ligt;
|
||||
c. de mogelijkheid dat een ieder schriftelijk opmerkingen indient bij Onze Minister naar aanleiding van de kennisgeving, alsmede
|
||||
b. het tijdstip waarop een exemplaar van de aanvraag om een vergunning ter inzage wordt gelegd, en de uren waarop en de plaats waar het ter inzage ligt;
|
||||
c. de mogelijkheid dat een ieder schriftelijk opmerkingen indient bij Onze Minister naar aanleiding van de aanvraag om een vergunning, alsmede
|
||||
d. de termijn voor het indienen van de opmerkingen.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
Onze Minister legt met een exemplaar van de kennisgeving stukken ter inzage, die bevatten:
|
||||
Onze Minister legt met een exemplaar van de aanvraag om een vergunning stukken ter inzage, die bevatten:
|
||||
|
||||
a. naam en adres van degene die de kennisgeving doet;
|
||||
a. naam en adres van degene die de aanvraag om een vergunning doet;
|
||||
b. de beschrijving van het genetisch gemodificeerde organisme of de genetisch gemodificeerde organismen en van de voorgenomen handelingen;
|
||||
c. de plaats en het doel van het ingeperkt gebruik;
|
||||
d. de volgende gegevens en bescheiden, indien deze niet gelijktijdig ter inzage liggen ten behoeve van de totstandkoming van de beschikking op de aanvraag om een vergunning op grond van de Wet milieubeheer voor de inrichting waarin de betrokken handeling plaatsheeft:
|
||||
|
|
@ -269,15 +285,15 @@ d. de volgende gegevens en bescheiden, indien deze niet gelijktijdig ter inzage
|
|||
1°. gegevens over de installatie;
|
||||
2°. gegevens over het afvalstoffenbeheer;
|
||||
3°. gegevens over de veiligheidsmaatregelen, het toezicht op de veiligheid en de noodmaatregelen en
|
||||
4°. de analyse van de risico’s voor mens en milieu, als bedoeld in artikel 5, eerste lid.
|
||||
4°. de analyse van de risico’s voor mens of milieu, als bedoeld in artikel 5, eerste lid.
|
||||
|
||||
**5.** Gedurende vier weken vanaf de dag waarop de kennisgeving ter inzage is gelegd, kan een ieder de ter inzage liggende stukken kosteloos inzien. Onze Minister verstrekt een ieder desgevraagd, tegen betaling der kosten, een exemplaar van de ter inzage liggende stukken.
|
||||
**5.** Gedurende vier weken vanaf de dag waarop de aanvraag om een vergunning ter inzage is gelegd, kan een ieder de ter inzage liggende stukken kosteloos inzien. Onze Minister verstrekt een ieder desgevraagd, tegen betaling der kosten, een exemplaar van de ter inzage liggende stukken.
|
||||
|
||||
**6.** Gedurende de in het vijfde lid bedoelde periode kan een ieder schriftelijke opmerkingen naar aanleiding van de kennisgeving bij Onze Minister indienen.
|
||||
**6.** Gedurende de in het vijfde lid bedoelde periode kan een ieder schriftelijke opmerkingen naar aanleiding van de aanvraag om een vergunning bij Onze Minister indienen.
|
||||
|
||||
### Artikel 15
|
||||
|
||||
Degene die een kennisgeving heeft gedaan, als bedoeld in de artikelen 8, 9, 10 of 11, stelt Onze Minister onverwijld op de hoogte van nieuwe gegevens waarover hij de beschikking krijgt of redelijkerwijs de beschikking kan krijgen, indien die gegevens belangrijke gevolgen kunnen hebben voor de risico’s die aan het ingeperkt gebruik zijn verbonden. Hij dient een gewijzigde kennisgeving in, waarbij hij aangeeft welke maatregelen in verband met deze nieuwe gegevens zijn getroffen.
|
||||
Degene die een aanvraag om een vergunning heeft gedaan, als bedoeld in de artikelen 8, 9, 10 of 11, stelt Onze Minister onverwijld op de hoogte van nieuwe gegevens waarover hij de beschikking krijgt of redelijkerwijs de beschikking kan krijgen, indien die gegevens belangrijke gevolgen kunnen hebben voor de risico’s die aan het ingeperkt gebruik zijn verbonden. Hij dient een gewijzigde aanvraag om een vergunning in, waarbij hij aangeeft welke maatregelen in verband met deze nieuwe gegevens zijn getroffen.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 2.5. Vergunning voor ingeperkt gebruik
|
||||
|
||||
|
|
@ -287,13 +303,13 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 17
|
||||
|
||||
**1.** Het is verboden over te gaan tot ingeperkt gebruik van genetisch gemodificeerde organismen, als bedoeld in de artikelen 8, 9, 10 of 11, zonder vergunning die door Onze Minister is verleend naar aanleiding van een kennisgeving als bedoeld in het betrokken artikel. Het verbod in de eerste volzin geldt niet voor zover toepassing is gegeven aan artikel 9, derde lid, of aan artikel 10, tweede lid, j° artikel 9, derde lid.
|
||||
**1.** Het is verboden over te gaan tot ingeperkt gebruik van genetisch gemodificeerde organismen, als bedoeld in de artikelen 8, 9, 10 of 11, zonder vergunning die door Onze Minister is verleend naar aanleiding van een aanvraag om een vergunning als bedoeld in het betrokken artikel. Het verbod in de eerste volzin geldt niet voor zover toepassing is gegeven aan artikel 9, derde lid, of aan artikel 10, tweede lid, j° artikel 9, derde lid.
|
||||
|
||||
**2.** Op een kennisgeving als bedoeld in artikel 11 beslist Onze Minister binnen 73 dagen na de datum van ontvangst van de kennisgeving.
|
||||
**2.** Op een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 11 beslist Onze Minister binnen 73 dagen na de datum van ontvangst van de aanvraag om een vergunning.
|
||||
|
||||
**3.** Op een kennisgeving als bedoeld in de artikelen 8, 9 en 10 beslist Onze Minister binnen 45 dagen na de datum van ontvangst van de kennisgeving.
|
||||
**3.** Op een aanvraag om een vergunning als bedoeld in de artikelen 8, 9 en 10 beslist Onze Minister binnen 45 dagen na de datum van ontvangst van de aanvraag om een vergunning.
|
||||
|
||||
**4.** De paragrafen 3.5.2 tot en met 3.5.5 en 3.5.6 van de Algemene wet bestuursrecht en afdeling 13.2 van de Wet milieubeheer zijn niet van toepassing met betrekking tot de totstandkoming, onderscheidenlijk een wijziging of intrekking van een vergunning die door Onze Minister wordt verleend naar aanleiding van een kennisgeving als bedoeld in artikel 8, 9 of 10.
|
||||
**4.** De paragrafen 3.5.2 tot en met 3.5.5 en 3.5.6 van de Algemene wet bestuursrecht en afdeling 13.2 van de Wet milieubeheer zijn niet van toepassing met betrekking tot de totstandkoming, onderscheidenlijk een wijziging of intrekking van een vergunning die door Onze Minister wordt verleend naar aanleiding van een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 8, 9 of 10.
|
||||
|
||||
### Artikel 18
|
||||
|
||||
|
|
@ -301,7 +317,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 19
|
||||
|
||||
Bij de beoordeling van een kennisgeving als bedoeld in de artikelen 8, 9, 10 of 11, houdt Onze Minister rekening met alle hem ter beschikking staande gegevens die verband houden met de risico’s voor mens en milieu die aan de betrokken handelingen zijn verbonden. Daartoe behoren onder meer de gevolgen voor het afvalbeheer, de veiligheid en de bestrijding van rampen en zware ongevallen.
|
||||
Bij de beoordeling van een aanvraag om een vergunning als bedoeld in de artikelen 8, 9, 10 of 11, houdt Onze Minister rekening met alle hem ter beschikking staande gegevens die verband houden met de risico’s voor mens of milieu die aan de betrokken handelingen zijn verbonden. Daartoe behoren onder meer de gevolgen voor het afvalbeheer, de veiligheid en de bestrijding van rampen en zware ongevallen.
|
||||
|
||||
### Artikel 20
|
||||
|
||||
|
|
@ -309,7 +325,7 @@ Onze Minister kan een vergunning verlenen voor een bepaalde termijn.
|
|||
|
||||
### Artikel 21
|
||||
|
||||
Indien Onze Minister, nadat hij vergunning heeft verleend naar aanleiding van een kennisgeving als bedoeld in de artikelen 8, 9, 10 of 11, kennis neemt van nieuwe gegevens die belangrijke gevolgen kunnen hebben voor de risico’s die aan het ingeperkt gebruik zijn verbonden, kan hij:
|
||||
Indien Onze Minister, nadat hij vergunning heeft verleend naar aanleiding van een aanvraag om een vergunning als bedoeld in de artikelen 8, 9, 10 of 11, kennis neemt van nieuwe gegevens die belangrijke gevolgen kunnen hebben voor de risico’s die aan het ingeperkt gebruik zijn verbonden, kan hij:
|
||||
|
||||
a. degene aan wie de vergunning is verleend, opdragen de betrokken handelingen tijdelijk of definitief te staken of
|
||||
b. de voorschriften wijzigen, die zijn verbonden aan de vergunning.
|
||||
|
|
@ -318,11 +334,17 @@ b. de voorschriften wijzigen, die zijn verbonden aan de vergunning.
|
|||
|
||||
Voorts kan Onze Minister op een daartoe strekkende, schriftelijk bij hem ingediende aanvraag van de vergunninghouder of van andere belanghebbenden de voorschriften, verbonden aan een vergunning, wijzigen, aanvullen of intrekken, alsnog voorschriften aan de vergunning verbinden, dan wel de vergunning intrekken. Indien de beschikking daartoe niet op aanvraag van de vergunninghouder wordt gegeven, gaat Onze Minister daartoe slechts over indien het belang van de bescherming van mens of milieu zich daartegen niet verzet.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 3. Introductie in het milieu
|
||||
### Artikel 22a
|
||||
|
||||
De houder van een vergunning als bedoeld in artikel 17, eerste lid, die genetisch gemodificeerde organismen aan een ander ter beschikking stelt, draagt er zorg voor dat op het etiket van de verpakking van of het bijgevoegde document bij de genetisch gemodificeerde organismen duidelijk zichtbaar is aangegeven dat er genetisch gemodificeerde organismen in aanwezig zijn, overeenkomstig de toepasselijke delen van bijlage IV bij richtlijn nr. 2001/18 en overeenkomstig bij regeling van Onze Minister aan te wijzen beschikkingen van de Raad van de Europese Unie dan wel de Commissie van de Europese Gemeenschappen op grond van artikel 26, tweede lid, van richtlijn nr. 2001/18.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 3. Doelbewuste introductie in het milieu
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 3.1. Algemene bepalingen
|
||||
|
||||
### Artikel 23
|
||||
|
||||
**1.** Het is verboden zonder vergunning van Onze Minister genetisch gemodificeerde organismen te vervaardigen, te vervoeren, toe te passen, voorhanden te hebben, aan een ander ter beschikking te stellen of zich ervan te ontdoen.
|
||||
**1.** Het is verboden zonder vergunning van Onze Minister genetisch gemodificeerde organismen te vervaardigen, toe te passen, voorhanden te hebben, aan een ander ter beschikking te stellen of in Nederland in te voeren alsmede zich ervan te ontdoen, dan wel genetisch gemodificeerde organismen, niet zijnde micro-organismen, te vervoeren.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -330,49 +352,118 @@ Het eerste lid is niet van toepassing op:
|
|||
|
||||
a. ingeperkt gebruik;
|
||||
b. handelingen die zijn beschreven in bijlage 1 bij dit besluit indien die handelingen worden uitgevoerd onder de voorwaarden die in die bijlage zijn vermeld, voor zover die voorwaarden blijkens die bijlage van toepassing zijn;
|
||||
c. het vervoeren van genetisch gemodificeerde organismen indien dat vervoeren geschiedt onder de voorwaarden die zijn gesteld in bijlage 2 bij dit besluit;
|
||||
d. het vervoeren, toepassen, voorhanden hebben, aan een ander ter beschikking stellen of zich ontdoen van genetisch gemodificeerde organismen waarvan Onze Minister, blijkens een mededeling in de *Staatscourant*, in overeenstemming met Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij voor zover het die aspecten van de bescherming van het milieu betreft waarvoor deze verantwoordelijk is, op grond van een risico-analyse als bedoeld in artikel 24, tweede lid, heeft vastgesteld dat deze geen ongewenste effecten kunnen hebben voor mens of milieu;
|
||||
e. handelingen, uitgezonderd genetische modificatie, met genetisch gemodificeerde organismen die binnen een lid-staat van de Europese Unie of een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte op de markt zijn gebracht na een specifieke risicobeoordeling als voorgeschreven overeenkomstig deel C van de Richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 23 april 1990 inzake de doelbewuste introductie van genetisch gemodificeerde organismen in het milieu (90/220/EEG, *PbEG* L 117/15), of met produkten die moeten worden onderworpen aan een specifieke risicobeoordeling krachtens communautaire wetgeving als bedoeld in artikel 10, tweede lid, van die richtlijn.
|
||||
c. het vervoeren van genetisch gemodificeerde organismen, niet zijnde micro-organismen, voor overige doeleinden indien dat vervoeren geschiedt overeenkomstig door Onze Minister te stellen regels;
|
||||
d. handelingen voor overige doeleinden van medicinale stoffen en preparaten voor gebruik door de mens die bestaan uit genetisch gemodificeerde organismen of die deze bevatten, voor zover die handelingen krachtens communautaire regelgeving, niet zijnde richtlijn nr. 2001/18, zijn toegelaten en die communautaire regelgeving voorziet in:
|
||||
|
||||
**3.** Het ontwerp van een vaststelling als bedoeld in het tweede lid, onder *d*, wordt door Onze Minister in de *Staatscourant* bekendgemaakt, waarbij tevens wordt bekendgemaakt waar en gedurende welke periode de in dat onderdeel bedoelde risico-analyse ter inzage ligt en waar en gedurende welke periode tegen dat ontwerp bezwaren kunnen worden ingebracht.
|
||||
1º. een specifieke milieurisicoanalyse overeenkomstig bijlage II en aan de hand van de in bijlage III bij richtlijn nr. 2001/18 vermelde informatie;
|
||||
2º. schriftelijke goedkeuring voorafgaand aan de doelbewuste introductie in het milieu;
|
||||
3º. een monitoringplan overeenkomstig de desbetreffende delen van bijlage III van richtlijn nr. 2001/18 om de effecten van de introductie van een genetisch gemodificeerd organisme op mens of milieu te kunnen traceren, en
|
||||
4º. voorschriften met betrekking tot behandeling van nieuwe informatie, voorlichting, informatie over resultaten van introducties en uitwisseling van informatie, gelijkwaardig aan de voorschriften vermeld in dit besluit;
|
||||
e. genetisch gemodificeerde organismen als product of in producten die in de handel worden gebracht, voor zover die krachtens communautaire regelgeving, niet zijnde richtlijn nr. 2001/18, zijn toegelaten en die communautaire regelgeving voorziet in:
|
||||
|
||||
**4.** Onze Minister doet mededeling in de *Staatscourant* van de communautaire wetgeving, bedoeld in het tweede lid, onderdeel *e*.
|
||||
1º. een specifieke milieurisicoanalyse overeenkomstig bijlage II en aan de hand van de in bijlage III bij richtlijn nr. 2001/18 vermelde informatie;
|
||||
2º. voorschriften met betrekking tot de milieurisicobeheersing, etikettering, monitoring en voorlichting, gelijkwaardig aan dit besluit, en
|
||||
3º. een vrijwaringsclausule, gelijkwaardig aan die in artikel 40 van de Wet milieugevaarlijke stoffen en artikel 33;
|
||||
f. genetisch gemodificeerde organismen als product of in producten die in de handel worden gebracht, voor zover die krachtens verordening (EEG) nr. 2309/93 van de Raad van de Europese Unie van 22 juli 1993 betreffende vaststelling van communautaire procedures voor het verlenen van vergunningen voor en het toezicht op geneesmiddelen voor menselijk en diergeneeskundig gebruik en oprichting van een Europees Bureau voor de geneesmiddelenbeoordeling (PbEG L 214), zijn toegelaten, en een specifieke milieurisicoanalyse overeenkomstig bijlage II en aan de hand van soortgelijke informatie als bedoeld in bijlage III bij richtlijn nr. 2001/18 is verricht, onverminderd andere voorschriften over risicobeoordeling, risicobeheersing, etikettering, toezicht, publieksvoorlichting en vrijwaringsclausules, zoals geregeld in communautaire regelgeving inzake geneesmiddelen voor menselijk en diergeneeskundig gebruik;
|
||||
g. genetisch gemodificeerde organismen als product of in producten die in de handel worden gebracht, voor zover de bevoegde instantie van een andere lidstaat een vergunning als bedoeld in het eerste lid voor het in de handel brengen heeft verstrekt dan wel op andere wijze daarvoor schriftelijke toestemming heeft verleend overeenkomstig richtlijn nr. 2001/18.
|
||||
|
||||
**3.** Het is verboden materiaal, dat is afgeleid van genetisch gemodificeerde organismen waarvoor een vergunning is verleend voor overige doeleinden dan wel waarvoor voor die doeleinden op andere wijze door een bevoegde instantie van een andere lidstaat van de Europese Unie schriftelijk toestemming is verleend, in de handel te brengen tenzij hiervoor een vergunning dan wel schriftelijk toestemming is verleend.
|
||||
|
||||
**4.** Onze Minister doet mededeling in de *Staatscourant* van de communautaire regelgeving, bedoeld in het tweede lid, onderdelen d tot en met f.
|
||||
|
||||
### Artikel 23a
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Indien de aanvrager of houder van een vergunning voor het in de handel brengen dan wel voor overige doeleinden kennis neemt van nieuwe informatie ten aanzien van de risico's die de genetisch gemodificeerde organismen of de handelingen daarmee kunnen opleveren voor mens of milieu of indien sprake is van een wijziging of onbedoelde verandering in de doelbewuste introductie van genetisch gemodificeerde organismen in het milieu, draagt hij er zorg voor dat:
|
||||
|
||||
a. daarvan terstond mededeling wordt gedaan aan Onze Minister;
|
||||
b. terstond de maatregelen worden getroffen die in verband met die risico's nodig zijn ter bescherming van mens of milieu, en
|
||||
c. de in de aanvraag om een vergunning vermelde informatie wordt herzien en bij Onze Minister wordt ingediend.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Indien Onze Minister de beschikking krijgt over informatie als bedoeld in het eerste lid, maakt hij deze bekend door kennisgeving in een van overheidswege uitgegeven blad, in een of meer dag-, nieuws- of huis-aan-huis-bladen of op andere geschikte wijze, indien:
|
||||
|
||||
a. uit die informatie blijkt dat de betrokken genetisch gemodificeerde organismen of de handelingen daarmee significante gevolgen voor mens of milieu kunnen opleveren, en
|
||||
b. het een aanvraag om een vergunning dan wel een vergunning betreft voor overige doeleinden.
|
||||
|
||||
### Artikel 23b
|
||||
|
||||
Zodra Onze Minister op de hoogte is van de introductie in het milieu van genetisch gemodificeerde organismen zonder een vergunning, geeft hij daarvan kennis in een van overheidswege uitgegeven blad, in een of meer dag-, nieuws- of huis-aan-huis-bladen of op andere geschikte wijze, alsmede aan de Commissie van de Europese Gemeenschappen en aan de andere lidstaten van de Europese Unie.
|
||||
|
||||
### Artikel 23c
|
||||
|
||||
**1.** De houder van een vergunning voor overige doeleinden, maakt jaarlijks en na voltooiing van de introductie overeenkomstig bij regeling van Onze Minister aan te wijzen beschikkingen van de Raad van de Europese Unie dan wel van de Commissie van de Europese Gemeenschappen vóór 1 januari een verslag over de resultaten van de doelbewuste introductie van genetisch gemodificeerde organismen in het milieu waarin in ieder geval de eventuele risico's voor mens of milieu in het voorafgaande kalenderjaar worden vermeld en zonodig aandacht wordt besteed aan producten die de vergunninghouder nog wil introduceren in het milieu overeenkomstig paragraaf 3.3. De vergunninghouder houdt de resultaten gedurende drie jaren ter beschikking van Onze Minister.
|
||||
|
||||
**2.** De houder van een vergunning voor het in de handel brengen, dient de monitoringrapporten in bij Onze Minister, de Commissie van de Europese Gemeenschappen en bij de bevoegde instanties van de andere lidstaten van de Europese Unie.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 3.2. Doelbewuste introductie in het milieu voor overige doeleinden
|
||||
|
||||
### Artikel 24
|
||||
|
||||
**1.** De aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 23 wordt schriftelijk in tweevoud bij Onze Minister ingediend.
|
||||
**1.** De aanvraag om een vergunning voor overige doeleinden, wordt schriftelijk bij Onze Minister ingediend.
|
||||
|
||||
**2.** Bij de aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 23 wordt een risico-analyse met betrekking tot de voorgenomen handelingen overgelegd, in ieder geval inhoudende de gegevens, bedoeld in bijlage 3 bij dit besluit.
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister kan, indien zulks naar zijn oordeel voor het inzicht in de gevaren die voor mens en milieu kunnen ontstaan noodzakelijk is, aan degene die een aanvraag als bedoeld in het eerste lid heeft gedaan, opdragen nadere door hem aangeduide gegevens over te leggen met betrekking tot de handeling waarvoor de vergunning wordt aangevraagd.
|
||||
De aanvraag bevat:
|
||||
|
||||
**4.** Onze Minister neemt het besluit op de aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 23 uiterlijk zeventien weken na ontvangst van de aanvraag.
|
||||
a. informatie overeenkomstig bijlage III bij richtlijn nr. 2001/18, die nodig is om een milieurisicoanalyse uit te voeren, daaronder in ieder geval begrepen:
|
||||
|
||||
**5.** Uit eigen beweging of op een daartoe strekkend, schriftelijk bij hem ingediend verzoek van de vergunninghouder of andere belanghebbenden kan Onze Minister de beperkingen en voorschriften wijzigen, aanvullen of intrekken, alsnog beperkingen aanbrengen of voorschriften aan de vergunning verbinden, dan wel de vergunning intrekken. Indien de beschikking daartoe niet op verzoek van de vergunninghouder wordt gegeven, gaat Onze Minister daartoe slechts over in het belang van de bescherming van mens en milieu.
|
||||
1°. informatie over algemene zaken, en informatie over personeel en opleiding;
|
||||
2°. informatie over het genetisch gemodificeerde organisme;
|
||||
3°. informatie over de omstandigheden van de introductie en het potentiële milieu waarin doelbewust wordt geïntroduceerd;
|
||||
4°. informatie over de interactie tussen het genetisch gemodificeerde organisme en het milieu;
|
||||
5°. een monitoringplan overeenkomstig bijlage IIIA, onderdeel V, en bijlage IIIB, onderdeel G;
|
||||
6°. informatie over plannen voor monitoring, herstelmethoden, afvalstoffenbehandeling en noodmaatregelen;
|
||||
7°. een samenvatting van het dossier;
|
||||
b. een milieurisicoanalyse overeenkomstig bijlage II bij richtlijn nr. 2001/18, zoals gewijzigd dan wel aangevuld met, bij regeling van Onze Minister aan te wijzen, beschikkingen van de Raad van de Europese Unie of de Commissie van de Europese Gemeenschappen, voorzien van alle bibliografische verwijzingen en indicaties over de gebruikte methoden.
|
||||
|
||||
**6.** Onze Minister beslist niet op de aanvraag om een vergunning of tot het wijzigen of het intrekken van een vergunning dan in overeenstemming met Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij voor zover het betreft die aspecten van de bescherming van het milieu waarvoor deze verantwoordelijk is, en voorts niet dan na overleg met Onze overige Ministers wie het mede aangaat.
|
||||
**3.** De aanvrager kan ter voldoening aan het tweede lid, verwijzen naar gegevens of resultaten van een eerdere aanvraag om een vergunning van een andere aanvrager, voor zover die informatie, gegevens of resultaten niet vertrouwelijk zijn of de andere vergunninghouder daarvoor schriftelijk toestemming heeft verleend, of door hem relevant geachte aanvullende informatie indienen.
|
||||
|
||||
**4.** Onze Minister kan toestaan dat een enkele aanvraag wordt ingediend voor hetzelfde genetisch gemodificeerde organisme dat op dezelfde plaats of op verschillende plaatsen voor hetzelfde doel en binnen een beperkte periode doelbewust in het milieu wordt geïntroduceerd.
|
||||
|
||||
**5.** Onze Minister tekent onverwijld de datum van ontvangst van de aanvraag aan en zendt de aanvrager onverwijld een bewijs van ontvangst, waarin die datum is vermeld.
|
||||
|
||||
**6.** Onze Minister zendt binnen 30 dagen na ontvangst van de aanvraag een samenvatting daarvan aan de Commissie van de Europese Gemeenschappen.
|
||||
|
||||
**7.** Onze Minister kan, indien zulks naar zijn oordeel voor het inzicht in de gevaren die voor mens of milieu kunnen ontstaan, noodzakelijk is, aan de aanvrager opdragen nadere door hem aangeduide gegevens over te leggen.
|
||||
|
||||
**8.** Onze Minister neemt het besluit op de aanvraag binnen 120 dagen na ontvangst van de aanvraag waarbij, indien van toepassing, opmerkingen die andere lidstaten van de Europese Unie hebben gemaakt in aanmerking worden genomen.
|
||||
|
||||
**9.** Onze Minister kan de vergunning ambtshalve of op een daartoe strekkend verzoek wijzigen of intrekken.
|
||||
|
||||
**10.** Onze Minister trekt vergunningen ambtshalve in ter uitvoering van beschikkingen van de Raad van de Europese Unie dan wel van de Commissie van de Europese Gemeenschappen over geleidelijke uitfasering van genetisch gemodificeerde organismen.
|
||||
|
||||
**11.**
|
||||
|
||||
Onze Minister beslist niet op een aanvraag om een vergunning of tot het wijzigen of intrekken van een vergunning dan:
|
||||
|
||||
a. in overeenstemming met Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit voor zover het betreft die aspecten van de bescherming van het milieu waarvoor deze verantwoordelijk is;
|
||||
b. na overleg met Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, voor zover het betreft die aspecten van de volksgezondheid waarvoor deze verantwoordelijk is, tenzij het een aanvraag om een vergunning betreft voor handelingen met genetisch gemodificeerde organismen waarvoor ingevolge de Wet medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen tevens een positief oordeel is vereist van een op grond van die wet bevoegde commissie;
|
||||
c. na overleg met Onze overige Ministers wie het mede aangaat.
|
||||
|
||||
### Artikel 24a
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Een vergunning als bedoeld in artikel 23 geldt tevens voor een wijziging van de locatie, bedoeld in bijlage 3, onderdeel 2, onder a, bij dit besluit, die niet leidt tot andere of grotere risico's voor mens of milieu dan die het gevolg kunnen zijn van de vergunde handeling, indien:
|
||||
Een vergunning als bedoeld in artikel 23 geldt tevens voor een wijziging van de locatie, bedoeld in bijlage IIIA, onder III, categorie B, onder 1, bij richtlijn nr. 2001/18, die niet leidt tot andere of grotere risico's voor mens of milieu dan die het gevolg kunnen zijn van de vergunde handeling, indien:
|
||||
|
||||
- de voorgenomen wijziging van de locatie er uitsluitend toe leidt dat de vergunde handeling op een andere locatie wordt verricht;
|
||||
- de voorgenomen wijziging van de locatie voldoet aan de in de vergunningvoorschriften neergelegde criteria voor locatiekeuze;
|
||||
- de voorgenomen locatie waar de handeling wordt uitgevoerd ligt binnen de in de vergunning vermelde gemeente;
|
||||
- is voldaan aan het vergunningvoorschrift dat, indien gebruik is gemaakt van de vergunning, een verslag van verrichte werkzaamheden voor het eind van het kalenderjaar waarin die werkzaamheden hebben plaatsgevonden, aan Onze Minister is verstrekt;
|
||||
- het voornemen tot wijziging van de locatie waar de handeling wordt uitgevoerd door de vergunninghouder schriftelijk overeenkomstig het tweede lid aan Onze Minister is gemeld, en
|
||||
- Onze Minister, in overeenstemming met Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, aan de vergunninghouder schriftelijk heeft verklaard dat de voorgenomen wijziging van de locatie waar de handeling wordt uitgevoerd, voldoet aan de voorwaarden in dit artikellid en de wijziging van de locatie naar zijn oordeel geen aanleiding geeft tot wijziging van de vergunning, bedoeld in artikel 24, vijfde lid.
|
||||
a. de voorgenomen wijziging van de locatie er uitsluitend toe leidt dat de vergunde handeling op een andere locatie wordt verricht;
|
||||
b. de voorgenomen wijziging van de locatie voldoet aan de in de vergunningvoorschriften neergelegde criteria voor locatiekeuze;
|
||||
c. de voorgenomen locatie waar de handeling wordt uitgevoerd ligt binnen de in de vergunning vermelde gemeente;
|
||||
d. is voldaan aan het vergunningvoorschrift dat, indien gebruik is gemaakt van de vergunning, een verslag van verrichte werkzaamheden voor het eind van het kalenderjaar waarin die werkzaamheden hebben plaatsgevonden, aan Onze Minister is verstrekt;
|
||||
e. het voornemen tot wijziging van de locatie waar de handeling wordt uitgevoerd door de vergunninghouder schriftelijk overeenkomstig het tweede lid aan Onze Minister is gemeld, en
|
||||
f. Onze Minister, in overeenstemming met Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, aan de vergunninghouder schriftelijk heeft verklaard dat de voorgenomen wijziging van de locatie waar de handeling wordt uitgevoerd, voldoet aan de voorwaarden in dit artikellid en de wijziging van de locatie naar zijn oordeel geen aanleiding geeft tot wijziging van de vergunning, bedoeld in artikel 24, negende lid.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Bij de melding, bedoeld in het eerste lid, onder e, vermeldt de vergunninghouder:
|
||||
|
||||
- zijn naam en adres;
|
||||
- de vergunning waarop de voorgenomen wijziging van de locatie betrekking heeft;
|
||||
- de wijziging van de locatie, bedoeld in bijlage 3, onderdeel 2, onder a, bij dit besluit, en
|
||||
- gegevens waaruit blijkt dat de voorgenomen wijziging van de locatie voldoet aan de in het eerste lid gestelde voorwaarden.
|
||||
a. zijn naam en adres;
|
||||
b. de vergunning waarop de voorgenomen wijziging van de locatie betrekking heeft;
|
||||
c. de wijziging van de locatie, bedoeld in bijlage IIIA, onder III, categorie B, onder 1, bij richtlijn nr. 2001/18, en
|
||||
d. gegevens waaruit blijkt dat de voorgenomen wijziging van de locatie voldoet aan de in het eerste lid gestelde voorwaarden.
|
||||
|
||||
### Artikel 24b
|
||||
|
||||
|
|
@ -407,55 +498,176 @@ In de kennisgeving wordt vermeld:
|
|||
|
||||
### Artikel 25
|
||||
|
||||
Indien de aanvrager of houder van een vergunning als bedoeld in artikel 23, eerste lid, dan wel degene die om toepassing heeft gevraagd van artikel 23, tweede lid, onder *d*, kennis neemt van nieuwe gegevens ten aanzien van risico’s die de betrokken genetisch gemodificeerde organismen of de handelingen daarmee kunnen opleveren voor mens of milieu, dient hij daarvan terstond mededeling te doen aan Onze Minister. Hij treft tevens terstond de maatregelen die in verband met die risico’s nodig zijn ter bescherming van mens en milieu.
|
||||
In afwijking van artikel 24, tweede lid, kan Onze Minister, indien de genetisch gemodificeerde organismen voldoen aan de criteria in bijlage V bij richtlijn nr. 2001/18, toestaan dat een aanvraag om een vergunning voor overige doeleinden, ten minste informatie bevat over de genetisch gemodificeerde organismen, de introductie-omstandigheden en het milieu waarin introductie wordt voorzien, de interactie tussen de genetisch gemodificeerde organismen en het milieu en de milieurisicoanalyse, voor zover de Raad van de Europese Unie dan wel de Commissie van de Europese Gemeenschappen heeft besloten dat voldoende ervaring is opgedaan met de introductie van bepaalde genetisch gemodificeerde organismen in een bepaald milieu, en daarvoor bij, bij regeling van Onze Minister aan te wijzen, beschikkingen op grond van artikel 7, derde lid, van richtlijn nr. 2001/18, vereenvoudigde procedures heeft vastgesteld.
|
||||
|
||||
### Artikel 26
|
||||
|
||||
De houder van een vergunning als bedoeld in artikel 23 eerste lid, die genetisch gemodificeerde organismen toepast, doet na voltooiing van die toepassing mededeling aan Onze Minister van de mogelijke risico’s daarvan voor mens of milieu. Indien hij ten aanzien van de produkten waar die toepassing betrekking op heeft, voornemens is toepassing van artikel 23 tweede lid, onderdeel *d*, te vragen, gaat hij bij die mededeling in op de risico’s die die produkten kunnen opleveren.
|
||||
De houder van een vergunning voor overige doeleinden, die genetisch gemodificeerde organismen aan een ander ter beschikking stelt, draagt er zorg voor dat op het etiket van de verpakking van of het bijgevoegde document bij de genetisch gemodificeerde organismen duidelijk zichtbaar is aangegeven dat er genetisch gemodificeerde organismen in aanwezig zijn, overeenkomstig de toepasselijke delen van bijlage IV bij richtlijn nr. 2001/18 en overeenkomstig bij regeling van Onze Minister aan te wijzen beschikkingen van de Raad van de Europese Unie dan wel de Commissie van de Europese Gemeenschappen op grond van artikel 26, tweede lid, van richtlijn nr. 2001/18.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 3.3. Doelbewuste introductie in het milieu door het in de handel brengen
|
||||
|
||||
### Artikel 27
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
De paragrafen 3.5.2. tot en met 3.5.5. van de Algemene wet bestuursrecht en afdeling 13.2 van de Wet milieubeheer zijn niet van toepassing op:
|
||||
|
||||
1. een aanvraag om een vergunning voor het in de handel brengen als bedoeld in artikel 28, eerste lid, en 35, vierde lid;
|
||||
2. een wijziging of een intrekking als bedoeld in artikel 26, zesde lid, onderdeel b, van de Wet milieugevaarlijke stoffen.
|
||||
|
||||
##### Paragraaf 3.3.1. Vergunningverlening
|
||||
|
||||
### Artikel 28
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De aanvraag om een vergunning voor het in de handel brengen, wordt schriftelijk bij Onze Minister ingediend en bevat in ieder geval:
|
||||
|
||||
a. informatie overeenkomstig bijlage III en IV bij richtlijn nr. 2001/18;
|
||||
b. een milieurisicoanalyse zoals aangevuld met richtsnoeren vastgesteld bij, bij regeling van Onze Minister aan te wijzen beschikkingen van de Raad van de Europese Unie dan wel de Commissie van de Europese Gemeenschappen;
|
||||
c. voorwaarden voor het in de handel brengen van de genetisch gemodificeerde organismen als product of in producten, daaronder begrepen voorschriften inzake gebruik en behandeling;
|
||||
d. de gewenste geldigheidsduur van de vergunning, met inachtneming van artikel 31, eerste lid;
|
||||
e. een monitoringplan overeenkomstig bijlage VII bij richtlijn nr. 2001/18 en overeenkomstig bij regeling van Onze Minister aan te wijzen beschikkingen van de Raad van de Europese Unie of van de Commissie van de Europese Gemeenschappen, daaronder mede begrepen een voorstel voor de duur van het plan;
|
||||
f. een voorstel met betrekking tot de etikettering en de verpakking overeenkomstig bijlage IV bij richtlijn nr. 2001/18;
|
||||
g. een samenvatting van het dossier overeenkomstig bij regeling van Onze Minister aan te wijzen beschikkingen van de Raad van de Europese Unie of van de Commissie van de Europese Gemeenschappen, en
|
||||
h. indien van toepassing, informatie over gegevens of resultaten van de introducties van dezelfde genetisch gemodificeerde organismen, waarvoor reeds eerder of tegelijkertijd een vergunning dan wel toestemming is aangevraagd of verleend of informatie over gegevens of resultaten van de introducties van dezelfde genetisch gemodificeerde organismen, die op dat moment worden verricht binnen of buiten de Gemeenschap.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister kan ter uitvoering van beschikkingen van de Raad van de Europese Unie dan wel van de Commissie van de Europese Gemeenschappen, voor bij die beschikkingen aangegeven soorten genetisch gemodificeerde organismen als product of in producten, van het eerste lid afwijkende regels stellen.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister kan op verzoek van de aanvrager toestaan dat de in het eerste lid, onder a, bedoelde gegevens overeenkomstig onderdeel B van bijlage IV bij richtlijn nr. 2001/18 niet of slechts ten dele overgelegd behoeven te worden, indien de aanvrager aannemelijk kan maken dat het in de handel brengen en het gebruik van genetisch gemodificeerde organismen als product of in producten geen risico's met zich meebrengt voor mens of milieu.
|
||||
|
||||
**4.** De aanvrager kan ter voldoening aan het eerste lid, verwijzen naar gegevens of resultaten van eerdere vergunningaanvragen van andere vergunninghouders, of door hem relevant geachte aanvullende informatie indienen, voor zover die informatie, gegevens en resultaten niet vertrouwelijk zijn of de andere vergunninghouders daarvoor schriftelijk toestemming hebben verleend.
|
||||
|
||||
**5.** Onze Minister tekent onverwijld de datum van ontvangst van de aanvraag aan en zendt de aanvrager onverwijld een bewijs van ontvangst, waarin die datum is vermeld.
|
||||
|
||||
**6.** Onze Minister zendt onverwijld de in het eerste lid, onder g, bedoelde samenvatting aan de bevoegde instanties van de andere lidstaten van de Europese Unie en aan de Commissie van de Europese Gemeenschappen.
|
||||
|
||||
### Artikel 29
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
**1.** Onze Minister stelt binnen 90 dagen na ontvangst van een aanvraag om een vergunning voor het in de handel brengen, een beoordelingsrapport op overeenkomstig bijlage VI bij richtlijn nr. 2001/18.
|
||||
|
||||
**2.** Indien het beoordelingsrapport inhoudt dat het genetisch gemodificeerde organisme in de handel mag worden gebracht en onder welke voorwaarden, vermeldt het de voorwaarden waaronder dat mag gebeuren. Onze Minister zendt het beoordelingsrapport en een afschrift van de aanvraag onverwijld aan de aanvrager en aan de Commissie van de Europese Gemeenschappen.
|
||||
|
||||
**3.** Indien het beoordelingsrapport inhoudt dat het genetisch gemodificeerde organisme niet in de handel mag worden gebracht, zendt Onze Minister ten vroegste 15 dagen na toezending van het beoordelingsrapport aan de aanvrager en uiterlijk 105 dagen na ontvangst van de aanvraag, het beoordelingsrapport samen met de informatie waarop het is gebaseerd, aan de Commissie van de Europese Gemeenschappen.
|
||||
|
||||
**4.** Indien Onze Minister na toezending van het beoordelingsrapport maar vóór vergunningverlening kennis neemt van nieuwe informatie die van invloed kan zijn op de risico's van de betrokken genetisch gemodificeerde organismen voor mens of milieu, zendt hij die informatie onverwijld aan de Commissie van de Europese Gemeenschappen en aan de bevoegde instanties van de andere lidstaten van de Europese Unie.
|
||||
|
||||
### Artikel 30
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
**1.** Onze Minister neemt binnen 225 dagen na ontvangst van een aanvraag om een vergunning voor het in de handel brengen een besluit, zendt dit onverwijld aan de aanvrager en stelt de Commissie van de Europese Gemeenschappen en de andere lidstaten van de Europese Unie daarvan binnen 30 dagen in kennis.
|
||||
|
||||
**2.** De termijn voor het nemen van een besluit op een aanvraag wordt opgeschort indien een andere lidstaat van de Europese Unie of de Commissie van de Europese Gemeenschappen bezwaar heeft gemaakt tegen het in de handel brengen van de genetisch gemodificeerde organismen, en dit bezwaar handhaaft.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister neemt geen besluit dan in overeenstemming met Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, voor zover het betreft die aspecten van de bescherming van het milieu waarvoor deze verantwoordelijk is en na overleg met Onze overige Ministers wie het mede aangaat.
|
||||
|
||||
### Artikel 31
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
**1.** Onverminderd het tweede en derde lid, wordt een vergunning voor het in de handel brengen voor maximaal tien jaren verleend.
|
||||
|
||||
**2.** De vergunning voor een genetisch gemodificeerd organisme of een nakomeling van dat organisme uitsluitend met als doel het in de handel brengen van hun zaden overeenkomstig de daarop betrekking hebbende communautaire voorschriften, wordt verleend voor een periode van maximaal tien jaren na de datum waarop het eerste plantenras afkomstig van het genetisch gemodificeerde organisme, voor het eerst op een officiële nationale lijst van plantenrassen is opgenomen overeenkomstig de in artikel 15, vierde lid, tweede alinea, van richtlijn nr. 2001/18, genoemde richtlijnen betreffende de gemeenschappelijke rassenlijst voor landbouwgewassen onderscheidenlijk betreffende het in de handel brengen van groentezaad.
|
||||
|
||||
**3.** De vergunning voor bosbouwkundig teeltmateriaal wordt verleend voor een periode van maximaal tien jaren na de datum waarop uitgangsmateriaal afkomstig van het genetisch gemodificeerde organisme voor het eerst op een officiële nationale lijst is opgenomen overeenkomstig de in artikel 15, vierde lid, derde alinea, van richtlijn nr. 2001/18, genoemde richtlijn betreffende het in de handel brengen van bosbouwkundig teeltmateriaal.
|
||||
|
||||
### Artikel 32
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Indien een vergunning wordt verleend, wordt daarin in ieder geval vermeld:
|
||||
|
||||
a. de reikwijdte, daaronder mede begrepen de identiteit van de genetisch gemodificeerde organismen die als product of in producten in de handel worden gebracht en het unieke bijbehorende identificatiesymbool;
|
||||
b. de geldigheidsduur;
|
||||
c. de voorschriften die worden gesteld aan het in de handel brengen van de genetisch gemodificeerde organismen als product of in producten, daaronder mede begrepen voorschriften voor gebruik, behandeling en de verpakking en voorschriften voor de bescherming van specifieke ecosystemen, milieus of geografische gebieden waarin het product volgens plan zal worden gebruikt;
|
||||
d. de verplichting om op verzoek van Onze Minister controlesteekproeven beschikbaar te stellen;
|
||||
e. de voorschriften met betrekking tot etikettering, overeenkomstig bijlage IV bij richtlijn nr. 2001/18, en
|
||||
f. de monitoringvoorschriften overeenkomstig bijlage VII bij richtlijn nr. 2001/18 en overeenkomstig bij regeling van Onze Minister aan te wijzen beschikkingen van de Raad van de Europese Unie of van de Commissie van de Europese Gemeenschappen, daaronder mede begrepen de rapportage, de termijn van het monitoringplan en voor zover van toepassing voorschriften voor degenen die het product verkopen of gebruiken waaronder voor geteelde genetisch gemodificeerde organismen, de informatie die over de teeltlocatie moet worden verschaft.
|
||||
|
||||
**2.** Producten waarin onvoorziene of technisch niet te voorkomen sporen van toegelaten genetisch gemodificeerde organismen niet zijn uit te sluiten, worden geëtiketteerd en verpakt volgens de vergunningvoorschriften met inachtneming van de drempelwaarden die zijn vastgesteld bij, bij regeling van Onze Minister aan te wijzen, beschikkingen op grond van artikel 21, tweede lid, van richtlijn nr. 2001/18, en waar beneden geen etiketterings- of verpakkingsplicht geldt.
|
||||
|
||||
**3.** Een besluit als bedoeld in artikel 30, eerste lid, wordt bekend gemaakt door kennisgeving daarvan in een van overheidswege uitgegeven blad, in een of meer dag-, nieuws- of huis-aan-huis-bladen of op andere geschikte wijze.
|
||||
|
||||
##### Paragraaf 3.3.2. Nieuwe informatie
|
||||
|
||||
### Artikel 33
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
**1.** Onze Minister kan een vergunning voor het in de handel brengen ambtshalve of op een daartoe strekkend verzoek wijzigen of intrekken.
|
||||
|
||||
**2.** In het geval Onze Minister kennis heeft genomen van nieuwe informatie die van invloed kan zijn op de risico's van de betrokken genetisch gemodificeerde organismen voor mens of milieu, stelt hij binnen 60 dagen na ontvangst van de nieuwe informatie een beoordelingsrapport, overeenkomstig bijlage VI bij richtlijn nr. 2001/18, op.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister zendt het beoordelingsrapport onverwijld aan de vergunninghouder en aan de Commissie van de Europese Gemeenschappen.
|
||||
|
||||
**4.** Onze Minister neemt binnen 75 dagen na verspreiding van het beoordelingsrapport door de Commissie van de Europese Gemeenschappen, een besluit tot het al dan niet wijzigen of intrekken van de vergunning.
|
||||
|
||||
**5.** De termijn voor het nemen van een besluit wordt opgeschort indien een andere lidstaat van de Europese Unie of de Commissie van de Europese Gemeenschappen bezwaar heeft gemaakt tegen het in de handel brengen van de genetisch gemodificeerde organismen, en dit bezwaar handhaaft.
|
||||
|
||||
**6.** Onze Minister neemt geen besluit dan in overeenstemming met Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit voor zover het betreft die aspecten van de bescherming van het milieu waarvoor deze verantwoordelijk is, en na overleg met Onze overige Ministers wie het mede aangaat.
|
||||
|
||||
**7.** Onze Minister zendt het besluit aan de vergunninghouder en stelt de Commissie van de Europese Gemeenschappen en de bevoegde instanties van de andere lidstaten van de Europese Unie daarvan binnen 30 dagen in kennis.
|
||||
|
||||
**8.** Onze Minister trekt vergunningen ambtshalve in ter uitvoering van beschikkingen van de Raad van de Europese Unie dan wel van de Commissie van de Europese Gemeenschappen omtrent geleidelijke uitfasering van genetisch gemodificeerde organismen.
|
||||
|
||||
### Artikel 34
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
**1.** Indien Onze Minister als gevolg van nieuwe of aanvullende informatie dan wel als gevolg van herbeoordeling van bestaande informatie aan de hand van nieuwe of nadere wetenschappelijke kennis duidelijke redenen heeft om aan te nemen dat de betrokken genetisch gemodificeerde organismen als product of in een product waarvoor Onze Minister voor het in de handel brengen een vergunning heeft verleend of de bevoegde instantie van een andere lidstaat van de Europese Unie schriftelijke toestemming heeft gegeven, gevaar opleveren voor mens of milieu, kan hij de handelingen met die genetisch gemodificeerde organismen als product of in een product in Nederland tijdelijk beperken of verbieden.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister zendt onverwijld een besluit als bedoeld in het eerste lid, alsmede een nieuwe milieurisicoanalyse, de daaraan naar zijn mening te verbinden gevolgen en, indien aanwezig, bijkomende informatie, aan de Commissie van de Europese Gemeenschappen en aan de bevoegde instanties van de andere lidstaten van de Europese Unie.
|
||||
|
||||
##### Paragraaf 3.3.3. Verlenging
|
||||
|
||||
### Artikel 35
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
### Paragraaf 4. Overige bepalingen
|
||||
Onze Minister kan op aanvraag van de vergunninghouder:
|
||||
|
||||
a. een krachtens artikel 30, eerste lid, verleende vergunning voor het in de handel brengen verlengen, indien deze verlenging uiterlijk negen maanden voor het verstrijken van de geldigheidsduur van de vergunning is aangevraagd;
|
||||
b. een vóór 17 oktober 2002 verleende vergunning voor het in de handel brengen van de genetisch gemodificeerde organismen als product of in producten verlengen, indien deze verlenging uiterlijk op 17 oktober 2006 is aangevraagd. De artikelen 28 tot en met 31 zijn niet van toepassing.
|
||||
|
||||
**2.** Een vergunning als bedoeld in het eerste lid, onder a, blijft, indien de verlenging tijdig is aangevraagd, geldig tot het moment waarop op de aanvraag om verlenging is beslist.
|
||||
|
||||
**3.** Een vergunning als bedoeld in het eerste lid, onder b, blijft, indien uiterlijk op 17 oktober 2006 verlenging is aangevraagd, geldig tot het moment waarop op de aanvraag om verlenging is beslist.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
Een aanvraag om verlenging wordt schriftelijk bij Onze Minister ingediend en bevat in ieder geval:
|
||||
|
||||
a. een afschrift van de vergunning voor het in de handel brengen;
|
||||
b. een rapportage als bedoeld in artikel 23c, tweede lid, indien monitoring in de oorspronkelijke vergunning is voorgeschreven;
|
||||
c. nieuwe informatie die over de risico's van de genetisch gemodificeerde organismen als product of in producten voor mens of milieu beschikbaar is gekomen;
|
||||
d. zo nodig een voorstel tot wijziging of aanvulling van de voorschriften van de verleende vergunning, waaronder in ieder geval worden begrepen de voorschriften die verband houden met de toekomstige monitoring en de geldigheidsduur van de vergunning.
|
||||
|
||||
### Artikel 36
|
||||
|
||||
**1.** Dit besluit treedt in werking met ingang van de eerste dag van de tweede kalendermaand na de datum waarop het in het Staatsblad is bekendgemaakt.
|
||||
**1.** Onze Minister tekent onverwijld de datum van ontvangst aan van de aanvraag om verlenging van een vergunning voor het in de handel brengen en zendt de vergunninghouder onverwijld een bewijs van ontvangst, waarin die datum is vermeld.
|
||||
|
||||
**2.** Het besluit kan worden aangehaald als het Besluit genetisch gemodificeerde organismen Wet milieugevaarlijke stoffen.
|
||||
**2.** Onze Minister stelt na ontvangst van de aanvraag een beoordelingsrapport op, overeenkomstig bijlage VI bij richtlijn nr. 2001/18.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister zendt het beoordelingsrapport aan de vergunninghouder en zendt het beoordelingsrapport en een afschrift van de aanvraag onverwijld aan de Commissie van de Europese Gemeenschappen.
|
||||
|
||||
### Artikel 37
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister neemt binnen 105 dagen na de verspreiding door de Commissie van de Europese Gemeenschappen van het beoordelingsrapport, bedoeld in artikel 36, tweede lid, een besluit.
|
||||
|
||||
**2.** De termijn voor het nemen van een besluit op een aanvraag om verlenging als bedoeld in artikel 35, vierde lid, wordt opgeschort indien een andere lidstaat van de Europese Unie of de Commissie van de Europese Gemeenschappen bezwaar maakt tegen het in de handel brengen van de genetisch gemodificeerde organismen, en dit bezwaar handhaaft.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister neemt geen besluit dan in overeenstemming met Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit voor zover het betreft die aspecten van de bescherming van het milieu waarvoor deze verantwoordelijk is, en na overleg met Onze overige Ministers wie het mede aangaat.
|
||||
|
||||
**4.** Een vergunning voor het in de handel brengen wordt met maximaal tien jaren verlengd, met dien verstande dat in het geval er geen met redenen omklede bezwaren van een lidstaat van de Europese Unie of de Commissie van de Europese Gemeenschappen zijn binnengekomen, Onze Minister de geldigheidsduur om specifieke redenen kan beperken of verlengen.
|
||||
|
||||
**5.** Indien er wel met redenen omklede bezwaren van een lidstaat van de Europese Unie of de Commissie van de Europese Gemeenschappen zijn binnengekomen, maar daarover binnen 75 dagen na de verspreiding van het beoordelingsrapport alsnog overeenstemming wordt bereikt, kan Onze Minister de geldigheidsduur van een vergunning voor het in de handel brengen met tien jaren verlengen of deze naar behoefte beperken.
|
||||
|
||||
**6.** Onze Minister zendt het besluit aan de vergunninghouder en stelt de Commissie van de Europese Gemeenschappen en de bevoegde instanties van de andere lidstaten van de Europese Unie daarvan binnen 30 dagen in kennis.
|
||||
|
||||
### Artikel 38
|
||||
|
||||
Artikel 32 is van overeenkomstige toepassing op een besluit als bedoeld in artikel 37, eerste lid.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 4. Overige bepalingen
|
||||
|
||||
### Artikel 39
|
||||
|
||||
Een wijziging van de bijlagen bij richtlijn nr. 2001/18 of delen daarvan met uitzondering van de bijlagen of delen daarvan, genoemd in artikel 27 van die richtlijn, treedt voor de toepassing van dit besluit in werking met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijzigingsrichtlijn uitvoering moet zijn gegeven.
|
||||
|
||||
### Artikel 40
|
||||
|
||||
Het besluit kan worden aangehaald als het Besluit genetisch gemodificeerde organismen Wet milieugevaarlijke stoffen.
|
||||
|
||||
## Bijlage 1. behorende bij
|
||||
|
||||
|
|
@ -463,18 +675,16 @@ Van het verbod van artikel 23, eerste lid, zijn vrijgesteld:
|
|||
|
||||
het vervaardigen, vervoeren, toepassen, voorhanden hebben, aan een ander ter beschikking stellen of zich ontdoen van organismen die zijn vervaardigd door:
|
||||
|
||||
tenzij bij de vervaardiging daarvan als recipiënt of ouderorganisme gebruik wordt gemaakt van genetisch gemodificeerde organismen, die niet zijn verkregen op de onder a of b beschreven wijze en ten aanzien waarvan geen toepassing heeft plaatsgehad van artikel 23, tweede lid, onder d, dan wel van genetisch gemodificeerde organismen die niet vallen onder artikel 23, tweede lid, onder e.
|
||||
tenzij bij de vervaardiging daarvan als recipiënt of ouderorganisme gebruik wordt gemaakt van genetisch gemodificeerde organismen, die niet zijn verkregen op de onder a of b beschreven wijze en die niet vallen onder artikel 23, tweede lid, onder g.
|
||||
|
||||
## Bijlage 2. behorende bij het Besluit genetisch gemodificeerde organismen Wet milieugevaarlijke stoffen
|
||||
|
||||
Voorwaarden als bedoeld in artikel 23, tweede lid, onder *c*, waaronder het vervoer van genetisch gemodificeerde organismen dient te geschieden.
|
||||
|
||||
De vervoerseenheid moet zodanig zijn dat genetisch gemodificeerde organismen of delen van die organismen tijdens het vervoer niet buiten de vervoerseenheid kunnen geraken anders dan door ingrijpen van de mens of door een calamiteit.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
## Bijlage 3. behorende bij het
|
||||
|
||||
Een risico-analyse als bedoeld in artikel 24 houdt in ieder geval de volgende gegevens in voor zover deze van toepassing zijn:
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
## Bijlage 4. behorende bij de
|
||||
|
||||
Gegevens voor kennisgevingen
|
||||
Gegevens voor aanvragen om een vergunning
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue