diff --git a/wet/uitvoeringswet-huurprijzen-woonruimte/BWBR0014315/README.md b/wet/uitvoeringswet-huurprijzen-woonruimte/BWBR0014315/README.md index e01f4e116e6..516399bb854 100644 --- a/wet/uitvoeringswet-huurprijzen-woonruimte/BWBR0014315/README.md +++ b/wet/uitvoeringswet-huurprijzen-woonruimte/BWBR0014315/README.md @@ -86,26 +86,19 @@ b. in de gevallen van een verzoek van de Belastingdienst/Toeslagen als bedoeld i ### Artikel 7 -**1.** Voor het door de huurcommissie doen van een uitspraak, met uitzondering van een uitspraak als bedoeld in artikel 4, vierde lid, en 5, eerste lid, is door partijen een voorschot op de vergoeding aan de Staat, als bedoeld in het tweede lid, verschuldigd. +**1.** Voor het door de huurcommissie doen van een uitspraak, met uitzondering van een uitspraak als bedoeld in artikel 4, vierde lid, en 5, eerste lid, is door de verzoeker een voorschot op de vergoeding aan de Staat, als bedoeld in het tweede lid, verschuldigd. -**2.** Bij het doen van de uitspraak geeft de huurcommissie gemotiveerd aan welke van beide partijen een vergoeding aan de Staat verschuldigd is. Deze vergoeding is verschuldigd door de partij die naar het oordeel van de huurcommissie geheel of voor het grootste deel, gelet op de strekking van het verzoekschrift, de in het ongelijk gestelde partij is. Indien de huurcommissie van oordeel is dat beide partijen in ongeveer gelijke mate in het ongelijk worden gesteld, kan zij gemotiveerd uitspreken dat beide partijen de helft van de vergoeding aan de Staat verschuldigd zijn. In gevallen waarin de voorzitter van de huurcommissie bevoegd is tot het doen van een uitspraak, komen de in de eerste tot en met derde volzin bedoelde bevoegdheden toe aan de voorzitter. +**2.** Bij het doen van de uitspraak geeft de huurcommissie gemotiveerd aan of de verzoeker een vergoeding aan de Staat verschuldigd is. Deze vergoeding is verschuldigd door de verzoeker indien deze naar het oordeel van de huurcommissie geheel of voor het grootste deel, gelet op de strekking van het verzoekschrift, de in het ongelijk gestelde partij is. Indien de huurcommissie van oordeel is dat beide partijen in ongeveer gelijke mate in het ongelijk worden gesteld, kan zij gemotiveerd uitspreken dat de verzoeker de helft van de vergoeding aan de Staat verschuldigd is. In gevallen waarin de voorzitter van de huurcommissie bevoegd is tot het doen van een uitspraak, komen de in de eerste tot en met derde volzin bedoelde bevoegdheden toe aan de voorzitter. **3.** Het bedrag en de wijze van betaling van het in het eerste lid bedoelde voorschot en de in het tweede lid bedoelde vergoeding worden bij algemene maatregel van bestuur vastgesteld. **4.** Na het doen van een uitspraak wordt de bij wijze van voorschot betaalde vergoeding terugbetaald, voorzover geen vergoeding verschuldigd is als bedoeld in het tweede lid. -**5.** De huurcommissie roept partijen bij schriftelijk bericht op, onder kennisgeving van de ontvangst van het verzoek, alsmede onder kennisgeving van de inhoud van het verzoek aan de partij die niet de verzoeker is, tot betaling van de in het eerste lid bedoelde vergoeding, voorzover deze op dat tijdstip nog niet is voldaan, binnen vier weken na de datum van verzending van dat bericht. +**5.** De huurcommissie roept de verzoeker bij schriftelijk bericht op, onder kennisgeving van de ontvangst van het verzoek, tot betaling van het in het eerste lid bedoelde voorschot op de vergoeding, voor zover dit op dat tijdstip nog niet is voldaan, binnen vier weken na de datum van verzending van dat bericht. -**6.** +**6.** Ingeval de verzoeker het voorschot op de vergoeding niet binnen de in het vijfde lid genoemde termijn heeft voldaan, wordt het verzoek niet-ontvankelijk verklaard. -Ingeval geen van beide partijen binnen de in het vijfde lid genoemde termijn de vergoeding heeft voldaan, wordt het verzoek niet-ontvankelijk verklaard. Ingeval alleen de niet-verzoekende partij binnen die termijn de vergoeding heeft voldaan, wordt het verzoek niet-ontvankelijk verklaard en wordt de bij wijze van voorschot door de niet-verzoekende partij betaalde vergoeding terugbetaald. Ingeval alleen de verzoekende partij binnen die termijn de vergoeding heeft voldaan, luidt de uitspraak zo veel mogelijk in overeenstemming met de strekking van het verzoek, tenzij: - -a. het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is, -b. het voorstel dat ten grondslag ligt aan het verzoek, kennelijk niet redelijk is, -c. de aan het verzoek ten grondslag liggende bezwaren kennelijk ongegrond zijn, of -d. het verzoek kennelijk niet redelijk is. - -**7.** Indien het verzoek voor de uitspraak wordt ingetrokken, ontvangt de partij die niet de verzoeker was, het betaalde voorschot op de vergoeding terug. +**7.** Indien het verzoek voor de uitspraak wordt ingetrokken, ontvangt de verzoeker het betaalde voorschot op de vergoeding niet terug. **8.** De voorzitter van de huurcommissie is bevoegd op verzoek vrijstelling te verlenen van de aan de Staat verschuldigde vergoeding, bedoeld in het eerste en tweede lid. Zolang niet is beslist op een aanvraag om vrijstelling van de in het eerste lid bedoelde vergoeding, wordt de in het vijfde lid genoemde termijn opgeschort. @@ -139,7 +132,7 @@ Voor het door de huurcommissie uitbrengen van een advies als bedoeld in artikel **3.** Indien de huurcommissie de overeengekomen huurprijs niet redelijk acht, vermeldt zij in haar uitspraak de huurprijs die zij redelijk acht. -**4.** In geval sprake is van een huurovereenkomst als bedoeld in artikel 3 spreekt de huurcommissie, indien de beoordeling, bedoeld in het tweede lid, zou leiden tot een huurprijs boven de in artikel 7:247 van het Burgerlijk Wetboek genoemde grens, uit dat de door partijen overeengekomen huurprijs redelijk is. Indien de huurprijs na de uitspraak van de huurcommissie en in voorkomend geval na de vaststelling ervan door de kantonrechter onherroepelijk is komen vast te staan en niet boven die grens uitkomt, is artikel 7:247 op die huurovereenkomst niet langer van toepassing. +**4.** In geval sprake is van een huurovereenkomst als bedoeld in artikel 3 spreekt de huurcommissie, indien de beoordeling, bedoeld in het tweede lid, zou leiden tot een huurprijs boven de in artikel 7:247 van het Burgerlijk Wetboek genoemde grens, uit dat de door partijen overeengekomen huurprijs redelijk is. Indien de huurprijs na de uitspraak van de huurcommissie en in voorkomend geval na de vaststelling ervan door de rechter onherroepelijk is komen vast te staan en niet boven die grens uitkomt, is artikel 7:247 op die huurovereenkomst niet langer van toepassing. **5.** De huurcommissie beoordeelt de kwaliteit van de woonruimte en de redelijkheid van de huurprijs naar de toestand op de datum van ingang van de huurovereenkomst. @@ -171,8 +164,6 @@ Voor het door de huurcommissie uitbrengen van een advies als bedoeld in artikel **6.** De huurcommissie beoordeelt de kwaliteit van de woonruimte en de redelijkheid van de wijziging van de huurprijs naar de toestand op het tijdstip van de in het voorstel tot verhoging van de huurprijs genoemde ingangsdatum. -**7.** Indien de huurcommissie op grond van het eerste lid van oordeel is dat een voorstel tot verhoging van de huurprijs als bedoeld in artikel 7:252, tweede lid, aanhef en onderdeel f, van het Burgerlijk Wetboek, redelijk is en voorts constateert dat het formulier, bedoeld in het vierde lid van dat artikel, niet volledig is ingevuld, brengt de huurcommissie het voorgestelde percentage van de verhoging van de huurprijs terug tot het in genoemd artikelonderdeel bedoelde percentage. - ### Paragraaf 4. Verlaging van de huurprijs ### Artikel 14 @@ -239,7 +230,7 @@ Voor het door de huurcommissie uitbrengen van een advies als bedoeld in artikel **1.** -De voorzitter van de huurcommissie doet onverwijld, in ieder geval binnen vier weken na het verstrijken van de in artikel 7, vijfde lid, genoemde termijn, dan wel, indien de in dat artikellid bedoelde oproep niet behoeft te worden gedaan, na het tijdstip waarop de aldaar bedoelde vergoeding van beide partijen is ontvangen, schriftelijk en met redenen omkleed uitspraak, indien: +De voorzitter van de huurcommissie doet onverwijld, in ieder geval binnen vier weken na het verstrijken van de in artikel 7, vijfde lid, genoemde termijn, dan wel, indien de in dat artikellid bedoelde oproep niet behoeft te worden gedaan, na het tijdstip waarop de aldaar bedoelde vergoeding van de verzoeker is ontvangen, schriftelijk en met redenen omkleed uitspraak, indien: a. het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is, b. het verzoek kennelijk redelijk of niet redelijk is, @@ -249,7 +240,7 @@ e. de bezwaren tegen het aan het verzoek ten grondslag liggende voorstel kenneli **2.** -Van een kennelijk redelijk verzoek is in ieder geval sprake in het geval, bedoeld in artikel 7:253, tweede en derde lid, van het Burgerlijk Wetboek, tenzij: +Van een kennelijk redelijk verzoek is in ieder geval sprake in het geval, bedoeld in artikel 7:253, vijfde lid, van het Burgerlijk Wetboek, tenzij: a. de huurcommissie in een eerdere uitspraak heeft uitgesproken dat op grond van artikel 7:257 van het Burgerlijk Wetboek een lagere huurprijs redelijk is en de in die uitspraak genoemde gebreken nog niet zijn verholpen; b. het percentage van de in het voorstel opgenomen huurverhoging het in artikel 10, tweede lid, bedoelde maximale huurverhogingspercentage te boven gaat, in welk geval het verzoek slechts kennelijk redelijk is, voorzover het dat percentage niet overschrijdt. @@ -342,7 +333,7 @@ De voorzitter, de leden en de plaatsvervangende leden worden op eigen aanvraag o ### Artikel 28 -**1.** Alvorens een uitspraak te doen als bedoeld in artikel 4, tweede of derde lid, of artikel 5, eerste lid, wordt een voorbereidend onderzoek ingesteld. Een zodanig onderzoek blijft achterwege indien de beschikbare stukken naar het oordeel van de voorzitter voldoende zijn ter voorbereiding van de besluitvorming. +**1.** Alvorens een voorbereidend onderzoek in te stellen of een uitspraak te doen als bedoeld in artikel 4, tweede of derde lid, wordt de partij die niet de verzoeker is, in kennis gesteld van de inhoud van het verzoek. Alvorens een uitspraak te doen als bedoeld in artikel 4, tweede of derde lid, of artikel 5, eerste lid, wordt een voorbereidend onderzoek ingesteld. Een zodanig onderzoek blijft achterwege indien de beschikbare stukken naar het oordeel van de voorzitter voldoende zijn ter voorbereiding van de besluitvorming. **2.** Het voorbereidend onderzoek wordt ingesteld door de secretaris of door een door hem daartoe aangewezen ambtenaar van het secretariaat. In bijzondere gevallen kunnen de voorzitter of een of meer leden van de huurcommissie het onderzoek ook zelf instellen. @@ -412,13 +403,13 @@ De secretaris is bij de zittingen van de huurcommissie aanwezig. Hij houdt aante ### Artikel 37 -**1.** De huurcommissie doet binnen vier maanden na het verstrijken van de in artikel 7, vijfde lid, genoemde termijn, dan wel, indien de in dat artikellid bedoelde oproep niet behoeft te worden gedaan, na het tijdstip waarop de aldaar bedoelde vergoeding van beide partijen is ontvangen, schriftelijk en met redenen omkleed uitspraak. In afwijking van de eerste volzin doet de huurcommissie in het geval dat de in de eerste volzin genoemde termijn niet kan worden gehaald, uitspraak binnen een door de huurcommissie aan te geven langere termijn, mits zij aan beide partijen daarvan voor het verstrijken van de in de eerste volzin genoemde termijn schriftelijk en met redenen omkleed heeft kennisgegeven. +**1.** De huurcommissie doet binnen vier maanden na het verstrijken van de in artikel 7, vijfde lid, genoemde termijn, dan wel, indien de in dat artikellid bedoelde oproep niet behoeft te worden gedaan, na het tijdstip waarop de aldaar bedoelde vergoeding van de verzoeker is ontvangen, schriftelijk en met redenen omkleed uitspraak. In afwijking van de eerste volzin doet de huurcommissie in het geval dat de in de eerste volzin genoemde termijn niet kan worden gehaald, uitspraak binnen een door de huurcommissie aan te geven langere termijn, mits zij aan beide partijen daarvan voor het verstrijken van de in de eerste volzin genoemde termijn schriftelijk en met redenen omkleed heeft kennisgegeven. **2.** De uitspraken van de huurcommissie vermelden de namen van degenen die aan de behandeling van de zaak ter zitting hebben deelgenomen. Zij worden door de voorzitter en de secretaris ondertekend. **3.** De secretaris zendt onverwijld bij aangetekende brief of bij brief met ontvangstbevestiging een afschrift van de uitspraak van de huurcommissie aan partijen. -**4.** De huurcommissie wijst in haar uitspraak partijen op de in artikel 7:262 van het Burgerlijk Wetboek bedoelde mogelijkheid zich tot de kantonrechter te wenden, alsook op de vorm en de termijn die daarbij in acht moeten worden genomen. +**4.** De huurcommissie wijst in haar uitspraak partijen op de in artikel 7:262 van het Burgerlijk Wetboek bedoelde mogelijkheid zich tot de rechter te wenden, alsook op de vorm en de termijn die daarbij in acht moeten worden genomen. **5.** Indien in de uitspraak wordt vastgesteld dat een woonruimte een of meer gebreken vertoont die het woongenot ernstig schaden zendt de secretaris bovendien afschrift aan de inspecteur, bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Woningwet, en aan burgemeester en wethouders van de gemeente waarin de woonruimte is gelegen. @@ -460,7 +451,7 @@ De voorzitter en de leden van een huurcommissie hebben toegang tot alle woon- en **1.** Een huurcommissie stelt jaarlijks voor 1 maart een verslag op van de werkzaamheden, het gevoerde beleid in het algemeen en de doelmatigheid en doeltreffendheid van haar werkwijze in het bijzonder in het afgelopen kalenderjaar. Het verslag geeft tevens inzicht in het gevoerde beleid van de huurcommissie in het afgelopen kalenderjaar met betrekking tot de toetsing van de ingevolge artikel 41, tweede lid, aangewezen categorieën verzoeken. -**2.** Het verslag wordt toegezonden aan Onze Minister, Onze Minister van Justitie en de kantonrechter met wiens rechtsgebied dat van de huurcommissie samenvalt, en aan de andere huurcommissies. +**2.** Het verslag wordt toegezonden aan Onze Minister, Onze Minister van Justitie en de rechter met wiens rechtsgebied dat van de huurcommissie samenvalt, en aan de andere huurcommissies. **3.** Het verslag wordt ingericht overeenkomstig door Onze Minister te geven regels. Het ligt voor een ieder ter inzage bij het secretariaat van de huurcommissie. @@ -488,13 +479,13 @@ Onze Minister: a. bepaalt aan welke voorwaarden een verzoek aan de huurcommissie dient te voldoen en welke gegevens daarbij dienen te worden verstrekt of overgelegd; b. bepaalt in welke gevallen de voorzitter van de huurcommissie van de bevoegdheid, bedoeld in artikel 7, achtste lid, gebruik kan maken, en -c. stelt ter uitvoering van artikel 7:252, vierde lid, van het Burgerlijk Wetboek een formulier vast. +c. stelt ter uitvoering van artikel 7:252, derde lid, van het Burgerlijk Wetboek een formulier vast. **2.** Onze Minister kan: -a. ter uitvoering van artikel 7:253 van het Burgerlijk Wetboek regels geven met betrekking tot de voorwaarden waaraan het in het tweede lid van dat artikel bedoelde verzoek van de verhuurder aan de huurder dient te voldoen; +a. ter uitvoering van artikel 7:253 van het Burgerlijk Wetboek regels geven met betrekking tot de voorwaarden waaraan het in het tweede lid van dat artikel bedoelde schrijven van de verhuurder aan de huurder dient te voldoen; b. ter uitvoering van artikel 7:257 van het Burgerlijk Wetboek regels geven met betrekking tot de voorwaarden waaraan een kennisgeving van de huurder aan de verhuurder van een gebrek dient te voldoen; c. nadere voorschriften geven omtrent de wijze waarop de huurcommissie haar taken ingevolge deze wet uitvoert. @@ -512,11 +503,11 @@ De toepasselijkheid van de bepalingen van deze wet kan niet bij overeenkomst wor ### Artikel 51 -In elke na het verstrijken van de termijn, bedoeld in artikel 7:259, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek, ingestelde rechtsvordering ter zake van de vergoedingen, bedoeld in het eerste lid van dat artikel, wordt een uitspraak van de huurcommissie dan wel beschikking van de kantonrechter omtrent de betalingsverplichting van de huurder met betrekking tot deze vergoedingen overgelegd. +In elke na het verstrijken van de termijn, bedoeld in artikel 7:260, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek, ingestelde rechtsvordering ter zake van de vergoedingen, bedoeld in het eerste lid van dat artikel, wordt een uitspraak van de huurcommissie dan wel beschikking van de rechter omtrent de betalingsverplichting van de huurder met betrekking tot deze vergoedingen overgelegd. ### Artikel 52 -In elke rechtsvordering ter zake van hetgeen onverschuldigd mocht zijn betaald in verband met een overeenkomst als bedoeld in artikel 7:258 van het Burgerlijk Wetboek waarbij partijen slechts de hoogte van de prijs en niet die van de huurprijs zijn overeengekomen, wordt een uitspraak van de huurcommissie, als bedoeld in artikel 17, dan wel een beschikking van de kantonrechter, als bedoeld in artikel 7:262 van het Burgerlijk Wetboek overgelegd. +In elke rechtsvordering ter zake van hetgeen onverschuldigd mocht zijn betaald in verband met een overeenkomst als bedoeld in artikel 7:258 van het Burgerlijk Wetboek waarbij partijen slechts de hoogte van de prijs en niet die van de huurprijs zijn overeengekomen, wordt een uitspraak van de huurcommissie, als bedoeld in artikel 17, dan wel een beschikking van de rechter, als bedoeld in artikel 7:262 van het Burgerlijk Wetboek overgelegd. ### Artikel 53