From 34166c133f4b712f49e33846bcbfda9688e00401 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Fri, 10 Mar 2006 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2006-03-10 | BWBR0001950 | Algemeen Rijksambtenarenreglement --- .../BWBR0001950/README.md | 115 +++++++++++------- 1 file changed, 69 insertions(+), 46 deletions(-) diff --git a/amvb/algemeen-rijksambtenarenreglement/BWBR0001950/README.md b/amvb/algemeen-rijksambtenarenreglement/BWBR0001950/README.md index aaf9377a14e..697d4c88340 100644 --- a/amvb/algemeen-rijksambtenarenreglement/BWBR0001950/README.md +++ b/amvb/algemeen-rijksambtenarenreglement/BWBR0001950/README.md @@ -3,7 +3,7 @@ titel: Algemeen Rijksambtenarenreglement bwb_id: BWBR0001950 type: AMvB status: geldend -datum_inwerkingtreding: '1931-09-01' +datum_inwerkingtreding: '2006-02-03' bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0001950 citeertitel: Algemeen Rijksambtenarenreglement --- @@ -1163,26 +1163,6 @@ a. met ingang van de dag waarop de ambtenaar ontslag is verleend; b. met ingang van de dag waarop de ambtenaar de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt; of c. met ingang van de dag volgende op die waarop de ambtenaar is overleden. -### Artikel 37b - -**1.** - -De ambtenaar, bedoeld in artikel 37a, tweede lid, die voor 1 januari 2011 is herplaatst, ontvangt bij voortdurende arbeidsongeschiktheid gedurende hoogstens vijf jaar een uitkering van 70% van het verschil tussen: - -a. zijn bezoldiging, vermeerderd met de vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering zoals die zou zijn geweest op de dag voor zijn herplaatsing indien de ambtenaar op die dag niet ongeschikt zou zijn geweest tot werken, en -b. zijn bezoldiging na herplaatsing verminderd met eventuele daarna volgende verhogingen op grond van artikel 7 van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984, en vermeerderd met de vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering. - -**2.** In afwijking van het eerste lid heeft de ambtenaar die arbeidsongeschikt is geworden ten gevolge van een beroepsincident, ook nadat de termijn van vijf jaar is verstreken recht op een uitkering. - -**3.** - -De uitkering eindigt in ieder geval: - -a. met ingang van de dag waarop de ambtenaar ontslag is verleend; -b. met ingang van de dag volgend op die waarop de ambtenaar is overleden. - -**4.** Bij eventuele samenloop van een recht op uitkering op grond van dit artikel en een recht op uitkering op grond van artikel 37a, derde of vierde lid, vervalt het laatstbedoelde recht. - ### Artikel 38 **1.** @@ -1252,30 +1232,6 @@ De artikelen 37, vierde lid, 37a, tweede tot en met vijfde lid, 38, 38a en 69, t Vervallen -### Artikel 40 - -**1.** - -De ambtenaar en de gewezen ambtenaar hebben geen aanspraak op doorbetaling van de bezoldiging: - -a) indien de ziekte is voorgewend, althans zodanig overdreven wordt voorgesteld, dat ongeschiktheid tot het verrichten van arbeid wegens ziekte niet kan worden aangenomen; -b) indien de ambtenaar de ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte opzettelijk heeft veroorzaakt, tenzij hem daarvan op grond van zijn psychische toestand geen verwijt kan worden gemaakt; -c) indien de ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte zich voordoet binnen een half jaar na het geneeskundig onderzoek, bedoeld in artikel 9, vierde lid, onderdeel b en blijkt dat de ambtenaar onjuiste informatie omtrent zijn gezondheidstoestand heeft verstrekt of gegevens heeft verzwegen, ten gevolge waarvan de verklaring van geschiktheid, de aan de desbetreffende functie verbonden werkzaamheden te verrichten, ten onrechte heeft plaatsgevonden, tenzij de ambtenaar aannemelijk maakt dat hij te goeder trouw heeft gehandeld. - -**2.** De gewezen ambtenaar heeft geen aanspraak op doorbetaling van zijn laatstelijk genoten bezoldiging, indien hij op grond van een aanvaarde andere betrekking aanspraak kan maken op betaling van loon of bezoldiging, dan wel aanspraak kan maken op een ZW-uitkering. - -### Artikel 40b - -**1.** Het bevoegd gezag is verplicht zo tijdig mogelijk zodanige maatregelen te treffen en voorschriften te geven als redelijkerwijs nodig is, opdat de ambtenaar die in verband met ongeschiktheid ten gevolge van ziekte verhinderd is zijn arbeid te verrichten, in staat wordt gesteld de eigen of andere passende arbeid te verrichten. - -**2.** De maatregelen en voorschriften, bedoeld in het eerste lid, zijn gericht op duurzame reïntegratie in de eigen arbeid of in andere passende arbeid in de sector Rijk waarvan de voor die arbeid geldende salarisschaal niet meer dan twee schalen lager is dan de salarisschaal die voor de ambtenaar geldt en waarbij de resterende mogelijkheden van de ambtenaar volledig worden benut. Indien na overleg tussen het bevoegd gezag en de ambtenaar vaststaat dat dergelijke arbeid niet voorhanden is, zullen de maatregelen en voorschriften zich richten op duurzame reïntegratie in andere passende arbeid, zo mogelijk binnen een van de overheidssectoren. - -**3.** Zolang duurzame reïntegratie als bedoeld in het tweede lid niet mogelijk is, stelt het bevoegd gezag de ambtenaar in de gelegenheid andere passende arbeid te verrichten. - -**4.** Uit hoofde van zijn verplichting, bedoeld in het eerste lid, stelt het bevoegd gezag in overeenstemming met de ambtenaar een plan van aanpak op als bedoeld in artikel 25, tweede lid, van de WIA. Het plan van aanpak wordt met medewerking van de ambtenaar regelmatig geëvalueerd en zo nodig bijgesteld. - -**5.** De ambtenaar die van mening is dat het bevoegd gezag de in het eerste lid bedoelde verplichtingen niet of onvoldoende nakomt, legt bij zijn verzoek tot nakoming aan het bevoegd gezag een oordeel van het UWV als bedoeld in artikel 32, derde lid, onderdeel b, van de Wet SUWI over. Het bevoegd gezag beslist binnen zes weken op het verzoek en deelt daarbij mee tot welke aanpassingen in de reïntegratie-inspanningen het verzoek hem aanleiding geeft. - #### Paragraaf . Geen aanspraak op doorbetaling van de bezoldiging en de bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering ### Artikel 40 @@ -1747,7 +1703,21 @@ b. bij ontslag tijdens het volgen van de scholing en bij ontslag binnen een term **2.** Onze Minister voert een registratie op basis van de op grond van het eerste lid gedane opgaven. -**3.** Het is de ambtenaar verboden nevenwerkzaamheden te verrichten waardoor de goede vervulling van zijn functie of de goede functionering van de openbare dienst, voor zover deze in verband staat met zijn functievervulling, niet in redelijkheid zou zijn verzekerd. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels omtrent dit verbod worden gesteld. +**3.** De door de leden van de topmanagementgroep, bedoeld in artikel 4, vijfde lid, onder a, juncto artikel 7, vierde lid, en door de directeur-generaal Algemene Bestuursdienst gemelde nevenwerkzaamheden worden openbaar gemaakt met vermelding van eventueel door Onze Minister aan het verrichten van de nevenwerkzaamheden gestelde beperkingen. + +**4.** Het is de ambtenaar verboden nevenwerkzaamheden te verrichten waardoor de goede vervulling van zijn functie of de goede functionering van de openbare dienst, voor zover deze in verband staat met zijn functievervulling, niet in redelijkheid zou zijn verzekerd. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels omtrent dit verbod worden gesteld. + +### Artikel 61a + +**1.** Onze Minister wijst de ambtenaren aan die werkzaamheden verrichten waaraan in het bijzonder het risico van financiële belangenverstrengeling of het risico van oneigenlijk gebruik van koersgevoelige informatie verbonden is. De aangewezen ambtenaar meldt financiële belangen, alsmede het bezit van en transacties met effecten die de belangen van de dienst voor zover deze in verband staan met zijn functievervulling kunnen raken, aan een daartoe aangewezen functionaris. + +**2.** Onze Minister voert een registratie van de op grond van het eerste lid gedane meldingen. + +**3.** De ambtenaar verstrekt nadere informatie of bescheiden met betrekking tot de financiële belangen of het bezit van of de transacties met effecten, indien daarvoor naar het oordeel van Onze Minister of de aangewezen functionaris, bedoeld in het eerste lid, aanleiding bestaat op grond van de melding of na de melding gebleken feiten of omstandigheden. + +**4.** Het is de ambtenaar verboden financiële belangen te hebben, effecten te bezitten of effectentransacties te verrichten waardoor de goede vervulling van zijn functie of het goed functioneren van de openbare dienst, voorzover dit in verband staat met zijn functievervulling, niet in redelijkheid zou zijn verzekerd. + +**5.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de melding, bedoeld in het eerste lid, de registratie, bedoeld in het tweede lid, en het verbod, bedoeld in het vierde lid. ### Artikel 62 @@ -1898,6 +1868,59 @@ Het is den ambtenaar verboden gedurende den werktijd alcoholhoudende dranken te **2.** De ambtenaar die een diensttijd heeft van 10 jaar of meer en aan wie ontslag is verleend op grond van artikel, 96 of 98, eerste lid onder *f* wordt een diensttijdgratificatie toegekend ter grootte van een in verhouding tot de doorgebrachte diensttijd evenredig gedeelte van een gratificatie bij ambtsjubileum als bedoeld in het eerste lid. Toekenning vindt niet plaats indien niet binnen een termijn van vijf jaar na de datum van ingang van het ontslag aanspraak op een gratificatie bij ambtsjubileum zou hebben bestaan. +## Hoofdstuk VIIb. Melden van een misstand + +### Artikel 79a + +In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: + +a. vermoeden van een misstand: een op redelijke gronden gebaseerd vermoeden van het zich voordoen in de organisatie waar de ambtenaar werkzaam is van een grove schending van wettelijke voorschriften of beleidsregels, een groot gevaar voor de gezondheid, de veiligheid of het milieu, dan wel een zeer onbehoorlijke wijze van functioneren, die het goed functioneren van de openbare dienst in gevaar kan brengen; +b. het bevoegd gezag: de hoogste ambtelijke leidinggevende van de organisatie. + +### Artikel 79b + +**1.** Onverminderd verplichtingen tot aangifte van strafbare feiten meldt de ambtenaar het vermoeden van een misstand aan de leidinggevende. Indien de ambtenaar melding aan de leidinggevende niet wenselijk acht, meldt de ambtenaar het vermoeden aan de naast hogere leidinggevende of aan een daartoe aangewezen vertrouwenspersoon. + +**2.** Indien zwaarwegende redenen in de weg staan aan de toepassing van de in het eerste lid bedoelde procedure, meldt de ambtenaar het vermoeden van een misstand rechtstreeks schriftelijk aan de Commissie integriteit overheid. + +### Artikel 79c + +**1.** De leidinggevende of de vertrouwenspersoon, bedoeld in artikel 79b, eerste lid, draagt er zorg voor dat het bevoegd gezag onverwijld via de hiërarchische lijn schriftelijk op de hoogte wordt gesteld van het gemelde vermoeden van een misstand en van de datum waarop de melding is ontvangen. Indien de melding is gedaan bij de vertrouwenspersoon, vergewist deze zich ervan dat de ambtenaar heeft ingestemd met melding aan het bevoegd gezag. + +**2.** + +Het bevoegd gezag: + +a. bewerkstelligt dat onverwijld een onderzoek wordt ingesteld naar aanleiding van de melding van een vermoeden van een misstand; +b. bevestigt schriftelijk aan de ambtenaar die een vermoeden van een misstand heeft gemeld het moment van die melding en de inhoud ervan en +c. informeert de persoon of personen op wie het gemelde vermoeden van een misstand betrekking heeft, dat een melding is gedaan, tenzij dit het onderzoeksbelang kan schaden. + +**3.** Binnen acht weken na de melding wordt de ambtenaar die een vermoeden van een misstand heeft gemeld door het bevoegd gezag schriftelijk op de hoogte gesteld van het inhoudelijke standpunt van het bevoegd gezag omtrent het gemelde vermoeden. + +**4.** Indien het standpunt niet binnen acht weken kan worden gegeven, stelt het bevoegd gezag de ambtenaar hiervan in kennis en vermeldt het daarbij de termijn waarbinnen een standpunt tegemoet kan worden gezien. + +**5.** Nadat het bevoegd gezag het standpunt omtrent het gemelde vermoeden heeft bepaald, stelt het de persoon of personen op wie het vermoeden van een misstand betrekking had, schriftelijk op de hoogte van dat standpunt, alsmede van de melding, indien bedoelde persoon of personen daarover met toepassing van het tweede lid, onderdeel c, niet eerder was of waren geïnformeerd. + +### Artikel 79d + +**1.** + +De ambtenaar kan het vermoeden van een misstand melden bij de Commissie integriteit overheid, indien: + +a. de ambtenaar het niet eens is met het standpunt van het bevoegd gezag, bedoeld in artikel 79c, derde lid; +b. de ambtenaar niet binnen de in artikel 79c, derde lid, gestelde termijn een standpunt of een bericht als bedoeld in artikel 79c, vierde lid, heeft ontvangen, of +c. de ambtenaar niet binnen de in artikel 79c, vierde lid, bedoelde termijn een standpunt heeft ontvangen dan wel die termijn onredelijk lang is. + +**2.** De ambtenaar meldt het vermoeden van een misstand bij de Commissie integriteit overheid, indien de situatie, bedoeld in artikel 79b, tweede lid, zich voordoet. + +**3.** Binnen vier weken nadat de Commissie integriteit overheid advies heeft uitgebracht, deelt het bevoegd gezag de ambtenaar die het vermoeden van een misstand heeft gemeld, schriftelijk gemotiveerd mee of het advies wordt opgevolgd. Een afschrift van deze mededeling wordt gezonden aan de Commissie integriteit overheid. + +**4.** Het bevoegd gezag informeert de persoon of personen op wie het vermoeden van een misstand betrekking had over het advies, bedoeld in het derde lid, en het gevolg dat daaraan wordt gegeven, alsmede over de melding, indien bedoelde persoon of personen daarover niet eerder was of waren geïnformeerd. + +### Artikel 79e + +De vertrouwenspersoon wordt op geen enkele wijze benadeeld als gevolg van het uitoefenen van zijn taken op basis van dit hoofdstuk. + ## Hoofdstuk VIII. Disciplinaire straffen ### Artikel 80