diff --git a/amvb/rechtspositiebesluit-burgemeesters-1994/BWBR0006743/README.md b/amvb/rechtspositiebesluit-burgemeesters-1994/BWBR0006743/README.md index 7c7697bd07e..e5c497adc9c 100644 --- a/amvb/rechtspositiebesluit-burgemeesters-1994/BWBR0006743/README.md +++ b/amvb/rechtspositiebesluit-burgemeesters-1994/BWBR0006743/README.md @@ -162,11 +162,9 @@ De burgemeester heeft aanspraak op een vakantie-uitkering overeenkomstig de rege **1.** De burgemeester heeft recht op een eindejaarsuitkering waarvan de hoogte wordt bekend gemaakt in de Staatscourant. -**2.** Indien op de bezoldiging van de burgemeester een WAO-conforme uitkering als bedoeld in artikel 32 van de Wet privatisering ABP in mindering is gebracht, wordt voor de toepassing van het eerste lid de bezoldiging geacht onverminderd te zijn genoten. +**2.** De eindejaarsuitkering wordt eenmaal per kalenderjaar in de maand december betaald. -**3.** De eindejaarsuitkering wordt eenmaal per kalenderjaar in de maand december betaald. - -**4.** Bij ontslag van de burgemeester vindt betaling plaats over het tijdvak gelegen tussen het einde van de laatst verstreken periode waarover de eindejaarsuitkering is betaald en de datum van het ontslag. +**3.** Bij ontslag van de burgemeester vindt betaling plaats over het tijdvak gelegen tussen het einde van de laatst verstreken periode waarover de eindejaarsuitkering is betaald en de datum van het ontslag. ### Paragraaf . Ambtstoelage @@ -236,17 +234,15 @@ Wanneer aan de burgemeester toestemming is verleend langer dan zes weken buiten **2.** De burgemeester geniet ook na afloop van de in het eerste lid genoemde termijn van 18 maanden zijn volledige bezoldiging indien de ziekte uit hoofde waarvan hij ongeschikt is zijn arbeid te verrichten, in overwegende mate haar oorzaak vindt in de aard van de hem opgedragen werkzaamheden of in de bijzondere omstandigheden, waaronder deze moesten worden verricht, en niet aan zijn schuld of onvoorzichtigheid is te wijten. -**3.** Indien de burgemeester recht heeft op een WAO-conforme uitkering als bedoeld in artikel 32 van de Wet privatisering ABP, wordt het bedrag van die uitkering in mindering gebracht op het bedrag waarop hij ingevolge het eerste lid recht heeft. Artikel 40*a*, tweede tot en met vierde lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement is hierbij van overeenkomstige toepassing. +**3.** De burgemeester geniet vanaf de dag waarop de ongeschiktheid wegens ziekte tot het uitoefenen van zijn ambt aanvangt, gedurende een termijn van 12 maanden zijn volledige ambtstoelage. Vervolgens geniet hij tot zijn ontslag 50% van de ambtstoelage. -**4.** De burgemeester geniet vanaf de dag waarop de ongeschiktheid wegens ziekte tot het uitoefenen van zijn ambt aanvangt, gedurende een termijn van 12 maanden zijn volledige ambtstoelage. Vervolgens geniet hij tot zijn ontslag 50% van de ambtstoelage. +**4.** Voor het vaststellen van het tijdstip waarop de in het eerste lid onderscheidenlijk het vierde lid genoemde termijn van 18 onderscheidenlijk 12 maanden is verstreken, worden perioden van ongeschiktheid tot het uitoefenen van zijn ambt wegens ziekte samengeteld, indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen. -**5.** Voor het vaststellen van het tijdstip waarop de in het eerste lid onderscheidenlijk het vierde lid genoemde termijn van 18 onderscheidenlijk 12 maanden is verstreken, worden perioden van ongeschiktheid tot het uitoefenen van zijn ambt wegens ziekte samengeteld, indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen. - -**6.** Onze Minister kan bepalen dat de burgemeester die wegens ziekte ongeschikt is zijn ambt uit te oefenen, de uitoefening van zijn ambt slechts mag hervatten met zijn toestemming. Deze toestemming is in ieder geval vereist, wanneer de ongeschiktheid langer dan een jaar duurt. Alvorens toepassing te geven aan de eerste volzin vraagt Onze Minister advies aan een door hem aangewezen bedrijfsarts. +**5.** Onze Minister kan bepalen dat de burgemeester die wegens ziekte ongeschikt is zijn ambt uit te oefenen, de uitoefening van zijn ambt slechts mag hervatten met zijn toestemming. Deze toestemming is in ieder geval vereist, wanneer de ongeschiktheid langer dan een jaar duurt. Alvorens toepassing te geven aan de eerste volzin vraagt Onze Minister advies aan een door hem aangewezen bedrijfsarts. ### Artikel 19 -**1.** Dit artikel is uitsluitend van toepassing gedurende de eerste 52 weken waarin de burgemeester wegens ziekte ongeschikt is tot het vervullen van zijn ambt . +**1.** Het eerste tot en met het vijfde lid van dit artikel zijn uitsluitend van toepassing gedurende de eerste 52 weken waarin de burgemeester wegens ziekte ongeschikt is tot het vervullen van zijn ambt. **2.** Voor het berekenen van de termijn van 52 weken, bedoeld in het eerste lid, worden perioden van ongeschiktheid wegens ziekte tot het uitoefenen van zijn ambt samengeteld, indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen. @@ -259,13 +255,13 @@ b. zich zodanig gedraagt, dat zijn genezing naar het oordeel van Onze Minister e **4.** In de gevallen bedoeld in het derde lid, kan Onze Minister op grond van bijzondere omstandigheden bepalen, dat het bedrag van de ingehouden bezoldiging en ambtstoelage geheel of ten dele aan anderen dan aan de burgemeester wordt uitbetaald. -**5.** Ingeval Onze Minister van zijn bevoegdheid, bedoeld in het vierde lid, geen gebruik heeft gemaakt, kunnen de ingevolge het derde lid ingehouden bezoldiging en ambtstoelage alsnog aan de burgemeester worden uitbetaald, wanneer uit een verklaring van een (of meer) door Onze Minister aangewezen artse(n) blijkt, dat het geval op grond waarvan doorbetaling van de bezoldiging en de ambtstoelage werd gestaakt, zich niet heeft voorgedaan of niet meer voordoet. +**5.** Ingeval Onze Minister van zijn bevoegdheid, bedoeld in het vierde lid, geen gebruik heeft gemaakt, kunnen de ingevolge het derde lid ingehouden bezoldiging en ambtstoelage alsnog aan de burgemeester worden uitbetaald, wanneer uit een verklaring van een (of meer) door Onze Minister aangewezen arts(en) blijkt, dat het geval op grond waarvan doorbetaling van de bezoldiging en de ambtstoelage werd gestaakt, zich niet heeft voorgedaan of niet meer voordoet. + +**6.** Na de termijn van 52 weken, bedoeld in het eerste lid, is op de burgemeester van wie de bezoldiging wegens ziekte geheel of gedeeltelijk wordt doorbetaald, het verplichtingen- en sanctieregime van hoofdstuk II van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering van toepassing. ### Artikel 19a -**1.** Na de termijn van 52 weken, bedoeld in artikel 19, is op de burgemeester wiens bezoldiging wegens ziekte geheel of gedeeltelijk wordt doorbetaald, het verplichtingen- en sanctieregime van hoofdstuk II van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering van toepassing. - -**2.** Indien ten aanzien van de WAO-conforme uitkering, bedoeld in artikel 32 van de Wet privatisering ABP, die de burgemeester geniet, een verplichting wordt opgelegd of een sanctie wordt toegepast, wordt door Onze Minister zoveel mogelijk dezelfde verplichting opgelegd dan wel een overeenkomende sanctie toegepast, op het bedrag waar de burgemeester recht heeft ingevolge artikel 18*a*, eerste lid, na toepassing van artikel 18*a*, derde lid. +Vervallen ### Paragraaf . Kennisgeving bij ziekte @@ -820,73 +816,11 @@ Voor de wethouder die ononderbroken reeds van vóór 1 januari 1992 het ambt van ### Artikel 68 -Zolang artikel 2, tweede en derde lid, van de gemeentewet toepassing vindt, blijft artikel 16, zesde lid van het Rechtspositiebesluit burgemeesters (Stb. 1971, 295) eveneens van toepassing. +Vervallen ### Artikel 69 -**1.** - -In afwijking van artikel 8, eerste lid, gelden in de jaren 1994, 1995 en 1996 voor de toepassing van de artikelen 9 en 13, voor burgemeesters van één gemeente, in de hieronder te vermelden inwonersklassen de volgende bedragen als het maximum van de desbetreffende bezoldigingsschaal: - -| in wonersklasse maximumbezoldiging in | -| --- | -| 1994 1995 1996 | -| 1. 0- 2 000 f 6 339,- f 6 521,- f 6 887,- | -| 2. 2 001- 4 000 f 7 256,- f 7 439,- f 7 852,- | -| 3. 4 001- 8 000 f 8 088,- f 8 318,- f 8 548,- | -| 4. 8 001-14 000 f 8 795,- f 9 037,- f 9 287,- | - -**2.** In afwijking van artikel 8, eerste lid, wordt ten aanzien van burgemeesters die vóór 1 januari 1994 zijn benoemd, in de periode 1 januari 1994 tot 1 januari 1997, de bezoldiging van één burgemeester bepaald overeenkomstig de bij dit besluit behorende bijlage IV, met dien verstande dat de bezoldiging in de jaren 1994, 1995 en 1996 in de betreffende inwonersklassen het in het eerste lid genoemde maximum niet overschrijdt. - -**3.** - -Naast de periodieke verhoging, bedoeld in artikel 10, ontvangt de burgemeester die vóór 1 januari 1994 is benoemd, per 1 januari van de jaren 1994, 1995, 1996 en 1997, onverminderd het eerste lid, één of twee extra periodieke verhogingen (inpassingsperiodieken), op de wijze die voor de betreffende inwonersklassen als volgt is vastgesteld: - -| Inwonersklasse 1.1.1994 1.1.1995 1.1.1996 1.1.1997 | -| --- | -| 1. 0- 2 000 2 1 2 1 | -| 2. 2 001- 4 000 2 1 2 1 | -| 3. 4 001- 8 000 1 1 1 1 | -| 4. 8 001-14 000 1 1 1 1 | - -**4.** - -In afwijking van artikel 8, tweede lid, gelden in de jaren 1994, 1995 en 1996 voor de toepassing van de artikelen 9 en 13, voor burgemeesters van meer dan één gemeente, in de hieronder te vermelden inwonersklassen de volgende bedragen als het maximum van de desbetreffende bezoldigingsschaal: - -burgemeesters van twee gemeenten - -| gezamenlijk inw.tal | maximumbezoldiging in | | | -| --- | --- | --- | --- | -| | 1994 | 1995 | 1996 | -| 1.   0– 2.000 | f  7 256,– | f  7 439,– | f  7 852,– | -| 2. 2 001- 4 000 | f  8 088,– | f  8 318,– | f  8 548,– | -| 3. 4 001- 8 000 | f  9 037,– | f  9 287,– | f  9 543,– | -| meer dan 8 000 | f 10 169,– | f 10 497,– | f 10 836,– | - -burgemeesters van meer dan twee gemeenten - -| gezamenlijk inw. tal | maximumbezoldiging in | | | -| --- | --- | --- | --- | -| | 1994 | 1995 | 1996 | -| 1.   0– 2.000 | f 7 439,– | f 7 623,– | f 8 088,– | -| 2. 2 001– 4 000 | f 8 318,– | f 8 548,– | f 8 795,– | -| 3. 4 001– 8 000 | f 9 037,– | f 9 287,– | f 9 543,– | -| meer dan 8 000 | f 10 169,– | f 10 497,– | f 10 836,– | - -**5.** In afwijking van artikel 8, tweede lid, wordt ten aanzien van burgemeesters die vóór 1 januari 1994 zijn benoemd, in de periode 1 januari 1994 tot 1 januari 1997, de bezoldiging van de burgemeester van meer dan één gemeente bepaald overeenkomstig de bij dit besluit behorende bijlage V (V.a en V.b), met dien verstande dat de bezoldiging in de jaren 1994, 1995 en 1996 in de betreffende inwonersklassen het in het vierde lid genoemde maximum niet overschrijdt. - -**6.** - -Naast de periodieke verhoging, bedoeld in artikel 10, ontvangt de burgemeester van meer dan één gemeente, die vóór 1 januari 1994 is benoemd, per 1 januari van de jaren 1994, 1995, 1996 en 1997, onverminderd het vierde lid, één of twee extra periodieke verhogingen (inpassingsperiodieken), op de wijze die voor de betreffende inwonersklassen als volgt is vastgesteld: - -| Inwonersklasse 1.1.1994 1.1.1995 1.1.1996 1.1.1997 | -| --- | -| 1. 0- 2.000 2 1 2 1 | -| 2. 2 001- 4 000 1 1 1 1 | -| 3. 4 001- 8 000 1 1 1 1 | -| 4. meer dan 8 000 1 1 1 1 | - -**7.** De in het eerste en vierde lid genoemde bedragen, en de bedragen bedoeld in het tweede en vijfde lid, worden herzien als bepaald in artikel 8, derde lid. +Vervallen ### Artikel 70