2017-10-01 | BWBR0012289 | Vreemdelingencirculaire 2000 (B)

This commit is contained in:
Coornhert 2017-10-01 12:00:00 +00:00
parent c6cf08c87b
commit 34623aa89e

View file

@ -207,7 +207,7 @@ De referent moet bij de indiening van de aanvraag alle daarvoor benodigde gegeve
De vreemdeling moet binnen:
a. drie maanden na de kennisgeving op de mvv-aanvraag in persoon verschijnen bij de Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging in zijn land van herkomst of bestendig verblijf voor de vaststelling van zijn identiteit en afgifte van de mvv; en
b. 90 dagen na de datum van de afgifte van de mvv Nederland inreizen.
b. 90 dagen vanaf de datum van de afgifte van de mvv Nederland inreizen.
De vreemdeling of diens referent moet een nieuwe mvv-aanvraag indienen als:
@ -1448,9 +1448,24 @@ Op grond van artikel 3.4, eerste lid, aanhef en onder m, Vb verleent de IND de v
Op grond van artikel 3.1, derde lid, aanhef en onder c, VV luidt de arbeidsmarktaantekening op het verblijfsdocument: TWV vereist voor arbeid van bijkomende aard, andere arbeid in loondienst niet toegestaan.
De werkgever kan pas in het bezit worden gesteld van een TWV voor een vreemdeling nadat deze in het bezit is gesteld van een verblijfsvergunning voor Studie. Een verblijfssticker in het paspoort van de vreemdeling is onvoldoende voor afgifte van de TWV.
De werkzaamheden mogen verricht worden zonder TWV als de vreemdeling:
in het bezit is van een verblijfsvergunning voor studie en arbeid als zelfstandige verricht; of
als stagiair wordt tewerkgesteld in het kader van zijn studie.
Op grond van artikel 3.7, eerste lid, onder c, Vb is aan de afgifte van de verblijfsvergunning het voorschrift verbonden dat de vreemdeling voldoende is verzekerd tegen ziektekosten.
Op grond van artikel 3.58, eerste lid, aanhef en onder l, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning met een geldigheidsduur gelijk aan de duur van de opleiding vermeerderd met maximaal één jaar voor een voorbereidende opleiding, en drie extra maanden voor de administratieve afronding van de opleiding, met een maximum van 5 jaar. De IND verstaat onder voorbereidend onderwijs ook een schakeljaar. De IND verleent de verblijfsvergunning in het kader van de pilot Inkomende mobiliteit mbo4 voor de duur van maximaal twaalf maanden.
De vreemdeling die jonger is dan 30 jaar en uitsluitend om studieredenen in Nederland verblijft, is niet verzekeringsplichtig in het kader van de Zorgverzekeringswet (Zvw). De vreemdeling kan dan geen basisverzekering afsluiten in Nederland.
Een (buitenlandse) ziektekostenverzekering volstaat bij studie, mits deze voldoende dekking biedt in Nederland. Een (buitenlandse) ziektekostenverzekering waarin een uitsluitingsclausule is opgenomen voor nog niet bekende kwalen wordt niet geaccepteerd, omdat deze onvoldoende dekking biedt.
Wanneer de vreemdeling naast de studie (vrijwilligers)werk gaat verrichten (niet zijnde stage in het kader van de studie), is de vreemdeling verzekeringsplichtig in het kader van de Zvw en moet hij een basisverzekering in Nederland afsluiten.
Op grond van artikel 3.58, eerste lid, aanhef en onder l, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning met een geldigheidsduur gelijk aan de duur van de opleiding vermeerderd met maximaal één jaar voor een voorbereidende opleiding, en drie extra maanden voor de administratieve afronding van de opleiding, met een maximum van 5 jaar. De IND verstaat onder voorbereidend onderwijs ook een schakeljaar.
De IND verleent de verblijfsvergunning in het kader van de pilot Inkomende mobiliteit mbo4 voor de duur van maximaal twaalf maanden.
### 4. Verlenging en intrekking
@ -1598,23 +1613,21 @@ De IND beschouwt een door de bevoegde autoriteiten gewaarmerkt afschrift van het
De IND neemt in ieder geval aan dat de vreemdeling een risico vormt op illegale migratie, als bedoeld in artikel 3.30c, tweede lid, Vb, wanneer de vreemdeling in de periode van 3 jaar voorafgaand aan de aanvraag eerder illegaal in Nederland heeft verbleven.
De IND neemt aan dat de vreemdeling die seizoenarbeid verricht zelfstandig en duurzaam beschikt over voldoende middelen van bestaan in de zin van artikel 3.74, eerste lid, Vb juncto artikel 3.19, eerste lid, VV als het UWV WERKbedrijf een TWV heeft verleend voor de te verrichten arbeid.
De IND neemt aan dat de vreemdeling die seizoenarbeid verricht zelfstandig en duurzaam beschikt over voldoende middelen van bestaan in de zin van artikel 3.74, eerste lid, Vb juncto artikel 3.19, eerste lid, VV als het UWV een positief advies heeft afgegeven voor de te verrichten arbeid.
#### 3.2. Beperking, arbeidsmarktaantekening en geldigheidsduur
Op grond van artikel 3.4, eerste lid, aanhef en onder f, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning onder de beperking: seizoenarbeid.
Op grond van artikel 3.1, derde lid, aanhef en onder d, VV luidt de arbeidsmarktaantekening op het verblijfsdocument: Arbeid toegestaan mits TWV is verleend.
Op grond van artikel 3.1, derde lid, aanhef en onder m, VV luidt de arbeidsmarktaantekening op het verblijfsdocument: Arbeid toegestaan conform aanvullend document.
Op grond van artikel 3.58, eerste lid, aanhef en onder f, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met een geldigheidsduur gelijk aan de duur van de arbeid en met een maximum van 24 weken.
Op grond van artikel 3.58, eerste lid, aanhef en onder j, Vb verleent de IND de GVVA met een geldigheidsduur maximaal 24 weken. De geldigheidsduur van de GVVA eindigt in overeenstemming met het advies van het UWV.
#### 3.3. Bewijsmiddelen
De IND beschouwt een TWV die voor maximaal 24 weken ten behoeve van de vreemdeling aan de referent is verleend als bewijsmiddel dat met de aanwezigheid van de vreemdeling een wezenlijk Nederlands belang wordt gediend en dat de vreemdeling met de arbeid in loondienst zelfstandig en duurzaam beschikt over voldoende middelen van bestaan.
De IND beschouwt een TWV als bewijsmiddel dat de vreemdeling voorafgaand aan de aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd gedurende een aaneengesloten periode van ten minste veertien weken buiten Nederland heeft verbleven.
De IND beschouwt een positief advies van UWV als bewijsmiddel dat met de aanwezigheid van de vreemdeling een wezenlijk Nederlands belang wordt gediend en dat de vreemdeling met de arbeid in loondienst zelfstandig en duurzaam beschikt over voldoende middelen van bestaan.
## B5. Arbeid regulier
@ -1711,7 +1724,7 @@ Op grond van artikel 3.1, derde lid, aanhef en onder f, VV luidt de arbeidsmarkt
Op grond van artikel 3.1, derde lid, aanhef en onder a, VV luidt de arbeidsmarktaantekening op het verblijfsdocument als de vreemdeling vrij is op de arbeidsmarkt Arbeid vrij toegestaan, TWV niet vereist.
Op grond van artikel 3.1, derde lid, aanhef en onder b, VV luidt de arbeidsmarktaantekening als de IND de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd verleent op grond van paragraaf B5/2.1.2 Vc: TWV niet vereist voor specifieke arbeid, andere arbeid niet toegestaan.
Op grond van artikel 3.1, derde lid, aanhef en onder b, VV luidt de arbeidsmarktaantekening als de IND de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd verleent op grond van paragraaf B5/2.1.2 Vc: TWV niet vereist voor specifieke arbeid, andere arbeid niet toegestaan. Op grond van artikel 3.1, derde lid, aanhef en onder f, VV luidt de arbeidsmarktaantekening als de IND de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd verleent op grond van paragraaf B5/2.1.5 Vc: TWV niet vereist voor specifieke arbeid, andere arbeid toegestaan mits TWV is verleend.
Op grond van artikel 10 Wav kan aan de afgifte van een GVVA een voorschrift worden verbonden.
@ -1917,9 +1930,10 @@ De beleidsregels zijn een aanvulling op of een uitwerking van de volgende artike
#### 2.2. Het zoeken naar en verrichten van arbeid al dan niet in loondienst
Bij het bepalen van de ingangsdatum van de drie jaren, zoals opgenomen in artikel 3.42, eerste lid, Vb geldt:
Duur postdoctorale opleiding
• voor vreemdelingen die aan een Nederlandse onderwijsinstelling zijn afgestudeerd de datum van het examen; en
• voor vreemdelingen die aan een buitenlandse onderwijsinstelling zijn afgestudeerd of gepromoveerd de datum die op het diploma is vermeld.
In aanvulling op artikel 3.42, eerste lid, onder c, Vb beschouwt de IND het afronden van een postdoctorale opleiding als voldoende, als deze:
@ -1930,6 +1944,8 @@ In aanvulling op artikel 3.42, eerste lid, onder e, Vb en artikel 3.23 VV geldt,
• de vreemdeling moet zijn afgestudeerd of gepromoveerd aan de faculteit die voorkomt in de top 200, of in het vakgebied dat voorkomt in de top 200, om in aanmerking te komen voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking het zoeken naar en verrichten van arbeid al dan niet in loondienst.
In aanvulling op artikel 3.42, eerste lid, onder e, Vb en artikel 3.23 VV geldt dat de onderwijsinstelling op de datum van afstuderen promoveren in de top 200 van de ranglijsten als bedoeld in art. 3.23 VV staat.
In aanvulling op artikel 3.42, tweede lid, Vb geldt dat een tweede verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, onder de beperking het zoeken naar en verrichten van arbeid al dan niet in loondienst alleen wordt verleend als de vreemdeling na afloop van het eerste zoekjaar een nieuwe opleiding heeft afgerond of opnieuw wetenschappelijk onderzoek heeft verricht als bedoeld in artikel 3.42, eerste lid, Vb.
#### 2.3. Arbeid als kennismigrant
@ -1985,12 +2001,25 @@ De IND trekt deze verblijfsvergunning niet in als de vreemdeling binnen drie maa
De IND verstaat onder wetenschappelijk onderzoekers in de zin van richtlijn 2005/71/EG naast wetenschappelijk onderzoekers ook promovendi en onbezoldigd wetenschappelijk onderzoekers zoals bursalen en ontvangers van stipendia.
Wetenschappelijk onderzoekers kunnen voor twee verblijfsbeperkingen in aanmerking komen:
• als wetenschappelijk onderzoeker in de zin van richtlijn 2005/71/EG; of
• als kennismigrant conform de gelijknamige regeling (zie hoofdstuk B6/2.3 Vc).
Uit een gastovereenkomst als bedoeld in artikel 3.33, eerste lid, Vb moet in ieder geval blijken dat aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan:
• het onderzoeksproject is goedgekeurd door de onderzoeksinstelling;
• de vreemdeling beschikt over een passend diploma van hoger onderwijs waarmee toegang bestaat tot een doctoraatprogramma; en
• de rechtsbetrekking en de arbeidsvoorwaarden van de vreemdeling zijn opgenomen in de gastovereenkomst.
Een diploma van hoger onderwijs geeft toegang tot doctoraatprogrammas om onderzoek te mogen doen in de zin van richtlijn 2005/71/EG.
In afwijking hiervan kan een vreemdeling in aanmerking komen voor verblijf in Nederland om wetenschappelijk onderzoek (PHD) te verrichten en hiervoor een verblijfsvergunning te verkrijgen zonder al in het bezit te zijn van een passend diploma van hoger onderwijs, mits de erkende onderzoeksinstelling verklaart dat op individuele gronden is aangetoond dat de vreemdeling over het benodigde niveau beschikt.
De IND beschouwt deze vreemdeling als een student die in het bezit is van een passend diploma van hoger onderwijs, mits de erkende onderzoeksinstelling waarbij de student onderzoek gaat doen bereid is om hem voor dit doel toe te laten.
De vreemdeling die dan wetenschappelijk onderzoek mag verrichten en gelijktijdig een masterprogramma volgt, valt in dat geval onder de beleidsregels voor wetenschappelijk onderzoek in de zin van de richtlijn 2005/71/EG.
In aanvulling op B1/4.3 beschouwt de IND de middelen van bestaan uit de volgende inkomensbronnen als zelfstandig in de zin van artikel 3.73 Vb:
• een inkomen uit een (studie)beurs, voor zover de vereiste premies en belastingen zijn afgedragen;
@ -2005,6 +2034,11 @@ Op grond van artikel 3.71, derde lid, Vb wijst de IND een aanvraag om verlening
De aanvraag is ingediend in het kader van artikel 3.30, zesde lid, Vb; en
De vreemdeling al in Nederland is in verband met het oprichten van een innovatieve onderneming en in het bezit van een visum kort verblijf of niet-visumplichtig is.
De aanvraag voor het verrichten van arbeid als zelfstandige wordt geweigerd, indien:
de vreemdeling op de loonlijst staat maar zelf buiten Nederland woont; of als
de vreemdeling geld investeert in een bedrijf maar zelf geen ondernemingsactiviteiten verricht.
In aanvulling op artikel 3.30, eerste lid, aanhef en onder c, Vb verleent de IND een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, onder de beperking arbeid als zelfstandige aan een vreemdeling als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
• de vreemdeling wil een onderneming voeren in de individuele gezondheidszorg en registratie in het BIG-register heeft plaatsgevonden; of
@ -2021,8 +2055,6 @@ De IND verleent een verblijfsvergunning op grond van artikel 3.30 Vb aan een vre
a. handel drijft tussen de grondgebieden van de twee verdragspartijen en zich bezighoudt met daarmee samenhangende of in verband staande werkzaamheden op handelsgebied; of
b. de bedrijfsuitoefening van een onderneming waarin de vreemdeling een aanzienlijk kapitaal heeft geïnvesteerd of waarin deze daadwerkelijk bezig is dat te doen, ontwikkelt en leidt.
*Ad b.*
De IND verstaat onder het begrip bedrijfsuitoefening van een onderneming in ieder geval één van de volgende situaties:
• de vreemdeling vertegenwoordigt een Amerikaanse of Japanse onderneming in Nederland en is in dienst van deze onderneming in een sleutelfunctie; of
@ -2033,7 +2065,7 @@ De IND verstaat onder aanzienlijk kapitaal in de hierna genoemde situaties
• Eenmanszaak: een kapitaal waarmee de ondernemer zelfstandig de onderneming kan exploiteren. De IND beoordeelt de hoogte van het kapitaal per situatie, maar houdt als minimum een kapitaal van € 4.500 aan;
• Vennootschap onder firma: een kapitaal van ten minste 25% van het firmakapitaal, met als minimum een kapitaal van € 4.500;
• Commanditaire vennootschap: voor de beherende vennoot geldt hetzelfde als bij een vennootschap onder firma. De stille vennoot oefent geen onderneming uit en valt niet onder het bepaalde in de verdragen;
• Besloten vennootschap: een kapitaal van ten minste 25% van het gestorte kapitaal, met als minimum een kapitaal vana 4.500.
• Besloten vennootschap: een kapitaal van ten minste 25% van het gestorte kapitaal, met als minimum een kapitaal van € 4.500.
• Naamloze vennootschap: ten minste 25% van het gestorte kapitaal. Het gestorte kapitaal is in Nederland ten minste € 45.000, zodat het aanzienlijk kapitaal ten minste € 11.250 beslaat.
De IND telt geleend kapitaal niet mee als onderdeel van het aanzienlijk kapitaal.
@ -2198,13 +2230,17 @@ De IND beschouwt als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat de vreemdeling een de
• opleidingen verzorgt in het kader van het ontwikkelingssamenwerkingsbeleid van het Ministerie van Buitenlandse Zaken; of
• is aangewezen in het Voorschrift Vreemdelingen.
De IND beschouwt een schriftelijke diplomawaardering van EP-Nuffic van een diploma van een buitenlandse onderwijsinstelling als bedoeld in artikel 3.23 VV met een afschrift van het gewaardeerde diploma als bewijsmiddel.
De IND beschouwt als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat de vreemdeling een Erasmus Mundus Masters Course heeft afgerond:
Hieruit moet blijken dat de vreemdeling:
• een diploma of getuigschrift waaruit dit blijkt; en
• een schriftelijke diplomawaardering van EP-Nuffic van dit diploma of getuigschrift.
• is afgestudeerd met een Master-graad,
• een postdoctorale opleiding heeft afgerond, of
• is gepromoveerd aan een buitenlandse onderwijsinstelling.
De IND beschouwt als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat de vreemdeling een masteropleiding, een postdoctorale opleiding of een promotietraject aan een buitenlandse onderwijsinstelling als bedoeld in artikel 3.23 VV heeft afgerond:
• een diploma of getuigschrift waaruit dit blijkt; en
• een schriftelijke diplomawaardering van EP-Nuffic van dit diploma of getuigschrift.
Een diplomawaardering van Nuffic hoeft niet overgelegd te worden, als de opleiding voorkomt in het Vlaamse Hogeronderwijsregister.
De IND beschouwt als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat de vreemdeling een minimaal niveau van kennis van de Engelse of Nederlandse taal heeft:
@ -2506,12 +2542,12 @@ Met toepassing van artikel 3.13, tweede lid, Vb verleent de IND de verblijfsverg
• het zoeken naar en verrichten van arbeid al dan niet in loondienst;
• grensoverschrijdende dienstverlening;
• overplaatsing binnen een onderneming;
• verblijf als familie- of gezinslid;
• verblijf als familie- of gezinslid, als de referent een tijdelijk verblijfsrecht heeft;
• asiel voor bepaalde tijd;
• medische behandeling;
• het afwachten van een verzoek op grond van artikel 17 van de Rijkswet op het Nederlanderschap; of
• tijdelijke humanitaire gronden (met uitzondering van verblijf als alleenstaande minderjarige vreemdeling); of
verblijf als economisch niet-actieve langdurig ingezetene of vermogende vreemdeling (uitsluitend indien de referent verblijf heeft als vermogende vreemdeling
• vermogende vreemdeling (uitsluitend indien de referent verblijf heeft als vermogende vreemdeling)
### 3. Specifieke beleidsregels
@ -2641,6 +2677,17 @@ De IND wijst de aanvraag van een in Nederland geboren kind als bedoeld in artike
De IND wijst de aanvraag niet af wegens het niet bereid zijn een onderzoek naar of behandeling voor TBC te ondergaan en daaraan niet mee te werken.
Onder artikel 3.23 Vb wordt ook begrepen de situatie dat:
• het kind in Nederland is geboren;
• het kind behoort tot het gezin van een ouder, die na de geboorte van het kind genaturaliseerd is;
• het kind minderjarig is;
• het kind sinds de geboorte feitelijk is blijven behoren tot het gezin;
• het kind het hoofdverblijf niet buiten Nederland heeft verplaatst; en
• het kind voldoet aan de voorwaarden als bedoeld in artikel 3.23, vierde en vijfde lid, Vb.
Ook in deze situatie wijst de IND de aanvraag niet af wegens het niet bereid zijn een onderzoek naar of behandeling voor TBC te ondergaan en daaraan niet mee te werken.
#### 3.4. Gezinshereniging bij minderjarige houder verblijfsvergunning asiel
##### 3.4.1. Leeftijd van de referent
@ -4338,19 +4385,16 @@ De IND past bij het familielid van een Nederlander hoofdstuk 8, afdeling 2, para
Een vreemdeling heeft rechtmatig verblijf op grond van artikel 8 onder e, Vw als aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan:
• de vreemdeling heeft een minderjarig kind dat in het bezit is van de Nederlandse nationaliteit;
• dit kind komt ten laste van de vreemdeling, en woont in bij deze vreemdeling; en
• dit kind moet, bij het onthouden van verblijfsrecht aan de vreemdeling, de vreemdeling volgen en het grondgebied van de EU verlaten.
a. de vreemdeling heeft een minderjarig kind (dat wil zeggen: beneden de achttien jaar) dat in het bezit is van de Nederlandse nationaliteit; en
b. tussen de vreemdeling en het kind bestaat een zodanige afhankelijkheidsverhouding dat het kind gedwongen zou zijn het grondgebied van de Unie te verlaten als aan de vreemdeling een verblijfsrecht wordt geweigerd.
De IND neemt in ieder geval niet aan dat het kind de vreemdeling moet volgen en het grondgebied van de Europese Unie moet verlaten als er een andere ouder is die rechtmatig verblijf heeft op grond van artikel 8, aanhef en onder a t/m e, dan wel l, Vw of de Nederlandse nationaliteit heeft, en deze ouder feitelijk voor het kind kan zorgen.
Bij de beoordeling of sprake is van een zodanig afhankelijkheidsverhouding dat het kind gedwongen zou zijn het grondgebied van de Unie te verlaten als aan de vreemdeling een verblijfsrecht wordt geweigerd, betrekt de IND, in het hogere belang van het kind, alle relevante omstandigheden, meer in het bijzonder:
• de andere ouder het gezag heeft over het kind, dan wel alsnog het gezag over het kind kan krijgen; en
• de andere ouder gebruik kan maken van hulp en ondersteuning bij zorg en opvoeding die van overheidswege of door maatschappelijke organisaties wordt geboden. Hieronder verstaat de IND ook de verstrekking van een uitkering uit de algemene middelen waar Nederlanders in Nederland in beginsel aanspraak op kunnen maken.
• de leeftijd van het kind;
• zijn lichamelijke en emotionele ontwikkeling; en
• de mate van zijn affectieve relatie zowel met de Nederlandse ouder als met de vreemdeling, evenals het risico dat voor het evenwicht van het kind zou ontstaan als het van deze laatste zou worden gescheiden.
De IND neemt in ieder geval aan dat de andere ouder feitelijk niet voor het kind kan zorgen als deze ouder:
• zich in detentie bevindt; of
• aantoont dat het gezag niet aan hem kan worden toegekend.
De IND neemt in ieder geval aan dat sprake is van een zodanige afhankelijkheidsverhouding dat het kind gedwongen zou zijn het grondgebied van de Unie te verlaten als aan de vreemdeling een verblijfsrecht wordt geweigerd, als de vreemdeling daadwerkelijk zorg- en/of opvoedingstaken verricht (ongeacht de omvang en de frequentie).
In aanvulling op artikel 8.7, tweede lid, Vb stelt de IND adoptiefkinderen gelijk met rechtstreekse bloedverwanten in neergaande lijn.