diff --git a/amvb/besluit-ruimtelijke-ordening/BWBR0023798/README.md b/amvb/besluit-ruimtelijke-ordening/BWBR0023798/README.md index 60eee11f0f1..ae6f51d5e5c 100644 --- a/amvb/besluit-ruimtelijke-ordening/BWBR0023798/README.md +++ b/amvb/besluit-ruimtelijke-ordening/BWBR0023798/README.md @@ -24,7 +24,7 @@ a. wet: Wet ruimtelijke ordening; b. andere geluidsgevoelige gebouwen: andere geluidsgevoelige gebouwen als bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder; c. geluidsgevoelige terreinen: geluidsgevoelige terreinen als bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder; d. sociale huurwoning: huurwoning met een aanvangshuurprijs onder de grens als bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag, waarbij de instandhouding voor de in een gemeentelijke verordening omschreven doelgroep voor ten minste tien jaar na ingebruikname is verzekerd; -e. sociale koopwoning: koopwoning met een koopprijs vrij op naam van ten hoogste het bedrag genoemd in artikel 26, tweede lid, onder g, van het Besluit beheer sociale huursector, waarbij de instandhouding voor de in een gemeentelijke verordening omschreven doelgroep voor een in de verordening vastgesteld tijdvak van ten minste een jaar en ten hoogste tien jaar na ingebruikname is verzekerd; +e. sociale koopwoning: koopwoning met een koopprijs vrij op naam van ten hoogste € 200.000, waarbij de instandhouding voor de in een gemeentelijke verordening omschreven doelgroep voor een in de verordening vastgesteld tijdvak van ten minste een jaar en ten hoogste tien jaar na ingebruikname is verzekerd; f. particulier opdrachtgeverschap: situatie dat de burger of een groep van burgers – in dat laatste geval georganiseerd als rechtspersoon zonder winstoogmerk of krachtens een overeenkomst – tenminste de economische eigendom verkrijgt en volledige zeggenschap heeft over en verantwoordelijkheid draagt voor het gebruik van de grond, het ontwerp en de bouw van de eigen woning; g. geometrische plaatsbepaling: locatie van een ruimtelijk object, vastgelegd in een ruimtelijk referentiesysteem; h. bestaand stedelijk gebied: bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur; @@ -155,7 +155,7 @@ b. met betrekking tot branches van detailhandel en horeca. **3.** Een bestemmingsplan kan voorts regels bevatten ter wering van dreigende en tot stuiting van reeds ingetreden achteruitgang van de woon- of werkomstandigheden in en het uiterlijk aanzien van het in het plan begrepen gebied. -**4.** Indien een bestemmingsplan regels bevat ten aanzien van sociale koopwoningen kan de gemeenteraad na regionale afstemming een lagere koopprijsgrens vaststellen dan het bedrag, genoemd in artikel 26, tweede lid, onder g, van het Besluit beheer sociale huursector. +**4.** Indien een bestemmingsplan regels bevat ten aanzien van sociale koopwoningen kan de gemeenteraad na regionale afstemming een lagere koopprijsgrens vaststellen dan € 200.000. ### Artikel 3.1.3 @@ -522,140 +522,77 @@ Binnen twee weken na het sluiten van een overeenkomst als bedoeld in artikel 6.2 ### Artikel 6.3.1.1 -In deze afdeling en in een ministeriële regeling krachtens artikel 6.10, tweede lid, of artikel 6.11, eerste lid, van de wet wordt verstaan onder - -programma: geheel van aangewezen taken, activiteiten of maatregelen op het gebied van de ruimtelijke ordening, in de kosten waarvan door Onze Minister een subsidie kan worden verleend voor het bereiken van de bij die aanwijzing opgenomen doelstellingen. +Vervallen ### Artikel 6.3.1.2 -**1.** Deze afdeling is van toepassing op elke krachtens de wet of de daarop berustende bepalingen door Onze Minister te verlenen of verleende subsidie. - -**2.** Terzake van een subsidie waaraan geen programma ten grondslag ligt, wordt in artikel 6.3.1.4, eerste en tweede lid, in plaats van «een programma» telkens gelezen: «een beschikking tot subsidieverlening» en wordt in artikel 6.3.1.4, tweede lid, in plaats van «dat programma» of «het programma» gelezen: «de beschikking tot subsidieverlening». +Vervallen ### Artikel 6.3.1.3 -Bij een ministeriële regeling als bedoeld in de aanhef van artikel 6.3.1.1 worden in elk geval regels gegeven omtrent: - -a. de geldingsduur; -b. de hoogte van het jaarlijkse totale bedrag voor alle in die regeling opgenomen categorieën van subsidies tezamen, onderverdeeld naar de in de regeling onderscheiden categorieën van subsidies; -c. de eisen waaraan moet worden voldaan om in aanmerking te komen voor een subsidie; -d. het maximumbedrag van de subsidie of de maatstaven voor het vaststellen van de hoogte van de subsidie; -e. de weigering en aanhouding van de aanvraag van een subsidie vanwege de overschrijding of dreigende overschrijding van een bedrag als bedoeld onder b of d. +Vervallen ### Artikel 6.3.1.4 -**1.** In een programma worden ten minste opgenomen het doel van de subsidie, een aanduiding van de in aanmerking komende subsidieontvangers en van de subsidiabele kosten en, indien van toepassing, het subsidieplafond, het maximale subsidiepercentage en het maximale subsidiebedrag. - -**2.** - -Indien voor een programma een subsidieplafond wordt vastgesteld, wordt in dat programma in verband met de besluitvorming over de aanvraag van de subsidie bepaald of bij de subsidieverlening: - -a. op de aanvragen in volgorde van ontvangst wordt beslist, met dien verstande dat wanneer de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aanvraag is aangevuld voor die beslissing als datum van ontvangst van de aanvraag geldt, of -b. aanvragen met betrekking tot soortgelijke activiteiten gelijktijdig worden beoordeeld op basis van hun geschiktheid om bij te dragen aan de doelstellingen van het programma. +Vervallen ### Artikel 6.3.1.5 -**1.** Onze Minister maakt een door hem vastgesteld subsidieplafond voor het daaropvolgende kalenderjaar en de wijze van verdeling van het beschikbare bedrag vóór 1 november in de Staatscourant bekend. - -**2.** Indien het subsidieplafond van een programma is bereikt, waarvoor de in artikel 6.3.1.4, tweede lid, bedoelde wijze van verdeling geldt, maakt Onze Minister dit onverwijld in de Staatscourant bekend. - -**3.** De artikelen 4:27, tweede lid, en 4:28 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing. +Vervallen ### Artikel 6.3.1.6 -Onverminderd artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht wordt geen subsidie verleend voor: - -a. de in artikel 6.10, eerste lid, onder a, van de wet genoemde activiteiten voor zover het reguliere kosten voor het opstellen en herzien van ruimtelijke plannen betreft; -b. de in artikel 6.10, eerste lid, onder b, van de wet genoemde activiteiten voor zover de kosten daarvoor uit hoofde van een andere regeling voor vergoeding in aanmerking kunnen komen; -c. de in artikel 6.10, eerste lid, onder c, van de wet genoemde activiteiten voor zover niet is aangetoond dat de activiteiten in financiële en in bestuurlijke zin haalbaar zijn of voor zover de kosten uit hoofde van een andere regeling voor vergoeding in aanmerking komen. +Vervallen ### Artikel 6.3.1.7 -Onze Minister kan ter uitvoering van een structuurvisie over de Waddenzee subsidie verstrekken ten behoeve van het bestuurlijk overleg over het Waddengebied. +Vervallen #### Paragraaf 6.3.2. De aanvraag van de subsidie ### Artikel 6.3.2.1 -**1.** De aanvraag van de subsidie wordt voorafgaand aan de activiteiten bij Onze Minister ingediend. - -**2.** De activiteit vangt aan in het jaar waarop de aanvraag van de subsidie betrekking heeft. - -**3.** - -De aanvraag van de subsidie gaat in elk geval vergezeld van: - -a. een sluitende begroting van de kosten of de wijze van bekostiging van de activiteit waarop de aanvraag betrekking heeft, en -b. een beschrijving van de activiteit en een tijdsplanning. - -**4.** Onze Minister kan nadere regels geven omtrent de gegevens die bij de aanvraag van de subsidie dienen te worden verstrekt. - -**5.** Aan de aanvrager van de subsidie wordt onverwijld een bericht van ontvangst gezonden, waarin de datum van ontvangst wordt vermeld. +Vervallen #### Paragraaf 6.3.3. Subsidieverlening ### Artikel 6.3.3.1 -Onze Minister neemt bij de verdeling van het beschikbare bedrag in aanmerking: - -a. het belang van de activiteit waarvoor een aanvraag om subsidie is ingediend voor de uitvoering van het nationaal ruimtelijk beleid, en -b. de bijdrage van die activiteit aan de verwezenlijking van het doel van de subsidie. +Vervallen ### Artikel 6.3.3.2 -**1.** Tenzij een aanvraag om subsidie wordt beoordeeld met toepassing van artikel 6.3.1.4, tweede lid, onder b, beslist Onze Minister binnen acht weken na de ontvangst van de aanvraag, met dien verstande dat wanneer de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aanvraag is aangevuld voor die beslissing geldt als datum van ontvangst van de aanvraag. - -**2.** Onze Minister kan de beslissing voor ten hoogste acht weken verdagen. Van de verdaging wordt schriftelijk mededeling gedaan. +Vervallen ### Artikel 6.3.3.3 -De subsidieverlening wordt geweigerd indien de aanvrager van de subsidie niet heeft voldaan aan het bepaalde in artikel 6.3.2.1, eerste tot en met vierde lid. +Vervallen #### Paragraaf 6.3.4. Verplichtingen van de subsidie-ontvanger ### Artikel 6.3.4.1 -**1.** De subsidie-ontvanger voert de activiteiten uit overeenkomstig de door hem verstrekte gegevens, tenzij Onze Minister voorafgaand toestemming heeft gegeven daarvan af te wijken. - -**2.** De subsidie-ontvanger voert een administratie die zodanig is ingericht dat daaruit te allen tijde op eenvoudige wijze de kosten en de financieringswijze van de activiteit waarvoor een subsidie is verleend, kan worden afgelezen. - -**3.** Voor zover de activiteit zich over meer dan één kalenderjaar uitstrekt legt de subsidie-ontvanger tevens eenmaal per kalenderjaar een verslag omtrent de voortgang van de activiteit over aan Onze Minister. - -**4.** Onze Minister kan de subsidie-ontvanger bij de subsidieverlening ook andere verplichtingen opleggen die strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie. +Vervallen #### Paragraaf 6.3.5. Subsidievaststelling ### Artikel 6.3.5.1 -**1.** De subsidie-ontvanger dient binnen dertien weken na voltooiing van de activiteit bij Onze Minister een aanvraag tot subsidievaststelling in. - -**3.** De aanvraag tot subsidievaststelling gaat vergezeld van een activiteitenverslag, waarbij de subsidie-ontvanger aantoont dat de activiteit overeenkomstig de aan de subsidie verbonden verplichtingen heeft plaatsgevonden, en een financieel verslag. - -**3.** Indien de subsidie meer bedraagt dan € 50.000, gaat het financieel verslag vergezeld van een verklaring van getrouwheid van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, die wordt afgegeven na toetsing van de wijze van besteding van de subsidie aan de wet en dit besluit. - -**4.** Het derde lid is niet van toepassing op subsidieverstrekking aan gemeenten of provincies. +Vervallen ### Artikel 6.3.5.2 -**1.** Indien de subsidie-ontvanger een gemeente, provincie of een regionaal openbaar lichaam op grond van artikel 104 van de Wet gemeenschappelijke regelingen is, wordt een subsidievaststelling aangevraagd in het jaar na de voltooiing van de activiteit, door de verantwoordingsinformatie aan Onze Minister te verstrekken, op de wijze, bedoeld in artikel 27 van het Besluit financiële verhouding 2001. - -**2.** Artikel 58a van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten is van overeenkomstige toepassing. +Vervallen #### Paragraaf 6.3.6. Voorschotten en betaling ### Artikel 6.3.6.1 -**1.** Het totale bedrag aan door Onze Minister verleende voorschotten kan niet meer bedragen dan 80 procent van het bedrag van de verleende subsidie. - -**2.** In afwijking van het eerste lid kan in naar het oordeel van Onze Minister in aanmerking komende gevallen het totale bedrag van de verleende voorschotten 100 procent bedragen van de verleende subsidie. +Vervallen ### Artikel 6.3.6.2 -Indien de subsidieaanvrager een gemeente, een provincie of een regionaal openbaar lichaam op grond van artikel 104 van de Wet gemeenschappelijke regelingen is, geldt in afwijking van artikel 6.3.6.1 dat: - -a. Onze Minister in het jaar waarin de uitvoeringswerkzaamheden van het project aanvangen, een uit te keren jaartermijn tot maximaal 100 procent kan bevoorschotten, zo mogelijk in aansluiting op de subsidieverlening en vervolgens aan het begin van een jaar; -b. de bevoorschotte bedragen in rekening-courant, bedoeld in artikel 24, zesde lid, van de Comptabiliteitswet 2001 worden aangehouden bij het Ministerie van Financiën, tenzij dat, gelet op de omvang van de bedragen, naar het oordeel van Onze Minister van Financiën niet doelmatig is; -c. voor het aanhouden in rekening-courant van de bevoorschotte bedragen de door Onze Minister van Financiën gestelde regels, bedoeld in artikel 49a van de Comptabiliteitswet 2001, van toepassing zijn. +Vervallen ## Hoofdstuk 7. Planologische organen