2012-03-23 | BWBR0003227 | Wet geluidhinder
This commit is contained in:
parent
c22e03983d
commit
34a699cdf0
1 changed files with 19 additions and 19 deletions
|
|
@ -26,7 +26,7 @@ delen van het gebouw die niet zijn bestemd voor geluidsgevoelige onderwijsactivi
|
|||
|
||||
*bebouwde kom*: bebouwde kom, vastgesteld krachtens de Wegenverkeerswet 1994;
|
||||
|
||||
*bestemmingsplan*: bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening, een inpassingsplan als bedoeld in artikel 3.26 of 3.28 van die wet hieronder mede begrepen;
|
||||
*bestemmingsplan*: bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening, een inpassingsplan als bedoeld in artikel 3.26 of 3.28 van die wet hieronder mede begrepen;
|
||||
|
||||
*buitenstedelijk gebied*: gebied buiten de bebouwde kom alsmede, voor de toepassing van de hoofdstukken VI en VII voor zover het betreft een autoweg of autosnelweg als bedoeld in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, het gebied binnen de bebouwde kom, voor zover liggend binnen de zone langs die autoweg of autosnelweg;
|
||||
|
||||
|
|
@ -920,7 +920,7 @@ De in het eerste tot en met zevende lid gestelde regels zijn mede van toepassing
|
|||
|
||||
a. in het eerste, tweede en derde lid in plaats van «48 dB» telkens wordt gelezen «indien het woonwagenstandplaatsen betreft 48 dB en in de overige gevallen 53 dB»,
|
||||
b. het vierde lid, onder 1° en 2°, niet van toepassing is, en
|
||||
c. in het vijfde lid in plaats van «58 dB bij een aanpassing van een weg in buitenstedelijk gebied en 63 dB bij een aanpassing van een weg in stedelijk gebied indien voor de betrokken woning eerder toepassing is gegeven aan artikel 83 of 84, tweede lid, zoals dat luidde voor 1 september 1991 of de heersende waarde 53 dB niet te boven gaat» wordt gelezen «53 dB indien het woonwagenstandplaatsen betreft en 58 dB in de overige gevallen» en de tweede volzin van dat lid niet van toepassing is.
|
||||
c. in het vijfde lid in plaats van «58 dB bij een aanpassing van een weg in buitenstedelijk gebied en 63 dB bij een aanpassing van een weg in stedelijk gebied indien voor de betrokken woning eerder toepassing is gegeven aan artikel 83 of 84, tweede lid, zoals dat luidde voor 1 september 1991 of de heersende waarde 53 dB niet te boven gaat» wordt gelezen «53 dB indien het woonwagenstandplaatsen betreft en 58 dB in de overige gevallen» en de tweede volzin van dat lid niet van toepassing is.
|
||||
|
||||
### Artikel 87g
|
||||
|
||||
|
|
@ -1029,7 +1029,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
**1.** Burgemeester en wethouders of indien toepassing wordt gegeven aan artikel 98 burgemeester en wethouders of de wegaanlegger stellen uitsluitend ten aanzien van de woningen die op grond van artikel 88, eerste lid, zoals dat luidde voor 1 januari 2007 aan Onze Minister zijn gemeld, met inachtneming van de regels, gegeven krachtens het derde lid, een programma op van maatregelen die naar hun oordeel in aanmerking komen om de geluidsbelasting, vanwege de weg, van de gevels van de op grond van artikel 88, zoals dat luidde voor 1 januari 2007 gemelde woningen zoveel mogelijk te beperken tot 48 dB en om zo nodig te voldoen aan artikel 111, tweede lid.
|
||||
|
||||
**2.** Met betrekking tot gevallen, die aan Onze Minister zijn gemeld op grond van artikel 88, eerste lid, zoals dat luidde voor 1 januari 2007, worden bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regels gegeven omtrent de aard van de maatregelen die in aanmerking komen en de omstandigheden waaronder dit het geval is, alsmede omtrent de opzet en het tijdstip van vaststelling van een programma.
|
||||
**2.** Met betrekking tot gevallen, die aan Onze Minister zijn gemeld op grond van artikel 88, eerste lid, zoals dat luidde voor 1 januari 2007, worden bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regels gegeven omtrent de aard van de maatregelen die in aanmerking komen en de omstandigheden waaronder dit het geval is, alsmede omtrent de opzet en het tijdstip van vaststelling van een programma.
|
||||
|
||||
### Artikel 90
|
||||
|
||||
|
|
@ -1543,9 +1543,9 @@ b. in andere gevallen: 35 dB(A).
|
|||
|
||||
### Artikel 111a
|
||||
|
||||
**1.** Indien met toepassing van artikel 87e, tweede lid of derde lid, 87f, vierde of vijfde lid, of 87h, derde lid, met betrekking tot de gevels van in aanbouw zijnde of aanwezige woningen voor de eerste maal een hogere geluidsbelasting dan 48 dB vanwege de hoofdweg of vanwege binnen het tracé van die hoofdweg gelegen wegen, onderscheidenlijk een hogere geluidsbelasting dan 55 dB vanwege binnen het tracé van die hoofdweg gelegen spoorwegen als de ten hoogste toelaatbare is vastgesteld, treffen burgemeester en wethouders met betrekking tot de geluidwering van die gevels maatregelen om te bevorderen dat de geluidsbelasting binnen de woning bij gesloten ramen in geval van geluidsbelasting vanwege wegen ten hoogste 33 dB, onderscheidenlijk vanwege spoorwegen ten hoogste 35 dB bedraagt.
|
||||
**1.** Indien met toepassing van artikel 87e, tweede lid of derde lid, 87f, vierde of vijfde lid, of 87h, derde lid, met betrekking tot de gevels van in aanbouw zijnde of aanwezige woningen voor de eerste maal een hogere geluidsbelasting dan 48 dB vanwege de hoofdweg of vanwege binnen het tracé van die hoofdweg gelegen wegen, onderscheidenlijk een hogere geluidsbelasting dan 55 dB vanwege binnen het tracé van die hoofdweg gelegen spoorwegen als de ten hoogste toelaatbare is vastgesteld, treffen burgemeester en wethouders met betrekking tot de geluidwering van die gevels maatregelen om te bevorderen dat de geluidsbelasting binnen de woning bij gesloten ramen in geval van geluidsbelasting vanwege wegen ten hoogste 33 dB, onderscheidenlijk vanwege spoorwegen ten hoogste 35 dB bedraagt.
|
||||
|
||||
**2.** Indien met toepassing van artikel 87g, derde tot en met zesde lid, of 87i, derde tot en met vijfde lid, met betrekking tot de gevels van in aanbouw zijnde of aanwezige woningen een hogere geluidsbelasting dan 53 dB vanwege de hoofdweg of vanwege binnen het tracé van die hoofdweg gelegen wegen, onderscheidenlijk een hogere geluidsbelasting dan 63 dB vanwege binnen het tracé van die hoofdweg gelegen spoorwegen als de ten hoogste toelaatbare is vastgesteld, treffen burgemeester en wethouders met betrekking tot de geluidwering van die gevels maatregelen om te bevorderen dat de geluidsbelasting binnen de woning bij gesloten ramen ten hoogste 43 dB bedraagt.
|
||||
**2.** Indien met toepassing van artikel 87g, derde tot en met zesde lid, of 87i, derde tot en met vijfde lid, met betrekking tot de gevels van in aanbouw zijnde of aanwezige woningen een hogere geluidsbelasting dan 53 dB vanwege de hoofdweg of vanwege binnen het tracé van die hoofdweg gelegen wegen, onderscheidenlijk een hogere geluidsbelasting dan 63 dB vanwege binnen het tracé van die hoofdweg gelegen spoorwegen als de ten hoogste toelaatbare is vastgesteld, treffen burgemeester en wethouders met betrekking tot de geluidwering van die gevels maatregelen om te bevorderen dat de geluidsbelasting binnen de woning bij gesloten ramen ten hoogste 43 dB bedraagt.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -1560,9 +1560,9 @@ b. ruimten voor patiëntenhuisvesting, alsmede recreatie- en conversatieruimten
|
|||
|
||||
**4.** Het derde lid is van overeenkomstige toepassing, indien met toepassing van artikel 87g, negende lid of 87i, achtste lid, met betrekking tot de gevels van andere geluidsgevoelige gebouwen een hogere geluidsbelasting dan 48 dB vanwege de hoofdweg of vanwege binnen het tracé van die hoofdweg gelegen wegen, onderscheidenlijk een hogere geluidsbelasting dan 53 dB vanwege binnen het tracé van die hoofdweg gelegen spoorwegen, als de ten hoogste toelaatbare is vastgesteld, met dien verstande dat in plaats van «28 dB» wordt gelezen «38 dB» en in plaats van «33 dB» wordt gelezen: 43 dB.
|
||||
|
||||
**5.** Indien met toepassing van artikel 106d, tweede lid of derde lid, 106e, derde lid, of 106g, vierde of vijfde lid, met betrekking tot de gevels van in aanbouw zijnde of aanwezige woningen voor de eerste maal een hogere geluidsbelasting dan 55 dB vanwege de landelijke spoorweg of vanwege binnen het tracé van die landelijke spoorweg gelegen spoorwegen, onderscheidenlijk een hogere geluidsbelasting dan 48 dB vanwege binnen het tracé van die landelijke spoorweg gelegen wegen, als de ten hoogste toelaatbare is vastgesteld, treffen burgemeester en wethouders met betrekking tot de geluidwering van die gevels maatregelen om te bevorderen dat de geluidsbelasting binnen de woning bij gesloten ramen in geval van geluidsbelasting vanwege spoorwegen ten hoogste 35 dB, onderscheidenlijk vanwege wegen ten hoogste 33 dB bedraagt.
|
||||
**5.** Indien met toepassing van artikel 106d, tweede lid of derde lid, 106e, derde lid, of 106g, vierde of vijfde lid, met betrekking tot de gevels van in aanbouw zijnde of aanwezige woningen voor de eerste maal een hogere geluidsbelasting dan 55 dB vanwege de landelijke spoorweg of vanwege binnen het tracé van die landelijke spoorweg gelegen spoorwegen, onderscheidenlijk een hogere geluidsbelasting dan 48 dB vanwege binnen het tracé van die landelijke spoorweg gelegen wegen, als de ten hoogste toelaatbare is vastgesteld, treffen burgemeester en wethouders met betrekking tot de geluidwering van die gevels maatregelen om te bevorderen dat de geluidsbelasting binnen de woning bij gesloten ramen in geval van geluidsbelasting vanwege spoorwegen ten hoogste 35 dB, onderscheidenlijk vanwege wegen ten hoogste 33 dB bedraagt.
|
||||
|
||||
**6.** Indien met toepassing van artikel 106f, derde tot en met vijfde lid, of 106h, derde tot en met zesde lid, met betrekking tot de gevels van in aanbouw zijnde of aanwezige woningen een hogere geluidsbelasting dan 63 dB vanwege de landelijke spoorweg of vanwege binnen het tracé van die landelijke spoorweg gelegen spoorwegen, onderscheidenlijk een hogere geluidsbelasting dan 53 dB vanwege binnen het tracé van die landelijke spoorweg gelegen wegen als de ten hoogste toelaatbare is vastgesteld, treffen burgemeester en wethouders met betrekking tot de geluidwering van die gevels maatregelen om te bevorderen dat de geluidsbelasting binnen de woning bij gesloten ramen ten hoogste 43 dB bedraagt.
|
||||
**6.** Indien met toepassing van artikel 106f, derde tot en met vijfde lid, of 106h, derde tot en met zesde lid, met betrekking tot de gevels van in aanbouw zijnde of aanwezige woningen een hogere geluidsbelasting dan 63 dB vanwege de landelijke spoorweg of vanwege binnen het tracé van die landelijke spoorweg gelegen spoorwegen, onderscheidenlijk een hogere geluidsbelasting dan 53 dB vanwege binnen het tracé van die landelijke spoorweg gelegen wegen als de ten hoogste toelaatbare is vastgesteld, treffen burgemeester en wethouders met betrekking tot de geluidwering van die gevels maatregelen om te bevorderen dat de geluidsbelasting binnen de woning bij gesloten ramen ten hoogste 43 dB bedraagt.
|
||||
|
||||
**7.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -1633,29 +1633,29 @@ b. bij algemene maatregel van bestuur aangewezen inrichtingen, die zijn gelegen
|
|||
|
||||
### Artikel 116
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister van Verkeer en Waterstaat en gedeputeerde staten melden vóór 1 april 2005 aan Onze Minister op welke delen van rijkswegen, onderscheidenlijk provinciale wegen naar verwachting in het kalenderjaar 2006 meer dan zes miljoen maal een motorvoertuig zal passeren.
|
||||
**1.** Onze Minister van Verkeer en Waterstaat en gedeputeerde staten melden vóór 1 april 2005 aan Onze Minister op welke delen van rijkswegen, onderscheidenlijk provinciale wegen naar verwachting in het kalenderjaar 2006 meer dan zes miljoen maal een motorvoertuig zal passeren.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister van Verkeer en Waterstaat meldt voor de in het eerste lid genoemde datum tevens aan Onze Minister op welke delen van hoofdspoorwegen naar verwachting in 2006 meer dan 60 000 maal een trein zal passeren.
|
||||
**2.** Onze Minister van Verkeer en Waterstaat meldt voor de in het eerste lid genoemde datum tevens aan Onze Minister op welke delen van hoofdspoorwegen naar verwachting in 2006 meer dan 60 000 maal een trein zal passeren.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister van Verkeer en Waterstaat en gedeputeerde staten melden vóór 30 september 2008, vóór 1 april 2010 en vervolgens elke vijf jaar vóór 1 april aan Onze Minister op welke delen van rijkswegen, onderscheidenlijk provinciale wegen naar verwachting in het daaropvolgende kalenderjaar meer dan drie miljoen maal een motorvoertuig zal passeren.
|
||||
**3.** Onze Minister van Verkeer en Waterstaat en gedeputeerde staten melden vóór 30 september 2008, vóór 1 april 2010 en vervolgens elke vijf jaar vóór 1 april aan Onze Minister op welke delen van rijkswegen, onderscheidenlijk provinciale wegen naar verwachting in het daaropvolgende kalenderjaar meer dan drie miljoen maal een motorvoertuig zal passeren.
|
||||
|
||||
**4.** Onze Minister van Verkeer en Waterstaat meldt voor de in het derde lid genoemde data tevens aan Onze Minister op welke delen van hoofdspoorwegen naar verwachting meer dan 30 000 maal een trein zal passeren.
|
||||
**4.** Onze Minister van Verkeer en Waterstaat meldt voor de in het derde lid genoemde data tevens aan Onze Minister op welke delen van hoofdspoorwegen naar verwachting meer dan 30 000 maal een trein zal passeren.
|
||||
|
||||
### Artikel 117
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister publiceert vóór 30 juni 2005 in de Staatscourant op welke delen van rijkswegen en provinciale wegen naar verwachting in 2006 meer dan zes miljoen maal een motorvoertuig zal passeren.
|
||||
**1.** Onze Minister publiceert vóór 30 juni 2005 in de Staatscourant op welke delen van rijkswegen en provinciale wegen naar verwachting in 2006 meer dan zes miljoen maal een motorvoertuig zal passeren.
|
||||
|
||||
**2.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op delen van hoofdspoorwegen waarop naar verwachting in 2006 meer dan 60 000 maal een trein zal passeren.
|
||||
**2.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op delen van hoofdspoorwegen waarop naar verwachting in 2006 meer dan 60 000 maal een trein zal passeren.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister publiceert vóór 31 december 2008, voor 30 juni 2010 en vervolgens elke vijf jaar voor 30 juni in de Staatscourant op welke delen van rijkswegen en provinciale wegen naar verwachting in het daaropvolgende kalenderjaar meer dan drie miljoen maal een motorvoertuig zal passeren.
|
||||
**3.** Onze Minister publiceert vóór 31 december 2008, voor 30 juni 2010 en vervolgens elke vijf jaar voor 30 juni in de Staatscourant op welke delen van rijkswegen en provinciale wegen naar verwachting in het daaropvolgende kalenderjaar meer dan drie miljoen maal een motorvoertuig zal passeren.
|
||||
|
||||
**4.** Het derde lid is van overeenkomstige toepassing op delen van hoofdspoorwegen waarop naar verwachting in het daaropvolgende kalenderjaar meer dan 30 000 maal een trein zal passeren.
|
||||
**4.** Het derde lid is van overeenkomstige toepassing op delen van hoofdspoorwegen waarop naar verwachting in het daaropvolgende kalenderjaar meer dan 30 000 maal een trein zal passeren.
|
||||
|
||||
### Artikel 117a
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister wijst vóór 30 juni 2005 als agglomeratie aan verstedelijkte gebieden met ten minste 250 000 inwoners.
|
||||
**1.** Onze Minister wijst vóór 30 juni 2005 als agglomeratie aan verstedelijkte gebieden met ten minste 250 000 inwoners.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister wijst vóór 31 december 2008, voor 30 juni 2010 en vervolgens elke vijf jaar voor 30 juni als agglomeratie aan verstedelijkte gebieden met ten minste 100 000 inwoners.
|
||||
**2.** Onze Minister wijst vóór 31 december 2008, voor 30 juni 2010 en vervolgens elke vijf jaar voor 30 juni als agglomeratie aan verstedelijkte gebieden met ten minste 100 000 inwoners.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 2. Geluidsbelastingkaarten
|
||||
|
||||
|
|
@ -1663,7 +1663,7 @@ b. bij algemene maatregel van bestuur aangewezen inrichtingen, die zijn gelegen
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Onze Minister van Verkeer en Waterstaat, onderscheidenlijk gedeputeerde staten, stellen vóór 30 juni 2007 en vervolgens vóór 30 juni van ten minste elk vijfde kalenderjaar, geluidsbelastingkaarten vast. Deze kaarten hebben betrekking op:
|
||||
Onze Minister van Verkeer en Waterstaat, onderscheidenlijk gedeputeerde staten, stellen vóór 30 juni 2007 en vervolgens vóór 30 juni van ten minste elk vijfde kalenderjaar, geluidsbelastingkaarten vast. Deze kaarten hebben betrekking op:
|
||||
|
||||
a. de geluidsbelasting L_den en de geluidsbelasting L_night op woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen vanwege delen van rijkswegen en hoofdspoorwegen, onderscheidenlijk provinciale wegen als bedoeld in artikel 117;
|
||||
b. stille gebieden in de omgeving van delen van rijkswegen en hoofdspoorwegen, onderscheidenlijk provinciale wegen als bedoeld in artikel 117.
|
||||
|
|
@ -1725,7 +1725,7 @@ b. voegen bij de geluidsbelastingkaart een overzicht van de belangrijkste punten
|
|||
|
||||
### Artikel 122
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister van Verkeer en Waterstaat, onderscheidenlijk gedeputeerde staten stellen vóór 18 juli 2008 aan de hand van de geluidsbelastingkaarten, bedoeld in artikel 118, een actieplan vast met betrekking tot de krachtens artikel 117 gepubliceerde delen van rijkswegen en hoofdspoorwegen, onderscheidenlijk provinciale wegen. Indien er sprake is van een belangrijke ontwikkeling die van invloed is op de geluidhindersituatie, en daarnaast ten minste elke vijf jaar na de vaststelling wordt het actieplan opnieuw overwogen, en zo nodig aangepast.
|
||||
**1.** Onze Minister van Verkeer en Waterstaat, onderscheidenlijk gedeputeerde staten stellen vóór 18 juli 2008 aan de hand van de geluidsbelastingkaarten, bedoeld in artikel 118, een actieplan vast met betrekking tot de krachtens artikel 117 gepubliceerde delen van rijkswegen en hoofdspoorwegen, onderscheidenlijk provinciale wegen. Indien er sprake is van een belangrijke ontwikkeling die van invloed is op de geluidhindersituatie, en daarnaast ten minste elke vijf jaar na de vaststelling wordt het actieplan opnieuw overwogen, en zo nodig aangepast.
|
||||
|
||||
**2.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op burgemeester en wethouders van gemeenten die behoren tot krachtens artikel 117a aangewezen agglomeraties, met dien verstande dat het actieplan betrekking heeft op de in artikel 118, tweede lid, bedoelde geluidsbronnen.
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue