2017-07-01 | BWBR0004825 | Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990)

This commit is contained in:
Coornhert 2017-07-01 12:00:00 +00:00
parent eb5f85187f
commit 34aebbbcec

View file

@ -24,25 +24,25 @@ In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- *bedrijfsauto*: bedrijfsauto als bedoeld in artikel 1.1 van de Regeling voertuigen;
- *bestelauto*: motorvoertuig, bestemd voor het vervoer van goederen, waarvan de toegestane maximum massa niet meer bedraagt dan 3500 kg;
- *bestemmingsverkeer*: bestuurders wier reisdoel één of meer bepaalde percelen betreft die zijn gelegen aan of in de directe nabijheid van een weg met een door verkeerstekens aangegeven geslotenverklaring voor bepaalde categorieën bestuurders en die slechts via deze weg zijn te bereiken alsmede bestuurders van lijnbussen;
- *bestuurders*: alle weggebruikers behalve voetgangers;
- *bestuurder van een motorvoertuig*:
1. hij die het motorvoertuig bestuurt of
2. voor zover het betreft een motorvoertuig voor het besturen waarvan een rijbewijs AM, B, C, D of E, is vereist en dat is voorzien van een dubbele bediening, hij die rijonderricht geeft of toezicht houdt in het kader van een vanwege de overheid ingesteld onderzoek naar de rijvaardigheid, niet zijnde een onderzoek als bedoeld in artikel 131, eerste lid, van de wet;
- *bestuurders*: alle weggebruikers behalve voetgangers;
- *bevoegd gezag*: gezag als bedoeld in artikel 18, eerste lid, van de wet;
- *brombakfiets*: bromfiets op drie symmetrisch geplaatste wielen, met twee voorwielen en uitsluitend ingericht voor het vervoer van de bestuurder en van goederen en eventueel van een achter de bestuurder gezeten passagier;
- *brommobiel*: bromfiets op meer dan twee wielen, die is voorzien van een carrosserie;
- *busbaan*: rijbaan waarop het woord «BUS» of «LIJNBUS» is aangebracht;
- *busstrook*: door doorgetrokken of onderbroken strepen gemarkeerd gedeelte van de rijbaan waarop het woord «BUS» of «LIJNBUS» is aangebracht;
- *dag*: de periode tussen zonsopgang en zonsondergang;
- *diensten voor spoedeisende medische hulpverlening*: de ambulancediensten waaraan krachtens de Wet ambulancevervoer vergunning is verleend voor het verrichten van ambulancevervoer, alsmede daartoe uitgeruste voertuigen van andere hulpverleningsdiensten die zich in opdracht van een centrale post als bedoeld in artikel 1 van de Wet ambulancevervoer bezighouden met het verlenen van eerstelijns spoedeisende hulpverlening;
- *diensten voor spoedeisende medische hulpverlening:* de op grond van artikel 6 van de Tijdelijke wet ambulancezorg aangewezen Regionale Ambulancevoorzieningen, alsmede andere hulpverleningsdiensten die zich in opdracht van een meldkamer als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder e, van de Tijdelijke wet ambulancezorg bezig houden met het verlenen van spoedeisende medische hulpverlening;
- *dierenambulance*: motorvoertuig, ingericht en bestemd om te worden gebruikt voor het vervoer van zieke en gewonde dieren;
- *doorgaande rijbaan*: rijbaan zonder de invoeg- en uitrijstroken;
- *driewielig motorvoertuig*: driewielig motorrijtuig als bedoeld in artikel 1.1 van de Regeling voertuigen;
- *fietsstrook*: door doorgetrokken of onderbroken strepen gemarkeerd gedeelte van de rijbaan waarop afbeeldingen van een fiets zijn aangebracht;
- *gehandicaptenvoertuig*: voertuig dat is ingericht voor het vervoer van een gehandicapte, niet breder is dan 1,10 meter en niet is uitgerust met een motor, dan wel is uitgerust met een motor waarvan de door de constructie bepaalde maximumsnelheid niet meer dan 45 km per uur bedraagt, en geen bromfiets is;
- *geslotenverklaring*: verbod de betrokken weg in te rijden of in te gaan alsmede de betrokken weg te gebruiken;
- *haaietanden*: voorrangsdriehoeken op het wegdek;
- *gehandicaptenvoertuig*: voertuig dat is ingericht voor het vervoer van een gehandicapte, niet breder is dan 1,10 meter en niet is uitgerust met een motor, dan wel is uitgerust met een motor waarvan de door de constructie bepaalde maximumsnelheid niet meer dan 45 km per uur bedraagt, en geen bromfiets is;
- *invoegstrook*: door een blokmarkering van de doorgaande rijbaan afgescheiden weggedeelte dat is bestemd voor bestuurders die de doorgaande rijbaan oprijden;
- *kruispunt*: kruising of splitsing van wegen;
- *ligplaats:* ligplaats als bedoeld in artikel 1.1 van de Regeling voertuigen;
@ -73,12 +73,12 @@ Met een T100-bus als bedoeld in dit besluit wordt gelijkgesteld een autobus die
- *veiligheidscel*: onderdeel van de constructie van een bromfiets, een motorfiets of een driewielig motorvoertuig dat de bestuurder of passagiers beschermt tegen hoofdletsel;
- *verdrijvingsvlak*: gedeelte van de rijbaan waarop schuine strepen zijn aangebracht;
- *verkeer*: alle weggebruikers;
- *verkeersregelaar*: persoon als bedoeld in artikel 1, onderdeel f, van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer;
- *verkeersregelaar*: persoon als bedoeld in artikel 1, onderdeel i, van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer;
- *verlicht transparant*: verlicht transparant als bedoeld in artikel 1.1 van de Regeling voertuigen;
- *vluchthaven of vluchtstrook*: door een doorgetrokken streep van de rijbaan van de autosnelweg of autoweg afgescheiden weggedeelte, dat bestemd is voor gebruik in noodgevallen, behoudens voor de duur van openstelling als spitsstrook;
- *voertuigen*: fietsen, bromfietsen, gehandicaptenvoertuigen, motorvoertuigen, trams en wagens;
- *voorrang verlenen*: het de betrokken bestuurders in staat stellen ongehinderd hun weg te vervolgen;
- *voorrangsvoertuig*: motorvoertuig dat de optische en geluidssignalen voert als bedoeld in artikel 29;
- *voorrang verlenen*: het de betrokken bestuurders in staat stellen ongehinderd hun weg te vervolgen;
- *vrachtauto*: motorvoertuig, niet ingericht voor het vervoer van personen, waarvan de toegestane maximum massa meer bedraagt dan 3500 kg;
- *weggebruikers*: voetgangers, fietsers, bromfietsers, bestuurders van een gehandicaptenvoertuig, van een motorvoertuig of van een tram, ruiters, geleiders van rij- of trekdieren of vee en bestuurders van een bespannen of onbespannen wagen;
- *wet*: Wegenverkeerswet 1994;
@ -146,7 +146,7 @@ De regels van dit besluit betreffende fietsen en fietsers zijn, in plaats van de
**2.** Zij gebruiken de rijbaan indien een fiets/bromfietspad ontbreekt.
**3.** Bestuurders van bromfietsen op meer dan twee wielen en bromfietsen met aanhangwagen, die met inbegrip van de lading breder zijn dan 0,75 meter, mogen de rijbaan gebruiken.
**3.** Bestuurders van bromfietsen op meer dan twee wielen en bromfietsen met aanhangwagen, die met inbegrip van de lading breder zijn dan 0,75 meter, gebruiken de rijbaan.
### Artikel 7
@ -261,8 +261,9 @@ Binnen de bebouwde kom gelden de volgende maximumsnelheden:
a. voor motorvoertuigen 50 km per uur;
b. voor bromfietsen en gehandicaptenvoertuigen, uitgerust met een motor:
1. op het fietspad of het fiets/bromfietspad 30 km per uur;
1. op het fiets/bromfietspad 30 km per uur;
2. op de rijbaan 45 km per uur;
3. op het fietspad, voor de hier bedoelde gehandicaptenvoertuigen, 30 km per uur;
c. voor gehandicaptenvoertuigen, uitgerust met een motor, en snorfietsen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel d, van de wet op het trottoir of het voetpad 6 km per uur.
### Artikel 21
@ -272,8 +273,9 @@ Buiten de bebouwde kom gelden de volgende maximumsnelheden:
a. voor motorvoertuigen op autosnelwegen 130 km per uur, op autowegen 100 km per uur en op andere wegen 80 km per uur;
b. voor bromfietsen en gehandicaptenvoertuigen, uitgerust met een motor:
1. op het fietspad of het fiets/bromfietspad 40 km per uur;
1. op het fiets/bromfietspad 40 km per uur;
2. op de rijbaan 45 km per uur;
3. op het fietspad, voor de hier bedoelde gehandicaptenvoertuigen, 40 km per uur;
c. voor gehandicaptenvoertuigen, uitgerust met een motor, en snorfietsen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel d, van de wet op het trottoir of het voetpad 6 km per uur.
### Artikel 22
@ -334,15 +336,15 @@ g. op een parkeerplaats voor vergunninghouders, aangeduid door verkeersbord E9 v
**3.** De bestuurder mag zijn voertuig niet dubbel parkeren.
**4.** Indien een parkeergelegenheid, aangeduid met een van de verkeersborden E4 tot en met E9 of E11 tot en met E13 van bijlage 1, is voorzien van parkeervakken, mag slechts in die vakken worden geparkeerd.
**4.** Indien een parkeergelegenheid, aangeduid met een van de verkeersborden E4 tot en met E10, E12 of E13 van bijlage 1, is voorzien van parkeervakken, mag slechts in die vakken worden geparkeerd.
### Artikel 25
**1.** Het is verboden in een parkeerschijf-zone te parkeren, behalve op parkeerplaatsen die als zodanig zijn aangeduid of aangegeven of plaatsen die zijn voorzien van een blauwe streep.
**2.** Op plaatsen die zijn voorzien van een blauwe streep is het parkeren van een motorvoertuig op meer dan twee wielen slechts toegestaan indien het motorvoertuig overeenkomstig het bij ministeriële regeling bepaalde is voorzien van een duidelijk zichtbare parkeerschijf. Indien het motorvoertuig is voorzien van een voorruit, wordt de parkeerschijf achter de voorruit geplaatst.
**2.** Op plaatsen die zijn voorzien van een blauwe streep is het parkeren van een motorvoertuig op meer dan twee wielen slechts toegestaan indien het motorvoertuig is voorzien van een duidelijk zichtbare parkeerschijf. Indien het motorvoertuig is voorzien van een voorruit, wordt de parkeerschijf achter de voorruit geplaatst.
**3.** Op de parkeerschijf staat het tijdstip aangegeven waarop met parkeren is begonnen. Een parkeerschijf voorzien van een mechanisme dat tijdens het parkeren het tijdstip van aankomst automatisch verschuift, mag niet worden gebruikt.
**3.** Op de parkeerschijf staat aan de getoonde zijde slechts één cijferreeks, die een aanduiding geeft van de kalenderuren, en die vanaf het begin van het parkeren in duidelijk leesbare cijfers tegen een contrasterende achtergrond in hele of halve uren het tijdstip weergeeft waarop met het parkeren is begonnen. Een parkeerschijf voorzien van een mechanisme dat tijdens het parkeren het tijdstip van aankomst automatisch verschuift, mag niet worden gebruikt.
**4.** Bij het instellen mag het tijdstip van aankomst naar boven worden afgerond op het eerstvolgende hele of halve uur. De toegestane parkeerduur mag niet zijn verstreken.
@ -394,7 +396,7 @@ Bestuurders mogen slechts geluidssignalen en knippersignalen geven ter afwending
### Artikel 30b
De artikelen 29 tot en met 30a zijn niet van toepassing op Belgische en Duitse motorvoertuigen in gebruik bij politie en brandweer, in gebruik bij diensten voor eerstelijns spoedeisende hulpverlening alsmede motorvoertuigen van Belgische en Duitse hulpverleningsdiensten, aangewezen bij of krachtens artikel 29, eerste lid, mits deze voertuigen elk de signalen voeren overeenkomstig de voor hen in hun eigen land geldende wettelijke regels.
De artikelen 29 tot en met 30a zijn niet van toepassing op Belgische en Duitse motorvoertuigen in gebruik bij politie en brandweer, in gebruik bij diensten voor spoedeisende hulpverlening alsmede motorvoertuigen van Belgische en Duitse hulpverleningsdiensten, aangewezen bij of krachtens artikel 29, eerste lid, mits deze voertuigen elk de signalen voeren overeenkomstig de voor hen in hun eigen land geldende wettelijke regels.
### Artikel 30c
@ -495,7 +497,7 @@ Stilstaande wagens moeten buiten de bebouwde kom op de rijbaan bij dag, indien h
**1.** Onverminderd artikel 32, eerste lid, mogen bestuurders van een motorvoertuig bij dag dagrijlicht voeren. Het dagrijlicht wordt niet tegelijk met enig ander licht aan de voorzijde van het voertuig gevoerd.
**2.** Bestuurders van een motorvoertuig mogen tegelijk met dimlicht of mistlicht aan de voorzijde bermlicht, bochtlicht, hoeklicht, richtlicht, markeringslichten of staaklichten voeren.
**2.** Bestuurders van een motorvoertuig mogen, indien deze verlichting krachtens de Regeling voertuigen voor dat motorvoertuig is toegestaan, tegelijk met dimlicht of mistlicht aan de voorzijde bochtlicht, hoeklicht, manoeuvreerlichten, markeringslichten of staaklichten voeren, waarbij voor het mogen voeren van manoeuvreerlichten een maximumsnelheid geldt van 10 km per uur.
### Artikel 41a
@ -505,14 +507,14 @@ Verlichte transparanten die informatie bieden over de bestemming of het gebruik
a. personenautos, bedrijfsautos en motorfietsen:
1°. in gebruik bij de politie;
1°. in gebruik bij de politie of bij de bijzondere opsporingsdiensten, bedoeld in artikel 2 van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten;
2°. in gebruik bij de brandweer;
3°. in gebruik bij pechhulpdiensten;
4°. in gebruik bij Rijkswaterstaat;
4°. in gebruik bij Rijkswaterstaat, bij de Inspectie Leefomgeving en Transport of bij de douane;
5°. die worden gebruikt door artsen;
6°. die worden gebruikt voor het geven van rijonderricht of het afleggen van een rijproef;
7°. die worden gebruikt door de Regionale Ambulancevoorzieningen, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de Tijdelijke wet ambulancezorg;
8°. van hulpverleningsdiensten die zich in opdracht van een meldkamer als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder e, van de Tijdelijke wet ambulancezorg bezig houden met het verlenen van eerstelijns spoedeisende hulpverlening;
8°. van hulpverleningsdiensten die zich in opdracht van een meldkamer als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder e, van de Tijdelijke wet ambulancezorg bezig houden met het verlenen van spoedeisende hulpverlening;
b. autobussen van openbaar vervoerdiensten;
c. bedrijfsautos van transportbegeleiders;
d. personen- en bedrijfsautos ingericht als dierenambulance;
@ -732,7 +734,7 @@ Het pictogram wordt bij gebruikmaking daarvan duidelijk op iedere zitplaats aang
### Artikel 60
**1.** De bestuurder en de passagiers van bromfietsen, brommobielen zonder gesloten carrosserie, motorfietsen en driewielige motorvoertuigen zonder gesloten carrosserie moeten een goed passende helm dragen, die door middel van een sluiting op deugdelijke wijze op het hoofd is bevestigd en die is voorzien van een goedkeuringsmerk als bedoeld in artikel 22, vierde lid, van de wet.
**1.** De bestuurder en de passagiers van bromfietsen, brommobielen zonder gesloten carrosserie, motorfietsen en driewielige motorvoertuigen zonder gesloten carrosserie moeten een goed passende helm dragen, die door middel van een sluiting op deugdelijke wijze op het hoofd is bevestigd en die is voorzien van een goedkeuringsmerk als bedoeld in artikel 22, zesde lid van de wet.
**2.**
@ -741,7 +743,7 @@ Het eerste lid geldt niet voor:
a. de bestuurder en de passagiers van een snorfiets;
b. de bestuurder en de achter hem zittende passagier van een brombakfiets;
c. de bestuurder of de passagier van een door de Dienst Wegverkeer aangewezen type bromfiets, niet zijnde een brommobiel, of motorfiets van wie de zitplaats beschermd wordt door een veiligheidscel en voorzien is van een autogordel, mits van deze autogordel gebruik gemaakt wordt. Bij de aanwijzing kan onderscheid gemaakt worden tussen de bestuurder en de passagiers ten aanzien van de gelding van het eerste lid. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld betreffende de eisen waaraan een type bromfiets of motorfiets moet voldoen om te kunnen worden aangewezen. Deze regels zien in elk geval op de eisen die gesteld worden aan de veiligheidscel en de autogordels;
d. de bestuurder of de passagiers van een brommobiel zonder gesloten carrosserie of een driewielig motorvoertuig zonder gesloten carrosserie van wie de zitplaats in deze brommobiel of dat motorvoertuig is voorzien van bevestigingspunten voor een autogordel overeenkomstig richtlijn 97/24/EG, zoals deze gold op de datum waarop het voertuig in gebruik is genomen, en van een autogordel die voldoet aan artikel 5.6.47, derde en vierde lid, van de Regeling voertuigen of aan artikel 5.5.47, vierde en vijfde lid, van de Regeling voertuigen, mits van deze autogordel gebruik gemaakt wordt.
d. de bestuurders of de passagiers van een brommobiel zonder gesloten carrosserie of een driewielig motorvoertuig zonder gesloten carrosserie van wie de zitplaats in deze brommobiel of dat motorvoertuig is voorzien van twee bevestigingspunten onder en één bevestigingspunt boven voor een autogordel overeenkomstig de typegoedkeuring van het voertuig zoals die gold op de datum waarop het voertuig in gebruik is genomen, en waarbij de autogordel voldoet aan artikel 5.6.47, derde en vierde lid, van de Regeling voertuigen of aan artikel 5.5.47, vierde en vijfde lid, van de Regeling voertuigen, mits van deze autogordel gebruik gemaakt wordt.
**3.** Het is bestuurders verboden passagiers beneden de twaalf jaren te vervoeren op een andere wijze dan in dit artikel is voorgeschreven.
@ -755,7 +757,7 @@ Vervallen
### Artikel 61a
Het is degene die een motorvoertuig, bromfiets, snorfiets of gehandicaptenvoertuig dat is uitgerust met een motor bestuurt verboden tijdens het rijden een mobiele telefoon vast te houden.
Het is degene die een motorvoertuig, bromfiets, snorfiets of gehandicaptenvoertuig dat is uitgerust met een motor bestuurt verboden tijdens het rijden een mobiele telefoon vast te houden. Onder een mobiele telefoon wordt verstaan een apparaat dat bestemd is voor het gebruik van mobiele openbare telecommunicatiediensten.
### Paragraaf 31. Vervoer van personen in of op aanhangwagens en in laadruimten
@ -1016,7 +1018,9 @@ Aanwijzingen gaan boven verkeerstekens en verkeersregels.
**2.** Op bestuurders van gehandicaptenvoertuigen, zijn artikel 25 en, indien niet langer wordt geparkeerd dan drie uren, de artikelen 24, eerste lid, onderdeel e, en 62, voor zover het betreft bord E1 van bijlage 1, niet van toepassing.
**3.** In de gevallen, waarin niet langer dan drie uren mag worden geparkeerd, moet het motorvoertuig overeenkomstig het bij ministeriële regeling bepaalde zijn voorzien van een duidelijk zichtbare parkeerschijf waarop het tijdstip staat aangegeven waarop met parkeren is begonnen.
**3.** Het eerste en tweede lid zijn uitsluitend van toepassing, indien het parkeren rechtstreeks verband houdt met het vervoer van een gehandicapte.
**4.** In de gevallen, waarin niet langer dan drie uren mag worden geparkeerd, moet het motorvoertuig overeenkomstig het bij ministeriële regeling bepaalde zijn voorzien van een duidelijk zichtbare parkeerschijf waarop het tijdstip staat aangegeven waarop met parkeren is begonnen.
### Paragraaf 2. Buiten Nederland afgegeven gehandicaptenparkeerkaarten