1998-10-23 | BWBR0006842 | Reisbesluit buitenland

This commit is contained in:
Coornhert 1998-10-23 12:00:00 +00:00
parent b5866050d8
commit 34d68513c7

View file

@ -25,14 +25,14 @@ a. Onze Minister:
het hoofd van het betrokken ministerie;
b. betrokkene:
degene die op basis van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, het Ambtenarenreglement Staten-Generaal of het Reglement Dienst Buitenlandse Zaken werkzaam is, met dien verstande dat bij de tewerkstelling in het buitenland op basis van het Reglement Dienst Buitenlandse Zaken, de bij of krachtens dat reglement gestelde regels gelden;
degene die op basis van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, het Arbeidsovereenkomstenbesluit, het Ambtenarenreglement Staten-Generaal of het Reglement Dienst Buitenlandse Zaken werkzaam is, met dien verstande dat bij de tewerkstelling in het buitenland op basis van het Reglement Dienst Buitenlandse Zaken, de bij of krachtens dat reglement gestelde regels gelden;
c. dienstreis:
een door het bevoegd gezag schriftelijk opgedragen reis in verband met het verrichten van werkzaamheden buiten Nederland alsmede het hiermee verband houdende verblijf, met uitzondering van de reis die in Nederland is begonnen en waarbij het reisgedeelte buiten Nederland beperkt is of waarbij de grensoverschrijding niet noodzakelijkerwijs leidt tot uitgaven voor maaltijden of overnachting in het buitenland.
### Artikel 3
Voor de toepassing van dit besluit worden, behoudens voor de toepassing van artikel 15a, met Onze Minister gelijkgesteld: het tot aanstelling bevoegd gezag bij elk der beide Kamers der Staten-Generaal, de vice-president van de Raad van State, het College van de Algemene Rekenkamer, de Nationale ombudsman en de directeur van het Kabinet van de Koning.
Voor de toepassing van dit besluit worden, behoudens voor de toepassing van artikel 15a, met Onze Minister gelijkgesteld: de voorzitters van elk der beide Kamers der Staten-Generaal, de vice-president van de Raad van State, het College van de Algemene Rekenkamer, de Nationale ombudsman en de directeur van het Kabinet der Koningin.
### Artikel 4
@ -50,9 +50,11 @@ Indien van derden vergoedingen worden ontvangen voor de in dit besluit bedoelde
**1.** Wegens reiskosten per openbaar vervoer, per boot en per vliegtuig worden vergoed de kosten die blijkens overgelegde bewijsstukken in verband met de dienstreis zijn gemaakt voor het gebruik van daartoe door het bevoegd gezag aangewezen vervoermiddelen.
**2.** Voor zover het dienstbelang dan wel de reisomstandigheden naar het oordeel van het bevoegd gezag daartoe aanleiding geven, worden toeslagen voor bijzondere treinen, kosten van plaatsreservering in treinen en kosten voor het gebruik van een slaapwagen alsmede extra kosten voor bagage als reiskosten vergoed.
**2.** De betrokkene die tijdens een dienstreis gebruik maakt van vervoer per trein, is gerechtigd om voor rijksrekening in de eerste klasse te reizen. Indien gebruik wordt gemaakt van een ander openbaar vervoermiddel, een boot of een vliegtuig met vervoerklassen, bepaalt het bevoegd gezag in welke vervoerklasse mag worden gereisd, met dien verstande dat het reizen per vliegtuig in de eerste klasse of een daarmee vergelijkbare klasse niet voor vergoeding in aanmerking komt.
**3.**
**3.** Voor zover het dienstbelang dan wel de reisomstandigheden naar het oordeel van het bevoegd gezag daartoe aanleiding geven, worden toeslagen voor bijzondere treinen, kosten van plaatsreservering in treinen en kosten voor het gebruik van een slaapwagen alsmede extra kosten voor bagage als reiskosten vergoed.
**4.**
De volgende kosten worden eveneens als reiskosten vergoed:
@ -60,11 +62,9 @@ a. kosten van vervoer van het station, de haven of het vliegveld van aankomst na
b. kosten voor luchthavenrechten;
c. kosten voor een kruier.
**4.** Onze Minister voor Wonen en Rijksdienst stelt nadere regels met betrekking tot het reizen per openbaar vervoer, per boot en per vliegtuig en de vergoeding van reiskosten die op grond van dit artikel daarvoor in aanmerking komen.
### Artikel 7
Indien voor een binnen Nederland verlopend gedeelte van de dienstreis dat aansluit op een een reisgedeelte per openbaar vervoer, vliegtuig of boot met toestemming van het bevoegd gezag gebruik wordt gemaakt van een eigen motorvoertuig, wordt daarvoor een vergoeding verleend volgens door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties te stellen regels.
Indien voor een binnen Nederland verlopend gedeelte van de dienstreis dat aansluit op een een reisgedeelte per openbaar vervoer, vliegtuig of boot met toestemming van het bevoegd gezag gebruik wordt gemaakt van een eigen motorvoertuig, wordt daarvoor een vergoeding verleend volgens door Onze Minister van Binnenlandse Zaken te stellen regels.
Daarbij wordt onderscheid gemaakt in:
@ -77,7 +77,7 @@ Indien naar het oordeel van het bevoegd gezag het dienstbelang ermee is gebaat d
### Artikel 9
Het bevoegd gezag kan bij een dienstreis van lange duur aan de betrokkene toestemming verlenen voor één of meer bezoeken van korte duur naar zijn woonplaats terug te keren. De reiskosten die blijkens overgelegde bewijsstukken voor een bezoekreis zijn gemaakt, worden slechts vergoed indien in overeenstemming met het bevoegd gezag gebruik is gemaakt van een openbaar middel van vervoer, een vliegtuig of een boot, naar de laagste klasse. Voor een bezoekreis is artikel 6, derde lid van overeenkomstige toepassing.
Het bevoegd gezag kan bij een dienstreis van lange duur aan de betrokkene toestemming verlenen voor één of meer bezoeken van korte duur naar zijn woonplaats terug te keren. De reiskosten die blijkens overgelegde bewijsstukken voor een bezoekreis zijn gemaakt, worden slechts vergoed indien in overeenstemming met het bevoegd gezag gebruik is gemaakt van een openbaar middel van vervoer, een vliegtuig of een boot, naar de laagste klasse. Voor een bezoekreis is het vierde lid van artikel 6 van overeenkomstige toepassing.
### Paragraaf 2. Verblijfkosten
@ -85,15 +85,15 @@ Het bevoegd gezag kan bij een dienstreis van lange duur aan de betrokkene toeste
**1.** Verblijfkosten zijn de in verband met een dienstreis noodzakelijk gemaakte kosten voor maaltijden, logies en kleine uitgaven.
**2.** De verblijfkosten worden vergoed volgens door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties te stellen regels.
**2.** De verblijfkosten worden vergoed volgens door Onze Minister van Binnenlandse Zaken te stellen regels.
**3.**
Geen aanspraak op vergoeding wegens verblijfkosten bestaat:
a. voor een dienstreis van korter dan vier uur;
b. voor een reisgedeelte in Nederland van korter dan vier uur dat aansluit op een reis of reisgedeelte per boot of vliegtuig met uitzondering van vliegreizen binnen Europa;
c. voor een reisgedeelte per vliegtuig met uitzondering van vliegreizen binnen Europa;
b. voor een reisgedeelte in Nederland van korter dan vier uur dat aansluit op een reis of reisgedeelte per boot of vliegtuig;
c. voor een reisgedeelte per vliegtuig;
d. voor een bezoekreis als bedoeld in artikel 9 met uitzondering van die delen van de reis die verband houden met het afleggen van het traject tijdelijke verblijfplaats-woonplaats.
**4.** Aan de betrokkene die tijdens de dienstreis overnachting van overheidswege ontvangt en daarvoor kosten maakt, worden deze kosten vergoed. In geval van de verstrekking van overheidswege geen gebruik is gemaakt, bestaat geen aanspraak op vergoeding.
@ -118,25 +118,25 @@ De in verband met een dienstreis gemaakte kosten voor interlokale en internation
### Artikel 12
Indien klimatologische of andere bijzondere omstandigheden in een tijdens een dienstreis te bezoeken land daartoe aanleiding geven, kan het bevoegd gezag volgens door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties te stellen regels aan de betrokkene een tegemoetkoming verlenen in de aangetoonde en naar het oordeel van het bevoegd gezag noodzakelijk gemaakte kosten voor bijzondere kleding en uitrusting.
Indien klimatologische of andere bijzondere omstandigheden in een tijdens een dienstreis te bezoeken land daartoe aanleiding geven, kan het bevoegd gezag volgens door Onze Minister van Binnenlandse Zaken te stellen regels aan de betrokkene een tegemoetkoming verlenen in de aangetoonde en naar het oordeel van het bevoegd gezag noodzakelijk gemaakte kosten voor bijzondere kleding en uitrusting.
### Artikel 13
**1.** Indien de betrokkene aantoont dat hij tijdens een dienstreis tengevolge van ziekte of van een ongeval kosten heeft moeten maken, kan het bevoegd gezag hiervoor een vergoeding vaststellen voor zover deze kosten ten laste van betrokkene blijven.
**2.** Indien de betrokkene aantoont dat hij tengevolge van verlies, diefstal of beschadiging van voor de dienstreis meegenomen noodzakelijke bagage kosten heeft moeten maken, kan het bevoegd gezag hiervoor een vergoeding vaststellen, zulks tot ten hoogste een nader door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties vast te stellen maximum.
**2.** Indien de betrokkene aantoont dat hij tengevolge van verlies, diefstal of beschadiging van voor de dienstreis meegenomen noodzakelijke bagage kosten heeft moeten maken, kan het bevoegd gezag hiervoor een vergoeding vaststellen, zulks tot ten hoogste een nader door Onze Minister van Binnenlandse Zaken vast te stellen maximum.
### Artikel 14
Het bevoegd gezag kan het bepaalde bij of krachtens dit besluit buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing gelet op het belang van de betrokkene of betrokkenen zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.
Onze Minister kan ten aanzien van een betrokkene of een door hem aan te wijzen groep van betrokkenen, in afwijking van de bij of krachtens dit besluit gestelde regelen besluiten, indien bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven.
### Artikel 15
Onze Minister kan, in overeenstemming met Onze Minister voor Wonen en Rijksdienst, in afwijking van hetgeen bij of krachtens dit besluit is bepaald ten aanzien van door hem aan te wijzen categorieën van gevallen een bijzondere regeling treffen.
Onze Minister kan in overeenstemming met Onze Minister van Binnenlandse Zaken voor bepaalde groepen personeel in afwijking van dit besluit bijzondere regelingen treffen.
### Artikel 15a
**1.** Voor de gevallen waarin het bevoegd gezag er op verzoek van de overheid van de Aruba, Curaçao of Sint Maarten mee instemt dat de betrokkene wordt uitgezonden naar de Aruba, Curaçao of Sint Maarten, stelt Onze Minister voor Nederlands-Antilliaanse en Arubaanse Zaken in overeenstemming met Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties een bijzondere regeling vast, waarbij kan worden afgeweken van de overige bepalingen van dit besluit.
**1.** Voor de gevallen waarin het bevoegd gezag er op verzoek van de overheid van de Nederlandse Antillen of Aruba mee instemt dat de betrokkene wordt uitgezonden naar de Nederlandse Antillen of Aruba, stelt Onze Minister voor Nederlands-Antilliaanse en Arubaanse Zaken in overeenstemming met Onze Minister van Binnenlandse Zaken een bijzondere regeling vast, waarbij kan worden afgeweken van de overige bepalingen van dit besluit.
**2.** Over de wijziging van de vergoedingen, opgenomen in de in het eerste lid bedoelde regeling, wordt overleg gevoerd met de centrales van overheidspersoneel in het Sectoroverleg Rijkspersoneel, voor zover een lid van dat overleg de behoefte daaraan aan de voorzitter heeft kenbaar gemaakt.
@ -152,7 +152,7 @@ Van de bevoegdheid tot het stellen van regels met een sterk technisch karakter k
### Artikel 17
Over de wijzigingen van de vergoedingen voor reis- en verblijfkosten krachtens dit besluit wordt overleg gevoerd met de centrales van overheidspersoneel in de Sectorcommissie overleg rijkspersoneel, voor zover een lid de behoefte daaraan aan de voorzitter heeft kenbaar gemaakt.
Over de wijzigingen van de vergoedingen voor reis- en verblijfkosten krachtens dit besluit wordt overleg gevoerd met de centrales van overheidspersoneel in het Sectoroverleg Rijkspersoneel, voor zover een lid de behoefte daaraan aan de voorzitter heeft kenbaar gemaakt.
## Hoofdstuk 3. Diverse bepalingen
@ -162,7 +162,7 @@ Het Reisbesluit 1971 wordt ingetrokken.
### Artikel 19
Aan de directeur van het Kabinet van de Koning, alsmede aan personen die dit ambt waarnemen of de drager van genoemd ambt vervangen, wordt voor hun buitenlandse dienstreizen vergoeding verleend tot de bedragen, die volgens hun opgaven met inachtneming van gepaste zuinigheid in totaal, onderscheidenlijk voor reiskosten en voor verblijfkosten, zijn uitgegeven, in voorkomende gevallen daaronder begrepen de uitgaven van en ten behoeve van de reizigers die hen vergezellen.
Aan ministers en staatssecretarissen, de vice-president van de Raad van State, het College van de Algemene Rekenkamer, de Nationale ombudsman, de directeur van het Kabinet der Koningin, alsmede aan personen die genoemde ambten waarnemen of de dragers van genoemde ambten vervangen, wordt voor hun buitenlandse dienstreizen vergoeding verleend tot de bedragen, die volgens hun opgaven met inachtneming van gepaste zuinigheid in totaal, onderscheidenlijk voor reiskosten en voor verblijfkosten, zijn uitgegeven, in voorkomende gevallen daaronder begrepen de uitgaven van en ten behoeve van de reizigers die hen vergezellen.
### Artikel 20