2010-07-01 | BWBR0015703 | Wet werk en bijstand

This commit is contained in:
Coornhert 2010-07-01 12:00:00 +00:00
parent 54d04fde41
commit 34d759bffe

View file

@ -270,7 +270,7 @@ b. indien zij, na rechtmatig verblijf te hebben gehouden in de zin van artikel 8
### Artikel 12
Een persoon van 18, 19 of 20 jaar heeft recht op bijzondere bijstand voorzover zijn noodzakelijke kosten van het bestaan uitgaan boven de bijstandsnorm en hij voor deze kosten geen beroep kan doen op zijn ouders, omdat:
Een persoon van 18, 19 of 20 jaar heeft recht op bijzondere bijstand voorzover zijn noodzakelijke kosten van het bestaan uitgaan boven de inkomensvoorzieningsnorm op grond van de Wet investeren in jongeren en hij voor deze kosten geen beroep kan doen op zijn ouders, omdat:
a. de middelen van de ouders daartoe niet toereikend zijn; of
b. hij redelijkerwijs zijn onderhoudsrecht jegens zijn ouders niet te gelde kan maken.
@ -376,34 +376,34 @@ b. er geen in aanmerking te nemen vermogen is.
Voor belanghebbenden jonger dan 21 jaar zonder ten laste komende kinderen is de norm per kalendermaand, indien het betreft:
a. een alleenstaande van 18, 19 of 20 jaar:  € 196,23 per 1 januari 2010: € 224,43;
b. gehuwden waarvan beide echtgenoten 18, 19 of 20 jaar zijn:  € 392,46 per 1 januari 2010: € 448,86;
c. gehuwden waarvan een echtgenoot 18, 19 of 20 jaar is en de andere echtgenoot 21 jaar of ouder:  € 764,02 per 1 januari 2010: € 873,95.
a. een alleenstaande van 18, 19 of 20 jaar:  € 196,23 per 1 juli 2010: € 225,35;
b. gehuwden waarvan beide echtgenoten 18, 19 of 20 jaar zijn:  € 392,46 per 1 juli 2010: € 450,70;
c. gehuwden waarvan een echtgenoot 18, 19 of 20 jaar is en de andere echtgenoot 21 jaar of ouder:  € 764,02 per 1 juli 2010: € 877,54.
**2.**
Voor belanghebbenden jonger dan 21 jaar met een of meer ten laste komende kinderen is de norm per kalendermaand, indien het betreft:
a. een alleenstaande ouder van 18, 19 of 20 jaar:  € 423,34 per 1 januari 2010: € 484,24;
b. gehuwden waarvan beide echtgenoten 18, 19 of 20 jaar zijn:  € 619,57 per 1 januari 2010: € 708,67;
c. gehuwden waarvan een echtgenoot 18, 19 of 20 jaar is en de andere echtgenoot 21 jaar of ouder:  € 991,13 per 1 januari 2010: € 1.133,76.
a. een alleenstaande ouder van 18, 19 of 20 jaar:  € 423,34 per 1 juli 2010: € 486,22;
b. gehuwden waarvan beide echtgenoten 18, 19 of 20 jaar zijn:  € 619,57 per 1 juli 2010: € 711,57;
c. gehuwden waarvan een echtgenoot 18, 19 of 20 jaar is en de andere echtgenoot 21 jaar of ouder:  € 991,13 per 1 juli 2010: € 1.138,41.
### Artikel 21
Voor belanghebbenden van 21 jaar of ouder doch jonger dan 65 jaar is de norm per kalendermaand, indien het betreft:
a. een alleenstaande:  € 567,79 per 1 januari 2010: € 649,52;
b. een alleenstaande ouder:  € 794,90 per 1 januari 2010: € 909,33;
c. gehuwden waarvan beide echtgenoten jonger zijn dan 65 jaar:  € 1135,57 per 1 januari 2010: € 1.299,04.
a. een alleenstaande:  € 567,79 per 1 juli 2010: € 652,19;
b. een alleenstaande ouder:  € 794,90 per 1 juli 2010: € 913,06;
c. gehuwden waarvan beide echtgenoten jonger zijn dan 65 jaar:  € 1135,57 per 1 juli 2010: € 1.304,37.
### Artikel 22
Voor belanghebbenden van 65 jaar of ouder is de norm per kalendermaand, indien het betreft:
a. een alleenstaande:  € 843,90 per 1 januari 2010: € 999,17;
b. een alleenstaande ouder:  € 1071,01 per 1 januari 2010: € 1.255,47;
c. gehuwden waarvan beide echtgenoten 65 jaar of ouder zijn:  € 1188,16 per 1 januari 2010: € 1.374,32;
d. gehuwden waarvan een echtgenoot 65 jaar of ouder is en de andere echtgenoot 21 jaar of ouder, doch jonger dan 65 jaar:  € 1197,70 per 1 januari 2010: € 1.374,32.
a. een alleenstaande:  € 843,90 per 1 juli 2010: € 1.003,66;
b. een alleenstaande ouder:  € 1071,01 per 1 juli 2010: € 1.260,94;
c. gehuwden waarvan beide echtgenoten 65 jaar of ouder zijn:  € 1188,16 per 1 juli 2010: € 1.379,66;
d. gehuwden waarvan een echtgenoot 65 jaar of ouder is en de andere echtgenoot 21 jaar of ouder, doch jonger dan 65 jaar:  € 1197,70 per 1 juli 2010: € 1.379,66.
### Artikel 23
@ -411,8 +411,8 @@ d. gehuwden waarvan een echtgenoot 65 jaar of ouder is en de andere echtgenoot 2
Bij een verblijf in een inrichting is de norm per kalendermaand, indien het betreft:
a. een alleenstaande of een alleenstaande ouder:  € 245,85 per 1 januari 2010: € 289,26;
b. gehuwden:  € 382,43 per 1 januari 2010: € 449,92.
a. een alleenstaande of een alleenstaande ouder:  € 245,85 per 1 juli 2010: € 290,45;
b. gehuwden:  € 382,43 per 1 juli 2010: € 451,76.
**2.**
@ -433,7 +433,7 @@ Indien een van de gehuwden geen recht op algemene bijstand heeft, is voor de rec
**1.** Het college verhoogt de norm, bedoeld in artikel 21, onderdelen a en b, met een toeslag voorzover de belanghebbende hogere algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan heeft dan waarin de norm voorziet, als gevolg van het niet of niet geheel kunnen delen van deze kosten met een ander. Deze kosten kunnen in ieder geval niet geheel of gedeeltelijk gedeeld worden met thuisinwonende kinderen van 18 jaar of ouder die een in aanmerking te nemen inkomen hebben van ten hoogste het normbedrag voor de kosten van levensonderhoud voor hoger onderwijs, genoemd in artikel 3.18 van de Wet studiefinanciering 2000.
**2.** De toeslag bedraagt ten hoogste  € 227,11 per 1 januari 2010: € 259,81 per kalendermaand.
**2.** De toeslag bedraagt ten hoogste  € 227,11 per 1 juli 2010: € 260,87 per kalendermaand.
### Artikel 26
@ -487,7 +487,7 @@ f. vergoedingen en tegemoetkomingen, waaronder begrepen de tegemoetkoming ontvan
g. vrije vergoedingen en vrije verstrekkingen als bedoeld in Hoofdstuk IIA van de Wet op de loonbelasting 1964, tenzij voor deze vergoedingen en verstrekkingen bijstand wordt verleend;
h. inkomsten uit arbeid van de tot zijn last komende kinderen, alsmede door hen ontvangen uitkeringen inzake werkloosheid en arbeidsongeschiktheid, tenzij het de verlening van bijzondere bijstand betreft voor bijzondere noodzakelijke kosten van het bestaan van die kinderen;
i. rente ontvangen over op grond van artikel 34, tweede lid, onderdelen b en c, niet in aanmerking genomen vermogen en spaargelden;
j. een een- of tweemalige premie van ten hoogste € 1984,00 per 1 januari 2010: € 2.229,00 per kalenderjaar, voor zover dit naar het oordeel van het college bijdraagt aan zijn arbeidsinschakeling;
j. een een- of tweemalige premie van ten hoogste € 1984,00 per 1 juli 2010: € 2.239,00 per kalenderjaar, voor zover dit naar het oordeel van het college bijdraagt aan zijn arbeidsinschakeling;
k. een kostenvergoeding voor het verrichten van vrijwilligerswerk van ten hoogste een bij ministeriële regeling vast te stellen bedrag;
l. bij ministeriële regeling aan te wijzen uitkeringen en vergoedingen voor materiële en immateriële schade;
m. giften en andere dan de in onderdeel l bedoelde vergoedingen voor materiële en immateriële schade voorzover deze naar het oordeel van het college uit een oogpunt van bijstandsverlening verantwoord zijn;
@ -823,7 +823,7 @@ d. het bijstand ter gedeeltelijke of volledige aflossing van een schuldenlast be
**4.** Het college verstrekt bijzondere bijstand als bedoeld in artikel 35, vijfde lid, in natura, tenzij dit naar het oordeel van het college leidt tot een ondoelmatige uitvoering van dat lid.
**4.** Indien de persoon aan wie bijstand in de vorm van een geldlening wordt verleend algemene bijstand of een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 of de Wet werk en inkomen kunstenaars ontvangt, is het college bevoegd tot verrekening van die geldlening met die algemene bijstand of uitkering.
**5.** Indien de persoon aan wie bijstand in de vorm van een geldlening wordt verleend algemene bijstand of een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 of de Wet werk en inkomen kunstenaars of een inkomensvoorziening op grond van de Wet investeren in jongeren ontvangt, is het college bevoegd tot verrekening van die geldlening met die algemene bijstand, uitkering of inkomensvoorziening.
### Artikel 49
@ -869,7 +869,7 @@ b. bij de aanvraag duidelijk is dat geen recht op algemene bijstand bestaat.
### Artikel 53
**1.** Indien algemene bijstand wordt verleend over een periode, waarover een voorschot is ontvangen met toepassing van artikel 31, tweede lid, van de Werkloosheidswet, artikel 47a, eerste lid, van Ziektewet, artikel 67, tweede lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, artikel 50, tweede lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, artikel 55, tweede lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen of artikel 47, tweede lid van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering jonggehandicapten, al dan niet met gelijktijdige toepassing van artikel 17, eerste lid, van de Toeslagenwet, en dit voorschot door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen wordt teruggevorderd, kan deze bijstand zonder machtiging van de belanghebbende tot het bedrag van dit voorschot aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen worden betaald.
**1.** Indien algemene bijstand wordt verleend over een periode, waarover een uitkering op grond van de Werkloosheidswet, de Ziektewet, de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen of de Toeslagenwet of een inkomensvoorziening op grond van de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten als voorschot op grond van artikel 4:95 van de Algemene wet bestuursrecht betaalbaar is gesteld en dit voorschot door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen wordt teruggevorderd, kan deze bijstand zonder machtiging van de belanghebbende tot het bedrag van dit voorschot aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen worden betaald.
**2.** In het geval, bedoeld in het eerste lid, vergoedt de gemeente aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen tevens de over de te verlenen bijstand verschuldigde loonbelasting, premies volksverzekeringen en de vergoeding, bedoeld in artikel 46 van de Zorgverzekeringswet.
@ -950,7 +950,14 @@ f. anderszins onverschuldigd is betaald, waaronder begrepen dat:
**1.** Onverminderd artikel 58 kunnen kosten van bijstand, indien de bijstand aan een gezin wordt verleend, van alle gezinsleden worden teruggevorderd.
**2.** Indien de bijstand als gezinsbijstand aan gehuwden had moeten worden verleend, maar zulks achterwege is gebleven, omdat de belanghebbende de verplichtingen, bedoeld in artikel 17, of artikelen 30c, tweede en derde lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, niet of niet behoorlijk is nagekomen, kunnen de kosten van bijstand mede worden teruggevorderd van de persoon met wiens middelen als bedoeld in paragraaf 3.4, bij de verlening van bijstand rekening had moeten worden gehouden.
**2.**
Indien de bijstand:
a. als gezinsbijstand aan gehuwden had moeten worden verleend;
b. overeenkomstig een norm als bedoeld in artikel 24 had moeten worden verleend omdat een van de gehuwden een inkomensvoorziening op grond van de Wet investeren in jongeren ontvangt;
maar zulks achterwege is gebleven, omdat de belanghebbende de verplichtingen, bedoeld in artikel 17, of artikelen 30c, tweede en derde lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, niet of niet behoorlijk is nagekomen, kunnen de kosten van bijstand mede worden teruggevorderd van de persoon met wiens middelen als bedoeld in paragraaf 3.4, bij de verlening van bijstand rekening had moeten worden gehouden.
**3.** De in het eerste en tweede lid bedoelde personen zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de terugbetaling van kosten van bijstand die worden teruggevorderd.
@ -960,7 +967,7 @@ f. anderszins onverschuldigd is betaald, waaronder begrepen dat:
**2.** Het college kan de kosten van de bijstand, bedoeld in de artikelen 58 en 59 invorderen bij dwangbevel.
**3.** Indien de persoon van wie kosten van bijstand als bedoeld in de artikelen 58 en 59 worden teruggevorderd algemene bijstand of een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 of de Wet werk en inkomen kunstenaars ontvangt, is het college bevoegd tot verrekening van die kosten met die algemene bijstand of uitkering.
**3.** Indien de persoon van wie kosten van bijstand als bedoeld in de artikelen 58 en 59 worden teruggevorderd algemene bijstand, een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 of de Wet werk en inkomen kunstenaars of een inkomensvoorziening op grond van de Wet investeren in jongeren ontvangt, is het college bevoegd tot verrekening van die kosten met die algemene bijstand, uitkering of inkomensvoorziening.
**4.** De in artikel 479g van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering aan de raad voor de kinderbescherming toegekende bevoegdheid komt gelijkelijk toe aan het college. Indien het college gebruik maakt van deze bevoegdheid, geschiedt de bekendmaking van het dwangbevel, in afwijking van artikel 4:123, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, door middel van toezending per post aan degene van wie kosten van bijstand worden teruggevorderd.
@ -1344,7 +1351,19 @@ wordt beslist met toepassing van onderscheidenlijk de Algemene bijstandswet, de
**1.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de verlening van bijstand en bijstand ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal op grond van deze wet aan zelfstandigen en aan personen die algemene bijstand ontvangen dan wel een inkomensvoorziening ontvangen op grond van de Wet investeren in jongeren en voornemens zijn een bedrijf of zelfstandig beroep te beginnen en zich in verband hiermee niet beschikbaar stellen voor arbeid in dienstbetrekking gedurende de voorbereidingsperiode van ten hoogste twaalf maanden, waarbij kan worden afgeweken van de artikelen 9, 10, 11, 13, 32, 34, 40, 41, 45, 58, 77 en de paragrafen 4.2, 6.1 en 7.1.
**2.** Indien verlening van algemene bijstand op grond van het eerste lid aan zelfstandigen plaatsvindt zijn, indien het personen jonger dan 27 jaar betreft, de normen, bedoeld in de artikelen 26 tot en met 33 van de Wet investeren in jongeren van toepassing.
**2.**
Indien verlening van algemene bijstand op grond van het eerste lid aan een zelfstandige die jonger dan 27 jaar is plaatsvindt:
a. zijn de inkomensvoorzieningsnormen, met uitzondering van artikel 28, derde en vierde lid, van de Wet investeren in jongeren van toepassing;
b. is de norm, indien hij gehuwd is met een persoon die geen recht heeft op een inkomensvoorziening op grond van de Wet investeren in jongeren, gelijk aan de norm die voor hem als alleenstaande of alleenstaande ouder op grond van de Wet investeren in jongeren zou gelden.
**3.**
Indien de zelfstandige, bedoeld in het tweede lid, aanhef, gehuwd is met iemand van 27 jaar of ouder die recht op algemene bijstand heeft en zij een of meer te hunnen laste komende kinderen hebben, wordt, in afwijking van het tweede lid, onderdeel b, de op laste die persoon van 27 jaar of ouder van toepassing zijnde bijstandsnorm in mindering gebracht op:
a. de norm, bedoeld in artikel 28, tweede lid, onderdeel b, van de Wet investeren in jongeren, indien de zelfstandige zich in de leeftijdscategorie van 18 tot en met 20 jaar bevindt;
b. de norm, bedoeld in artikel 28, tweede lid, onderdeel c, van de Wet investeren in jongeren, indien de zelfstandige zich in de leeftijdscategorie van 21 tot en met 26 jaar bevindt.
### Artikel 78g