2013-01-01 | BWBR0012288 | Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
This commit is contained in:
parent
6d87609698
commit
34f38c45d4
1 changed files with 72 additions and 74 deletions
|
|
@ -158,11 +158,17 @@ Voor de elementen waarmee rekening gehouden dient te worden bij de beoordeling v
|
|||
|
||||
In aanvulling op het bepaalde in artikel 3.36 VV kan vervolging om reden van godsdienst zich ook nog op andere manieren voordoen, denk bijvoorbeeld aan het verbod op godsdienstuitoefening en godsdienstonderwijs en ernstige discriminerende maatregelen tegen personen met een bepaalde godsdienstige overtuiging.
|
||||
|
||||
Er bestaat geen verplichting om een vreemdeling bescherming te bieden op grond van het Vluchtelingenverdrag indien de betreffende vreemdeling in zijn/haar land van herkomst zijn godsdienst niet op gelijke wijze kan uitoefenen als hier te lande. Een enkele beperking of ingreep in de vrijheid van godsdienst zal daarom op zichzelf niet snel als daad van vervolging worden aangemerkt. Slechts indien er sprake is van ernstige schending van de godsdienstvrijheid is er sprake van vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag. Of er sprake is van een ernstige schending zal afhangen van het specifieke geval en zal moeten worden beoordeeld tegen de achtergrond van hetgeen uit algemene informatie bekend is over de situatie van aanhangers van een bepaalde godsdienst.
|
||||
Er bestaat geen verplichting om een vreemdeling bescherming te bieden op grond van het Vluchtelingenverdrag indien de betreffende vreemdeling in zijn/haar land van herkomst zijn godsdienst niet op gelijke wijze kan uitoefenen als hier te lande.
|
||||
|
||||
Niet elke aantasting van het recht op godsdienstvrijheid zal dan ook een daad van vervolging in de zin het Vluchtelingenverdrag vormen. Bij de beoordeling of een aantasting van het recht op godsdienstvrijheid een daad van vervolging vormt, moet, gelet op de persoonlijke situatie van de vreemdeling tegen de achtergrond van hetgeen uit algemene informatie bekend is, onderzocht worden of deze om redenen van de uitoefening van die vrijheid in zijn land van herkomst een werkelijk gevaar loopt om te worden vervolgd.
|
||||
|
||||
Van personen die in het land van herkomst een (minderheids)godsdienst aanhangen wordt niet verlangd dat zij deze verborgen houden, ook niet in de situatie dat de vreemdeling voorafgaand aan zijn vertrek uit het land van herkomst zijn geloof verborgen heeft gehouden.
|
||||
|
||||
De omstandigheid dat de algehele situatie met zich brengt dat de vreemdeling in zijn land van herkomst niet op vergelijkbare wijze als in Nederland zijn geloof kan uitoefenen, is onvoldoende om voor verblijf in aanmerking te komen. Het is immers niet aan Nederland om te garanderen dat de hier te lande bestaande vrijheden ook bestaan in het land van herkomst. De situatie in het land van herkomst kan met zich meebrengen dat de vreemdeling een bepaalde mate van terughoudendheid betracht bij het uitoefenen van het geloof om ernstige schendingen van diens grondrechten te voorkomen, o.a. wat betreft het actief willen uitoefenen van bekeringsactiviteiten in het land van herkomst. Deze terughoudendheid mag echter niet dusdanig ver strekken, dat geoordeeld wordt dat de vreemdeling niet op betekenisvolle wijze zijn geloof kan uitoefenen.
|
||||
Evenmin mag van de vreemdeling worden verwacht dat hij afziet van godsdienstige handelingen, die voor hem persoonlijk bijzonder belangrijk zijn om zijn godsdienstige identiteit te bewaren, om vervolging te voorkomen.
|
||||
|
||||
Ook indien de vreemdeling verklaart dat hij bij terugkeer zich gedwongen voelt om zijn geloof terughoudend uit te oefenen vanwege de risico’s die betrokkene anders loopt kan sprake zijn van vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag.
|
||||
|
||||
Derhalve zal beoordeeld moeten worden of de maatregelen en sancties die tegen de vreemdeling zullen worden genomen indien hij bij terugkeer naar zijn land van herkomst bepaalde – voor zijn godsdienstige identiteit bijzondere belangrijke – handelingen verricht voldoende zwaarwegend zijn om te spreken van vervolging.
|
||||
|
||||
##### 2.7.2. Politieke overtuiging
|
||||
|
||||
|
|
@ -188,25 +194,27 @@ In artikel 3.37, eerste lid, onder d, VV is opgenomen onder welke omstandigheden
|
|||
|
||||
##### 2.10.2. Gender (gerelateerde aspecten)
|
||||
|
||||
Deze paragraaf ziet naast de homoseksuele asielzoeker ook op beoordeling van de asielaanvraag van de lesbische, biseksuele en transseksuele asielzoeker.
|
||||
Deze paragraaf ziet naast de homoseksuele asielzoeker ook op beoordeling van de asielaanvraag van de lesbische, biseksuele en transgender asielzoeker.
|
||||
|
||||
Indien een asielzoeker zich erop beroept dat hij of zij problemen heeft ondervonden als gevolg van zijn of haar (toegedichte) homoseksuele geaardheid, kan dit onder omstandigheden leiden tot de conclusie dat betrokkene vluchteling is in de zin van het Verdrag.
|
||||
Indien een asielzoeker zich erop beroept dat hij of zij problemen heeft ondervonden of zal ondervinden als gevolg van zijn of haar (toegedichte) homoseksuele gerichtheid, kan dit onder omstandigheden leiden tot de conclusie dat betrokkene vluchteling is in de zin van het Verdrag.
|
||||
|
||||
Bij de toets of de homoseksuele asielzoeker wordt aangemerkt als Vluchteling wordt eerst door de IND beoordeeld of betrokkene op grond van zijn seksuele geaardheid is, of dreigt te worden blootgesteld aan daden van geweld zo ernstig van aard dat zij een ernstige schending van de grondrechten van de mens vormen.
|
||||
Bij de toets of de homoseksuele asielzoeker wordt aangemerkt als Vluchteling wordt eerst door de IND beoordeeld of betrokkene op grond van zijn seksuele gerichtheid is, of dreigt te worden blootgesteld aan daden van geweld zo ernstig van aard dat zij een ernstige schending van de grondrechten van de mens vormen.
|
||||
|
||||
Indien daar geen sprake van is, wordt beoordeeld of ten aanzien van de asielzoeker op grond van de seksuele geaardheid maatregelen worden uitgevoerd die discriminerend zijn of op discriminerende wijze worden uitgevoerd en voldoende ernstig zijn om te spreken van daden van vervolging in de zin van het Vluchtelingverdrag.
|
||||
Indien daar geen sprake van is, wordt beoordeeld of ten aanzien van de asielzoeker op grond van de seksuele gerichtheid maatregelen worden uitgevoerd die discriminerend zijn of op discriminerende wijze worden uitgevoerd en voldoende ernstig zijn om te spreken van daden van vervolging in de zin van het Vluchtelingverdrag.
|
||||
|
||||
Voor deze beoordeling van de daden wordt verwezen naar artikel 3.36 VV(zie ook paragraaf C2/2.3.2).
|
||||
|
||||
De IND beoordeelt of en in welke mate aan de homoseksuele asielzoeker beperkingen worden opgelegd bij het bekend zijn of worden van de seksuele geaardheid in de directe (leef)omgeving van de asielzoeker. Indien uit de verklaringen van de vreemdeling danwel uit algemene informatie kan worden afgeleid dat de positie van homoseksuelen dusdanig is dat bij het bekend geraken van de seksuele geaardheid de vreemdeling een voorzienbaar risico loopt te worden blootgesteld aan daden van geweld die zo ernstig van aard zijn dat zij een ernstige schending van de grondrechten van de mens vormen, komt de vreemdeling in aanmerking voor bescherming op grond van het Vluchtelingenverdrag.
|
||||
De IND beoordeelt of en in welke mate aan de homoseksuele asielzoeker beperkingen worden opgelegd bij het bekend zijn of worden van de seksuele gerichtheid in de directe (leef)omgeving van de asielzoeker. Indien uit de verklaringen van de vreemdeling danwel uit algemene informatie kan worden afgeleid dat de positie van homoseksuelen dusdanig is dat bij het bekend geraken van de seksuele gerichtheid de vreemdeling een voorzienbaar risico loopt te worden blootgesteld aan daden van geweld die zo ernstig van aard zijn dat zij een ernstige schending van de grondrechten van de mens vormen, komt de vreemdeling in aanmerking voor bescherming op grond van het Vluchtelingenverdrag.
|
||||
|
||||
Van een homoseksuele asielzoeker wordt niet verlangd dat hij zijn geaardheid verborgen houdt, ook niet in de situatie dat de vreemdeling voorafgaand aan zijn vertrek uit het land van herkomst zijn geaardheid verborgen heeft gehouden.
|
||||
Van een homoseksuele asielzoeker wordt niet verlangd dat hij zijn gerichtheid verborgen houdt, ook niet in de situatie dat de vreemdeling voorafgaand aan zijn vertrek uit het land van herkomst zijn gerichtheid verborgen heeft gehouden.
|
||||
|
||||
De omstandigheid dat de algehele situatie met zich brengt dat de vreemdeling in zijn land van herkomst niet op vergelijkbare wijze als in Nederland uiting kan geven aan diens homoseksualiteit, is onvoldoende om voor verblijf in aanmerking te komen. Het is immers niet aan Nederland om te garanderen dat de hier te lande bestaande vrijheden ook bestaan in het land van herkomst. De situatie in het land van herkomst kan dan ook met zich meebrengen dat de vreemdeling een bepaalde mate van terughoudendheid betracht bij het uiting geven aan zijn homoseksuele geaardheid om ernstige schendingen van diens grondrechten te voorkomen. Deze terughoudendheid mag echter niet dusdanig ver strekken, dat geoordeeld wordt dat de vreemdeling niet op betekenisvolle wijze invulling kan geven aan zijn seksuele geaardheid.
|
||||
De omstandigheid dat de algehele situatie met zich brengt dat de vreemdeling in zijn land van herkomst niet op vergelijkbare wijze als in Nederland uiting kan geven aan diens homoseksualiteit, is op zich onvoldoende om voor verblijf in aanmerking te komen. Het is immers niet aan Nederland om te garanderen dat de hier te lande bestaande vrijheden ook bestaan in het land van herkomst. De situatie in het land van herkomst kan dan ook met zich meebrengen dat de vreemdeling een bepaalde mate van terughoudendheid betracht bij het uiting geven aan zijn homoseksuele gerichtheid, om aldus te voorkomen dat problemen ontstaan die in samenhang bezien, zouden kunnen leiden tot het oordeel dat sprake is van vervolging.
|
||||
|
||||
Deze terughoudendheid mag echter niet dusdanig ver strekken, dat geoordeeld wordt dat de vreemdeling niet op betekenisvolle wijze invulling kan geven aan zijn seksuele gerichtheid.
|
||||
|
||||
Indien sprake is van een bestraffing op basis van een strafbepaling die alleen betrekking heeft op homoseksuelen, is dit een daad van vervolging. Dit is bijvoorbeeld het geval indien het homoseksueel zijn of het uiten van specifiek homoseksuele gevoelens strafbaar is gesteld. De enkele strafbaarstelling van homoseksualiteit of homoseksuele handelingen in een land leidt evenwel niet zonder meer tot de conclusie dat een homoseksueel uit dat land vluchteling is. Hierbij is van belang of uit algemene informatie blijkt of de autoriteiten in het land van herkomst homoseksuelen of homoseksuelen handelingen actief (strafrechtelijk) vervolgen. Voorts moet de asielzoeker aannemelijk maken dat hij persoonlijk een gegronde reden heeft om te vrezen voor vervolging en dat er sprake is van een bestraffingsmaatregel van een zeker gewicht. Zo zal een enkele boete veelal onvoldoende zijn om te concluderen dat er sprake is van vluchtelingschap.
|
||||
|
||||
Ten slotte geldt dat het inroepen van de bescherming van de autoriteiten tegen daden van geweld om redenen van de seksuele geaardheid niet wordt verlangd in de gevallen waarin homoseksualiteit of homoseksuele handelingen strafbaar zijn in het land van herkomst, ongeacht het gewicht van de bestraffingsmaatregel.
|
||||
Ten slotte geldt dat het inroepen van de bescherming van de autoriteiten tegen daden van geweld om redenen van de seksuele gerichtheid niet wordt verlangd in de gevallen waarin homoseksualiteit of homoseksuele handelingen strafbaar zijn in het land van herkomst, ongeacht het gewicht van de bestraffingsmaatregel.
|
||||
|
||||
Sekse kan niet het enige criterium zijn op grond waarvan wordt geconcludeerd dat sprake is van het behoren tot een ‘bepaalde sociale groep’. Vrouwen in het algemeen vormen niet een bepaalde sociale groep, omdat zij als sociale groep te divers van samenstelling zijn. In het asielbeleid is het individualiseringsvereiste het uitgangspunt.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2180,44 +2188,37 @@ Indien zich op het moment dat de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ve
|
|||
##### 1.3.1. Het inburgeringsvereiste
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 3.107a, eerste lid, Vb wordt een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd verblijf afgewezen, indien de vreemdeling het inburgeringsexamen niet heeft behaald.
|
||||
|
||||
|
||||
*Overgangsregeling*
|
||||
|
||||
|
||||
De aanvraag wordt niet afgewezen op de grond dat de vreemdeling het inburgeringsexamen niet heeft behaald , indien de aanvraag is ingediend vóór 1 januari 2010 en de vreemdeling op dat tijdstip vijf jaar houder was van een verblijfsvergunning (zie artikel 9.2, tweede lid, Besluit inburgering).
|
||||
|
||||
|
||||
Paragraaf B1/4.7 is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
20092019224-12-200916-12-2009WBV2009/3020092019224-12-200916-12-2009WBV2009/3001-01-2010
|
||||
|
||||
Paragraaf B1/4.7 is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
##### 1.3.2. Gevallen waarin het inburgeringsvereiste niet van toepassing is
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 3.107a, eerste lid, Vb wordt de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd afgewezen als de vreemdeling het inburgeringsexamen, bedoeld in artikel 13 Wet inburgering, niet heeft behaald. Dit is ingevolge artikel 3.107a, tweede tot en met het vierde lid, Vb niet van toepassing indien:
|
||||
Op grond van artikel 3.107a, eerste lid, Vb wordt de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd afgewezen als de vreemdeling het examen, bedoeld in artikel 7, tweede lid, onderdeel a, van de Wet Inburgering of een diploma, certificaat of ander document als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel c, van die wet, niet heeft behaald. Dit is ingevolge artikel 3.107a, tweede tot en met het vierde lid, Vb niet van toepassing indien:
|
||||
|
||||
a. de vreemdeling 65 jaar of ouder is;
|
||||
a. de vreemdeling minderjarig is of 65 jaar of ouder is;
|
||||
b. de vreemdeling ten minste acht jaren tijdens de leerplichtige leeftijd in Nederland heeft verbleven;
|
||||
c. de vreemdeling is vrijgesteld van het inburgeringsvereiste omdat hij beschikt over een document als bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, onder b tot en met l, van het Besluit inburgering;
|
||||
d. de vreemdeling is vrijgesteld van het inburgeringsvereiste omdat hij voldoet aan een van de criteria, genoemd in artikel 2.5, onder a tot en met c, van het Besluit inburgering;
|
||||
e. de vreemdeling door het college van B&W is ontheven van de inburgeringsplicht omdat de vreemdeling heeft aangetoond door een psychische of lichamelijke belemmering, dan wel een verstandelijke handicap, blijvend niet in staat te zijn het inburgeringsexamen te behalen;
|
||||
f. de vreemdeling door het college van B&W is ontheven van de inburgeringsplicht omdat het college op grond van door de vreemdeling aantoonbaar geleverde inspanningen tot het oordeel komt dat het voor hem redelijkerwijs niet mogelijk is het inburgeringsexamen te behalen;
|
||||
g. naar het oordeel van de Minister voor I&A blijkens een door de vreemdeling overgelegd medisch advies, van een door het college van B&W aangewezen onafhankelijk arts, vanwege een psychische of lichamelijke belemmering, dan wel een verstandelijke handicap blijvend niet in staat is het inburgeringsexamen te behalen;
|
||||
h. toepassing daarvan naar het oordeel van de Minister voor I&A zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.
|
||||
|
||||
Minderjarige vreemdelingen zijn niet van rechtswege vanwege hun leeftijd vrijgesteld van het inburgeringsvereiste. Minderjarige vreemdelingen worden echter wel op grond van de hardheidsclausule vrijgesteld van het inburgeringsvereiste (zie ad h).
|
||||
d. de vreemdeling is vrijgesteld van het inburgeringsvereiste omdat hij voldoet aan het criterium genoemd in artikel 2.5 van het Besluit Inburgering;
|
||||
e. beschikt over een document als bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, onder i tot en met l, van het Besluit inburgering zoals dat luidde tot 1 januari 2013;
|
||||
f. de vreemdeling is vrijgesteld van het inburgeringsvereiste omdat hij voldoet aan een van de criteria genoemd in artikel 2.5, onder a tot en met c, van het Besluit inburgering, zoals dat luidde tot 1 januari 2013;
|
||||
g. de vreemdeling is ontheven van de inburgeringsplicht omdat de vreemdeling heeft aangetoond door een psychische of lichamelijke belemmering, dan wel een verstandelijke handicap, blijvend niet in staat te zijn het inburgeringsexamen te behalen;
|
||||
h. de vreemdeling is ontheven van de inburgeringsplicht omdat op grond van door de vreemdeling aantoonbaar geleverde inspanningen tot het oordeel is gekomen dat het voor hem redelijkerwijs niet mogelijk is het inburgeringsexamen te behalen;
|
||||
i. naar het oordeel van de Minister voor I&A blijkens een door de vreemdeling overgelegd medisch advies, van een door de Minister voor I&A aangewezen onafhankelijk arts, vanwege een psychische of lichamelijke belemmering, dan wel een verstandelijke handicap blijvend niet in staat is het inburgeringsexamen te behalen;
|
||||
j. toepassing daarvan naar het oordeel van de Minister voor I&A zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.
|
||||
|
||||
B1/4.7.2.1 ad b is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
B1/4.7.2.1 ad c en d is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
In artikel 3.107a, tweede lid, onder d, Vb is de doorwerking geregeld van de gemeentelijke ontheffing dat de vreemdeling wegens een psychische of lichamelijke belemmering, dan wel een verstandelijke handicap blijvend niet in staat is het inburgeringsexamen te behalen. Inburgeringsplichtige vreemdelingen worden op deze grond door het college van B&W van de inburgeringsplicht ontheven (zie artikel 6, eerste lid, Wet inburgering), nadat een onafhankelijke arts terzake een medisch advies heeft uitgebracht (zie artikel 2.8 Besluit inburgering). Deze beslissing van het college heeft dus ook tot gevolg dat het inburgeringsvereiste niet wordt gesteld in het kader van de aanvraag om een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd. De verleende ontheffing dient te blijken uit een afschrift van de beschikking van het college van B&W. De beschikking is op de dag van indiening van de aanvraag niet ouder dan drie jaar.
|
||||
B1/4.7.2.1 ad e en f is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
B1/4.7.2.1 ad f is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
In artikel 3.107a, tweede lid, onder e, Vb is de doorwerking geregeld van de gemeentelijke ontheffing (in geval dat de vreemdeling voor 1 januari 2013 inburgeringsplichtig is geworden) of die van DUO (in geval dat de vreemdeling na 31 december 2012 inburgeringsplichtig is geworden) dat de vreemdeling wegens een psychische of lichamelijke belemmering, dan wel een verstandelijke handicap blijvend niet in staat is het inburgeringsexamen te behalen. Inburgeringsplichtige vreemdelingen worden op deze grond van de inburgeringsplicht ontheven (zie artikel 6, eerste lid, Wet inburgering zoals deze luidde voor 1 januari 2013, en artikel 6, eerste lid, onder a, Wet inburgering), nadat een onafhankelijke arts terzake een medisch advies heeft uitgebracht (zie artikel 2.8, eerste lid Besluit inburgering). Deze beslissing heeft dus ook tot gevolg dat het inburgeringsvereiste niet wordt gesteld in het kader van de aanvraag om een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd. De verleende ontheffing dient te blijken uit een afschrift van de beschikking van het college van B&W of van DUO. De beschikking is op de dag van indiening van de aanvraag niet ouder dan drie jaar.
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 3.107a, derde lid, Vb kan de Minister voor I&A besluiten het inburgeringsvereiste buiten toepassing te laten, indien de vreemdeling naar het oordeel van de Minister blijkens een door de vreemdeling overgelegd medisch advies, van een door het college van B&W aangewezen onafhankelijk arts, wegens een psychische of lichamelijke belemmering, dan wel een verstandelijke handicap blijvend niet in staat is het inburgeringsexamen te behalen.
|
||||
In artikel 3.96a, tweede lid, onder e, Vb is ook de doorwerking geregeld van de gemeentelijke ontheffing (in geval dat de vreemdeling voor 1 januari 2013 inburgeringsplichtig is geworden) of die van DUO (in geval dat de vreemdeling na 31 december 2012 inburgeringsplichtig is geworden) dat het voor een vreemdeling vanwege aantoonbaar geleverde inspanningen redelijkerwijs niet mogelijk is het inburgeringsexamen te behalen. Inburgeringsplichtige vreemdelingen worden op deze grond van de inburgeringsplicht ontheven (zie artikel 31, tweede lid, Wet inburgering, zoals deze luidde voor 1 januari 2013, en artikel 6, eerste lid, onder b, Wet inburgering).Deze ontheffing werkt door in de procedure van een aanvraag om een verblijfsvergunning. De verleende ontheffing blijkt uit een afschrift van de beschikking van het college van B&W of van DUO. De beschikking is op de dag van indiening van de aanvraag niet ouder dan drie jaar.
|
||||
|
||||
De IND maakt ter beoordeling van de psychische of lichamelijke belemmering eveneens gebruik van het medische advies van de onafhankelijke arts (artikel 2.8 Besluit inburgering). Betrokkene toont zelf door middel van een ‘medisch advies inburgeringsexamen’ aan dat hij in aanmerking komt voor ontheffing. Hiervoor dient de procedure gevolgd te worden, zoals omschreven in B1/4.7.2.2.
|
||||
Op grond van artikel 3.107a, derde lid, Vb kan de Minister voor I&A besluiten het inburgeringsvereiste buiten toepassing te laten, indien de vreemdeling naar het oordeel van de Minister blijkens een door de vreemdeling overgelegd medisch advies, van een door de Minister voor I&A aangewezen onafhankelijk arts, wegens een psychische of lichamelijke belemmering, dan wel een verstandelijke handicap blijvend niet in staat is het inburgeringsexamen te behalen.
|
||||
|
||||
In geval dat de vreemdeling voor 1 januari 2013 inburgeringsplichtig is geworden kan ook een medisch advies worden overgelegd afkomstig van een door het college van B&W aangewezen onafhankelijk arts. De IND maakt ter beoordeling van de psychische of lichamelijke belemmering eveneens gebruik van het medische advies van de onafhankelijke arts (artikel 2.8, eerste lid Besluit inburgering). Betrokkene toont zelf door middel van een ‘medisch advies inburgeringsexamen’ aan dat hij in aanmerking komt voor ontheffing. Hiervoor dient de procedure gevolgd te worden, zoals omschreven in B1/4.7.2.2.
|
||||
|
||||
Deze ontheffingsgrond betreft de zogenaamde hardheidsclausule.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2225,17 +2226,15 @@ In artikel 3.107a, vierde lid, Vb is voorzien in een zogenoemde hardheidsclausul
|
|||
|
||||
Indien geen (afdoende) bewijs wordt overgelegd ter staving van het beroep op de hardheidsclausule, terwijl vast staat dat de vreemdeling hier wel schriftelijk op is gewezen, wordt de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd conform artikel 34 Vw in samenhang met artikel 3.107a, eerste lid, Vb afgewezen wegens het niet behalen van het inburgeringsexamen.
|
||||
|
||||
Bij de toepassing van de hardheidsclausule kan ondermeer worden gedacht aan de situaties in de volgende paragrafen.
|
||||
|
||||
Van minderjarige vreemdelingen wordt niet verwacht het inburgeringsexamen te behalen. Minderjarige vreemdelingen vallen om deze reden onder de hardheidsclausule.
|
||||
Bij de toepassing van de hardheidsclausule kan ondermeer worden gedacht aan de situaties in de volgende paragraaf.
|
||||
|
||||
De hardheidsclausule kan ook toegepast worden in de situaties waarin de Minister voor I&A op grond van door de vreemdeling aantoonbaar geleverde inspanningen tot het oordeel komt dat het voor deze vreemdeling redelijkerwijs niet mogelijk is het inburgeringsexamen te behalen.
|
||||
|
||||
B1/4.7.2.3, kopje B. *Beroep op het ondanks geleverde inspanning redelijkerwijs niet in staat kunnen worden geacht het inburgeringsexamen te behalen* is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
B1/4.7.2.3, kopje B. Beroep op het ondanks geleverde inspanning redelijkerwijs niet in staat kunnen worden geacht het inburgeringsexamen te behalen is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
Er is in ieder geval geen sprake van een zeer bijzonder geval, indien betrokkene stelt, hoewel inburgeringsplichtig, geen aanbod tot een inburgeringsvoorziening of geen inburgeringsvoorziening opgelegd te hebben gekregen of geen aanbod tot een taalkennisvoorziening te hebben gekregen van de gemeente of nimmer te hebben geweten het inburgeringsexamen behaald te moeten hebben.
|
||||
|
||||
Het inburgeringsvereiste zal nimmer buiten toepassing worden gelaten om die reden. De voorwaarden waaronder een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd wordt verleend waren reeds met inwerkingtreding van de Wet inburgering op 1 januari 2007 duidelijk. Van een onverwachte confrontatie met het inburgeringsvereiste is geen sprake. Het is de eigen verantwoordelijkheid van de vreemdeling om ingeburgerd te geraken.
|
||||
Het inburgeringsvereiste zal nimmer buiten toepassing worden gelaten om die reden. De voorwaarden waaronder een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd wordt verleend waren reeds met inwerkingtreding van de Wet inburgering op 1 januari 2007 duidelijk. Van een onverwachte confrontatie met het inburgeringsvereiste is geen sprake. Met de introductie van het vernieuwde inburgeringsstelsel per 1 januari 2013 worden aan de inburgeringsplichtige vreemdelingen geen inburgeringsvoorzieningen en taalkennisvoorzieningen meer aangeboden. Het is de eigen verantwoordelijkheid van de vreemdeling om ingeburgerd te geraken.
|
||||
|
||||
## 8. Gronden voor intrekking van de vergunning voor onbepaalde tijd
|
||||
|
||||
|
|
@ -2297,23 +2296,21 @@ Minderjarige vreemdelingen jonger dan twaalf jaar worden niet tot een redelijke
|
|||
|
||||
###### 2.1.1.1. Aanmelden
|
||||
|
||||
Voordat de asielaanvraag kan worden ingediend, moet een vreemdeling zich op grond van artikel 3.42a, eerste lid, VV in persoon aanmelden bij de aanmeldunit van de vreemdelingenpolitie in Ter Apel.
|
||||
|
||||
De minderjarige vreemdeling die niet wordt begeleid door een ouder of een wettelijk vertegenwoordiger moet zich op grond van artikel 3.42a, tweede lid, VV in persoon aanmelden bij de vreemdelingenpolitie in AC Schiphol.
|
||||
Voordat de asielaanvraag kan worden ingediend, moet een vreemdeling zich op grond van artikel 3.42a, VV in persoon aanmelden bij de aanmeldunit van de vreemdelingenpolitie in Ter Apel.
|
||||
|
||||
Met deze aanmelding start de rust- en voorbereidingstermijn (zie C11).
|
||||
|
||||
Indien een vreemdeling elders in Nederland tegenover de vreemdelingenpolitie te kennen geeft een asielaanvraag in te willen dienen, dan wordt hij, conform de hierboven beschreven verdeling, doorverwezen naar de aanmeldunit van de vreemdelingenpolitie in Ter Apel, of naar de vreemdelingenpolitie in AC Schiphol. Hiertoe wordt aan de vreemdeling een vervoerbewijs verstrekt. De vreemdelingenpolitie kan hiervoor vervoersbewijzen verkrijgen bij de IND AC Ter Apel of AC Schiphol.
|
||||
Indien een vreemdeling elders in Nederland tegenover de vreemdelingenpolitie te kennen geeft een asielaanvraag in te willen dienen, dan wordt hij doorverwezen naar de aanmeldunit van de vreemdelingenpolitie in Ter Apel. Voor vreemdelingen aan wie op grond van de Vreemdelingenwet rechtens hun vrijheid is of wordt ontnomen, geldt het beleid als geformuleerd in C9/2.1.3 en C12/2.3.
|
||||
|
||||
Indien de vreemdeling wordt aangetroffen door de KMar in het kader van het MTV, en de vreemdeling aangeeft asiel te willen aanvragen, verkrijgt de KMar de vervoersbewijzen via de lokale vreemdelingenpolitie.
|
||||
Indien de vreemdeling wordt aangetroffen door de KMar in het kader van het MTV, en de vreemdeling aangeeft asiel te willen aanvragen en geen aanleiding bestaat de vreemdelingen in bewaring te stellen verkrijgt de KMar hiervoor vervoersbewijzen via de lokale vreemdelingenpolitie.
|
||||
|
||||
Het vorenstaande geldt niet voor de (minderjarige) vreemdeling die niet voldoet aan de voorwaarden voor toegang als bedoeld in artikel 5, eerste lid, SGC, dan wel artikel 3 Vw en die aan een buitengrens te kennen geeft asiel te willen aanvragen.
|
||||
Het vorenstaande geldt niet voor de vreemdeling die niet voldoet aan de voorwaarden voor toegang als bedoeld in artikel 5, eerste lid, SGC, dan wel artikel 3 Vw en die aan een buitengrens te kennen geeft asiel te willen aanvragen.
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 3, derde lid, Vw moet de ambtenaar belast met de grensbewaking in dat geval een voornemen tot toegangsweigering voorleggen aan het Hoofd van de IND (zie A/2.5.5). Het Hoofd van de IND is bevoegd om in een dergelijke situatie een aanwijzing te geven omtrent het al dan niet weigeren van de toegang aan de vreemdeling in kwestie. De ambtenaar belast met de grensbewaking wijst vervolgens door middel van een beschikking op grond van artikel 6, eerste lid, juncto tweede lid, Vw, het AC Schiphol aan als plaats of ruimte waar de vreemdeling zich dient op te houden. Voor deze aanwijzing gelden geen nadere criteria dan de omstandigheid dat de toegang is geweigerd. De vreemdeling wordt op zijn rechtsmiddelen gewezen en de benodigde informatiefolders worden uitgereikt. De vreemdeling en zijn bescheiden worden vervolgens zo spoedig mogelijk door de KMar of de ZHP overgedragen aan AC Schiphol.
|
||||
|
||||
Van vorenstaande procedure kan worden afgeweken, indien de vreemdeling deel uitmaakt van een grotere groep vreemdelingen die op hetzelfde moment aan de buitengrens arriveert en asiel wil aanvragen en er aanleiding bestaat om uitgebreid onderzoek te plegen naar de herkomst of de oorzaak daarvan, of de beschikbare capaciteit in AC Schiphol niet voldoende is om deze groep vreemdelingen zo spoedig mogelijk in de asielprocedure op te nemen. In dat geval kan door de IND worden besloten om deze vreemdelingen voorafgaand aan de algemene asielprocedure in AC Schiphol, of gedurende de gehele asielprocedure, op te houden in de grenslogies op grond van artikel 6 Vw (met grenslogies wordt bedoeld een ruimte als bedoeld in artikel 6 Vw, niet zijnde AC Schiphol). De ambtenaar belast met de grensbewaking wijst in dit geval door middel van een beschikking op grond van artikel 6, eerste lid, juncto tweede lid Vw, een grenslogies aan als plaats of ruimte waar de vreemdeling zich dient op te houden. Ook in dit geval wordt de vreemdeling op zijn rechtsmiddelen gewezen en worden de benodigde informatiefolders uitgereikt. Wanneer de vreemdeling na het verblijf in het grenslogies alsnog in de algemene asielprocedure in AC Schiphol wordt opgenomen, wordt door de ambtenaar belast met grensbewaking het AC Schiphol aangewezen als plaats of ruimte waar de vreemdeling zich dient op te houden. Dit gebeurt door middel van het geven van een nieuwe plaatsingsbeschikking.
|
||||
Van vorenstaande procedure kan worden afgeweken, indien de vreemdeling deel uitmaakt van een grotere groep vreemdelingen die op hetzelfde moment aan de buitengrens arriveert en asiel wil aanvragen en er aanleiding bestaat om uitgebreid onderzoek te plegen naar de herkomst of de oorzaak daarvan, of de beschikbare capaciteit in AC Schiphol niet voldoende is om deze groep vreemdelingen op korte termijn in de asielprocedure op te nemen. In dat geval kan door de IND worden besloten om deze vreemdelingen voorafgaand aan de algemene asielprocedure in AC Schiphol, of gedurende de gehele asielprocedure, op te houden in de grenslogies op grond van artikel 6 Vw (met grenslogies wordt bedoeld een ruimte als bedoeld in artikel 6 Vw, niet zijnde AC Schiphol). De ambtenaar belast met de grensbewaking wijst in dit geval door middel van een beschikking op grond van artikel 6, eerste lid, juncto tweede lid Vw, een grenslogies aan als plaats of ruimte waar de vreemdeling zich dient op te houden. Ook in dit geval wordt de vreemdeling op zijn rechtsmiddelen gewezen en worden de benodigde informatiefolders uitgereikt. Wanneer de vreemdeling na het verblijf in het grenslogies alsnog in de algemene asielprocedure in AC Schiphol wordt opgenomen, wordt door de ambtenaar belast met grensbewaking het AC Schiphol aangewezen als plaats of ruimte waar de vreemdeling zich dient op te houden. Dit gebeurt door middel van het geven van een nieuwe plaatsingsbeschikking.
|
||||
|
||||
De beoordeling of er sprake is van een grote groep vreemdelingen wordt gemaakt door de IND. Daarbij wordt rekening gehouden met het aantal vreemdelingen dat op dat moment reeds de algemene asielprocedure in AC Schiphol doorloopt, de beschikbare capaciteit bij de IND en ketenpartners en de beschikbaarheid van tolken.
|
||||
De beoordeling of sprake is van een grote groep vreemdelingen wordt gemaakt door de IND. Daarbij wordt rekening gehouden met het aantal vreemdelingen dat op dat moment reeds de algemene asielprocedure in AC Schiphol doorloopt, de beschikbare capaciteit bij de IND en ketenpartners en de beschikbaarheid van tolken.
|
||||
|
||||
Tegen de vrijheidsontnemende maatregel van artikel 6 Vw, kan de vreemdeling op grond van artikel 93 Vw en artikel 8:1 Awb beroep instellen bij de rechtbank (zie A6/6).
|
||||
|
||||
|
|
@ -2325,7 +2322,7 @@ Voor meer informatie over de BVV wordt voorts verwezen naar A1/6.3.
|
|||
|
||||
In het kader van artikel 4 Verordening 2725/2000, dienen de vingerafdrukken van vreemdelingen van veertien jaar en ouder verplicht te worden geregistreerd in de Europese vingerafdrukkencollectie van asielzoekers in de EU (Eurodac) in categorie 1. Ook deze handeling wordt direct verricht bij de aanmelding van de asielzoeker, door de ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen of de ambtenaar belast met grensbewaking.
|
||||
|
||||
Indien er sprake is van een hitmelding van de ingevoerde vingerafdrukken met de Europese vingerafdrukkencollectie dan betekent dit dat betrokkene al bekend is vanwege een asielaanvraag (code 1) dan wel een illegale inreis (code 2) in een andere EU-lidstaat. In verband met de toepassing van Verordening 343/2003 stelt de vreemdelingendienst/KMar aan de vreemdeling een aantal aanvullende vragen. De hitmelding en de aanvullende informatie worden onmiddellijk doorgegeven aan de IND.
|
||||
Indien sprake is van een hitmelding van de ingevoerde vingerafdrukken met de Europese vingerafdrukkencollectie dan betekent dit dat betrokkene al bekend is vanwege een asielaanvraag (code 1) dan wel een illegale inreis (code 2) in een andere EU-lidstaat. In verband met de toepassing van Verordening 343/2003 stelt de vreemdelingendienst/KMar aan de vreemdeling een aantal aanvullende vragen. De hitmelding en de aanvullende informatie worden onmiddellijk doorgegeven aan de IND.
|
||||
|
||||
###### 2.1.1.2. Indienen van een asielaanvraag in het AC
|
||||
|
||||
|
|
@ -2333,13 +2330,11 @@ De aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd als bedoeld in a
|
|||
|
||||
In uitzondering hierop dienen vreemdelingen aan wie de toegang is geweigerd, op grond van artikel 3.42, derde lid, VV, hun asielaanvraag in AC Schiphol in.
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 3.42, tweede lid, VV dienen minderjarige vreemdelingen die niet worden begeleid door een ouder of een wettelijk vertegenwoordiger en aan wie de toegang niet is geweigerd, hun asielaanvraag in AC Den Bosch in.
|
||||
|
||||
Het indienen van de aanvraag in het AC vindt plaats door de vreemdeling of zijn wettelijk vertegenwoordiger in de gelegenheid te stellen het formulier betreffende het aanvragen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd te ondertekenen (zie bijlage 13 VV). Aan de vreemdeling wordt een afschrift van het door hem ondertekende aanvraagformulier verstrekt. Dit gebeurt tijdens de algemene asielprocedure (zie C12).
|
||||
|
||||
##### 2.1.2. Vreemdelingen die een tweede of volgende aanvraag willen indienen
|
||||
|
||||
Vreemdelingen die een tweede of volgende aanvraag willen indienen moeten zich, voordat zij een aanvraag in een AC kunnen indienen, op grond van artikel 3.42a, eerste lid, VV in persoon aanmelden bij de aanmeldunit van de vreemdelingenpolitie in Ter Apel. De minderjarige vreemdeling die niet wordt begeleid door een ouder of een wettelijk vertegenwoordiger moet zich op grond van artikel 3.42a, tweede lid, VV in persoon aanmelden bij de vreemdelingenpolitie in AC Schiphol.
|
||||
De vreemdeling die een tweede of volgende aanvraag wil indienen, moet zich, voordat hij een aanvraag in een AC indient, op grond van artikel 3.42a, VV in persoon aanmelden bij de aanmeldunit van de vreemdelingenpolitie in Ter Apel.
|
||||
|
||||
Wanneer een vreemdeling aan wie de maatregel van artikel 6, eerste en tweede lid, Vc is opgelegd een tweede of een volgende aanvraag in wil dienen, is het gestelde in C12/2.3 van toepassing.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2357,17 +2352,15 @@ Of de vreemdeling ter behandeling van de asielaanvraag wordt overgeplaatst naar
|
|||
|
||||
Indien niet wordt besloten tot overplaatsing naar het AC Schiphol, neemt de KMar of de vreemdelingenpolitie de asielaanvraag in ontvangst en zendt deze, samen met het model M56 (kennisgeving aanvraag verblijfsvergunning door een inbewaringgestelde vreemdeling) door naar de IND. In deze gevallen reikt de KMar dan wel de vreemdelingenpolitie bij het in ontvangst nemen van de aanvraag de brochure bedoeld in artikel 3.43a VV uit.
|
||||
|
||||
Het indienen van de asielaanvraag heeft niet tot gevolg dat de vreemdelingenbewaring op grond van artikel 59 Vw om die enkele reden wordt opgeheven. Wel moet de Korpschef, de Commandant van de KMar of de Algemeen Directeur van de DT&V, gelet op artikel 5.3, tweede lid, Vb, de grond van de inbewaringstelling zo spoedig mogelijk wijzigen. Deze maatregel moet, net zoals de inbewaringstelling zelf, worden gemotiveerd en uitgereikt aan de vreemdeling. De vreemdeling verblijft vervolgens niet langer in bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, onder a, Vw, maar op grond van artikel 59, eerste lid, onder b, Vw. Dit is alleen anders indien de vreemdeling in kwestie een ongewenst verklaarde vreemdeling betreft, omdat een ongewenst verklaarde vreemdeling door de indiening van een asielaanvraag geen rechtmatig verblijf verkrijgt. In dat geval duurt de bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, onder a, Vw, voort.
|
||||
|
||||
Het wijzigen van de grond van de inbewaringstelling vindt ook plaats wanneer de vreemdeling ter behandeling van de asielaanvraag is overgebracht naar het AC Schiphol en gebeurt in dat geval nadat de asielaanvraag in het AC is ingediend.
|
||||
Het indienen van de asielaanvraag heeft niet tot gevolg dat de vreemdelingenbewaring op grond van artikel 59 Vw om die enkele reden wordt opgeheven. Wel moet de Korpschef, de Commandant van de KMar of de Algemeen Directeur van de DT&V, gelet op artikel 5.3, tweede lid, Vb, de grond van de inbewaringstelling zo spoedig mogelijk nadat de vreemdeling te kennen heeft gegeven een asielverzoek te willen indienen, wijzigen. Deze maatregel moet, net zoals de inbewaringstelling zelf, worden gemotiveerd en uitgereikt aan de vreemdeling. De vreemdeling verblijft vervolgens niet langer in bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, onder a, Vw, maar op grond van artikel 59, eerste lid, onder b, Vw.
|
||||
|
||||
Het indienen van de asielaanvraag door een vreemdeling aan wie rechtens de vrijheid is ontnomen, heeft evenmin tot gevolg dat de uitzettingshandelingen worden stopgezet of opgeschort, met dien verstande dat de uitgangspunten van de asielprocedure niet worden aangetast. Zo blijven handelingen waarbij contact wordt gelegd met de autoriteiten van het land van herkomst in beginsel achterwege (zie A4/4.1).
|
||||
|
||||
Vreemdelingen aan wie op strafrechtelijke gronden de vrijheid is ontnomen worden ter behandeling van een asielaanvraag niet overgebracht naar het AC Schiphol. De asielaanvraag wordt in die gevallen ingediend in de plaats waar de vrijheidsontneming ten uitvoer wordt gelegd.
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 4 Verordening 2725/2000 worden door de vreemdelingenpolitie of KMar de vingerafdrukken van alle vreemdelingen van veertien jaar en ouder die asiel aanvragen geregistreerd in Eurodac in categorie 1. Categorie 1 is uitsluitend beschikbaar bij de AC’s en bij de unit Dublin van de IND. Het vingerafdrukkenformulier van asielzoekers in vreemdelingenbewaring moet door de vreemdelingenpolitie of KMar aan de IND in AC Schiphol worden verzonden, onder vermelding van het Vreemdelingennummer. Indien het dossier niet naar AC Schiphol wordt verstuurd, moet het vingerafdrukkenformulier naar de unit Dublin van de IND worden gezonden onder vermelding van ‘registratie in categorie 1 in Eurodac vanwege asiel in bewaring’.
|
||||
Op grond van artikel 4 Verordening 2725/2000 worden door de vreemdelingenpolitie of KMar de vingerafdrukken van alle vreemdelingen van veertien jaar en ouder die asiel aanvragen geregistreerd in Eurodac in categorie 1. Omdat de meeste Eurodac-stations daartoe niet zijn geautoriseerd, stuurt de vreemdelingenpolitie of KMar het vingerafdrukkenformulier van asielzoekers in vreemdelingenbewaring naar de IND op AC Schiphol, onder vermelding van het vreemdelingennummer. De IND ziet er vervolgens op toe dat de vingerafdrukken in Eurodac worden geregistreerd.
|
||||
|
||||
Het kan voorkomen dat al in het kader van de terugkeer van betrokkene een raadpleegactie in Eurodac is uitgevoerd in categorie 3 en dat daaruit is gebleken dat betrokkene al in een ander land asiel heeft aangevraagd. Dit ontslaat de vreemdelingenpolitie of KMar niet van de verplichting de vingerafdrukken te registreren in categorie 1. In het kader van de asielregistratie zal Eurodac een nieuwe vergelijking uitvoeren. Indien de vingerafdrukken al voorkomen in het bestand, zal in het kader van de verantwoordelijkheid voor de asielaanvraag een nieuwe hitmelding volgen.
|
||||
Het kan voorkomen dat al in het kader van de terugkeer van betrokkene een raadpleegactie in Eurodac is uitgevoerd in categorie 3 en dat daaruit is gebleken dat betrokkene al in een ander land asiel heeft aangevraagd. Dit ontslaat de vreemdelingenpolitie of KMar niet van de verplichting om wanneer de vreemdeling te kennen geeft een asielverzoek te willen indienen de vingerafdrukken te (laten) registreren in categorie 1. In het kader van de asielregistratie zal Eurodac een nieuwe vergelijking uitvoeren. Indien de vingerafdrukken al voorkomen in het bestand, zal in het kader van de verantwoordelijkheid voor de asielaanvraag een nieuwe hitmelding volgen.
|
||||
|
||||
##### 2.1.4. Uitgenodigde vluchtelingen
|
||||
|
||||
|
|
@ -2467,15 +2460,15 @@ Tijdens de rust- en voorbereidingstermijn heeft de vreemdeling rechtmatig verbli
|
|||
|
||||
#### 2.1. Algemeen
|
||||
|
||||
Een vreemdeling die niet in aanmerking komt voor een rust- en voorbereidingstermijn (zie C11/2.2 tot en met 2.5) heeft voorafgaand aan de indiening van de asielaanvraag in een AC geen rechtmatig verblijf en heeft gedurende deze periode geen recht op opvang. De algemene asielprocedure van de vreemdeling start in dit geval direct of in ieder geval zo spoedig mogelijk nadat hij op de daartoe aangewezen plaats te kennen heeft gegeven een asielaanvraag te willen indienen.
|
||||
Wanneer een vreemdeling niet in aanmerking komt voor een rust- en voorbereidingstermijn (zie C11/2.2 tot en met 2.5) dan start de algemene asielprocedure direct of in ieder geval zo spoedig mogelijk nadat hij op de daartoe aangewezen plaats te kennen heeft gegeven een asielaanvraag te willen indienen.
|
||||
|
||||
Indien tijdens de rust- en voorbereidingstermijn blijkt dat een vreemdeling niet langer voor de rust- en voorbereidingstermijn in aanmerking komt, stopt de rust- en voorbereidingstermijn en daarmee ook het daaraan verbonden rechtmatig verblijf inclusief opvang.
|
||||
Indien tijdens de rust- en voorbereidingstermijn blijkt dat een vreemdeling niet langer voor de rust- en voorbereidingstermijn in aanmerking komt, stopt de rust- en voorbereidingstermijn.
|
||||
|
||||
De algemene asielprocedure van de vreemdeling start direct of in ieder geval zo spoedig mogelijk na constatering van het feit dat de vreemdeling niet langer recht heeft op de rust- en voorbereidingstermijn.
|
||||
|
||||
Eventuele reeds geplande activiteiten die tijdens de rust- en voorbereidingstermijn zouden plaatsvinden vinden geen doorgang meer.
|
||||
|
||||
Het vorenstaande geldt niet voor vreemdelingen die hun asielaanvraag indienen in AC Schiphol. Voor hen geldt het gestelde in C11/2.6.
|
||||
Voor vreemdelingen die hun asielaanvraag indienen in AC Schiphol geldt het gestelde in C11/2.6.
|
||||
|
||||
#### 2.2. De vreemdeling vormt een gevaar voor de openbare orde of nationale veiligheid
|
||||
|
||||
|
|
@ -2525,11 +2518,11 @@ Wanneer wordt besloten de asielaanvraag niet in AC Schiphol te laten indienen, k
|
|||
|
||||
#### 2.6. AC Schiphol
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 3.109, zevende lid, Vb juncto artikel 3.49, eerste lid, VV, is de rust- en voorbereidingstermijn niet van toepassing op vreemdelingen die de asielaanvraag conform C9/2.1.1.2 en C9/2.1.3 indienen in AC Schiphol. De procedure van deze categorie vreemdelingen, wijkt echter af van het gestelde in C11/2.1.
|
||||
Op grond van artikel 3.109, zevende lid, Vb juncto artikel 3.49, eerste lid, VV, is de rust- en voorbereidingstermijn niet van toepassing op vreemdelingen die de asielaanvraag conform C9/2.1.1.2 en C9/2.1.3 indienen in AC Schiphol.
|
||||
|
||||
Hoewel de vreemdeling, nadat hij naar AC Schiphol is overgebracht, zo spoedig mogelijk in de gelegenheid wordt gesteld om de asielaanvraag in te dienen, vinden voorafgaand aan de indiening van de asielaanvraag wel zoveel mogelijk de activiteiten plaats die normaliter in de rust- en voorbereidingstermijn plaatsvinden.
|
||||
Nadat de vreemdeling is overgebracht naar AC Schiphol vinden voorafgaand aan de indiening van de activiteiten plaats die normaliter in de rust- en voorbereidingstermijn plaatsvinden, tenzij zich een situatie voordoet als bedoeld in C11/2.2, C11/2.3 of C11/2.4. In dat geval blijven deze activiteiten achterwege.
|
||||
|
||||
Dat wil zeggen dat de vreemdeling voorafgaand aan het indienen van de aanvraag wordt voorgelicht over de procedure door een medewerker van VWN, dat hij wordt voorbereid op de procedure door een rechtsbijstandverlener en dat er – indien de vreemdeling daar toestemming voor verleent – ten aanzien van hem een medisch advies zal worden ingewonnen (zie C11/3 tot en met C11/6). Deze activiteiten zullen echter in zeer kort tijdsbestek – minder dan zes dagen – plaatsvinden. Gedurende de periode voorafgaand aan de indiening van de aanvraag en gedurende de algemene asielprocedure, verblijft de vreemdeling op grond van artikel 6, eerste en tweede lid, of artikel 59 Vw in AC Schiphol.
|
||||
Gedurende de periode voorafgaand aan de indiening van de aanvraag en gedurende de algemene asielprocedure, verblijft de vreemdeling op grond van artikel 6, eerste en tweede lid, of artikel 59 Vw in AC Schiphol.
|
||||
|
||||
### 3. Onderzoek in de rust- en voorbereidingstermijn
|
||||
|
||||
|
|
@ -3475,18 +3468,23 @@ Op grond van artikel 42 Vw dient de afwijzende beschikking inhoudelijk gemotivee
|
|||
|
||||
#### 3.1. De beschikking in de algemene asielprocedure
|
||||
|
||||
Wanneer de asielaanvraag wordt behandeld in de algemene asielprocedure, wordt de beschikking op grond van artikel 3.114, zesde lid, Vb uiterlijk op de achtste (of veertiende) dag door de IND aan de vreemdeling uitgereikt. Voor zover de vreemdeling in de rust- en voorbereidingstermijn in het bezit was gesteld van een W2-document, wordt dit document bij de uitreiking van de beschikking ingenomen.
|
||||
Wanneer de asielaanvraag wordt behandeld in de algemene asielprocedure, wordt de beschikking op grond van artikel 3.114, zesde lid, Vb uiterlijk op de achtste (of veertiende) dag toegezonden aan de gemachtigde van de vreemdeling.
|
||||
|
||||
De rechtsbijstandverlener krijgt onverwijld een afschrift van de beschikking, indien de vreemdeling daar geen bezwaar tegen heeft.
|
||||
In de volgende situaties reikt de IND de beschikking zo mogelijk en in afwijking van het vorenstaande, uit aan de vreemdeling:
|
||||
|
||||
Op of in de aan de vreemdeling uitgereikte beschikking, dan wel op een daarbij gevoegd formulier staat in elk geval vermeld:
|
||||
• Van de vreemdeling is geen gemachtigde bekend;
|
||||
• Het betreft een afwijzing van een tweede of opvolgende asielaanvraag;
|
||||
• In de afwijzende beschikking wordt tevens een inreisverbod uitgevaardigd met de rechtsgevolgen van artikel 66a, zesde lid, Vw (zie ook B1/9.7.7.1);
|
||||
• De DT&V, COA, Vreemdelingenpolitie, Koninklijke Marechaussee en/of IND hebben in onderlinge samenspraak vastgesteld dat uitreiking in persoon aangewezen is, bijvoorbeeld omdat onmiddellijk vertrek uit Nederland wordt aangezegd.
|
||||
|
||||
• de datum, tijdstip en wijze van uitreiking beschikking;
|
||||
• de naam of het dienstnummer van de uitreikende ambtenaar;
|
||||
In een aan de vreemdeling uitgereikte of verzonden beschikking, dan wel op een daarbij gevoegd formulier staat in elk geval vermeld:
|
||||
|
||||
• de datum, tijdstip en wijze van kenbaar maken van de beschikking;
|
||||
• de naam van de uitreikende ambtenaar;
|
||||
• een mededeling omtrent de voor de asielzoeker eventueel aan te wenden rechtsmiddelen;
|
||||
• de termijn waarbinnen de asielzoeker Nederland dient te verlaten (zie C22/2).
|
||||
|
||||
Indien het niet mogelijk is de beschikking aan de vreemdeling uit te reiken omdat hij met onbekende bestemming is vertrokken, dan wel zich niet heeft gehouden aan een aanwijzing gebaseerd op artikel 55, eerste lid, Vw, dan wordt de beschikking verzonden aan de rechtsbijstandverlener. Is er geen rechtsbijstandverlener bekend, dan legt de IND in een rapport van bevindingen vast dat het niet mogelijk is de beschikking uit te reiken, terwijl vaststaat dat de asielzoeker het AC met onbekende bestemming heeft verlaten, dan wel zich niet heeft gehouden aan een aanwijzing gebaseerd op artikel 55, eerste lid, Vw. Tevens wordt in het rapport van bevindingen medegedeeld dat er geen rechtsbijstandverlener bekend is, dat de beschikking ter inzage ligt en dat de melding van terinzagelegging van de beschikking zal worden aangeplakt op een centrale plek in het AC. De melding van terinzagelegging wordt op de daarvoor bestemde plek in het AC opgehangen. De beschikking is hiermee bekendgemaakt.
|
||||
Indien het in bovengenoemde situaties niet mogelijk is de beschikking aan de vreemdeling uit te reiken omdat hij met onbekende bestemming is vertrokken, dan wel zich niet heeft gehouden aan een aanwijzing gebaseerd op artikel 55, eerste lid, Vw, dan wordt de beschikking verzonden aan de gemachtigde. Is er geen gemachtigde bekend, dan legt de IND in een rapport van bevindingen vast dat het niet mogelijk is de beschikking uit te reiken, terwijl vaststaat dat de asielzoeker het AC met onbekende bestemming heeft verlaten, dan wel zich niet heeft gehouden aan een aanwijzing gebaseerd op artikel 55, eerste lid, Vw. Tevens wordt in het rapport van bevindingen medegedeeld dat er geen gemachtigde bekend is, dat de beschikking ter inzage ligt en dat de melding van terinzagelegging van de beschikking zal worden aangeplakt op een centrale plek in het AC. De melding van terinzagelegging wordt op de daarvoor bestemde plek in het AC opgehangen. De beschikking is hiermee bekendgemaakt.
|
||||
|
||||
Deze werkwijze geldt voor zowel afwijzende als inwilligende beschikkingen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -3508,7 +3506,7 @@ Op grond van artikel 3.122 Vb wordt de vreemdeling aan wie een verblijfsvergunni
|
|||
|
||||
Aan de gemachtigde van de asielzoeker wordt een schriftelijke, gemotiveerde beschikking toegezonden. Indien geen gemachtigde bekend is, wordt de beschikking aangetekend naar het laatst bekende adres van de asielzoeker verzonden.
|
||||
|
||||
Op of in de aan de asielzoeker te verzenden beschikking dan wel op een daarbij gevoegd formulier staat in elk geval vermeld:
|
||||
In de aan de asielzoeker te verzenden beschikking dan wel op een daarbij gevoegd formulier staat in elk geval vermeld:
|
||||
|
||||
• de datum en wijze van kenbaar maken van de beschikking;
|
||||
• een mededeling omtrent de voor de asielzoeker eventueel aan te wenden rechtsmiddelen;
|
||||
|
|
@ -3516,21 +3514,21 @@ Op of in de aan de asielzoeker te verzenden beschikking dan wel op een daarbij g
|
|||
|
||||
Als de beschikking aan de IND wordt geretourneerd omdat het poststuk niet is opgehaald, controleert de IND of het naar het juiste adres is verzonden, en of de vreemdeling niet is verhuisd. Zonodig wordt de beschikking opnieuw verzonden. De IND kan de vreemdelingenpolitie verzoeken een adrescontrole te laten uitvoeren en een model M100 op te maken. In een rapport van bevindingen legt de IND vast welke pogingen zijn ondernomen om de beschikking aan de vreemdeling kenbaar te maken.
|
||||
|
||||
Indien de vreemdeling tevens ongewenst wordt verklaard, wordt de beschikking uitgereikt door de vreemdelingenpolitie (zie A5/3.3). Indien het niet mogelijk is de beschikking uit te reiken, omdat de vreemdeling is verhuisd zonder de vreemdelingenpolitie in kennis te stellen van een nieuw adres, zendt de vreemdelingenpolitie de beschikking naar het laatst bekende adres.
|
||||
|
||||
Als de beschikking wordt geretourneerd omdat de geadresseerde er niet meer woont, vermeldt de vreemdelingenpolitie in een proces-verbaal dat het niet mogelijk is de beschikking uit te reiken, terwijl vaststaat dat hij niet verblijft op het laatst bekende adres. Vervolgens worden de beschikking en het proces-verbaal gezonden aan de IND. Indien de vreemdeling is vertrokken uit een opvangvoorziening behoeft de beschikking niet vanuit diezelfde opvangvoorziening te worden verzonden. De vreemdelingenpolitie maakt in dat geval een proces-verbaal op en zendt dit met de beschikking naar de IND.
|
||||
Indien de afwijzende beschikking tevens een inreisverbod inhoudt, geldt hetgeen hieromtrent is opgenomen in B1/9.7.7.1 met betrekking tot het uitreiken van beschikkingen waarin een inreisverbod is opgenomen.
|
||||
|
||||
#### 3.3. De beschikking bij vrijheidsbeneming
|
||||
|
||||
Als de vreemdeling een gemachtigde heeft, wordt de beschikking van de vreemdeling aan wie de vrijheid is ontnomen naar de gemachtigde verzonden. Indien de vreemdeling geen gemachtigde heeft, wordt de beschikking door de vreemdelingenpolitie dan wel de KMar aan de asielzoeker uitgereikt.
|
||||
|
||||
Op of in de aan de asielzoeker uitgereikte beschikking, dan wel op een daarbij gevoegd formulier staat in elk geval vermeld:
|
||||
In de aan de asielzoeker uitgereikte beschikking, dan wel op een daarbij gevoegd formulier staat in elk geval vermeld:
|
||||
|
||||
• de datum, tijdstip en wijze van uitreiking beschikking;
|
||||
• de naam of het dienstnummer van de uitreikende ambtenaar;
|
||||
• de naam van de uitreikende ambtenaar;
|
||||
• een mededeling omtrent de voor de asielzoeker eventueel aan te wenden rechtsmiddelen;
|
||||
• de termijn waarbinnen de asielzoeker Nederland dient te verlaten (zie C22/2).
|
||||
|
||||
In afwijking van hetgeen hieromtrent is opgenomen in B1/9.7.7.1 met betrekking tot het uitreiken van beschikkingen waarin een inreisverbod is opgenomen, wordt een beschikking waarbij tevens een inreisverbod wordt uitgevaardigd met de rechtsgevolgen van artikel 66a, zesde lid, Vw aan de gemachtigde verzonden in plaats van uitreiken. Tevens wordt van deze toezending melding gemaakt in de Staatscourant. Indien de vreemdeling geen gemachtigde heeft, wordt de beschikking door de vreemdelingenpolitie dan wel de KMar aan de asielzoeker uitgereikt.
|
||||
|
||||
#### 3.4. De beschikking als een ander land verantwoordelijk is
|
||||
|
||||
Indien in het kader van de Verordening 343/2003 een claim is gehonoreerd en de asielaanvraag derhalve op grond van artikel 30, eerste lid onder a, Vw wordt afgewezen, wordt de beschikking aan de gemachtigde van de asielzoeker toegezonden. Indien geen gemachtigde bekend is, wordt de beschikking aangetekend naar het laatst bekende adres van de asielzoeker verzonden.
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue