2020-01-01 | BWBR0045068 | Omzetbelasting. Toelichting snelle oplossingen btw

This commit is contained in:
Coornhert 2020-01-01 12:00:00 +00:00
parent f952e8d9d9
commit 352f51ccb5

View file

@ -31,10 +31,6 @@ Op 1 januari 2020 zijn de zogenoemde snelle oplossingen of quick fixes
| uitvoeringsbesluit: | Uitvoeringsbesluit omzetbelasting 1968 |
| wet: | Wet op de omzetbelasting 1968 |
### 1.2. Verwerkt kennisgroepantwoord
In het besluit is het kennisgroepantwoord nr. KG:210:2024:3 (vereenvoudigde ABC; levering in keten) verwerkt.1KG:210:2024:3 (Vereenvoudigde ABC; levering in keten) | Kennisgroepen (belastingdienst.nl)
## 2. Juridisch kader
De snelle oplossingen zijn op 1 januari 2020 grotendeels2Artikel 5c, lid 4, van Richtlijn 2018/1910 treedt in werking bij de implementatie van de btw-richtlijnen elektronische handel (richtlijn (EU) 2017/2455, richtlijn 2009/132/EG en richtlijn (EU) 2019/1955. in werking getreden. Ze zijn opgenomen in de artikelen 17 bis, 36 bis, 138, 243 en 262 van de richtlijn en in de artikelen 45 bis en 54 bis van de uitvoeringsverordening. De uitvoeringsverordening heeft rechtstreekse werking en behoeft daarom niet te worden omgezet in nationale wetgeving. De bepalingen uit de richtlijn zijn geïmplementeerd in de artikelen 3b, 5c, 34 en 37a van de wet en artikel 12 van het uitvoeringsbesluit.
@ -67,46 +63,6 @@ Voor het bepalen of sprake is van vervanging van de afnemer wordt de Toeli
### 4.4. Regeling inzake voorraad op afroep en de Brexit
In de 117^e vergadering van het btw-comité (d.d. 16 november 2020) zijn de gevolgen besproken die de Brexit heeft voor de toepassing van de regeling inzake voorraad op afroep. Het gaat daarbij om goederen die onder toepassing van deze regeling uiterlijk op 31 december 20208Op 31 december 2020 is de overgangsperiode voor het VK geëindigd (zie artikel 126 van het Terugtrekkingsakkoord (Akkoord inzake de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland uit de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (2019/C 284 I/01)). van Nederland naar het Verenigd Koninkrijk of vice versa zijn overgebracht en ná 31 december 2020 binnen de in artikel 3b, vierde lid, van de wet bedoelde termijn worden geleverd of teruggezonden. Het overleg binnen het btw-comité heeft geresulteerd in de bijna unanieme vaststelling van guideline nr. taxud.c1 (2021) 1757771-1006. Nederland onderschrijft de guideline. Hierna wordt nader ingegaan op de inhoud van de guideline.
De toepassing van de regeling inzake voorraad op afroep is gebonden aan de in artikel 3b, vierde lid, van de wet bedoelde termijn van twaalf maanden.9D.w.z. dat de goederen binnen twaalf maanden na aankomst in de lidstaat waarnaar zij zijn verzonden of vervoerd moeten worden geleverd aan de ondernemer bedoeld in artikel 3b, tweede lid, onderdeel c, of het zesde lid, van de wet of worden teruggezonden naar de in artikel 3b, vijfde lid, van de wet bedoelde ondernemer. Hierbij geldt dat geen van de situaties genoemd in artikel 3b, zevende lid, zich hebben voorgedaan. Goederen die onder de regeling iwetnzake voorraad op afroep uiterlijk op 31 december 2020 vanuit Nederland naar het Verenigd Koninkrijk (hierna: het VK) of vice versa zijn verzonden of vervoerd, kunnen uiterlijk tot en met 31 december 2021 onder deze regeling worden geleverd in het VK of in Nederland of worden teruggezonden naar Nederland of het VK. Hoewel de goederen fysiek vóór de Brexit zijn overgebracht, vindt de intracommunautaire levering of verwerving van deze goederen in het kader van de regeling inzake voorraad op afroep pas plaats op het moment dat de macht om als eigenaar over de goederen te beschikken overgaat naar de beoogde afnemer op het moment van levering. Ook kan het voorkomen dat die macht niet overgaat binnen de in de regeling inzake voorraad op afroep gestelde termijn van twaalf maanden en de desbetreffende goederen vóór die termijn worden teruggezonden. De richtlijn en de regeling voorraad op afroep blijven van toepassing op deze goederen die vóór de Brexit zijn overgebracht onder toepassing van de regeling inzake voorraad op afroep en nadien binnen twaalf maanden worden geleverd of teruggezonden. Vanwege de Brexit ontstaan wel andere administratieve en douane-technische gevolgen.
Hierna wordt aangegeven welke gevolgen de Brexit voor de Nederlandse btw-verplichtingen heeft voor situaties die zich kunnen voordoen bij de hiervoor bedoelde voorraad op afroep-goederen en hoe daarmee moet worden omgegaan.
a. Voorraad op afroep-goederen zijn uiterlijk op 31 december 2020 vanuit het VK naar Nederland verzonden of vervoerd en worden na 31 december 2020 binnen de in artikel 3b, vierde lid, van de wet bedoelde termijn geleverd
De in Nederland gevestigde ondernemer (de beoogde afnemer, bedoeld in artikel 3b, tweede lid, onderdeel a, van de wet of diens vervanger, bedoeld in artikel 3b, zesde lid, van de wet) verwerft de desbetreffende goederen intracommunautair. De in Nederland gevestigde ondernemer neemt deze intracommunautaire verwerving op in zijn btw-aangifte (rubriek 4b) en vermeldt de verworven goederen in zijn voorraad op afroep-register (artikel 34, tweede lid, onderdeel d, van de wet).
b. Voorraad op afroep-goederen zijn uiterlijk op 31 december 2020 vanuit het VK naar Nederland verzonden of vervoerd en worden na 31 december 2020 binnen de in artikel 3b, vierde lid, van de wet bedoelde termijn teruggezonden naar het VK
De terugzending van de desbetreffende goederen vanuit Nederland naar het VK op of na 1 januari 2021 wordt vanwege de Brexit voor de douane-regelgeving aangemerkt als de uitvoer van goederen. Voor de btw-heffing is er geen sprake van een levering in het kader van de uitvoer van goederen, omdat de goederen niet zijn geleverd aan de in Nederland gevestigde ondernemer (de beoogde afnemer of diens vervanger in de zin van de regeling inzake voorraad op afroep). De in Nederland gevestigde ondernemer (de beoogde afnemer of diens vervanger in de zin van de regeling inzake voorraad op afroep) neemt de terugzending van deze goederen op in zijn voorraad op afroep-register (artikel 34, tweede lid, onderdeel d, van de wet).
c. Voorraad op afroep-goederen zijn uiterlijk op 31 december 2020 vanuit Nederland naar het VK verzonden of vervoerd en worden na 31 december 2020 binnen de in artikel 3b, vierde lid, van de wet bedoelde termijn geleverd
De in Nederland gevestigde ondernemer wordt geacht op het moment dat hij de goederen levert aan de ondernemer in het VK (de beoogde afnemer of diens vervanger in de zin van de regeling inzake voorraad op afroep) een intracommunautaire levering te verrichten in Nederland. In verband met de Brexit is het voor de in Nederland gevestigde ondernemer niet meer mogelijk om bij de levering in zijn opgaaf ICP het btw-identificatienummer van de ondernemer in het VK op te nemen.10Vanaf 1 januari 2021 zijn de EU-systemen gesloten voor het VK. In verband hiermee keur ik het volgende goed.
*Goedkeuring*
Ik keur onder voorwaarde goed dat de in Nederland gevestigde ondernemer de intracommunautaire levering niet opneemt in rubriek 3b van zijn btw-aangifte en ook niet vermeldt in zijn opgaaf ICP.
*Voorwaarde*
Voor deze goedkeuring geldt de voorwaarde dat de in Nederland gevestigde ondernemer de levering van de goederen opneemt in zijn voorraad op afroep-register (artikel 34, tweede lid, onderdeel c, van de wet).
Desgewenst kan de in Nederland gevestigde ondernemer de op de (intracommunautaire) levering betrekking hebbende omzet opnemen in rubriek 1e van zijn btw-aangifte.
d. Voorraad op afroep-goederen zijn uiterlijk op 31 december 2020 vanuit Nederland naar het VK verzonden of vervoerd en worden na 31 december 2020 binnen de in artikel 3b, vierde lid, van de wet bedoelde termijn teruggezonden naar Nederland
Het terugzenden van de desbetreffende goederen vanuit het VK naar Nederland wordt ná 31 december 2020 in het VK aangemerkt als de uitvoer van goederen en in Nederland in principe als de invoer van (terugkerende) goederen. Uit praktische overwegingen keur ik het volgende goed.
*Goedkeuring*
Ik keur onder voorwaarden goed dat het na 31 december 2020 terugzenden van deze goederen vanuit het VK naar Nederland voor de btw-heffing wordt aangemerkt als de wederinvoer van goederen als bedoeld in artikel 21, onderdeel a, van de wet in samenhang met artikel 7:26, eerste lid, van de Algemene douaneregeling. De omstandigheid dat de in Nederland gevestigde ondernemer bij deze goederen niet beschikt over een voorafgaande aangifte ten uitvoer en dat op deze goederen bij invoer geen btw komt te drukken vormen geen belemmering voor het aannemen van wederinvoer. Voor deze goedkeuring gelden de volgende twee voorwaarden.
*Voorwaarden*
1. De in Nederland gevestigde ondernemer neemt de terugzending van de goederen op in zijn voorraad op afroep-register (artikel 34, tweede lid, onderdeel c, van de wet).
2. Voor de aangifte tot wederinvoer11aangifte tot plaatsing onder de regeling terugkerende goederen. bij de Douane moet gebruik worden gemaakt van de desbetreffende vervoersdocumenten12de documenten die betrekking hebben op het vervoer van deze goederen vanuit Nederland naar het VK dat uiterlijk op 31 december 2020 heeft plaatsgevonden. (CMR-brief of Bill of Lading).
De in Nederland gevestigde ondernemer vermeldt de terugzending van de goederen niet in zijn opgaaf ICP, omdat deze terugzending als wederinvoer wordt aangemerkt.
## 5. Regeling inzake ketentransacties
De regeling inzake ketentransacties bepaalt aan welke van de opvolgende leveringen in de keten het intracommunautair vervoer of de intracommunautaire verzending moet worden toegerekend (artikel 5c van de wet). Alleen deze levering wordt aangemerkt als de intracommunautaire levering. De overige leveringen binnen de keten (de leveringen vóór en na de intracommunautaire levering) zijn binnenlandse leveringen.13De leveringen in de keten voor de intracommunautaire levering vinden plaats in de lidstaat van aanvang van het intracommunautaire vervoer. De leveringen in de keten na de intracommunautaire levering vinden plaats in de lidstaat waar het intracommunautair vervoer eindigt.
@ -115,7 +71,7 @@ De regeling inzake ketentransacties bepaalt aan welke van de opvolgende levering
De regeling inzake ketentransacties is niet van invloed op de werking van de vereenvoudigde A-B-C-levering, bedoeld in artikel 37c van de wet. Dit komt doordat beide regelingen betrekking hebbende op verschillende aspecten. De regeling inzake ketentransacties bepaalt aan welke levering in de keten het intracommunautaire vervoer wordt toegerekend, terwijl de vereenvoudigde A-B-C-levering betrekking heeft op het wegvallen van de verschuldigdheid van de btw voor de intracommunautaire verwerving door (tussen)schakel B.14Kamerstukken II 2019-2020, 35 307, nr. 3, blz. 16. Het gelijktijdig toepassen van de regeling inzake ketentransacties en de vereenvoudigde A-B-C-regeling is mogelijk als wordt voldaan aan de voorwaarden van beide regelingen. De regeling kan alleen worden toegepast op drie partijen in de keten die in drie verschillende lidstaten zijn geregistreerd en daarbij moet het vervoer plaatsvinden in het kader van de levering in de eerste schakel van de keten (A-B).15De vereenvoudigde A-B-C-levering kan dus niet worden toegepast als het vervoer op grond van artikel 5c, tweede lid, van de wet wordt toegerekend aan de levering van goederen door de tussenhandelaar.
In de Toelichting zijn twee situaties geschetst. De eerste situatie opgenomen in 3.6.17.1 is gelijk aan voorbeeld 5 in de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel over de toepassing van de regeling inzake ketentransacties in combinatie met de vereenvoudigde A-B-C-regeling.2Zie Kamerstukken II 20192020, 35 307, nr. 3, blz. 21. In bedoeld voorbeeld 5 vindt de vereenvoudigde A-B-C-regeling plaats tussen C-D-E en wordt voldaan aan de voor deze regeling geldende voorwaarden. In de tweede situatie die de Toelichting schetst (onderdeel 3.6.17.2) vindt de vereenvoudigde A-B-C-regeling plaats tussen B-C-D, waarbij B aan C een intracommunautaire levering verricht vanuit lidstaat 2 naar lidstaat 5. De goederen gaan naar lidstaat 5 omdat D aan C het adres van E in lidstaat 5 heeft doorgegeven, waar D ook geïdentificeerd is voor btw-doeleinden. Ook in deze situatie wordt volgens de Toelichting voldaan aan de vereisten van artikel 141 van de richtlijn (in het bijzonder de voorwaarden onder c) omdat C de goederen nog steeds verzendt naar een door D aangewezen plek. Ik onderschrijf deze interpretatie van de voorwaarden in artikel 141, onder c, van de richtlijn (en in het verlengde daarvan ook de voorwaarden in artikel 37c, onderdeel c, van de wet)3Verwerking kennisgroepantwoord nr. KG:210:2024:3 (Vereenvoudigde ABC; levering in keten) | Kennisgroepen (belastingdienst.nl). De in de Toelichting voorgestane bredere toepassing van de vereenvoudigde A-B-C-regeling vindt daarentegen geen steun in artikel 37c, onderdeel b, van de wet, die vereist dat D is gevestigd in de lidstaat waar C intracommunautair verwerft. Als Nederland in de beschreven situatie lidstaat 5 is (de lidstaat van bestemming van de goederen), dan zijn de reguliere btw-regels dus van toepassing. In die situatie moet de tussenhandelaar (C) zich in Nederland voor de btw laten registreren en hier de btw ter zake van de intracommunautaire verwerving aangeven en voldoen.
In de Toelichting zijn twee situaties geschetst. De eerste situatie opgenomen in 3.6.17.1 is gelijk aan voorbeeld 5 in de Memorie van Toelichting bij het wetsvoorstel over de toepassing van de regeling inzake ketentransacties in combinatie met de vereenvoudigde A-B-C-regeling.16Zie Kamerstukken II 2019-2020, 35 307, nr. 3, blz. 21. In bedoeld voorbeeld 5 vindt de vereenvoudigde A-B-C-regeling plaats tussen C-D-E en wordt voldaan aan de voor deze regeling geldende voorwaarden. In de tweede situatie die de Toelichting schetst (onderdeel 3.6.17.2), waar B aan C de intracommunautaire levering verricht vanuit lidstaat 2 naar lidstaat 5, wordt de vereenvoudigde A-B-C-regeling door een ruimere interpretatie feitelijk toepasbaar geacht op B-C-D-E. Ik deel deze opvatting niet. Een gelijktijdige toepassing van de regeling inzake ketentransacties en de vereenvoudigde A-B-C-levering kan alleen plaatsvinden in een keten op drie partijen uit de keten die voldoen aan de voorwaarden van de vereenvoudigde A-B-C-regeling. De in de Toelichting voorgestane bredere toepassing van de vereenvoudigde A-B-C-regeling vindt geen steun in artikel 141 van de richtlijn en evenmin in artikel 37c van de wet (waarbij D moet zijn gevestigd in het land waar C intracommunautair verwerft). In de tweede situatie die in de Toelichting wordt beschreven zijn de reguliere btw-regels van toepassing. In deze tweede situatie moet de tussenhandelaar (C) zich dus in Nederland voor de btw laten registreren als Nederland de lidstaat van bestemming is en hier de btw ter zake van de intracommunautaire verwerving aangeven en voldoen.
## 6. Bewijs intracommunautair(e) verzending of vervoer op basis van weerlegbaar vermoeden