From 35406d4025ac8bee5b6e3184a8a2e4483ee518a9 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Thu, 1 Jul 2010 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2010-07-01 | BWBR0020762 | Besluit voorkoming verontreiniging door schepen --- .../BWBR0020762/README.md | 41 +++++++++++++++++-- 1 file changed, 38 insertions(+), 3 deletions(-) diff --git a/amvb/besluit-voorkoming-verontreiniging-door-schepen/BWBR0020762/README.md b/amvb/besluit-voorkoming-verontreiniging-door-schepen/BWBR0020762/README.md index 4c095b9f7b6..bf65783c591 100644 --- a/amvb/besluit-voorkoming-verontreiniging-door-schepen/BWBR0020762/README.md +++ b/amvb/besluit-voorkoming-verontreiniging-door-schepen/BWBR0020762/README.md @@ -100,6 +100,10 @@ Aan boord van elk schip dat zich in het Antarctisch gebied bevindt zijn één of **3.** Het tweede lid is niet van toepassing op drijvende platforms, drijvende opslageenheden en drijvende productie-, opslag-, en overslageenheden. +### Artikel 7a + +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden + ### Artikel 8 **1.** Bij regeling van Onze Minister kunnen eisen worden vastgesteld waaraan schepen in verband met een krachtens artikel 15 vereist certificaat moeten voldoen. @@ -108,7 +112,7 @@ Aan boord van elk schip dat zich in het Antarctisch gebied bevindt zijn één of ### Artikel 9 -De inspecteur-generaal kan, met inachtneming van hetgeen dienaangaande in het desbetreffende verdrag of de desbetreffende Code is bepaald, afwijking toestaan van de in artikel 5 bedoelde eisen, indien aan boord van het schip een voorziening wordt getroffen die naar zijn oordeel ten minste gelijkwaardig is aan de in het voorschrift waarvan wordt afgeweken, geëiste voorziening. +De inspecteur-generaal kan, met inachtneming van hetgeen dienaangaande in het desbetreffende verdrag of de desbetreffende Code is bepaald, afwijking toestaan van de in artikel 5 bedoelde eisen en de in artikel 31, eerste en tweede lid, bedoelde eisen en voorschriften waaronder de in deze artikelleden bedoelde handelingen mogen worden verricht, indien aan boord van het schip een voorziening wordt getroffen die naar zijn oordeel ten minste gelijkwaardig is aan de in het voorschrift waarvan wordt afgeweken, geëiste voorziening. ### Artikel 10 @@ -146,6 +150,10 @@ c. voor schepen die schadelijke vloeistoffen in bulk vervoeren en niet behoren t **2.** Het eerste lid is niet van toepassing op drijvende platforms, drijvende opslageenheden en drijvende productie-, opslag-, en overslageenheden. +### Artikel 13a + +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden + ### Artikel 14 De in de artikelen 12 en 13 bedoelde certificaten gaan vergezeld van de bij die certificaten behorende rapporten, aanhangsels en overzichten, alsmede van de in de desbetreffende verdragen of Codes voorgeschreven gegevens met betrekking tot schip of lading. @@ -175,6 +183,10 @@ d. in verband met het Internationaal certificaat betreffende voorkoming van luch Ter verkrijging van een Internationaal certificaat betreffende het aangroeiwerende verfsysteem en tijdens de geldigheidsduur van dat certificaat wordt een schip onderworpen aan de in Bijlage 4 van het AFS-verdrag voorgeschreven onderzoeken. +### Artikel 17a + +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden + ### Artikel 18 De in de artikelen 16 en 17 bedoelde onderzoeken vinden plaats op de in de desbetreffende verdragen en Codes voorgeschreven tijdstippen, met dien verstande dat het hernieuwde onderzoek waaraan een schip in verband met de vernieuwing van een certificaat wordt onderworpen, steeds plaatsvindt in de laatste drie maanden van de geldigheidsduur van het desbetreffende certificaat. @@ -228,7 +240,7 @@ Na voltooiing van een hernieuwd onderzoek in verband met de vernieuwing van een ### Artikel 26 -Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de geldigheidsduur van het certificaat en de verklaring, bedoeld in artikel 15, en kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de geldigheidsduur van het in de artikelen 12 en 13 bedoelde certificaat. +Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de geldigheidsduur van het certificaat en de verklaring, bedoeld in artikel 15, en kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de geldigheidsduur van het in de artikelen 12, 13 en 13a bedoelde certificaat. ### Artikel 27 @@ -298,11 +310,26 @@ b. in de overige bijzondere gebieden, bedoeld in voorschrift 5 van die Bijlage, Het is verboden om: -a. aan boord van schepen brandstofolie te gebruiken die niet voldoet aan de eisen die daaraan in Bijlage VI van het Verdrag in het algemeen of ten aanzien van het gebruik in bepaalde zeegebieden worden gesteld, tenzij overeenkomstig de voorschriften van die Bijlage technische methoden worden toegepast die voldoen aan de daaraan in die Bijlage gestelde eisen; +a. aan boord van schepen brandstofolie te gebruiken die niet voldoet aan de eisen die daaraan in Bijlage VI van het Verdrag in het algemeen of ten aanzien van het gebruik in bepaalde zeegebieden worden gesteld; b. afval en andere stoffen als bedoeld in voorschrift 16 van Bijlage VI van het Verdrag aan boord van een schip te verbranden anders dan met inachtneming van de in die Bijlage gegeven voorschriften. **3.** Het eerste lid en het tweede lid, onderdeel b, zijn ook van toepassing op buitenlandse schepen gedurende de tijd dat deze zich bevinden op de Nederlandse binnenwateren. +### Artikel 31a + +**1.** + +Het is verboden met een schip ballastwater of sediment uit ballastwater in te nemen of te lozen, tenzij: + +a. deze inname of lozing in overeenstemming is met het bepaalde in de bijlage bij het Ballastwaterverdrag, de krachtens artikel 8, tweede lid gestelde voorschriften, of op grond van artikel 9, tweede lid toegestane afwijkingen van de bijlage bij het Ballastwaterverdrag; +b. deze inname of lozing in overeenstemming is met de krachtens artikel 38, tweede lid, gestelde voorschriften; +c. deze inname of lozing plaatsvindt om ballastwater te wisselen in een krachtens artikel 33a, tweede lid, aangewezen gebied, in overeenstemming met de krachtens dat artikel gestelde voorschriften, of +d. voor het desbetreffende schip in overeenstemming met het Ballastwaterverdrag een vrijstelling of ontheffing is verleend als bedoeld in artikel 35 van de wet. + +**2.** Het is verboden met een schip ballastwater te lozen gedurende een nadere inspectie als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de Wet havenstaatcontrole of voor zolang het schip op grond van artikel 20 of 21 van de wet of artikel 7 van de Wet havenstaatcontrole is aangehouden. + +**3.** Het eerste lid is ook van toepassing op buitenlandse schepen gedurende de tijd dat deze zich bevinden op de Nederlandse binnenwateren. + ### Artikel 32 **1.** Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de in de artikelen 29, 30 en 31 bedoelde verboden, voorschriften en eisen. @@ -321,6 +348,10 @@ b. afval en andere stoffen als bedoeld in voorschrift 16 van Bijlage VI van het **4.** Het derde lid is ook van toepassing op het vervoer van lege, niet gereinigde verpakkingen die eerder zijn gebruikt voor het vervoer van schadelijke stoffen in verpakte vorm, tenzij toereikende maatregelen zijn getroffen die verzekeren dat geen restanten zijn achtergebleven die schade kunnen toebrengen aan het mariene milieu. +### Artikel 33a + +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden + ### Artikel 34 De kapitein draagt er zorg voor dat aan boord van een schip de in Bijlage I, V en VI van het Verdrag opgenomen voorschriften en verplichtingen worden nageleefd. @@ -356,6 +387,10 @@ draagt er zorg voor dat aan boord het vuilnisjournaal, bedoeld in voorschrift 9 **7.** De inspecteur-generaal maakt aantekeningen in het ladingjournaal overeenkomstig de in Bijlage II van het Verdrag gegeven voorschriften. +### Artikel 36a + +De kapitein van een schip waarop de in artikel 7a bedoelde eisen van toepassing zijn, houdt een ballastwaterjournaal bij overeenkomstig het bepaalde in voorschrift B-2 van de bijlage bij het Ballastwaterverdrag. + ### Artikel 37 **1.** Indien een schip schade heeft opgelopen of zich een gebeurtenis heeft voorgedaan waardoor het vermoeden rijst dat schade of een gebrek is ontstaan waardoor het schip een gevaar kan vormen voor het milieu, licht de kapitein zo spoedig mogelijk de inspecteur-generaal in. Voorts licht hij, indien het schip zich in een haven buiten Nederland bevindt, de ter plaatse bevoegde autoriteiten in.