2015-01-01 | BWBR0003968 | Wet buitengewoon pensioen Indisch verzet
This commit is contained in:
parent
6508a2e638
commit
3562196014
1 changed files with 4 additions and 4 deletions
|
|
@ -127,10 +127,10 @@ d. de Raad kan, bij beschikking, van het bepaalde onder c afwijken, indien naar
|
|||
|
||||
De pensioengrondslag bedraagt per 1 januari 1983 op jaarbasis:
|
||||
|
||||
a. tenminste € 22.416,78per 1 juli 2014: € 24.705,83, en ten hoogste
|
||||
a. tenminste € 22.416,78per 1 januari 2015: € 24.814,54, en ten hoogste
|
||||
b.
|
||||
|
||||
per 1 juli 2014 achtereenvolgens: € 51.537,58; € 31.826,97; € 16.749,25; € 17.001,21; € 16.795,28; € 33.484,94.
|
||||
per 1 januari 2015 achtereenvolgens: € 51.764,35; € 31.967,01; € 16.822,95; € 17.076,02; € 16.869,18; € 33.632,27.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 4. De berekening van het buitengewoon pensioen
|
||||
|
||||
|
|
@ -188,7 +188,7 @@ b. Tot de inkomsten van betrokkene als bedoeld onder a worden niet gerekend:
|
|||
|
||||
1e. inkomsten uit arbeid indien de betrokkene de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, heeft bereikt;
|
||||
2e. inkomsten uit arbeid, arbeidsvervangende inkomsten en inkomsten uit onderneming van zijn echtgenoot;
|
||||
3e. inkomsten uit vermogen, tot een bedrag van f 984,-per 1 januari 2014: achthonderdvijftig euro en drieënzestig eurocent.
|
||||
3e. inkomsten uit vermogen, tot een bedrag van f 984,-per 1 januari 2015: achthonderdnegenenvijftig euro en zevenenvijftig eurocent.
|
||||
|
||||
**3.** Indien op grond van hetzelfde feit, als waaraan het genot van een buitengewoon pensioen wordt ontleend, gelijktijdig een uitkering, een pensioen of andere inkomsten worden genoten ten laste van het Rijk, de Republiek Suriname, de Nederlandse Antillen, Aruba, de Republiek Indonesië, een publiekrechtelijk lichaam in een van deze gebieden of een door het openbaar gezag aldaar ingesteld fonds, wordt het bedrag van het buitengewoon pensioen, ongeacht de vermeerdering of vergoeding ingevolge de artikelen 12, 13, 14 en 15, met het bedrag van die uitkering, dat pensioen of die andere inkomsten verminderd, nadat daarvan is afgetrokken het bedrag der compensatie ter zake van de premie ingevolge de Wet financiering sociale verzekeringen, hetwelk daarin is of naar de voor de buitengewone pensioen geldende wettelijke maatstaven moet worden geacht te zijn begrepen. Voor zover echter die uitkering, dat pensioen of die andere inkomsten worden genoten uit hoofde van een vrijwillige verzekering, welke werd gesloten op grond van een wettelijk verleende bevoegdheid, of uit hoofde van een verplichte verzekering, welke voor eigen rekening is voortgezet, en door de Sociale verzekeringsbank als zodanig wordt aangemerkt, dan wel krachtens een wettelijke regeling van overeenkomstige strekking als de Ziektewet, is het bepaalde in de vorige volzin niet van toepassing. Indien onder het pensioen of andere inkomsten, bedoeld in de eerste volzin zijn begrepen bedragen, welke worden genoten krachtens in andere wettelijke regelingen voorkomende bepalingen van overeenkomstige strekking als die van de artikelen 12, 13, 14 en 15 worden die bedragen niet op het buitengewoon pensioen in mindering gebracht; is evenwel een vermeerdering of vergoeding ingevolge de artikelen 12, 13, 14 en 15 toegekend, dan wordt die vermeerdering of vergoeding verminderd met het bedrag, dat genoten wordt krachtens de met die artikelen overeenkomende bepalingen in andere wettelijke regelingen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -455,7 +455,7 @@ lager is dan het op grond van artikel 35b van toepassing zijnde normbedrag, word
|
|||
Het van toepassing zijnde normbedrag bedraagt:
|
||||
|
||||
a. voor de gepensioneerde die de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, nog niet heeft bereikt: zeventig procent van de minimum-pensioengrondslag op maandbasis;
|
||||
b. voor de gepensioneerde die de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, heeft bereikt: vijftig procent van de minimum-pensioengrondslag op maandbasis, vermeerderd met twintig procent van het bedrag van het bruto-ouderdomspensioen voor de pensioengerechtigde, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a, van de Algemene Ouderdomswet alsmede van het bedrag van de bruto-vakantie-uitkering, vastgesteld overeenkomstig artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, van die wet.
|
||||
b. voor de gepensioneerde die de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, heeft bereikt: vijftig procent van de minimum-pensioengrondslag op maandbasis, vermeerderd met twintig procent van het bedrag van het bruto-ouderdomspensioen voor de pensioengerechtigde, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a, van de Algemene Ouderdomswet alsmede van het bedrag van de bruto-vakantie-uitkering, vastgesteld overeenkomstig artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, van die wet.
|
||||
|
||||
### Artikel 35c
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue