2007-02-09 | BWBR0006516 | Besluit algemene rechtspositie politie
This commit is contained in:
parent
456cb42a98
commit
3570587408
1 changed files with 23 additions and 32 deletions
|
|
@ -21,10 +21,10 @@ In dit besluit wordt verstaan onder:
|
|||
a. Onze Minister: Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
|
||||
b. aspirant: degene die door het bevoegd gezag is aangesteld als aspirant en die is toegelaten tot een initiële opleiding;
|
||||
c. ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak: de ambtenaar, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel *a*, van de Politiewet 1993, met uitzondering van de aspirant gedurende het theoretische opleidingsdeel;
|
||||
d. ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie: de ambtenaar, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel *b*, van de Politiewet 1993, waarbij voor de toepassing van dit besluit de ambtenaar, bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdelen a en b, van de Wet op het LSOP en het politieonderwijs, werkzaam bij het LSOP en de ambtenaar werkzaam bij ITO, worden gelijkgesteld met ambtenaren van politie, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, van de Politiewet 1993;
|
||||
d. ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie: de ambtenaar, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel *b*, van de Politiewet 1993, waarbij voor de toepassing van dit besluit de ambtenaar, bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdelen a en b, van de Wet op het LSOP en het politieonderwijs, werkzaam bij het LSOP en de ambtenaar aangesteld bij een voorziening tot samenwerking, worden gelijkgesteld met ambtenaren van politie, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, van de Politiewet 1993;
|
||||
e. bijzondere ambtenaar van politie: de ambtenaar, bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de Politiewet 1993;
|
||||
f. vakantiewerker: een scholier of student die ten tijde van onderbreking van zijn opleiding wegens vakantie, voor een periode van ten hoogste acht weken is aangesteld voor het verrichten van ondersteunende werkzaamheden;
|
||||
g. ITO: de Organisatie Informatie- en communicatietechnologie OOV;
|
||||
g. voorziening tot samenwerking: een publiekrechtelijke rechtspersoon als bedoeld in artikel 47a, eerste lid, van de Politiewet 1993;
|
||||
h. het LSOP: het Landelijk selectie- en opleidingsinstituut politie, bedoeld in artikel 2 van de Wet op het LSOP en het politieonderwijs;
|
||||
i. ambtenaar: de adspirant, de ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, de ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie, de bijzondere ambtenaar van politie en de vakantiewerker;
|
||||
j. volledige betrekking: een betrekking die een arbeidstijd van gemiddeld 36 uur per week omvat;
|
||||
|
|
@ -32,13 +32,14 @@ k. deelbetrekking: een betrekking die een arbeidstijd van gemiddeld minder dan 3
|
|||
l. bevoegd gezag:
|
||||
|
||||
1°. de korpsbeheerder, voor zover het betreft de adspirant, de ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak en de ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie, die werkzaam is bij een regionaal politiekorps;
|
||||
2°. Onze Minister, voor zover het betreft de adspirant, de ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak en de ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie, die werkzaam is bij het Korps landelijke politiediensten of bij ITO;
|
||||
2°. Onze Minister, voor zover het betreft de adspirant, de ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak en de ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie, die werkzaam is bij het Korps landelijke politiediensten;
|
||||
3°. Onze Minister van Justitie, voor zover het betreft de bijzondere ambtenaar van politie;
|
||||
4°. de raad van toezicht van het LSOP, voor zover het betreft de ambtenaren, bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel a, van de Wet op het LSOP en het politieonderwijs;
|
||||
5°. het college van bestuur van het LSOP, voor zover het betreft de ambtenaren, bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel b, van de Wet op het LSOP en het politieonderwijs;
|
||||
6°. het algemeen bestuur van een voorziening tot samenwerking, voor zover het betreft de ambtenaren aangesteld bij de desbetreffende voorziening tot samenwerking;
|
||||
m. salaris: hetgeen daaronder in het Besluit bezoldiging politie wordt verstaan;
|
||||
n. bezoldiging: hetgeen daaronder in het Besluit bezoldiging politie wordt verstaan;
|
||||
o. detachering: tijdelijke tewerkstelling elders dan bij het regionale korps waarbij de ambtenaar is aangesteld, bij het Korps landelijke politiediensten, bij het LSOP dan wel bij ITO;
|
||||
o. detachering: tijdelijke tewerkstelling elders dan bij het regionale korps waarbij de ambtenaar is aangesteld, bij het Korps landelijke politiediensten, bij het LSOP dan wel bij een voorziening tot samenwerking;
|
||||
p. arbodienst: een arbodienst als bedoeld in de Arbeidsomstandighedenwet;
|
||||
q. deskundige persoon: een deskundige persoon als bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de Arbeidsomstandighedenwet die belast is met de taken, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdelen b of c, van die wet.
|
||||
r. Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen: het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, bedoeld in hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
|
||||
|
|
@ -55,7 +56,7 @@ x. werkgebied:
|
|||
|
||||
1. Indien het betreft een ambtenaar die werkzaam is bij een regionaal politiekorps: de desbetreffende regio, het door het bevoegde gezag aangewezen gedeelte van een regio waarin de plaats van tewerkstelling van die ambtenaar is gelegen, een plaats van tewerkstelling waarover dit bevoegde gezag het medebeheer uitoefent indien deze plaats van tewerkstelling is gelegen buiten de regio, dan wel de regio's van de desbetreffende samenwerkende regionale politiekorpsen tezamen indien de ambtenaar werkzaam is ten behoeve van een bovenregionaal rechercheteam als bedoeld in de Regeling nationale en bovenregionale recherche.
|
||||
2. indien het betreft een ambtenaar die werkzaam is bij het Korps landelijke politiediensten, of een bijzondere ambtenaar van politie: Nederland dan wel het door het bevoegd gezag aangewezen gedeelte van Nederland waarin de plaats van tewerkstelling is gelegen of
|
||||
3. indien het betreft een ambtenaar, werkzaam bij het LSOP of bij ITO: het door het bevoegd gezag aangewezen gedeelte van Nederland waarin de plaats van tewerkstelling is gelegen;
|
||||
3. indien het betreft een ambtenaar, werkzaam bij het LSOP of bij een voorziening tot samenwerking: het door het bevoegd gezag aangewezen gedeelte van Nederland waarin de plaats van tewerkstelling is gelegen;
|
||||
y. beroepsziekte: een ziekte, welke in overwegende mate haar oorzaak vindt in de aard van de aan de ambtenaar opgedragen werkzaamheden of in de bijzondere omstandigheden, waaronder deze moesten worden verricht, en die niet aan zijn schuld of onvoorzichtigheid is te wijten;
|
||||
z. dienstongeval: een ongeval, welk in overwegende mate zijn oorzaak vindt in de aard van de aan de ambtenaar opgedragen werkzaamheden of in de bijzondere omstandigheden, waaronder deze moesten worden verricht, en dat niet aan zijn schuld of onvoorzichtigheid is te wijten;
|
||||
aa Pensioenreglement: het Pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP;
|
||||
|
|
@ -201,7 +202,7 @@ b. voldoet aan door het bevoegd gezag te stellen eisen met betrekking tot een ps
|
|||
c. voldoet aan door het bevoegd gezag te stellen eisen met betrekking tot een geneeskundige keuring als bedoeld in artikel 1, onder a, van de Wet op de medische keuringen, indien aan de vervulling van de functie bijzondere eisen op het punt van de medische geschiktheid moeten worden gesteld.
|
||||
|
||||
Het bevoegd gezag stelt vast voor welke functies een onderzoek naar de medische geschiktheid noodzakelijk is;
|
||||
d. voldoet aan overige door het bevoegd gezag te stellen eisen die specifiek gerelateerd zijn aan de functie binnen het politiekorps dan wel binnen het LSOP of ITO.
|
||||
d. voldoet aan overige door het bevoegd gezag te stellen eisen die specifiek gerelateerd zijn aan de functie binnen het politiekorps dan wel binnen het LSOP of een voorziening tot samenwerking.
|
||||
|
||||
**2.** Teneinde vast te stellen of de persoon, bedoeld in de aanhef van het eerste lid, in voldoende mate geschikt en bekwaam is voor de vervulling van de functie, kan het bevoegd gezag de gegevens die door de betrokkene desgevraagd zijn verstrekt, verifiëren en zonodig aanvullen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -217,7 +218,7 @@ d. voldoet aan overige door het bevoegd gezag te stellen eisen die specifiek ger
|
|||
|
||||
Het tweede lid is niet van toepassing indien:
|
||||
|
||||
a het een aanstelling betreft in een functie waarin technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie worden uitgevoerd, in een functie bij het LSOP of ITO als bedoeld in artikel 8, eerste lid, of als vakantiewerker en het bevoegde gezag heeft bepaald dat voor de functie slechts een verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in artikel 28 van de Wet justitiële gegevens is vereist, of
|
||||
a het een aanstelling betreft in een functie waarin technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie worden uitgevoerd, in een functie bij het LSOP of een voorziening tot samenwerking als bedoeld in artikel 8, eerste lid, of als vakantiewerker en het bevoegde gezag heeft bepaald dat voor de functie slechts een verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in artikel 28 van de Wet justitiële gegevens is vereist, of
|
||||
b het een functie betreft als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder a, van de Wet veiligheidsonderzoeken.
|
||||
|
||||
**4.** Een onderzoek naar de betrouwbaarheid en geschiktheid wordt ingesteld nadat het bevoegde gezag de betrokkene overigens bekwaam en geschikt acht.
|
||||
|
|
@ -1277,7 +1278,7 @@ a. bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, mits de det
|
|||
b. bij het Ministerie van Justitie, mits de detachering, indien het een ambtenaar, werkzaam bij een regionaal politiekorps of bij het Korps landelijke politiediensten betreft, op aanvraag van of in overeenstemming met Onze Minister van Justitie plaatsvindt;
|
||||
c. bij een regionaal politiekorps of bij het Korps landelijke politiediensten, mits de detachering op aanvraag van of in overeenstemming met de desbetreffende korpsbeheerder respectievelijk Onze Minister plaatsvindt;
|
||||
d. bij het LSOP, mits de detachering op aanvraag van of in overeenstemming met de bestuursraad van het instituut plaatsvindt;
|
||||
e. bij ITO, mits de detachering op aanvraag van of in overeenstemming met de algemeen directeur van de organisatie plaatsvindt;
|
||||
e. bij een voorziening tot samenwerking, mits de detachering op aanvraag van of in overeenstemming met de voorzitter van het algemeen bestuur van de desbetreffende voorziening tot samenwerking plaatsvindt;
|
||||
f. bij een door Onze Minister aan te wijzen organisatie.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, bij koninklijk besluit is aangesteld, is voor de detachering de instemming van Onze Minister vereist.
|
||||
|
|
@ -1316,7 +1317,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 67
|
||||
|
||||
**1.** De ambtenaar die geheel of gedeeltelijk op kosten van de regio, het Rijk, het LSOP of ITO een opleiding heeft verkregen en tijdens die opleiding dan wel binnen drie jaar na het beëindigen daarvan de dienst verlaat, kan worden verplicht deze kosten geheel of gedeeltelijk aan de regio, aan het Rijk, het LSOP of ITO terug te betalen.
|
||||
**1.** De ambtenaar die geheel of gedeeltelijk op kosten van de regio, het Rijk, het LSOP of een voorziening tot samenwerking een opleiding heeft verkregen en tijdens die opleiding dan wel binnen drie jaar na het beëindigen daarvan de dienst verlaat, kan worden verplicht deze kosten geheel of gedeeltelijk aan de regio, aan het Rijk, het LSOP of een voorziening tot samenwerking terug te betalen.
|
||||
|
||||
**2.** In beginsel geldt de verplichting uit het eerste lid niet bij een ontslag op grond van artikel 91.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1336,11 +1337,11 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
**1.** Aan de ambtenaar wordt de schade aan zijn goederen vergoed die hij buiten zijn schuld lijdt ten gevolge van de uitoefening van zijn dienst, voor zover die schade niet bestaat uit de normale slijtage van die goederen.
|
||||
|
||||
**2.** De ambtenaar heeft geen aanspraak, bedoeld in het eerste lid, indien hij ter zake van die schade rechten tegenover derden kan doen gelden. Indien de ambtenaar zijn rechten tegenover derden aan de regio, het Rijk, het LSOP dan wel aan ITO cedeert, wordt hij in het genot gesteld van het in geld uitgedrukte bedrag van de schade.
|
||||
**2.** De ambtenaar heeft geen aanspraak, bedoeld in het eerste lid, indien hij ter zake van die schade rechten tegenover derden kan doen gelden. Indien de ambtenaar zijn rechten tegenover derden aan de regio, het Rijk, het LSOP dan wel aan een voorziening tot samenwerking cedeert, wordt hij in het genot gesteld van het in geld uitgedrukte bedrag van de schade.
|
||||
|
||||
**3.** Aan de ambtenaar wordt de immateriële schade die hij ten gevolge van de uitoefening van zijn dienst lijdt in geld vergoed, voor zover hij terzake van deze schade op basis van een onherroepelijke rechterlijke uitspraak tegenover derden rechten op betaling van een geldsom kan doen gelden en mits hij deze rechten binnen zes maanden na de definitieve rechterlijke uitspraak cedeert aan de regio, de Staat der Nederlanden dan wel aan het LSOP.
|
||||
|
||||
**4.** Indien de regio, het Rijk, het LSOP dan wel ITO ter zake van de door voornoemde cessies verkregen rechten een civiele vordering instelt, worden de kosten die hieruit voor de regio, het Rijk, het LSOP dan wel ITO voortvloeien, niet op de ambtenaar verhaald.
|
||||
**4.** Indien de regio, het Rijk, het LSOP dan wel een voorziening tot samenwerking ter zake van de door voornoemde cessies verkregen rechten een civiele vordering instelt, worden de kosten die hieruit voor de regio, het Rijk, het LSOP dan wel een voorziening tot samenwerking voortvloeien, niet op de ambtenaar verhaald.
|
||||
|
||||
### Artikel 69a
|
||||
|
||||
|
|
@ -1375,9 +1376,9 @@ b indien de ambtenaar strafrechtelijk wordt veroordeeld.
|
|||
|
||||
**2.** Met inachtneming van de door het bevoegd gezag ter zake vastgestelde regels wordt de ambtenaar die een aanvraag daartoe indient dan wel ten aanzien van wie dit door het bevoegd gezag nodig wordt geacht, beoordeeld over de wijze waarop hij zijn functie vervult en zijn gedragingen tijdens de uitoefening van die functie. Aan de aanvraag van de ambtenaar om overeenkomstig dit lid te worden beoordeeld, wordt niet eerder voldaan dan na het verstrijken van één jaar sedert de vastlegging van de voorafgaande over hem uitgebrachte beoordeling.
|
||||
|
||||
**3.** Met inachtneming van de door het bevoegd gezag ter zake vastgestelde regels worden toekomstverwachtingen opgemaakt over de ambtenaar die in beschouwing wordt genomen voor een naar verwachting binnen afzienbare tijd vrijkomende hogere functie in het korps dan wel binnen het LSOP of ITO. Ook kunnen toekomstverwachtingen worden opgemaakt voor een ambtenaar die in de nabije toekomst een verplaatsing naar een andere niet hogere functie in het korps dan wel binnen het LSOP of ITO aanvraagt of ten aanzien van wie een dergelijke verplaatsing wenselijk wordt geacht, mits de mogelijkheid tot een dergelijke verplaatsing reëel aanwezig is en de korpschef, de directie van het LSOP dan wel de algemeen directeur van ITO instemt met de wens van de ambtenaar.
|
||||
**3.** Met inachtneming van de door het bevoegd gezag ter zake vastgestelde regels worden toekomstverwachtingen opgemaakt over de ambtenaar die in beschouwing wordt genomen voor een naar verwachting binnen afzienbare tijd vrijkomende hogere functie in het korps dan wel binnen het LSOP of een voorziening tot samenwerking. Ook kunnen toekomstverwachtingen worden opgemaakt voor een ambtenaar die in de nabije toekomst een verplaatsing naar een andere niet hogere functie in het korps dan wel binnen het LSOP of een voorziening tot samenwerking aanvraagt of ten aanzien van wie een dergelijke verplaatsing wenselijk wordt geacht, mits de mogelijkheid tot een dergelijke verplaatsing reëel aanwezig is en de korpschef, de directie van het LSOP dan wel de voorzitter van het algemeen bestuur van een voorziening tot samenwerking instemt met de wens van de ambtenaar.
|
||||
|
||||
**4.** Onder toekomstverwachting wordt in dit verband verstaan: een systematische bezinning op de behoeften en potentiële capaciteiten van de ambtenaar, bekeken in het kader van de mogelijkheden binnen het desbetreffende korps, het LSOP dan wel ITO, welke bezinning uitmondt in concrete afspraken alsmede het daarop tijdig actie ondernemen.
|
||||
**4.** Onder toekomstverwachting wordt in dit verband verstaan: een systematische bezinning op de behoeften en potentiële capaciteiten van de ambtenaar, bekeken in het kader van de mogelijkheden binnen het desbetreffende korps, het LSOP dan wel een voorziening tot samenwerking, welke bezinning uitmondt in concrete afspraken alsmede het daarop tijdig actie ondernemen.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -1450,15 +1451,15 @@ j. ontslag.
|
|||
|
||||
**2.** Aan aspiranten kan tevens worden opgelegd de straf van verwijdering voor ten hoogste veertien dagen van de instelling waar de aspirant zijn opleiding geniet, met dien verstande dat deze straf niet wordt opgelegd op de dagen waarop de opleidingsresultaten van de aspiranten volgens de ter zake vastgestelde regels worden getoetst of beoordeeld.
|
||||
|
||||
**3.** Onverminderd het vierde lid, worden de straffen, bedoeld in het eerste lid, opgelegd door het bevoegd gezag, met dien verstande dat van de bevoegdheid tot het opleggen van de straffen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen *a* tot en met *g*, mandaat kan worden verleend aan de korpschef, het college van bestuur van het LSOP dan wel aan de algemeen directeur van ITO.
|
||||
**3.** Onverminderd het vierde lid, worden de straffen, bedoeld in het eerste lid, opgelegd door het bevoegd gezag, met dien verstande dat van de bevoegdheid tot het opleggen van de straffen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met g, mandaat kan worden verleend aan de korpschef, het college van bestuur van het LSOP dan wel aan de voorzitter van het algemeen bestuur van de voorziening tot samenwerking.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
Indien het een ambtenaar betreft die bij koninklijk besluit is benoemd, worden de straffen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen *b* tot en met *f*, opgelegd door het bevoegd gezag en worden de straffen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen *h* tot en met *j*, opgelegd bij koninklijk besluit.
|
||||
Indien het een ambtenaar betreft die bij koninklijk besluit is benoemd, worden de straffen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen b tot en met f, opgelegd door het bevoegd gezag en worden de straffen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen h tot en met j, opgelegd bij koninklijk besluit.
|
||||
|
||||
Indien het een ambtenaar betreft, werkzaam bij een regionaal politiekorps, bij het Korps landelijke politiediensten of bij ITO, die bij koninklijk besluit is benoemd, worden de straffen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen *a* en *g*, opgelegd door Onze Minister. Indien het een bijzondere ambtenaar van politie betreft, die bij koninklijk besluit is benoemd, worden de straffen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen *a* en *g*, opgelegd door Onze Minister van Justitie. Indien het een ambtenaar betreft, werkzaam bij het LSOP, die bij koninklijk besluit is benoemd, worden de straffen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen *a* en *g*, opgelegd door Onze Minister van Justitie en Onze Minister.
|
||||
Indien het een ambtenaar betreft, werkzaam bij een regionaal politiekorps, bij het Korps landelijke politiediensten of bij een voorziening tot samenwerking, die bij koninklijk besluit is benoemd, worden de straffen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en g, opgelegd door Onze Minister. Indien het een bijzondere ambtenaar van politie betreft, die bij koninklijk besluit is benoemd, worden de straffen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en g, opgelegd door Onze Minister van Justitie. Indien het een ambtenaar betreft, werkzaam bij het LSOP, die bij koninklijk besluit is benoemd, worden de straffen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en g, opgelegd door Onze Minister van Justitie en Onze Minister.
|
||||
|
||||
**5.** Indien een straf als bedoeld in het eerste lid, onderdeel *g*, is opgelegd, kan het bevoegd gezag de positie van de ambtenaar met ingang van een bepaald tijdstip geheel of ten dele in overeenstemming brengen met de positie zoals deze zonder strafoplegging zou zijn geweest, indien het verdere gedrag van de ambtenaar naar het oordeel van het bevoegd gezag daartoe aanleiding heeft gegeven.
|
||||
**5.** Indien een straf als bedoeld in het eerste lid, onderdeel g, is opgelegd, kan het bevoegd gezag de positie van de ambtenaar met ingang van een bepaald tijdstip geheel of ten dele in overeenstemming brengen met de positie zoals deze zonder strafoplegging zou zijn geweest, indien het verdere gedrag van de ambtenaar naar het oordeel van het bevoegd gezag daartoe aanleiding heeft gegeven.
|
||||
|
||||
### Artikel 78
|
||||
|
||||
|
|
@ -1498,13 +1499,13 @@ De ambtenaar is van rechtswege in zijn ambt geschorst wanneer hem rechtmatig zij
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Onverminderd artikel 77, eerste lid, onderdeel *h*, kan de ambtenaar in zijn ambt worden geschorst:
|
||||
Onverminderd artikel 77, eerste lid, onderdeel h , kan de ambtenaar in zijn ambt worden geschorst:
|
||||
|
||||
a. indien een strafrechtelijke vervolging ter zake van een misdrijf tegen hem is ingesteld;
|
||||
b. wanneer hem door het bevoegd gezag dan wel door Ons, indien het een ambtenaar betreft die bij koninklijk besluit is benoemd, het voornemen tot bestraffing met onvoorwaardelijk ontslag is meegedeeld dan wel wanneer hem die straf is opgelegd of
|
||||
c. wanneer naar het oordeel van het bevoegd gezag dan wel naar Ons oordeel indien het betreft een ambtenaar die bij koninklijk besluit is benoemd, het belang van de dienst dit vereist.
|
||||
|
||||
**2.** Tenzij bij wet is bepaald dat schorsing bij koninklijk besluit geschiedt, geschiedt schorsing door het bevoegd gezag. In afwachting van de schorsing kan de ambtenaar buiten functie worden gesteld door het bevoegd gezag, met dien verstande dat ten aanzien van de bij koninklijk besluit benoemde ambtenaren die werkzaam zijn bij een regionaal politiekorps of bij ITO machtiging van Onze Minister is vereist en ten aanzien van de bij koninklijk besluit benoemde ambtenaren die werkzaam zijn bij het LSOP machtiging van Onze Minister van Justitie en Onze Minister is vereist.
|
||||
**2.** Tenzij bij wet is bepaald dat schorsing bij koninklijk besluit geschiedt, geschiedt schorsing door het bevoegd gezag. In afwachting van de schorsing kan de ambtenaar buiten functie worden gesteld door het bevoegd gezag, met dien verstande dat ten aanzien van de bij koninklijk besluit benoemde ambtenaren die werkzaam zijn bij een regionaal politiekorps of bij een voorziening tot samenwerking machtiging van Onze Minister is vereist en ten aanzien van de bij koninklijk besluit benoemde ambtenaren die werkzaam zijn bij het LSOP machtiging van Onze Minister van Justitie en Onze Minister is vereist.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -1632,16 +1633,6 @@ b. de uitvoering van de politietaak, en die ontslag vraagt met het oog op een ui
|
|||
|
||||
**3.** Onze Minister stelt regels met betrekking tot de inhoud van de in het eerste lid genoemde vragenlijst en de procedures omtrent de vragenlijst.
|
||||
|
||||
### Artikel 88d
|
||||
|
||||
**1.** Aan de ambtenaar die ontslag vraagt met het oog op een ouderdomspensioen als bedoeld hoofdstuk 7 van het Pensioenreglement, wordt eervol ontslag verleend.
|
||||
|
||||
**2.** Het ontslag gaat niet eerder in dan met ingang van de dag waarop het recht ontstaat op een ouderdomspensioen.
|
||||
|
||||
**3.** Op aanvraag van de ambtenaar kan het ontslag, bedoeld in het tweede lid, ook voor een gedeelte van zijn arbeidstijd worden verleend, tenzij het belang van de dienst zich hiertegen verzet. Het gedeelte van dit ontslag bedraagt ten minste 10% van de omvang van de betrekking. Ontslag voor een gedeelte uit een betrekking waaruit reeds eerder gedeeltelijk ontslag met het oog op de in het tweede lid bedoelde uitkering heeft plaatsgevonden, bedraagt ten minste 10% van de oorspronkelijke arbeidstijd.
|
||||
|
||||
**4.** Artikel 87, tweede tot en met vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 89
|
||||
|
||||
**1.** Aan de aspirant die aan het einde van de aanstelling in tijdelijke dienst, bedoeld in artikel 3, eerste lid, niet voldoet aan de gestelde kwalificatie-eisen, wordt eervol ontslag verleend met ingang van de dag, volgend op die waarop de aanstelling in tijdelijke dienst is verstreken.
|
||||
|
|
@ -1796,7 +1787,7 @@ Voor het bepalen van het in het derde lid, onder a, en het vierde lid, onder a,
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Een ambtenaar kan ook op andere gronden, dan die welke in artikel 94 zijn geregeld of waarnaar in dat artikel wordt verwezen, worden ontslagen. Voor een ontslagverlening als bedoeld in de eerste volzin, van een ambtenaar werkzaam bij een regionaal politiekorps, bij het Korps landelijke politiediensten, bij het LSOP of bij ITO is de medewerking vereist van Onze Minister, indien bij wet is bepaald dat ontslag bij koninklijk besluit wordt verleend. Voor een ontslagverlening, bedoeld in de eerste volzin, van een bijzondere ambtenaar van politie is de medewerking vereist van Onze Minister van Justitie, indien bij wet is bepaald dat ontslag bij koninklijk besluit wordt verleend.
|
||||
Een ambtenaar kan ook op andere gronden, dan die welke in artikel 94 zijn geregeld of waarnaar in dat artikel wordt verwezen, worden ontslagen. Voor een ontslagverlening als bedoeld in de eerste volzin, van een ambtenaar werkzaam bij een regionaal politiekorps, bij het Korps landelijke politiediensten, bij het LSOP of bij een voorziening tot samenwerking is de medewerking vereist van Onze Minister, indien bij wet is bepaald dat ontslag bij koninklijk besluit wordt verleend. Voor een ontslagverlening, bedoeld in de eerste volzin, van een bijzondere ambtenaar van politie is de medewerking vereist van Onze Minister van Justitie, indien bij wet is bepaald dat ontslag bij koninklijk besluit wordt verleend.
|
||||
|
||||
Het ontslag wordt eervol verleend.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1807,9 +1798,9 @@ Het ontslag wordt eervol verleend.
|
|||
De regeling, bedoeld in het tweede lid, wordt getroffen:
|
||||
|
||||
a. bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Justitie, indien het een korpschef van een regionaal politiekorps, dan wel een lid van de leiding van een regionaal politiekorps, dat in het bijzonder verantwoordelijk is voor de recherchefunctie, betreft, alsmede indien het de korpschef, dan wel een lid van de leiding van het Korps landelijke politiediensten betreft;
|
||||
b. bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister, indien het een andere ambtenaar dan die bedoeld in onderdeel a betreft, werkzaam bij een regionaal politiekorps, bij het Korps landelijke politiediensten of bij ITO, die bij koninklijk besluit is benoemd;
|
||||
b. bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister, indien het een andere ambtenaar dan die bedoeld in onderdeel a betreft, werkzaam bij een regionaal politiekorps, bij het Korps landelijke politiediensten of bij een voorziening tot samenwerking, die bij koninklijk besluit is benoemd;
|
||||
c. bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister van Justitie in overeenstemming met Onze Minister, indien het een bijzonder ambtenaar van politie betreft, die bij koninklijk besluit is benoemd;
|
||||
d. door Onze Minister, indien het een ambtenaar betreft, werkzaam bij een regionaal politiekorps, bij het Korps landelijke politiediensten of bij ITO die niet bij koninklijk besluit is benoemd en
|
||||
d. door Onze Minister, indien het een ambtenaar betreft, werkzaam bij een regionaal politiekorps, bij het Korps landelijke politiediensten of bij een voorziening tot samenwerking die niet bij koninklijk besluit is benoemd en
|
||||
e. door Onze Minister van Justitie, indien het een bijzonder ambtenaar van politie betreft, die niet bij koninklijk besluit is benoemd.
|
||||
f. bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister van Justitie en van Onze Minister, indien het een ambtenaar betreft, werkzaam bij het LSOP die bij koninklijk besluit is benoemd;
|
||||
g. het college van bestuur van het LSOP, indien het een ambtenaar betreft, bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel b, van de Wet op het LSOP en het politieonderwijs, die niet bij koninklijk besluit is benoemd.
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue