2012-10-01 | BWBR0009641 | Natuurbeschermingswet 1998

This commit is contained in:
Coornhert 2012-10-01 12:00:00 +00:00
parent d939f3d13d
commit 357399a5a1

View file

@ -880,23 +880,11 @@ d. de omstandigheden sedert het tijdstip waarop de vergunning is verleend zodani
### Artikel 45
**1.** Onze Minister kan, indien dat in het algemeen belang geboden is, gedeputeerde staten een aanwijzing geven ter zake van het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een vergunning als bedoeld in de artikelen 6, 19d, en 19ia in samenhang met 16, een reeds verleende vergunning als bedoeld in de artikelen 6, 19d, en 19ia in samenhang met 16, en een beheerplan als bedoeld in de artikelen 17 en 19a een passende maatregel als bedoeld in de artikelen 19c, eerste lid, en 19ia in samenhang met 19c, een oplegging van een verplichting of het geven van instructies als bedoeld in artikel 19ke, tweede lid.
**2.** Onze Minister pleegt over het voornemen tot het geven van een aanwijzing overleg met de betrokken gedeputeerde staten.
**3.** De aanwijzing wordt door gedeputeerde staten vermeld in de beschikking terzake waarvan zij is gegeven.
**4.** Indien gedeputeerde staten niet binnen de door Onze Minister bij de in het eerste lid bedoelde aanwijzing gestelde termijn aan de aanwijzing gevolg geven, dan wel daaraan niet naar behoren gevolg geven, neemt Onze Minister het besluit waarop de aanwijzing betrekking had.
Vervallen
### Artikel 45a
**1.** Onze Minister kan, indien dat in het algemeen belang geboden is, het bevoegde bestuursorgaan een aanwijzing geven ter zake van een besluit als bedoeld in artikel 19j, eerste lid.
**2.** De bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, geldt niet ten aanzien van bestuursorganen die behoren tot de Staat.
**3.** Onze Minister pleegt over het voornemen tot het geven van een aanwijzing overleg met de betrokken bestuursorganen.
**4.** De betrokken bestuursorganen zijn verplicht een besluit als bedoeld in het eerste lid binnen zes maanden in overeenstemming te brengen met de aanwijzingen van Onze Minister.
Vervallen
## Hoofdstuk IX. Omgevingsvergunning
@ -1034,17 +1022,11 @@ Vervallen
**1.** Onze Minister is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang ter handhaving van het bij of krachtens deze wet bepaalde, ter zake van projecten en andere handelingen waarvoor hij ingevolge de artikelen 16, 19d, en 19ia in samenhang met 16 bevoegd is vergunning te verlenen, alsmede ter zake van de verplichtingen en instructies die hij krachtens de artikelen 16, 19ia in samenhang met 19c, en 19ke bevoegd is op te leggen onderscheidenlijk te geven.
**2.** Gedeputeerde staten geven op verzoek van Onze Minister een beschikking tot oplegging van een last onder bestuursdwang indien de bij of krachtens deze wet gestelde verplichtingen niet worden nageleefd. Bij het verzoek kan Onze Minister bepalen waarbinnen aan zijn verzoek wordt voldaan.
**3.** Gedeputeerde staten zenden aan Onze Minister een exemplaar van de in het tweede lid bedoelde beschikking.
**4.** Gedeputeerde staten zijn bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang ter handhaving van het bij of krachtens deze wet bepaalde, ter zake van projecten en andere handelingen waarvoor zij ingevolge de artikelen 16, 19d, en 19ia in samenhang met 16 bevoegd zijn vergunning te verlenen, en waarvoor zij ingevolge de artikelen 19c, 19ia in samenhang met 19c, en 19ke, bevoegd zijn verplichtingen op te leggen en instructies te geven.
**5.** Dit artikel is niet van toepassing met betrekking tot de handhaving van het bij of krachtens hoofdstuk IX bepaalde.
**2.** Dit artikel is niet van toepassing met betrekking tot de handhaving van het bij of krachtens hoofdstuk IX bepaalde.
### Artikel 57a
**1.** Met betrekking tot de handhaving van het bij of krachtens hoofdstuk IX bepaalde zijn de artikelen 5.3 tot en met 5.25 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van toepassing.
**1.** Met betrekking tot de handhaving van het bij of krachtens hoofdstuk IX bepaalde zijn de artikelen 5.3 tot en met 5.23 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van toepassing.
**2.** Het in artikel 5.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht bedoelde bestuursorgaan heeft tot taak zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving van de op grond van hoofdstuk IX voor degene die de betrokken activiteit verricht, geldende voorschriften.