diff --git a/amvb/inrichtingen-en-vergunningenbesluit-milieubeheer/BWBR0005829/README.md b/amvb/inrichtingen-en-vergunningenbesluit-milieubeheer/BWBR0005829/README.md index d79a035f863..e4a04c8f360 100644 --- a/amvb/inrichtingen-en-vergunningenbesluit-milieubeheer/BWBR0005829/README.md +++ b/amvb/inrichtingen-en-vergunningenbesluit-milieubeheer/BWBR0005829/README.md @@ -456,9 +456,9 @@ In gevallen waarin een verklaring betrekking heeft op een inrichting waarvoor On ### Artikel 6.4 -In gevallen waarin de verklaring betrekking heeft op een inrichting waarop het Besluit risico's zware ongevallen 1999 van toepassing is, zendt het bevoegd gezag zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk twee weken na de bekendmaking van de verklaring, een exemplaar daarvan aan: +In gevallen waarin de verklaring betrekking heeft op een inrichting waarop het Besluit risico's zware ongevallen 1999 van toepassing is en die verklaring betrekking heeft op het onderdeel externe veiligheid, zendt het bevoegd gezag zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk twee weken na de bekendmaking van de verklaring, een exemplaar daarvan aan: -a. Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer; +a. het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu; b. de inspecteur; c. de daartoe door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aangewezen ambtenaar, bedoeld in artikel 24 van de Arbeidsomstandighedenwet 1998; d. burgemeester en wethouders van de gemeente waarin de inrichting geheel of gedeeltelijk is gelegen, tenzij burgemeester en wethouders het bevoegd gezag zijn; @@ -552,14 +552,14 @@ c. het bestuur van de regionale brandweer waarin een gemeente als bedoeld onder Het bevoegd gezag zendt in een geval als bedoeld in de artikelen 5.15 en 5.17 met het oog op de voorbereiding van de bestrijding van rampen en zware ongevallen de daar bedoelde onderdelen van het veiligheidsrapport en, indien tijdens de behandeling van de aanvraag een aanvulling op het veiligheidsrapport is ontvangen, deze aanvulling aan: -a. de burgemeester van de gemeenten waarvan het grondgebied is gelegen binnen de lijn van 10^-8 individueel risico, bedoeld in bijlage III, onder 2, onder c, van het Besluit risico's zware ongevallen 1999; +a. de burgemeester van de gemeenten waarvan het grondgebied is gelegen binnen de lijn van 10^-8 van het plaatsgebonden risico, bedoeld in bijlage III, onder 2, onder c, van het Besluit risico's zware ongevallen 1999; b. de commissaris van de Koningin in de provincie waarin een gemeente is gelegen waarin de inrichting geheel of gedeeltelijk zal zijn of is gelegen; c. de commissaris van de Koningin in de provincie waarin een gemeente als bedoeld onder a is gelegen; d. het bestuur van de regionale brandweer binnen wier gebied een gemeente als bedoeld onder a of c is gelegen. **2.** Het bevoegd gezag zendt een exemplaar van de stukken, bedoeld in het eerste lid, aan Onze Minister. -**3.** Onze Minister zendt een exemplaar van de stukken, bedoeld in het eerste lid, indien de lijn van 10^-8 individueel risico, bedoeld in bijlage III, onder 2, onder c, van het Besluit risico's zware ongevallen 1999 zich uitstrekt over het grondgebied van een andere staat, aan die staat. In dat geval zendt hij tevens een exemplaar aan Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. In afwijking van de eerste volzin zendt Onze Minister, indien krachtens artikel 19.3 van de wet een tweede tekst is overgelegd, een exemplaar van deze tekst aan de betrokken staat. +**3.** Onze Minister zendt een exemplaar van de stukken, bedoeld in het eerste lid, indien de lijn van 10^-8 van het plaatsgebonden risico, bedoeld in bijlage III, onder 2, onder c, van het Besluit risico's zware ongevallen 1999 zich uitstrekt over het grondgebied van een andere staat, aan die staat. In dat geval zendt hij tevens een exemplaar aan Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. In afwijking van de eerste volzin zendt Onze Minister, indien krachtens artikel 19.3 van de wet een tweede tekst is overgelegd, een exemplaar van deze tekst aan de betrokken staat. ### Artikel 8.3