2016-01-01 | BWBR0020892 | Besluit uitvoering Pensioenwet en Wet verplichte beroepspensioenregeling
This commit is contained in:
parent
2b43561eec
commit
359c2d574d
1 changed files with 150 additions and 31 deletions
|
|
@ -3,7 +3,7 @@ titel: Besluit uitvoering Pensioenwet en Wet verplichte beroepspensioenregeling
|
|||
bwb_id: BWBR0020892
|
||||
type: AMvB
|
||||
status: geldend
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2013-12-18'
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2015-12-23'
|
||||
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0020892
|
||||
citeertitel: Besluit uitvoering Pensioenwet en Wet verplichte beroepspensioenregeling
|
||||
---
|
||||
|
|
@ -98,35 +98,19 @@ De Stichting Autoriteit Financiële Markten kan nadere regels stellen met betrek
|
|||
|
||||
### Artikel 4
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
**1.** De informatie over toeslagverlening die op grond van de artikelen 38, eerste lid, onderdeel c, en 44, eerste lid, onderdeel c, van de Pensioenwet, de artikelen 49, eerste lid, onderdeel c, en 55, eerste lid, onderdeel c, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling en artikel 2, eerste lid, onderdeel e, en derde lid, wordt verstrekt heeft betrekking op de toeslagverlening over de afgelopen drie jaar waarbij wordt aangegeven in hoeverre de prijsinflatie hiermee is gecompenseerd.
|
||||
|
||||
De informatie over toeslagverlening die op grond van de artikelen 21 en 38 tot en met 45 van de Pensioenwet dan wel de artikelen 48 tot en met 56 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling wordt verstrekt heeft betrekking op:
|
||||
**2.** De informatie over toeslagverlening die op grond van de artikelen 39, eerste lid, onderdeel b, 40, eerste lid, onderdeel b, 41, eerste lid, onderdeel b, 42, eerste lid, onderdeel b, 43, eerste lid, onderdeel c, en 45, eerste lid, onderdeel c, van de Pensioenwet en de artikelen 50, eerste lid, onderdeel b, 51, eerste lid, onderdeel b, 52, eerste lid, onderdeel b, 53, eerste lid, onderdeel b, 54, eerste lid, onderdeel c, en 56, eerste lid, onderdeel c, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling wordt verstrekt heeft betrekking op de toeslagverlening over de afgelopen vijf jaar waarbij wordt aangegeven in hoeverre de prijsinflatie hiermee is gecompenseerd.
|
||||
|
||||
a. het ambitieniveau en de voorwaarden die gelden bij de toeslagverlening;
|
||||
b. de wijze van financiering van voorwaardelijke toeslagverlening en, indien is gekozen voor financiering als bedoeld in artikel 137, eerste lid, onderdeel a, van de Pensioenwet dan wel artikel 132, eerste lid, onderdeel a, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, de hoogte van de voorziening in relatie tot de benodigde voorziening;
|
||||
c. de verwachtingen ten aanzien van toekomstige toeslagverlening; en
|
||||
d. de toeslagverlening over de afgelopen drie jaar waarbij wordt aangegeven of dit in overeenstemming met het gepresenteerde toeslagenbeleid is geweest.
|
||||
|
||||
**2.** Bij de verlening van informatie over de verwachtingen ten aanzien van toekomstige toeslagverlening wordt door fondsen gebruik gemaakt van de continuïteitsanalyse.
|
||||
|
||||
**3.** Bij regeling van Onze Minister kunnen regels worden gesteld over de informatieverstrekking over toeslagverlening.
|
||||
**3.** De informatie over toeslagverlening die op grond van artikel 46a, eerste lid, onderdeel b, van de Pensioenwet en artikel 57a, eerste lid, onderdeel b van de Wet verplichte beroepspensioenregeling wordt verstrekt of beschikbaar gesteld heeft betrekking op de toeslagverlening over de afgelopen tien jaar waarbij wordt aangegeven in hoeverre de prijsinflatie hiermee is gecompenseerd en of dit in overeenstemming met het toeslagenbeleid is geweest.
|
||||
|
||||
### Artikel 5
|
||||
|
||||
**1.** Aan de deelnemers wordt jaarlijks een opgave van de verworven pensioenaanspraken verstrekt waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen een uitkeringsovereenkomst dan wel uitkeringsregeling, een kapitaalovereenkomst dan wel kapitaalregeling en een premieovereenkomst dan wel premieregeling.
|
||||
**1.** De informatie over vermindering van pensioenaanspraken en pensioenrechten die op grond van de artikelen 38, eerste lid, onderdeel d, en 44, eerste lid, onderdeel d, van de Pensioenwet, de artikelen 49, eerste lid, onderdeel d, en 55, eerste lid, onderdeel d, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling en artikel 2, eerste lid, onderdeel e, en derde lid, wordt verstrekt heeft betrekking op de vermindering van pensioenaanspraken en pensioenrechten die in de laatste drie jaar is doorgevoerd.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
**2.** De informatie over vermindering van pensioenaanspraken en pensioenrechten die op grond van de artikelen 39, eerste lid, onderdeel e, 40, eerste lid, onderdeel c, 41, eerste lid, onderdeel d, 42, eerste lid, onderdeel c, 43, eerste lid, onderdeel d, en 45, eerste lid, onderdeel d, van de Pensioenwet en de artikelen 50, eerste lid, onderdeel e, 51, eerste lid, onderdeel c, 52, eerste lid, onderdeel d, 53, eerste lid, onderdeel c, 54, eerste lid, onderdeel d, en 56, eerste lid, onderdeel d, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling wordt verstrekt heeft betrekking op de vermindering van pensioenaanspraken en pensioenrechten die in de laatste vijf jaar is doorgevoerd.
|
||||
|
||||
De opgave van de reglementair te bereiken pensioenaanspraken bevat:
|
||||
|
||||
a. in geval van een uitkeringsovereenkomst dan wel uitkeringsregeling een opgave van de hoogte van het periodiek uit te keren pensioen vanaf de ingangsdatum van het pensioen;
|
||||
b. in geval van een kapitaalovereenkomst dan wel kapitaalregeling een opgave van de hoogte van het voor periodieke uitkeringen aan te wenden kapitaal op de ingangsdatum van het pensioen; of
|
||||
c. in geval van een premieovereenkomst dan wel premieregeling:
|
||||
|
||||
1°. de hoogte van de periodieke uitkering wanneer de premie voor de ingangsdatum van het pensioen reeds daarvoor wordt aangewend; en
|
||||
2°. de hoogte van het voor periodieke uitkeringen aan te wenden verzekerd kapitaal wanneer de premie voor de ingangsdatum van het pensioen reeds daarvoor wordt aangewend.
|
||||
|
||||
**3.** Bij de in het tweede lid bedoelde opgave wordt ten aanzien van nabestaandenpensioen aangegeven wat de consequenties zijn van de gekozen wijze van financieren.
|
||||
**3.** De informatie over vermindering van pensioenaanspraken en pensioenrechten die op grond van artikel 46a, eerste lid, onderdeel b, van de Pensioenwet en artikel 57a, eerste lid, onderdeel b, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, wordt verstrekt of beschikbaar gesteld heeft betrekking op de vermindering van pensioenaanspraken en pensioenrechten die in de laatste tien jaar is doorgevoerd.
|
||||
|
||||
### Artikel 6
|
||||
|
||||
|
|
@ -144,7 +128,12 @@ De uitvoerder verstrekt de gewezen partner bij scheiding informatie over de moge
|
|||
|
||||
### Artikel 7a
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
De uitvoerder verstrekt degene die pensioengerechtigde wordt voorafgaand aan of bij de pensioeningang in ieder geval informatie over:
|
||||
|
||||
a. het recht te kiezen voor een hoger of eerder ingaand ouderdomspensioen, bedoeld in artikel 60 van de Pensioenwet dan wel artikel 72 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, voor zover sprake is van opbouw van ouderdomspensioen en partnerpensioen;
|
||||
b. de mogelijkheid van afkoop, bedoeld in artikel 66 tot en met 69 van de Pensioenwet dan wel artikel 78 tot en met 80a van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, voor zover sprake is van een pensioenaanspraak onder de afkoopgrens of een fiscaal bovenmatige pensioenaanspraak;
|
||||
c. de mogelijkheid tot of het recht op waardeoverdracht, bedoeld in de artikelen 80, 81, 81a, tweede lid, en 81b, van de Pensioenwet dan wel de artikelen 88, 89, 89a, tweede lid, en 89b van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, voor zover sprake is van een aan te wenden kapitaal op de pensioendatum; en
|
||||
d. andere keuzemogelijkheden die de pensioenregeling biedt.
|
||||
|
||||
### Artikel 8
|
||||
|
||||
|
|
@ -192,7 +181,11 @@ Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
|||
|
||||
### Artikel 9c
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
**1.** Op voordracht van de uitvoerders en na advies van de Autoriteit Financiële Markten stelt Onze Minister de modellen voor het uniform pensioenoverzicht vast.
|
||||
|
||||
**2.** De modellen voor het uniform pensioenoverzicht worden beschikbaar gesteld op de website van de Pensioenfederatie en het Verbond van Verzekeraars.
|
||||
|
||||
**3.** Een uitvoerder verstrekt een uniform pensioenoverzicht voor deelnemers aan een ieder die in de gehele of in een deel van de voor het uniform pensioenoverzicht relevante periode deelnemer bij die pensioenuitvoerder was.
|
||||
|
||||
### Artikel 9d
|
||||
|
||||
|
|
@ -267,6 +260,26 @@ c. deelname aan beleggingsfondsen.
|
|||
|
||||
**2.** De kosten van vermogensbeheer, bedoeld in artikel 10a, tweede lid, en de transactiekosten, bedoeld in artikel 10a, derde lid, worden in het bestuursverslag opgenomen als totaal bedrag en als percentage van het in het verslagjaar gemiddeld belegde vermogen.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 2a. Uitvoeringsovereenkomst algemeen pensioenfonds
|
||||
|
||||
### Artikel 10c
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Bij de regeling over de kosten die verband houden met de uitvoering van de pensioenregeling in de uitvoeringsovereenkomst met een algemeen pensioenfonds wordt, zowel bij de kosten die in mindering kunnen worden gebracht op een afgescheiden vermogen als bij de kosten die ten laste kunnen worden gebracht van de premie, onderscheid gemaakt tussen:
|
||||
|
||||
a. administratieve uitvoeringskosten als bedoeld in artikel 10a, eerste lid;
|
||||
b. vermogensbeheerskosten als bedoeld in artikel 10a, tweede lid; en
|
||||
c. transactiekosten als bedoeld in artikel 10a, derde lid.
|
||||
|
||||
**2.** Overige kosten die verband houden met de uitvoering van de pensioenregeling en niet als kosten in de zin van een van de drie categorieën, bedoeld in het eerste lid, kunnen worden toebedeeld worden volgens een vaste verdeelsleutel over de drie categorieën verdeeld. Daarbij worden deze kosten nader gespecificeerd.
|
||||
|
||||
**3.** De wijze waarop de kosten, bedoeld in het eerste en tweede lid, worden bepaald is volledig en duidelijk gespecificeerd.
|
||||
|
||||
### Artikel 10d
|
||||
|
||||
In de uitvoeringsovereenkomst met een algemeen pensioenfonds wordt een regeling opgenomen waaruit blijkt welke diensten worden uitgevoerd, onder welke voorwaarden dat gebeurt en waarbij in ieder geval afspraken worden opgenomen over indicatoren met betrekking tot de kwaliteit van dienstverlening.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 3. Fondsbestuur
|
||||
|
||||
### Artikel 11
|
||||
|
|
@ -355,7 +368,7 @@ b. de toeslagverlening;
|
|||
c. geslacht, geboortedatum en pensioendatum; en
|
||||
d. alle overige informatie die van belang is voor de uitvoering van de waardeoverdracht.
|
||||
|
||||
Bij de informatie over toeslagverlening is artikel 4 van overeenkomstige toepassing.
|
||||
Bij de informatie over toeslagverlening is artikel 4, tweede lid van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de overdragende uitvoerder een premieovereenkomst of premieregeling uitvoert waarbij de premie wordt belegd, geldt de opgave als een voorlopige opgave en is het eerste lid, onderdelen a en b, niet van toepassing.
|
||||
|
||||
|
|
@ -396,7 +409,7 @@ b. de betreffende werkgever is een kleine werkgever.
|
|||
|
||||
### Artikel 20
|
||||
|
||||
De ontvangende uitvoerder verstrekt de opgave of voorlopige opgave, bedoeld in artikel 18, binnen twee maanden na ontvangst aan de deelnemer onder vermelding van de aanspraken die zullen voortvloeien uit de waardeoverdracht en de wijze waarop de aanspraken in de pensioenregeling, ondergebracht bij de ontvangende uitvoerder, zullen worden behandeld. Bij de informatie over toeslagverlening is artikel 4 van overeenkomstige toepassing. Indien toepassing is gegeven aan artikel 19a of artikel 19b wordt de termijn, bedoeld in dit artikel, met twee maanden verlengd.
|
||||
De ontvangende uitvoerder verstrekt de opgave of voorlopige opgave, bedoeld in artikel 18, binnen twee maanden na ontvangst aan de deelnemer onder vermelding van de aanspraken die zullen voortvloeien uit de waardeoverdracht en de wijze waarop de aanspraken in de pensioenregeling, ondergebracht bij de ontvangende uitvoerder, zullen worden behandeld. Bij de informatie over toeslagverlening is artikel 4, tweede lid van overeenkomstige toepassing. Indien toepassing is gegeven aan artikel 19a of artikel 19b wordt de termijn, bedoeld in dit artikel, met twee maanden verlengd.
|
||||
|
||||
### Artikel 21
|
||||
|
||||
|
|
@ -643,7 +656,7 @@ b. de schriftelijk vastgelegde afspraken over de besteding van het vermogen van
|
|||
|
||||
**1.** De Stichting Autoriteit Financiële Markten houdt toezicht op de naleving van de regels, gesteld bij of krachtens de artikelen 21, eerste lid, tweede lid, tweede zin, vierde lid, 29, eerste lid, 29, zevende lid, voor zover het betreft de overeenkomstige toepassing van artikel 29, eerste lid, 33, voor zover het betreft communicatie en de klachtenregeling van verzekeraars en premiepensioeninstellingen, 36, 38 tot en met 51, met uitzondering van de berekeningen ten behoeve van de weergave op basis van scenario’s, 52, tweede tot en met zesde lid, 66, derde en vierde lid, 67, tweede lid, 68, tweede lid, 71, derde lid, voor zover het de opgave van pensioenaanspraken betreft, 74, tweede en derde lid, 76, derde en negende lid, voor zover het de opgave van pensioenaanspraken betreft, 83, tweede, lid, onderdeel a, voor zover het betrekking heeft op het informeren van de daarin genoemde personen en 134, tweede lid van de Pensioenwet.
|
||||
|
||||
**2.** De Stichting Autoriteit Financiële Markten houdt toezicht op de naleving van de regels, gesteld bij of krachtens de artikelen 38, 39, eerste lid, 39, zevende lid, voor zover het betreft de overeenkomstige toepassing van artikel 39, eerste lid, 42, voor zover het betreft communicatie en de klachtenregeling van verzekeraars en premiepensioeninstellingen, 44, 48 tot en met 58, 59, met uitzondering van de berekeningen ten behoeve van de kwalitatieve en beeldende maatstaf, 60 tot en met 62, 63, tweede tot en met zesde lid, 78, derde en vierde lid, 79, tweede lid, 80, tweede lid, 82, derde lid, voor zover het de opgave van pensioenaanspraken betreft, 85, tweede en derde lid, 91, tweede, lid, onderdeel a, voor zover het betrekking heeft op het informeren van de daarin genoemde personen en 129, tweede lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling.
|
||||
**2.** De Stichting Autoriteit Financiële Markten houdt toezicht op de naleving van de regels, gesteld bij of krachtens de artikelen 38, 39, eerste lid, 39, zevende lid, voor zover het betreft de overeenkomstige toepassing van artikel 39, eerste lid, 42, voor zover het betreft communicatie en de klachtenregeling van verzekeraars en premiepensioeninstellingen, 44, 48 tot en met 62, met uitzondering van de berekeningen ten behoeve van de weergave op basis van scenario’s, 63, tweede tot en met zesde lid, 78, derde en vierde lid, 79, tweede lid, 80, tweede lid, 82, derde lid, voor zover het de opgave van pensioenaanspraken betreft, 85, tweede en derde lid, 91, tweede, lid, onderdeel a, voor zover het betrekking heeft op het informeren van de daarin genoemde personen en 129, tweede lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling.
|
||||
|
||||
**3.** De Nederlandsche Bank houdt toezicht op de naleving van de regels, gesteld bij of krachtens de Pensioenwet en de Wet verplichte beroepspensioenregeling, met uitzondering van de regels genoemd in het eerste en tweede lid.
|
||||
|
||||
|
|
@ -703,6 +716,101 @@ j. de uitvoeringskosten, bedoeld in artikel 9b, tweede lid, onderdeel a.
|
|||
|
||||
**4.** Indien wordt verzocht om een voorlopige voorziening als bedoeld in artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht, wordt de publicatie opgeschort totdat de voorzieningenrechter een uitspraak heeft gedaan.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 8a. Vergunning en weerstandsvermogen algemeen pensioenfonds
|
||||
|
||||
### Artikel 40b
|
||||
|
||||
**1.** De Nederlandsche Bank verleent op aanvraag een vergunning als bedoeld in artikel 112a, tweede lid, van de Pensioenwet. Deze aanvraag wordt gedaan met gebruikmaking van een daartoe door De Nederlandsche Bank beschikbaar gesteld formulier.
|
||||
|
||||
**2.** De Nederlandsche Bank bericht de aanvrager onverwijld van de ontvangst van de aanvraag.
|
||||
|
||||
**3.** De Nederlandsche Bank beslist binnen dertien weken na ontvangst op de aanvraag.
|
||||
|
||||
**4.** De Nederlandsche Bank stelt de Autoriteit Financiële Markten in de gelegenheid te adviseren over gedragstoezichtaspecten van de vergunningaanvraag.
|
||||
|
||||
**5.** De gegevens, bedoeld in artikel 40c, worden in zodanige vorm verstrekt dat een goede beoordeling door De Nederlandsche Bank mogelijk is.
|
||||
|
||||
### Artikel 40c
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De gegevens, bedoeld in artikel 112a, derde lid, van de Pensioenwet zijn:
|
||||
|
||||
a. een opgave van de naam, het adres, het telefoon- en faxnummer, het e-mailadres en de internetpagina van het algemeen pensioenfonds;
|
||||
b. een opgave van de statutaire zetel en de statutaire naam;
|
||||
c. een opgave van het nummer van inschrijving in het handelsregister;
|
||||
d. een gewaarmerkt afschrift van de statuten;
|
||||
e. gegevens op basis waarvan De Nederlandsche Bank kan beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge artikel 106 van de Pensioenwet is bepaald met betrekking tot de geschiktheid van de personen die het beleid bepalen of mede bepalen;
|
||||
f. gegevens op basis waarvan De Nederlandsche Bank kan beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge artikel 106 van de Pensioenwet is bepaald met betrekking tot de betrouwbaarheid van de personen die het beleid bepalen of mede bepalen;
|
||||
g. gegevens op basis waarvan De Nederlandsche Bank kan beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge artikel 106a van de Pensioenwet met betrekking tot bestuurders en leden van de raad van toezicht is bepaald over het tijdsbeslag;
|
||||
h. een beschrijving van besturing en toezicht in de organisatie, mede in relatie tot de voorziene collectiviteitkringen;
|
||||
i. een beschrijving van de wijze waarop, in overeenstemming met de rangregeling, de scheiding wordt gewaarborgd tussen de afgescheiden vermogens die per collectiviteitkring worden aangehouden, overeenkomstig artikel 123 van de Pensioenwet;
|
||||
j. een programma van werkzaamheden die het algemeen pensioenfonds voornemens is te verrichten;
|
||||
k. bescheiden waaruit het weerstandsvermogen, bedoeld in artikel 112a, achtste lid, van de Pensioenwet blijkt, inclusief bescheiden waaruit blijkt dat het algemeen pensioenfonds gedurende de eerste drie jaren doorlopend kan beschikken over het wettelijk vereiste weerstandsvermogen;
|
||||
l. een beschrijving van de werkzaamheden die worden uitbesteed, voorzien van een op een risicoanalyse gebaseerde onderbouwing;
|
||||
m. een beschrijving van de inrichting van de organisatie met betrekking tot de beheerste en integere bedrijfsvoering, bedoeld in artikel 143 van de Pensioenwet, inclusief een eigen risicobeoordeling;
|
||||
n. de uitvoeringsovereenkomst of uitvoeringsovereenkomsten die het algemeen pensioenfonds voornemens is te sluiten, of indien hiervan nog geen sprake is, een modeluitvoeringsovereenkomst;
|
||||
o. het pensioenreglement of de pensioenreglementen die het algemeen pensioenfonds op grond van artikel 35 van de Pensioenwet heeft opgesteld ten behoeve van de collectiviteitkring of collectiviteitkringen of indien hiervan nog geen sprake is een modelpensioenreglement; en
|
||||
p. een beschrijving van de doelstellingen en beleidsuitgangspunten als bedoeld in artikel 102a, eerste lid, van de Pensioenwet.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel e, zijn:
|
||||
|
||||
a. een opgave van de naam, de geboortedatum, de geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon- en faxnummer, het e-mailadres en de functie;
|
||||
b. een curriculum vitae;
|
||||
c. een opgave van de relevante diploma’s;
|
||||
d. een kopie van een geldig identiteitsbewijs; en
|
||||
e. een opgave van referenten.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel f, zijn:
|
||||
|
||||
a. een opgave van de naam, de geboortedatum, de geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon- en faxnummer, het e-mailadres en de functie;
|
||||
b. een kopie van een geldig identiteitsbewijs;
|
||||
c. gegevens met betrekking tot de antecedenten, bedoeld in de bijlage bij dit besluit; en
|
||||
d. een opgave van referenten.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
Het programma van werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid, onderdeel j, bevat ten minste:
|
||||
|
||||
a. een beschrijving van het bedrijfsmodel en verdienmodel;
|
||||
b. een raming voor de eerste drie boekjaren van de kosten; en
|
||||
c. een raming voor de eerste drie kalenderjaren van de liquiditeitspositie.
|
||||
|
||||
### Artikel 40d
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De Nederlandsche Bank kan een verleende vergunning wijzigen, geheel of gedeeltelijk intrekken of beperken, dan wel daaraan nadere voorschriften verbinden, indien:
|
||||
|
||||
a. de vergunninghouder daartoe een aanvraag heeft ingediend;
|
||||
b. de vergunninghouder, naar later blijkt, bij de aanvraag van de vergunning onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt, en kennis omtrent de juiste en volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid;
|
||||
c. de vergunninghouder omstandigheden of feiten heeft verzwegen op grond waarvan, zo zij voor het tijdstip waarop de vergunning werd verleend zich hadden voorgedaan of bekend waren geweest, de vergunning zou zijn geweigerd;
|
||||
d. de vergunninghouder niet meer voldoet aan de bij of krachtens de Pensioenwet gestelde regels dan wel niet meer voldoet aan de aan de vergunning verbonden voorschriften of gestelde beperkingen;
|
||||
e. de vergunninghouder geen gebruik van de vergunning heeft gemaakt binnen een termijn van twaalf maanden na vergunningverlening;
|
||||
f. de vergunninghouder de vergunningplichtige activiteit gedurende meer dan zes maanden heeft beëindigd;
|
||||
g. de vergunninghouder het bedrijf ten behoeve waarvan de vergunning is verleend, geheel of gedeeltelijk overdraagt;
|
||||
h. de vergunninghouder wordt ontbonden;
|
||||
i. niet blijkt dat de jaarrekening of de staten een getrouw beeld geeft of geven van de grootte en de samenstelling van het vermogen van het algemeen pensioenfonds en van het resultaat over het desbetreffende boekjaar;
|
||||
j. de vergunninghouder in staat van faillissement is komen te verkeren.
|
||||
|
||||
**2.** De Nederlandsche Bank kan bij het besluit tot intrekking van een vergunning tevens bepalen dat het algemeen pensioenfonds binnen een door De Nederlandsche Bank te stellen termijn het bedrijf geheel of gedeeltelijk afwikkelt. Bij een afwikkeling, al dan niet bepaald door De Nederlandsche Bank, wordt het algemeen pensioenfonds of de curator in faillissement van het algemeen pensioenfonds aangemerkt als vergunninghoudende onderneming.
|
||||
|
||||
### Artikel 40e
|
||||
|
||||
**1.** Het weerstandsvermogen, bedoeld in artikel 112a, achtste lid, van de Pensioenwet bedraagt ten minste 0,2% van de waarde van het beheerd pensioenvermogen met een minimum van € 500.000 en een maximum van € 20 miljoen.
|
||||
|
||||
**2.** Voor de dekking van aansprakelijkheidsrisico’s wordt het weerstandsvermogen, bedoeld in het eerste lid, verhoogd met 0,1% van de waarde van het beheerd pensioenvermogen, tenzij het algemeen pensioenfonds een beroepsaansprakelijkheidsverzekering of een daarmee vergelijkbare voorziening heeft die zijn aansprakelijkheid dekt wegens fouten, verzuimen of nalatigheden begaan in de uitoefening van zijn bedrijf en voor gevallen op het grondgebied waarop de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte van toepassing is, voor een bedrag van ten minste 0,75% van de waarde van het beheerde pensioenvermogen, met een minimum van € 2 miljoen en een maximum van € 20 miljoen per schadegeval, en ten minste een procent van de waarde van het beheerde pensioenvermogen, met een minimum van € 2,5 miljoen en een maximum van € 25 miljoen per jaar, voor alle schadegevallen gezamenlijk.
|
||||
|
||||
**3.** In afwijking van het eerste en tweede lid bedraagt het weerstandsvermogen meer dan het resultaat van de berekeningswijze overeenkomstig dit artikel, indien de risicoanalyse van het algemeen pensioenfonds daartoe aanleiding geeft.
|
||||
|
||||
**4.** Het weerstandsvermogen van het algemeen pensioenfonds wordt gevormd door de vermogensbestanddelen, bedoeld in de artikelen 5 tot en met 8 van het Besluit financieel toetsingskader pensioenfondsen.
|
||||
|
||||
**5.** Het algemeen pensioenfonds toetst ten minste een keer per jaar of de beroepsaansprakelijkheidsverzekering nog in overeenstemming is met de eisen, bedoeld in het tweede lid, dan wel vaker wanneer sprake is van een wijziging van omstandigheden die hierop van invloed zijn.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 9. Nettopensioen
|
||||
|
||||
### Artikel 41
|
||||
|
|
@ -840,6 +948,7 @@ Overtreding van een voorschrift, gesteld in een hierna genoemd artikel van de Pe
|
|||
| 107 | 1 |
|
||||
| 111 | 1 |
|
||||
| 112 | 1 |
|
||||
| 112a, zevende lid | 1 |
|
||||
| 113 | 1 |
|
||||
| 115 | 1 |
|
||||
| 115a | 2 |
|
||||
|
|
@ -987,11 +1096,13 @@ Overtreding van een voorschrift gesteld in een hierna genoemd artikel van dit be
|
|||
| Besluit uitvoering Pensioenwet en Wet verplichte beroepspensioenregeling | Boetecategorie |
|
||||
| --- | --- |
|
||||
| 2 | 2 |
|
||||
| 5 | 2 |
|
||||
| 6 | 2 |
|
||||
| 7 | 2 |
|
||||
| 7a | 2 |
|
||||
| 8 | 2 |
|
||||
| 9 | 2 |
|
||||
| 9a | 2 |
|
||||
| 9c, derde lid | 2 |
|
||||
| 10 | 2 |
|
||||
| 15 | 2 |
|
||||
| 16 | 2 |
|
||||
|
|
@ -1036,11 +1147,19 @@ Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
|||
|
||||
### Artikel 52c
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
**1.** Tot 1 juli 2016 blijft artikel 4, zoals dat luidde voor 1 januari 2016, van toepassing indien informatie over toeslagverlening wordt verstrekt op grond van de artikelen 21 en 45 van de Pensioenwet en 48 en 56 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling.
|
||||
|
||||
**2.** Tot 1 januari 2017 blijft artikel 4, zoals dat luidde voor 1 januari 2016, van toepassing indien informatie over toeslagverlening wordt verstrekt op grond van de artikelen 40, 42 en 44 van de Pensioenwet en 51, 53 en 55 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling.
|
||||
|
||||
**3.** Dit artikel vervalt met ingang van 1 januari 2017.
|
||||
|
||||
### Artikel 52d
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
**1.** Tussen 1 januari 2016 en 1 juli 2016 verstrekt de pensioenuitvoerder op verzoek van de deelnemer een opgave van de reglementair te bereiken pensioenaanspraken. Artikel 5, tweede en derde lid, zoals dat luidde voor 1 januari 2016, is daarbij van toepassing.
|
||||
|
||||
**2.** Tot 1 juli 2016 blijft artikel 5, tweede lid, zoals dat luidde voor 1 januari 2016, van toepassing indien informatie over reglementair te bereiken pensioenaanspraken wordt verstrekt op grond van artikel 8, tweede lid.
|
||||
|
||||
**3.** Dit artikel vervalt met ingang van 1 juli 2016.
|
||||
|
||||
### Artikel 53
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue