2005-12-29 | BWBR0017017 | Wet kinderopvang

This commit is contained in:
Coornhert 2005-12-29 12:00:00 +00:00
parent a183f9f605
commit 359ea15423

View file

@ -93,12 +93,16 @@ Een ouder heeft voor een berekeningsjaar aanspraak op een kinderopvangtoeslag, i
a. tegenwoordige arbeid verricht waaruit inkomen uit werk en woning in de zin van de Wet inkomstenbelasting 2001 wordt genoten,
b. zonder enige vergoeding arbeid verricht in de onderneming van de partner in de zin van artikel 3.78 van de Wet inkomstenbelasting 2001,
c. algemene bijstand of een uitkering ontvangt op grond van de Wet werk en bijstand, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte zelfstandigen of de Algemene nabestaandenwet, en gebruik maakt van een voorziening, gericht op arbeidsinschakeling als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder a, van de Wet werk en bijstand, artikel 34, eerste lid, onder a, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers en artikel 34, eerste lid, onder a, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte zelfstandigen, die de noodzaak tot kinderopvang met zich brengt,
d. een uitkering ontvangt op grond van de Wet werk en inkomen kunstenaars,
d. een uitkering ontvangt op grond van de Wet werk en inkomen kunstenaars, en gebruik maakt van een voorziening, gericht op arbeidsinschakeling in het kader van de uitoefening van een gemengde beroepspraktijk als bedoeld in artikel 21, eerste lid, van de Wet werk en inkomen kunstenaars,
e. de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt, scholing of een opleiding volgt en met toepassing van artikel 16 of artikel 18, eerste en vierde lid, van de Wet werk en bijstand algemene bijstand ontvangt of kan ontvangen,
f. als niet-uitkeringsgerechtigde werkzoekende is geregistreerd bij de Centrale organisatie werk en inkomen, genoemd in hoofdstuk 4 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, en gebruik maakt van een voorziening gericht op arbeidsinschakeling als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder a, van de Wet werk en bijstand,
g. nieuwkomer is als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder a, van de Wet inburgering nieuwkomers, en een inburgeringsprogramma als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van die wet volgt,
h. recht heeft op of een uitkering ontvangt op grond van hoofdstuk IIA of IIB van de Werkloosheidswet, en blijkens de bijlage of het plan, bedoeld in artikel 29, derde lid, van die wet, deelneemt aan een traject gericht op het vergroten van de mogelijkheden tot inschakeling in het arbeidsproces,
i. arbeidsgehandicapte als bedoeld in de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten is, ten behoeve van wie het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen werkzaamheden, gericht op de bevordering van de inschakeling in het arbeidsproces als bedoeld in artikel 10, derde lid, van die wet laat verrichten of aan wie, blijkens het plan, bedoeld in artikel 13, eerste lid, van die wet, een voorziening als bedoeld in artikel 22, eerste tot en met vierde lid, van die wet is toegekend, of die werkzaamheden op een proefplaats verricht als bedoeld in artikel 23, eerste lid, onder a, van die wet,
h. recht heeft op of een uitkering ontvangt op grond van hoofdstuk IIA of IIB van de Werkloosheidswet, en blijkens de bijlage of het plan, bedoeld in artikel 29, derde lid, van die wet, deelneemt aan een traject gericht op het vergroten van de mogelijkheden tot inschakeling in het arbeidsproces of onbeloonde werkzaamheden op een proefplaats als bedoeld in artikel 76a van die wet bij een werkgever verricht,
i. recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen of een uitkering op grond van hoofdstuk 7 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen:
1°. ten behoeve van wie het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen werkzaamheden, gericht op de bevordering van de inschakeling in het arbeidsproces als bedoeld in artikel 30, zesde lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen laat verrichten,
2°. dit onderdeel is nog niet in werking getreden,
3°. werkzaamheden op een proefplaats verricht als bedoeld in artikel 65g van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, artikel 59h van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, artikel 67e van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, artikel 37 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen of artikel 52e van de Ziektewet,
j. is ingeschreven bij een school of instelling als bedoeld in paragraaf 2.2 of 2.4 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdragen en schoolkosten dan wel als bedoeld in de artikelen 2.8 tot en met 2.11 van de Wet studiefinanciering 2000.
k. dit onderdeel is nog niet in werking getreden;
l. dit onderdeel is nog niet in werking getreden;
@ -201,7 +205,7 @@ Vervallen
Een ouder heeft in een berekeningsjaar aanspraak op een tegemoetkoming van de gemeente:
a. voor zover de ouder in dat jaar een persoon is als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder c tot en met f, voor wie het college van burgemeester en wethouders op grond van artikel 7, eerste lid, aanhef en onder a, of derde lid, tweede volzin, van de Wet werk en bijstand, de artikelen 12 of 14, eerste lid, van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten of artikel 72, tweede lid, van de Werkloosheidswet, verantwoordelijk is voor het ondersteunen bij arbeidsinschakeling of voor zover de ouder in dat jaar een persoon is als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder g, j, k of l;
a. voorzover de ouder in dat jaar een persoon is als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder c tot en met f, voor wie het college van burgemeester en wethouders op grond van artikel 7, eerste lid, aanhef en onder a, of derde lid, tweede volzin, van de Wet werk en bijstand, artikel 34, eerste lid, onder a, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, artikel 34, eerste lid, onder a, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte zelfstandigen, artikel 30, vijfde lid, onder a, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen of artikel 72, tweede lid, van de Werkloosheidswet, verantwoordelijk is voor het ondersteunen bij arbeidsinschakeling of die gebruik maakt van een voorziening, gericht op arbeidsinschakeling in het kader van een gemengde beroepspraktijk als bedoeld in artikel 21, eerste lid, van de Wet werk en inkomen kunstenaars of voor zover de ouder in dat jaar een persoon is als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder g, j, k of l;
b. voor zover de ouder en zijn partner in dat jaar personen zijn als bedoeld onder a;
c. voor zover het gevallen betreft, waarin ofwel de ouder ofwel zijn partner in dat jaar een persoon is als bedoeld onder a en de ander een persoon als bedoeld in artikel 29, eerste lid, onder a;
d. voor zover het gevallen betreft, waarin ofwel de ouder ofwel zijn partner in dat jaar een persoon is als bedoeld onder a en de ander een persoon als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder a.
@ -270,7 +274,7 @@ Het college van burgemeester en wethouders maakt zo mogelijk van het sociaal-fis
Een ouder heeft in een berekeningsjaar aanspraak op een tegemoetkoming van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen:
a. voor zover de ouder in dat jaar een persoon is als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder h of i, tenzij het college van burgemeester en wethouders op grond van artikel 72, tweede lid, van de Werkloosheidswet, artikel 14, eerste lid, van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten of op grond van artikel 7, derde lid, tweede volzin, van de Wet werk en bijstand verantwoordelijk is voor het ondersteunen van die ouder bij arbeidsinschakeling;
a. voor zover de ouder in dat jaar een persoon is als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder h of i, tenzij het college van burgemeester en wethouders op grond van artikel 72, tweede lid, van de Werkloosheidswet, artikel 30, vijfde lid, onder a, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen of op grond van artikel 7, derde lid, tweede volzin, van de Wet werk en bijstand verantwoordelijk is voor het ondersteunen van die ouder bij arbeidsinschakeling;
b. voor zover de ouder en zijn partner in dat jaar een persoon is als bedoeld onder a;
c. voor zover het gevallen betreft, waarin ofwel de ouder ofwel zijn partner in dat jaar een persoon is als bedoeld onder a en de ander een persoon als bedoeld in artikel 22, eerste lid, onder a;
d. voor zover het gevallen betreft, waarin ofwel de ouder ofwel zijn partner in dat jaar een persoon is als bedoeld onder a en de ander een persoon als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder a.
@ -315,9 +319,9 @@ Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld omtrent de
### Artikel 35
**1.** Het college van burgemeester en wethouders kan besluiten dat een ouder, die een persoon is als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder c tot en met f, voor wie het college van burgemeester en wethouders op grond van artikel 7, eerste lid, aanhef en onder a, of derde lid, tweede volzin, van de Wet werk en bijstand, de artikelen 12 of 14, eerste lid, van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten of artikel 72, tweede lid, van de Werkloosheidswet, verantwoordelijk is voor het ondersteunen bij arbeidsinschakeling, na beëindiging van de aanspraak op grond van artikel 22, in aansluiting daarop aanspraak heeft op een tegemoetkoming jegens de gemeente. Artikel 24 is van toepassing.
**1.** Het college van burgemeester en wethouders kan besluiten dat een ouder, die een persoon is als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder c tot en met f, voor wie het college van burgemeester en wethouders op grond van artikel 7, eerste lid, aanhef en onder a, of derde lid, tweede volzin, van de Wet werk en bijstand, artikel 34, eerste lid, onder a, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, artikel 34, eerste lid, onder a, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte zelfstandigen, artikel 30, vijfde lid, onder a, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen of artikel 72, tweede lid, van de Werkloosheidswet, verantwoordelijk is voor het ondersteunen bij arbeidsinschakeling of die gebruik maakt van een voorziening, gericht op arbeidsinschakeling in het kader van een gemengde beroepspraktijk als bedoeld in artikel 21, eerste lid, van de Wet werk en inkomen kunstenaars, na beëindiging van de aanspraak op grond van artikel 22, in aansluiting daarop aanspraak heeft op een tegemoetkoming jegens de gemeente. Artikel 24 is van toepassing.
**2.** Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan besluiten dat een ouder, die een persoon is als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder h of i, tenzij het college van burgemeester en wethouders op grond van artikel 72, tweede lid, van de Werkloosheidswet, artikel 14, vierde lid, van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten of op grond van artikel 7, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet werk en bijstand verantwoordelijk is voor het ondersteunen bij arbeidsinschakeling, na beëindiging van de aanspraak op grond van artikel 29, in aansluiting daarop aanspraak heeft op een tegemoetkoming jegens het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. Artikel 30 is van toepassing.
**2.** Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan besluiten dat een ouder, die een persoon is als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder h of i, tenzij het college van burgemeester en wethouders op grond van artikel 72, tweede lid, van de Werkloosheidswet, artikel 30, vijfde lid, onder a, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen of op grond van artikel 7, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet werk en bijstand verantwoordelijk is voor het ondersteunen bij arbeidsinschakeling, na beëindiging van de aanspraak op grond van artikel 29, in aansluiting daarop aanspraak heeft op een tegemoetkoming jegens het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. Artikel 30 is van toepassing.
**3.** Een besluit als bedoeld in het eerste of tweede lid wordt slechts genomen met betrekking tot een ouder of diens partner, die naar het oordeel van het college van burgemeesters en wethouders onderscheidenlijk het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, naar vermogen tracht arbeid in dienstbetrekking te verkrijgen. In een zodanig geval heeft de ouder eveneens aanspraak op een kinderopvangtoeslag, voor zover hij niet reeds een aanspraak heeft op grond van artikel 6.
@ -341,7 +345,7 @@ Vervallen
### Artikel 39
Op de invordering van bedragen door een ouder of diens partner in het kader van deze wet verschuldigd aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen zijn de artikelen 35 en 35a van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten van overeenkomstige toepassing.
Op de invordering van bedragen door een ouder of diens partner in het kader van deze wet verschuldigd aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen zijn de artikelen 57 tot en met 57b van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering van overeenkomstige toepassing.
### Paragraaf 7. Overige bepalingen
@ -772,7 +776,7 @@ Vervallen
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan:
a. aan de ouder die een verplichting gesteld in artikel 33 niet nakomt, een bestuurlijke boete opleggen met overeenkomstige toepassing van de artikelen 46 en 47 van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten;
a. aan de ouder die een verplichting gesteld in artikel 33 niet nakomt, een bestuurlijke boete opleggen met overeenkomstige toepassing van de artikelen 29a tot en met 29g van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering;
b. aan de houder die een verplichting gesteld in artikel 33, vierde lid, niet nakomt een bestuurlijke boete opleggen met overeenkomstige toepassing van de artikelen 72, eerste lid, onder b, en tweede tot en met vierde lid, en de artikelen 73 tot en met 84.
## Hoofdstuk 6. Experimenten