diff --git a/wet/werkloosheidswet/BWBR0004045/README.md b/wet/werkloosheidswet/BWBR0004045/README.md index d7b6ffe40fe..93595d039e9 100644 --- a/wet/werkloosheidswet/BWBR0004045/README.md +++ b/wet/werkloosheidswet/BWBR0004045/README.md @@ -501,7 +501,7 @@ Het recht op uitkering eindigt: a. met ingang van de dag waarop de werknemer geen recht op uitkering meer heeft op grond van artikel 19; b. met ingang van de dag waarop de voor de werknemer geldende uitkeringsduur is verstreken; -c. met ingang van de eerste dag van de kalendermaand waarin de werknemer inkomen geniet dat, na vermenigvuldiging met de factor C / D, bedoeld in artikel 47, eerste lid, onderdelen a en b, meer dan 87,5% van het maandloon bedraagt. +c. met ingang van de eerste dag van de kalendermaand waarin de werknemer niet meer werkloos is omdat hij inkomen geniet dat, na vermenigvuldiging met de factor C / D, bedoeld in artikel 47, eerste lid, onderdelen a en b, meer dan 87,5% van het maandloon bedraagt. **2.** Dit lid is nog niet in werking getreden. @@ -1030,7 +1030,12 @@ b. op grond waarvan voor het bepalen van het aantal van 52 dagen of van het aant ### Artikel 42b -**1.** Indien het recht op uitkering is geëindigd en vervolgens een nieuw recht op uitkering is ontstaan, zonder dat aan de voorwaarde, bedoeld in artikel 42, tweede lid, onderdeel a of b, wordt voldaan, is de uitkeringsduur van dat nieuwe recht niet korter dan de nog resterende duur van het beëindigde eerdere recht. De uitkeringsduur is ten minste drie maanden. +**1.** + +Indien het recht op uitkering is geëindigd en vervolgens een nieuw recht op uitkering is ontstaan, zonder dat aan de voorwaarde, bedoeld in artikel 42, tweede lid, onderdeel a of b, wordt voldaan, dan wordt de duur van dat nieuwe recht verlengd met: + +a. de resterende duur van het beëindigde recht, indien de werknemer over ten minste drie maanden een uitkering heeft ontvangen op grond van dat beëindigde recht; +b. de duur van het beëindigde recht waarop drie maanden in mindering worden gebracht, indien de werknemer over minder dan drie maanden een uitkering heeft ontvangen op grond van dat beëindigde recht. **2.** Het eerste lid vindt geen toepassing voorzover het eerdere recht was geëindigd op grond van artikel 20, eerste lid, onderdeel a of c, en op grond van artikel 21 niet voor herleving in aanmerking zou zijn gekomen wegens het overschrijden van de in laatstgenoemd artikel bedoelde termijnen. @@ -1892,7 +1897,7 @@ b. is artikel 35ab niet van toepassing. ### Artikel 130cc -**1.** De Werkloosheidswet en de daarop berustende bepalingen zoals deze luidden op de dag voor de datum waarop artikel XXVI, onderdeel S, van de Wet werk en zekerheid inwerking is getreden, blijven van toepassing op een recht op uitkering op grond van hoofdstuk IV van de Werkloosheidswet dat is ontstaan voor de inwerkingtreding van artikel XXVI, onderdelen V, X en Y, van de Wet werk en zekerheid. +**1.** Deze wet en de daarop berustende bepalingen zoals deze luidden op de dag voor de inwerkingtreding van artikel XXVI, onderdeel S, van de Wet werk en zekerheid, blijven van toepassing op een recht op uitkering op grond van hoofdstuk IV indien de dag vanaf welke een werkgever verkeert in een toestand als bedoeld in artikel 61 is gelegen voor de dag van inwerkingtreding van artikel XXVI, onderdelen V, X en Y, van de Wet werk en zekerheid. **2.** Dit artikel vervalt op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.