2021-07-01 | BWBR0003081 | Wet op de dierproeven
This commit is contained in:
parent
7901bcc2bc
commit
35f4c27fed
1 changed files with 34 additions and 34 deletions
|
|
@ -18,7 +18,7 @@ citeertitel: Wet op de dierproeven
|
|||
|
||||
Voor de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
a. *dierproef:* elk al dan niet invasief gebruik van een dier voor experimentele of andere wetenschappelijke doeleinden, waarvan het resultaat bekend of onbekend is, of onderwijskundige doeleinden, die bij het dier evenveel of meer pijn, lijden, angst of blijvende schade kan veroorzaken als, dan wel dan het inbrengen van een naald volgens goed diergeneeskundig vakmanschap. Dit omvat ieder gebruik waarvan het doel of het mogelijke gevolg de geboorte of het uit het ei breken van een dier is, dan wel het in een dergelijke toestand brengen en houden van een genetisch gemodificeerde dierenlijn, met inbegrip van het doden van dieren ten behoeve van het gebruik van hun organen, weefsels of lichaamsvloeistoffen voor een doel genoemd in artikel 1c;
|
||||
a. *dierproef:* elk al dan niet invasief gebruik van een dier voor experimentele of andere wetenschappelijke doeleinden, waarvan het resultaat bekend of onbekend is, of onderwijskundige doeleinden, die bij het dier evenveel of meer pijn, lijden, angst of blijvende schade kan veroorzaken als, dan wel dan het inbrengen van een naald volgens goed diergeneeskundig vakmanschap. Dit omvat ieder gebruik waarvan het doel of het mogelijke gevolg de geboorte of het uit het ei breken van een dier is, dan wel het in een dergelijke toestand brengen en houden van een genetisch gemodificeerde dierenlijn, met inbegrip van het doden van dieren ten behoeve van het gebruik van hun organen, weefsels of lichaamsvloeistoffen voor een doel genoemd in artikel 1c;
|
||||
b. *project:* een werkprogramma met een welomschreven doel dat een of meer dierproeven omvat;
|
||||
c. *inrichting:* een installatie, gebouw, groep gebouwen of ander pand, in voorkomend geval met inbegrip van ruimten die niet volledig zijn afgeperkt of overdekt, alsmede verplaatsbare voorzieningen;
|
||||
d. *fokker:* een natuurlijk persoon of een rechtspersoon die de in bijlage I van de richtlijn aangewezen dieren fokt teneinde deze te gebruiken in dierproeven of hun weefsels of organen voor wetenschappelijke doeleinden te gebruiken, of die hoofdzakelijk voor deze doeleinden andere dieren fokt, al dan niet met winstoogmerk;
|
||||
|
|
@ -104,7 +104,7 @@ g. forensisch onderzoek.
|
|||
|
||||
**3.** Het fokken, de huisvesting en de verzorging van dieren en de in dierproeven gebruikte methoden worden verfijnd, zodat elke vorm van pijn, lijden, angst en blijvende schade die de dieren kunnen ondervinden, wordt voorkomen of tot het minimum wordt beperkt.
|
||||
|
||||
**4.** Indien er een keuze tussen methoden als bedoeld in het eerste lid mogelijk is, vindt de keuze plaats overeenkomstig artikel 10, tweede lid.
|
||||
**4.** Indien er een keuze tussen methoden als bedoeld in het eerste lid mogelijk is, vindt de keuze plaats overeenkomstig artikel 10, tweede lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 1e
|
||||
|
||||
|
|
@ -119,7 +119,7 @@ d. de te verrichten handeling in overeenstemming is met diergeneeskundig advies,
|
|||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
In uitzonderlijke omstandigheden en in afwijking van het eerste lid, onderdeel a, kan een projectvergunning worden verleend voor een project waarbij hergebruik van een dier plaatsvindt, indien:
|
||||
In uitzonderlijke omstandigheden en in afwijking van het eerste lid, onderdeel a, kan een projectvergunning worden verleend voor een project waarbij hergebruik van een dier plaatsvindt, indien:
|
||||
|
||||
a. een dierenarts het dier voorafgaand aan de dierproef heeft onderzocht; en
|
||||
b. het dier niet meer dan eenmaal is gebruikt in een dierproef die hevige pijn, angst of daarmee gelijkstaand lijden meebrengt.
|
||||
|
|
@ -130,9 +130,9 @@ b. het dier niet meer dan eenmaal is gebruikt in een dierproef die hevige pijn,
|
|||
|
||||
**1.** Het is verboden zonder instellingsvergunning van Onze Minister dierproeven te verrichten.
|
||||
|
||||
**2.** De instellingsvergunning geldt, voor wat betreft het verrichten van dierproeven als in artikel 1c, onderdeel b tot en met f bedoeld, uitsluitend voor zover de proeven, al dan niet rechtstreeks, gericht zijn op het belang van de gezondheid of de voeding van mens of dier.
|
||||
**2.** De instellingsvergunning geldt, voor wat betreft het verrichten van dierproeven als in artikel 1c, onderdeel b tot en met f bedoeld, uitsluitend voor zover de proeven, al dan niet rechtstreeks, gericht zijn op het belang van de gezondheid of de voeding van mens of dier.
|
||||
|
||||
**3.** Indien Onze Minister van oordeel is dat een gewichtig ander belang zulks wettigt, kan hij in de instellingsvergunning bepalen dat zij mede geldt voor het verrichten van dierproeven als in artikel 1c, onderdeel b tot en met f bedoeld, die, al dan niet rechtstreeks, gericht zijn op dat - in de instellingsvergunning aan te geven - andere belang.
|
||||
**3.** Indien Onze Minister van oordeel is dat een gewichtig ander belang zulks wettigt, kan hij in de instellingsvergunning bepalen dat zij mede geldt voor het verrichten van dierproeven als in artikel 1c, onderdeel b tot en met f bedoeld, die, al dan niet rechtstreeks, gericht zijn op dat - in de instellingsvergunning aan te geven - andere belang.
|
||||
|
||||
**4.** Met toepassing van artikel 28, eerste lid, laatste zinsnede, van de Dienstenwet is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing op een aanvraag om een instellingsvergunning als bedoeld in het eerste lid.
|
||||
|
||||
|
|
@ -233,7 +233,7 @@ c. de desbetreffende dierproef berokkent de dieren het minste pijn, lijden, angs
|
|||
|
||||
**2.** Bij een aanvraag om een projectvergunning wordt een projectvoorstel gevoegd dat is afgestemd met de instantie voor dierenwelzijn.
|
||||
|
||||
**3.** De centrale commissie dierproeven komt tot een oordeel over een projectvoorstel na advies van een op grond van artikel 18a erkende dierexperimentencommissie en op grondslag van de artikelen 2, tweede en derde lid, 9, 10, 10a2, 10a4, 10b, 10d tot en met 10h, 11, 13 en 13f.
|
||||
**3.** De centrale commissie dierproeven komt tot een oordeel over een projectvoorstel na advies van een op grond van artikel 18a erkende dierexperimentencommissie en op grondslag van de artikelen 2, tweede en derde lid, 9, 10, 10a2, 10a4, 10b, 10d tot en met 10h, 11, 13 en 13f.
|
||||
|
||||
**4.** De kosten die verband houden met het in het derde lid bedoelde advies van een erkende dierexperimentencommissie, komen voor rekening van de aanvrager van een projectvergunning.
|
||||
|
||||
|
|
@ -241,13 +241,13 @@ c. de desbetreffende dierproef berokkent de dieren het minste pijn, lijden, angs
|
|||
|
||||
**6.** De ontvangst van de aanvraag tot een projectvergunning wordt zo snel mogelijk bevestigd door de centrale commissie dierproeven. Daarbij wordt de termijn vermeld waarbinnen een besluit over de aanvraag wordt genomen.
|
||||
|
||||
**7.** De beoordeling van een project vindt plaats in een mate van uitvoerigheid die past bij het soort project en nodig is om te beoordelen of het project voldoet aan de in artikel 10a2 genoemde criteria.
|
||||
**7.** De beoordeling van een project vindt plaats in een mate van uitvoerigheid die past bij het soort project en nodig is om te beoordelen of het project voldoet aan de in artikel 10a2 genoemde criteria.
|
||||
|
||||
**8.** De centrale commissie dierproeven geeft haar oordeel en maakt dit bekend aan de aanvrager binnen veertig werkdagen na ontvangst van de aanvraag. Indien dat wordt gerechtvaardigd door de complexiteit of de multidisciplinaire aard van het project, kan deze termijn met ten hoogste een maal vijftien werkdagen worden verlengd. De verlenging en de duur daarvan worden met redenen omkleed en worden voor het verstrijken van de termijn ter kennis van de aanvrager gebracht.
|
||||
|
||||
**9.** Met toepassing van artikel 28, eerste lid, laatste zinsnede, van de Dienstenwet is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing op een aanvraag tot een projectvergunning als bedoeld in het eerste lid.
|
||||
|
||||
**10.** De projectvergunning is beperkt tot de dierproeven die onderdeel uitmaken van het projectvoorstel op basis waarvan de projectbeoordeling heeft plaatsgevonden en onverminderd artikel 10a5 tot de categorieën waarin deze dierproeven naar ernst zijn ingedeeld.
|
||||
**10.** De projectvergunning is beperkt tot de dierproeven die onderdeel uitmaken van het projectvoorstel op basis waarvan de projectbeoordeling heeft plaatsgevonden en onverminderd artikel 10a5 tot de categorieën waarin deze dierproeven naar ernst zijn ingedeeld.
|
||||
|
||||
### Artikel 10a1
|
||||
|
||||
|
|
@ -262,7 +262,7 @@ d. bijzondere voorwaarden voortvloeiende uit de projectbeoordeling, waaronder de
|
|||
|
||||
**2.** Aan de projectvergunning, bedoeld in 10a, eerste lid, kunnen voorschriften verbonden worden.
|
||||
|
||||
**3.** Projecten waarbij niet-menselijke primaten worden gebruikt en projecten die als ernstig ingedeelde dierproeven omvatten of een dierproef als bedoeld in artikel 10b, tweede lid, worden achteraf beoordeeld.
|
||||
**3.** Projecten waarbij niet-menselijke primaten worden gebruikt en projecten die als ernstig ingedeelde dierproeven omvatten of een dierproef als bedoeld in artikel 10b, tweede lid, worden achteraf beoordeeld.
|
||||
|
||||
**4.** De in artikel 10a, eerste lid, bedoelde projectvergunning wordt verleend voor een periode van ten hoogste vijf jaar.
|
||||
|
||||
|
|
@ -290,10 +290,10 @@ d. het project is opgezet overeenkomstig artikel 9.
|
|||
De projectbeoordeling omvat in het bijzonder:
|
||||
|
||||
a. een beoordeling van de doelstellingen van het project en de voorspelde wetenschappelijke opbrengsten of educatieve waarde;
|
||||
b. een beoordeling van de vraag of het project in overeenstemming is met artikel 10;
|
||||
b. een beoordeling van de vraag of het project in overeenstemming is met artikel 10;
|
||||
c. een beoordeling van de indeling van het project naar de ernst van de dierproeven;
|
||||
d. een analyse van de schade en de baten die het project oplevert, waarbij wordt nagegaan of de schade in de vorm van pijn, lijden, angst of blijvende schade bij de dieren wordt gerechtvaardigd door het te verwachte resultaat met inachtneming van de ethische overwegingen, en op termijn voordelen kan opleveren voor mens, dier of milieu;
|
||||
e. een beoordeling van de motivering waarom wordt afgeweken van het bij of krachtens de artikelen 1e, eerste lid, 10e, tweede tot en met het vierde lid, 10f, eerste en vierde lid, 10g, eerste lid, 10h, eerste lid, 11, eerste lid, 13, derde lid, 13c, tweede lid, bepaalde, dan wel van de redenen, bedoeld in artikel 13f, tweede lid, onderdeel f;
|
||||
e. een beoordeling van de motivering waarom wordt afgeweken van het bij of krachtens de artikelen 1e, eerste lid, 10e, tweede tot en met het vierde lid, 10f, eerste en vierde lid, 10g, eerste lid, 10h, eerste lid, 11, eerste lid, 13, derde lid, 13c, tweede lid, bepaalde, dan wel van de redenen, bedoeld in artikel 13f, tweede lid, onderdeel f;
|
||||
f. een besluit over de vraag of, en zo ja wanneer, het project achteraf moet worden beoordeeld.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
|
@ -302,7 +302,7 @@ Wanneer op grond van artikel 10a1, eerste en derde lid, is besloten dat het proj
|
|||
|
||||
a. of de doelstellingen van het project werden bereikt;
|
||||
b. de schade die de dieren hebben ondervonden, met inbegrip van de gebruikte aantallen en soorten proefdieren en de ernst van de dierproeven; en
|
||||
c. eventuele elementen die kunnen bijdragen tot het verder in praktijk brengen van artikel 10.
|
||||
c. eventuele elementen die kunnen bijdragen tot het verder in praktijk brengen van artikel 10.
|
||||
|
||||
### Artikel 10a3
|
||||
|
||||
|
|
@ -318,7 +318,7 @@ a. die projecten nodig zijn om aan wettelijke voorschriften te voldoen;
|
|||
b. in die projecten dieren worden gebruikt voor productie- of diagnosedoeleinden volgens algemeen aanvaarde methoden; of
|
||||
c. in die projecten dieren uitsluitend worden gedood ten behoeve van het verkrijgen van organen of weefsels.
|
||||
|
||||
**2.** Wanneer de vereenvoudigde procedure van toepassing is, wordt een project beoordeeld overeenkomstig artikel 10a, derde en zevende lid, en wordt de termijn genoemd in artikel 10a, achtste lid, eerste volzin, niet overschreden.
|
||||
**2.** Wanneer de vereenvoudigde procedure van toepassing is, wordt een project beoordeeld overeenkomstig artikel 10a, derde en zevende lid, en wordt de termijn genoemd in artikel 10a, achtste lid, eerste volzin, niet overschreden.
|
||||
|
||||
**3.** Ingeval een project, dat is beoordeeld volgens de vereenvoudigde procedure, wordt gewijzigd en de wijziging negatieve gevolgen kan hebben voor het dierenwelzijn, kan het project slechts doorgang vinden wanneer de centrale commissie dierproeven over de wijziging een positief oordeel heeft gegeven.
|
||||
|
||||
|
|
@ -330,7 +330,7 @@ c. in die projecten dieren uitsluitend worden gedood ten behoeve van het verkrij
|
|||
|
||||
**2.** Een gewijzigd project als bedoeld in het eerste lid kan slechts doorgang vinden indien de centrale commissie dierproeven een positief oordeel heeft gegeven over het gewijzigde project.
|
||||
|
||||
**3.** De in het eerste lid bedoelde wijziging wordt beoordeeld volgens artikel 10a2. Artikel 10a, derde, zevende en achtste lid, zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**3.** De in het eerste lid bedoelde wijziging wordt beoordeeld volgens artikel 10a2. Artikel 10a, derde, zevende en achtste lid, zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**4.** De centrale commissie dierproeven kan een verleende projectvergunning intrekken, indien blijkt dat het project niet wordt uitgevoerd overeenkomstig de voor het project verleende projectvergunning.
|
||||
|
||||
|
|
@ -367,23 +367,23 @@ Het is verboden een dierproef te verrichten waarbij gebruik wordt gemaakt van de
|
|||
|
||||
Andere niet-menselijke primaten dan de in het eerste genoemde en in het derde lid bedoelde, worden niet in dierproeven gebruikt, tenzij door middel van een wetenschappelijke motivering wordt aangetoond dat het doel van de dierproef niet kan worden bereikt door gebruikmaking van dieren behorende tot een andere soort dan een niet-menselijke primatensoort en de dierproef een van de doeleinden genoemd in:
|
||||
|
||||
a. artikel 1c, onderdeel b, eerste gedachtestreepje, of onderdeel c tot doel heeft en wordt verricht met het oog op vermijding, voorkoming, diagnose of behandeling van gezondheidsondermijnende of mogelijk levensbedreigende klinische aandoeningen bij de mens; of
|
||||
a. artikel 1c, onderdeel b, eerste gedachtestreepje, of onderdeel c tot doel heeft en wordt verricht met het oog op vermijding, voorkoming, diagnose of behandeling van gezondheidsondermijnende of mogelijk levensbedreigende klinische aandoeningen bij de mens; of
|
||||
b. artikel 1c, onderdeel a of e, tot doel heeft.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Onverminderd het eerste lid worden niet-menselijke primaten die behoren tot bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen soorten niet in een dierproef gebruikt, tenzij door middel van een wetenschappelijke motivering wordt aangetoond dat het doel van de dierproef niet kan worden bereikt door gebruikmaking van dieren behorende tot een andere soort dan een niet-menselijke primatensoort en niet kan worden bereikt door gebruikmaking van dieren behorende tot een andere soort dan aangewezen in de algemene maatregel van bestuur en de dierproef een van de doeleinden genoemd in:
|
||||
|
||||
a. artikel 1c, onderdeel b, eerste gedachtestreepje, of onderdeel c, tot doel heeft en wordt verricht met het oog op de vermijding, voorkoming, diagnose of behandeling van gezondheidsondermijnende of mogelijk levensbedreigende klinische aandoeningen bij de mens; of
|
||||
a. artikel 1c, onderdeel b, eerste gedachtestreepje, of onderdeel c, tot doel heeft en wordt verricht met het oog op de vermijding, voorkoming, diagnose of behandeling van gezondheidsondermijnende of mogelijk levensbedreigende klinische aandoeningen bij de mens; of
|
||||
b. artikel 1c, onderdeel e, tot doel heeft.
|
||||
|
||||
**4.** Dieren, niet zijnde niet-menselijke primaten, en behorende tot bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen bedreigde diersoorten worden niet in een dierproef gebruikt, tenzij door middel van een wetenschappelijke motivering wordt aangetoond dat het doel van de dierproef niet kan worden bereikt door gebruikmaking van dieren behorende tot andere dan de in de algemene maatregel van bestuur aangewezen bedreigde diersoorten en de dierproef een van de doeleinden genoemd in artikel 1c, onderdeel b, eerste gedachtestreepje, onderdeel c, of onderdeel e, tot doel heeft.
|
||||
**4.** Dieren, niet zijnde niet-menselijke primaten, en behorende tot bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen bedreigde diersoorten worden niet in een dierproef gebruikt, tenzij door middel van een wetenschappelijke motivering wordt aangetoond dat het doel van de dierproef niet kan worden bereikt door gebruikmaking van dieren behorende tot andere dan de in de algemene maatregel van bestuur aangewezen bedreigde diersoorten en de dierproef een van de doeleinden genoemd in artikel 1c, onderdeel b, eerste gedachtestreepje, onderdeel c, of onderdeel e, tot doel heeft.
|
||||
|
||||
**5.** Onverminderd het in het eerste lid bepaalde worden met ingang van de in de richtlijn vastgestelde data de in de richtlijn genoemde niet-menselijke primaten slechts in dierproeven gebruikt wanneer zij nakomelingen zijn van niet-menselijke primaten die in gevangenschap zijn gefokt of afkomstig zijn uit zichzelf in stand houdende fokkolonies.
|
||||
|
||||
**6.** Fokkers van niet-menselijke primaten passen een strategie toe die tot gevolg heeft dat het aandeel van dieren die nakomeling zijn van in gevangenschap gefokte niet-menselijke primaten, stijgt.
|
||||
|
||||
**7.** Onverminderd het eerste lid, kan indien er gegronde wetenschappelijke redenen bestaan om aan te nemen dat het gebruik van niet-menselijke primaten voor de in artikel 1c, onderdeel b, eerste gedachtestreepje, of onderdeel c, genoemde doeleinden, van wezenlijk belang is voor de mens en niet plaatsvindt met het oog op de vermijding, voorkoming, diagnose of behandeling van gezondheidsondermijnende of mogelijk levensbedreigende klinische aandoeningen, Onze Minister voor een periode van maximaal vijf jaar een ontheffing verlenen die dat gebruik toestaat, voor zover het doel niet door het gebruik van een andere soort dan niet-menselijke primaten kan worden bereikt. Deze periode kan eenmaal verlengd worden met een periode van vijf jaar.
|
||||
**7.** Onverminderd het eerste lid, kan indien er gegronde wetenschappelijke redenen bestaan om aan te nemen dat het gebruik van niet-menselijke primaten voor de in artikel 1c, onderdeel b, eerste gedachtestreepje, of onderdeel c, genoemde doeleinden, van wezenlijk belang is voor de mens en niet plaatsvindt met het oog op de vermijding, voorkoming, diagnose of behandeling van gezondheidsondermijnende of mogelijk levensbedreigende klinische aandoeningen, Onze Minister voor een periode van maximaal vijf jaar een ontheffing verlenen die dat gebruik toestaat, voor zover het doel niet door het gebruik van een andere soort dan niet-menselijke primaten kan worden bereikt. Deze periode kan eenmaal verlengd worden met een periode van vijf jaar.
|
||||
|
||||
### Artikel 10f
|
||||
|
||||
|
|
@ -523,7 +523,7 @@ c. ervoor zorgen dat personeelsleden voldoende geschoold en bekwaam zijn, voortd
|
|||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
De gebruiker beschikt over personen als bedoeld in artikel 10a1, eerste lid, die verzekeren dat:
|
||||
De gebruiker beschikt over personen als bedoeld in artikel 10a1, eerste lid, die verzekeren dat:
|
||||
|
||||
a. een eind wordt gemaakt aan onnodige pijn, lijden, angst of blijvende schade die tijdens een dierproef bij een dier worden veroorzaakt; en
|
||||
b. een project wordt uitgevoerd in overeenstemming met de daarvoor verleende projectvergunning en indien dat niet het geval is, passende maatregelen worden getroffen om dit te corrigeren en deze maatregelen worden geregistreerd.
|
||||
|
|
@ -546,7 +546,7 @@ b. een project wordt uitgevoerd in overeenstemming met de daarvoor verleende pro
|
|||
|
||||
### Artikel 14b
|
||||
|
||||
**1.** De instantie voor dierenwelzijn bestaat ten minste uit de in artikel 13f, derde lid, onderdeel a, bedoelde persoon of personen. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen categorieën van deskundigen worden aangewezen die daarnaast zitting hebben in de instantie voor dierenwelzijn.
|
||||
**1.** De instantie voor dierenwelzijn bestaat ten minste uit de in artikel 13f, derde lid, onderdeel a, bedoelde persoon of personen. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen categorieën van deskundigen worden aangewezen die daarnaast zitting hebben in de instantie voor dierenwelzijn.
|
||||
|
||||
**2.** In de instantie voor dierenwelzijn van de gebruiker heeft naast de in het eerste lid bedoelde personen een wetenschapper zitting.
|
||||
|
||||
|
|
@ -561,7 +561,7 @@ b. een project wordt uitgevoerd in overeenstemming met de daarvoor verleende pro
|
|||
De instantie voor dierenwelzijn vervult de volgende taken:
|
||||
|
||||
a. verstrekt het personeel dat met dieren omgaat advies over zaken op het gebied van dierenwelzijn in samenhang met de aanschaf, de huisvesting, de verzorging en het gebruik van de dieren;
|
||||
b. adviseert het personeel over de toepassing van het in artikel 1d opgenomen voorschrift inzake vervanging, vermindering en verfijning en houdt het op de hoogte van de technische en wetenschappelijke ontwikkelingen inzake de toepassing van dit voorschrift;
|
||||
b. adviseert het personeel over de toepassing van het in artikel 1d opgenomen voorschrift inzake vervanging, vermindering en verfijning en houdt het op de hoogte van de technische en wetenschappelijke ontwikkelingen inzake de toepassing van dit voorschrift;
|
||||
c. zorgt voor de vaststelling en toetsing van bedrijfsinterne procedures inzake controle, rapportage en vervolg met betrekking tot het welzijn van de in de inrichting gehuisveste dieren;
|
||||
d. volgt de ontwikkeling en de resultaten van projecten rekening houdend met de effecten op gebruikte dieren, brengt elementen in kaart die verder kunnen bijdragen aan vervanging, vermindering en verfijning en geeft daarover advies;
|
||||
e. geeft advies over adoptieregelingen, met inbegrip van advies met betrekking tot de passende socialisatie van de voor adoptie vrij te geven dieren.
|
||||
|
|
@ -598,7 +598,7 @@ De werking van de beschikking tot wijziging of intrekking van een instellingsver
|
|||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De commissie bestaat uit ten hoogste vijftien leden, waaronder de voorzitter. De commissie houdt bij de in artikel 10a2 bedoelde projectbeoordeling in het bijzonder rekening met de aanwezigheid van expertise op het gebied van en bestaat uit personen die deskundig zijn op het gebied van:
|
||||
De commissie bestaat uit ten hoogste vijftien leden, waaronder de voorzitter. De commissie houdt bij de in artikel 10a2 bedoelde projectbeoordeling in het bijzonder rekening met de aanwezigheid van expertise op het gebied van en bestaat uit personen die deskundig zijn op het gebied van:
|
||||
|
||||
a. wetenschapsgebieden en wetenschappelijke toepassingen waarvoor de dieren zullen worden gebruikt, met inbegrip van vervanging, vermindering en verfijning op betrokken gebieden;
|
||||
b. het ontwerp van proeven, in voorkomend geval met inbegrip van de statistische aspecten;
|
||||
|
|
@ -626,13 +626,13 @@ g. bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen gebieden.
|
|||
|
||||
### Artikel 18a
|
||||
|
||||
**1.** De centrale commissie dierproeven kan dierexperimentencommissies erkennen die belast zijn met de advisering omtrent de beoordeling van projectvoorstellen, bedoeld in artikel 10a, derde lid, overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens deze wet.
|
||||
**1.** De centrale commissie dierproeven kan dierexperimentencommissies erkennen die belast zijn met de advisering omtrent de beoordeling van projectvoorstellen, bedoeld in artikel 10a, derde lid, overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens deze wet.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Voor een erkenning komt slechts in aanmerking een dierexperimentencommissie waarvan uit het reglement blijkt:
|
||||
|
||||
a. dat zij bestaat uit ten minste zeven leden, waaronder de voorzitter die niet in een arbeidsverhouding staat tot de houder van een instellingsvergunning als bedoeld in artikel 2, over de beoordeling van wiens projectvoorstel advies wordt uitgebracht;
|
||||
a. dat zij bestaat uit ten minste zeven leden, waaronder de voorzitter die niet in een arbeidsverhouding staat tot de houder van een instellingsvergunning als bedoeld in artikel 2, over de beoordeling van wiens projectvoorstel advies wordt uitgebracht;
|
||||
b. dat de commissie bij de advisering over de beoordeling van een projectvoorstel in het bijzonder rekening houdt met de aanwezigheid van expertise op het gebied van en bestaat uit personen die deskundig zijn op het gebied van:
|
||||
|
||||
– de wetenschapsgebieden en wetenschappelijke toepassingen waarvoor de dieren zullen worden gebruikt, met inbegrip van vervanging, vermindering en verfijning op de betrokken gebieden;
|
||||
|
|
@ -643,9 +643,9 @@ b. dat de commissie bij de advisering over de beoordeling van een projectvoorste
|
|||
– proefdieren en hun bescherming;
|
||||
– bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen gebieden;
|
||||
c. dat ten minste twee van de onder *b* bedoelde deskundigen niet zijn betrokken bij het verrichten van dierproeven;
|
||||
d. dat behalve de voorzitter ten minste de helft van het aantal leden niet in een arbeidsverhouding staan tot de houder van een instellingsvergunning als bedoeld in artikel 2, over de beoordeling van wiens projectvoorstel advies wordt uitgebracht;
|
||||
d. dat behalve de voorzitter ten minste de helft van het aantal leden niet in een arbeidsverhouding staan tot de houder van een instellingsvergunning als bedoeld in artikel 2, over de beoordeling van wiens projectvoorstel advies wordt uitgebracht;
|
||||
e. dat de overige leden, indien zij betrokken zijn bij het verrichten van een project, niet deelnemen aan de opstelling van het advies over dat projectvoorstel;
|
||||
f. dat bij de opstelling van het advies de in artikel 13f, derde lid, onderdeel a, bedoelde persoon als adviseur zal worden betrokken;
|
||||
f. dat bij de opstelling van het advies de in artikel 13f, derde lid, onderdeel a, bedoelde persoon als adviseur zal worden betrokken;
|
||||
g. dat de advisering over de beoordeling van een projectvoorstel op onpartijdige onafhankelijke en onpartijdige wijze plaatsvindt.
|
||||
|
||||
en waarvan het reglement voor het overige voldoet aan bij algemene maatregel van bestuur gestelde eisen.
|
||||
|
|
@ -654,13 +654,13 @@ en waarvan het reglement voor het overige voldoet aan bij algemene maatregel van
|
|||
|
||||
### Artikel 18b
|
||||
|
||||
**1.** De centrale commissie dierproeven brengt een erkenning als bedoeld in artikel 18a, eerste lid, terstond ter kennis van Onze Minister.
|
||||
**1.** De centrale commissie dierproeven brengt een erkenning als bedoeld in artikel 18a, eerste lid, terstond ter kennis van Onze Minister.
|
||||
|
||||
**2.** Van een erkenning als bedoeld in artikel 18a, eerste lid, wordt door de zorg van Onze Minister mededeling gedaan in de Staatscourant. De artikelen 4, eerste en derde lid, en 6, eerste lid, zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor Onze Minister de centrale commissie dierproeven wordt gelezen.
|
||||
|
||||
### Artikel 18c
|
||||
|
||||
**1.** Een ieder verstrekt de centrale commissie dierproeven desgevraagd de gegevens en inlichtingen en verschaft haar desgevraagd inzage in de gegevens en bescheiden die redelijkerwijs nodig zijn voor de uitvoering van de in artikel 18, eerste lid, bedoelde taken.
|
||||
**1.** Een ieder verstrekt de centrale commissie dierproeven desgevraagd de gegevens en inlichtingen en verschaft haar desgevraagd inzage in de gegevens en bescheiden die redelijkerwijs nodig zijn voor de uitvoering van de in artikel 18, eerste lid, bedoelde taken.
|
||||
|
||||
**2.** De centrale commissie dierproeven kan een termijn stellen waarbinnen de in het eerste lid bedoelde gegevens, inlichtingen of bescheiden worden verstrekt.
|
||||
|
||||
|
|
@ -679,7 +679,7 @@ Vervallen
|
|||
De centrale commissie dierproeven trekt een aan een dierexperimentencommissie verleende erkenning in indien de dierexperimentencommissie:
|
||||
|
||||
a. niet langer voldoet aan de in artikel 18a, tweede lid, met het oog op erkenning gestelde voorwaarden;
|
||||
b. bij de advisering over de beoordeling van een projectvoorstel niet of onvoldoende rekening houdt met artikel 10a, derde lid, of met de door de centrale commissie dierproeven vastgestelde beleidsregels inzake de beoordeling van projectvoorstellen.
|
||||
b. bij de advisering over de beoordeling van een projectvoorstel niet of onvoldoende rekening houdt met artikel 10a, derde lid, of met de door de centrale commissie dierproeven vastgestelde beleidsregels inzake de beoordeling van projectvoorstellen.
|
||||
|
||||
**2.** De centrale commissie dierproeven kan een erkenning intrekken indien aan de dierexperimentencommissie binnen het tijdsverloop van een jaar minder dan een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen aantal adviezen zijn gevraagd.
|
||||
|
||||
|
|
@ -704,7 +704,7 @@ b. zorgt voor de verspreiding van de beste praktijken;
|
|||
c. wisselt met de nationale comités van andere lidstaten informatie uit over het functioneren van de instanties voor dierenwelzijn, de beoordeling van projectvoorstellen en draagt zorg voor het verspreiden van de beste praktijken binnen de Europese Unie;
|
||||
d. andere door Onze Minister opgedragen taken.
|
||||
|
||||
**3.** Het nationaal comité bestaat uit ten hoogste tien leden. Artikel 12 van de Kaderwet adviescolleges is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**3.** Het nationaal comité bestaat uit ten hoogste tien leden. Artikel 12 van de Kaderwet adviescolleges is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**4.** Voor elk lid kan een plaatsvervangend lid worden benoemd.
|
||||
|
||||
|
|
@ -744,13 +744,13 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 24
|
||||
|
||||
Onze Minister is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang ter handhaving van de bij artikel 5:20, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht gestelde verplichting.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 25
|
||||
|
||||
**1.** Overtreding van artikel 1c, 1d, 1e, 2, 9, 10, 10a, eerste en tweede lid, 10a4, derde lid, 10a5, eerste lid, 10b, tweede lid, 10c, 10d, 10e, 10f, 10g, 10h, 11, 11a, eerste lid, 13, 13a, tweede en derde lid, 13b, 13c, 13d, 13e, 13f, 14, 14a, 14b, 14c, 15, 15a en 23, of van een voorschrift, krachtens artikel 6, tweede lid, 10a1, tweede lid, 11a, tweede lid, of 16, tweede lid, aan een instellingsvergunning, projectvergunning, erkenning of ontheffing verbonden, is strafbaar.
|
||||
**1.** Overtreding van artikel 1c, 1d, 1e, 2, 9, 10, 10a, eerste en tweede lid, 10a4, derde lid, 10a5, eerste lid, 10b, tweede lid, 10c, 10d, 10e, 10f, 10g, 10h, 11, 11a, eerste lid, 13, 13a, tweede en derde lid, 13b, 13c, 13d, 13e, 13f, 14, 14a, 14b, 14c, 15, 15a en 23, of van een voorschrift, krachtens artikel 6, tweede lid, 10a1, tweede lid, 11a, tweede lid, of 16, tweede lid, aan een instellingsvergunning, projectvergunning, erkenning of ontheffing verbonden, is strafbaar.
|
||||
|
||||
**2.** Handelen in strijd met de artikelen 1c, 1d, 1e, 2, 10, 10a, eerste en tweede lid, 10a4, derde lid, 10a5, eerste lid, 10b, tweede lid, 10c, eerste lid, 10d, 10e, 10f, 10h, 11, 11a, eerste lid, 13, 13a, tweede en derde lid, 13b, 13c en 13d, 13f, eerste, derde lid, onderdeel a, en vierde lid, is een misdrijf. De overige in het eerste lid strafbaar gestelde feiten zijn overtredingen.
|
||||
**2.** Handelen in strijd met de artikelen 1c, 1d, 1e, 2, 10, 10a, eerste en tweede lid, 10a4, derde lid, 10a5, eerste lid, 10b, tweede lid, 10c, eerste lid, 10d, 10e, 10f, 10h, 11, 11a, eerste lid, 13, 13a, tweede en derde lid, 13b, 13c en 13d, 13f, eerste, derde lid, onderdeel a, en vierde lid, is een misdrijf. De overige in het eerste lid strafbaar gestelde feiten zijn overtredingen.
|
||||
|
||||
**3.** De strafbare feiten die ingevolge het tweede lid misdrijven zijn, worden gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of geldboete van de vijfde categorie; de strafbare feiten die ingevolge het tweede lid overtreding zijn, worden gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de vierde categorie.
|
||||
|
||||
|
|
@ -764,7 +764,7 @@ Voor degene, voor wie op het tijdstip waarop artikel 2, eerste lid, in werking t
|
|||
|
||||
### Artikel 28
|
||||
|
||||
Na de inwerkingtreding van de wet van (datum) houdende wijziging van de Wet op de dierproeven (Stb. jaartal en nummer) berust het Dierproevenbesluit mede op artikel 13f van deze wet.
|
||||
Na de inwerkingtreding van de wet van (datum) houdende wijziging van de Wet op de dierproeven (Stb. jaartal en nummer) berust het Dierproevenbesluit mede op artikel 13f van deze wet.
|
||||
|
||||
### Artikel 29
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue