diff --git a/amvb/eindexamenbesluit-vwo-havo-mavo-vbo/BWBR0004593/README.md b/amvb/eindexamenbesluit-vwo-havo-mavo-vbo/BWBR0004593/README.md index f24bf132504..82bb031381b 100644 --- a/amvb/eindexamenbesluit-vwo-havo-mavo-vbo/BWBR0004593/README.md +++ b/amvb/eindexamenbesluit-vwo-havo-mavo-vbo/BWBR0004593/README.md @@ -18,10 +18,12 @@ citeertitel: Eindexamenbesluit VO In dit besluit wordt verstaan onder: -- *algemene vakken:* vakken niet zijnde afdelingsvakken genoemd in artikel 26h, eerste lid, respectievelijk bedoeld in artikel 26i, eerste lid, van het Inrichtingsbesluit WVO, en niet zijnde intrasectorale of intersectorale programma's als bedoeld in artikel 26j, eerste lid, of artikel 26k, eerste lid, van dat besluit; +- *algemene vakken:* vakken niet zijnde profielvakken, genoemd in artikel 26h, eerste lid, respectievelijk bedoeld in artikel 26i, eerste lid, van het Inrichtingsbesluit WVO, en niet zijnde beroepsgerichte keuzevakken als bedoeld in artikel 26j van dat besluit; +- *beroepsgericht keuzevak:* beroepsgericht keuzevak als bedoeld in artikel 10b, zevende lid, onderdeel a, of artikel 10d, zevende lid, onderdeel b, van de wet; +- *beroepsgericht programma:* beroepsgericht programma als bedoeld in artikel 23, eerste lid, onderdeel c, 24, eerste lid, onderdeel c, of 25 eerste lid, onderdeel d; - *bevoegd gezag:* het bevoegd gezag, bedoeld in artikel 1 van de wet, indien het een school voor voortgezet onderwijs betreft, en het bevoegd gezag, bedoeld in artikel 1.1.1, onderdeel w, onder 1 en 2, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, indien het een instelling voor educatie en beroepsonderwijs betreft; -- *College voor examens:* College voor examens, genoemd in artikel 2, eerste lid, van de Wet College voor examens; -- *cspe:* centraal schriftelijk en praktisch examen in een beroepsgericht programma; +- *College voor toetsen en examens:* College voor toetsen en examens, genoemd in artikel 2, eerste lid, van de Wet College voor toetsen en examens; +- *cspe:* centraal schriftelijk en praktisch examen in een profielvak; - *deeleindexamen:* een examen in één of meer van de voor het eindexamen voorgeschreven vakken aan een opleiding voortgezet algemeen volwassenenonderwijs als bedoeld in artikel 7.3.1, eerste lid, onder a, van de Wet educatie en beroepsonderwijs; - *directeur:* de rector of directeur van een school voor voortgezet onderwijs; - *eindexamen:* een examen ten minste in het geheel van de voorgeschreven vakken; @@ -42,16 +44,16 @@ In dit besluit wordt verstaan onder: - *mavo:* middelbaar algemeen voortgezet onderwijs als bedoeld in artikel 9 van de wet; - *Onze Minister:* Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en, voor wat betreft het onderwijs op het gebied van landbouw, natuurlijke omgeving en voedsel, Onze Minister van Economische Zaken; - *opleiding vavo:* een opleiding voortgezet algemeen volwassenenonderwijs als bedoeld in artikel 7.3.1, eerste lid, onderdeel a, van de Wet educatie en beroepsonderwijs; +- *profiel:* een in artikel 10, derde lid, 10b, derde lid, 10d, derde lid, of 12, derde lid, van de wet bedoeld profiel; +- *profielvak:* profielvak, genoemd in artikel 26h, eerste lid, respectievelijk bedoeld in artikel 26i, eerste lid, van het Inrichtingsbesluit WVO; - *profielwerkstuk:* het in artikel 4 bedoelde profielwerkstuk; - *rekentoets:* rekentoets als bedoeld in artikel 29, vijfde lid, van de wet; - *rekentoets ER:* rekentoets als bedoeld in artikel 46a, eerste lid; -- *sector:* een in artikel 10, derde lid, artikel 10b, derde lid, of artikel 10d, derde lid, van de wet bedoelde sector; - *school:* een school voor vwo, een school voor havo, een school voor mavo, een school voor vbo of een instelling voor educatie en beroepsonderwijs, tenzij anders blijkt; - *schooljaar:* het tijdvak dat aanvangt op 1 augustus en eindigt op 31 juli van het daaropvolgende jaar, daaronder mede begrepen het studiejaar, bedoeld in artikel 1.1.1, onderdeel r, van de Wet educatie en beroepsonderwijs; - *school voor voortgezet onderwijs:* een school voor vwo, een school voor havo, een school voor mavo, een school voor vbo; -- *sectorwerkstuk:* het in artikel 4 bedoelde sectorwerkstuk; - *toets:* een toets met schriftelijke of mondelinge vragen en opdrachten, of een praktische opdracht; -- *vakken:* vakken, intrasectorale programma’s, intersectorale programma’s en andere programma-onderdelen; +- *vakken:* algemene vakken, profielvakken, beroepsgerichte keuzevakken en andere programmaonderdelen; - *vakken behorende tot de beeldende vorming:* tekenen, handvaardigheid, textiele vormgeving, fotografie, film, audio-visuele vorming; - *vbo:* voorbereidend beroepsonderwijs als bedoeld in artikel 10a van de wet; - *vmbo:* voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs als bedoeld in artikel 21 van de wet; @@ -89,11 +91,11 @@ In dit besluit wordt verstaan onder: **2.** Het schoolexamen vwo, havo en vmbo kan mede een maatschappelijke stage omvatten. -**3.** Het schoolexamen vwo en havo omvat mede een profielwerkstuk. Het profielwerkstuk is een werkstuk, een presentatie daaronder begrepen, waarin op geïntegreerde wijze kennis, inzicht en vaardigheden aan de orde komen die van betekenis zijn in het desbetreffende profiel. +**3.** Het schoolexamen vwo, havo en vmbo, voor zover het betreft de theoretische leerweg, bedoeld in artikel 10 van de wet, of de gemengde leerweg, bedoeld in artikel 10d van de wet, omvat mede een profielwerkstuk. Het profielwerkstuk is een werkstuk, een presentatie daaronder begrepen, waarin op geïntegreerde wijze kennis, inzicht en vaardigheden aan de orde komen die van betekenis zijn in het desbetreffende profiel. -**4.** Het profielwerkstuk heeft betrekking op één of meer vakken van het eindexamen. Ten minste één van deze vakken heeft een omvang van 400 uur of meer voor vwo en 320 uur of meer voor havo. +**4.** Het profielwerkstuk in het vwo en havo heeft betrekking op één of meer vakken van het eindexamen. Ten minste één van deze vakken heeft een omvang van 400 uur of meer voor vwo en 320 uur of meer voor havo. -**5.** Het schoolexamen vmbo voor zover het betreft de theoretische leerweg, genoemd in artikel 10 van de wet, en de gemengde leerweg, genoemd in artikel 10d van de wet, omvat mede een sectorwerkstuk. De tweede volzin van het derde lid is van overeenkomstige toepassing. Het sectorwerkstuk heeft betrekking op een thema uit de sector waarin de leerling het onderwijs volgt. +**5.** Het profielwerkstuk in het vmbo heeft betrekking op een thema uit het profiel waarin de leerling onderwijs volgt. ### Artikel 5 @@ -133,17 +135,13 @@ b. welk deel van de examenstof centraal zal worden geëxamineerd en over welke e **2.** Een examenprogramma wordt vastgesteld per vak of per groep van vakken. -**3.** De examenprogramma's voor zover het betreft leerwegen in het vmbo kunnen voorzien in differentiaties waaruit de leerling een keuze maakt. - ### Artikel 8 **1.** De kandidaten kiezen, met inachtneming van dit hoofdstuk, in welke vakken zij examen willen afleggen. Voor leerlingen geldt deze keuze voorzover het bevoegd gezag, al dan niet in samenwerking met het bevoegd gezag van een of meer andere scholen, hen in de gelegenheid heeft gesteld zich op het examen in die vakken voor te bereiden. Indien sprake is van samenwerking tussen scholen, is artikel 2 van het Besluit samenwerking VO-BVE van toepassing. **2.** De kandidaten kunnen, voor zover het bevoegd gezag hun dat toestaat, in meer vakken examen afleggen dan in de vakken die ten minste tezamen een eindexamen vormen. Een examen als bedoeld in de eerste volzin heeft geen betrekking op vakken die overeenkomen met vakken die onderdeel zijn van dat eindexamen. -**3.** Het bevoegd gezag beslist, welke in artikel 7, derde lid, bedoelde differentiaties worden aangeboden. - -**4.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op kandidaten die deeleindexamen afleggen. +**3.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op kandidaten die deeleindexamen afleggen. ### Artikel 8a @@ -159,10 +157,10 @@ a. vrijgesteld van de rekentoets of van het examen in een algemeen vak van de th b. vrijgesteld van de rekentoets of van het examen in een vak in het havo op grond van een examen vwo of havo, indien voor de overeenkomstige rekentoets of het overeenkomstige vak een eindcijfer 6 of hoger of een daarmee overeenkomende waardering is behaald; c. vrijgesteld van de rekentoets of van het examen in een vak in het vwo op grond van een examen vwo, indien voor de overeenkomstige rekentoets of het overeenkomstige vak een eindcijfer 6 of hoger of een daarmee overeenkomende waardering is behaald; d. vrijgesteld van het examen in een vak van het vwo of havo op grond van het overeenkomstige examen, afgelegd in Curaçao, Sint Maarten, Aruba, Bonaire, Saba of Sint Eustatius, indien voor het overeenkomstige vak een eindcijfer 6 of hoger of een daarmee overeenkomende waardering is behaald; -e. vrijgesteld van het profielwerkstuk, indien reeds eerder een profielwerkstuk is gemaakt dat betrekking heeft op een of meer vakken van dezelfde schoolsoort, behorende tot het profiel van de kandidaat en waarvoor een eindcijfer 6 of hoger is behaald, -f. vrijgesteld van het sectorwerkstuk, indien reeds eerder een sectorwerkstuk is gemaakt dat betrekking heeft op een thema uit die sector, en dat is beoordeeld als «voldoende» of «goed». +e. vrijgesteld van het profielwerkstuk vwo of havo, indien reeds eerder een profielwerkstuk is gemaakt dat betrekking heeft op een of meer vakken van dezelfde schoolsoort, behorende tot het profiel van de kandidaat en waarvoor een eindcijfer 6 of hoger is behaald; +f. vrijgesteld van het profielwerkstuk vmbo, indien reeds eerder een profielwerkstuk vmbo is gemaakt dat betrekking heeft op een thema uit het profiel van de kandidaat, en dat is beoordeeld als «voldoende» of «goed». -**2.** Het eerste lid is uitsluitend van toepassing indien na het jaar waarin het eindcijfer of de beoordeling is vastgesteld, nog geen 10 jaren zijn verstreken. +**2.** Het eerste lid is uitsluitend van toepassing indien na het jaar waarin het eindcijfer of de beoordeling is vastgesteld, nog geen 10 jaren zijn verstreken. Het eerste lid, onderdeel f, is daarbij van overeenkomstige toepassing op een reeds eerder gemaakt sectorwerkstuk dat is beoordeeld als «voldoende» of «goed». **3.** @@ -178,13 +176,13 @@ c. er na het studiejaar waarin hij dit onderdeel rekenen heeft afgelegd nog geen ### Artikel 10 -**1.** Onverminderd artikel 9 kan het College voor examens op verzoek van de kandidaat die het eindexamen aflegt aan een instelling voor educatie en beroepsonderwijs, ontheffing verlenen voor een examenvak of de rekentoets, indien de kandidaat op grond van eerder gevolgd onderwijs aantoonbaar in het bezit is van voldoende kennis en vaardigheden ter zake van het desbetreffende vak respectievelijk de rekentoets. De ontheffing kan slechts worden verleend op basis van een diploma, getuigschrift, certificaat of ander bewijsstuk, al of niet behaald in Nederland, dat door het College voor examens wordt aanvaard als bewijs van voldoende kennis en vaardigheden. Indien het College voor examens dit nodig oordeelt, onderzoekt het college of de kandidaat in het bezit is van voldoende kennis en vaardigheden. +**1.** Onverminderd artikel 9 kan het College voor toetsen en examens op verzoek van de kandidaat die het eindexamen aflegt aan een instelling voor educatie en beroepsonderwijs, ontheffing verlenen voor een examenvak of de rekentoets, indien de kandidaat op grond van eerder gevolgd onderwijs aantoonbaar in het bezit is van voldoende kennis en vaardigheden ter zake van het desbetreffende vak respectievelijk de rekentoets. De ontheffing kan slechts worden verleend op basis van een diploma, getuigschrift, certificaat of ander bewijsstuk, al of niet behaald in Nederland, dat door het College voor toetsen en examens wordt aanvaard als bewijs van voldoende kennis en vaardigheden. Indien het College voor toetsen en examens dit nodig oordeelt, onderzoekt het college of de kandidaat in het bezit is van voldoende kennis en vaardigheden. **2.** Het eerste lid is uitsluitend van toepassing indien na het jaar waarin het in dat lid bedoelde diploma, getuigschrift, certificaat of ander bewijsstuk is vastgesteld, nog geen 10 jaren zijn verstreken. **3.** Tot de in het eerste lid bedoelde diploma's, getuigschriften, certificaten en andere bewijsstukken behoren in elk geval die betreffende het Internationaal Baccalaureaat, het Europees Baccalaureaat en die betreffende het overeenkomstige onderwijs in een lidstaat van de Europese Unie. -**4.** Indien het College voor examens de gevraagde ontheffing verleent, verstrekt het college de verzoeker een bewijs van ontheffing, en zendt het college Onze Minister een afschrift daarvan. +**4.** Indien het College voor toetsen en examens de gevraagde ontheffing verleent, verstrekt het college de verzoeker een bewijs van ontheffing, en zendt het college Onze Minister een afschrift daarvan. **5.** Het bewijs van ontheffing vermeldt de gronden van de ontheffing, het tijdstip van het verrichten van de onderwijs- of examenprestatie waarop de ontheffing berust, en gaat in voorkomend geval vergezeld van een verklaring betreffende het in het eerste lid bedoelde onderzoek naar de kennis en vaardigheden van de examenkandidaat, of naar de in het eerste lid bedoelde bewijsstukken. @@ -192,7 +190,7 @@ c. er na het studiejaar waarin hij dit onderdeel rekenen heeft afgelegd nog geen ### Artikel 10a -Een verzoek om ontheffing als bedoeld in artikel 10 wordt schriftelijk ingediend bij het College voor examens, onder overlegging van een uittreksel uit het geboorte- of persoonsregister en een gewaarmerkte fotokopie van het diploma, getuigschrift, certificaat of andere bewijsstuk waarop het verzoek om ontheffing berust. +Een verzoek om ontheffing als bedoeld in artikel 10 wordt schriftelijk ingediend bij het College voor toetsen en examens, onder overlegging van een uittreksel uit het geboorte- of persoonsregister en een gewaarmerkte fotokopie van het diploma, getuigschrift, certificaat of andere bewijsstuk waarop het verzoek om ontheffing berust. ### Artikel 11 @@ -207,7 +205,7 @@ d. de rekentoets. **2.** In afwijking van het eerste lid is de kandidaat die het eindexamen aflegt aan een school voor vwo, bij het eindexamen vrijgesteld van de vakken waarvoor vrijstelling of ontheffing is verleend van het volgen van onderwijs op grond van artikel 26e, eerste tot en met vierde lid, van het Inrichtingsbesluit WVO. Bij een ontheffing op grond van artikel 26e, vierde lid, van het Inrichtingsbesluit WVO wordt de taal vervangen door een ander vak als bedoeld in het vijfde lid van dat artikel. -**3.** In afwijking van het eerste lid is de kandidaat die in het bezit is van het diploma havo of het diploma van een leerweg in het vmbo en die in plaats van de rekentoets zoals deze op grond van artikel 2, tweede lid, onderdeel c, en lid 2a, van de Wet College voor examens is vastgesteld voor het eindexamen havo of van een leerweg in het vmbo de rekentoets heeft afgelegd zoals deze is vastgesteld voor het eindexamen vwo, vrijgesteld van de rekentoets. +**3.** In afwijking van het eerste lid is de kandidaat die in het bezit is van het diploma havo of het diploma van een leerweg in het vmbo en die in plaats van de rekentoets zoals deze op grond van artikel 2, tweede lid, onderdeel c, en lid 2a, van de Wet College voor toetsen en examens is vastgesteld voor het eindexamen havo of van een leerweg in het vmbo de rekentoets heeft afgelegd zoals deze is vastgesteld voor het eindexamen vwo, vrijgesteld van de rekentoets. **4.** In afwijking van het eerste lid is de kandidaat die het eindexamen aflegt aan een instelling voor educatie en beroepsonderwijs, bij het eindexamen vrijgesteld van de vakken culturele en kunstzinnige vorming en lichamelijke opvoeding van het gemeenschappelijk deel. @@ -240,7 +238,7 @@ d. de rekentoets. **2.** In afwijking van het eerste lid is de kandidaat die het eindexamen aflegt aan een school voor vwo, bij het eindexamen vrijgesteld van de vakken waarvoor vrijstelling of ontheffing is verleend van het volgen van onderwijs op grond van artikel 26e, eerste tot en met derde lid, van het Inrichtingsbesluit WVO. -**3.** In afwijking van het eerste lid is de kandidaat die in het bezit is van het diploma havo of het diploma van een leerweg in het vmbo en die in plaats van de rekentoets zoals deze op grond van artikel 2, tweede lid, onderdeel c, en lid 2a, van de Wet College voor examens is vastgesteld voor het eindexamen havo of van een leerweg in het vmbo de rekentoets heeft afgelegd zoals deze is vastgesteld voor het eindexamen vwo, vrijgesteld van de rekentoets. +**3.** In afwijking van het eerste lid is de kandidaat die in het bezit is van het diploma havo of het diploma van een leerweg in het vmbo en die in plaats van de rekentoets zoals deze op grond van artikel 2, tweede lid, onderdeel c, en lid 2a, van de Wet College voor toetsen en examens is vastgesteld voor het eindexamen havo of van een leerweg in het vmbo de rekentoets heeft afgelegd zoals deze is vastgesteld voor het eindexamen vwo, vrijgesteld van de rekentoets. **4.** In afwijking van het eerste lid is de kandidaat die het eindexamen aflegt aan een instelling voor educatie en beroepsonderwijs, bij het eindexamen vrijgesteld van het vak lichamelijke opvoeding van het gemeenschappelijk deel. @@ -261,11 +259,11 @@ b. de vakken van het profieldeel, genoemd in artikel 26c, tweede tot en met vijf c. ten minste één vak met een normatieve studielast van tenminste 320 uur van het vrije deel van elk profiel, genoemd in artikel 26c, zesde lid, van het Inrichtingsbesluit WVO, met dien verstande dat door het bevoegd gezag vast te stellen vakken onderdeel zijn van het eindexamen uitsluitend voor zover Onze Minister daarvoor goedkeuring heeft verleend, en d. de rekentoets. -**2.** Het bevoegd gezag kan een kandidaat in de gelegenheid stellen de rekentoets af te leggen zoals deze op grond van artikel 2, tweede lid, onder c, en lid 2a, van de Wet College voor examens voor het vwo is vastgesteld. +**2.** Het bevoegd gezag kan een kandidaat in de gelegenheid stellen de rekentoets af te leggen zoals deze op grond van artikel 2, tweede lid, onder c, en lid 2a, van de Wet College voor toetsen en examens voor het vwo is vastgesteld. **3.** In afwijking van het eerste lid is de kandidaat die het eindexamen aflegt aan een school voor havo bij het eindexamen vrijgesteld van de vakken waarvoor ontheffing of vrijstelling is verleend van het volgen van onderwijs op grond van artikel 26e, eerste lid, respectievelijk zesde of zevende lid, van het Inrichtingsbesluit WVO. -**4.** In afwijking van het eerste lid, is de kandidaat die in het bezit is van het diploma van een leerweg in het vmbo en die in plaats van de rekentoets zoals deze op grond van artikel 2, tweede lid, onderdeel c, en lid 2a, van de Wet College voor examens is vastgesteld voor het eindexamen van een leerweg in het vmbo, de rekentoets heeft afgelegd zoals deze is vastgesteld voor het eindexamen havo of vwo, vrijgesteld van de rekentoets. +**4.** In afwijking van het eerste lid, is de kandidaat die in het bezit is van het diploma van een leerweg in het vmbo en die in plaats van de rekentoets zoals deze op grond van artikel 2, tweede lid, onderdeel c, en lid 2a, van de Wet College voor toetsen en examens is vastgesteld voor het eindexamen van een leerweg in het vmbo, de rekentoets heeft afgelegd zoals deze is vastgesteld voor het eindexamen havo of vwo, vrijgesteld van de rekentoets. **5.** In afwijking van het eerste lid is de kandidaat die het eindexamen aflegt aan een instelling voor educatie en beroepsonderwijs, bij het eindexamen vrijgesteld van de vakken culturele en kunstzinnige vorming en lichamelijke opvoeding van het gemeenschappelijk deel. @@ -314,13 +312,13 @@ Vervallen Het eindexamen vmbo voor zover het betreft de theoretische leerweg, genoemd in artikel 10 van de wet, omvat in elk geval: a. de vakken die het gemeenschappelijk deel ingevolge artikel 10, vijfde lid, van de wet, omvat, -b. de twee vakken die het sectordeel ingevolge artikel 10, zesde lid, van de wet omvat, waaronder tevens begrepen een sectorwerkstuk, -c. in het vrije deel twee nog niet in het sectordeel gekozen vakken, bedoeld onderscheidenlijk genoemd in artikel 10, zevende lid, onderdelen a en b, van de wet, met dien verstande dat het sectordeel en het vrije deel tezamen ten minste twee vakken omvatten die geen moderne taal zijn, en +b. de twee vakken die het profieldeel ingevolge artikel 10, zesde lid, van de wet omvat, waaronder tevens begrepen een profielwerkstuk, +c. in het vrije deel twee nog niet in het profieldeel gekozen vakken, bedoeld onderscheidenlijk genoemd in artikel 10, zevende lid, onderdelen a en b, van de wet, met dien verstande dat het profieldeel en het vrije deel tezamen ten minste twee vakken omvatten die geen moderne taal zijn, en d. de rekentoets. -**2.** Het bevoegd gezag kan een kandidaat in de gelegenheid stellen de rekentoets af te leggen zoals deze op grond van artikel 2, tweede lid, onder c, en lid 2a, van de Wet College voor examens voor havo of vwo is vastgesteld. +**2.** Het bevoegd gezag kan een kandidaat in de gelegenheid stellen de rekentoets af te leggen zoals deze op grond van artikel 2, tweede lid, onder c, en lid 2a, van de Wet College voor toetsen en examens voor havo of vwo is vastgesteld. -**3.** In afwijking van het eerste lid is de kandidaat in de sector economie of leerwegondersteunend onderwijs ten aanzien van wie toepassing is gegeven aan artikel 26n, tweede lid, van het Inrichtingsbesluit WVO, bij het eindexamen vrijgesteld van het vak Franse taal of het vak Duitse taal, genoemd artikel 26n, tweede lid. In plaats van het vak waarvoor vrijstelling is verleend, doet de kandidaat eindexamen in het vak Arabisch, het vak Turks, het vak Spaans, het vak maatschappijleer II, het vak aardrijkskunde of het vak geschiedenis en staatsinrichting. +**3.** In afwijking van het eerste lid is de kandidaat met het profiel economie of met leerwegondersteunend onderwijs, ten aanzien van wie toepassing is gegeven aan artikel 26n, tweede of derde lid, van het Inrichtingsbesluit WVO, bij het eindexamen vrijgesteld van het vak Franse taal of het vak Duitse taal. In plaats van het vak waarvoor vrijstelling is verleend, doet de kandidaat eindexamen in één van de vakken Arabische taal, Turkse taal, Spaanse taal, maatschappijkunde, geschiedenis en staatsinrichting, of aardrijkskunde. **4.** Indien de kandidaat in het vrije deel twee kunstvakken kiest, wordt één kunstvak gekozen uit de vakken behorende tot de beeldende vorming en één kunstvak uit de vakken muziek, dans en drama. @@ -351,11 +349,14 @@ c. een vak genoemd in, dan wel aangewezen op grond van, artikel 13 of 14 van de Het eindexamen vmbo voor zover het betreft de basisberoepsgerichte leerweg, genoemd in artikel 10b van de wet, omvat in elk geval: a. de vakken die het gemeenschappelijk deel ingevolge in artikel 10b, vijfde lid, van de wet, omvat, -b. de twee vakken die het sectordeel ingevolge artikel 10b, zesde lid, van de wet, omvat, -c. in het vrije deel een tot de sector behorend afdelingsvak, genoemd in artikel 26h, eerste lid, van het Inrichtingsbesluit WVO of een intrasectoraal of intersectoraal programma als bedoeld in artikel 26j, eerste lid, of artikel 26k, eerste lid, van het Inrichtingsbesluit WVO, en +b. de twee algemene vakken die het profieldeel ingevolge artikel 10b, zesde lid, van de wet, omvat, +c. een beroepsgericht programma, bestaande uit: + +1°. het profielvak dat het profieldeel ingevolge artikel 10b, zesde lid, van de wet, omvat, en +2°. in het vrije deel vier beroepsgerichte keuzevakken, als bedoeld in artikel 10b, zevende lid, onderdeel a, van de wet, en d. de rekentoets. -**2.** In afwijking van het eerste lid is de kandidaat in de sector economie ten aanzien van wie toepassing is gegeven aan artikel 26n, tweede en derde lid, van het Inrichtingsbesluit WVO, bij het eindexamen vrijgesteld van het vak Franse taal of het vak Duitse taal. In plaats hiervan omvat het eindexamen één van de vakken gekozen op grond van artikel 26n, derde lid, van het Inrichtingsbesluit WVO. +**2.** In afwijking van het eerste lid is de kandidaat met het profiel economie en ondernemen, het profiel horeca, bakkerij en recreatie, of met leerwegondersteunend onderwijs, ten aanzien van wie toepassing is gegeven aan artikel 26n, tweede of derde lid, van het Inrichtingsbesluit WVO, bij het eindexamen vrijgesteld van het vak Franse taal of het vak Duitse taal. In plaats hiervan omvat het eindexamen één van de vakken gekozen op grond van artikel 22, derde lid, van het Inrichtingsbesluit WVO. **3.** Voor zover het betreft een leer-werktraject als bedoeld in artikel 10b1 van de wet, omvat het eindexamen voor de leerling die dat traject heeft gevolgd, de rekentoets, het vak Nederlandse taal en het beroepsgerichte programma dat onderdeel is van het leerwerktraject. Bovendien kan de leerling eindexamen afleggen in de andere vakken van de basisberoepsgerichte leerweg, bedoeld in artikel 10b van de wet, waarvan het bevoegd gezag op grond van artikel 10b1, derde lid, van de wet in voorkomend geval heeft beslist dat zij behoren tot het leer-werktraject van de leerling. @@ -365,17 +366,15 @@ d. de rekentoets. In aanvulling op de voorgeschreven vakken, bedoeld in het eerste lid, kan het eindexamen omvatten, voor zover nog niet gekozen: -a. een vak als bedoeld in artikel 10b, zesde lid, van de wet, +a. een vak, genoemd in artikel 10b, zesde lid, van de wet, of een vak als bedoeld in artikel 10b, zevende lid, onderdeel a, van de wet, b. het vak Friese taal en cultuur, genoemd in artikel 26h, tweede lid, van het Inrichtingsbesluit WVO, c. een vak dat op grond van het tweede lid onderdeel kan zijn van de basisberoepsgerichte leerweg, d. een algemeen vak dat behoort tot het eindexamen van de theoretische leerweg, de kaderberoepsgerichte leerweg of de gemengde leerweg, genoemd in respectievelijk de artikelen 10, 10b of 10d van de wet, of e. een vak als bedoeld in artikel 13 of 14 van de wet. -**6.** Artikel 22, derde lid, is van toepassing. +**6.** Het bevoegd gezag kan een kandidaat in de gelegenheid stellen de rekentoets af te leggen zoals deze op grond van artikel 2, tweede lid, onder c, en lid 2a, van de Wet College voor toetsen en examens voor theoretische of kaderberoepsgerichte leerweg, havo of vwo is vastgesteld. -**7.** Het bevoegd gezag kan een kandidaat in de gelegenheid stellen de rekentoets af te leggen zoals deze op grond van artikel 2, tweede lid, onder c, en lid 2a, van de Wet College voor examens voor theoretische of kaderberoepsgerichte leerweg, havo of vwo is vastgesteld. - -**8.** In afwijking van het eerste lid is de kandidaat die het eindexamen aflegt aan een school voor vmbo, voor zover het betreft de basisberoepsgerichte leerweg, bij het eindexamen vrijgesteld van de vakken waarvoor vrijstelling is verleend voor het volgen van onderwijs op grond van artikel 26n, vijfde lid, van het Inrichtingsbesluit WVO. +**7.** In afwijking van het eerste lid is de kandidaat die het eindexamen aflegt aan een school voor vmbo, voor zover het betreft de basisberoepsgerichte leerweg, bij het eindexamen vrijgesteld van de vakken waarvoor vrijstelling is verleend voor het volgen van onderwijs op grond van artikel 26n, vijfde lid, van het Inrichtingsbesluit WVO. ### Artikel 24 @@ -384,11 +383,14 @@ e. een vak als bedoeld in artikel 13 of 14 van de wet. Het eindexamen vmbo voor zover het betreft de kaderberoepsgerichte leerweg, genoemd in artikel 10b van de wet, omvat in elk geval: a. de vakken die het gemeenschappelijk deel ingevolge in artikel 10b, vijfde lid, van de wet, omvat, -b. de twee vakken die het sectordeel ingevolge artikel 10b, zesde lid, van de wet, omvat, -c. in het vrije deel een tot de sector behorend afdelingsvak, genoemd in artikel 26h, eerste lid, van het Inrichtingsbesluit WVO of een intrasectoraal of intersectoraal programma als bedoeld in artikel 26j, eerste lid, of artikel 26k, eerste lid, van het Inrichtingsbesluit WVO, en +b. de twee algemene vakken die het profieldeel ingevolge artikel 10b, zesde lid, van de wet, omvat, +c. een beroepsgericht programma, bestaande uit: + +1°. het profielvak dat het profieldeel ingevolge artikel 10b, zesde lid, van de wet, omvat, en +2°. in het vrije deel vier beroepsgerichte keuzevakken, als bedoeld in artikel 10b, zevende lid, onderdeel a, van de wet, en d. de rekentoets. -**2.** Artikel 22, derde lid, is van toepassing. +**2.** Artikel 23, tweede lid, is van toepassing. **3.** In geval van toepassing van artikel 10b, negende lid, onderdeel b, van de wet dan wel artikel 10b, negende lid, onderdeel d, van de wet juncto artikel 26h, tweede lid, van het Inrichtingsbesluit WVO, zijn het eerste en tweede lid van toepassing, met dien verstande dat het vervangen vak niet als extra vak als bedoeld in het vierde lid, kan dienen. @@ -396,13 +398,13 @@ d. de rekentoets. In aanvulling op de voorgeschreven vakken, bedoeld in het eerste lid, kan het eindexamen omvatten, voor zover nog niet gekozen: -a. een vak als bedoeld in artikel 10b, zesde lid, van de wet, +a. een vak, genoemd in artikel 10b, zesde lid, van de wet, of een vak als bedoeld in artikel 10b, zevende lid, onderdeel a, van de wet, b. het vak Friese taal en cultuur, genoemd in artikel 26h, tweede lid, van het Inrichtingsbesluit WVO, c. een vak dat op grond van het tweede lid onderdeel kan zijn van de kaderberoepsgerichte leerweg, d. een algemeen vak dat behoort tot het eindexamen van de theoretische leerweg of de gemengde leerweg, genoemd in respectievelijk artikel 10 of artikel 10d van de wet, of e. een vak als bedoeld in artikel 13 of 14 van de wet. -**5.** Het bevoegd gezag kan een kandidaat in de gelegenheid stellen de rekentoets af te leggen zoals deze op grond van artikel 2, tweede lid, onder c, en lid 2a, van de Wet College voor examens voor theoretische leerweg, havo of vwo is vastgesteld. +**5.** Het bevoegd gezag kan een kandidaat in de gelegenheid stellen de rekentoets af te leggen zoals deze op grond van artikel 2, tweede lid, onder c, en lid 2a, van de Wet College voor toetsen en examens voor theoretische leerweg, havo of vwo is vastgesteld. **6.** In afwijking van het eerste lid is een kandidaat die in het bezit is van het diploma van een leerweg in het vmbo en die de rekentoets heeft afgelegd zoals deze op grond van artikel 2, tweede lid, onderdeel c, en lid 2a, van de Wet College voor toetsen en examens is vastgesteld voor het eindexamen kaderberoepsgerichte of theoretische leerweg, havo of vwo, vrijgesteld van de rekentoets. @@ -415,18 +417,21 @@ e. een vak als bedoeld in artikel 13 of 14 van de wet. Het eindexamen vmbo voor zover het betreft de gemengde leerweg, genoemd in artikel 10d van de wet, omvat in elk geval: a. de vakken die het gemeenschappelijk deel ingevolge artikel 10d, vijfde lid, van de wet, omvat, -b. de twee vakken die het sectordeel ingevolge artikel 10d, zesde lid, van de wet, omvat waaronder tevens begrepen een sectorwerkstuk, -c. in het vrije deel een nog niet in het sectordeel gekozen algemeen vak, bedoeld onderscheidenlijk genoemd in artikel 10d, zevende lid, onderdelen a en c, van de wet, -d. een tot de sector behorend afdelingsvak, genoemd in artikel 26h, eerste lid, van het Inrichtingsbesluit WVO of een intrasectoraal of intersectoraal programma als bedoeld in artikel 26j, eerste lid, of artikel 26k, eerste lid, van het Inrichtingsbesluit WVO, en +b. de twee algemene vakken die het profieldeel ingevolge artikel 10d, zesde lid, van de wet, omvat waaronder tevens begrepen een profielwerkstuk, +c. in het vrije deel een nog niet in het profieldeel gekozen algemeen vak, bedoeld onderscheidenlijk genoemd in artikel 10d, zevende lid, onderdelen a en c, van de wet, +d. een beroepsgericht programma, bestaande uit: + +1°. het profielvak dat het profieldeel ingevolge artikel 10d, zesde lid, van de wet omvat, en +2°. in het vrije deel twee beroepsgerichte keuzevakken als bedoeld in artikel 10d, zevende lid, onderdeel b, van de wet, e. de rekentoets. -**2.** Artikel 22, derde lid, is van overeenkomstige toepassing. +**2.** Artikel 23, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing. **3.** In geval van toepassing van artikel 10d, negende lid, van de wet, zijn het eerste en tweede lid van toepassing, met dien verstande dat het vervangen vak niet als extra vak als bedoeld in het vierde lid, kan dienen. **4.** In aanvulling op de voorgeschreven vakken, bedoeld in het eerste lid, kan het eindexamen omvatten, voor zover nog niet gekozen, een vak als bedoeld in artikel 10d, zevende lid, onderdelen a, b en c, van de wet, of als bedoeld in artikel 13 of 14 van de wet. -**5.** Het bevoegd gezag kan een kandidaat in de gelegenheid stellen de rekentoets af te leggen zoals deze op grond van artikel 2, tweede lid, onder c, en lid 2a, van de Wet College voor examens voor havo of vwo is vastgesteld. +**5.** Het bevoegd gezag kan een kandidaat in de gelegenheid stellen de rekentoets af te leggen zoals deze op grond van artikel 2, tweede lid, onder c, en lid 2a, van de Wet College voor toetsen en examens voor havo of vwo is vastgesteld. **6.** In afwijking van het eerste lid is een kandidaat die in het bezit is van het diploma van een leerweg in het vmbo en die de rekentoets heeft afgelegd zoals deze op grond van artikel 2, tweede lid, onderdeel c, en lid 2a, van de Wet College voor toetsen en examens is vastgesteld voor het eindexamen theoretische leerweg, havo of vwo, vrijgesteld van de rekentoets. @@ -494,7 +499,7 @@ e. de regels voor de wijze waarop het cijfer voor het schoolexamen voor een kand **3.** Het bevoegd gezag kan in afwijking van het tweede lid een kandidaat die ten gevolge van ziekte of een andere van zijn wil onafhankelijke omstandigheid het schoolexamen in één of meer vakken niet heeft kunnen afsluiten voor de aanvang van het eerste tijdvak, in de gelegenheid stellen het schoolexamen in dat vak of in die vakken af te sluiten vóór het centraal examen in dat vak of in die vakken, doch na de aanvang van het eerste tijdvak. -**4.** Indien het bevoegd gezag gebruikmaakt van de afwijkingsbevoegdheid in het derde lid, zendt het de resultaten die zijn behaald met het schoolexamen en het sectorwerkstuk zo spoedig mogelijk aan de inspectie, tenzij het bevoegd gezag op grond van artikel 103b, tweede lid, van de wet examengegevens samen met het persoonsgebonden nummer verstrekt aan Onze Minister. +**4.** Indien het bevoegd gezag gebruikmaakt van de afwijkingsbevoegdheid in het derde lid, zendt het de resultaten die zijn behaald met het schoolexamen en het profielwerkstuk in het vmbo zo spoedig mogelijk aan de inspectie, tenzij het bevoegd gezag op grond van artikel 103b, tweede lid, van de wet examengegevens samen met het persoonsgebonden nummer verstrekt aan Onze Minister. ### Artikel 33 @@ -502,7 +507,7 @@ Voor de aanvang van het centraal examen maakt de directeur aan de kandidaat beke a. welk cijfer of welke cijfers hij heeft behaald voor het schoolexamen, b. de beoordeling van de vakken waarvoor geen cijfer wordt vastgesteld, en -c. de beoordeling van het sectorwerkstuk. +c. de beoordeling van het profielwerkstuk in het vmbo. ### Artikel 34 @@ -514,9 +519,9 @@ Vervallen **2.** Indien in een vak tevens centraal examen wordt afgelegd, worden de in het eerste lid genoemde cijfers gebruikt met de daartussen liggende cijfers met 1 decimaal. -**3.** In afwijking van het eerste lid, worden het vak culturele en kunstzinnige vorming en het vak lichamelijke opvoeding uit het gemeenschappelijk deel van elk profiel, beoordeeld met «voldoende» of «goed». Deze beoordeling gaat uit van de mogelijkheden van de leerling en geschiedt op de grondslag van het genoegzaam afsluiten van de desbetreffende vakken, zoals blijkend uit het examendossier. De eerste en tweede volzin zijn van overeenkomstige toepassing op de kunstvakken en het vak lichamelijke opvoeding uit het gemeenschappelijk deel van elke leerweg. +**3.** In afwijking van het eerste lid, worden het vak culturele en kunstzinnige vorming, de kunstvakken en het vak lichamelijke opvoeding uit het gemeenschappelijk deel van elk profiel, beoordeeld met «voldoende» of «goed». Deze beoordeling gaat uit van de mogelijkheden van de leerling en geschiedt op de grondslag van het genoegzaam afsluiten van de desbetreffende vakken, zoals blijkend uit het examendossier. -**4.** In afwijking van het eerste lid wordt het sectorwerkstuk beoordeeld met «voldoende» of «goed». Deze beoordeling geschiedt op de grondslag van het genoegzaam voltooien van het sectorwerkstuk, zoals blijkend uit het examendossier. Het sectorwerkstuk wordt beoordeeld door ten minste twee examinatoren. +**4.** In afwijking van het eerste lid wordt het profielwerkstuk in het vmbo beoordeeld met «voldoende» of «goed». Deze beoordeling geschiedt op de grondslag van het genoegzaam voltooien van het profielwerkstuk, zoals blijkend uit het examendossier. Het profielwerkstuk in het vmbo wordt beoordeeld door ten minste twee examinatoren. ### Artikel 35a @@ -554,19 +559,19 @@ Het schoolexamen bestaat uit een examendossier. Het examendossier is het geheel **2.** Het eerste en tweede tijdvak worden afgenomen in het laatste leerjaar. -**3.** Het derde tijdvak wordt aansluitend aan het laatste leerjaar afgenomen door het College voor examens. +**3.** Het derde tijdvak wordt aansluitend aan het laatste leerjaar afgenomen door het College voor toetsen en examens. -**4.** Het College voor examens kan vakken aanwijzen waarin wegens het zeer geringe aantal kandidaten, het centraal examen in het tweede tijdvak wordt afgenomen door het College voor examens. +**4.** Het College voor toetsen en examens kan vakken aanwijzen waarin wegens het zeer geringe aantal kandidaten, het centraal examen in het tweede tijdvak wordt afgenomen door het College voor toetsen en examens. **5.** Bij toepassing van het derde of vierde lid, gelden de volgende regels: a. de directeur deelt aan Onze Minister mee welke kandidaten het centraal examen zullen afleggen en in welke vakken; -b. de kandidaten leveren de opgaven, de door hen gemaakte aantekeningen alsmede andere door hen gemaakte stukken in bij een van degenen die toezicht houden. Het College voor examens bepaalt, in welke gevallen wordt afgeweken van de eerste volzin alsmede in welke gevallen en op welk tijdstip de opgaven, de aantekeningen en de andere stukken, bedoeld in die volzin aan de kandidaten worden teruggegeven; -c. het College voor examens deelt het door de kandidaat behaalde cijfer voor het centraal examen aan de directeur mee. +b. de kandidaten leveren de opgaven, de door hen gemaakte aantekeningen alsmede andere door hen gemaakte stukken in bij een van degenen die toezicht houden. Het College voor toetsen en examens bepaalt, in welke gevallen wordt afgeweken van de eerste volzin alsmede in welke gevallen en op welk tijdstip de opgaven, de aantekeningen en de andere stukken, bedoeld in die volzin aan de kandidaten worden teruggegeven; +c. het College voor toetsen en examens deelt het door de kandidaat behaalde cijfer voor het centraal examen aan de directeur mee. -**6.** Het College voor examens kan bepalen dat een toets wordt afgenomen op een tijdstip dat is gelegen voor de aanvang van het eerste tijdvak. +**6.** Het College voor toetsen en examens kan bepalen dat een toets wordt afgenomen op een tijdstip dat is gelegen voor de aanvang van het eerste tijdvak. ### Artikel 37a @@ -574,9 +579,9 @@ c. het College voor examens deelt het door de kandidaat behaalde cijfer voor het **2.** Indien toepassing wordt gegeven aan het eerste lid, wordt het schoolexamen in dat vak of die vakken afgesloten voor aanvang van het eerste tijdvak in dat leerjaar. -**3.** Artikel 49, vierde lid, en artikel 50, vijfde lid, zijn van overeenkomstige toepassing. +**3.** Artikel 49, zevende lid, en artikel 50, vijfde lid, zijn van overeenkomstige toepassing. -**4.** Indien toepassing wordt gegeven aan het eerste lid, wordt het derde tijdvak aansluitend aan het voorlaatste of direct daaraan voorafgaande leerjaar afgenomen door het College voor examens. +**4.** Indien toepassing wordt gegeven aan het eerste lid, wordt het derde tijdvak aansluitend aan het voorlaatste of direct daaraan voorafgaande leerjaar afgenomen door het College voor toetsen en examens. **5.** Indien de leerling in één of meer vakken centraal examen heeft afgelegd in het voorlaatste of direct daaraan voorafgaande leerjaar, en niet is bevorderd tot het volgende leerjaar, vervallen de met dit centraal examen of deze centrale examens behaalde resultaten. @@ -588,19 +593,17 @@ c. het College voor examens deelt het door de kandidaat behaalde cijfer voor het **3.** Het tweede lid is niet van toepassing op een bevoegd gezag dat op grond van artikel 103b, tweede lid, van de wet examengegevens samen met het persoonsgebonden nummer verstrekt aan Onze Minister. -**4.** Indien een examenprogramma differentiaties kent als bedoeld in artikel 7, derde lid, kan een kandidaat per tijdvak in niet meer differentiaties centraal examen afleggen dan volgens het desbetreffende programma is vereist. - ### Artikel 39 Vervallen ### Artikel 40 -**1.** Onze Minister zorgt ervoor dat de opgaven, bedoeld in artikel 2, onderdeel c, van de Wet College voor examens tijdig beschikbaar worden gesteld aan de directeur van de school. +**1.** Onze Minister zorgt ervoor dat de opgaven, bedoeld in artikel 2, onderdeel c, van de Wet College voor toetsen en examens tijdig beschikbaar worden gesteld aan de directeur van de school. -**2.** De directeur zorgt ervoor, dat de opgaven voor het centraal examen geheim blijven tot de aanvang van de toets waarbij deze opgaven aan de kandidaten worden voorgelegd. Het College voor examens kan opgaven aanwijzen waarop de eerste volzin niet van toepassing is. +**2.** De directeur zorgt ervoor, dat de opgaven voor het centraal examen geheim blijven tot de aanvang van de toets waarbij deze opgaven aan de kandidaten worden voorgelegd. Het College voor toetsen en examens kan opgaven aanwijzen waarop de eerste volzin niet van toepassing is. -**3.** Tijdens een toets van het centraal examen worden aan de kandidaten geen mededelingen van welke aard ook, aangaande de opgaven gedaan, uitgezonderd mededelingen van het College voor examens. +**3.** Tijdens een toets van het centraal examen worden aan de kandidaten geen mededelingen van welke aard ook, aangaande de opgaven gedaan, uitgezonderd mededelingen van het College voor toetsen en examens. **4.** De directeur draagt er zorg voor dat het nodige toezicht bij het centraal examen wordt uitgeoefend. @@ -612,17 +615,17 @@ Vervallen ### Artikel 41 -**1.** De directeur doet het gemaakte werk van het centraal examen met een exemplaar van de opgaven, de beoordelingsnormen en met het proces-verbaal van het examen toekomen aan de examinator in het desbetreffende vak. De examinator beoordeelt het werk zo spoedig mogelijk en past daarbij de beoordelingsnormen, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel d, van de Wet College voor examens toe. De examinator drukt zijn beoordeling uit in de score, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel d, van de Wet College voor examens. De examinator zendt de score en het beoordeelde werk aan de directeur. +**1.** De directeur doet het gemaakte werk van het centraal examen met een exemplaar van de opgaven, de beoordelingsnormen en met het proces-verbaal van het examen toekomen aan de examinator in het desbetreffende vak. De examinator beoordeelt het werk zo spoedig mogelijk en past daarbij de beoordelingsnormen, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel d, van de Wet College voor toetsen en examens toe. De examinator drukt zijn beoordeling uit in de score, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel d, van de Wet College voor toetsen en examens. De examinator zendt de score en het beoordeelde werk aan de directeur. **2.** De directeur doet de van de examinator ontvangen stukken met een exemplaar van de opgaven, de beoordelingsnormen, het proces-verbaal en de regels voor het bepalen van de score, bepaald in het eerste lid, onverwijld aan de directeur van de school, bedoeld in artikel 36, tweede lid, toekomen. Deze stelt het ter hand aan de gecommitteerde. -**3.** De gecommitteerde beoordeelt het werk zo spoedig mogelijk en past daarbij toe de beoordelingsnormen en de daarbij behorende scores, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel d, van de Wet College voor examens. Daarnaast voegt de gecommitteerde bij het gecorrigeerde werk, de in artikel 36, vierde lid, bedoelde verklaring mede ondertekend door het bevoegd gezag van de gecommitteerde. +**3.** De gecommitteerde beoordeelt het werk zo spoedig mogelijk en past daarbij toe de beoordelingsnormen en de daarbij behorende scores, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel d, van de Wet College voor toetsen en examens. Daarnaast voegt de gecommitteerde bij het gecorrigeerde werk, de in artikel 36, vierde lid, bedoelde verklaring mede ondertekend door het bevoegd gezag van de gecommitteerde. **4.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere voorschriften worden gegeven voor de toepassing van het eerste tot en met derde lid. ### Artikel 41a -**1.** De directeur draagt er zorg voor dat bij het maken van het cspe van een eindexamen vmbo, een examinator in het desbetreffende vak of programma aanwezig is. De examinator beoordeelt de prestaties tijdens het maken van de opgaven en legt zijn bevindingen van de verrichtingen van de kandidaat schriftelijk vast, volgens daartoe door het College voor examens gegeven richtlijnen. De examinator beoordeelt het werk zo spoedig mogelijk en past daarbij toe de beoordelingsnormen, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel d, van de Wet College voor examens. De examinator drukt zijn beoordeling uit in de score, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel d, van de Wet College voor examens. De examinator zendt de score en voor zover mogelijk het beoordeelde werk aan de directeur. +**1.** De directeur draagt er zorg voor dat bij het maken van het cspe van een eindexamen vmbo, een examinator in het desbetreffende vak of programma aanwezig is. De examinator beoordeelt de prestaties tijdens het maken van de opgaven en legt zijn bevindingen van de verrichtingen van de kandidaat schriftelijk vast, volgens daartoe door het College voor toetsen en examens gegeven richtlijnen. De examinator beoordeelt het werk zo spoedig mogelijk en past daarbij toe de beoordelingsnormen, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel d, van de Wet College voor toetsen en examens. De examinator drukt zijn beoordeling uit in de score, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel d, van de Wet College voor toetsen en examens. De examinator zendt de score en voor zover mogelijk het beoordeelde werk aan de directeur. **2.** Voor het cspe vmbo vindt de beoordeling tevens plaats door een tweede examinator. De tweede examinator kan een deskundige als bedoeld in artikel 29, tweede lid, van de wet of een andere examinator van de school zijn. De tweede examinator beoordeelt het resultaat van de opgaven, alsmede de verrichtingen van de kandidaat zoals blijkend uit de in het eerste lid bedoelde schriftelijke vastlegging daarvan. De directeur overhandigt de tweede examinator daartoe een exemplaar van de opgaven, de beoordelingsnormen, het proces-verbaal, alsmede de regels voor het bepalen van de score, bedoeld in het eerste lid. Artikel 41, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing. @@ -630,13 +633,13 @@ Vervallen **1.** De examinator en de gecommitteerde stellen in onderling overleg de score voor het centraal examen vast. Indien de examinator en de gecommitteerde daarbij niet tot overeenstemming komen, wordt het geschil voorgelegd aan het bevoegd gezag van de gecommitteerde. Dit bevoegd gezag kan hierover in overleg treden met het bevoegd gezag van de examinator. Indien het geschil niet kan worden beslecht, wordt hiervan melding gemaakt aan de inspectie. De inspectie kan een onafhankelijke corrector aanwijzen. De beoordeling van deze corrector komt in de plaats van de eerdere beoordelingen. -**2.** De directeur stelt het cijfer voor het centraal examen in een vak vast op grond van de score, bedoeld in het eerste lid, en met inachtneming van de regels, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel e, van de Wet College voor examens. +**2.** De directeur stelt het cijfer voor het centraal examen in een vak vast op grond van de score, bedoeld in het eerste lid, en met inachtneming van de regels, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel e, van de Wet College voor toetsen en examens. ### Artikel 43 **1.** Indien het centraal examen naar het oordeel van de inspectie niet op regelmatige wijze heeft plaatsgehad kan zij besluiten dat het geheel of gedeeltelijk voor een of meer kandidaten opnieuw wordt afgenomen. -**2.** De inspectie verzoekt het College voor examens nieuwe opgaven vast te stellen en bepaalt op welke wijze en door wie het examen zal worden afgenomen. +**2.** De inspectie verzoekt het College voor toetsen en examens nieuwe opgaven vast te stellen en bepaalt op welke wijze en door wie het examen zal worden afgenomen. ### Artikel 44 @@ -646,23 +649,23 @@ Indien door onvoorziene omstandigheden het centraal examen in één of meer vakk **1.** Indien een kandidaat om een geldige reden, ter beoordeling van de directeur, is verhinderd bij één of meer toetsen in het eerste tijdvak tegenwoordig te zijn, wordt hem in het tweede tijdvak de gelegenheid gegeven het centraal examen voor ten hoogste twee toetsen per dag alsnog te voltooien. -**2.** Indien een kandidaat in het tweede tijdvak evenzeer verhinderd is, of wanneer hij het centraal examen in het tweede tijdvak niet kan voltooien, wordt hij in de gelegenheid gesteld in het derde tijdvak ten overstaan van het College voor examens zijn eindexamen te voltooien. +**2.** Indien een kandidaat in het tweede tijdvak evenzeer verhinderd is, of wanneer hij het centraal examen in het tweede tijdvak niet kan voltooien, wordt hij in de gelegenheid gesteld in het derde tijdvak ten overstaan van het College voor toetsen en examens zijn eindexamen te voltooien. -**3.** De kandidaat meldt zich zo spoedig mogelijk door tussenkomst van de directeur aan bij het College voor examens. In dat geval deelt de directeur aan het College voor examens mede, wanneer dat zich voordoet, dat ten behoeve van de kandidaat toepassing is gegeven aan artikel 55, eerste, tweede dan wel derde lid, en waaruit deze toepassing bestaat. +**3.** De kandidaat meldt zich zo spoedig mogelijk door tussenkomst van de directeur aan bij het College voor toetsen en examens. In dat geval deelt de directeur aan het College voor toetsen en examens mede, wanneer dat zich voordoet, dat ten behoeve van de kandidaat toepassing is gegeven aan artikel 55, eerste, tweede dan wel derde lid, en waaruit deze toepassing bestaat. -**4.** Na afloop van het derde tijdvak deelt het College voor examens het resultaat mede aan de directeur. +**4.** Na afloop van het derde tijdvak deelt het College voor toetsen en examens het resultaat mede aan de directeur. ### Artikel 46 -**1.** Het College voor examens stelt regels voor de uitvoering van de rekentoets. Het College voor examens stelt in ieder geval een regeling vast voor de uitvoering van de correctie voor zover de rekentoets bestaat uit open vragen. +**1.** Het College voor toetsen en examens stelt regels voor de uitvoering van de rekentoets. Het College voor toetsen en examens stelt in ieder geval een regeling vast voor de uitvoering van de correctie voor zover de rekentoets bestaat uit open vragen. **2.** De regeling, bedoeld in het eerste lid, treedt slechts in werking na goedkeuring door Onze Minister. Onze Minister kan zijn goedkeuring onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang. -**3.** Met inachtneming van de artikelen 23, zevende lid, 24, zevende lid, en 25, vijfde lid, worden de beoordelingsnormen, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel d, van de Wet College voor examens bij de beoordeling van de rekentoets toegepast. +**3.** Met inachtneming van de artikelen 23, zevende lid, 24, zevende lid, en 25, vijfde lid, worden de beoordelingsnormen, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel d, van de Wet College voor toetsen en examens bij de beoordeling van de rekentoets toegepast. **4.** De rekentoets wordt afgenomen in het voorlaatste en laatste leerjaar. -**5.** Het College voor examens kan bij regeling bepalen dat de rekentoets niet onder toezicht van een of meer gecommitteerden staat. +**5.** Het College voor toetsen en examens kan bij regeling bepalen dat de rekentoets niet onder toezicht van een of meer gecommitteerden staat. **6.** Artikel 43 en artikel 44 zijn van overeenkomstige toepassing. @@ -739,14 +742,32 @@ c. hij onverminderd onderdeel b: 1°. voor één van zijn vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 5 of meer en voor de overige vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 6 of meer heeft behaald; 2°. voor één van zijn vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 4 en voor de overige vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 6 of meer waarvan ten minste één 7 of meer heeft behaald; of 3°. voor twee van zijn vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 5 heeft behaald en voor de overige vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 6 of meer waarvan ten minste één 7 of meer heeft behaald; -d. hij voor de vakken lichamelijke opvoeding en het kunstvak uit het gemeenschappelijk deel de kwalificatie «voldoende» of «goed» heeft behaald; en -e. als het een eindexamen gemengde of theoretische leerweg betreft: hij voor het sectorwerkstuk de kwalificatie «voldoende» of «goed» heeft behaald. +d. hij voor geen van de onderdelen, genoemd in het derde of vierde lid, lager dan het eindcijfer 4 heeft behaald; +e. hij voor de vakken lichamelijke opvoeding en het kunstvak uit het gemeenschappelijk deel de kwalificatie «voldoende» of «goed» heeft behaald; en +f. als het een eindexamen gemengde of theoretische leerweg betreft: hij voor het profielwerkstuk de kwalificatie «voldoende» of «goed» heeft behaald. -**2.** Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel c, wordt het eindcijfer van het afdelingsvak of het intrasectorale of intersectorale programma in de basisberoepsgerichte en de kaderberoepsgerichte leerweg meegerekend als twee eindcijfers. +**2.** Bij de uitslagbepaling volgens het eerste lid, onderdeel c, wordt in de theoretische leerweg het eindcijfer van een profielvak of beroepsgericht keuzevak behorende tot het eindexamen van de gemengde leerweg als bedoeld in artikel 25 niet betrokken, tenzij deze vakken samen tenminste een volledig beroepsgericht programma als bedoeld in artikel 25, eerste lid, onderdeel d, vormen. In dat geval is het vierde lid van overeenkomstige toepassing. -**3.** In afwijking van het eerste lid, is de kandidaat die eindexamen van een leerweg in het vmbo heeft afgelegd ter afsluiting van een leerwerktraject als bedoeld in artikel 10b1 van de wet geslaagd indien hij voor het beroepsgerichte programma ten minste het eindcijfer 6 en voor de rekentoets en voor het vak Nederlandse taal ten minste het eindcijfer 5 en het eindcijfer 6 heeft behaald. Indien de vakken waarin examen is afgelegd, tezamen een eindexamen vormen van de basisberoepsgerichte leerweg, bedoeld in artikel 10b van de wet, zijn het eerste en tweede lid van overeenkomstige toepassing. +**3.** Bij de uitslagbepaling volgens het eerste lid, onderdeel c, wordt in de basisberoepsgerichte leerweg en de kaderberoepsgerichte leerweg het gemiddelde van de eindcijfers van alle beroepsgerichte keuzevakken aangemerkt als het eindcijfer van één vak. -**4.** Zodra de eindcijfers en indien mogelijk de uitslag zijn vastgesteld, maakt de directeur deze schriftelijk aan de kandidaat bekend, onder mededeling van het in artikel 51 bepaalde. De uitslag is de definitieve uitslag indien artikel 51, eerste lid, geen toepassing vindt. +**4.** Bij de uitslagbepaling volgens het eerste lid, onderdeel c, wordt in de gemengde leerweg het gemiddelde van de eindcijfers van het profielvak en alle beroepsgerichte keuzevakken aangemerkt als het eindcijfer van één vak, met dien verstande dat het eindcijfer voor het profielvak daarbij net zo vaak meetelt als het aantal eindcijfers van beroepsgerichte keuzevakken dat in de berekening wordt betrokken. + +**5.** De directeur bepaalt het eindcijfer, bedoeld in het derde en vierde lid, als het rekenkundig gemiddelde van de eindcijfers van de samenstellende onderdelen. Indien de uitkomst van deze berekening niet een geheel getal is, wordt dat getal indien het eerste cijfer achter de komma een 4 of lager is, naar beneden afgerond en indien dat cijfer een 5 of hoger is, naar boven afgerond. + +**6.** + +In afwijking van het eerste lid, is de kandidaat die het eindexamen vmbo in de basisberoepsgerichte leerweg heeft afgelegd ter afsluiting van een leerwerktraject als bedoeld in artikel 10b1 van de wet geslaagd indien: + +a. hij voor: + +1°. de rekentoets als eindcijfer 5 of meer heeft behaald en voor het vak Nederlandse taal als eindcijfer 6 of meer heeft behaald; of voor +2°. de rekentoets als eindcijfer 6 of meer heeft behaald en voor het vak Nederlandse taal als eindcijfer 5 of meer heeft behaald; +b. hij voor het profielvak als eindcijfer 6 of meer heeft behaald; en +c. hij als eindcijfer, bedoeld in het derde lid, 6 of meer heeft behaald. + +Indien de vakken waarin examen is afgelegd, tezamen een eindexamen vormen van de basisberoepsgerichte leerweg, bedoeld in artikel 10b van de wet, zijn het eerste en derde lid van overeenkomstige toepassing. + +**7.** Zodra de eindcijfers en indien mogelijk de uitslag zijn vastgesteld, maakt de directeur deze schriftelijk aan de kandidaat bekend, onder mededeling van het in artikel 51 bepaalde. De uitslag is de definitieve uitslag indien artikel 51, eerste lid, geen toepassing vindt. ### Artikel 50 @@ -804,9 +825,9 @@ c. bij bijzondere scholen: godsdienst of levensbeschouwelijk vormingsonderwijs, **3.** De kandidaat stelt het bevoegd gezag voor een door het bevoegd gezag te bepalen dag en tijdstip er schriftelijk van in kennis dat hij gebruik maakt van de tweede, derde dan wel vierde gelegenheid, bedoeld in het eerste en tweede lid. -**4.** Het bevoegd gezag kan bij de tweede, derde of vierde gelegenheid een kandidaat alsnog in de gelegenheid stellen, gebruik te maken van de rekentoets ER of van de mogelijkheid tot het afleggen van de rekentoets op een hoger niveau, bedoeld in artikelen 13, tweede lid, 22, tweede lid, 23, zevende lid, 24, vijfde lid, of 25, vijfde lid. +**4.** Het bevoegd gezag kan bij de tweede, derde of vierde gelegenheid een kandidaat alsnog in de gelegenheid stellen, gebruik te maken van de rekentoets ER of van de mogelijkheid tot het afleggen van de rekentoets op een hoger niveau, bedoeld in artikelen 13, tweede lid, 22, tweede lid, 23, zesde lid, 24, vijfde lid, of 25, vijfde lid. -**5.** Indien een kandidaat gebruik heeft gemaakt van de rekentoets ER of van de mogelijkheid tot het afleggen van de rekentoets op een hoger niveau, bedoeld in de artikelen 13, tweede lid, 22, tweede lid, 23, zevende lid, 24, vijfde lid, of 25, vijfde lid, stelt de directeur de kandidaat in de gelegenheid bij de tweede, derde of vierde gelegenheid, de rekentoets af te leggen zoals deze op grond van artikel 2, tweede lid, onder c, en lid 2a, van de Wet College voor toetsen en examens is vastgesteld voor de schoolsoort of leerweg waarin hij eindexamen doet. +**5.** Indien een kandidaat gebruik heeft gemaakt van de rekentoets ER of van de mogelijkheid tot het afleggen van de rekentoets op een hoger niveau, bedoeld in de artikelen 13, tweede lid, 22, tweede lid, 23, zesde lid, 24, vijfde lid, of 25, vijfde lid, stelt de directeur de kandidaat in de gelegenheid bij de tweede, derde of vierde gelegenheid, de rekentoets af te leggen zoals deze op grond van artikel 2, tweede lid, onder c, en lid 2a, van de Wet College voor toetsen en examens is vastgesteld voor de schoolsoort of leerweg waarin hij eindexamen doet. ### Artikel 52 @@ -816,18 +837,17 @@ De directeur reikt op grond van de definitieve uitslag aan elke kandidaat die ei a. de cijfers voor het schoolexamen en de cijfers voor het centraal examen, b. voor vwo en havo het vak of de vakken en het onderwerp of de titel van het profielwerkstuk, -c. voor vmbo het thema van het sectorwerkstuk, alsmede de beoordeling van het sectorwerkstuk, +c. voor vmbo het thema en de beoordeling van het profielwerkstuk, d. de beoordeling van de vakken culturele en kunstzinnige vorming en lichamelijke opvoeding in vwo en havo, e. de beoordeling van het kunstvak en het vak lichamelijke opvoeding uit het gemeenschappelijk deel van de leerweg in mavo en vbo, f. de beoordeling van de maatschappelijke stage, indien: 1°. de maatschappelijke stage is beoordeeld met «voldoende» of «goed»; 2°. deze tenminste de duur heeft gehad van 30 uren, -g. volgens welke differentiatie, bedoeld in artikel 7, derde lid, is geëxamineerd, -h. de eindcijfers voor de rekentoets en de examenvakken met inbegrip van het cijfer bepaald op grond van artikel 50, tweede lid, en -i. de uitslag van het eindexamen. +g. de eindcijfers voor de rekentoets en de examenvakken met inbegrip van het cijfer bepaald op grond van artikel 49, derde of vierde lid, of artikel 50, tweede lid, en +h. de uitslag van het eindexamen. -**2.** De directeur reikt op grond van de definitieve uitslag aan elke voor het eindexamen geslaagde kandidaat, daaronder mede begrepen de kandidaat die zijn eindexamen met gunstig gevolg heeft voltooid ten overstaan van het College voor examens, een diploma uit, waarop het profiel of de profielen zijn vermeld die bij de uitslag zijn betrokken. Op het diploma vmbo is in elk geval de leerweg vermeld die bij de uitslag is betrokken. +**2.** De directeur reikt op grond van de definitieve uitslag aan elke voor het eindexamen geslaagde kandidaat, daaronder mede begrepen de kandidaat die zijn eindexamen met gunstig gevolg heeft voltooid ten overstaan van het College voor toetsen en examens, een diploma uit, waarop het profiel of de profielen zijn vermeld die bij de uitslag zijn betrokken. Op het diploma vmbo is in elk geval de leerweg vermeld die bij de uitslag is betrokken. **3.** Indien een kandidaat in meer vakken examen heeft afgelegd dan in de vakken die ten minste samen een eindexamen vormen, worden de vakken die niet bij de bepaling van de uitslag zijn betrokken, op de cijferlijst vermeld, tenzij de kandidaat daartegen bedenkingen heeft geuit. @@ -888,13 +908,13 @@ b. ten minste het eindcijfer 6 of ten minste de kwalificatie «voldoende» voor **3.** -Een kandidaat is geslaagd voor het eindexamen vmbo theoretische leerweg of gemengde leerweg met toekenning van het judicium cum laude indien zijn examen voldoet aan de volgende voorschriften: +Een kandidaat is geslaagd voor het eindexamen vmbo theoretische leerweg met toekenning van het judicium cum laude indien zijn examen voldoet aan de volgende voorschriften: a. ten minste het gemiddelde eindcijfer 8,0, berekend op basis van de eindcijfers voor: -1°. de rekentoets, de vakken Nederlandse taal, Engelse taal en maatschappijleer, en de vakken van het sectordeel, en +1°. de rekentoets, de vakken Nederlandse taal, Engelse taal en maatschappijleer, en de algemene vakken van het profieldeel, en 2°. het vak uit het vrije deel waarvoor het hoogste eindcijfer is vastgesteld, en -b. ten minste het eindcijfer 6 of ten minste de kwalificatie «voldoende» voor de rekentoets, het sectorwerkstuk en alle vakken die meetellen bij de uitslagbepaling op grond van artikel 49. +b. ten minste het eindcijfer 6 of ten minste de kwalificatie «voldoende» voor de rekentoets, het profielwerkstuk en alle vakken die meetellen bij de uitslagbepaling op grond van artikel 49. **4.** @@ -902,10 +922,20 @@ Een kandidaat is geslaagd voor het eindexamen vmbo basisberoepsgerichte leerweg a. ten minste het gemiddelde eindcijfer 8,0, berekend op basis van: -1°. de eindcijfers voor de twee algemene vakken uit het sectordeel, en -2°. twee maal het eindcijfer voor het afdelingsvak, intrasectorale programma of intersectorale programma uit het vrije deel, en +1°. de eindcijfers voor het profielvak en de twee algemene vakken van het profieldeel, en +2°. het eindcijfer berekend op grond van artikel 49, derde lid, en b. ten minste het eindcijfer 6 of ten minste de kwalificatie «voldoende» voor de rekentoets en alle vakken die meetellen bij de uitslagbepaling op grond van artikel 49. +**5.** + +Een kandidaat is geslaagd voor het eindexamen vmbo gemengde leerweg met toekenning van het judicium cum laude indien zijn examen voldoet aan de volgende voorschriften: + +a. ten minste het gemiddelde eindcijfer 8,0, berekend op basis van de eindcijfers voor: + +1°. de rekentoets, de vakken Nederlandse taal, Engelse taal en maatschappijleer, en de algemene vakken van het profieldeel, en +2°. het algemene vak uit het vrije deel of het eindcijfer berekend op grond van artikel 49, vierde lid, en +b. ten minste het eindcijfer 6 of ten minste de kwalificatie «voldoende» voor de rekentoets, het profielwerkstuk en alle vakken die meetellen bij de uitslagbepaling op grond van artikel 49. + ### Artikel 52b De directeur van een scholengemeenschap of school voor vwo die gymnasium verzorgt, kan in plaats van een diploma gymnasium een diploma atheneum uitreiken aan een kandidaat indien: @@ -932,17 +962,17 @@ De examencommissie vavo reikt aan de kandidaat die deeleindexamen heeft afgelegd a. de cijfers voor het schoolexamen en het centraal examen, b. voor het vwo en havo het vak of de vakken en het onderwerp of de titel van het profielwerkstuk, -c. voor het vmbo het thema alsmede de beoordeling van het sectorwerkstuk, en -d. de eindcijfers voor de rekentoets en de examenvakken met inbegrip van het cijfer, bepaald op grond van artikel 50, tweede lid. +c. voor het vmbo het thema alsmede de beoordeling van het profielwerkstuk, en +d. de eindcijfers voor de rekentoets en de examenvakken met inbegrip van het cijfer bepaald op grond van artikel 49, derde of vierde lid, of artikel 50, tweede lid. **2.** -De examencommissie vavo reikt aan de in het eerste lid bedoelde kandidaat, alsmede aan de kandidaat aan wie op grond van de definitieve uitslag niet op grond van 52, tweede lid, een diploma kan worden uitgereikt, een certificaat uit, waarop zijn vermeld, voor zover van toepassing: +De examencommissie vavo reikt aan de in het eerste lid bedoelde kandidaat, alsmede aan de kandidaat aan wie op grond van de definitieve uitslag niet op grond van artikel 52, tweede lid, een diploma kan worden uitgereikt, een certificaat uit, waarop zijn vermeld, voor zover van toepassing: a. het vak of de vakken waarvoor de kandidaat een eindcijfer 6 of meer heeft behaald, b. de rekentoets, indien de kandidaat een eindcijfer 6 of meer heeft behaald, c. voor het vwo en havo het vak of de vakken en het onderwerp of de titel van het profielwerkstuk, en -d. voor het vmbo het thema van het sectorwerkstuk, voor zover beoordeeld met «goed» of «voldoende». +d. voor het vmbo het thema van het profielwerkstuk, voor zover beoordeeld met «goed» of «voldoende». **3.** @@ -950,7 +980,7 @@ De directeur reikt aan de definitief voor het eindexamen vmbo afgewezen kandidaa a. het vak of de vakken waarvoor de kandidaat een eindcijfer 6 of meer heeft behaald, b. de rekentoets, indien de kandidaat een eindcijfer 6 of meer heeft behaald, en -c. het thema van het sectorwerkstuk, voor zover beoordeeld met «goed» of «voldoende». +c. het thema van het profielwerkstuk, voor zover beoordeeld met «goed» of «voldoende». **4.** Onze Minister stelt het model van het certificaat en de cijferlijst vast. @@ -998,7 +1028,7 @@ Zo spoedig mogelijk na de vaststelling van de eindcijfers in het voorlaatste of a. het profiel of de profielen danwel de leerweg waarop het examen betrekking heeft; b. de vakken waarin examen is afgelegd; -c. de cijfers van het schoolexamen alsmede in voorkomend geval, het vak of de vakken waarop het profielwerkstuk betrekking heeft en de beoordeling en het thema van het sectorwerkstuk; +c. de cijfers van het schoolexamen alsmede in voorkomend geval, het vak of de vakken waarop het profielwerkstuk in het vwo of havo betrekking heeft en de beoordeling en het thema van het profielwerkstuk in het vmbo; d. de cijfers van het centraal examen; e. de rekentoets waarvoor het eindcijfer is vastgesteld met het bijbehorende niveau, alsmede of gebruik is gemaakt van de rekentoets ER; f. de eindcijfers; @@ -1014,7 +1044,7 @@ g. de uitslag van het eindexamen. **3.** De directeur draagt er zorg voor dat een volledig stel van de bij de centrale examens gebruikte opgaven gedurende ten minste zes maanden na de vaststelling van de uitslag bewaard blijft in het archief van de school. -**4.** Een kandidaat die voor een vak ten overstaan van het College voor examens centraal examen aflegt met geheime opgaven, kan omtrent zijn werk gedurende genoemde periode van zes maanden inlichtingen inwinnen bij het College voor examens. +**4.** Een kandidaat die voor een vak ten overstaan van het College voor toetsen en examens centraal examen aflegt met geheime opgaven, kan omtrent zijn werk gedurende genoemde periode van zes maanden inlichtingen inwinnen bij het College voor toetsen en examens. ### Artikel 58 @@ -1053,11 +1083,11 @@ d. theoretische leerweg, dient in afwijking van artikel 49, eerste lid, onderdeel b, voor het vak Nederlandse taal als eindcijfer 5 of meer te hebben behaald en de rekentoets te hebben afgelegd. -**2.** De kandidaat die het eindexamen vmbo basisberoepsgerichte leerweg heeft afgelegd ter afsluiting van een leerwerktraject als bedoeld in artikel 10b1 van de wet, dient in afwijking van artikel 49, derde lid, voor zowel het beroepsgerichte programma als voor het vak Nederlandse taal ten minste het eindcijfer 6 te hebben behaald en de rekentoets te hebben afgelegd. +**2.** De kandidaat die het eindexamen vmbo in de basisberoepsgerichte leerweg heeft afgelegd ter afsluiting van een leerwerktraject als bedoeld in artikel 10b1 van de wet, dient in afwijking van artikel 49, zesde lid, onderdeel a, voor het vak Nederlandse taal ten minste het eindcijfer 6 te hebben behaald en de rekentoets te hebben afgelegd. ### Artikel 62 -In afwijking van de artikelen 52, eerste lid, onderdeel h, en zesde lid, 52c, tweede lid, 53, eerste lid, onderdeel d, van het Eindexamenbesluit VO wordt het eindcijfer voor de rekentoets in de basisberoepsgerichte leerweg van het vmbo geplaatst op een bijlage bij de cijferlijst. +In afwijking van de artikelen 52, eerste lid, onderdeel g, en zesde lid, 52c, tweede lid, 53, eerste lid, onderdeel d, van het Eindexamenbesluit VO wordt het eindcijfer voor de rekentoets in de basisberoepsgerichte leerweg van het vmbo geplaatst op een bijlage bij de cijferlijst. ### Artikel 63