2012-03-23 | BWBR0003994 | Wet bodembescherming

This commit is contained in:
Coornhert 2012-03-23 12:00:00 +00:00
parent 0078d95aa7
commit 367e3ee6e5

View file

@ -212,7 +212,7 @@ Bij algemene maatregel van bestuur kunnen in het belang van de bescherming van d
**1.**
Bij algemene maatregel van bestuur worden ten aanzien van het infiltreren van water, bedoeld in artikel 6.1 van de Waterwet, regels gesteld waarin wordt aangegeven:
Bij algemene maatregel van bestuur worden ten aanzien van het infiltreren van water, bedoeld in artikel 1.1 van de Waterwet, regels gesteld waarin wordt aangegeven:
a. in welke gevallen sprake is van gevaar voor verontreiniging van het grondwater, als bedoeld in artikel 6.26, tweede lid, van die wet;
b. welke voorschriften ter bescherming van het grondwater moeten worden verbonden aan een vergunning voor dat infiltreren van water.
@ -388,7 +388,7 @@ Vervallen
**1.** Degene die op of in de bodem handelingen verricht als bedoeld in de artikelen 6 tot en met 11 en daarbij kennis neemt van een verontreiniging of aantasting van de bodem die door die handelingen wordt veroorzaakt, maakt zo spoedig mogelijk melding van de verontreiniging of de aantasting bij gedeputeerde staten van de provincie waar zij plaatsvindt, en geeft daarbij aan welke van de in artikel 13 bedoelde maatregelen hij voornemens is te treffen of reeds heeft getroffen.
**2.** In een geval als bedoeld in het eerste lid kunnen gedeputeerde staten aanwijzingen geven met betrekking tot de te nemen maatregelen. Gedeputeerde staten kunnen tevens een aanwijzing geven tot het laten beoordelen van de reinigbaarheid van de verontreinigde grond op een bij die aanwijzing te bepalen wijze. Tenzij de geboden spoed zich daartegen verzet, geven gedeputeerde staten geen aanwijzing tot het afgraven van verontreinigde bodem, dan nadat zij kennis hebben genomen van het resultaat van de beoordeling van de reinigbaarheid van die bodem.
**2.** In een geval als bedoeld in het eerste lid kunnen gedeputeerde staten aanwijzingen geven met betrekking tot de te nemen maatregelen. Gedeputeerde staten kunnen tevens een aanwijzing geven tot het laten beoordelen van de reinigbaarheid en de immobiliseerbaarheid van de verontreinigde grond op een bij die aanwijzing te bepalen wijze. Tenzij de geboden spoed zich daartegen verzet, geven gedeputeerde staten geen aanwijzing tot het afgraven van verontreinigde bodem, dan nadat zij kennis hebben genomen van het resultaat van de beoordeling van de reinigbaarheid en de immobiliseerbaarheid van die bodem.
**3.** Degene die bij de handelingen is betrokken, maakt terstond melding van de verontreiniging of de aantasting bij degene die de handelingen verricht, dan wel bij gedeputeerde staten van de provincie waar zij plaatsvindt.
@ -522,8 +522,8 @@ a. de resultaten van onderzoek met betrekking tot de kwaliteit van de bodem;
b. de resultaten van nader onderzoek, indien dat is uitgevoerd;
c. het tijdstip waarop met de handelingen, bedoeld in het eerste lid, zal worden aangevangen;
d. indien verontreinigd grondwater zal worden onttrokken, de bestemming van dat grondwater;
e. indien verontreinigde bodem zal worden afgegraven, de bestemming van de grond en of de verontreinigde grond zal worden gereinigd;
f. indien de verontreinigde bodem geheel of gedeeltelijk niet zal worden gereinigd, wordt tevens een beoordeling van de reinigbaarheid van de verontreinigde grond overgelegd.
e. indien verontreinigde bodem zal worden afgegraven, de bestemming van de grond en of de verontreinigde grond zal worden gereinigd of geïmmobiliseerd;
f. indien de verontreinigde bodem geheel of gedeeltelijk niet zal worden gereinigd, wordt tevens een beoordeling van de reinigbaarheid of de immobiliseerbaarheid van de verontreinigde grond overgelegd.
**3.**
@ -542,7 +542,7 @@ Een melding als bedoeld in het eerste lid kan achterwege blijven, indien de betr
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld omtrent:
a. de beoordeling van de reinigbaarheid van verontreinigde grond, bedoeld in de artikelen 27 en 28 van deze wet of in een algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 8.40 van de Wet milieubeheer;
a. de beoordeling van de reinigbaarheid of de immobiliseerbaarheid van verontreinigde grond, bedoeld in de artikelen 27 en 28 van deze wet of in een algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 8.40 van de Wet milieubeheer;
b. de wijze van indeling in partijen van de verontreinigde bodem op de te ontgraven locatie.
### Artikel 29